Woestijnpiraten – Dan Walker

Woestijnpiraten.jpg

Woestijnpiraten – Dan Walker (JFA)
Luchtpiraten 2
Van Holkema & Warendorf, Houten (2018)
283 pagina’s; prijs 16,99
Oorspr.: Desert Thieves (Oxford University Press, Oxford (2017))
Vertaling: Willeke Lempens
Omslag: Marieke Oele/James Fraser

Zoya DeLarose is een kind uit een weeshuis. In het eerste avontuur ‘Luchtpiraten’ beleefde ze al de meest dolle avonturen op vliegende schepen die door het luchtruim scheren langs zwevende eilanden op nachtelijke tochten vol schatten. Wat wil je nog meer als ingrediënten van een spannend verhaal. Niets zou je zeggen. In dit tweede avontuur ‘Woestijnpiraten’ doet de schrijver, Dan Walker, er nog een schepje, of liever: een hele schep bovenop.
Zoya leeft in een wereld die zich waarschijnlijk een paar eeuwen in de toekomst afspeelt. Of misschien is het wel een imaginaire wereld. Dat is niet echt te bepalen en is zoiets heel erg belangrijk? Niet echt natuurlijk. Het is hooguit dat de wereld er misschien wat echter van wordt als het verhaal zich in onze toekomst afspeelt. Maar het is niet heel erg duidelijk en het wordt ook niet echt verklaard. Wat ook niet echt verklaard wordt is hoe luchtschepen als De Waterjuffer in de lucht gehouden worden en hoe ze aangedreven worden. Nu kan dat natuurlijk een resultaat van eeuwen ontwikkelingen zijn, maar het hoe en waarom komt geheel en al niet aan bod. Dat soort dingen storen me wel eens. Natuurlijk gaat het om het verhaal en de actie en natuurlijk moet het spannend en aantrekkelijk zijn, maar ik wil toch altijd wel graag weten hoe een wereld werkt en waarom die zo werkt. Hoe hoeft natuurlijk niet uitgebreid uit de doeken gedaan te worden, maar een beetje uitleg, een paar regels maar is voldoende. Het schaadt niet, zou ik zo zeggen. Maar goed… de schrijver gaat uit van een gegeven: een wereld waarin schepen door een bepaalde, niet nader omschreven, techniek door de wolken zeilen en waarvan de bemanning meestentijds piraten zijn. Niets mis mee natuurlijk, maar toch.
Zoals al gezegd… Zoya DeLarose is een weesmeisje en komt aan boord van De Waterjuffer, het schip van kapitein Carlos Vaspine. Ze maakt al snel deel uit van de bemanning. Maar Zoya heeft een vijand. De gemene luchtpiraat Lendon Kane, die uit is op de medaillon die om Zoya’s nek hing waarmee hij de schat van Zoya’s vader in handen hoopte te krijgen. In ‘Luchtpiraten’ rekende Zoya, samen met haar medebemanningsleden van De Waterjuffer effectief met de snoodaard af.
Maar in dit tweede deel blijkt dat het niet effectief genoeg was. Lendon Kane is terug en de inzet is dit keer een vliegeniersbril. Zoya weet die te bemachtigen, maar ziet zich daarmee weer verzekerd van de aandacht van Lendon Kane en dat niet alleen… de schurk weet De Waterjuffer uit de lucht te schieten, die in een hoog oplaaiende vlammenzee ten onder gaat. Alle opvarenden van De Waterjuffer worden gevangen te genomen, behalve Zoya, Dodsley en Bucker. Het is zaak voor hen om Kapitein Vaspine en zijn bemanning te bevrijden uit de klauwen van Lendon Kane.
Zo begint een nieuw en spannend avontuur, waar ik, ondanks de eerder beschreven bedenkingen, weer meer dan van genoten heb. Ik weet niet of Dan Walker aan een nieuw avontuur van Zoya bezig is, maar als dat zo is… laat maar komen!

Jos Lexmond

De Fandata zoekt hulp

De Fandata is de grootste bibliografische database op het gebied van het Nederlandstalige fantastische woord. Het gaat van de eerste druk van Utopia uit 1630 via de vele uitgaven van Science Fiction & Fantasy uit de jaren 70 en 80 tot aan het nieuwste boek van George R.R. Martin en Stephen King.

Geïnspireerd door FantSFeer uit 1979 begon het als een liefhebberij, het verzamelen van gegevens over Science Fiction & Fantasy boeken en verhalen, van Jos Lexmond en Jan Meeuwesen en al snel verscheen hun reeks van bibliografische uitgaven genaamd SF-Lexicons. Dit resulteerde in 2000 in hun magnum opus Fandata, een werk waar meer dan 25.000 titels in stonden. Dit konden ze niet verwezenlijken zonder een groep van mede liefhebbers, waaronder Georges Gorremans, Henk Ottema en Eddy C. Bertin, rondom zich te hebben verzameld.

