Robert E. Howard – Conan. Het uur van de draak

Uur van de draak.jpg

Robert E. Howard – Conan. Het uur van de draak (HF) – 227p.
Spatterlight, Amstelveen (2019) € 15.70
Oorspronkelijke titel: The Hour of the Dragon (Weird Tales, Vols. 26:6 tot 27:4, december 1935 tot april 1936)
Vertaling: Pon Ruiter (herzien door Pon Ruiter)
Omslagontwerp: Howard Kistler
Omslagillustratie: Dogan Oztel
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Het staat buiten kijf dat ik gek ben op oude dingen. Deze opmerking moet ik natuurlijk wel nuanceren. Ik ben gek op oude dingen en op oude boeken en tijdschriften in het bijzonder. Met als aanvulling: ze moeten natuurlijk wel een fantastische inslag hebben die boeken en tijdschriften. Wel… zo ben ik wel een beetje compleet, denk ik.
Toen ik laatst in de plaatselijke kringloopwinkel de complete reeks (4 delen) van ‘Tijs Wijs. De Torenwachter’ een beeldverhaal (krantenstrip) van Herman Looman en Willy Smit (uitgave van De Telegraaf uit 1940/1941) sprong mijn hart op, maar bleef ik uiterlijk onbewogen. Voor uitgaven van bijna tachtig jaar oud en gedrukt op broos en vergankelijk krantenpapier, zagen ze er nog puik uit. Uiterlijk onbewogen moet je wel blijven, want als ze weten dat je er blij van wordt… dan is de volgende leuk koop zomaar meteen een stuk duurder. Even later vond ik enkele jaargangen van Fix en Fox. Dat was een tijdschrift uit eind jaren vijftig, begin jaren zestig, dat wel een beetje van Donald Duck weg had. Het maakte destijds deel uit van een weekbladenpakket waar mijn vader en ik mee langs de deur gingen, om de wat karige opbrengst van de schoenmakerij te spekken. Al tientallen jaren niet meer gezien. De arme dingen waren geperforeerd en waren in roestige, stoffige en scheefgetrokken ringbanden opgeborgen. Maar ze staan vol met leuke verhaaltjes en dienen aldus weer als bron voor nieuwe opnamen in Fandata. Men blijft bezig.

Waar ik ook blij van word, is van oude wijn in nieuwe zakken. Ofwel van Conan, waarvan onlangs een bloemlezing (zie mijn eerdere recensie) en een complete roman opnieuw het licht zagen. De complete roman: ‘Het uur van de draak’ ligt nu voor me. Het verscheen eerder als: ‘Conan de Barbaar. Het uur van de draak’ in 1982 bij Gradivus. Met meer dan plezier heb ik het weer tot me genomen en ik moet zeggen dat, ondanks het verhaal al bijna vijfentachtig jaar oud is, ik het bijzonder fris en up to date over vond komen. Dat ligt waarschijnlijk mede aan de herziene vertaling van Pon Ruiter, maar ook aan de vertelkunst van Robert Ervin Howard. Het doet absoluut niet onder voor de hedendaagse Heroic Fantasy en misstaat dus niet in je boekenkast. Je mag je ook wel eens afvragen wat voor een productie aan verhalen Howard afgeleverd zou hebben als hij niet zo vroeg (halverwege 1936), op dertig jarige leeftijd, een einde aan zijn leven had gemaakt. Had hij George R.R. Martin naar de kroon gestoken en van Conan en nog groter en meeslepender epos gemaakt dan: ‘Games of Thrones’? We zullen het nooit weten, maar wat ik wel weet is dat Conan levendiger is dan ooit. Nog geen kennis met Conan gemaakt… dan is hier je kans! En dan… dan ‘De Toren van de Olifant’ en dan de andere Conan verhalen opzoeken. Leuk, leuk, leuk!!!

Steeds als het verleden, zoals nu ook, weer zijn kop opsteekt kan ik het niet laten om mijn gedachten te laten gaan over welke series ik nog wel heel erg leuk zou vinden om afgemaakt te zien worden. Daar had ik natuurlijk in de recensie ‘De Toren van de Olifant’ al een beginnetje mee gemaakt, maar hoe langer ik erover nadenk… hoe meer er boven komen drijven. Wat dachten jullie van bijvoorbeeld: De Academy reeks van Jack McDevitt. Alleen het eerste deel vertaald, nog zeven te gaan. Of als we toch bezig zijn: Alex Benedict (ook McDevitt). Helemaal niets van vertaald. Wat te denken van de Coyote reeks van Alan Steele. Niets vertaald, acht delen lang! Hele leuke kolonisatie serie (wel in het Engels gelezen). Peter F. Hamilton: Night’s Dawn… 1 deel vertaald. En verder… kies maar uit. Alastair Reynolds… Revelation Space. Eerste deel slechts vertaald. En de rest?

Ik zou alweer uren door kunnen gaan en dan heb ik het nog niet eens gehad over alle modernere schrijvers die we al die, meer dan twintig jaar, gemist hebben en waarvan ik (waarschijnlijk anderen die wel Engelstalige boeken lezen) geen idee heb van het bestaan. Mooi toch? Dan kan je ze ook niet missen. Nou wat mij betreft is niet weten, wel missen. Er is nog zoveel moois ‘Out There’. Ik ben heel erg benieuwd welke kant Spatterlight op gaat als alles van Jack Vance, waar ik ze de hemel voor in prijs, vertaald of liever hertaald, is. Al mijn hoop is op jullie gevestigd!!!

Jos Lexmond

Aardig is niet goed genoeg

Endrid.jpg

Endrid Erilar – Runenmeester deel 1: Sleutel tot de ondergang; Lars Kuif; bravenewbooks.nl; 416 blz.; niet vermeld, maar 2018; € 25,70

Aardig is niet goed genoeg

En dan bedoel ik aardig in de zin van sympathiek, want het verhaal gaat in een positieve richting en de hoofdpersoon is niet onaardig. Maar het is allemaal wel bekend. Endrid Erilar, zoon van een eenvoudige tabaksverkoper in een Middeleeuws aandoende stad, wordt door tekst (runen) in een onheilspellend visioen gezogen. Daarna wil hij magiër worden, reist met een reisgezelschap door een bos naar een andere stad en wordt daar, ondanks zijn ogenschijnlijk beperkte talent, toegelaten tot de magiërsopleiding. Uiteindelijk helpt hij de wereld te redden van de ondergang en in de toekomst van deel twee schijnt hij bij dat redden een cruciale rol te spelen. Dwergen, elfen, zombies en aan het begin een landkaart.
Natuurlijk doet deze samenvatting het verhaal geen enkel recht, maar verhalen zijn er niet om te worden samengevat, ze zijn er om te worden gelezen. Bovendien zijn er een aantal aspecten aan dit boek die van groter belang zijn.

