Marcus Sedgwick – Het griezelwoud

Griezelwoud.jpg

Marcus Sedgwick – Het griezelwoud (JFA) – 200p.
Elfmeisje en Raafjongen 1
(Elf Girl and Raven Boy – Fright Forest– Orion Children’s Books, Londen – 2012)
Uitgeverij Condor, Amsterdam (2018) € 14,99
Vertaling: Esther Ottens
Omslag: Studio Blikgoed/Pete Williamson

Het mag duidelijk zijn dat ik een jonge geest in een oud lichaam ben, want ik ben nog steeds dol op jeugdliteratuur en lectuur en zeker als ze humoristisch, spannend, een beetje ondeugend en origineel zijn. ‘Het griezelwoud’, het eerste deel van ‘Elfmeisje en Raafjongen’ voldoet aan alle bovenvermeldde criteria, maar er komen ook geruststellende en bekende figuren in voor zoals heksen, ogers, trollen en andere duistere wezens. Na enig naspeuren kwam ik erachter dat Marcus Sedgwick een zestal delen in deze reeks geschreven heeft en als ze dus allen uitgegeven gaan worden in het Nederlands, dan hebben we nog wat tegoed. Overigens is het laatste deel al in 2015 in het Engels verschenen dus er is niets dat in de weg staat om deze reeks snel en vertaald te laten verschijnen. Van mij mag het.
Raafjongen heeft kort en puntig zwart haar, een geweldig zicht in de nacht en kan praten met dieren. Op het moment dat het verhaal begint heet hij nog niet Raaf, maar hoe dan wel wordt nog even geheim gehouden, maar ik vermoed dat dat later nog eens bekend gemaakt zal worden. Elfmeisje is lichtvoetig, een snelle denker en heeft puntoren, ze is dus helemaal een elf. Raafjongen ligt lekker te slapen in de allerhoogste boom die hij kon vinden, als de boom scheef begint te zakken. Hij bezig is om te vallen. Raaf klemt zich met alle macht vast aan de tak waarop hij ligt, maar moet dan los laten en blijft uiteindelijk aan een tak net boven de grond hangen. Dan hoort bij een stem die vraagt wie hij is en waarom hij zo dom aan en tak hangt en… waarom hij haar huisje geplet heeft. Doordat de jongen, die binnenkort Raaf zal heten, heel goed kan zien in het donker, kan hij dus zien wie er tegen hem praat. Dan begint het gesteggel over hun naam. Raaf wil zijn echte naam niet zeggen omdat hij zelf vindt dat hij een rare naam heeft waarvoor hij zich schaamt en ten tweede omdat zijn vingers van de tak gleden. Elfmeisje geeft uiteindelijk alleen de eerste letter van haar naam: E, waarna Raaf er Elf van maakt en dat blijft het in dit deel. Dan moeten ze maken dat ze wegkomen, want er valt een nieuwe boom om en later blijken er nog veel meer bomen omgevallen te zijn. Al heel snel zien ze wie de boosdoener is: een Oger, die heel het bos kapot aan het maken is. Om erachter te komen waarom, gaan Raaf en Elf op zoek naar de Heks Die Alles Weet.
Elfmeisje en Raafjongen zijn twee tegenpolen die heel wat af kibbelen, maar elkaar ook wonderbaarlijk goed aanvullen en samen de meest vreemde avonturen beleven. Zo worden ze haast ingrediënten voor de soep die drie mannen, die later trollen blijken te zijn, hen aanbieden. Ze krijgen hulp van een rat om te ontsnappen en worden achterna gezeten door een roedel hongerige wolven.
Ik voelde me helemaal kind met de kinderen en heb me prima vermaakt met dit eerste deel. Af en toe kon ik het grinniken niet laten. Het is alleen jammer dat er niet een echt einde aan zat en dat het verhaal dus gewoon doorgaat in het tweede deel. Zoals gezegd: hopen we dan maar dat het gaat verschijnen. Tot nu toe heb ik daar nog geen aankondiging van gezien. We wachten maar af.

