Sterrenzicht – Brandon Sanderson (YSF)

Sterrenzicht.jpg

Sterrenzicht – Brandon Sanderson (YSF)
Skyward, deel 2
Iceberg Books, Amsterdam (2021)
Oorspr.: Starsight (Delacorte Press, New York City, New York (2019))
410 pagina’s, € 24,99
Vertaling: Jeanette Kortenoeven & Erik Schreuder
Omslag: Charlie Bowater/Michael van Zijl
Kaarten en illustraties: Isaac Stewart & Ben McSweenney/Dragonsteel Entertainment LLC

Aangezien het eerste deel me meer dan beviel, begon ik monter in ‘Sterrenzicht’. Ik viel meteen in een hoop actie en voelde me het verhaal ingezogen worden. Ik moet zeggen dat er slechtere manieren zijn om een verhaal te beginnen.

Iceberg Books bestaat dus nog steeds. Dat vind ik geweldig, maar eerlijk sta ik daar toch van te kijken. “Tot nu toe valt het me niet mee hoe groot deze groep lezers blijkt te zijn, ik had er meer van verwacht”, verzucht Erik Schreuder (oprichter van Iceberg Books) op Facebook op 22 oktober. “Hoeveel SF lezers zijn er eigenlijk nog in Nederland en Vlaanderen?!” Zoals ik al memoreerde in de recensie van ‘Sterrenvlucht’ (het eerste deel van Skyward), dat de SF-community, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen, nou niet zo heel erg groot is in het Nederlandse taalgebied en dat het dus voor een uitgeverij niet erg evident is je de dan te specialiseren in vertaalde SF. Nu staat de ‘Ontdekking van de Mens’ trilogie van de Nederlander Frank van Dongen ook op stapel, dus het is niet helemaal alleen een uitgeverij voor vertaalde SF. Maar Iceberg Books is wel een uitgeverij van alleen Fantastiek, zo zal ik het veiligheidshalve maar even noemen, en dat is en blijft een beetje eenzijdig. Begrijp me niet verkeerd! Ik ben een groot voorstander van Iceberg Books en haar concept en ik hoop van ganser harte dat het slaagt en tot in lengte van jaren prachtige boeken en verhalen uit zal geven, maar toch leeft er ook een gerede angst in mij. Uiteraard kunnen we met z’n allen, wij SF lezers en genieters, daar behoorlijk aan bijdragen en Iceberg Books steunen door haar uitgaven aan te schaffen en lezen.

Spensa heeft haar hele leven gedroomd om piloot te worden en te bewijzen dat ze een dochter van haar vader is. Op Detritus wonen de laatste afstammelingen van de mens en de Krell, een buitenaards ras, is er alles aan gelegen, deze laatste mensen uit te roeien. Toch houden de mensen het vol tegenover de machtige Krell. Op een inactief een eeuwenoud station dat om Detritus cirkelt, wordt in de laatste bestanden die werden opgeslagen en nu met succes vertaald zijn, een opname gevonden waarin duidelijk wordt dat er vanuit de verre galactische ruimte een delver onderweg is naar de Detritus. De delvers, ook wel de ogen genoemd, zijn oude, extra-dimensionale wezens die in het intergalactische niets leven. Ze kunnen af en toe in de fysieke ruimte verschijnen, waar ze een grote bedreiging vormen voor alle levende wezens. De aankomst van de delver houdt vrijwel zeker in dat Detritus vernietigd gaat worden. Een cytonische alien, genaamd Alanik stort neer op Detritus en implanteert cytonisch haar bestemming in Spensa’s geest. Spensa komt erachter dat Alanik vanuit haar eigen wereld op weg was naar een Superiority-ruimtestation genaamd Starsight om als gevechtspiloot te getrained te worden. Met behulp van de holografische technologie van M-Bot vermomt Spensa zichzelf als Alanik en teleporteert ze zichzelf, M-Bot en Doemslak naar Starsight met behulp van de coördinaten van Alanik. Spensa doet zich voor als Alanik om het pilootprogramma te infiltreren en een hyperdrive te stelen. Uiteraard staat dit gegeven garant voor spetterende actie en een spannend verhaal. Absoluut niet alleen voor Young Adults. Het hangt heel erg dicht tegen ´volwassen´ verhalen aan en ik heb me er dan ook prima mee vermaakt.

Het derde deel van de Skyward reeks gaat ´Cytonic´ heten en Iceberg Books heeft al een aankondiging of facebook gedaan dat deze vertaalde uitgave gepland staat voor begin 2022. Het vierde, en vrijwel zeker, laatste deel, heeft de voorlopig titel ´Defiant´ en staat in het Engelse taalgebied aangekondigd voor 2023. Dus dat duurt nog even. Jammer, maar niets aan te doen. Niets alles, zoals Iceberg Books al een paar keer eerder deed, kan in een keer aangeboden worden. Dat snappen we, maar kunnen toch maar moeilijk zo lang wachten. Maar er zit weinig anders op. Als Brandon nog niet klaar is met schrijven… kan het ook niet vertaald worden. Afwachten dus.

Jos Lexmond

Stelsel onbekend – Jasper T. Scott

Stelsel-onbekend.jpg

Stelsel onbekend – Jasper T. Scott (SF)
Scott Standalones 2
Iceberg Books, Amsterdam (2021)
Oorspr.: Into the Unknown (Anthem Press, New York (2019))
315 pagina’s, € 19,99
Vertaling: Sabrina Nasr, Paul Impens, Alexander Olbrechts en Erik Schreuder
Omslag: Michael van Zijl

Het is een onverdeeld genoegen eindelijk weer eens een uitgeverij te hebben die gespecialiseerd is in vertaalde SF. En… dat niet alleen. Aangekondigd is ook een trilogie, ‘De ontdekking van de mens’, van de Nederlander Frank van Dongen, welke ons in november zal gaan intrigeren. Dat is een ding dat welhaast zeker is. Maar laten we hier en nu nog niet op de zaken vooruitlopen (dat doen we straks een stukje verder nog wel). Wat er tot nu toe verschenen is bij Iceberg Books is al heel erg leuk te noemen met, wat voor mij het hoogtepunt was: ‘De lange winter’ trilogie van A.G. Riddle. Maar het eerste deel van de ‘Skyward’ (het tweede deel heb ik inmiddels ook binnen en daar ga ik heel binnenkort aan beginnen) van Brandon Sanderson, was ook meer dan prettig leesbaar.

Het mooie van Iceberg Books is, dat er een aantal nieuwe auteurs gepresenteerd worden, waarvan we anders waarschijnlijk helemaal niets te lezen zouden krijgen. Of dat auteurs zijn, die jij en ik zouden kiezen, als we de keuze hadden, daar kan je natuurlijk over discussiëren. Waarschijnlijk niet, maar zoveel mensen, zoveel keuzes en elke keuze is de juiste voor wel iemand. Ik krijg er in ieder geval wel weer een jaren zeventig en tachtig gevoel bij. Toen werden er ook aan de haverklap nieuwe buitenlandse auteurs geïntroduceerd. Sommige goed en blijvers en sommigen abominabel en soms ook blijvers. De kwaliteit daarvan lag natuurlijk ook aan met wat voor uitgeverij je te doen had.

Deze keuze van Iceberg Books: Jasper T. Scott, van hem had ik in ieder geval nog nooit gehoord. Op de omslag stond: “Miljoenen bestsellerauteur”. Ik heb normaal gesproken mijn bedenkingen bij dit soort kreten, maar als je eens wat over het net surft, dan zou die kreet best een juist kunnen zijn. Jasper T. Scott is een van oorsprong Canadese auteur, die inmiddels al heel wat verhalen (lees: boeken) op zijn naam heeft staan. Snel geteld op Fantastic Fiction, zijn dat er al vierendertig. Voorwaar geen misselijk aantal en daarom geloof ik dat: “Miljoenen bestsellerauteur” wel.

