Junior Monsterboek 7

Junior Monsterboek 7.jpg

Junior Monsterboek 7 (JHO)
Uitgeverij Kramat BVBA, Westerlo, Junior Kramat
271 pagina’s; prijs 14,95
Omslag: Bart Mertens
Illustraties: Bart Mertens

Dit is alweer de zevende editie van het ‘Junior Monsterboek’ van Kramat en voor mij een jaarlijks terugkerend feest waar ik al veel plezier aan heb beleefd. De zes voorgangers heb ik allemaal via de bibliotheek tot mij genomen, maar ik vond het tijd er eens een recensie aan te wijden en tot mijn verrassing en blijdschap kreeg ik een exemplaar toegestuurd. Je kunt niet meteen alles uit je handen laten vallen als zo’n boek binnenkomt. Je hebt verplichtingen tegenover eerder binnengekomen boeken. Die moeten natuurlijk eerst. Aan de ene kant was het een gelukkige (hoewel…) omstandigheid dat ik een aantal weken door ziekte was uitgeschakeld was, waardoor ik wel kon lezen, maar niet in staat was om recensies te schrijven. Dat stapelde enorm op natuurlijk en momenteel ben ik dus bezig de achterstand in te halen. Ik was er twaalf achter met schrijven en nu, na dit Junior Monsterboek, zijn het er nog vijf. Er begint dus een beetje schot in te komen.

Terug dus naar het boek. Deze zevende editie is de Halloween-editie en het is regel bij deze jaarlijkse bundel dat er een verhalenwedstrijd aan vasthangt waarbij jongeren van tussen de tien en zeventien jaar gruwelverhalen in mogen zenden. De winnaar wordt in het eerstvolgende Monsterboek geplaatst. Dit jaar is de wedstrijd gewonnen door de twaalfjarige Hanne Goorickx met ‘Verbond met de duivel’. Dat is nogal een prestatie, want vorig jaar was ze ook al de winnaar. Dat wordt dus een hele grote denk ik en waarschijnlijk kunnen we nog veel meer van haar verwachten. Verder zijn er verhalen van gerenommeerde griezelcoryfeeën als: Ronald Verheyen, Rob Baetens, Karel Smolders, Johan Deseyn, Nico de Braeckeleer, Bart Mertens, Marina Defauw, Tamara Geraeds, Tim Bergs & Kris van der Sande en niet te vergeten: Marie Uiterwijk. Nico de Braeckeleer schreef samen met zijn dochters Liese (14) en Lina (12) het verhaal ‘De Halloweenclown’. Het moet voor een vader geweldig aanvoelen dat de dochters in zijn voetsporen treden en misschien komen we later nog eens soloverhalen van beiden tegen. We zullen het zien.

Verder ga ik niet veel, of liever gezegd: niet heel erg veel vertellen over de verhalen. Het lijkt me veel leuker als jullie dat zelf doen en ik niet de lol ga verpesten door van alles te verklappen. Wat ik wel ga doen is een kleine cryptische omschrijving van elk verhaal geven. Dat maakt het misschien nog aantrekkelijker om deze bundel aan te schaffen en te verslinden. Johan Verheyen… nooit, maar dan ook nooit! Rob Baeten… is al voor de zevende keer in het Junior Monsterboek. Geen introductie nodig natuurlijk. Karel Smolders. Ook al voor de zevende keer. Maar… een rechtstreekse app naar de hel… Hoe ontkom je daaraan? Johan Deseyn… volwassen gruwel in een jongerenjasje. Familie de Braeckeleer… ouija, o ja gevaarlijk! Bart Mertens… gruwelijke tekeningen, gruwelijke Krimpkop. Marina Defauw… als je van rook bent… verwaai je dan ook? Tamara Geraeds…je vader is een gluiperd? Tom Bergs & Kris van der Sande… gulzigheid… niet alleen slecht voor je tanden. Marie Uiterwijk… als je naar een pompoen vernoemd bent! Hanne Goorickx… zijn dromen bedrog?

Met deze zevende bundel heb ik me weer prima vermaakt. Wat mij betreft mag Junior Monsterboek 8 weer doorkomen, maar ik vrees dat we er nog vele slapeloze nachten naar zullen moeten smachten.