In de jaren die hier op volgden hebben ze niet stil gezeten. De Fandata is digitaal gegaan en alle gegevens zijn ingevoerd in een Access database. Verder is het team van actieve medewerkers uitgebreid naar vier mensen sterk. De Fandata is in die jaren enorm gegroeid. Het bevat nu gegevens van meer dan 60.000 titels en bijna 35.000 boeken. Verder verstrekken we de Fandata aan een klein groepje liefhebbers. Maar we zouden het graag zien dat alle gegevens beschikbaar worden voor het grote publiek. We zouden de Fandata graag online brengen, maar omdat we alle vier digibeten zijn wat betreft website bouwen en online databases, zoeken we hierin hulp.

We zijn op zoek naar mensen die ons daarbij kunnen helpen. Zou jij het leuk vinden om onze droom, een online versie van Fandata, te realiseren neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Daarnaast zouden we het invoer- en controleerteam willen uitbreiden. Momenteel wordt er veel uitgegeven op het fantastische gebied in Nederland en België en we merken dat we wel eens een boek of verhaal missen. Als je het leuk vindt om met boeken en gegevens hiervan om te gaan, neem dan ook contact met ons op. Maar ik waarschuw je wel, je kan gegrepen worden door het Fandatavirus.

Als het bovenstaande niets voor je is maar je bent wel benieuwd naar de gegevens in de Fandata: laat het ons dan ook weten. Nadat we zorgen dat de Fandata is geïnstalleerd op je PC, wordt je opgenomen in de verzendlijst en krijg je maandelijks een update van de Fandata opgestuurd.

Met deze oproep hopen we dat de Fandata een online toekomst krijgt. Het zou eeuwig zonde zijn als deze fantastische bibliografie verloren zou gaan.

Het teken in de Lucht – Johan Klein Haneveld

HetTekenInDeLucht.2018.jpg

Het teken in de Lucht – Johan Klein Haneveld (SF)
Godijn Publishing (2018) Boek10, 2018-7
252 pagina’s; prijs 15,95
Omslag: Hen Minkman/Cornell Göksu

Lyrisch. Dat was ik over het vorige Boek 10 project van Johan Klein Haneveld. ‘Conquistador’, was al een bundel om je vingers bij af te likken. De echte harde SF is niet zo heel erg dik gezaaid meer in Nederland en al helemaal niet door een oorspronkelijke Nederlandse schrijver. Johan lest mijn vrijwel onlesbare dorst naar dit soort verhalen. Helaas is dit effect maar tijdelijk en smachten we uiteindelijk naar meer, maar dat geldt natuurlijk voor elk soort verslaving.
De verhalen in ‘Het teken in de Lucht’ doen me dit keer vooral denken aan de verhalen van Kim Stanley Robinson, die op zijn gemak het zonnestelsel aan het verkennen en koloniseren is. We blijven al sinds jaar en dag verstoken van vertalingen van zijn werk. Iets wat bijzonder irritant is, maar dat terzijde. Ook doet het me sterk denken aan het boek ‘Laatste en Eerste Mensen’ van Olaf Stapledon, wat voor mij betreft dé geschiedschrijving van de toekomst van de mensheid is. Toen dat boek in vertaling uitkwam bij Meulenhoff in 1974 als SF 82, was ik daar meteen verliefd op en heb het gelezen en herlezen. Dit schrijvende krijg ik er al weer zin in.
Maar goed terug naar ‘Het teken in de Lucht’. Ik schreef al dat deze bundel me sterk aan Kim Stanley Robinson deed denken. Dat blijft zo. Alleen gaat Kim Stanley Robinson iets rustiger te werk dan Johan. De laatste begin zijn verhalenbundel met ‘Donkere aarde’ dat zich afspeelt in 2035 en zet er meteen de sokken in om negen verhalen later te eindigen met het verhaal ‘De vrouw aan het eind’ dat zich in de oneindigheid afspeelt. Het voorlaatste verhaal speelt zich een dikke duizend jaar later af dan het eerste.
U zult inmiddels wel begrepen hebben dat er zich een rode draad in de bundel genesteld heeft. En dat is ook zo. De rode draad begint in het eerste verhaal dat gaat over een astronaut die het op Mars moet zien te overleven als op aarde de lichten uitgaan. De ene ramp volgt op de andere en het lijkt erop dat de mensheid het niet overleefd heeft, maar dat is het moment dat de Autoriteit ontstaat en die de mensheid door zijn roerige toekomst heenleid en zorgt voor stabiliteit, groei, welvaart en het tijdperk van grote technische ontwikkelingen begint, waardoor reizen in onze zonnestelsel en later interstellaire en zelfs reizen naar andere Melkwegen mogelijk worden.
Wat ik me afvraag is dat of ‘Donkere Aarde’ iets van doen heeft met de reeks ‘Zwijgende Aarde’, een project van Jasper Polane van Quasis waarbij een zestal Nederlandse schrijvers, waaronder uiteraard Johan Klein Haneveld, maar ook Jorrit de Klerk, genoemde Jasper Polane, Mara van Ness en Django Mathijsen & Anaïd Haen, een vijftal romans schrijven die in dezelfde setting spelen. Dat is iets wat ik heel erg spannend vind en naar uit kijk. Maar dat voor nu terzijde.
Weer terug naar ‘Het teken in de Lucht’. Ik blijf maar afdwalen. Goed… negen verhalen steeds verder in de toekomst in deze bundel en de een nog mooier dan de ander. De allermooiste was voor mij ‘De droom’ maar dan direct gevolgd door ‘De vluchteling’ en het titelverhaal ‘Het teken in de Lucht’. Maar… alle anderen zijn zeer zeker niet te versmaden en doen je alweer hunkeren naar meer. En meer… dat komt er. Kijk maar eens op Johan’s blog (http://johankleinhaneveld.blogspot.com/ ) en je weet niet wat je ziet. Als je even onder het kopje ‘Te verschijnen’ kijkt, dan blijkt dat we nog het een en ander tegoed hebben de komende jaren. Wat mij betreft… laat maar komen. Er kan altijd meer dorst gelest worden. Over deze bundel ga ik verder niet uitweiden. Gewoon aanschaffen en genieten.