Het wordt tijd om ons eens bezig te houden met het boek zelve. Ik heb er geen idee van of tegenwoordig de term: “Space Opera’ nog steeds gebezigd wordt, jij wel? Maar of dan nu zo is of niet, ik zou ‘Stelsel onbekend’ als zodanig classificeren, denk ik. Gigantische ruimteschepen, wormholes, melkwegstelsels, zonder tijd te verliezen, bereikbaar via die wormholes, menselijke robots, foute half-doorzichtige en moordzuchtige aliens en actie, heel erg veel actie. Als de dat allemaal bij elkaar telt, dan heb je wat mij betreft een wel heel erg duidelijke Space Opera en als het dan goede Space Opera is, dan is het wat mij betreft helemaal leuk. Niet dat het mijn meest geliefde onderdeel van de Science Fiction literatuur is, maar als tussendoortje is zulks niet te versmaden.

In ‘Stelsel onbekend’ scoort advocaat Liam Price een last minute deal voor een, meer dan, luxe suite aan boord van de Starlit Dream, een gigantisch ruimte cruiseschip, als cadeau voor de veertigste verjaardag voor zijn vrouw. Hij kan zijn geluk niet op en gaat met zijn vrouw, zevenjarige dochter Payton en puberzoon Nikolai met een shuttle naar een lanceertoren via een ruimtelift aan boord van het schip dat hoog boven de dampkring een baan om de aarde draait. Het cruiseschip zal de exotische wereld Aquaria in het Kepler-22 systeem aandoen. Maar als ze nog maar net vertrokken zijn, blijkt dat ze niet bij de goede uitgang van de springpoort van het wormgat terecht gekomen zijn. Ze zijn in een ander melkwegstelsel opgedoken, maar daar is ook een springpoort, dus er moet er al eerder een schip van de Unie geweest zijn. Als dan half doorzichtige een moordzuchtige aliens aan boord verschijnen tuimelen bemanning en passagiers van het cruiseschip over elkaar heen om te ontsnappen. Kan Liam het met zijn gezin overleven en komen ze ooit nog thuis. Wat volgt is een gigantische rollercoaster van avonturen, wat soms haast niet bij te houden is van de actie.

Kortom weer een geslaagde uitgave van Iceberg Books. Met wat er in de toekomst nog op stapel staat zoals de eerdergenoemde trilogie van de Frans van Dongen, het Bobiverse kwartet van Dennis E. Taylor, nog een standalone van Jasper T. Scott, alsmede nog twee delen in de ‘Skyward’ reeks, kunnen we voorlopig prima vooruit!

Jos Lexmond

Ganymedes-21

Ganymedes-21.jpg

Ganymedes-21
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep (2021)
Rare Boekjes-reeks 58
378 pagina’s; prijs 9,95
Samenstelling: Remco Meisner & Paul van Leeuwenkamp
Omslag: Ingrid Heit/Vincent van der Linden (Emigration of a Tortoise)
Verkrijgbaar op: https://shop.pr1ma.nl/ganymedes-21.html

Tot de fijnste jaarlijks terugkerende activiteiten in de boekenwereld, horen (wat mij betreft) natuurlijk het verschijnen van een viertal verhalenbundels. In willekeurige volgorde noem ik dan Edge Zero, wat een keuze is van de beste fantastische verhalen van het afgelopen jaar, de bundel met de beste verhalen van de Godijn verhalenwedstrijd, alsmede Verhalen Vertellers van Uitgeverij MACC. De laatste is geen wedstrijd, maar gewoon een mooie anthologie. Maar het fijnst van de vier moet ik bekennen, vind ik wel de jaarlijkse Ganymedes bundel. Volgens eigen zeggen: Een evenwichtige staalkaart van de Nederlandse fantastische literatuur. Een aantal definities van staalkaart zijn onder andere: Aantal monsters, Bonte verzameling, Bonte mengeling of Veelzijdige verzameling. Moet ik nog meer zeggen?

Dit is alweer de 21ste editie van Ganymedes. Begonnen in 1976 als Bruna SF-Jaarboek en verzameld door Vincent van der Linden, die daarna nog negen delen samenstelde voor Bruna en daarna nog een, welke bij Diram (België) verscheen. Daarna was de beurt aan Stichting Fantastische Vertellingen die het stokje overnam en het nu toch alweer tien jaar stevig in de knuisten houdt. Ze zijn zeker en vast niet van plan het ook maar een moment uit handen te geven. Sterker nog! Volgend jaar bij het verschijnen van Ganymedes-22, gaat men er een goed feest van te maken. Dan is de Ganymedes stand Vincent van der Linden/Remco Meisner & Paul van Leeuwenkamp: 11-11 en dan begint de hegemonie van Remco en Paul in deze, want ik, en jij natuurlijk met mij, mag er vrijwel zeker van zijn dat beide heren de toorts frank en vrij verder dragen tot het einde der tijden. Overigens is deze gelijke stand niet geheel en al terecht. Als je het aantal pagina´s van alle Ganymedi (Ganymedessen?) opgeteld bekijkt, dan is de stand Vincent van der Linden/Remco Meisner & Paul van Leeuwenkamp nu al: 2911-3281 en dan hebben we Ganymedes-22 er nog niet eens bijgeteld. Maar goed, hoe dan ook… de gelijke stand in bundels gaat groots gevierd worden tijdens Fantasticon-III, dat op zaterdag 17 september 2022 tussen 10:00 en 17:00 uur gehouden wordt. Ook op diezelfde zaterdag, wordt niet alleen Ganymedes-22 ten doop gehouden worden, zijn vele andere activiteiten gepland, maar onder andere zal ook de een nieuwe Bemoste Beeld-prijs worden uitgereikt. Veel voormalige winnaars van de prijs, zullen daarbij aanwezig zijn. Ga dat zien, GA DAT ZIEN!!!
Nog even dit… mocht je dan ook nog interesse hebben in een impressie van de Terdoopbestelling van Ganymedes-21 die op zaterdag 28 augustus 2021 plaatsvond? Kijk dan even hiernaar: https://www.youtube.com/watch?v=0AJgpThXsEg

Welaan… laten we dan nu maar snel over gaan naar het bespreken van de verhalen in deze meesterlijke anthologie, want anders wordt deze recensie een boekwerk (lees: tijdschrift) an sich. Ik wil graag over elke opname wel wat zeggen, maar ik denk niet dat ik me ga wagen aan te oordelen over de opgenomen gedichten. Ik heb er helaas weinig mee en dus geen verstand van en laat wijze woorden erover graag aan een ander over.

Na de voorgeleiding door beide samenstellers, openen we en vervolgen met:

Jorrit de Klerk – De nieuwe. (RFA) Ieder terug op zijn eigen plek. Leuk verhaal over waarden en tradities.
Guido Eekhaut – Afglijden naar Omega (FA) Ook wel met een religieus tintje, maar toch vooral een verhaal van ontmoeting, samenzijn en einddoel. Van zonde en uiteindelijk zoeken. Een verhaal van vervolmaking. Prachtig!!!
Oxana Langbeen – Commissaris Omer en het lijk zonder hoofd (SF) Een detective die niet echt een detective is. Waarin een moord opgelost moet worden, dat achteraf geen moord is. Maar wel heel erg leuk!
Paul van Leeuwenkamp (Voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar) – Gesynchroniseerde bezieling (SF) Waarin Thomas Olde Heuvelt… (nee, lees dat zelf maar), waarin jong en oud een geheel nieuwe betekenis krijgen en waarin een geheel nieuw systeem geïntroduceerd werd, zonder oog voor de consequentie. Fascinerend goed!
Jan J.B. Kuipers – De man die Eekhoornstad nooit zag (FA) Een stortvloed met van magie doordrenkte woorden overspoelt ons, bedelft ons en omvat ons. “Waar is de Wanneer”, kreit een roepende tegen de stroom in. Hadden we maar… . Een werkelijk onwerkelijk verhaal, dat ons de nachtrust kost. Hoe dit ooit te duiden, snikkend.
Joke Adam – Broed (FA) Een drakenverhaal over bestaan en voortbestaan, over vrouwelijk en mannelijk, maar vooral over nakomelingen die niet aan de norm voldoen. Wat gaan we daar mee doen?
Mike Jansen (Bemoste Beeld-prijswinnaar) – De imperfecte oplossing (SF) De oplossing voor een van de grootste problemen van deze tijd. Actueel dus. Een ernstige aanklacht tegen geknutsel en snel geld. Een cursus ‘Hoe help ik de aarde naar de gallemiezen’ in slechts één les! Eng!!!
Jan Roosen – De prijs van schaduw (SF) Een verhaal waarin je schaduw belangrijker is dan jij wordt. De zon is de dader. Het begint vrij logisch, maar wordt dan absurdistisch, maar dan ook goed absurdistisch. De oplossing ligt in het verleden. Vreemd, maar wel leuk.
Max Moragie (Voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar) – Sterven nieuwe stijl (SF) Verschuivende landschappen in verschillende vervoersmiddelen. Geheugenverlies en nieuwe, maar toch bekende ontmoetingen. Fascinerend verhaal van toekomst en verleden. Welke keuzes moet je maken als je ineens tijd te over hebt?
Isabelle Plomteux – Amenophis Steketee (FA) Interessant! Ook steeds weer nieuwe debutanten (althans voor mij) aan te treffen in vrijwel elke Ganymedes. Waar komen zij toch vandaan met hun hoogstaande schrijfsels. Plop… en zij zijn er om nooit meer weg te gaan.
Reinder Veelinx – Acteur gezocht m/v (SF) Praten met een dode, een nieuwe trend in de uitvaartbranche. Wat zeg je als potentiële dode tegen rouwende mensen? Huiveringwekkend hilarisch kortverhaal.

Break met gedichten van Jan J.B. Kuipers (Ik had mijn oude Batmanpak aangetrokken), Annette Akkerman (Een ei op het strand) en (Het zwarte gat), Pascal de Hoop (Kloppend hart) en (Laatste mens op deze planeet), Bart de Wolf (Het gele drankje) en (De tandenfee) en (Wij horen samen).

Marcel Ozymantra – De Aureliaanse banden (SF) Buitenaardse bezetting. Alsof je gered wordt. Get a life!!!
Tais Teng (Gedeeld voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar (samen met Paul Harland) – Zonnezeilen in de avondhemel (SF) Tais Teng is onze onbetwiste ideeënmeester, die ook internationaal een zeer goed figuur slaat. Als zichzelf schrijvens, als Jack Vance, Clark Ashton Smith en weet ik wie verder allemaal. ‘Zonnezeilen in de avondhemel’, heeft zijn oorsprong waarschijnlijk in de Ziltpunk. Verhaal over een meisje dat Zonnezeiler wil worden en een AI die een upgrade wil. Heel mooi!
Reinold Widemann – Een blauwe engel op het kerkhof (SP) Humor en spookverhaal gaat uitstekend samen. Het is evenwel niet gierend lachen, maar meer besmuikt grinniken om de ontstane situatie, namelijk een oude locomotief, een blauwe engel, die ’s middags out of the blue op de begraafplaats van Winterswijk terecht is gekomen. Hoe moet ie weer weg? Lezen en lachen!
Johan Klein Haneveld – Onder de zee (HO) Hoe iets kleins zo groot kan zijn. Beklemmend en claustrofobisch onderwater verhaal, dat ook boven water zijn weerslag heeft. Ooit is het voor eenieder meer dan genoeg!!!
Ruben van Luijk – De fuchsia’s (HO) Weer een horrorverhaal, maar dan een van een geheel andere orde. Vervreemdend, maar ook weer niet en hoe het allemaal komt? Nog maar eens diep over nadenken. We kennen al twee eerdere verhalen van hem, dus geen debuut.
Charles van Wettum – Datazee (SF) Alweer een zeer verrassend verhaal van deze bijna-debutant. Eén eerder publicatie verscheen in FV 50. Een wel zeer huiveringwekkend toekomstbeeld, maar wat weet ik er nu helemaal van?
Remco Meisner (Voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar) – De môggeloze (SF) Geen dystopie, maar een tragedie, of een allegorie. Nou ik weethetnie, maar wel een heel erg enge en vervreemdende visie over een toekomst die wel zou kunnen zijn, maar heel erg niet gewenst is. Dat zeg ik dan. Schiet je hier niets mee op? Lezen dan en zelf een gedegen oordeel vellen. Succes!
Steven Standaert – Milde hand. Verhaal over koffie. Slechte koffie. Analyse brengt een vreemde uitkomst. Geen Fantastiek wat mij betreft, maar misschien begrijp ik het wel niet. Dat kan.
Rob Geukes – Upload (SF) Fascinered… veel meer hoeft er niet over gezegd te worden. Toch wel? Ok! Ontzettend fascinerend!!!

Alweer geen slechte verhalen te melden. Hooguit is er het feit, dat je de een wat leuker vindt dan een andere. Mijn hooggespannen verwachtingen voor Ganymedes-21, zijn weer ruimschoots uitgekomen. Moe maar tevreden sla ik het boek dicht. Jammer dat het uit is, de verhalen gelezen zijn, maar gelukkig is er volgend jaar weer een nieuwe, waar ik dan nu alweer hooggespannen verwachtingen voor heb en vrijwel zeker een nieuwe recensie over mag schrijven. Ik ben een bofbips. Echt waar!

En op de valreep kwam zojuist nog een mogelijkheid binnen om de uitreiking van de Bemoste Beeld-prijs 2021 mee te maken. Kijk hiervoor op: https://www.youtube.com/watch?v=yNJxj3diS8M

Jos Lexmond

De ontsnapping uit Aurora– Jamie Littler

IJshart-2.jpg

De ontsnapping uit Aurora– Jamie Littler (JFA)
IJshart, deel 2
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2021)
471 pagina’s; prijs 18,99
Oorspr.: Frostheart – Escape from Aurora (Penguin Random House UK, Londen – 2020)
Vertaling: Carolien Metaal
Omslag: Penguin Random House/Suzanne Bakkum

Bij het verschijnen van het eerste deel en dat gelezen hebbende, schreef ik in mijn recensie: ‘Alweer een verrukkelijk avontuur waarvan ik in mijn eigen jeugd meer dan genoten zou hebben’. Welaan… als ik het heel erg gemakkelijk zou willen doen, dan schreef ik dat gewoon nog een keer. Sterker nog… ik zou gewoon grote delen uit die recensie nog eens kunnen kopiëren, want ik denk er nog steeds zo over. Zeker na het lezen van ‘De ontsnapping van Aurora’, waarin het verhaal, dat begon in ‘IJshart’, gewoon verder gaat. Je kunt gewoon merken dat de schrijver én illustrator, Jamie Littler, zich bijzonder thuis voelt in zijn wereld en meer dan van zijn karakters houdt. Het spat er aan alle kanten af en het zorgt er zeker voor dat die liefde overgebracht wordt op zijn lezers. Bij mij in ieder geval wel. Zeker Ash kan bij mij wel een potje breken inmiddels, maar ook alle andere ‘goede’ vrienden van hem, hebben mijn hart gestolen. Je blijft zo, al heb ik de kindertijd reeds lang achter me gelaten, nog wel heel erg gemakkelijk kind met de kinderen. Gelukkig is het allemaal nog niet voorbij en hebben we nog een deel van de trilogie tegoed. Als het goed is, is de Engelse uitgave: ‘Rise of the World Eater’ al in september verschenen en als ik het juist interpreteer (of het is natuurlijk wishful thinking), maak ik uit de beschrijving op, dat het wel eens niet bij een trilogie zou kunnen blijven.
Ah wel… we gaan het zien. In ieder geval, maar dat had je waarschijnlijk al lang door, kan ik ‘De ontsnapping van Aurora’ alvast van harte aanbevelen.