Jos Lexmond

Een zeer opmerkelijk verschijnsel – Hank Green

9200000095274364.jpg

Een zeer opmerkelijk verschijnsel – Hank Green (SF)
HarperCollins Holland, Amsterdam (2018)
378 pagina’s; prijs 19,99
Oorspr.: An Absolutely Remarkeble Thing – (Dutton, New York – 2018)
Vertaling: Karin de Haas
Omslag: Kaitlin Kali

‘Een zeer opmerkelijk verschijnsel’ is wel een zeer opmerkelijk boek te noemen. Tijdens het lezen werd ik steeds heen en weer geslingerd tussen: Is het nu SF of is het nu geen SF. De ene keer dacht ik zeker te weten van wel en een volgend moment zou ik het haast weggelegd hebben, omdat ik nu eenmaal geen niet fantastische boeken lees. Waarom eigenlijk? Ik zie die vraag nu rijzen. Wel… de reden is simpel. Er zijn meer dan genoeg fantastische verhalen te genieten, dus waarom zou ik iets anders willen. Bovendien… mocht de bron aan (interessant) nieuws eens opdrogen, iets wat zeer onwaarschijnlijk is, dan zijn er nog hele wagonladingen om nog eens te herlezen. Ik verveel me dit leven niet meer, zoveel is wel zeker.
Goed… terug naar dit boek. Zoals u al begrepen zal hebben, heb ik me er twijfelend doorheen gelezen en dan niet omdat het niet boeiend was, maar dus om voorvernoemde redenen. Soms wordt het een mens niet gemakkelijk gemaakt. Maar goed… dat hoeft ook niet. Beter dit dan een soortement van dertien in een dozijn verhaal en dat is dit zeker niet. Uiteindelijk heb ik toch maar besloten dat het echt SF was.
Waar gaat het over? De hoofdpersoon uit het verhaal: April May sleept haar vermoeide lijf om kwart voor drie s’nachts, na een zestienurige werkdag, over 23rd street in Manhattan, New York, als ze tegen een drie meter hoge Transformer, met een enorme borstplaat en gekleed in een wapenrusting van een samoerai, die een anderhalve meter boven haar hoofd uitsteekt, aanloopt. Hij staat midden op de stoep, vol energie en kracht en zag eruit alsof hij elk moment om kon draaien en zijn blik op haar kon richten. Maar in plaats daarvan staat hij daar gewoon, zwijgend en haast minachtend. In het licht van de straatlantaarns lijkt het metaal een lappendeken van dof gitzwart en weerspiegelend zilver. April belt een paar vrienden van de kunstacademie en gezamenlijk maken ze een filmpje van Carl, zoals April het beeld genoemd heeft, en zet het op YouTube. Uitgeput gaat ze naar huis en naar bed en de volgende dag blijkt haar filmpje viral gegaan te zijn en zijn er in minstens zestig andere steden, waaronder Beijing en Buenos Aires ook ‘Carls’ verschenen. Als eerste ontdekker van een Carl wordt April wereldberoemd en staat vanaf dan constant in de belangstelling. Terwijl de druk van de media steeds groter wordt, probeert April uit te zoeken wat de Carls zijn, waar ze vandaan komen en wat het doel van hen is.
Zoals gezegd… boeide het verhaal me heel erg en, het klinkt als een dooddoener, ik kon het haast niet wegleggen. Ik ga er verder ook niet heel erg veel meer over vertellen dan dat hoe het verhaal eindigde, je zou verwachten dat er een vervolg zou komen. Niet dat het verhaal niet verteld en klaar was, maar de verwachting werd wel gewekt. Tot nu toe is er geen enkele aanwijzing dat er een tweede deel zal verschijnen. Als dat zo is… dan zullen we er mee moeten leren leven, maar misschien veranderd het nog. Ik hou het in de gaten.
Het verhaal is een beetje vreemd en is niet te vergelijken met andere vcrhalen, maar hé, dat is het leuke ervan, niet? Toch maar proberen, je krijgt er geen spijt van.

