Bo Balder en Erik Betten eregasten van de Beneluxcon

We zijn trots om op 27 januari Bo Balder en Erik Betten als eregasten te mogen verwelkomen bij de 32st Beneluxcon!

Boukje Balder is de enige Nederlandse schrijver die in de Amerikaanse publicaties ‘Magazine of Fantasy en Science Fiction’ en ‘Clarkesworld’ te vinden is. Eerder won ze tweemaal de Paul Harland Prijs, in 2008 en 2011. Naast jeugdroman Dochter van de Djinn publiceerde ze SF roman The Wan.

Erik Betten (Leeuwarden, 1976) is historicus en journalist en heeft een reeks boeken geschreven over geschiedenis, landschap, kunst en cultuur. Hij won in 2010 de Paul Harland Prijs voor het beste korte verhaal en in 2015 de NCSF-prijs. Quarantaine verscheen in juni 2018 bij Luitingh-Sijthoff en was zijn romandebuut. Deze zomer verschijnt zijn tweede thriller.

Wil je deze twee geweldige schrijvers ontmoeten en horen spreken? Kom dan naar Beneluxcon!

Onevenwichtige thriller met interessante aanzetten

Wild water.jpg

Wild Water; Thomas van Slobbe; KNNV Uitgeverij; 2018; 280 blz.; € 19,95; omslagbeeld Sacha Styles, unplash.com; omslagontwerp Sander Pinkse boekproductie; opmaak Elgraphic bv, Vlaardingen

Onevenwichtige thriller met interessante aanzetten

Deze thriller werd in 2012 door A.W. Bruna Uitgevers B.V. uitgegeven onder het pseudoniem van Van Slobbe, Ruben van Dijk. De uitgeverij van de KNNV, de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, vond het interessant en belangwekkend genoeg om het boek opnieuw uit te brengen, hetgeen vanuit de doelstellingen van de KNNV begrijpelijk is, maar bij de willekeurige lezer gemengde gevoelens kan oproepen. Ja, de toestand van de natuur en de toenemende dreiging die wij die laten zijn, verdient voortdurend aandacht, en Thomas van Slobbe is in de natuurbeweging een auteur die aandacht verdient. Maar een thriller stelt de literaire eisen van een thriller, en deze thriller kon mijn aandacht maar moeilijk vasthouden.

“Thomas van Slobbe is één van de meest originele denkers uit de natuurbeweging”, aldus de flaptekst. “Hij is auteur van diverse boeken over klimaatverandering (deels onder pseudoniem Ruben van Dijk), en werd in 2009 uitgeroepen tot één van de 100 meest invloedrijke Nederlanders op het vlak van duurzaamheid.” Eerder verschenen van hem Dagboek van een Lege Plek, Het Kyoto-complot, Graan en Handvest Antropoceen. Dat wekt dus belangstelling.
Bovendien wordt Wild Water een “eco-thriller” genoemd, en spreekt het ons Nederlanders aan op ons meest gevoelige punt: “Circa drie miljoen mensen in de Randstad wonen onder zeeniveau. Wat gebeurt er als de dijken breken?” En als motto begint het boek met een “Mededeling van het kabinet aan de Tweede Kamer in de Voortgangsbrief Nationale Veiligheid 2008”: “Overstroming van het gebied binnen Dijkring 14 is zeer onwaarschijnlijk, maar heeft, als zij zich zou voordoen, catastrofale gevolgen voor Nederland. “