Zoals gezegd gaat het verhaal door waar het in het eerste deel ‘IJshart’ ophield. Ash is nog steeds op zoek naar zijn ouders. Samen met zijn vrienden, de dappere bemanning van de Baanbrekerslee IJshart, komt hij aan in Aurora.

De berg waar, in en op, Aurora, ligt was vroeger een megavulkaan en omdat er nog steeds hitte van beneden komt en water in vloeibare vorm voorkomt, is het een van de weinige plekken in de Sneeuwzee waar eten verbouwd kan worden en waar dus veel wezens wonen. De hele berg is hol en volgebouwd. Het is een immense vesting, een machtige gestapelde stad helemaal tot aan de duizelingwekkende hoge top van de slapende vulkaan, Schitterende gordijnen van licht vallen door grote openingen in de bergwand en verlichten grote groepen bewoners, die over imposante straten banjeren. Bruggen en aquaducten doorkruisen de uitgestrekte ruimte, kano’s en sleeën trekken over de grachten die zich een weg weven door de stad en die ook enorme waterraderen en andere vreemde houten mechanismen aan lijken te drijven.

Als je bovenstaande beschrijving van Aurora leest, kan dat zich, mijns inziens, absoluut meten met de meest fantastische werelden die in de Fantastiek aan ons voorgeschoteld zijn. Leuk, leuk, leuk!!! Mijn kinderhart is weer gevoed. Het verhaal van Ash en zijn kompanen is er een van een gevecht van het goede tegen het kwade, een zoektocht naar zijn ouders en is gevuld met heel veel vreemde wezens en schepselen, met de beste en slechtste bedoelingen, die in wezen niet veel anders zijn dan mensen. En… het einde is er een die je niet verwacht. Wat wil een mens nog meer. Dus… meer dan aan te bevelen voor je kinderen en waarom ook niet… stiekem natuurlijk ook voor jezelf!!!

Jos Lexmond

Het einde van de dood – Cixin Liu

Einde-vd-dood.jpg

Het einde van de dood – Cixin Liu (SF)
Het drielichamenprobleem 3 (en slot)
Uitgeverij Prometheus, Amsterdam (2021)
744 pagina’s, € 25,00
Oorspronkelijk: 死神永生 – (Chongqing Media & Publishing Co., Ltd. – Nan’an District Chongqing – 2010)
Vertaling: Joel Martinson (naar het Engels)/Eisso Post & Richard Heufkens (naar het Nederlands)
Omslag: Stephan Martiniere

U zult wel bemerkt hebben dat ik al anderhalve week geen recensies geplaatst heb. Dit is zeer lang voor mijn doen. Buiten een aantal oorzaken waar ik verder niet over zal uitweiden, was ik met drie boeken tegelijk aan het lezen. Een verhalenbundel, een klein boekje van Fantastische Vertellingen én ‘Het einde van de dood’, met als resultaat dat het met de laatgenoemde maar niet wilde lukken. Ik las steeds slechts tien tot twintig bladzijden per dag, met als resultaat dat het niet opschoot en dat, omdat ik er niet inkwam door de afleiding van de andere boeken, ik geregeld terug moest bladeren omdat niet weer wist waar het over ging. Ik begon de zin om het te lezen te verliezen, terwijl ik genoten had van de beide eerdere delen. Dus moest er iets gebeuren. Ik zette beide andere boeken even in de koelkast (waarvan dus binnenkort de recensies) en gaf me helemaal over aan ‘Het einde van de dood’. Ik kwam er weer helemaal in en het enthousiasme keerde terug. Normaal gesproken gaat het wel, dat meerdere boeken tegelijk lezen, maar hier dus niet.

Maar… alles kwam dus goed en hier dus mijn bevindingen over het derde deel van ‘Het drielichamenprobleem’ en daarmee de conclusie. En wat voor een conclusie! Ik kan me niet veel andere Tijd en Heelal omvattende verhalen voorstellen dan misschien de Foundation reeks van Isaac Asimov (in ieder geval nadat hij de robottenverhalen en de Foundation trilogie aan elkaar schreef) en misschien ook de Queng Ho reeks van Vernor Vinge. Waarschijnlijk zijn er ook nog andere die vertaald zijn, maar die schieten me op dit moment niet te binnen.

Ik ga niet al te veel over de inhoud van dit laatste deel vertellen. Ik vind vooral dat jullie die maar zelf moeten genieten zonder verdere inbreng van mij, maar het bevat wel heftige gebeurtenissen voor de mensheid, zoals (zonder er verder op in te gaan) de gedwongen herhuisvesting van de gehele aardse bevolking naar Australië, of van de massale vluchtpoging na eenieder na een paniekreactie op een vermeende aanval die een vernietigende inslag op de zon ten gevolge zou hebben. Koude rillingen leverde dat op. Telkenmale wist Liu me te verassen met nieuwe weidse ideeën en ongedachte ontwikkelingen. De strijd van de mensheid om zo’n beetje alles wat er op haar af kwam te overleven… uitsterven was geen optie! Een grote ideeënrijkdom werd hier geëtaleerd en geen mogelijkheid genegeerd of onbenut gelaten. U merkt dat ik enigszins lyrisch aan het worden ben, maar het verhaal leeft! Geen twijfel mogelijk!

Van de fictie van het verhaal uitgaand is het visionaire gehalte wel heel erg hoog. Het geheel is absoluut voorstelbaar, als moet je af en toe wel je eigen voorstellingsvermogen behoorlijk uitbreiden. Is er dan niets over te klagen? Natuurlijk wel. Om nog even op dat oprekken van je voorstellingsvermogen terug te komen… dat had ik toch wel bij de ineenstorting van het driedimensionale zonnestelsel, dat uiteindelijk tweedimensionaal werd. Daar had ik het wel even moeilijk mee. Voor mij bleef de vraag of zoiets überhaupt wel mogelijk zou kunnen zijn. Maar het concept werd prachtig uitgewerkt en wiskundig (?) verklaard en uiteindelijk heb ik het als zodanig wel geaccepteerd.

Dit deel won verschillende prijzen, waaronder de Locus Award voor beste sciencefictionroman in 2017. Het eerste deel ‘Het drielichamenprobleem’ won in 2015 de Hugo Award, de hoogste onderscheiding in het fantastieke gebeuren. De hele trilogie wordt voor Netflix verfilmd door David Benioff en D.B. Weiss, de makers van de hitserie ‘Game of Thrones’. Ik houd mijn hart vast, ik weet niet of dit soort verhalen wel te verfilmen of verserieën is. Het is in ieder geval wel veel lastiger te verfilmen dan de ‘Game of Thrones’. Maar… je weet het maar nooit. Toevallig zag ik gisteravond het eerste deel van de ‘Foundation’ en was ervan onder de indruk, maar… dat was wel alleen nog maar het eerste deel. We gaan het zien.

Hoe dan ook… het werk van Cixin Liu is SF, met HOOFDLETTERS en daar zien wel veel te weinig van in Nederland, dus Prometheus… wat mij betreft mogen jullie op de ingeslagen weg doorgaan en verras ons met nog meer van dit soort schitterende toekomstvisies in de toekomst. Ik zit er al helemaal klaar voor!!!

Jos Lexmond

Is ontsnappen mogelijk? The Nonary Games – HSF (2021/1)

Er wordt mij wel eens gevraagd wat het beste sciencefiction verhaal is wat ik de laatste jaren heb gelezen. Ik vertel dan graag over The Expanse, A Memory Called Empire en Children of Time. Maar het eerlijke antwoord is dat het beste sciencefiction verhaal dat ik de afgelopen tien jaar heb gelezen, of eigenlijk heb gespeeld, de drie computerspellen zijn die samen The Nonary Games vormen. Kenmerkend voor deze spellen is dat het visual novels zijn met een spelelement in de vorm van escape room puzzels.