Jos Lexmond

Apollo – Johan Vandevelde

Apollo.jpg

Apollo – Johan Vandevelde (JFU)
Wolfsangel 1
Van Halewyck, Kalmthout (2017)
381 pagina’s; prijs 19,99
Omslag: Onbekend

Een idee. Daar begint het mee. Een idee, daarna de uitwerking en daarna maar zien wat de wereld er van vindt. In eerste instantie, toen ik het boek begon te lezen, vond ik het idee nogal onwaarschijnlijk. Maar aan de andere kant… is de landing van een buitenaards ruimteschip in je achtertuin ook niet onwaarschijnlijk, of dat in je nek gebeten wordt door een vampier, een zombie op je ingewanden loopt te kauwen. Dus wat is onwaarschijnlijk nou helemaal? Maar een staatsgreep bij onze zuiderburen door een ultrarechtse groep die in no time de touwtjes in handen neemt… toch twijfel bij ondergetekende. Hoe kan zo’n grote operatie geheim blijven in deze tijd waarin de geheime diensten wel overal hun voelhorens hebben zitten. Hoe kan het zijn dat iedereen in zo’n ultrarechtse groep zijn mond houdt. Er moet toch haast wel iemand zijn die zijn mond voorbij praat. Zo stond ik erin toen ik aan ‘Apollo’ begon. Nogal sceptisch dus.
Maar dat was heel erg snel over. Er ontrolde al heel snel een spannend verhaal waarbij de geschiedenis zich herhaalde. Het ontstaan van Nazi Duitsland, maar dan gesitueerd in onze tijd. Een tijd waarin communicatie, sociale netwerken en oppervlakkig gedrag de boventonen lijken te voeren. Om het Nationaal Socialisme in deze tijd te introduceren is toch een briljante vondst. Johan Vandevelde had ook een boek over de Tweede Wereldoorlog kunnen schrijven, maar dat was lang niet zo effectief geweest als een verhaal dat zich in onze tijd afspeelt. Zeker ook in het oog houdende dat de gehele wereld op dit moment een ruk naar rechts aan het maken is. Hongarije, Oostenrijk, Italië, maar ook hebben we zojuist de verkiezing van Jair Bolsonaro gehad in Brazilië gehad. Deze grapjurk treedt op 1 januari 2019 aan als president en net zoals zijn Amerikaanse collega, mafkees Trump die dames ‘by the pussy’ wil laten grijpen, ontkent hij de klimaat verandering en is van plan, buiten corruptie en misdaad hard aan te pakken (door de schuldigen zelf dood te willen schieten), het gehele Amazone gebied te ontbossen en er landbouwgrond van te maken. Een mens als ik houdt zijn hart vast. Waar moet dit heen?
Johan Vandevelde geeft daar het eerste boek van ‘Wolfsangel’ antwoord op en waarschuwt de wereld en dan vooral de Belgische (en hopelijk) ook de Hollandse jeugd voor wat er kan gebeuren.
Het verhaal gaat over Jarne. Hij heeft geen vader, maar twee mama’s. Zijn beste vriend Nathan Kouris heeft Griekse ouders en samen met hun klas op school gaan beiden op sneeuwklas naar Oostenrijk om te skiën. Terwijl ze daar zijn, komt het nieuws van de staatsgreep op de Oostenrijkse televisie. De verboden Partij voor Natie en Orde heeft de macht gegrepen en de Koninklijke familie is naar Frankrijk gevlucht. Frank Devenne is de leider van de PNO, hij is een oud-generaal die nog heel erg veel invloed in het leger had en datzelfde leger kon mobiliseren voor zijn zaak. De sneeuwklas wil niets liever dan meteen naar België terugkeren en de volgende dag zetten ze koers naar huis. De Belgische grenzen zijn dicht en hun spullen worden minutieus onderzocht. De Belgische vlag is veranderd. De gele balk in het midden toont nu een wit omrande zwarte cirkel met in het witte gedeelte een Wolfsangel. Een Wolfsangel is een runensymbool dat in de Tweede Wereldoorlog als symbool gebruikt werd door de NSDAP en ook door de Nederlandse tak van de SS.
Teruggekomen merken Jarne en Nathan dat de teugels steeds strakker aangehaald worden. Andersdenkenden en raddraaiers verdwijnen in kampen en ook de beide mama’s van Jarne en de Griekse ouders van Nathan worden uiteindelijk het slachtoffer van het regime.
Jarne en Nathan sluiten zich aan bij het verzet.
Zoals gezegd… een bijzonder spannend verhaal wat zeker vervolgen behoeft en hopelijk door heel erg veel jeugd gelezen gaat worden. Ik heb wat getwijfeld of ik het in de Young Adult of Oudere Jeugd zou toevoegen. Maar gezien Jarne en Nathan beiden veertien zijn, zou ik toch zeggen: Oudere Jeugd. Maar absoluut voor beide partijen niet te versmaden. Volgende deel graag!