Jos Lexmond

En Garde! – Peter Nys

En Garde!.jpg

En Garde! – Peter Nys (JSF)
De Parameters, deel 2
Clavis Uitgeverij, Hasselt – Amsterdam – New York (2018)
294 pagina’s; prijs 18.95
Omslag: Studio Clavis/Conz

Het eerste deel van De Parameters: ‘Een laatste kans op Kosmos’ verscheen in Juli 2017 en het zal u (net zo min als mijzelve) in het geheel niet verwonderen dat het verhaal in de grijze spelonken van mijn geest weggezakt was. Misschien lees ik wel te veel of, wat ook nog kan natuurlijk, begint mijn geheugen me enigszins in de steek te laten. Ik hou er toch maar op dat ik te veel lees. Ik heb het even nageteld en nadat ik ‘Een laatste kans op kosmos’ tot me genomen had, tot ik ‘En Garde! las, heb ik inmiddels vier en tachtig boeken en verhalenbundels gelezen, om maar niet te spreken van de talloze andere dingen die ik in de tussentijd deels of geheel doorgenomen heb om te bepalen of ze fantastisch waren of niet, zodat ze opgenomen konden worden in Fandata… of niet. Dat is dus een heleboel, nietwaar?
Dus… was het misschien toch wat handiger geweest als er een inleidend stukje geweest was wat een beetje een indruk van de voorgeschiedenis gaf. Hoogstwaarschijnlijk zou dat niet alleen maar handig voor mij geweest zijn, maar vrijwel zeker ook voor andere lezers. Misschien iets om te overwegen voor het volgende deel?
‘En garde’ volgt, net als ‘Een laatste kans op Kosmos’ weer drie verhaallijnen. Een in het verleden, een in het nu en een in verre toekomst. In het verleden staart Tycho Brahe naar de hemel. Hij wil maar een ding: wetenschapper worden en onderzoeken hoe de sterren en planeten door het heelal suizen. In het heden vervolgen we het verhaal van Ite, die er eindelijk achter begint te komen hoe haar moeder verdwenen is. Alleen proberen haar vrienden haar onderzoekingen te saboteren. Waarom? In een verre toekomst en wel in het jaar 2771 is geheim agent A Zeven gewend om onder een valse naam te opereren.
Alle ingrediënten zijn aanwezig om er weer een spannend verhaal van te maken dat mij weer bijzonder boeide. Ondanks dat het bijna anderhalf jaar geleden was dat ik het eerste deel las, kostte het me toch betrekkelijk weinig moeite weer in het verhaal te komen. Ik ga er verder weinig over vertellen want het verhaal is toch wel complex te noemen en je geeft al gauw een spoiler weg. Nog een opmerking. Uiteraard las ik eerst mij recensie van het eerste deel even nog even door. Daarin vond ik dat eerste deel niet te moeilijk voor twaalfjarigen. Ik denk dat ik deze keer mijn menig toch ietsie bij moet stellen, want zoals gezegd wordt het er niet gemakkelijker op en denk ik dat de betekenis van sommige woorden eerst wel eens opgezocht moeten worden om volledig duidelijk te zijn. De betekenis blijkt niet altijd zo maar uit de tekst. Daarom stel ik voor niet alleen een soortement van: ‘Wat er vooraf gebeurde’, maar ook een verklarende woordenlijst met een beknopte uitleg. Deze twee zaken zouden de leesbaarheid, zeker voor twaalfjarigen, absoluut bevorderen.
Maar buiten dit… verder geen enkele kritiek mijnerzijds, maar alle lof. Ik wacht in spanning af tot het volgende deel verschijnt. Hopelijk gaat het niet zo lang duren.