Het is fascinerend dat mensen dikke fantasyromans schrijven – in dit geval zelfs van meer dan 400 bladzijden, en dat is dan nog maar het eerste deel – zonder dat zij hun talent hebben uitgeprobeerd via kortere teksten, zonder hun schrijfvaardigheid aan te scherpen met publicaties in tijdschriften en verzamelbundels. Deze mensen moeten wel een grote gedrevenheid hebben, want zo’n pil bij elkaar schrijven kost weken, maanden, jaren. Misschien hebben ze een ongefundeerd zelfvertrouwen; een zelfoverschatting waarmee ze pas na het voltooien van het werk worden geconfronteerd, want maar zelden wordt het een commercieel succes. Natuurlijk is er het plezier van het schrijven, de wonderlijke flow van zinnen waarmee je een verhaal in jezelf ontdekt door het in stilte tegen jezelf te vertellen. En dat is precies de indruk die dit eerste deel van Runenmeester wekt: het verhaal dat Lars Kuif tegen zichzelf vertelt. Zijn hoofdpersoon Endrid praat gedurende het verhaal heel veel tégen zichzelf, met aanhalingstekens en al. Maar wanneer je met het resultaat in boekvorm naar buiten wilt treden, gaan andere wetten gelden. Je moet herschrijven en herschrijven en herschrijven. Je moet de confrontatie aangaan met proeflezers en redacteuren. Dat heeft Lars Kuif niet, of in ieder geval veel te weinig gedaan. De formulering is te vaak te onhandig, de omschrijvingen zijn te vaak te omslachtig. De tekst mist intensiteit en overtuiging. Ik heb het uitgelezen, maar geregeld dacht ik: ik wil eigenlijk wat anders gaan lezen. En dat lag niet alleen aan mijzelf.

Endrid Erilar is dus niet het eerste deel van een indrukwekkende fantasyreeks. En dat ligt ook aan de uitgever Brave New Books, die eigenlijk helemaal geen uitgever lijkt te zijn, eerder leverancier van bedrukt papier. De webpagina schreeuwt je toe: “Succesvol je eigen boek schrijven, drukken en uitgeven. Boek uitgeven voor auteurs, ondernemers en professionals. Vanaf 1 exemplaar, grote oplages en e-books. Verkopen via bol.com.” Het stelt dat het met 15.000 auteurs “het grootste self-publishingplatform van de Benelux” is, alsof kwantiteit belangrijker is dan kwaliteit. En het belooft professionele hulp via “de redacteuren en vormgevers van Singel Uitgeverijen”. Dat zijn uitstekende uitgeverijen als Nijgh & Van Ditmar, Querido, De Arbeiderspers, Athenaeum, De Geus en Uitgeverij Q, maar aan Endrid Erilar is niet af te zien dat een van deze uitgeverijen zich met de redactie en vormgeving heeft beziggehouden. Het boek vermeldt ook helemaal niets over redactie of vormgeving. Het lijkt een vrijblijvend aanbod, waar ongetwijfeld stevige prijzen aan verbonden zijn.
Net als bij het bestellen van zo’n online fotoboek vul je dan de gewenste specificaties in – default is: type paperback, formaat middel, omslag afwerking mat, papier crème (romandruk), binnenwerk zwart – vult het aantal bladzijden in, bijvoorbeeld 416, drukt op ‘bereken’ en je weet dat je € 14,42 voor een boek betaalt, bijna € 130 voor 10 boeken en als je er 50 wilt, kost het je € 630.
Wat Brave New Books wel goed lijkt te doen, is het overal online beschikbaar stellen van het boek. Maar dat verkoopt nog geen boek. Tot waar strekt dat succesvolle uitgeven zich uit?

De gedrevenheid van Lars Kuif verdiend meer. Voor hij met volgende delen van Runenmeester aan de slag gaat, zou hij er goed aan doen volop de confrontatie aan te gaan en dit eerste deel fors te herschrijven.

(Paul van Leeuwenkamp)

Dizary; vlot, vrolijk en kleurrijk

Acmala.jpg

Acmala; Johan Klein Haneveld ; Uitgeverij Versa; 2018; 96 blz.; € 12,50; redactie Patrick Berkhof en Johan Klein Haneveld; ontwerp en opmaak Studio Versa, www.studioversa.nl; cover en kaart Patrick Berkhof

Dizary; vlot, vrolijk en kleurrijk

Johan Klein Haneveld timmert luid aan de weg met zijn sciencefictionverhalen. Hij trok de aandacht met zijn fantasy-tweeluik over De Krakenvorst, zal het afsluitende deel van De Zwijgende Aarde schrijven en met Acmala is hij na de bedenker en vormgever Patrick Berkhof, de eerste auteur die de nieuwe fantastische wereld Dizary verkent. Johan zegt daarmee: kom kijken op www.dizary.nl, doe mee en breng deze wereld, net als ik heb gedaan, verder tot leven. Patrick en Johan trekken er op uit om de aandacht te trekken, onder andere naar de Dutch Comic Con en Elfia. En toch, ook al is Patrick Berkhof met zijn tweede Dizary-boek bezig, er wordt te weinig ruchtbaarheid aan gegeven. Misschien volg ik in de hedendaagse overdaad aan nieuwskanalen niet de juiste; er gebeurd in de Nederlandstalige fantastische literatuur ook zo ontzettend véél, maar waarom hebben Jaap Boekestein en Tais Teng hun zilte wereld nog niet verlaten om een bijdrage aan Dizary te leveren, waarom hebben Jasper Polane en Roderick Leeuwenhart nog geen bijdragen aangekondigd?

Dizary is een project dat Patrick Berkhof begon met een website en het boek Dizary, Het Levende Systeem, waarover hij op de website meldt: “Een fantasy boek voor jong en oud. Voor de liefhebbers van Steampunk, de magie van Harry Potter, de spanning van The Mazerunner, The Hungergames. Bovendien zit er de melige humor van Terry Pratchett in.” Voor het uitgeven van de Dizary-boeken lijkt hij Uitgeverij Versa in het leven te hebben geroepen. De wereld wordt als volgt verder toegelicht: “Wat jaren geleden begon met één enkele schets, ontvouwde tot een fantastische wold die je moeilijk in een aantal woorden kunt samenvatten. Dizary kent drie niveaus: Eteria, de bovenwold die tot in de wolken reikt, het stadse deel dat Dizary wordt genoemd, en onder de grond ligt Nedorium. Kaarten van de wold bestaan niet omdat het ronduit onmogelijk is de wold weer te geven. En niemand bezit een kaart, omdat die je ongeluk brengt.”
De website heeft de uitstraling van Young Adult en de uitgeverij maakt dat expliciet door Acmala aan te duiden als “Fantasy – Young Adult”. Ik ben bijna allergisch voor Young Adult – een flauwe manier om kinderboeken de uitstraling van volwassenheid te geven, vaak onterecht, en zeer geregeld ook nog een poging om warrige composities te rechtvaardigen – maar de korte roman van Johan Klein Haneveld heb ik met genoegen gelezen en de website over Dizary, die ik daarna bezocht, gaf mij de aanzet van enthousiasme.