Jos Lexmond

Lux. Het geheimzinnige licht – Jesse Stael

Lux.jpg

Lux. Het geheimzinnige licht – Jesse Stael (JSF)
Veltman Uitgevers, Utrecht (2019)
207 pagina’s; prijs 15,00
Omslag: Fenatic, Oostwold/Shutterstock

Dit verhaal heeft een behoorlijke groot E.T.-gehalte. Deze eerste zin teruglezend besef ik ineens dat voor het publiek waar dit boek bestemd voor is, namelijk twaalfjarigen, E.T. helemaal geen bekende zal zijn. De film van Steven Spielberg en het boek naar de film van Kotzwinkle stammen al weer uit 1982. Als je nu twaalf jaar oud bent, dan ben je geboren in 2007 en was het bij je geboorte al vijfentwintig jaar geleden dat de film een wereldwijde hit was. Een complete generatie zit er dus tussen de liefhebbers van toen en de twaalfjarigen van nu. Ik ga er wel van uit dat er een aantal tussen zitten die de film wel gezien zullen hebben, maar het gros waarschijnlijk niet en dat voelt waarschijnlijk toch als een gemis. Niet voor de kinderen natuurlijk, maar voor mij voelt dat wel zo aan. Misschien… als jouw twaalfjarige dit een heel leuk boek vindt, is het een goed idee eens op zoek te gaan naar de film. Als je nog in het bezit bent van een DVD-speler, dan is er vast wel ergens in een kringloop een exemplaar op de kop te tikken voor een prikkie en anders is ie waarschijnlijk best wel bij een Netflix of vergelijkbaar te vinden.

Waar gaat het verhaal over? Wel… op een hete zomeravond in 2003 ziet de 12-jarige Ben Sickafoose een geheimzinnig licht uit de hemel komen. Dat zal zijn en het leven van zijn vriendin Lindsay voor altijd veranderen. Het helder wit-felle licht over Solsbury Hill en de velden van boer Ortiz, waar de grote witte windmolens stonden, bereikte Blue Ridge Forest om vervolgens achter de toppen van de naaldbomen te verdwijnen. Wat was het? Een UFO, een meteoor, een vuurbal? Het kan allemaal.

Lindsay woont in het laatste huis van dezelfde straat als Ben. Een paar jaar geleden kreeg haar vader een baan aangeboden en verhuisden Lindsay en haar familie van de oostkust naar Bens kleine dorpje. Ben en Lindsay werden meteen vrienden. Maar alles veranderde toen de vader van Lindsay zijn baan verloor en aan het drinken sloeg. Haar moeder sappelde met drie baantjes om de kost te verdienen voor het gezin en kwam om het leven toen ze na een werkdag van achttien uur overstak zonder uit te kijken en door een grote vrachtauto werd aangereden. Ze was op slag dood. Lindsay en Ben gaan samen op onderzoek uit en stuiten op een wezentje dat over onvermoede krachten beschikt. Het is het begin van allerlei avonturen met, zoals ik al eerder meldde, een zeer hoog E.T.-gehalte. Leuk verhaal dat zeer vlot wegleest, niet in de laatste plaats door de vrij grote regelafstand. Het vrij lieve verhaal krijgt op een gegeven moment toch nog wel een scherp randje, waarbij kindermishandeling (en misschien ook nog wel erger) om de hoek komt kijken. Dat geeft het verhaal meer diepgang, wat ik niet verwachtte. Dat maakt het ook wel een aanrader.

Jesse Stael werd geboren in 1988 in Zutphen en verhuisde op elfjarige leeftijd naar Italië. De hete zomers aan het Lago Maggiore inspireerden hem tot het schrijven van Lux. In de Zutphense Koerier zegt Jesse: “Ik ben nu zelf vader van een prachtige zoon en ik ben me maar al te goed gaan realiseren dat de wereld van kinderen en tieners niet zo veilig is als we onszelf soms doen geloven. Er is een hele andere wereld waar wij als volwassenen niks of weinig vanaf weten. Soms is die wereld beangstigend en intimiderend en heb je elkaar hard nodig om je er doorheen te slaan.”
Dit gegeven komt heel erg mooi terug in het verhaal van Ben en Lindsay.