Jos Lexmond

Zilvergaren – Naomi Novik

Zilvergaren.jpg

Zilvergaren – Naomi Novik (FA)
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2018)
493 pagina’s; prijs 22,50
Oorspr.: Spinning Silver – (Del Rey – 2018)
Vertaling: Gerda Wolfswinkel
Omslag: David G. Stevenson/DPS/Nicolas Delort

Sprookjes. Wie is er niet mee opgegroeid? Ik denk iedereen wel. Ik kan me niet voorstellen dat er iemand is die nog nooit van: ‘Klein Duimpje’, ‘De kleine zeemeermin’, ‘Belle en het beest’, of ‘De standvastige tinnen soldaat’ heeft gehoord. Of in ieder geval van een van hen of de duizenden andere sprookjes die de wereld bevolken. Sterker nog… ik denk zelfs dat alle fantastische (letterlijk en figuurlijk) verhalenschrijvers van nu en vroeger wel op de een of andere manier geïnspireerd zijn door sprookjes die ze voorgelezen zijn toen ze nog klein waren. Of anders door de vele sagen, legenden en spookverhalen die om vuren aan elkaar verteld werden en op hun beurt weer de bron werden van de sprookjesschrijvers. Fantasy is er altijd al geweest en zal er altijd zijn.
Toch hebben we, die (en dat heb ik al eens eerder verteld) bezig zijn met het samenstellen van Fandata en derhalve verhalen verzamelen om in onze database op te nemen, jaren lang vermeden om sprookjes op te nemen. We waren bang dat we gek zouden worden, van alle verschillende versies van sprookjes die er de ronde doen. En inderdaad… we worden er gek van. Maar een aantal jaren geleden hebben we besloten dat we eraan gingen beginnen. Een fantastische database zonder de fantastische sprookjes (dus die met heksen, tovenaars, kabouters, sprekende vissen en dies meer zei) zou een onmogelijkheid zijn. Je zou nooit compleet kunnen zijn zonder de sprookjes, sagen, legenden, spookverhalen, kortom alles war fantastisch is. Nu beseffen we terdege dat compleetheid in alle fantastische verhalen een utopie lijkt te zijn, maar laten ons daardoor niet ontmoedigen.
Hoe dan ook… ‘Zilvergaren’ is een hervertelling van ‘Repelsteeltje. Een sprookje dat ook werd opgetekend door de Gebroeders Grimm, maar waarvan de vroegste versie wordt toegeschreven aan: Marie-Jeanne L’Héritier de Villandon. Er zijn ontzettend veel verschillende versies van en Naomi Novik heeft haar versie, voor volwassenen, hieraan toegevoegd. Nu moet ik eerlijk zeggen dat als het niet op de omslag vermeld was, ik waarschijnlijk nooit zelf verzonnen zou hebben dat het een versie van ‘Repelsteeltje’ was, alhoewel ik de analogie achteraf natuurlijk wel zie.
Naomi Novik kennen we van haar Temeraire boeken waarvan er inmiddels al een negental verschenen zijn in het Engels en waarvan er uiteindelijk zes (plus een novelle) in het Nederlands zijn verschenen. En uiteraard van ‘Ontworteld’, een boek die me steeds ontgaan is en hoog op mijn (ontzettend lange) verlanglijstje staat. Temeraire heeft me nooit heel erg kunnen boeien, dus dat heb ik na een paar delen gelaten voor wat ze waren.
Maar laten we ons op ‘Zilvergaren’ concentreren. Pracht boek (ook qua uitvoering) met een prachtverhaal wat ik aan ieder kan aanbevelen. Het is zeker geen gemakkelijk verhaal want het veranderd steeds van perspectief waarbij een andere persoon het verhaal verder vertelt en waarbij een aantal vertellers nogal op elkaar lijken en er niet, of nauwelijks, verteld wordt WIE het verhaal op dat moment verteld. Je moet het zelf maar uitzoeken. Natuurlijk is dat ook het mooiste, maar het betekent wel dat je bij de les moet blijven en je aandacht geen moment mag laten verslappen. In eerste instantie vond ik dat vervelend en ik heb geregeld terug moeten bladeren om te kijken wie ik voor me had, maar naar gelang ik vorderde, ging het me gemakkelijker af. Als je er een beetje effort in steekt, wordt het toch ook meer de moeite waard.
De eerste zin alleen al is bijzonder te noemen en gaat als volgt: Het ware verhaal is bij lange na niet zo fraai als wat je hebt horen vertellen. En het is niet de laatste mooie zin. Er volgen er nog vele in dit verhaal over Miryem, waarvan het verhaal gaat dat ze zilver in goud kan veranderen. Het duurt dan ook niet lang of ze trekt de aandacht van de koning van de Staryk, een wreed elfenvolk dat aan de andere kant van de winter woont. Ze krijgt van hem een taak die nauwelijks te volbrengen valt. En zo begint het sprookje.
Mooi, mooi, mooi! En nu dan eindelijk op zoek naar ‘Ontworteld’. Ik heb er zin an gekregen.