Meestal hebben YA-boeken (hoofd)personages van ongeveer 12 tot 18 à 19 jaar, maar niet bij Acmala. Dat is het eerste dat opvalt. De weetkundige (!) Farenal, de zakenman Somnius, de lijfwacht Karonna en de robotachtige, “mechanorganische” reus Droeger – allemaal volwassenen. Farenal is uit de hoogten van Eteris neergedaald naar Dizary om Somnius te helpen bij het achterhalen van de herkomst van de moordzuchtige reuzenmotten, die steeds vaker diens wijgaarden verwoesten. Ze trekken door een oerwoud, voorbij aan de bekende grenzen van het middenniveau in deze wereld, op zoek naar de nesten van de motten. En natuurlijk loopt het goed af, maar toch niet helemaal… Het goede is vooral de ontwikkeling van Farenal, de postieve wijze waarop hij de toekomst tegemoet leert zien.
De Young Adult-aanduiding slaat dus niet op de leeftijd van de personages. Het zal slaan op de directheid en de helderheid van zowel de beschrijvingen als de ontwikkeling van het verhaal en de personages. Het verhaal heeft een zekere eenvoud, maar het wordt niet kinderlijk en de compositie wordt niet gemakzuchtig, en daarom is het voor een korte roman uitstekend te pruimen. Wat in de richting van het werk van bijvoorbeeld Darren Shan. De aanduiding ‘Young Adult’ vind ik nog steeds onzinnig, maar op de manier van Dizary is jong volwassen heel goed te pruimen.

(Paul van Leeuwenkamp)

Ellie en Melanie: ontsproten uit dezelfde sporen – HSF (2019/1)

Schimmeligheden in boek en spel – Eddie van Dijk

Er hing schijnbaar iets in de lucht in de periode van juni 2013 tot en met januari 2014. In juni 2013 kwam het computerspel The Last of Us uit, ontwikkeld door Naughty Dog en gepubliceerd door Sony Computer Entertainment en in januari 2014 verscheen M.R. Carey’s roman The Girl With All the Gifts. Twee verhalen over een zombie-apocalyps die gebruik maken van het idee dat de zombieplaag veroorzaakt wordt door een op de mensen overgesprongen variant van ophiocordyceps unilateralis.

De sporen van deze schimmelsoort infecteren mieren en nemen het zenuwstelsel van de geïnfecteerde mier over. De mier wordt gedwongen om naar een hooggelegen blad te klimmen en zich daaraan vast te klampen. De mier blijft stokstijf staan terwijl de schimmel zich een weg baant door het lichaam van de mier en uiteindelijk uit de kop breekt met het fruitlichaam en zijn sporen verspreidt. Een gruwelijke levenscyclus die natuurlijk tot de verbeelding spreekt en er om vraagt om gecombineerd te worden met het zo populaire zombie-apocalyps-subgenre. Het is eigenlijk vreemd dat dit idee niet eerder naar boven is gekomen. Er zijn, sinds de ontdekking van ophiocordyceps unilateralis in 1859, meerdere verhalen verschenen waarin een schimmel mensen beïnvloed. In 1905 schreef William Hope Hodgson een kort verhaal, The Voice in the Night, waar dergelijke schimmels een rol in spelen. Sindsdien was deze schimmel inspiratie voor onder andere verhalen zoals Larry Nivens Night On Mispec Moor, stripverhalen zoals Swamp Thing Annual in 1988, een aflevering van de X-Files en een aantal Pokémonverhalen. Maar het gebruiken als een verklaring voor een zombie-apocalyps blijft uit tot 2013-2014. De tijd was blijkbaar rijp voor het idee. Toch is dat ook niet helemaal toevallig. Zowel Bruce Straley en Neil Druckmann, de bedenkers van The Last of Us, en M.R. Carey werden schijnbaar geïnspireerd door een in 2006 verschenen aflevering van Planet Earth.

De overeenkomsten tussen The Last of Us en The Girl With All the Gifts gaan verder dan alleen hun schimmelige zombies. Beide verhalen hebben een belangrijke rol voor een meisje, Ellie in The Last of Us, Melanie in The Girl With All the Gifts, dat een mate van immuniteit heeft voor de schimmelinfectie. Beide gaan over een reis door een verlaten en overwoekerd post-apocalyptisch landschap. In beide verhalen is een grote rol weggelegd voor het ontstaan van een ouder-kind relatie. Beide eindigen met een beslissing over het lot van de mensheid. Gezien die overeenkomsten leek het mij interessant om deze twee verhalen naast elkaar te leggen.

Er zijn uiteraard ook veel verschillen. Melanie is een meisje van tien en Ellie is veertien. Die paar jaar maakt een duidelijk verschil in de ontwikkeling van de ouder-kind band die tijdens het verhaal groeit. Melanie heeft, zo wordt aangenomen aan het begin van de roman, een gedeeltelijke immuniteit. Ze is in feite een cordycepszombie wiens cognitieve vermogens niet verpletterd zijn door de schimmelinfectie. Ellie heeft daarentegen volledige immuniteit. De schimmel weet geen enkele grip op haar te krijgen en ze blijft volledig menselijk. The Last of Us draait om de groeiende band tussen Ellie en Joel, de man die wordt ingehuurd om haar veilig naar haar bestemming te brengen: een vader-dochter band dus. In The Girl With All The Gifts gaat het om de band tussen Melanie en Helen Justinau, een van haar verzorgers op de militaire basis waar zij en andere zombie-kinderen worden vastgehouden: een moeder-dochter band. Een ander interessant verschil is dat de twee paren ongeveer de omgekeerde reis maken. Melanie en Helen Justinau ontvluchten een afgelegen basis waar gezocht wordt naar een middel tegen de infectie. Ze proberen zich een weg door post-apocalyptisch Engeland te banen naar een door de regering opgezette quarantainezone. Ellie en Joel glippen uit de door de regering opgezette quarantainezone en reizen door de voormalige Verenigde Staten naar een afgelegen onderzoekslaboratorium opgezet door een opstandige factie, de Fireflies.