Die catastrofale gevolgen wil Van Slobbe laten zien via een thriller, waarin drie aspecten een rol spelen. De dijkdoorbraak en de overstroming van de Randstad natuurlijk, het eigenlijke onderwerp van Wild Water. Deze ramp wordt ervaren door enerzijds Anne en Wessel, een succesvolle directrice en echtgenote van een hoge ambtenaar, die een onenightstand meent aan te gaan met de veel jongere systeembeheerder bij haar bedrijf, en anderzijds door de helikopterpiloot Patrick, die wordt opgeroepen om boven het rampgebied foto’s te maken en betrokken raakt bij het onderzoek van de geheime dienst. Deze drie elkaar overlappende onderdelen sluiten echter niet lekker op elkaar aan, waardoor het verhaal de lezer af en toe kwijt raakt.
Te vaak wordt het wilde water in teveel detail beschreven. Dat komt niet over. Om echt het gevoel van een ramp op te wekken, zou het opkomende water vanuit veel meer gezichtspunten moeten worden verteld; dan is het écht een ramp en niet alleen maar iets wat Anne, Wessel en Patrick overkomt. Ook de bredere helikopterview van Patrick maakt te weinig indruk.
Wat een kort overspel voor Anne moest worden, wordt omdat ze door het water gevangen worden in een verlaten woonwijk, een veel langer durende, levensbedreigende situatie. Maar eigenlijk zijn Anne en Wessel te bijzonder om slechts als kijkbuis voor de ramp te dienen. Ze trekken de aandacht teveel weg van het eigenlijke onderwerp, de Ramp. Bovendien geeft Van Slobbe ze begin van een vervreemdingsproces; een soort van devolutie zoals we die uit de rampenromans van J.G. Ballard kennen. Maar bij Anne en Wessel blijft dat proces hangen in een aanzet.
En dan de piloot Patrick, die vooral fungeert als kijkbuis op de ramp, én zicht geeft op de wijze waarop de geheime dienst precies weet dat het een terroristische aanslag is, en door wie die is uitgevoerd. Wanneer de overtuiging maar groot genoeg is, wordt het bewijs wel gevonden, een even komisch als triest proces, waarin onderhoudend de draak wordt gestoken met de politiek.

Drie interessante onderdelen – de Ramp, de devolutie bij menselijk isolement, de fantomen van de politiek – die als losse ijsschotsen door het wilde water tegen elkaar aanbeuken, zonder dat het één homogene thriller wordt, laat staan een eco-thriller. In die laatste categorie geef ik toch de voorkeur aan bijvoorbeeld Cyberstorm van Matthew Mather.

(Paul van Leeuwenkamp)

Het lijkt wel sciencefiction

De goede zoon.jpg

De goede Zoon; Rob van Essen; Uitgeverij Atlas Contact; 2018; 381 blz.; € 21,99; omslagontwerp Nanja Toebak; foto van de auteur Annaleen Louwes; ontwerp typografie binnenwerk Wim ten Brinke