Jos Lexmond

Quarantaine – Interview met Erik Betten

Erik Betten, schrijver van Quarantaine:

“Ik heb bewust geprobeerd niet te veel van mezelf in één specifiek karakter te leggen”

Fotograaf: Ineke Oostveen

Eerder dit jaar verscheen ‘Quarantaine’, de eerste roman van Erik Betten, bij Luitingh-Sijthoff. Naar aanleiding van zijn korte verhaal ‘Na de vloed’ waarmee hij de Harland Awards NCSF-premie won, hadden we in 2016 al een interview bij hem afgenomen (hier te lezen) maar het was nu natuurlijk weer tijd om hem vragen te stellen over zijn succesvolle debuutroman.

Quarantaine is het spannende debuut van Erik Betten. Een actuele thriller over een dodelijke bacterie – en een overheid die ondenkbare maatregelen neemt. Groningen, oktober. Een oeroude bacterie vindt via een gaswinningspunt haar weg naar de oppervlakte. In luttele dagen zwermen de halfdode, besmette slachtoffers wezenloos uit over Noord-Nederland. Bang voor verdere verspreiding besluit de overheid de provincies af te sluiten. Het Gronings-Friese Kamerlid Homme Olivier, die zich jarenlang heeft ingezet voor de lokale bevolking en haar problemen met de gaswinning, wordt naar voren geschoven als woordvoerder. Aan hem de taak om de kalmte te bewaren terwijl er naar een oplossing wordt gezocht. Maar als de overheid vervolgens het leger inzet om de vluchtelingen uit het gebied tegen te houden, lijkt Homme juist als zondebok te worden gebruikt. Als hij kort daarna een berichtje ontvangt dat zijn vrouw in het gebied blijft om te helpen, besluit Homme zijn taken in Den Haag achter te laten om haar te gaan zoeken. Met gevaar voor eigen leven trotseert hij het door de bacterie geteisterde noorden, op zoek naar iets wat misschien niet meer te redden valt…

Heb je persoonlijke ervaring met het leger?

“Nee, geen enkele. Wel heb ik wat militairen in mijn kennissenkring en eentje heeft het verhaal vooraf doorgelezen en tips gegeven. Daar was ik erg blij mee. Hij kon zich gelukkig best wat voorstellen bij de moeilijke keuzes die de militairen in mijn boek moeten maken.”

Waar komt je inspiratie vandaan?

“De inspiratie voor Quarantaine kwam uit een merkwaardig nieuwsbericht uit de VS over mensen bij een meer die bang waren voor de bacteriën die daar door fracking in terechtkwamen. De link met Groningen was zo gelegd en alles wat er verder in het boek gebeurt, raakt aan maatschappelijke kwesties die me bezighouden. Zo gaat het meestal, trouwens. Hoe bizar het verhaal ook wordt, het is bij mij uiteindelijk toch altijd een reflectie op onze huidige samenleving.”

Welk karakter ligt het dichtst bij jezelf en welke vond je juist moeilijk om overtuigend te schrijven?

“Ik heb bewust geprobeerd niet te veel van mezelf in één specifiek karakter te leggen. Ik deel natuurlijk wel veel met de hoofdpersoon Homme Olivier. Dat is ook een blanke man van in de veertig uit Noord-Nederland. En we zijn allebei nog met een verpleegkundige getrouwd ook. Maar er zijn ook karaktertrekken van Homme waarvan ik hoop dat ze bij mij niet zo sterk aanwezig zijn. Ik denk dat Homme me juist daarom ook het meeste moeite heeft gekost. Ik wilde er geen ijdele, opportunistische politicus van maken, maar ook geen held die in elke situatie zou doen wat ik persoonlijk de beste keuze zou vinden.”

In welke delen van de wereldbouw (politiek, medisch, media, militair, dorps) heb je je moeten verdiepen voor dit verhaal en welke komen rechtstreeks uit persoonlijke ervaring?