Het gruwelijke van cordyceps, afgezien natuurlijk van het idee dat de schimmel het zenuwstelsel van zijn slachtoffer kaapt, het gedrag bepaalt en uiteindelijk uit de kop breekt voor verdere verspreiding, is dat het een cyclus is. Dat is natuurlijk ten gunste van de parasiet. Zonder mierenpopulatie geen verspreiding. In The Last of Us krijg je het gevoel dat, sinds de uitbraak, de mensheid ook gevangen zit in die cyclus. De infected (zoals de cordycepszombies in het spel genoemd worden) worden minder bovennatuurlijke attributen toegekend dan de hungries (de The Girl With All The Gifts variant). Hoe langer een infected weet te overleven hoe vreemder hij of zij wordt. De recentelijk geïnfecteerde runners veranderen als het vruchtlichaam door de oogkassen breekt in blinde clickers die met echolocatie hun prooi zoeken. Weet een clicker te overleven wordt deze een bloater, wiens hele lichaam is bedekt met vruchtlichamen. Dit uiteraard ook om meerdere vijandtypes te hebben. Het blijft uiteraard een computerspel. Een infected die geen voedsel (en we nemen aan water) kan vinden zal sterven en dienen als voedsel voor de schimmel die ontspruit en alsnog zijn sporen kan verspreiden. De sporen verspreiden zich niet ver. Hierdoor krijgt de menselijke populatie ruimte om een mate van stabiliteit te verkrijgen. De schimmel hoeft alleen te wachten tot er weer eens een mens het niet kan laten om een ruïne te verkennen, op een onbewaakt moment sporen inademt of gebeten wordt door een infected en de cyclus weer opnieuw begint. Deze cyclus is niet ten gunste van de mensheid en de resultaten van de eerste uitbraak waren rampzalig, apocalyptisch zelfs. Een beschaving zoals die wij kennen zou, tenzij er een middel tegen infectie wordt gevonden, niet meer mogelijk zijn in de wereld van The Last of Us. Dit is niet zo vreemd uiteraard, aangezien het bij dergelijke computerspellen altijd het doel is om er een serie van te kunnen maken Dus het is een wereldbouwdoel om een ietwat stabiele situatie te creëren.

De hungries van The Girl With All The Gifts daarentegen komen een stuk bovennatuurlijker over. Ze zijn sneller, sterker en hebben meer uithoudingsvermogen dan een mens. Ze hoeven geen water te drinken en slechts weinig voedsel te eten, en dan alleen proteïne. Uiteindelijk barst het vruchtlichaam uit de borstkast van de hungry en groeit meters de lucht in. Mycelium overwoekert de omgeving rondom de hungry en het vruchtlichaam laat bollen met sporen vallen die wachten op een ecologische trigger, namelijk vuur, alvorens ze hun sporen verspreiden. Als deze bollen barsten en de sporen in de atmosfeer komen, zo wordt ons verteld, zal dat het einde van de mensheid betekenen. De sporen zullen zich verspreiden over de hele wereld. Niemand zou kunnen ontsnappen. Het is dus geen cyclus, maar een parasiet met een zelfvernietigingsknop, immers: geen mensen, geen hungries, geen cordyceps. Behalve natuurlijk kinderen zoals Melanie die geen immuniteit blijken te hebben maar tweede generatie hungries zijn die een symbiotische band hebben met de schimmel. Carey zet zijn wereld, zijn cordycepsschimmel zo in elkaar dat er geen cyclus is en hij doet dat voor een hele specifieke reden.

Maar voordat ik daar op doorga, wil ik het hebben over een ander interessante overeenkomst en verschil tussen deze twee verhalen. Beide verhalen bevatten een vrijwel identieke scene, maar de plaatsing van die scene is compleet anders en dat heeft een groot effect op de spanningsboog. In de scene staat de dochterfiguur op het punt om ontleed te worden (en in beide gevallen draait het expliciet om de hersenen) door wetenschappers in de hoop de bron van de immuniteit te achterhalen. Zodra de ouderfiguur hier achter komt zetten ze alles op alles om de ontleding te voorkomen. In The Girl With All the Gifts zit deze scene op ongeveer een kwart van het verhaal. Dokter Cadwell, wanhopig om voortgang te boeken in haar onderzoek, besluit Melanie te ontleden. Helen Justinau komt hier achter en besluit dit koste wat kost te voorkomen. Tijdens de confrontatie tussen Justinau en Cadwell wordt de basis aangevallen door een andere groep overlevenden, moeten Justinau, Cadwell en Melanie zien te ontsnappen en begint, samen met Sergeant Park en soldaat Gallagher hun tocht door post-apocalyptisch Engeland.

In The Last of Us zit deze scene aan het einde. Na een tocht van een jaar bereiken Joel en Ellie eindelijk de basis van de Fireflies. Joel laat Ellie achter om testen te ondergaan. Als hij er achter komt dat de Fireflies Ellie willen ontleden om een geneesmiddel te vinden moet hij een beslissing nemen: is de toekomst van de mensheid het leven van Ellie waard? Het antwoord is, uiteraard, nee. In het jaar dat ze samen hebben doorgebracht is Ellie in iedere zin zijn adoptiefdochter geworden. Uiteraard weet hij Ellie te redden. Als Ellie hem later vraagt waarom de Fireflies haar niet meer nodig hebben, liegt Joel en zegt dat er meerdere mensen met dezelfde immuniteit zijn. Hij wil niet dat het gewicht van de toekomst van de mensheid op de schouders van zijn dochter komt te liggen. De scene vormt een emotioneel en dramatisch einde voor het verhaal.

Deze scene is belangrijk in beide verhalen want het is de climax van de groeiende dochter-ouder relatie. Het feit dat deze scene in The Girl With All The Gifts vroeg in het verhaal zit, haalt de emotionele angel eruit. De spanning die het verhaal in het begin heeft draait om Melanie die in onmenselijke omstandigheden gevangen wordt gehouden en de droom heeft dat mevrouw Justinau haar genegenheid toont. Dit maakt het begin van The Girl With All The Gifts een fantastisch deel om te lezen. Echter, door de climax van die groeiende moeder-dochter band zo vroeg in het begin te plaatsen, wordt die spanningsboog beëindigd en maakt het plaats voor de standaard vraag of ze het zullen overleven in de post-apocalyptische wildernis. Het helpt daarbij niet dat Gallagher net zo goed een bord met ‘ik ga als eerste dood’ om zijn nek had kunnen hebben en dat Melanie, omdat ze een hungry is en andere hungries haar negeren, eigenlijk weinig risico loopt. Afgezien van Justinau hebben de andere personages in het begin van hun reis een negatieve houding tegenover Melanie. Die spanning neemt echter af naarmate het verhaal vordert en ze het vertrouwen van Parks en Gallagher weet te winnen. De spanning zou voort kunnen komen uit de vraag of dit zombiemeisje wel een plek zou kunnen hebben in de menselijke samenleving maar dat is niet waar Carey naar toe werkt. Ook het conflict tussen Melanie en Justinau aan de ene kant en Doctor Cadwel aan de andere kant, brengt niet veel spanning teweeg aangezien Cadwel door verwondingen die ze vroeg in het verhaal opdoet, stervende is en ze daardoor haar machtspositie verliest. Carey offert iedere vorm van spanning op omdat hij toewerkt naar een specifieke scene, naar die keuze over het lot van de mensheid. Zoals gezegd blijkt dat Melanie een tweede generatie hungry is met een symbiotische band met de cordycepsschimmel. Er is er geen parasiet-gastlichaam-cyclus maar alleen totale vernietiging van de mensheid, met uitzondering van kinderen zoals Melanie. Dit komt omdat Carey obsessief werkt naar een doos-van-Pandora-moment.