Het lijkt wel sciencefiction

zegt de verteller in De goede zoon (blz. 52), de laatste roman van Rob van Essen, waarvoor hij een werkbeurs Nederlands Letterenfonds kreeg. En ja, deze roman ligt op de grens van het genre, op de grens van de definitie van wat sciencefiction is of zou moeten zijn. Tuurlijk is het sciencefiction, zullen sommigen zeggen, kijk maar, er zijn robots, intelligente kamers die je nachtrust bewaken en je van goede raad voorzien, er zijn auto’s die niet alleen zelf rijden, maar die zijn uitgerust met een Kunstmatige Intelligentie die jou als inzittende echt probeert te begrijpen, waarmee je een intieme relatie opbouwt, er is in Europa een basisinkomen ingevoerd, waardoor iedereen een goed leven heeft, er worden hele dorpen gebouwd om Aziatische toeristen te trekken, er is… Ja er zijn allerlei sciencefiction-elementen, en toch zullen anderen zeggen dat dit helemaal geen sciencefiction is, dat al die dingen uit onze toekomst parodie zijn, niet méér dan de schommel op de A’dam Toren, dan een fietser met een koptelefoon op, het ombouwen van een jongen in een meisje of omgekeerd, niet meer dan Facebook en Twitter. Die sciencefiction-elementen zijn namelijk vooral bedoeld om de vervreemding van de verteller zichtbaar en invoelbaar te maken, zoals allerlei dingen die in het hedendaagse leven heel normaal zijn, vervreemdend werken op ouderen, zoals de negentigjarige moeder van de verteller. De hoofdpersoon is door het overlijden van zijn moeder, na haar tien jaar lang op de gesloten afdeling van de dementerenden te hebben bezocht, in een levensfase gekomen waarin hij de wereld plotseling ervaart als een ándere wereld, een wereld waar hij niet meer bij hoort: “Ik was uitgestapt in een film, een sciencefictionroman.” (blz. 183).
De goede zoon is de roman van een zestiger die door het overlijden van zijn moeder met zichzelf wordt geconfronteerd; een existentiële roman over het wezen van de mens, niet door daar diepzinnig over te filosoferen – al worden er wel wat filosofische gesprekken gevoerd – maar door de dingen die gebeuren en de dingen die er zijn te beschrijven, waaronder ook zijn eigen gedachten en zijn eigen verleden. Schrijver van plotloze thrillers wiens laatste roman geweigerd is, meegewerkt aan “Goede Vrienden, Slechte Vrienden”, maar daar ontslagen, zonder vaste relatie, geen kinderen. Hij is geheel op zichzelf, op zijn eigen gedachten en eigen herinneringen teruggeworpen. Natuurlijk komt het verleden dan weer langs. En daarmee is deze roman ook dat waar veel sciencefictionlezers zo de pest aan hebben: gefilosofeer, gepsychologiseer, meer op het verleden dan op de toekomst gericht, navelstaren van de auteur. Ja, het vertrekpunt lijkt duidelijk autobiografisch, maar Rob van Essen maakt het verhaal heel dynamisch door van het heden naar het verleden en weer naar de toekomst te springen, waarbij de toekomst heden is en het heden verleden. Hij vertelt het verhaal met veel humor en zelfspot, en strooit als terloops allerlei leuke ideeën door het verhaal. Bijvoorbeeld het idee van de achterblijvers, een thema waarover in 2018 Achterblijvers verscheen bij Godijn Publishing. Volgens de ik-persoon van Rob van Essen zijn wij mensen allemaal achterblijvers; eerst omdat we de voorsnellende wereld niet meer kunnen volgen en uiteindelijk omdat de steeds intelligentere apparaten om ons heen de Aarde zullen verlaten en ons achterlaten. Maar het is ook een thriller, want de ik-persoon blijkt in dienst geweest te zijn van de geheime dienst, en daar betrokken te zijn geweest bij de afwikkeling van de ontvoering van Batavier, een duidelijke verwijzing naar de ontvoering van Freddy Heineken. En van de geheime dienst blijk je nooit los te komen.
Een mooi boek over archiveren en het reconstrueren van cold cases zonder de intentie deze op te lossen, over kunst en vooruitgang, over de poses die wij mensen aannemen, bijvoorbeeld als die van een goede zoon, maar waar je je van gaat afvragen wat er van overblijft, waar het toe leidt. Over de plotloze thriller die ons leven is, en de wijze waarop anderen in ons hoofd terecht komen, en wat ze daar uit kunnen spoken. En dan is het einde dat Rob van Essen ons biedt, toch enigszins een anticlimax, wellicht onvermijdelijk.
(Paul van Leeuwenkamp)

In memoriam: Dinie Boudestein

Op 23 december 2018 is NCSF-lid Dinie Boudestein, een van de schrijfsters van het duo Johanna Lime (samen met Marjo Heijkoop), plotseling overleden. Marjo heeft een mooie in memoriam gedeeld op hun website.

We zullen haar missen en wensen haar familie, vrienden en fans veel sterkte toe om dit verlies te dragen.

Names het bestuur,

Alice Jouanno

Nomineren voor de Hugo Awards

Ben je van plan om naar de 2019 Worldcon in Dublin te gaan en heb je nog geen membership? Regel het in 2018 nog om straks te mogen stemmen in de Hugo Awards!

Kan je niet naar Dublin maar wil je wel stemmen? Dat kan met een supporting membership.

Op wie kan je straks stemmen uit de Lage Landen? Mike Jansen heeft een overzicht gemaakt.

 

32st Beneluxcon, 27 januari 2019, Ede

Na bijna 7 jaar is het tijd om de draad op te pakken en opnieuw een Beneluxcon te organiseren. We sluiten aan op het evenement Imagicon dat op 26 januari plaatsvindt.

Imagicon en Beneluxcon vinden plaats in:
De Reehorst, Bennekomseweg 24, 6717 LM, Ede
Op 5 minuten loopafstand van het station Ede-Wageningen.

Op de zondag hebben we een kleine ruimte voor de conventie gereserveerd waar we een eigen programma voor hebben gepland.

ochtend: boekenclub en bordspellen
lunch: gezamenlijk (inclusief)
middag: signeersessies, panels en presentaties
namiddag: NCSF nieuwjaarsborrel
de hele dag: gezelligheid!

