Charles van Wettum – Zwammen (SF)
Muttew (Eigen beheer) (2026)
178 pagina’s; prijs € 22,00
Omslag: Muttew
Verkrijgbaar bij: Charles van Wettum (www.wettum.org)
Je kunt toch wel zeggen dat Charles van Wettum in een paar jaar tijd in het centrum van het SF minnend Nederlandse taalgebied is komen te staan. Met zijn meer dan boeiende korte, langere, lange én originele verhalen, heeft hij in betrekkelijke korte tijd een groot aantal fans, waaronder mijzelve, aan zich gebonden. Hij heeft een zeer gestage productie, die onuitputtelijk lijkt, uit een bron (de sterrenhemel en alles wat daaronder/daarboven/daarin rondtolt en heen en weer stuitert) waarin overduidelijk zijn interesse ligt. Meermalen verrast hij ons met mooie weetjes op facebook, die dan nogal eens de aanzet lijken tot een geheel en al nieuw, én… alweer een origineel verhaal!
Zoals nu ook met Zwammen! Dat zwammen kan je natuurlijk wel op twee manieren opvatten, maar zwammen… dat kan je Charles allerminst van betichten, dus… dan moeten het wel paddenstoelen, dan wel schimmels zijn.
Charles situeert zijn nieuwe roman op Mercurius. Een kleine wereld, dichtst bij onze zon, alwaar je, door de grote temperatuurverschillen, geen leefbaar geheel zou verwachten en waar je dus niet zo gauw een verhaal zou situeren. Wel… Charles wel. Hij creëerde hete en vochtige grottenstelsels diep onder de oppervlakte van Mercurius, die uitermate geschikt zijn om zwammen te kweken die de metalen (de kern van Mercurius bestaat grotendeels uit ijzer en andere (edel)metalen) aan de rotsen onttrekken en zo op een gemakkelijke manier geoogst kunnen worden. In de grotten woont, onder andere, Jaap Goedegebure in een kleine wooncabine, die daar leeft als een kluizenaar. Hij checkt dagelijks en routineus de factoren die zijn leven bepalen. Hijzelf is aangepast en kan daardoor veel hogere temperaturen verdragen dan andere zwamwerkers. Maar hij controleert de temperaturen van het binnenstromend en wegstromend water, luchttemperatuur en vochtigheidsgraad en vooral de metaaldichtheid van de zwammen die hij op de wanden van de grot kweekt. Hij controleert zijn mijnpak en zeker ook de sporenfilters, want de sporen van de zwammen zijn zeer giftig. Alles gaat op de automatische piloot, maar er ontsnapt niets aan zijn aandacht.
Geregeld hoort hij de wijze raad van zijn vader in zijn hoofd en dat geeft zijn leven richting. Ook als een een aanslag op Mercurius gepleegd wordt en hij, Subhoofd, zijn plicht doet en de evacuatie van de zwamwerkers naar boven begeleid en in goede banen probeert te leiden. En ook als dat betekent dat bij telling, de meestal dronken Donald Macstork, vermist is. Hij gaat naar hem op zoek en als hij hem gevonden heeft…
Een prachtig staaltje wereldbouw wordt hier door Charles geëtaleerd. Alles klopt, geen speld tussen te krijgen en er is geen enkele twijfel te bespeuren. Het productieproces van de edele metalen door de paddenstoelen, daar is ook al geen speld tussen te krijgen. Dit schreef ik al toen ik nog maar een kleine twintig pagina’s in Zwammen gevorderd ben. De vraag is of ik wel superlatieven genoeg heb, als ik op pagina 178 ga eindigen met het verhaal. We gaan het zien. Voor nu… ga ik gewoon door met het genieten van de genialiteit!
En… ademloos bij het einde aangekomen, ben ik nog steeds onder de indruk van het verhaal. Spannend, avontuurlijk én verrassend. Zo lust ik er nog wel eentje, Charles!
Jos Lexmond

Blij met deze bespreking! Mijn dank daarvoor…