De referenties naar de Pandora-mythe worden je in dit boek op niet al te subtiele wijze om de oren gegooid. Zelfs de titel The Girl With All The Gifts is een Pandora-referentie. Pandora betekent immers letterlijk ‘alle geschenken’. Het hele boek werkt toe naar het moment dat Melanie een bos van Cordyscepspaddestoelen in brand zet en daarmee bewust de sporen los laat. Ze opent de doos, verdoemd de mensheid, maar er is hoop in Melanie en kinderen zoals zij die achterblijven. Justinau’s leven wordt gespaard. Ze zal de rest van haar leven slijten in een rijdend laboratorium of in een hermetisch afgesloten pak terwijl ze les geeft aan de kinderen die de wereld erven. Dit is een bewuste spiegeling van de verhoudingen aan het begin van het boek. Echter, met beperkte middelen, beperkte hoeveelheid fungicide, met een woning die langzaam afbreekt, zal Justinau op een gegeven moment geïnfecteerd worden. Of dat nu morgen is of over een paar jaar maakt niet uit. Melanie heeft haar adoptiemoeder alleen een uitstel van executie gegeven. De beschaving gaat niet opnieuw opgebouwd worden omdat de fysiologie van de resterende mensheid zich daar niet voor leent. Beschaving zoals wij die kennen is immers gebaseerd op het produceren van koolhydraten (graan, rijst, mais, aardappels) en niet proteïnen. Carey zet zijn wereldbouw in om een enkel moment mogelijk te maken en hij brengt daarmee de geloofwaardigheid van zijn wereld in het geding. Mijn suspension-of-disbelief kon het einde van dit boek niet overleven in ieder geval, hoezeer ik de Pandora-thematiek ook kan waarderen.

Dus ik kom op een voor mij onverwachte conclusie in deze vergelijking tussen The Last of Us en The Girl With All The Gifts. Ik ben van mening dat iemand die interesse heeft in de ontwikkelingen binnen speculatieve fictie, computerspellen in de gaten moet houden. De ontwikkelingen die in dat medium plaats vinden zullen een belangrijke invloed hebben op speculatieve fictie in het algemeen. Ik geef echter grif toe dat het verhaal en de wereldbouw in computerspellen heel vaak ondergeschikt zijn aan de speltechnische aspecten. Er zijn daardoor zeker aspecten van The Last of Us die ik minder goed vind, zoals het cliché van de post-apocalyptische kannibalen dat toch weer de kop op steekt. Maar in dit geval kan ik oprecht zeggen: het computerspel is beter.

The Girl With All The Gifts is in 2016 verfilmd en in 2017 heeft M.R. Carey heeft een prequel uitgebracht, The Boy on the Bridge. Het verhaal van Joel en Ellie is in verder uitgediept in 2014 met een op zich zelf staande uitbreiding genaamd The Last of Us: Left Behind. Dit jaar (2019) zal het verhaal van Ellie verder gaan in The Last of Us II.

Eerder verschenen in HSF (2019/1).

Dit wil ik SFF kwijt – HSF (2019/1)

Klaag en gezeur: Dit wil ik SFF kwijt – John van Duin

Op sociale media wordt zoals bekend veel geklaagd, sommige groepen en kanalen zijn er bijna een synoniem voor. In de wereld van sciencefiction, fantasy en horror is het niet anders. Ik zie series en films zo enorm worden afgekraakt dat het wel lijkt of er helemaal niets goed wordt gemaakt. Dat is natuurlijk grote onzin. Er wordt geweldige SFF gemaakt! Het moet maar eens klaar zijn met al dat gezeur.

Een terugblik op 2018. Al dan niet samen met mijn vrouw zie ik ongeveer alles wat los en vast zit als het gaat om (streaming, wie geeft me een Nederlands woord) SFF- en horrorseries. Met Netflix, Videoland, Prime TV en Ziggo Movies en Series kom ik een heel eind. En natuurlijk ben ook ik daar kritisch in. Als iets niet boeit, stop ik heus wel met kijken, wees maar niet bang. Tenzij ik het wil zien om er goed over mee te kunnen praten. En ik ben ook niet altijd de doelgroep denk ik dan. Neem nu Colony, het zoveelste buitenaardse-invasieverhaal dat met zo’n laag budget is gemaakt dat je het nauwelijks sciencefiction kan noemen. De verhaallijn is niet om over naar huis te schrijven. Toch maar vorige maand ook het tweede seizoen afgekeken, ik bleef nieuwsgierig. Ter compensatie nog maar een keer naar de geweldige series The Expanse en Killjoys gekeken. Gelukkig is mijn vrouw ook een kettingkijker als het gaat om SF en fantasy, maar dan moet het wel echt goed zijn. Zo zagen we in de afgelopen maanden The Handmaid’s Tale, Tidelands, Travelers, een tijdje geleden alweer Glitch en Dark. En, nou vooruit, het nieuwste seizoen van Outlander. Ik offerde mij dan maar op voor deze vrouwenserie (thuis noem ik dat net even anders maar laat ik het netjes houden). Laat ik het zo zeggen, ik heb tijdens het kijken weer heel wat ‘glory’ behaald in een van mijn mobiele spelletjes.

Voor series als het geweldige Z-Nation en The Walking Dead kan ik haar helaas niet warm laten worden, zo ook niet voor Game of Thrones die ik nog een keer wil gaan zien voordat het laatste seizoen zich aandient in april. Zelfs niet als ik op haar naam een GoT-poster laat komen. De Marvel- en DCC-series en -films zijn aan ons allebei niet besteed. Bij 12 Monkeys ben ik zelf afgehaakt, ergens halverwege het tweede seizoen. Over Lost in Space begin ik maar helemaal niet, zo beroerd, en ook Stranger Things komt bij ons niet binnen. Hoe het wel moet hebben de makers van Altered Carbon goed begrepen: die serie heb ik al drie keer gezien. Star Trek Discovery vinden we allebei geweldig. De eerste vrouwelijke Doctor Who heb ik dan weer alleen gekeken, maar de niet al te beste verhalen deden me helaas na een paar afleveringen afhaken. Maar goed, het is ook een kinderserie (duikt weg). Ze zijn opgenomen dus wie weet waag ik nog een poging. Ook de laatste Star Warsfilm op Netflix keek ik solo, maar ik viel er bij in slaap. Verder ging ik in m’n eentje op in The man in the High Castle, Electric Dreams (Black Mirror dan weer wel samen gekeken), Fear the Walking Dead. Daarnaast kijken we graag films, waarvan ook een fiks SFF- en horroraanbod is via de streamingskanalen. Annihilation, Arrival, Anon, Extinction, Mute, What happened to Monday, Bird Box, te veel om op te noemen.