De prijs voor deelname aan de Beneluxconventie is vastgesteld op €40 (leden van het NCSF betalen €35). In de prijs zit geen toegang voor Imagicon (op zaterdag). Hiervoor dient een Imagicon kaartje aangeschaft te worden. De lunch, koffie, thee en fris voor de hele zondag is wel in de prijs meegenomen.

Ook zijn er een beperkt aantal hotelkamers gereserveerd voor de Beneluxconbezoekers. Een classic hotelkamer zonder bad kost €69 per nacht, een classic hotelkamer met bad kost € 79 per nacht. Het ontbijt is in deze prijs inbegrepen.

Je kunt je aanmelden voor de conventie bij Paul van Oven via penningmeester@ncsf.nl. Je kunt je kaartje natuurlijk ook ter plekke nog kopen.

 

Jack Vance – Slaven van de Klau

Slaven van de Klau.jpg

Jack Vance – Slaven van de Klau (SF) – 162p.
(Planet of the Damned – Space Stories, Vol. 1:2 December (1952))
Spatterlight, Amstelveen (2018) € 14,99
Het Verzameld Werk van Jack Vance 9
Vertaling: Jaime Martijn (herzien)
Omslag: Howard Kistler/Peter White
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Het was vrijdag en de gehele dag verkneuterde ik me al. Voor de avond lag ‘Slaven van de Klau’ van Jack Vance al een tijdje op me te wachten. De avond tevoren had ik ‘De Vuur Vallei’ van John August al uitgelezen en dat verhaal had het kind in me weer naar boven gehaald en het was nog steeds aanwezig in afwachting van wat er nu weer komen zou. ‘Slaven van de Klau’ had ik natuurlijk wel gelezen, niet als kind, maar als 26 jarige, toen het in 1980 bij Meulenhoff verscheen in de gelijknamige verhalenbundel in de SF reeks als nummer 154. In die tijd werden de SF boeken steeds dikker en zou een dunnetje als ‘Slaven van de Klau’ als standalone wel erg in de SF serie misstaan. Daarom was er maar voor gekozen het als lang verhaal in deze bundel met zes andere verhalen van de meester te laten verschijnen. Beetje raar natuurlijk. Later is dit weer goed gemaakt door ‘Slaven van de Klau’ in 1997 als een klein formaat gebonden boekje nu wel standalone met stofomslag te laten verschijnen.
Uiteraard heb ik de bundel, met daarin dus het verhaal, in 1980 gelezen, maar sindsdien, net zoals veel van de kortere verhalen van Jack Vance, niet meer gelezen en raad eens… ik wist helemaal niets meer van. Nu heb dat tegenwoordig wel eens meer, waarvan ik niet hoop dat ik in de toekomst aan één boek voldoende heb. Dat ik dus het verhaal al vergeten ben als ik het boek dicht geslagen heb en gewoon weer van voren af aan kan beginnen en als nieuw kan ervaren.
Hoe dan ook… een verhaal na 38 jaar vergeten te zijn, dat lijkt me geen probleem en het had dus als voordeel dat ik eigenlijk dus een onbekend SF van Vance had liggen. Vandaar dat verkneukelen dus op de vrijdag. Nu zijn de weekenden niet heel erg bijzonder meer als je niet meer werkt en is het eigenlijk een dag als alle anderen, maar verder geen afspraken, geen bezoekjes, geen boodschappen en dergelijke in het verschiet en een, opnieuw onbekend geworden, Vance, maakte dat weekend ideaal.
Dus nestelde ik me die vrijdagavond al voorgenietend op de bank en werd niet teleurgesteld. Maar ja, werd ik dat eigenlijk wel eens door Jack Vance!
De Lekthwans, een van de talrijke mensachtige rassen die de melkweg bevolken, hebben handelsposten op aarde opgericht en delen bereidwillig, maar met mondjesmaat, hun superieure wetenschap en technologie met ons. Alles wat wij aardbewoners nog aan nieuwigheden en innovatie kunnen verzinnen hebben de Lekthwans al verzonnen en de ontwikkelingen zijn op aarde tot stilstand gekomen. Het heeft geen zin. Voor de Lekthwans zijn de aardbewoners nog maar net het barbarendom ontgroeid. Maar sommige aardebewoners, zoals Roy Barch, in dienst van Markel (de handelscommisaris van Lekthwa in Californië) kunnen dat niet verkroppen. Hij heeft een groot minderwaardigheidscomplex ontwikkeld, wat nog eens verergerd wordt als hij Komeitk Lelianr, de dochter van zijn werkgever, ontmoet. De Lekthwans hebben ook vijanden in het heelal. De dierlijke Klau zien in de aardbewoners een bron van slaven die ze in hun fabrieken kunnen laten zwoegen. Bij een overval op aarde worden zowel Roy als Komeitk Lelianr gevangen genomen en als slaven naar Magarak, een van de fabriekswerelden van de Klau, gevoerd. Daar weten ze te ontsnappen aan de Klau en zich aan te sluiten bij een groep gevluchte slaven. Dan blijkt dat de aardebewoners veel meer in hun mars hebben dan de Lekthwans zelfs maar konden bevroeden. Roy Barch bereikt veel met zijn onverzettelijke doorzettingsvermogen en wilskracht en zet in zijn eentje een verzetsbeweging op met als doel van Magarak te ontsnappen.
Het is typisch een avontuur in de beste traditie van Jack Vance en ik heb er weer meer dan van genoten. Vooral omdat het zo goed als nieuw (al lezend kwam er toch wel wat terug) was. Het kan zeker gezien worden als een opmaat voor de avonturen op Tschai en de Duivelsprinsen. Leuk, leuk en nog eens leuk!