“Bij het meeste kon ik gelukkig putten uit eigen ervaring of waarneming. Dat leek me, zeker bij een debuut, ook het verstandigste. Write what you know. Ik ben jaren politiek verslaggever geweest dus dat hielp me wel bij het politieke deel. En veel van wat er in Hilversum gebeurt is een uitvergroting van wat ik in mijn jaren bij de NOS heb meegemaakt. Voor het specifiek bacteriologische deel heb ik me wel laten bijpraten en rondleiden door een microbioloog in het UMCG in Groningen. Als noorderling hoefde ik voor het uitzoeken van het decor van de actie in Friesland en Groningen verder niet heel veel extra moeite te doen.”

Sluit Quarantaine aan bij jouw verwachting van hoe Nederland zou omgaan met een crisis of zijn er elementen die je in je werk bewust genegeerd hebt?

“Het blijft een roman, dus het bedenken van een zo aantrekkelijk mogelijk plot heeft voorop gestaan. Maar ik denk dat een plot pas echt pakkend wordt als je erin kunt geloven, dus het heeft toch ook iets van een gedachte-experiment voor zo’n extreme situatie. Ik hoop wel dat we als gemeenschap tot een betere respons zouden kunnen komen dan ik heb beschreven in het boek. Maar ik durf daar niet op te rekenen.”

Ben je tevreden over je einde?

“Ik hoop maar dat je doelt op het slot van de roman en ja, volgens mij komen daar de verschillende verhaallijnen wel op een prettige, logische en toch verrassende manier samen.”

Was je schrijfproces voor dit boek anders dan voor je korte verhalen?

“Absoluut. Een kort verhaal heeft weliswaar een structuur, maar je kunt het je veroorloven om een eerste versie zonder plan te schrijven en het resultaat als een soort grondstof voor je uiteindelijke verhaal te gebruiken. Als je dat bij een roman doet, ben je wel erg met je krachten aan het smijten. Dus voordat ik de eerste versie van Quarantaine schreef, had ik een planning op hoofdstukniveau uitgewerkt. Daar ben ik wel wat van afgeweken als het verhaal erom vroeg, maar ik denk dat tachtig tot negentig procent van het boek nog te herkennen is in die eerste planning.”

Over welke hoofdstuk ben je het meest tevreden?

“Dat is lastig om te zeggen. Sommige hoofdstukken zijn me bijgebleven omdat ze relatief makkelijk tot stand kwamen, compleet met passende beeldspraak en dialogen. Daar zijn passages bij die ik met enige verwondering kan teruglezen, bijna alsof ze door een ander zijn geschreven. Bijvoorbeeld het hoofdstuk waarin de journaliste Karin Werkman met de nieuwe premier botst. Maar er zijn ook hoofdstukken die ik zo intensief heb geredigeerd, net zolang tot ik ze goed vond, dat ik daar juist een soort ambachtelijke tevredenheid bij voel. De actiescenes in het eerste deel van het boek horen daarbij.”

Je gebruikt voor de ‘zombies’ de omschrijving dodelingen, smoorders en mantelmensen. De eerste is duidelijk en de laatste uitgelegd. Hoe kom je bij smoorders?

“Typerend voor deze besmette gevallen is dat ze nog onbesmette mensen in een soort omarming vastklemmen, tot ze niet meer kunnen ademen. Vandaar.”

Wat heb je met blauwe overalls?

“Haha, geen idee. Ik ben me er niet van bewust dat ik zoveel blauwe overalls in mijn boek heb opgevoerd, maar blijkbaar zijn dat er meer dan gemiddeld.”

Wat vind je van het actuele Nederlandstalige aanbod aan fantastische boeken?

“Voor een echte liefhebber is er nooit genoeg, natuurlijk. Ik zou het geweldig vinden als er in Nederland of Vlaanderen een N.K. Jemisin opstaat om het genre op te schudden. Engelstalige schrijvers lees ik zelf in het Engels, maar ik krijg wel mee dat het hier steeds lastiger wordt om vertalingen van echt grote auteurs op een commerciële basis uit te blijven geven. Dat is een negatieve ontwikkeling, want je leert ook schrijven door veel te lezen. En daar heb je de beste voorbeelden bij nodig.”

Zien we de karakters in een volgend verhaal terug? Waar ben je momenteel mee bezig?

“De roman waar ik nu aan werk, is een thriller die zich afspeelt in het parallelle Nederland dat ook in Quarantaine voorkomt, maar dan iets eerder in de tijd. De hoofdpersonen zijn nieuw, maar ik sluit een cameo van bepaalde figuren uit Quarantaine niet uit.”

We kijken er naar uit!

Alice Jouanno, met medewerking van Luitingh-Sijthoff.