Er is zoveel aanbod, ik heb nog lang niet alles genoemd wat we in 2018 samen of alleen hebben gekeken (maak je niet ongerust, dat zal ik ook niet doen). Dat is toch geweldig! Onze SFF- en horrorgenen worden goed gemanipuleerd door die stortvloed aan genreseries en -films. Wees daar ook eens blij over, wil ik de klagers op sociale media meegeven. Laten we met z’n allen waarderen wat we hebben en krijgen en als je het niet bevalt, druk je gewoon op de stopknop in plaats van er oeverloos over te zeuren. En dat geldt ook voor Star Wars en Star Trek. En we weten nu wel dat het belachelijk is dat Firefly indertijd gestopt is en dat er geen remake van Babylon 5 komt. Afgesproken? Afgesproken.

Eerder verschenen in HSF (2019/1).

Eurocon 2018 – HSF (2019/1)

Wereldse SF in Frankrijk: Eurocon 2018 – Alice Jouanno

Een kleinschalige internationale ontmoeting van fans en schrijvers, overgoten met een prettig lokaal sausje. Dat was Eurocon 2018 in Amiens. Zoals de naam al zegt een Europese sciencefictionconventie, die voor het eerst plaatsvond in 1972. Afgelopen jaar vond de con voor de vierde keer plaats in Frankrijk, na edities in 1974, 1987 en 1990.

Het organiserende land wordt steeds toegewezen via stemming door de European Science Fiction Society. Een verschil met andere conventies is dat de Eurocon meestal is gekoppeld aan een lokaal evenement. Deze keer was dat niet anders. Naast het Eurocon-programma met internationale sprekers, waren er Franstalige activiteiten van de jaarlijkse Franse SF-con Nemo. Het is en blijft Frankrijk dus de helft van de programmaonderdelen was exclusief in het Frans. Een aantal sprekers werd met wisselend succes live door tolken vertaald: van Frans naar Engels, Engels naar Frans, Russisch naar Frans en vervolgens naar Engels. Bij een van de panels had dit tot hilarische gevolg dat er meer tolken dan sprekers achter de tafel zaten, waaronder een bijzondere tweetrapsraket door twee tolken voor Russische schrijver Svyatoslav Loginov. Maar dan heb je ook wat als je vier sprekers met zulke verschillende achtergronden en zonder gemeenschappelijke taal bij elkaar brengt in een discussie. Al het heen-en-weer vertalen had wel tot gevolg dat er ruimte was voor slechts een paar vragen. Ik heb de luxe om vloeiend Engels en Frans te spreken en te verstaan, dus voor mij was dit alles in de meeste gevallen veel minder hinderlijk dan voor de meerderheid van de congangers. Behalve toen de livevertaling te slecht voor woorden was, maar dat was een uitzondering.

Het conprogramma was drie van de vier dagen erg vol en werd meerdere malen per dag aangepast via niet altijd even duidelijke aankondigingen en notitiebriefjes. De betrouwbaarste bron waren de sprekers zelf, dat kan gelukkig gewoon bij zo’n kleine con met 415 deelnemers. Er waren veel gastsprekers, bijna te veel en vaak tegelijk. Daardoor vonden ook hele goeie sprekers soms een veel te lege zaal. Dit leverde uiteraard knusse gezellige lezingen op, waar je vertrok met het gevoel een goed gesprek te hebben gehad. Gelukkig was er in veel gevallen goede solidariteit tussen schrijvers en werden mensen vriendelijk aangemoedigd om zich van de ene naar de ander lezing te verplaatsen.

De locatie was prettig qua grootte en indeling, maar slecht geventileerd. Zeker vanaf de tweede dag toen vanwege het warme weer alle deuren permanent open bleven. Daardoor kreeg je geluidsoverlast vanuit de naastgelegen zalen. Op de laatste dag was het in sommige zalen niet meer te doen en hebben we stoelen naar buiten gesjouwd. Ook daar was het te warm maar we konden in ieder geval beter ademen, ondanks het voorbijrazende verkeer.

Amiens is een typisch Franse stad dus de meesten zullen hier wel een beeld bij hebben. Je kan er goed eten. ‘Chroma’, de lichtshow van de kathedraal (gratis elke avond in de zomer en in december) is zeer de moeite waard. Het huis van Jules Verne is leuk, maar niet ‘je-moet-hiervoor-echt-speciaal-naar-Amiens-toe’ indrukwekkend.

Zoals gewoonlijk op Eurocon waren er overdag meerdere fantafels waar toekomstige Euroconlocaties voorgesteld werden. Samen met Paul van Oven hebben we als NCSF-bestuursleden promotiemateriaal voor Eurocon 2024 in Rotterdam uitgedeeld, waar zeer enthousiast op is gereageerd.

Ook ’s avonds was er entertainment, van een bijzonder mooie surrealistische tentoonstelling over het dystopische theaterstuk ‘Encore Carthage’ van Jean-Luc Lagarce, tot het kijken van ‘2001 – A Space Odyssey’ in de bioscoop van de universiteit. Volgens gebruikelijke Franse traditie werd er vaak uitgebreid gezamenlijk gegeten.

De laatste dag was vreemd leeg in vergelijking met de eerste drie dagen. Er ging een en ander mis in de planning en veel sprekers moesten al naar het vliegveld, maar dit bood wel de mogelijkheid om vroeg te vertrekken als je de volgende dag weer op tijd aan het werk moest.

Een aantal programmaonderdelen bracht iedereen bij elkaar maar er heerste vaak wel het gevoel dat je langs elkaar heen met afzonderlijke events bezig was. Sommige mensen hebben elkaar in vier dagen niet gesproken. Er werd veel in groepjes gedaan. Gezellig, maar ik miste wel een beetje cohesie. Dit kwam grotendeels door de taalbarrière tussen alleen Franstaligen en bezoekers die juist geen woord Frans konden. De Franstaligen deden dappere pogingen tot toenadering, maar je kon wel merken dat Fransen over het algemeen niet de meest internationaal gerichte SF-fans zijn. Wat overigens het programma des te bijzonderder maakte. Dat er zoveel internationale sprekers waren was prettig voor zowel de Fransen als de niet-Franstaligen, zeker als het gaat om de meertalige sprekers. Zo gaf schrijver Yann-Cedric Agbodan-Aoli uit Ivoorkust twee keer een lezing over Afrofuturism: in het Frans en in het Engels. Zijn boeken zijn voorlopig nog alleen in het Frans beschikbaar maar zijn zeker een aanrader. Ik kon de mooie plot en strakke karakters van Nouvel Horizon zeer waarderen.