Jos Lexmond

IJs – Nico De Braeckeleer

IJs.jpg

IJs – Nico De Braeckeleer (YSF)
Adem 2
Bakermat, Mechelen (2018)
297 pagina’s; prijs 15,95
Omslag: Onbekend

Het was al een tijdje geleden dat ik ‘IJs’ tot me genomen had en normaal gesproken schrijf ik daarna meteen de recensie zodat ik er nog vers in zit. Nu was dat dit keer niet mogelijk. Ziekte noopte me een aantal activiteiten, waaronder ook het recenseren, te staken, maar het lezen ging natuurlijk gewoon door. Wat moet je anders als je uitgeteld bent. Dus ben ik nu behoorlijk wat recensies achter en hoop die de komende weken weer een beetje in te lopen, ofschoon het natuurlijk ook voorkomt dat er weer een gelezen boek bijkomt die ik dan maar voor laat gaan omdat die inhoud me sterker bijblijft dan degenen die er nog liggen. Het kan natuurlijk wel zo zijn dat mijn recensies wat korter worden dan jullie van me gewend zijn, want ondanks het feit dat ik wel wat aantekeningen maakte wil dat niet zeggen dat het geheugen daar beter van geworden is. Alvast excuses voor dat, mocht dat gebeuren.
‘IJs’ dus. Ik moet zeggen dat deze klimaattrilogie van Nico De Braeckeleer mooi in de juiste tijd valt met al de klimaatprotesten en donderdagse demonstraties van de Belgische schooljeugd. Deze protesten zijn begonnen door de 15 jarige Zweedse scholiere Greta Thunberg die met haar actie: Skolstrejk för klimatet, respect afdwong tijdens haar speech tijdens de klimaattop in Katowice, Polen.
Haar protesten zijn zeker in België overgenomen door scholieren als Anuna de Wever en Kyra Gantois en vertaald in schoolstakingen (brossen) en protestmarsen elke donderdag. En ook in Nederland begint zich langzaam een beweging van scholieren te vormen die weliswaar iets minder fel is, maar toch ook de gemoederen danig in beweging brengt. Zou het iets uit gaan maken? Ik hoop het maar. Het is in ieder geval mooi te zien dat de jeugd tegenwoordig ook weer ergens voor staat.
Wat je je zeker ook af kan vragen is of de eerste twee boeken in de Adem trilogie (Tusnami en IJs) ook enige invloed gehad hebben op de protesterende jeugd. Ze vallen natuurlijk in de doelgroep en geven, ondanks dat het een spannend en onderhoudend verhaal is, een sterke waarschuwing af dat wij inderdaad de heilige plicht hebben dat onze kinderen, kleinkinderen en verdere nakomelingen kunnen beschikken over een veilige en leefbare wereld en niet een die gekenschetst wordt door Nico de Braeckeleer of door onze eigen Ziltpunkers Tais Teng en Jaap Boekestein. Hun verhalen zijn weliswaar komisch en voortbordurend op een toekomstig Nederland dat kampt met de gevolgen van het smelten van de ijskappen, maar er als Nederlanders een slaatje uit kunnen slaan. Nico De Braeckeleer gaat er serieuzer mee om en laat zien wat de gevolgen van het stijgen van de zeespiegel en de veranderende weerpatronen kunnen zijn in de wereld van 2165 en wat de directe invloed is op mensen.
De vier jongeren die we hebben leren kennen in het eerste deel zijn nog steeds onderweg naar Civitas (ergens in Afrika), dat gezien wordt als de enige plek waar je nog kunt wonen als voor de klimaatsverandering. Ze zijn ergens in de buurt van Le Mans,Noord Franktijk aangekomen, als ze overvallen worden door een sneeuwstorm en ijsregens, waardoor ze gedwongen worden onderdak te zoeken in een nederzetting. Daar is levensgevaarlijke besmettelijke ziekte: bingdú uitgebroken. Een kleine veertig jaar geleden was het hoogtepunt van de epidemie. Binnen een tiental maanden bezweken meer dan 200 miljoen mensen aan de ziekte. Er werd echter een geneesmiddel voor gevonden waarna de ziekte uitgeroeid leek, maar nu stak die zijn kop weer op. Als Jazz besmet raakt veranderen de plannen en moeten de anderen op zoek naar het geneesmiddel: viridú dat zich in een fabriek in Tours zou bevinden.
Het verhaal blijft spannend en boeiend. Ik las het, de adem inhoudend, uit. Je vraagt je alleen af of de groep op deze manier Civitas wel ooit zal bereiken met nog maar één boek in deze trilogie te gaan. Maar we gaan het zien. Ik ben benieuwd. Overigens heb ik nog geen aankondiging gezien voor het slotdeel, dus voor mei mogen we het sowieso niet verwachten.