Grounded SF online magazine 2.3.74 weer verschenen

Het online magazine 2.3.74 van Uitgeverij Lebowski verscheen eerder dit jaar voor het eerst. Inmiddels is er een tweede nummer vol ‘grounded SF’ verschenen, met Engelstalige verhalen van Willem Bosch, Gina Hay, Hanna Bervoets, Joost Devriesere en Joost Vandecasteele. Veel leesplezier!

Edison. Het mysterie van de muizenschat – Torben Kuhlman

Edsion.jpg

Edison. Het mysterie van de muizenschat – Torben Kuhlman (JFA)
(Edison – Das Rätsel des verschollenen Mauseschatzes (Nordsüd Verlag AG, Zürich – 2018))
De Vier Windstreken , Rijswijk (2018)
93 pagina’s; prijs 19,95
Vertaling: Joukje Akveld
Illustraties: Torben Kuhlman

Eigenlijk durf ik best toe te geven dat ik dol ben op ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Ik hoef ook niet echt bang te zijn dat ik me daarmee belachelijk maak, want er zijn wekelijks zo’n anderhalf miljoen Nederlanders met mij die ervan genieten. Het programma is al sinds 1984 op de buis en heeft daarmee dus best wel bestaansrecht opgebouwd.
Wat trekt me aan in kunst? Ha… dat weet ik eigenlijk zelf niet. Schilderkunst vind ik mooi, maar dan moet ik wel kunnen zien wat het voorstelt. Op het gevaar af dat ik heel kunstminnend Nederland (en België) voor de schenen schop, wil ik wel verklaren dat ik het niet zo op de ‘zogenaamde’ kunst heb die mijn achterkleinkind ook zou kunnen produceren als een zootje klodders verf op een vel papier, of wat krassen waar je met de beste wil van de wereld niets in kunt ontdekken. Soms kan ik de kleurencombinatie nog wel mooi of aantrekkelijk vinden, maar de aandacht is dan snel weer over en kijk ik toch weer graag naar de schilderijen uit de Gouden Eeuw met die spectaculaire wolken en minutieus geschilderde landschappen.
Ik kan dus wel zeggen dat ik visueel ingesteld ben. Vroeger had ik een zolderkamer met van die schuine wanden die afgezet waren met platen waar je heel erg gemakkelijk posters met punaises kon prikken en dus hing die kamer vol met posters uit een Engelstalig posterblad (waarvan ik de naam ben vergeten). Posters van Chris Foss van alien ruimteschepen, buitenaardse landschappen, barbaarse schonen en helden van Frank Frazetta en ga zo maar door. Daar kon je van zien wat ze voorstelden. Niet bestaand meestal, of in ieder geval ongezien, maar adembenemend mooi.
Waar wil ik naar toe met dit verhaal? Ha… ik ben zelf ook bijna de draad kwijt.
Wel… natuurlijk naar een toch ietwat ondergewaardeerd onderdeel van de jeugd literatuur: het prentenboek. Daarvan heb ik er al heel wat heel erg mooie voorbij zien komen met prachtillustraties die niet zouden misstaan in kunstprogramma’s. Een tijdje terug struikelde ik (niet letterlijk) dus over ‘Edison. Het mysterie van de muizenschat’ en ik werd meteen verliefd op de waanzinnig mooie platen en het leuke verhaal. Natuurlijk hebben we al muizenverhalen te over. Je hoeft maar te denken aan de muizenverhalen van Geronimo Stilton en je hebt al een hele grote en succesvolle te pakken. Fantasia, Reis door de Tijd en Duifje Duistermuis zijn zomaar een paar reeks titels die een ieder waarschijnlijk wel kent. Maar als je ‘Muizen in de literatuur’ bij Google intikt krijg je duizend-en-één verwijzingen naar muizen verhalen.
Torben Kulmann heeft ook een muizenverhaal bedacht, of liever… dit is al zijn derde, die hij koppelt met gebeurtenissen uit de geschiedenis van de mensen waar hij muizen moeiteloos inpast. Zijn eerste verhaal ging over Charles Lindbergh en het tweede over Neil Armstrong waarbij muizen een heel belangrijke rol laat spelen. In ‘Edison’ suggereert hij zelfs… . Ha nee, dat ga ik dus niet vertellen. Dat moeten jullie zelf maar lezen. Want de aankomst is mooi, maar de reis er naartoe is wonderschoon. Het boek staat vol met prachtige platen. Om er maar een te noemen is de eerste dubbele pagina die je ziet. Het is een tekening, nou ja tekening, een schilderij van een ouderwetse boekenwinkel met boeken uitgestald als: Jules Verne – Journey to the Center of the Earth, H.G, Wells – War of the Worlds (denk ik), Moby Dick en Treasure Island. Je krijgt zo zin om je daar een weekend in terug te trekken. Uiteraard zitten er volop muisjes (zelfs een paar met een rugzak) in de winkel. Zoveel details en het gaat maar door. Plaat na plaat. Je vergeet soms om adem te halen, zo mooi. Je hebt de neiging de tekst over te slaan en maar door te bladeren.
Kopen en genieten, zou ik zeggen. Ik ga intussen op zoek naar de twee eerdere boeken. Die moet en zal ik hebben.