Jos Lexmond

Jack Vance – Spelevaren op Grote Planeet

Spelevaren.jpg

Jack Vance – Spelevaren op Grote Planeet (SF) – 198p.
(Showboat World – Space Stories, Pyramid Books, New York (1975))
Spatterlight, Amstelveen (2019) € 14,71
Het Verzameld Werk van Jack Vance 5
Vertaling: Pon Ruiter (herzien)
Omslag: Howard Kistler/Marcel Laverdet
Kaart: Christopher Wood
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Mijn lijst met ‘Nog te lezen’ boeken is mijlenlang en bestaat voor een groot gedeelte uit Engelstalige titels, waarvan mijn hoop dat ze ooit nog eens vertaald gaan worden, tot nul gereduceerd is. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de boeken van Jack McDevitt, Alaistair Reynolds, Peter F. Hamilton en ga zo maar door. Ik hoor u al zeggen: nou… dan lees je ze gewoon toch in het Engels. Ha… ja, als het zo simpel was. Sommige schrijvers zijn redelijk makkelijk te lezen in het Engels zoals Orson Scott Card en Allan Steele (Coyote), maar ik ben meermalen jammerlijk gestrand bij Alastair Reynolds. Dat komt doordat, ik geef het ruiterlijk toe, ik te beroerd (lees lui) was om bepaalde begrippen op te zoeken en dan vastliep omdat ik op een gegeven moment geen flauw idee meer had waar het over ging. Ik heb dik veertig jaar bij een Amerikaans bedrijf als systeembeheerder gewerkt waar de voertaal Engels was. Handleidingen en communicatie waren allemaal in het Engels, dus ik kan me aardig redden. Maar technisch Engels is toch heel wat anders dan het lezen van Engelse romans. Het lezen ging ook maar op de helft van de snelheid dan in het Nederlands, dus heb ik me uiteindelijk maar neergelegd bij het feit dat ik er waarschijnlijk nooit genoeg geduld voor op zou kunnen brengen. Dat brengt ons dan op de lijst ‘Nog eens te lezen’ boeken. Deze bestaat uiteraard uit enkel en alleen Nederlandstalige titels en overtreft in lengte die van ‘Nog te lezen’. Wat staat daar allemaal op: alles van Asimov, Aldiss, Vinge, Eric Frank Russell, Simak, Sheckley, Harrison en ga zo ook maar nog even door. Die heb ik allemaal in de kast staan, maar daar komt het nu niet van. Recenseren houdt me meer dan bezig en zodoende kom je dus nergens anders meer aan toe.

Ik mag me dus gelukkig prijzen dat Spatterlight alles van Jack Vance (die dus ook op mijn ‘Nog eens te lezen’ lijstje staan) opnieuw aan het uitgeven is, zodat ik ze via de recensieboeken weer tot mij kan nemen.
Zo ook ‘Spelevaren op Grote Planeet’. Ik las dat voor het eerst in de uitgave van Scala uit 1976 en heb het daarna nog verschillende malen verslonden, waarna het daarna zeker een jaar of dertig uit het zicht raakte. Tot nu toe. En weer raakte ik in vervoering. Ik wist nog hoe het afliep, althans hoe de wedstrijd in Mornune verliep en afliep, wat al een giller was. Maar de reis ernaartoe, met de streken van Appolon Zamp en de poets en wederpoets van Garth Ashgale, waarbij ze elkaar de wind uit de zeilen namen, letterlijk en figuurlijk, waren meesterlijk en leiden onverandert weer tot een steelse grinnik en gesis van verbazing mijnerzijds. Openlijk waren beide heren beleefd tegen elkaar, dronken samen het een en ander en keuvelden wat, maar uit elkaars zicht probeerden ze elkaar het leven zuur te maken en het optreden met hun circusboten te beletten of in ieder geval te verstoren. En daar gingen ze ver in… heel erg ver.
Langs de oevers van de rivier de Vissel, waarlangs de circusboten heen en weer varen, wonen zoveel verschillende volken in evenveel verschillende dorpen en stadjes. Het lijkt haast te veel. In de rivierindex staan hun eigenaardigheden beschreven en aan de hand daarvan maakte Apollon Zamp de afweging aan te leggen, of niet, en paste hun voorstelling daarop aan. Hij is onderweg naar voornoemd Mornune op uitnodiging van koning Waldemar voor deelname aan het Grote Festival. Het wordt een lange en enerverende reis.

Jack Vance heeft met ‘Spelevaren op Grote Planeet’ een boek geschreven dat bol staat van de amusante gebeurtenissen. Jammer dat hij maar twee boeken gesitueerd heeft op Grote Planeet. Ik weet niet of er nog korte verhalen zijn die op Grote Planeet gesitueerd zijn, maar ik denk het niet. Het was in ieder geval een uitstekende plek om zijn ongebreidelde fantasie op te kunnen botvieren. ‘Spelevaren op Grote Planeet’, doen!!! Het is Genieten. Inderdaad… met een grote G.