Jos Lexmond

De Vuur Vallei – John August

Vuurvallei.jpg

De Vuur Vallei – John August (JFA)
Arlo Finch 1
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2018)
312 pagina’s; prijs 17,99
Oorspr.: Arlo Finch in het Valley of Fire – (Roaring Brook Press, New York – 2018)
Vertaling: Mireille Vroege
Omslag: Will Immink Design/iStock

Het kind in mij is er nog steeds en daar ben ik heel erg blij mee. Hij laat zich niet meer zo gemakkelijk tevoorschijn lokken als toen ik nog een echt kind was. Toen las ik alles, maar dan ook echt alles, wat er me voor ogen kwam. Waar dat vandaan kwam, dat weet ik niet. Grote voorbeelden van lezers had ik niet in mijn nabije omgeving. Mijn vader was veel te druk met zijn schoenmakerij en later hoorde ik van mijn moeder dat ze graag las, maar ik heb beiden nooit met een boek in de handen gezien toen ik nog jong was. Misschien was het toen al een vorm van escapisme, wie zal het zeggen. Hoe dan ook… ik speurde overal waar ik kwam naar boeken. In kasten, bij het speelgoed of waar dan ook en altijd stond ik er met mijn snottert bovenop en leende boeken die me wat leken. Als ik dan weer nieuwe exemplaren buitgemaakt had, zag en hoorde ik niets meer en was vertrokken naar wat voor boekenland dan ook en beleefde ik de grootste en spannendste avonturen die een schrijver maar kon bedenken. Ik leende de sprookjesboeken van de Margriet (rood, geel, groen en blauw) bij de buren, Dik Trom bij een neef en Pinkeltje, Puk en Muk, de boeken van de Vijf bij weet ik veel wie. Vooral de boeken met fantastische verhalen zoals de boeken van onder andere: Wim van der Gaag, A.D. Hildebrand en Arie van der Lugt, spraken me toen al heel erg aan, maar de meisjesboeken van mijn zussen, verslond ik ook als er niets anders meer was. Alles, echt alles ging me door de ogen. Ik was onverzadigbaar. Op school hadden we een schoolbibliotheek. Daar ging een nieuwe wereld voor me open. Daar hadden ze veel boeken over geschiedenis en verhalen van en over alle Nederlandse helden passeerden de revue. Pas toen ik lid werd van de bibliotheek in Geldrop kon mijn leeshonger pas wat gestild worden. Ik sleepte het maximale aantal boeken naar huis en als ik daar doorheen was, ging ik gewoon nieuwe halen. Soms wel drie keer in de week.
Het kind in me ben ik gelukkig nooit kwijtgeraakt en altijd was er wel iets wat hem triggerde en hij weer tevoorschijn kwam en ik weer het gevoel, of de ‘sense of wonder’ van vroeger kon ervaren. Het komt niet zo heel erg vaak meer voor maar soms heeft een boek opnieuw dat effect op me. De Vuur Vallei was weer zo’n boek. Heerlijk!!!
Arlo Finch verhuist met zijn moeder en zus naar Pine Mountain. Ze gaan bij zijn oom Wade inwonen omdat ze anders dakloos geworden zouden zijn. Geen van hen wil eigenlijk in Pine Mountain wonen. Het was zo’n klein plaatsje dat je op de kaart steeds verder moest inzoomen om het te kunnen vinden. Maar Arlo vind er zijn draai, wordt lid bij de scouting en maakt nieuwe vrienden. Indra en Wu. Als Arlo vlak na zijn aankomst als een ontmoeting heeft met Cooper, de spookhond, dan is de toon al gezet. Vlak bij Pine Mountain liggen de Lange Wouden, een parallelle wereld vol wonderen en gevaar. Een van zijn nieuwe vrienden, Conner, is daar, eens verdwaald met zijn zus Katie. Katie is nooit meer teruggevonden en Conner dook een maand later plotseling op in Canada, duizenden kilometers verderop. Hij wist niet wat er gebeurd was. Katie is volgens zeggen door de trollen meegenomen.
Het lijkt wel of er een eeuwenoude kracht het op Arlo gemunt heeft en Arlo moet alle zeilen bijzetten om zijn avontuur tot een goed einde te brengen.
De Vuur Vallei bracht zoals gezegd het kind weer in me boven en hij heeft er van genoten. Een tweede deel: ‘Het Meer van de Maan’ is in het einde van het boek al aangekondigd voor 2019. Het kind in mij zit er al om te springen!