Het eerste deel in de serie is 999: 9 Hours, 9 Persons, 9 Doors. Het spel is in 2009 in Japan uitgebracht op de Nintendo DS en in 2010 is er een Engelstalige versie gekomen vooral gericht op de Amerikaanse markt. In 2017 is dit spel samen met het tweede deel opnieuw uitgegeven voor onder andere de Playstation 4 en inmiddels zijn ze ook via Steam te spelen op PC. De schrijver van dit spel, en de andere delen, is Kotaro Uchikoshi. In Japan is de markt voor alternatieve vertelvormen zoals visual novels altijd al groter geweest dan in Europa en de VS. Dit komt waarschijnlijk doordat handheld consoles daar ook veel meer door volwassenen gebruikt worden als zij van en naar het werk moeten reizen. En natuurlijk helpt het feit dat manga breed gelezen wordt ook. Uchikoshi onderzoekt in zijn visual novels hoe zijn hoofdpersonen tot keuzes komen en hoe deze keuzes de wereld kunnen beïnvloeden.

In het eerste deel zijn 9, op het eerste gezicht willekeurig gekozen, personen samen op een schip opgesloten dat binnen 9 uur zal zinken. Het doel is simpel, ontsnappen. Het verhaal begint als de hoofdpersoon, Jumpei, wakker wordt in zijn cabine zonder te weten waarom hij daar is en wat er aan de hand is. Hij heeft een horloge om waarop alleen het cijfer “5” zichtbaar is. Nadat de eerste puzzel opgelost is kom je de andere 8 karakters tegen en wordt uitgelegd wat de bedoeling is. Je bent op dit schip terecht gekomen door Zero en je bent onvrijwillig deelnemer aan zijn spel “The Nonary Game”. Een spel dat gaat over leven en dood en over het maken van keuzes. En Zero heeft er voor gezorgd dat je wel mee moet doen, er is namelijk een bom in je maag die ontploft als je dat niet doet. Wat meteen aan het begin ook duidelijk gemaakt wordt doordat een van de karakters zich niet aan de regels houdt en dus opgeblazen wordt. Nee, het is geen spel, of verhaal, voor kinderen.

Vervolgens moet je keuzes maken, je moet kiezen met wie je onderzoek gaat doen op het schip en wie je wel en niet vertrouwd. In het spel moet je ook echt kiezen, en de keuzes die je maakt hebben ook echt gevolgen. Of Jumpei blijft leven, of dat hij het einde niet haalt en hoe gruwelijk zijn einde dan is (waarbij verdrinken niet de ergste optie is). Deze keuzes werken via het model van prisoner dilemma’s en een aantal lijken geen goede uitkomst te hebben, alleen maar een minder slechte. Het mooie is dat nadat je het, meestal dodelijke, resultaat van je keuzes hebt gezien je het verhaal weer op kan pakken op het moment van je keuze en dus een andere optie kan kiezen. Hierdoor krijg je een steeds groter wordende boom met verhaalvertakkingen. Mooi visueel weergegeven zodat je kan zien waar je bent en welke takken je wel en niet al hebt doorlopen. Natuurlijk is er maar een route uit het doolhof en om die te vinden moet je alle takken doorlopen hebben.

En nou is de vraag natuurlijk, waarom is dit sciencefiction? Want als je het voorgaande leest denk je eerder aan horror, waar zeker ook elementen van te vinden zijn. Sterker nog, ondanks het feit dat er in alle drie de delen geen enkel bewegend beeld zit zijn er twee sterfscenes die lang zijn blijven hangen. Iets wat ik bij horrorfilms nooit heb. Het sciencefiction-element komt op het einde van het eerste deel naar voren, maar nog veel sterker in het tweede deel, Zero Escape: Virtue’s last Reward en het laatste deel Zero: Time Dilemma. The Nonary Game blijkt een experiment te zijn om door het maken van keuzes onder extreme druk en stress, wat alleen maar kan ontstaan als de keuzes om leven en dood gaan, het reizen van de geest door de tijd mogelijk te maken. Het doel is om ervoor te zorgen dat op deze manier de jonge geest van de hoofdpersoon in de toekomst uitkomt – dit is de sprong die van deel 1 naar deel 2 gemaakt wordt – om de met informatie volgepropte geest aan het einde van deel 2 terug in de tijd te laten gaan om in deel 3 het einde van de wereld te voorkomen. Duizelt het al? Nou dat is mooi, want beter dan dit is het niet uit te leggen zonder dat je zelf het spel speelt.

Uchikoshi is erg open en eerlijk over de invloeden van andere schrijvers en wetenschappers op zijn verhalen. Hij gelooft dat negentig procent van een nieuw verhaal bestaat uit ideeën en invloeden uit boeken en verhalen die hij heeft gelezen. De overige tien procent is zijn eigen creativiteit waarmee hij alles bij elkaar brengt en er zo een nieuw verhaal ontstaat. Voor The Nonary Games noemt hij Kurt Vonnegut en Isaac Asimov als schrijvers wiens werk het idee hebben helpen vormen. Aan de kant van de wetenschap maakt hij veel gebruik van de theorieën en ideeën van Rupert Sheldrake en Erwin Schrödinger. Hij houdt een website bij, helaas niet in het Engels, waarop hij zijn schrijfproces toelicht en laat zien hoe hij de verschillende inspiratiebronnen bij elkaar brengt en daar een verhaal van maakt.

Blijft natuurlijk de vraag van het begin nog over, waarom vind ik juist het verhaal van deze visual novels zo ontzettend goed als de schrijver zelf al aangeeft dat het misschien niet het meest vernieuwende is wat ooit is geschreven? Het komt vooral door de manier waarop ik meegenomen word de wereld in. Vanaf het eerste moment is het spannend, maar ondertussen zijn de karakters wel volledig gevormd met hun eigen motieven, persoonlijkheid en ethiek. En daarna is er heel veel ruimte om mij als speler, lezer, mee te nemen in een wereld vol moeilijke filosofische, wetenschappelijke en psychologische vraagstukken en ideeën. Het spel, verhaal, neemt ook meer dan voldoende ruimte om de meest “outlandische” ideeën ook echt uit te leggen zonder dat het belerend wordt. Zo neemt het spel je mee in de, soms bizarre, wereld van Rupert Sheldrake door het verschijnsel van morfische velden uit te leggen, maar bijvoorbeeld ook in het onderzoek dat gedaan is naar het gedrag van dieren. Hoe weet een hond of kat bijvoorbeeld wanneer de baas thuiskomt, ook als dit niet op een vaste tijd is. Maar het mooiste is dat het spel ook de kritiek die er op Sheldrakes werk is geleverd meeneemt. Want wetenschappelijk is er van zijn ideeën weinig bewezen. En tot slot gaat het spel op een hele mooie manier om met de vraag “moet het einde van de wereld eigenlijk wel voorkomen worden?”

Ik snap dat visual novels niet voor iedereen toegankelijk zijn, maar als je de kans hebt speel, lees, The Nonary Games dan. Als je maar tijd hebt om er eentje door te spelen, lezen, kies dan voor deel 2.