Jos Lexmond

De Spooktoren – Kier Graff

Spooktoren.jpg

De Spooktoren – Kier Graff (JSP)
Van Holkema & Warendorf, Houten (2018)
255 pagina’s; prijs 14,99
Oorspr.: The Phantom Tower (G.P. Putnam’s Sons (2018))
Vertaling: Esther Ottens
Omslag: Caren Limpens

Als ik in de toekomst van verschijnland reis, zie ik duizenden titels voorbijkomen. Hoe onderscheid je dan de fantastische lectuur van de andere fictie? Dat is niet altijd even gemakkelijk. Meestal staat er wel een korte omschrijving waar je dan soms wel iets mee kan, maar soms ook weer helemaal niets. Dan ben je verplicht verder te zoeken en kom je nogal eens in het buitenland terecht. Een van mijn vaste sites die ik dan bezoek voor meer informatie is www.fantasticfiction.com. Hier is heel erg veel info te vinden over Engelstalige auteurs en boeken. Aangezien die soms wel heel erg ver vooruit zijn ten opzichte van ons qua uitgeven, vind ik daar nogal wat informatie dat me helpt in het besluiten of iets fantastisch is of niet.

In het geval van ‘De spooktoren’ was dat helemaal niet nodig. Samen met de korte omschrijving had ik al heel snel besloten dat dit boek fantastisch was en had het een vreemde aantrekkingskracht op me. Het komt een heel enkele keer voor dat een boek niet is wat je ervan verwachtte, maar daar was hier geen sprake van. Het verhaal pakte me vanaf bladzijde een.
Waar gaat het over? Malachy en Colm zijn tweelingbroers van twaalf jaar oud en verhuizen van Dallas naar Chicago om ter gaan wonen in Woontoren Brunhilde, een statig gebouw uit 1930. Hun vader is twee jaar eerder gestorven en hun moeder besloot om te verhuizen zonder met de broers te overleggen. Het was gewoon een mededeling op een dag. Ze had ander werk gevonden in Chicago en half augustus zouden ze vertrekken. Colm praat nog steeds met zijn vader, weliswaar in zijn hoofd waarbij hij zelf de antwoorden verzint op de vragen die hij stelt. Hij is bang te vergeten hoe zijn stem klonk. Met een auto volgeladen met spullen en tweelingbroers die elkaars armen bont en blauw stompen tijdens de reis, komen ze uiteindelijk tegen de avond aan bij hun nieuwe thuis. De lift in het gebouw van zeventien verdiepingen heeft geen knopje dertien. Er is dus geen dertiende verdieping. Maar direct na een rit met de lift beseft Colm dat hij een knopje dertien gezien heeft, maar als hij terugrent en de lift opnieuw oproept is knopje dertien weer weg. Een bejaarde buurvrouw (prinses Veronica Margareta van Syldavië) waarschuwt de tweeling dat je tussen de middag maar beter niet in gebouw kan rondlopen, zonder te zeggen waarom. Als op een dag knopje dertien in de lift weer verschijnt, nemen de jongens de kans te baat en drukken op het knopje voor de dertiende verdieping. Daar aangekomen lijkt het halletje precies op het halletje van etage veertien, waar zij wonen, maar ergens is het anders, het voelt ook anders. De vogels op de ingelijste tekeningen aan de muur lijken telkens anders te zitten ook al zien ze ze niet bewegen. Mal en Colm maken dat ze wegkomen, maar het kwaad is geschied. Nieuwsgierigheid valt niet te bedwingen. De toren van de dertiende verdieping lijkt een andere toren te zijn die vastgeroest zit in de tijd. Het zit vol met vroegere bewoners, dood, levend, of iets daartussen in.
Ik heb me prima vermaakt met dit verhaal en, hoewel het een afgerond verhaal is, hoop ik, tegen beter weten in, nog steeds dat er ooit een vervolg op komt. Net nog even gekeken op Fantastic Fiction, maar nee… geen sprake van. Maar… je weet het tenslotte maar nooit. Absoluut een leuke en spannende aanrader voor twaalf- tot veertienjarigen, maar stiekem ook nog wel heel erg leuk voor een zestiger.