PS Mooie omslag trouwens. Van wiens hand is die?

De toekomst van het communicatiegebeuren

Jinxed.jpg

Jinxed – Amy McCullogh (YSF)
Jinxed 1
HarperCollins Holland, Amsterdam, Young Adult (2018)
317 pagina’s; prijs 15,00
Oorspr.: Jinxed – (Simon & Schuster UK Ltd., Londen – 2018)
Vertaling: Angelique Verheijen
Omslag: Simon & Schuster UK Ltd., Londen/Véronique Cornelissen/Peter Verwey

Als je Amy McCulloch mag geloven in haar roman ‘Jinxed’ is de baku de toekomst van het communicatiegebeuren en zal het de mobieltjes, Smart Phones, of hoe het allemaal ook moge heten, volledig verdringen. En… dat zie ik wel gebeuren. Deze openingszin teruglezend vind ik dit zelf behoorlijk hilarisch, want als er iemand niet communicatief is ingesteld… dan ben ik het wel. Ik heb geen mobiel, of Smart Phone en ik communiceer nog gewoon via een vaste huislijn en natuurlijk via mijn laptop gebruik makend van mail. Misschien vind u me een archaïsche weirdo… wel… het zij zo. Ik kan er niet mee zitten en vind het wel lekker rustig zo. Ik hoef in ieder geval niet de hele dag met mijn telefoon in de poten te zitten en op de fiets, of desnoods in de auto te zwalken, afgeleid zijnde voor van alles en nog niks. De keren dat ik heb moeten schreeuwen naar tegenliggers op het fietspad, die alleen oog hadden voor hun magische kastje, zijn al niet meer op tien vingers te tellen. Zo… heb ik die frustratie ook eens uitgesproken.
Terug naar de recensie. Goede SF is voorspellend vanuit een bestaande situatie, geprojecteerd op de toekomst en voordat u met z’n allen begint te roepen: ‘Niet altijd’, dan geef ik u daar ook alle gelijk in. Sommige SF dan, zal ik het nuanceren.
Wat is dan een baku? Een baku is een elektronisch beestje, of wel een robot huisdiertje, die veel meer kan dan een mobiele telefoon. Je kunt hem via een neurolijn (een implant) opladen en er ook meteen telepatisch mee communiceren. Hij (of zij) kan berichtjes projecteren op je hand, je helpen bij je huiswerk en s’nachts in bed, kruipen ze lekker dicht tegen je aan. Baku’s zijn uitgevonden door Monica Chan, die meteen een bedrijf oprichtte om de grote vraag naar baku’s aan te kunnen: Moncha Corp., wat op het moment het grootste technische bedrijf in Amerika is, Baku’s zijn er in alle vormen en maten en dus inderdaad in alle prijsklassen. Vlinderbaku’s zijn heel erg gewild, maar behoren, net als andere insectenbaku’s tot de level 1 baku’s. Level drie zijn veel interessanter, zoals een level 3 spaniël, Maar een level 3 baku is voor Lacey Chu alleen bereikbaar als ze wordt aangenomen op de Profectus Academy of Science and Technology, een school die is opgericht door Monica Chan. De school is alleen maar bereikbaar als je een baku level 3 hebt en de enige manier voor Lacey om een level 3 baku te krijgen is als ze beurs krijgt voor deze school. Maar dat zit er niet in. Lacey’s droom is om zelf een Monica Chan en een grote compagneur te worden. Ze knutselt en repareert nu al baku’s voor mensen in haar omgeving en is er goed in. Maar als ze wordt afgewezen voor de school laat ze van ellende haar telefoon vallen en kan ze enkel en alleen een mestkeverbaku aanschaffen van haar spaarcenten. Het verhaal begint pas goed als Lacey achter Linus, de slaapmuis baku van Zora (haar beste vriendin), aangaat die van een brug afviel (zelf maar lezen hoe). Ze vindt Linus, maar ook de resten van een baku kat. De kat blijkt nog te ‘leven’. Lacy neemt de kat mee naar huis en kalefatert haar op en van het ene op het andere moment verandert haar leven rigoureus.
Leuk verhaal, wat niet inhoud dat alles leuk is. De spanning, daar is niets over te zeggen, want het is enorm boeiend, maar je kunt vraagtekens zetten bij de baku gevechten die gehouden worden. Daar zie ik zelf het nut niet erg van in. Maar goed… wie ben ik. Het eindigt in ieder geval met een enorme cliffhanger, wat uiteraard inhoudt dat er een vervolg komt. Het staat al aangekondigd en verschijnt in juli in Engeland. De titel wordt: ‘Unleashed’. Het duurt dus nog een tijdje voordat hier een vertaling verschijnt. We zullen tot dan onze ziel in lijdzaamheid moeten bezitten, het is niet anders.