Dit artikel, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

The Nonary Games

Zero Time Dilemma

Ad Vitam: Ambitieuze Franse SF – HSF (2021/1)

Ik schreef een tijd geleden over Franse SF en het feit dat dat, zoals overigens voor de meeste landen het geval is, een genre apart is. Het ging toen voornamelijk over boeken. Nu wil ik het hebben over Franse SF-series. Er zijn momenteel meerdere goede op Netflix te zien, maar ik wil het hier maar over eentje hebben, omdat deze het meest representatief is in mijn ogen. Als je deze serie goed vindt, vind je de anderen ook goed. Ad Vitam is een in 2018 door Arte geproduceerde miniserie van 6 afleveringen, sinds 2019 op Netflix te zien. Ad Vitam kan beschouwd worden als transhumanistische sciencefiction. Het gaat hoofdzakelijk over de consequenties van eeuwig leven. Ongeveer de huidige westerse samenleving maar dan met “regeneratie”: lichamen zijn houdbaar geworden, ook ernstige ziektes zijn op deze manier uitgebannen, oud word je alleen nog maar in je hoofd. Tenzij je niet compatibel met het proces bent. Hiermee ontstaat er een soort nieuwe klassenstrijd zou je zeggen, wat toch overschaduwd wordt door een ideologische strijd. Of je wel of niet compatibel bent, moet je het wel willen, eeuwig leven?

Het verhaal is in basis een klassiek politieonderzoek: Er worden jongeren dood op een strand aangetroffen. De 119-jarige Darius Asram leidt het onderzoek en roept hierbij de hulp in van de 24-jarige Christa Novak. Darius nadert het einde van zijn derde 33-jarige dienst bij de politie, een limiet voor de roeping. Daarna is ‘omscholing’ verplicht. In Ad Vitam is een persoon minderjarig tot 30 jaar oud, de beginleeftijd voor regeneratie (indien compatibel). Christa woont dan ook in een instelling voor minderjarigen sinds haar betrokkenheid bij een soortgelijke zaak 10 jaar eerder. Samen gaan ze een pro-zelfmoordgroep achteraan om de zaak op te lossen.

De titel verklapt eigenlijk al waar de serie echt over gaat: “Ad Vitam” met de niet benoemde ”Eternam” erachter. Dat is de vraag waar het om draait, de strijd tussen leven en eeuwig leven. Of het nog wel leven is als het eeuwig is, en over waar wanhoop de mens toe beweegt. En, heel Frans, dit alles door te vertellen wat het niet is, soms letterlijk. Darius houdt op een gegeven moment een hele monoloog over waar hij denkt dat Christa vandaan komt om haar hem af te laten kappen met ja dat zeggen alle psychologen ook jullie snappen er niks van. Ad Vitam laat de nefaste gevolgen van tunnelvisie in een onderzoek van welk aard dan ook goed zien. Niemands verhaal is ooit zo simpel als je denkt.

Moraal en ethische kwesties over onder andere procreatie en euthanasie komen aan de orde, maar worden niet opgelost. Ik vind dit persoonlijk niet storend, de echte wereld is immers ook zo. Veel meningen, maar in basis verandert er juist daarom zelden iets: net als in Ad Vitam, uiteindelijk bepaalt de meerderheid altijd. Maar als minderjarigen permanent in de minderheid zijn, verliezen ze hun vermogen om gezien en gehoord te worden. Zo niet een last, zijn ze voor de geregenereerde een onhoudbare herinnering aan een leven waar ze zelf niet meer over beschikken. Ze worden dan ook tegelijkertijd vrijgelaten (geniet ervan), en weggestopt als wachtkamerjeugd (straks hoor je erbij, je bent er bijna). In feite dus een uitvergroting van de eeuwige generatiekloof in onze samenleving.
De begrafenisscene die in de serie voorkomt, zal voor de meeste Nederlanders wat verder van hun eigen ervaring staan dan voor Fransen. In Frankrijk gaat ook heden ten dage een begrafenis namelijk helemaal niet over de dode maar over jezelf, hoe jij verder moet met de sterfelijkheid van de ander, nu een feit, en dat van jou, in de toekomst. Ad Vitam is dan ook geen makkelijk vermaak. Het zet je aan het denken over wat ons als mens definieert en wat er gebeurt als dat wordt afgenomen. Wat is de jeugd zonder de dood? Wat wordt de dood als die niet meer verplicht is? Als de dood in het verleden ligt, wat ligt er dan in de toekomst?

Hoewel veel mensen dit zullen vergelijken met Altered Carbon en Blade Runner qua wereldbouw, is dit een tammere versie van die werelden, nog veel geloofwaardiger dicht bij onze werkelijkheid, wat het alleen maar indrukwekkender maakt en nogmaals bewijst wat veel sciencefictionfans al weten: als je echt iets te vertellen hebt, heb je geen speciale effecten nodig. Wel ondersteunen de bewuste ontwerpkeuzes het thema. De wereld van Ad Vitam hangt esthetisch indrukwekkend samen met het verhaal, met een constante tegenstelling tussen oude gebouwen en hip design, water en licht, levend en dood, eeuwig en oud, nanotech en papier. Alles is doordacht, alles is symbolisch. Onder de vele subtiele en minder subtiele consequenties van de regeneratie samenleving, leidt de zeldzaamheid van sterfgevallen tot het beroep van ‘’rouwer’’, gevormd om mensen te helpen begrijpen dat een geliefde niet terugkomt. Conceptueel sterker dan de uitvoering, maar je kan ook niet alles uitdiepen in 6 keer 55 minuten.

De meeste niet Franse reviewers vinden ongeveer hetzelfde: “vaag”, “probeert diep te klinken maar zegt uiteindelijk niks”, “te veel onafgemaakte verhaallijnen”, “traag”, “doelloos”, “pretentieus”. Ik zou het eerder opvatten als “heel erg Frans”. Hierbij een kleine disclaimer: Ik heb de serie in het Frans gezien met Duitse ondertiteling en het zou heel goed kunnen dat er in de Nederlandse en/of Engelse vertaling veel verloren gaat. Oftewel, zoals voor elk medium geldt, als je de luxe hebt om voor de originele taal te kunnen kiezen, doe dat. Ruimte overlaten voor eigen interpretatie is de norm in Franse media, zeker wanneer het pretendeert een filosofisch onderwerp te behandelen. De conclusies worden je niet aangereikt, alleen antwoorden op de vragen die duidelijk gesteld zijn, maar niet op alles wat niet gezegd is, en dat is veel. ”Hoe denk jij dat het verder gaat?” is dan ook een standaard vraag in literatuur- en media- analyse op de Franse middelbare scholen.

Er wordt in Ad Vitam weinig uitgelegd en meer gesuggereerd dan ooit in zelfs zes seizoenen behandeld kan worden. Waar Amerikaanse series de neiging hebben om vooral actie te zijn, zijn Franse series (in alle genres) meestal het tegenovergestelde, het gaat niet om wat er gebeurt, het gaat om wat het met mensen doet. Je hebt het niet over dingen, je laat ze zien. Zoals in Ad Vitam mooi klinkt : “Seuls les actes parlent”, wat verder gaat dan “actions are louder than words”. Af en toe de ruimte geven om het verhaal te laten bezinken en zelf in te kleuren door “saaie stukken” is voor mij dan ook de kracht van het Franse model wat deze serie laat zien. Er zijn momenten, zeker over filosofische concepten, waarbij het uitleggen inderdaad af doet aan wat je wilt laten zien en voelen. Ik vind het vertellen juist geslaagd door de langdradigheid ervan. Misschien niet hoe je iets het beste aanbeveelt, maar het is hoe dan ook een ervaring die ik iedereen aanraad. Als je tegen heel erg Frans Frankrijk en open eindes kan tenminste.
En als je Ad Vitam uit hebt en meer Franse SF wilt: Osmosis is een iets toegankelijkere serie, maar ook heel Frans. Beide series komen min of meer vanuit tegenovergestelde hoeken naar dezelfde conclusies: maatschappelijk vragen verdwijnen niet door technologische vooruitgang. Tegen gevoelens kan geen wetenschap op. Je kunt jezelf niet vermijden. Alles is eindig.