Jos Lexmond

Online magazine 2.3.74 nummer 3

Het online magazine 2.3.74 van Uitgeverij Lebowski verscheen vorig jaar voor het eerst. Inmiddels is er een derde nummer vol ‘grounded SF’ verschenen, met Engelstalige verhalen van Joost Devriesere, Roderick Leeuwenhart, Simone Atangana Bekono, Bertram Koeleman en Rob van Essen.

Weer te lezen op https://www.magazine2374.com/.

De Zwijgende Aarde

Revolte.jpg

Revolte – Jorrit de Klerk (SF)
De Zwijgende Aarde, deel 1
Quasis Uitgevers (2019)
183 pagina’s; prijs 15,00
Omslag: Loek Weijts
ISBN 978-94-92099-39-6

Voor informatie over toekomstige uitgaven hoef ik niet altijd naar de toekomst te reizen. Soms haal je het ook gewoon op Facebook. Zo las ik daar ook voor het eerst over ‘De Zwijgende Aarde’. Het was al maanden geleden, wanneer precies weet ik niet meer. Maar ik was meteen dolenthousiast. Zoiets zie je niet vaak. Niet in het Engelse taalgebied en al helemaal niet in het Nederlandse. Natuurlijk hebben we al een tijdje het Ziltpunk Universum van Jaap en Tais, waar steeds meer mensen in schrijven, maar dit is toch weer heel wat anders. De meeste voorbeelden van mensen die in een gemeenschappelijk universum schrijven, vind je meer als een postuum eerbetoon. Zo herinner ik me ‘De Stervende Aarde’, waarin meer dan bekende internationale schrijvers een verhaal schreven in het universum van de ‘Stervende Aarde’ van Jack Vance. ‘Songs of the Dying Earth’ heette het, waarin tweeëntwintig auteurs als George R.R. Martin, Robert Silverberg, Dan Simmons, Tanith Lee en ga zo maar door een eerbetoon brachten aan Jack Vance. Geen kleine jongens en meisjes dus.

Maar genoeg hierover. Laten we ons concentreren op ‘De Zwijgende Aarde’. Jorrit de Klerk mocht het spits afbijten met: ‘Revolte’. Het is zijn debuut als romanschrijver. Ik heb Fandata er maar eens op nageslagen, waarin acht verhalen achter zijn naam opgetekend staan, waarvan de eerste (Urbem a machina) in 2014 verscheen. Het is de vraag of Fandata compleet is wat zijn verhalen betreft. Er komen nogal wat bundels uit tegenwoordig waar wij wat later (soms veel later) pas de hand op kunnen leggen en die dan pas opgenomen worden. Dus je weet maar nooit.

Terug maar weer naar: ‘Revolte’. Het verhaal speelt zich af rond het jaar 2300. Schat ik in ieder geval. De Ichor, het vrijschip van Freddy, een Mitsubishi-Sauber IX , is gebouwd in 2265. En dat is het enige jaartal dat genoemd wordt in dit boek. De VAHA (Vrije Algemene Handelsorganisatie Aarde), wat duidelijk zijn wortels in de VOC heeft, maakt onder andere het verhaal heerlijk Nederlands. Bravo, mag ik wel zeggen. Je hoeft nooit je wortels te ontkennen. Net als de VOC in haar tijd maakt de VAHA zich ook schuldig aan louche praktijken en zelfs een vorm van slavernij mag je ze wel toekennen in hun praktijken in de asteroïdengordel. Raik Minnema, Fries van geboorte en opgeleid aan Universiteit van Brabant met een specialisatie in de logistiek aan Nijenrode, staat op het punt toe te treden tot het management team van de Vesta kolonie in de asteroïdengordel. Eigenlijk was het niet de bedoeling, maar tijdens een avondje stappen, voordat hij zijn werk om 06.00 uur zal beginnen, gaat hij zich nogal te buiten aan drank en wordt hij de volgende dag geconfronteerd met een gigantische kater. Maar ook met het probleem van een opstand van achtergestelde en onderdrukte mijnwerkers en andere arbeiders. Uiteindelijk lijkt hij de enige te zijn van het management die nog in leven is en begint zijn moeilijke taak om alles bij elkaar en draaiende te houden.
Verder ga ik niet in op het verhaal. Ik weet zeker dat jullie dit allemaal zelf willen lezen en genieten en dan niet gehinderd willen worden door voorkennis.
Mijn hoge verwachtingen hebben in ieder geval niet geleid tot teleurstelling. Het lijkt erop dat het verhaal met een gemak verteld wordt, maar als je dan het dankwoord van Jorrit achterin leest, lijkt het er toch op dat het proces bloed, zweet en tranen gekost heeft. Het resultaat is een prima, spannend en onderhoudend verhaal met een fijne en onvoorspelbare bitch als een van de hoofdpersonen, waar we waarschijnlijk nog veel plezier aan gaan beleven.
Jammer dat het nu wachten is tot mei. Dan verschijnt Roest van Jasper Polane. In juli Titanium van Mara van Ness, in september Tweeleed van Django Mathijssen & Anaïd Haen, en tot slot in november IJsbrekers van Johan Klein Haneveld. Het wordt waarschijnlijk veel wachten en smachten en bij tijd en wijle genieten dit jaar.