Jos Lexmond

Woestijnpiraten – Dan Walker

Woestijnpiraten.jpg

Woestijnpiraten – Dan Walker (JFA)
Luchtpiraten 2
Van Holkema & Warendorf, Houten (2018)
283 pagina’s; prijs 16,99
Oorspr.: Desert Thieves (Oxford University Press, Oxford (2017))
Vertaling: Willeke Lempens
Omslag: Marieke Oele/James Fraser

Zoya DeLarose is een kind uit een weeshuis. In het eerste avontuur ‘Luchtpiraten’ beleefde ze al de meest dolle avonturen op vliegende schepen die door het luchtruim scheren langs zwevende eilanden op nachtelijke tochten vol schatten. Wat wil je nog meer als ingrediënten van een spannend verhaal. Niets zou je zeggen. In dit tweede avontuur ‘Woestijnpiraten’ doet de schrijver, Dan Walker, er nog een schepje, of liever: een hele schep bovenop.
Zoya leeft in een wereld die zich waarschijnlijk een paar eeuwen in de toekomst afspeelt. Of misschien is het wel een imaginaire wereld. Dat is niet echt te bepalen en is zoiets heel erg belangrijk? Niet echt natuurlijk. Het is hooguit dat de wereld er misschien wat echter van wordt als het verhaal zich in onze toekomst afspeelt. Maar het is niet heel erg duidelijk en het wordt ook niet echt verklaard. Wat ook niet echt verklaard wordt is hoe luchtschepen als De Waterjuffer in de lucht gehouden worden en hoe ze aangedreven worden. Nu kan dat natuurlijk een resultaat van eeuwen ontwikkelingen zijn, maar het hoe en waarom komt geheel en al niet aan bod. Dat soort dingen storen me wel eens. Natuurlijk gaat het om het verhaal en de actie en natuurlijk moet het spannend en aantrekkelijk zijn, maar ik wil toch altijd wel graag weten hoe een wereld werkt en waarom die zo werkt. Hoe hoeft natuurlijk niet uitgebreid uit de doeken gedaan te worden, maar een beetje uitleg, een paar regels maar is voldoende. Het schaadt niet, zou ik zo zeggen. Maar goed… de schrijver gaat uit van een gegeven: een wereld waarin schepen door een bepaalde, niet nader omschreven, techniek door de wolken zeilen en waarvan de bemanning meestentijds piraten zijn. Niets mis mee natuurlijk, maar toch.
Zoals al gezegd… Zoya DeLarose is een weesmeisje en komt aan boord van De Waterjuffer, het schip van kapitein Carlos Vaspine. Ze maakt al snel deel uit van de bemanning. Maar Zoya heeft een vijand. De gemene luchtpiraat Lendon Kane, die uit is op de medaillon die om Zoya’s nek hing waarmee hij de schat van Zoya’s vader in handen hoopte te krijgen. In ‘Luchtpiraten’ rekende Zoya, samen met haar medebemanningsleden van De Waterjuffer effectief met de snoodaard af.
Maar in dit tweede deel blijkt dat het niet effectief genoeg was. Lendon Kane is terug en de inzet is dit keer een vliegeniersbril. Zoya weet die te bemachtigen, maar ziet zich daarmee weer verzekerd van de aandacht van Lendon Kane en dat niet alleen… de schurk weet De Waterjuffer uit de lucht te schieten, die in een hoog oplaaiende vlammenzee ten onder gaat. Alle opvarenden van De Waterjuffer worden gevangen te genomen, behalve Zoya, Dodsley en Bucker. Het is zaak voor hen om Kapitein Vaspine en zijn bemanning te bevrijden uit de klauwen van Lendon Kane.
Zo begint een nieuw en spannend avontuur, waar ik, ondanks de eerder beschreven bedenkingen, weer meer dan van genoten heb. Ik weet niet of Dan Walker aan een nieuw avontuur van Zoya bezig is, maar als dat zo is… laat maar komen!