Dit artikel, door Alice Jouanno, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

Ad Vitam – Netflix

Jump Drive: Speed race for the galaxy – HSF (2021/1)

Er zijn middagen waarop je geen zin hebt in het doornemen en opnemen van pagina na pagina aan nieuwe regels. Er zijn avonden waarop je niet uren aan hetzelfde spel wilt besteden en zeker niet als de opbouw van het spel minstens zoveel tijd in beslag neemt. Af en toe, al kan ik mij daar weinig bij voorstellen, is het tijd voor een in speelduur snel spel en dan bij voorkeur ook nog eens met een beperkte hoeveelheid regels. Wees blij, want zulke spellen bestaan. Jump Drive is zo’n spel.

Jump Drive is de snelle versie van haar oudere zus Race for the Galaxy. Race for the Galaxy, ook zeker een aanrader, bestaat uit een basisspel, een flink aantal uitbreidingen en de nodige regels opgenomen in een bescheiden boekje. Voor nieuwe spelers kan het een uitdaging zijn om alles op te nemen. Gelukkig is Jump Drive dan een goede introductie.

Het spel staat op zichzelf en heeft geen uitbreidingen. Een kaartspel met een snel tempo en een A4 aan regels (weliswaar aan beide kanten bedrukt, maar inclusief een aantal voorbeelden en de colofon). De twee tot maximaal vier spelers bouwen met behulp van de kaarten hun ruimterijk op en proberen als eerste 50 of meer punten te behalen in meestal zes tot zeven ronden. In de ronden voeren de spelers tegelijkertijd verschillende handelingen uit. Het gedekt spelen van de kaarten om deze daarna te onthullen en te spelen. Met elke stap zal het ruimterijk, als het goed gaat, groeien en per ronde voor meer punten zorgen. De kaarten bestaan uit ontwikkelingen of werelden. Ontwikkelingen die je eerdere of volgende kaarten een voordeel op kunnen leveren of een voordeel aan je tegenstanders. De werelden zijn te ontdekken of te veroveren. Kies je strategie en hoop dat je de juiste kaarten krijgt.

De kaarten zijn mooi geïllustreerd, soms wat aan de donkere kant maar dat zal aan het gebrek aan licht in het heelal liggen. De regels zijn duidelijk en na een snelle opbouw kan er worden begonnen aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en de opbouw van je eigen ruimterijk. En als het naar meer smaakt, dan kan je je speellust bevredigen door met Jump Drives oudere zus te gaan spelen. Als onze wereld het weer doet dan speel ik het spel graag een keer met je op een NCSF spellendag of een HSFCon.

Deze recensie, door Jan Johannes Scholte, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

Jump Drive – Rio Grande Games

Fantastische Vertellingen 59

FV59.jpg

Fantastische Vertellingen 59
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep (September 2021)
148 pagina’s; prijs € 7,95 (jaarabonnement (4 nummers + Tjonge) € 29,95)
Samenstelling: Remco Meisner
Omslag: Ingrid Heit/Fred Hemmes
Verkrijgbaar op: https://shop.pr1ma.nl/

Sinds 2013 verschijnt het tijdschrift Fantastische Vertellingen van de gelijknamige stichting, met de regelmaat van de klok, en dan mag je best wel zeggen dat de klok ook geregeld voor loopt, omdat het tijdschrift geregeld eerder op de mat ligt dan de voorspelde datum. Een voorwaar niet geringe prestatie voor iemand, die daarnaast ook nog zijn gewone baan heeft, alsmede de bevlogen uitgever is van de Rare Boekjes reeks, de Snuffelreeks en wat dies meer zij. Uiteraard is hij daarvoor eens (in 2017) verrast met zijn eigen Bemoste Beeld-prijs, maar uiteraard kan hij niet genoeg gehuldigd worden voor zijn nimmer aflatende activiteiten, waarbij de hoop uitgesproken wordt dat hij daar tot in veelvoud van jaren in goede gezondheid, mee door zal gaan. Het mag uiteraard niet onvermeld blijven dat Remco ondersteund wordt door trouwe en welhaast net zo fanatieke medewerkers en vrijwilligers, doch zonder Remco zou er geen Stichting Fantastische vertellingen zijn. Maar… we zijn er nog niet. Het is nu ook nog duidelijk dat de Fantasticon-III op zaterdag 17 september 2021 tussen 10:00 en 17:00 uur plaats gaat vinden in het buurtcentrum Linquenda, Oostmoor 52 in Nieuw Vennep. Vrijwel alle winnaars van de Bemoste Beeld-prijs zullen als eregasten aanwezig zijn. Er zal tijdens de con natuurlijk de Terdoopbestelling van Ganymedes-22 plaatsgrijpen, plus ook weer een verse Bemoste Beeld-prijsuitreiking. En er zijn verscheidene stichtingen, verenigingen, auteurs, kunstenaars en uitgevers die daar hun spullen komen tonen. En er zijn workshops en zogenoemde Koffieklets-bijeenkomsten (een 1:1 gesprek tussen een bezoeker en een eregast) voorzien. Vers van de pers… er is net een website gelanceerd en wel: https://www.fantasticon.nl. En al dit al doet hij er ook nog even, zonder blikken of blozen, bij. Ben je dan onvermoeibaar, of niet?

K’zou haast nog vergeten, na al deze lyriek, dat het doel van dit schrijven het recenseren van Fantastische Vertellingen 59 was. Laren we er maar snel mee beginnen. Wat pagina’s tellende en zo meer, mag je welhaast concluderen dat deze FV 59 een Guido Eekhaut special geworden is. En… dit ook al meer dan terecht. Guido Eekhaut is een nijvere Vlaamse bij, die al jaren behoorlijk aan de weg timmert. Hij schrijft ook niet alleen voor volwassen, maar is doende met een Young Adult SF (dat nogal wat Vanciaanse invloeden heeft) en heeft onlangs (via zijn alter ego Nellie Mandel) een boekcontract bij Hamley Books getekend voor een (of meer?) jeugdboeken. Maar goed wel dwalen weer af. Later meer over Guido Eekhaut.

Het Meyvistisch Meldodrama, waar deze FV 59 mee opent, is voorwaar een verhaal an sich. Zal ik het opnemen in Fandata, of toch maar niet? Meteen al een dilemma.

Alvin Reniers – De respondent
Alvin Reniers publiceerde in de jaren ’90 regelmatig verhalen, maar de laatste vijftien jaar niets meer van het gezien. Hij komt nu terug met een sterke en circulaire horror!

Onder de indruk (Recensies)
Paul van Leeuwenkamp recenseert ‘De Heren XVII’ van Roderick Leeuwenhart. Bij vergelijkt (net als ik) Milan Zhou met Ender. Prima recensie. Daarna komt er, onderbroken door enkele andere recensies, een zestien pagina’s lange recensie door Paul van Leeuwenkamp, waarin hij meerdere verhalen van Guido Eekhaut onder de loep neemt. Voorwaar geen geringe prestatie, van beiden niet. Men mag toch wel constateren dat het pensionado worden van Paul van Leeuwenkamp hier wel debet aan zal zijn. Maar toch! Een in het zonnetje zetten van Guido Eekhaut. Verdiend en zonder weerga. Dan de recensie van FV 58 van ondergetekende. Ik laat het oordeel aan U. De recensie van ‘Reclame en de kunst van het hacken’, het eerste deel van ‘De Superrealiteit’ van Antoni Dol, wordt hier verzorgd door Johan Klein Haneveld en is mi gedegen materiaal, zoals je uiteraard van Johan mag verwachten.

Frank Roger – Stormvloed
Naar mijn idee een van de langste verhalen die Frank ooit schreef. Normaal gesproken is hij de meester van het korte werk. Maar lang of kort… ‘Stormvloed’ is weer origineel en kan zo maar toegevoegd worden als Ziltpunk verhaal. Met een drijvend Amsterdam, maar dan in de lucht.

Het Weivretni door Max Moragie met Guido Eekhaut. Acht pagina’s waarin de schrijver een inkijkje in zijn leven, interesses en meningen geeft. Gelardeerd met een aantal boekomslagen. Interessant!