Jos Lexmond

De kleuren van magie – Victoria E. Schwab

De kleuren van magie.jpg

De kleuren van magie – Victoria E. Schwab (FA)
Schemering Trilogie 1
Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam (2019)
413 pagina’s, € 15,99
Oorspr.: A Darker Shade of Magic (2015)
Vertaling: Inge Pieters
Omslag: Julia Lloyd, Titan/Baqup – Dreamtime/ Funny Little Fish

Op mijn reizen naar de toekomst kom ik geregeld boeken en titels tegen die mijn interesse wekken. Dat kan door een aantrekkelijke omslag-illustratie, of wat bijbehorende kreten die mijn nieuwsgierigheid prikkelen, of natuurlijk als een volgend deel in een serie die ik met veel belangstelling volg.
Nou moet ik ‘reizen naar de toekomst’ natuurlijk wel van wat uitleg voorzien, maar eigenlijk is het simpel. Ik ga natuurlijk niet echt naar de toekomst. Joh? Het zal geen verrassing zijn dat ik me niet fysiek maanden in de toekomst verplaats, of kan verplaatsen. Als ik dat kon zat ik waarschijnlijk geen stukjes over boeken te tikken, maar zou ik schatrijk zijn door allerlei dingen, zoals de lotto juist voorspellen. Helaas is dat dus niet zo. Nee… maandelijks stel ik een lijstje samen met wat er die afgelopen maand verschenen is op het fantastische gebied en speur ik allerlei sites af en pas ik daarmee mijn lijst: ‘Te Verwachten’ aan. In die lijst staat alles wat ik maar heb kunnen ontdekken aan nieuw te verschijnen materiaal. Als je interesse hebt in deze lijstjes… kijk dan eens op de site van het NCSF, waar ze maandelijks gepubliceerd worden.

‘De kleuren van magie’ trok mijn aandacht door de kreet: “V.E. Schwab is een meester in het oproepen van nieuwe werelden en doet denken aan J.K. Rowling en J.R.R. Tolkien De Schemering-trilogie werd door The Guardian en Waterstones uitgeroepen tot een van de beste fantasyboeken van het jaar”.
Nou… dat wilde ik natuurlijk wel eens zien. De aanvraag gedaan en het boek kwam snel (zeer snel) bezorgd. Op dat moment was ik zo goed als door mijn recensieboeken heen (ik moest de recensies alleen nog schrijven en met die inhaalslag ben ik nog steeds bezig), dus kon ik er vrijwel meteen aan beginnen.
Het viel niet tegen. Sterker nog: het viel heel erg mee, maar de vergelijking met Tolkien, dan wel met Rowling, vond ik toch wel iets te ver gaan. Misschien dat ik daar later nog op terugkom als ik meer van Victoria Schwab gelezen heb.
Het verhaal was origineel te noemen, werd met verve verteld en hield me bij tijd en wijle op het puntje van mijn stoel. Dat deden Tolkien en Rowling ook, daar niet van, maar ik denk dat Tolkien en Rowling ook niet met zichzelf vergeleken werden na hun allereerste boek.

Waar gaat het over. Kell is een van de twee laatste Bloedmagiërs die tussen de vier verschillende versies van Londen kunnen reizen. Er is een Grijs Londen, vies en bijna zonder magie, een Rood Londen, waar magie welig tiert en waar de Maresh dynastie heerst over een welvarend rijk. Een Wit Londen waar gevochten wordt om de controle over de magie en de magie daarbij terugvecht en er is ook nog een Zwart Londen, waar de magie verdwenen is. Elk Londen is heel verschillend van de andere. Alleen de naam is hetzelfde. Zelfs de Thames stroomt niet door elk Londen, maar in een van de Londens heet de rivier bijvoorbeeld de Isle. Lila is een zakkenroller uit Grijs Londen. Samen met Kell vormt ze uiteindelijk een onoverwinnelijk duo tegen het kwaad en de andere Bloedmagiër: Holland en een magische steen die voor boosaardige doeleinden gebruikt wordt en zelfs een overweldiger blijkt te worden voor Kell.