Ketty Stewart, Franstalige schrijfster van Noir sur Blanc -geen SF maar wel de moeite waard- was ook stralend aanwezig. In een panel vertelde ze nog nooit in Afrika te zijn geweest maar dat, doordat ze zwart is, zelfs professionele mensen aannemen dat ze in staat is om elk gesprek over Afrika in het algemeen en Afrikaanse literatuur in het bijzonder te leiden. Ze was onder andere redacteur van twee nummers van het Franse SF-magazine Galaxies, een over Afrikaanse SF en de ander over Afrika in SF.

Schrijver en onderzoeker Geoff Ryman gaf een lezing over de African Speculative Fiction Society waar hij veel mee samenwerkt. Een Engelstalig netwerk dat zeer actief is op Facebook (African Science Fiction and Fantasy reading group). Ik vond zijn opvatting over de con treffend: “It’s like being at a con twenty years ago in America, there are nearly exclusively books for sale and 90% of people are older white men and I say this as an older white man”.

Kawthar Ayed, docent aan de Tunis Universiteit, gaf een academische maar uiterst interessante lezing over fantastische literatuur in de Arabische wereld. “These stories have always been a part of us all”. Schrijfster Shweta Taneja nam ons uitgebreid mee in de bijzondere relatie tussen Indiase volksverhalen en fantasy en horror. Alle aanwezigen vertrokken met een nog langere te-lezen-lijst dan toen ze binnenkwamen. Ik verliet beide lezingen met een groter besef van de invloed van religieuze ontwikkelingen op imaginaire literatuur.

Algerijnse schrijver en vertaler Faycel Lahmeur had een lezing voorbereid waar maar drie mensen kwamen. Het werd een presentatie gevolgd door een van de leukste gesprekken die ik gedurende die vier dagen meegemaakt heb, met als aanknopingspunt ‘als ik nou met een Engelse titel in het programma had gestaan’.

De twee ‘grootste’ internationale gasten waren Ian Watson en Gillian Pollack. Bij de lezing van Ian Watson was een te kleine zaal ingepland. De zaal was bomvol. Het was alleen vol te houden doordat de lezing zo boeiend was. Gillian Pollack stond meerdere malen op het podium maar was het interessantste bij haar lezing over de middeleeuwen en SF. “These are not the middle ages you are looking for.”

Moussa Ould Ebnou kwam met interessante ideeën die hij ook nog eens goed kon uitleggen in zijn lezing, maar hij kon in de panels vernieuwende inzichten met moeite tot zich nemen. Dit gebrek aan connectie tussen schrijvers uit verschillende hoeken is natuurlijk een probleem van alle tijden en landen. Eurocon was een mooie poging om iets bij te dragen aan de verbreding van ieders denkraam. Ik wil geloven dat het bij de meeste gelukt is en dat ze in ieder geval aan het denken zijn gezet.

Er waren nog veel meer sprekers, zo veel dat je onmogelijk iedereen kon horen, ook als je alleen de Franstalige of alleen de Engelstalige programmaonderdelen mee wilde maken. Het was voor mij en andere meertaligen niet te doen om te kiezen. Maar ja, je gaat ook niet klagen dat je te veel con krijgt voor je geld.

Dit jaar kun je naar Eurocon tijdens TitanCon Belfast van 22 tot 24 augustus, het weekend na de WorldCon: http://www.titancon.com/2019. In 2020 kun je terecht in Rikan in Kroatië: https://futuricon.eu. In 2024 Eurocon in Nederland? Kijk op https://eurocon2024.ncsf.nl/.

Eerder verschenen in HSF (2019/1).

Robert E. Howard – Conan. De toren van de Olifant en andere verhalen

Toren van de Olifant.jpg

Robert E. Howard – Conan. De toren van de Olifant en andere verhalen (HF) – 294p.
Spatterlight, Amstelveen (2019) € 16.68
Vertaling: Frits Lancel & Pon Ruiter (herzien door Pon Ruiter)
Omslag ontwerp: Howard Kistler
Omslagillustratie: Dogan Oztel
Illustraties: Stephen Fabian
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Als je me nu zou vragen welke zwaardzwaaiende held mijn favoriet is, dan zou ik zonder ook maar een moment te twijfelen zeggen: John Carter van Mars (of zijn equivalent: Carson van Venus natuurlijk. Zelfde vent, andere wereld). Conan is een heel goede tweede. Waarom mijn voorkeur bij John Carter van Edgar Rice Burroughs ligt? Dat moge duidelijk zijn. Ik ben natuurlijk van nature meer van de SF dan van de Fantasy, in welke vorm dan ook. Aangezien de verhalen van John Carter zich afspelen op Mars (en die van Carson op Venus) zit daar dus meer dan een vleug SF in. Alhoewel je dit nou ook weer niet heel erg zwart-wit moet zien. In het eerste Conan-verhaal in de bundel ‘De Toren van de Olifant’ zitten ook SF-elementen. Het was wel zo dat ik eerder met de John Carter-verhalen geconfronteerd werd. In 1971 werden vier John Carter-boeken uitgegeven en daar was ik meteen heel erg dol op. Bruna begon pas in 1976 met de reeks Conan-verhalen in de Zwarte Beertjesreeks en alhoewel er natuurlijk al eerder Conan-verhalen waren verschenen in bundels als ‘De stem van El-Lil’ (1971) en ‘De zwarte steen’ (1969) begon mijn liefde voor Conan pas echt met de eerste bundel ‘Conan’ die als Bruna Zwarte Beertjes 1714 in 1976 verscheen. In deze bundel (en ook de latere) verschenen, behalve verhalen van Robert Ervin Howard, ook verhalen van auteurs die schreven in het Conan-universum zoals Lin Carter en L. Spraque de Camp. Mij maakte het niets uit. Conan was Conan, wie het dan ook geschreven mocht hebben. Later in 1983 en 1984 verschenen nog vier bundels bij W & L Boeken en toen was het (op strips na) wel een beetje afgelopen. Nu dus een bloemlezing van de beste verhalen van Robert E. Howard uit de Bruna Zwartje Beertjes, gekozen door Pon Ruiter. Zijn het echt de beste? Ik zou het met de beste wil van de wereld niet kunnen zeggen, maar waarschijnlijk in de ogen van Pon Ruiter wel. Ik vond het in ieder geval een geweldig leuke hernieuwde kennismaking met Conan. Uit deze bloemlezing zou ik ‘… zal u een heks geboren worden…’ of ‘Scharlaken citadel’ als mijn beste bestempelen, maar… de ander vijf misstaan echt niet in deze bundel. Nooit iets van Howard gelezen? Dan gewoon aanschaffen en tot je nemen. Je zal er geen spijt van krijgen.