Gerold H. Kort – Je leeft maar twee keer
FV komt soms verrassend uit de hoek. Hier een debuterend verhaal van de Surinaamse Nederlander Gerold H. Kort, wat directe banden met het Volksverhaal heeft. In dit geval, het Surinaamse Volksverhaal natuurlijk. Sterk met veel (bij)geloof in bovennatuurlijke krachten toegeschreven aan natuurgoden, maar dan die van de irritante, enge en vasthoudende soort. Oma’s brengen als immer uitkomst.

Emanuel Claessens – Ontbijt in het Panopticum
Diep, heel diep heb ik er over nagedacht en kwam tot de conclusie dat ik het een Absurdistische Dystopie wilde noemen. Te gek vervreemdend wat er allemaal tijdens een storm kan gebeuren. O ja, en ook daarna natuurlijk. Mooi dat Kelloggs zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.

Oxana Langbeen – Oxana’s Oxymoron
Een soortement van Lieve Lita met een vraag van ene zekere Elon (uiteraard: Musk) dat zijn intelligente huis het hem moeilijk maakt. Oxana geeft goede tips. Als Elon zich daaraan houdt, zal er met zijn intelligente huis wel te huizen zijn!

Guido Eekhaut – Een toepasselijke apocalyps
Een toepasselijk einde aan deze Eekhaut Special. Zijn verhaal begint als een klimaat fictie, het herontdekte SF Sub-genre. Maar al gauw wordt het meer en erger. Een drama dat je bij de keel grijpt en je dan onmiskenbaar naar het onvermijdelijke voert. Huiveringwekkend!

Peter Erhardt – De papierbak
Een strip van twee pagina’s met monster glasafval- en papierbakken. Leuk gedaan!

Robert Smets – Een filosofische analyse
Roberts Smets mag intussen wel de nestor van de Fantastiek genoemd worden. Hij publiceert nog onregelmatig in FV en in 2018 verscheen nog zijn bundel ‘Apocriefe verhalen’. In deze FV een briljant verhaal over Sigmund Freud, vertelt door de neef van een leerling van hem. Of het nu fantastiek is… dat denk ik te kunnen betwijfelen, maar leuk is het wel.

Paul van Leeuwenkamp – De coronisten van Catan bij de overburen
Duidelijk een Vuijeton! aan het worden. Mag ik het leuk noemen, terwijl het eigenlijk maar een triest verhaal is? Dit deel van het Vuijenton kan ik geen fantastiek noemen, of toch wel? In de vorige uitgave wel fantastiek en dit deel speelt zich in hetzelfde universum af. Zie daar maar eens uit te komen. Alweer een slapeloze nacht!

Verlucht met illustraties ditmaal van: Gert-Jan van den Bemd, Peter Edhardt, Ingrid Heit, Fred Hemmes, Bauke Muntz en Marcel Ozymantra.

Nog een paar pagina’s ‘Over de Gepubliceerden, waarbij de foto van Remco Meisner hilarisch is. Ik moet toegeven dat het een oude foto van hem is, maar ik zie weinig tot geen gelijkenis! Tot Fantastische Vertellingen 60!!! Ik kijk er alweer naar uit!

Jos Lexmond

Jaap Boekestein – De Dodenleefster

Dodenleefster.jpg

Jaap Boekestein – De Dodenleefster (HO)
Uitgeverij Macc, Rijen (2021) Vampieren & Demonen
224 pagina’s; prijs 18,95
Omslag: Maarten de Bruin

Eerst even beginnen met een vraagje. Heeft iemand op de Maccazine facebook pagina van Uitgeverij Macc de collage (compilatie) van alle omslagen van de boeken die deze uitgeverij tot nu toe uitgegeven heeft (althans dat denk ik) al gezien? Nee? Kijk dan even hier: https://www.facebook.com/photo.php?fbid=4497109357000282&set=p.4497109357000282&type=3 . Indrukwekkend nietwaar? Als ik wel geteld heb, dan kom ik tot zestig uitgaven. Dan kan je toch niet zeggen dat Uitgeverij MACC tot de kleine uitgeverijen behoord. Er is ook nog een wedstrijdje aan verbonden. Als je kunt zeggen hoeveel omslagen door Tais Teng gemaakt zijn, dan kan je een gesigneerde eerste druk van de schrijver winnen. Dat moet niet zo heel erg moeilijk zijn. Zijn omslagen herken je tussen duizenden, laat staan zestig. Meedoen allemaal dus!!! Antwoorden ovv Prijsvraag Tais Teng naar info@uitgeverijmacc.nl.

Dit gezegd hebbende gaan we snel over naar de orde van de dag en wel naar ‘De Dodenleefster’ van Jaap Boekestein. De solo boeken van Jaap zijn, als je het Vlaamse Filmpje en de Splinter van Quasis meetelt, nog op twee handen te tellen. Om zijn verhalen tellen, heb je wel wat meer handjes nodig, namelijk bijna achtendertig (voor zover ik het weet). Dit dan wel de verhalen die hij alleen, dan wel samen met anderen in het Nederlands schreef. Ook al behoorlijk indrukwekkend en als ik (en FANDATA) het wel hebben, verschenen zijn verhalen al in 1989 in druk. Hij timmert dus al een behoorlijk tijd aan de weg en tegenwoordig weet hij ook in het Engelstalige taalgebied zijn weg te vinden. Buiten dat, maakt hij ook nog eens verdienstelijke en meer dan fraaie foto’s. Een man die alles kan!

‘De Dodenleefster’, is een gothic roman die zich afspeelt in het spookachtige, 19e-eeuwse New Orleans. Die stad staat natuurlijk bekend om zijn spoken en vampiers. Er zijn speciale nachtelijke tochten door New Orleans waarin je de spookhuizen en vampierverblijven kunt bezoeken en bezichtigen. Het Lafayette Cemetery staat bekend als één van de meest spookachtige in de Verenigde Staten. Anne Rice heeft de begraafplaats gebruikt als decor voor verschillende van haar romans, zoals bijvoorbeeld: ‘Interview with the Vampire’. Het is dus niet zo’n vreemde plek om een dergelijk horror verhaal zich af te laten spelen.

Nathalie Owen wordt geboren in de bliksem. Ze komt tot leven in een graftombe (misschien zelfs wel op het Lafayette Cemetery) in een sarcofaag, omringd door stapels doodkisten in nissen. Ze was Nathalie Owen in haar geest, maar het lichaam dat ze nu bewoonde, was niet het hare, maar André Fantone, haar vroegere minnaar, dacht van wel. Hij bevrijdt haar uit de tombe, neemt haar mee naar huis en samen beleven ze een nacht als geliefden die ze eens, en onverwacht weer waren.

De volgende morgen, André sliep nog, veranderd Nathalie in een lijk, erger dan een lijk. Haar huid smerig en verdorven. Klauwachtige handen een grijnzende schedel bedekt met rottend vlees, geen neus, geen oren en geen lippen. Nathalie is een Dodenleefster geworden. Ze heeft het vermogen om voor één nacht de gedaante en het lichaam van iedere gestorven vrouw aan te nemen. Een nacht om onafgemaakte zaken af te sluiten. Haar André Fantone, de albino dandy, die levend als hij is, al een verdorven bestaan leidt, werpt zich op als haar beschermer en brengt haar gave te gelde.

Een héél ander verhaal dan dat we van Jaap Boekestein gewend zijn. Echt heel wat anders dan bijvoorbeeld de ziltpunk verhalen, die hij samen met Tais Teng schrijft, maar daarom zeker niet minder boeiend. Het heeft een broeierige sfeer. Sensueel en erotische getint natuurlijk, maar ook soms heel erg eng, smerig en op zekere momenten behoorlijk onsmakelijk. Zoals ik al zei: boeiend, en… het smaakt naar meer. Dus Jaap… wat let je? Ik zit er klaar voor!!!

Jos Lexmond