Ik heb me prima vermaakt met ‘De kleur van magie’ en ik kijk alvast uit naar het volgende deel van de Schemertrilogie, al was het alleen maar om te zien of de kwaliteit zo hoog blijft en de vergelijking met de beide grootmeesters van de Fantasy waar blijkt te zijn. De film- en televisierechten zijn in ieder geval al verkocht.

Jos Lexmond

Marcus Sedgwick – Het griezelwoud

Griezelwoud.jpg

Marcus Sedgwick – Het griezelwoud (JFA) – 200p.
Elfmeisje en Raafjongen 1
(Elf Girl and Raven Boy – Fright Forest– Orion Children’s Books, Londen – 2012)
Uitgeverij Condor, Amsterdam (2018) € 14,99
Vertaling: Esther Ottens
Omslag: Studio Blikgoed/Pete Williamson

Het mag duidelijk zijn dat ik een jonge geest in een oud lichaam ben, want ik ben nog steeds dol op jeugdliteratuur en lectuur en zeker als ze humoristisch, spannend, een beetje ondeugend en origineel zijn. ‘Het griezelwoud’, het eerste deel van ‘Elfmeisje en Raafjongen’ voldoet aan alle bovenvermeldde criteria, maar er komen ook geruststellende en bekende figuren in voor zoals heksen, ogers, trollen en andere duistere wezens. Na enig naspeuren kwam ik erachter dat Marcus Sedgwick een zestal delen in deze reeks geschreven heeft en als ze dus allen uitgegeven gaan worden in het Nederlands, dan hebben we nog wat tegoed. Overigens is het laatste deel al in 2015 in het Engels verschenen dus er is niets dat in de weg staat om deze reeks snel en vertaald te laten verschijnen. Van mij mag het.
Raafjongen heeft kort en puntig zwart haar, een geweldig zicht in de nacht en kan praten met dieren. Op het moment dat het verhaal begint heet hij nog niet Raaf, maar hoe dan wel wordt nog even geheim gehouden, maar ik vermoed dat dat later nog eens bekend gemaakt zal worden. Elfmeisje is lichtvoetig, een snelle denker en heeft puntoren, ze is dus helemaal een elf. Raafjongen ligt lekker te slapen in de allerhoogste boom die hij kon vinden, als de boom scheef begint te zakken. Hij bezig is om te vallen. Raaf klemt zich met alle macht vast aan de tak waarop hij ligt, maar moet dan los laten en blijft uiteindelijk aan een tak net boven de grond hangen. Dan hoort bij een stem die vraagt wie hij is en waarom hij zo dom aan en tak hangt en… waarom hij haar huisje geplet heeft. Doordat de jongen, die binnenkort Raaf zal heten, heel goed kan zien in het donker, kan hij dus zien wie er tegen hem praat. Dan begint het gesteggel over hun naam. Raaf wil zijn echte naam niet zeggen omdat hij zelf vindt dat hij een rare naam heeft waarvoor hij zich schaamt en ten tweede omdat zijn vingers van de tak gleden. Elfmeisje geeft uiteindelijk alleen de eerste letter van haar naam: E, waarna Raaf er Elf van maakt en dat blijft het in dit deel. Dan moeten ze maken dat ze wegkomen, want er valt een nieuwe boom om en later blijken er nog veel meer bomen omgevallen te zijn. Al heel snel zien ze wie de boosdoener is: een Oger, die heel het bos kapot aan het maken is. Om erachter te komen waarom, gaan Raaf en Elf op zoek naar de Heks Die Alles Weet.
Elfmeisje en Raafjongen zijn twee tegenpolen die heel wat af kibbelen, maar elkaar ook wonderbaarlijk goed aanvullen en samen de meest vreemde avonturen beleven. Zo worden ze haast ingrediënten voor de soep die drie mannen, die later trollen blijken te zijn, hen aanbieden. Ze krijgen hulp van een rat om te ontsnappen en worden achterna gezeten door een roedel hongerige wolven.
Ik voelde me helemaal kind met de kinderen en heb me prima vermaakt met dit eerste deel. Af en toe kon ik het grinniken niet laten. Het is alleen jammer dat er niet een echt einde aan zat en dat het verhaal dus gewoon doorgaat in het tweede deel. Zoals gezegd: hopen we dan maar dat het gaat verschijnen. Tot nu toe heb ik daar nog geen aankondiging van gezien. We wachten maar af.