Terwijl ik hier dus heel erg mee in het verleden bezig was, dacht ik ook heel erg terug aan de tijd dat ik rond de twintig was. Het was een razend interessante tijd op SF-gebied. Er gebeurde van alles en de nieuwe uitgaven waren haast niet bij te houden. Nu Spatterlight begint met andere boeken uit te brengen dan de onovertroffen reeks van Jack Vance en dus met twee boeken (de recensie van ‘Het uur van de Draak’, komt eerdaags) van Robert E. Howard het spits afgebeten heeft, is als volgende, in het najaar, ‘De geboortegraf’-trilogie van Tanith Lee aan de beurt. Ondanks het feit dat ik daar destijds van genoten heb, zou dat niet echt mijn keuze geweest zijn. Eerlijk gezegd had ik verwacht dat Spatterlight zich meer in de richting van de SF zou ontwikkelen, maar dat kan natuurlijk nog wel komen. Ik zou het wel weten en dan meteen ook niet weten waar te beginnen. Of eigenlijk zou ik dat wel weten. Ik zou in eerste instantie gaan voor trilogieën en/of andere reeksen die nooit helemaal afgemaakt zijn. Wat bijvoorbeeld te zeggen van John Carter van Mars (of Carson van Venus) van Edgar Rice Burroughs. Genoeg verhalen die of nooit in vertaling verschenen zijn, of waarvan het al heel erg lang geleden is. Of de Marstrilogie van Kim Stanley Robinson. ‘Blue Mars’ en de verhalenbundel ‘The Martians’ zijn nooit vertaald. Misschien is het daarna een goed idee om zijn steeds verdere ontdekkingsreizen in ons zonnestelsel te vertalen. Of de Queng-Ho serie van Vernor Vinge. ‘Children of the sky’ en de proloog daarvan: ‘After the Battle on Starship Hill’, nooit vertaald. Of de Homecoming-reeks van Orson Scott Card. Als ik het wel heb, vier delen onvertaald. ‘New Crobuzon’ van China Mieville. ‘Iron Council’ onvertaald. ‘Xeelee’ van Stephen Baxter. Hoeveel delen nog te vertalen?

Het kost me behoorlijk wat moeite me hiervan los te rukken, want ik zou nog uren door kunnen gaan, maar deze recensie is al veel te lang geworden. Nou… nog eentje dan. Wat zou je zeggen als alles van Asimov nog eens ter beschikking kwam? Ja… JA, IK WIL!

Jos Lexmond

Junior Monsterboek 7

Junior Monsterboek 7.jpg

Junior Monsterboek 7 (JHO)
Uitgeverij Kramat BVBA, Westerlo, Junior Kramat
271 pagina’s; prijs 14,95
Omslag: Bart Mertens
Illustraties: Bart Mertens

Dit is alweer de zevende editie van het ‘Junior Monsterboek’ van Kramat en voor mij een jaarlijks terugkerend feest waar ik al veel plezier aan heb beleefd. De zes voorgangers heb ik allemaal via de bibliotheek tot mij genomen, maar ik vond het tijd er eens een recensie aan te wijden en tot mijn verrassing en blijdschap kreeg ik een exemplaar toegestuurd. Je kunt niet meteen alles uit je handen laten vallen als zo’n boek binnenkomt. Je hebt verplichtingen tegenover eerder binnengekomen boeken. Die moeten natuurlijk eerst. Aan de ene kant was het een gelukkige (hoewel…) omstandigheid dat ik een aantal weken door ziekte was uitgeschakeld was, waardoor ik wel kon lezen, maar niet in staat was om recensies te schrijven. Dat stapelde enorm op natuurlijk en momenteel ben ik dus bezig de achterstand in te halen. Ik was er twaalf achter met schrijven en nu, na dit Junior Monsterboek, zijn het er nog vijf. Er begint dus een beetje schot in te komen.

Terug dus naar het boek. Deze zevende editie is de Halloween-editie en het is regel bij deze jaarlijkse bundel dat er een verhalenwedstrijd aan vasthangt waarbij jongeren van tussen de tien en zeventien jaar gruwelverhalen in mogen zenden. De winnaar wordt in het eerstvolgende Monsterboek geplaatst. Dit jaar is de wedstrijd gewonnen door de twaalfjarige Hanne Goorickx met ‘Verbond met de duivel’. Dat is nogal een prestatie, want vorig jaar was ze ook al de winnaar. Dat wordt dus een hele grote denk ik en waarschijnlijk kunnen we nog veel meer van haar verwachten. Verder zijn er verhalen van gerenommeerde griezelcoryfeeën als: Ronald Verheyen, Rob Baetens, Karel Smolders, Johan Deseyn, Nico de Braeckeleer, Bart Mertens, Marina Defauw, Tamara Geraeds, Tim Bergs & Kris van der Sande en niet te vergeten: Marie Uiterwijk. Nico de Braeckeleer schreef samen met zijn dochters Liese (14) en Lina (12) het verhaal ‘De Halloweenclown’. Het moet voor een vader geweldig aanvoelen dat de dochters in zijn voetsporen treden en misschien komen we later nog eens soloverhalen van beiden tegen. We zullen het zien.

Verder ga ik niet veel, of liever gezegd: niet heel erg veel vertellen over de verhalen. Het lijkt me veel leuker als jullie dat zelf doen en ik niet de lol ga verpesten door van alles te verklappen. Wat ik wel ga doen is een kleine cryptische omschrijving van elk verhaal geven. Dat maakt het misschien nog aantrekkelijker om deze bundel aan te schaffen en te verslinden. Johan Verheyen… nooit, maar dan ook nooit! Rob Baeten… is al voor de zevende keer in het Junior Monsterboek. Geen introductie nodig natuurlijk. Karel Smolders. Ook al voor de zevende keer. Maar… een rechtstreekse app naar de hel… Hoe ontkom je daaraan? Johan Deseyn… volwassen gruwel in een jongerenjasje. Familie de Braeckeleer… ouija, o ja gevaarlijk! Bart Mertens… gruwelijke tekeningen, gruwelijke Krimpkop. Marina Defauw… als je van rook bent… verwaai je dan ook? Tamara Geraeds…je vader is een gluiperd? Tom Bergs & Kris van der Sande… gulzigheid… niet alleen slecht voor je tanden. Marie Uiterwijk… als je naar een pompoen vernoemd bent! Hanne Goorickx… zijn dromen bedrog?

Met deze zevende bundel heb ik me weer prima vermaakt. Wat mij betreft mag Junior Monsterboek 8 weer doorkomen, maar ik vrees dat we er nog vele slapeloze nachten naar zullen moeten smachten.

Jos Lexmond