Jos Lexmond

De Fandata zoekt hulp

De Fandata is de grootste bibliografische database op het gebied van het Nederlandstalige fantastische woord. Het gaat van de eerste druk van Utopia uit 1630 via de vele uitgaven van Science Fiction & Fantasy uit de jaren 70 en 80 tot aan het nieuwste boek van George R.R. Martin en Stephen King.

Geïnspireerd door FantSFeer uit 1979 begon het als een liefhebberij, het verzamelen van gegevens over Science Fiction & Fantasy boeken en verhalen, van Jos Lexmond en Jan Meeuwesen en al snel verscheen hun reeks van bibliografische uitgaven genaamd SF-Lexicons. Dit resulteerde in 2000 in hun magnum opus Fandata, een werk waar meer dan 25.000 titels in stonden. Dit konden ze niet verwezenlijken zonder een groep van mede liefhebbers, waaronder Georges Gorremans, Henk Ottema en Eddy C. Bertin, rondom zich te hebben verzameld.

In de jaren die hier op volgden hebben ze niet stil gezeten. De Fandata is digitaal gegaan en alle gegevens zijn ingevoerd in een Access database. Verder is het team van actieve medewerkers uitgebreid naar vier mensen sterk. De Fandata is in die jaren enorm gegroeid. Het bevat nu gegevens van meer dan 60.000 titels en bijna 35.000 boeken. Verder verstrekken we de Fandata aan een klein groepje liefhebbers. Maar we zouden het graag zien dat alle gegevens beschikbaar worden voor het grote publiek. We zouden de Fandata graag online brengen, maar omdat we alle vier digibeten zijn wat betreft website bouwen en online databases, zoeken we hierin hulp.

We zijn op zoek naar mensen die ons daarbij kunnen helpen. Zou jij het leuk vinden om onze droom, een online versie van Fandata, te realiseren neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Daarnaast zouden we het invoer- en controleerteam willen uitbreiden. Momenteel wordt er veel uitgegeven op het fantastische gebied in Nederland en België en we merken dat we wel eens een boek of verhaal missen. Als je het leuk vindt om met boeken en gegevens hiervan om te gaan, neem dan ook contact met ons op. Maar ik waarschuw je wel, je kan gegrepen worden door het Fandatavirus.

Als het bovenstaande niets voor je is maar je bent wel benieuwd naar de gegevens in de Fandata: laat het ons dan ook weten. Nadat we zorgen dat de Fandata is geïnstalleerd op je PC, wordt je opgenomen in de verzendlijst en krijg je maandelijks een update van de Fandata opgestuurd.

Met deze oproep hopen we dat de Fandata een online toekomst krijgt. Het zou eeuwig zonde zijn als deze fantastische bibliografie verloren zou gaan.