Jos Lexmond

Een zeer opmerkelijk verschijnsel – Hank Green

9200000095274364.jpg

Een zeer opmerkelijk verschijnsel – Hank Green (SF)
HarperCollins Holland, Amsterdam (2018)
378 pagina’s; prijs 19,99
Oorspr.: An Absolutely Remarkeble Thing – (Dutton, New York – 2018)
Vertaling: Karin de Haas
Omslag: Kaitlin Kali

‘Een zeer opmerkelijk verschijnsel’ is wel een zeer opmerkelijk boek te noemen. Tijdens het lezen werd ik steeds heen en weer geslingerd tussen: Is het nu SF of is het nu geen SF. De ene keer dacht ik zeker te weten van wel en een volgend moment zou ik het haast weggelegd hebben, omdat ik nu eenmaal geen niet fantastische boeken lees. Waarom eigenlijk? Ik zie die vraag nu rijzen. Wel… de reden is simpel. Er zijn meer dan genoeg fantastische verhalen te genieten, dus waarom zou ik iets anders willen. Bovendien… mocht de bron aan (interessant) nieuws eens opdrogen, iets wat zeer onwaarschijnlijk is, dan zijn er nog hele wagonladingen om nog eens te herlezen. Ik verveel me dit leven niet meer, zoveel is wel zeker.
Goed… terug naar dit boek. Zoals u al begrepen zal hebben, heb ik me er twijfelend doorheen gelezen en dan niet omdat het niet boeiend was, maar dus om voorvernoemde redenen. Soms wordt het een mens niet gemakkelijk gemaakt. Maar goed… dat hoeft ook niet. Beter dit dan een soortement van dertien in een dozijn verhaal en dat is dit zeker niet. Uiteindelijk heb ik toch maar besloten dat het echt SF was.
Waar gaat het over? De hoofdpersoon uit het verhaal: April May sleept haar vermoeide lijf om kwart voor drie s’nachts, na een zestienurige werkdag, over 23rd street in Manhattan, New York, als ze tegen een drie meter hoge Transformer, met een enorme borstplaat en gekleed in een wapenrusting van een samoerai, die een anderhalve meter boven haar hoofd uitsteekt, aanloopt. Hij staat midden op de stoep, vol energie en kracht en zag eruit alsof hij elk moment om kon draaien en zijn blik op haar kon richten. Maar in plaats daarvan staat hij daar gewoon, zwijgend en haast minachtend. In het licht van de straatlantaarns lijkt het metaal een lappendeken van dof gitzwart en weerspiegelend zilver. April belt een paar vrienden van de kunstacademie en gezamenlijk maken ze een filmpje van Carl, zoals April het beeld genoemd heeft, en zet het op YouTube. Uitgeput gaat ze naar huis en naar bed en de volgende dag blijkt haar filmpje viral gegaan te zijn en zijn er in minstens zestig andere steden, waaronder Beijing en Buenos Aires ook ‘Carls’ verschenen. Als eerste ontdekker van een Carl wordt April wereldberoemd en staat vanaf dan constant in de belangstelling. Terwijl de druk van de media steeds groter wordt, probeert April uit te zoeken wat de Carls zijn, waar ze vandaan komen en wat het doel van hen is.
Zoals gezegd… boeide het verhaal me heel erg en, het klinkt als een dooddoener, ik kon het haast niet wegleggen. Ik ga er verder ook niet heel erg veel meer over vertellen dan dat hoe het verhaal eindigde, je zou verwachten dat er een vervolg zou komen. Niet dat het verhaal niet verteld en klaar was, maar de verwachting werd wel gewekt. Tot nu toe is er geen enkele aanwijzing dat er een tweede deel zal verschijnen. Als dat zo is… dan zullen we er mee moeten leren leven, maar misschien veranderd het nog. Ik hou het in de gaten.
Het verhaal is een beetje vreemd en is niet te vergelijken met andere vcrhalen, maar hé, dat is het leuke ervan, niet? Toch maar proberen, je krijgt er geen spijt van.

Jos Lexmond