Jos Lexmond

Jack Vance – De vijf gouden banden

De vijf gouden banden.jpg

Jack Vance – De vijf gouden banden (SF) – 130 p.
(The Five Golden Bands – Startling Stories, Vol. 22:2 November (1950))
Spatterlight, Amstelveen (2018) € 14,00
Het Verzameld Werk van Jack Vance 3
Vertaling: Ivain Rodriguez de León
Omslag Ontwerp & Illustratie: Howard Kistler
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Toen Durdane onlangs in drie delen (De Anome, De Roguskhoi en De Asutra) bij Spatterlight verscheen, moest ik die aan me voorbij laten gaan. Ik had Durdane ook graag willen recenseren, maar zoals ik eerder heb verteld gaan Durdane, Tschai, De Duivelsprinsen, Nachtlamp en nog wat titels geregeld met me mee op vakantie en geniet ik er ieder keer opnieuw van. Ik denk dat ik Durdane inmiddels een keer of zes door mijn ogen heb gehaald en de laatste keer was nog niet heel erg lang geleden. Bovendien lagen er nogal wat andere boeken ter recensie te wachten, dus met spijt in mijn hart liet ik ze aan mij voorbij gaan.
Met ‘De vijf gouden banden’ lag het anders. Die had ik nog maar een keer gelezen en wel toen die bij Meulenhoff samen met ‘De huizen van Izm’ in 1976 als dubbelroman SF 104 verscheen. Ik kan het niet laten om even bij de dubbelromans van Meulenhoff (en uiteraard de gehele M=SF reeks) stil te staan. Wat is het jammer dat die verdwenen is. Toen het stopte liet het een gat achter dat nooit meer gevuld is. Maar dat terzijde.
Het is dus dik veertig jaar geleden dat ik ‘De vijf gouden banden’ las en eerlijk gezegd wist ik niet echt meer waar het over ging. Dat geldt voor een behoorlijk aantal van de andere oudere boeken van Jack Vance. Ook zijn korte verhalen heb ik meestal maar een keer gelezen. Er komt dus nog heel wat dat ik graag nog eens wil lezen en recenseren en ik kijk heel erg uit naar een hernieuwde kennismaking met ‘De zeventien maagden’ en vooral ‘Freitske’s beurt’. Ik kan me de verassing nog levendig voor de geest halen toen ik besefte waar het over ging. Na een aanvankelijke verblufte stilte, heb ik daarna tranen met tuiten gehuild van het lachen. Maar dat is op de zaken vooruitlopen. Dus ook dat terzijde.
Samuel Langtry ontdekte bij toeval de interstellaire ruimte-aandrijving. Zijn Zonen trokken het heelal in om hun eigen imperia te stichten op nieuwe werelden: Shaul, Badau, Loristan, Koto en Alpheratz A.. Ze bewaken angstvallig het geheim van de ruimtestuwer en houden de Aarde in een wurggreep. Ze wijzen slechts mondjesmaat stuwers aan derden toe. De aarde is een achtergebleven gebied geworden en we zijn inmiddels twintig generaties na Samuel Langtry. Paddy Blackthorn van Skibbereen in County Cork, Ierland is een schurk, maar een typische Vance schurk. Een schelm is misschien meer de juiste term. Wat van Vance’s schelmen van toepassing is, is ook van toepassing op Paddy. Je sluit hem meteen in je hart. Paddy wil koste wat kost het geheim van de ruimtestuwer aan de gemuteerde Zonen van Langtry ontfutselen, maar als hij de zwaar bewaakte bunker van de Zonen is binnengedrongen wordt hij door een stomme streek gesnapt en ter dood veroordeeld. Hij weet te ontsnappen en begint, samen met Faye (een agent van de Aarde) aan de jacht op het geheim van de Stuwer.
‘De vijf gouden banden’ is een vroege Vance. Dat kan niet ontkend worden en ondanks dat het er al inzit, is Vance nog niet zo gehaaid als toen hij bijvoorbeeld Tschai schreef. Zijn humor is nog niet zo ontwikkeld zodat je wat minder hard om Paddy moet gniffelen dan dat je normaal gesproken om zijn andere schelmen doet. Ook maakt hij zich er in dit boek soms wel wat gemakkelijk van af. Zoals Faye en Paddy het eerste geheim van de stuwer op de kop tikken… dat is wel heel erg simpel. Om maar niet van de laatste te spreken. Iets moeilijker en het verhaal was ook weer iets langer geworden.
Maar goed… dat neemt niet weg dat ik me toch wel weer vermaakt heb met dit werk en ik kan het een ieder aanraden die een lekker rechttoe rechtaan Space Opera-avontuur kan waarderen. Het volgende boek in Het Verzameld Werk van Jack Vance wordt ‘De Slaven van de Klau’. Daar geldt hetzelfde voor als voor ‘De vijf gouden banden’: ook maar een keertje gelezen. Ik hou me derhalve alweer aanbevolen.

Jos Lexmond