Jos Lexmond

Jack Vance – De Wereldbedenker en andere verhalen

Wereldbedenker.jpg

Jack Vance – De Wereldbedenker en andere verhalen (DIV) – 331p.
Spatterlight, Amstelveen (2019) € 17,73
Het Verzameld Werk van Jack Vance 1
Vertaling: Diversen
Omslag ontwerp: Howard Kistler
Omslagillustratie: Howard Kistler
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

De conditie waarin ik afgelopen januari verkeerde was, zonder al te veel in details te treden, ronduit: ziek, zwak en misselijk te noemen. Dat laatste viel wel mee, maar zo is het gezegde nu eenmaal en het illustreert wel heel erg goed hoe ik me voelde. Ik was gedwongen een aantal van mijn activiteiten tijdelijk te staken en als dat gebeurd, dan is er echt iets goed mis. Maar goed (of niet natuurlijk).
Tijdens deze malaise kwam een oude vriend, in de vorm van ‘De Wereldbedenker en andere verhalen’ door de brievenbus en viel met een doffe plof op de mat. Inderdaad beschouw ik Jack Vance als een oude vriend. Toen ik veertien jaar oud was vermaakte hij me voor het eerst met ‘Steek er de draak maar mee’ (ofwel: De drakenruiters) en nu, een dikke vijftig jaar later vermaakt hij me nog steeds. Zeker nu Spatterlight alles (op de Ellery Queen verhalen na dan. Wat jammer is!) van Jack aan het uitgeven is, waardoor we vergast worden op een aantal, nog onvertaalde verhalen en boeken.
Ziek, zwak en misselijk zijnde, nam niet weg dat ik niet meer las en een bundel als ‘De Wereldbedenker’, werkte eigenlijk als een pleister op de wonde. Onder de vijftien verhalen, die deze bundel bevat, zijn er maar liefst drie (Spatterlight zegt zelf vier, maar ‘Ik bouw uw droomkasteel’ verscheen eerder in ‘Alambar’) welke niet eerder in vertalingen verschenen en waarvan ik me afvroeg… waarom in hemelsnaam niet? Dat Meulenhoff de Sheriff Joe Bain boeken onvertaald liet, dat kan ik me voorstellen. Geen SF natuurlijk en dus geen probleem. Maar twee van de drie verhalen (‘De verstrooide professor’ is niet fantastisch) die hier, in deze bundel, voor het eerst in vertaling verschenen, zouden niet misstaan hebben in een van de Vance bundels van Meulenhoff. Vooral het verhaal ‘Ontheemd’, dat oorspronkelijk in 1953 verscheen, is onthutsend eigentijds te noemen en zou zich zeer goed in onze tijd af kunnen spelen.
Alle vijftien verhalen in deze bundel zijn het werk van een jonge Jack Vance. Op de foto op de achterkant kijkt hij heel erg serieus langs je heen, waarbij je je afvraagt of hij wel zo jong was toen hij zijn eerste verhaal: ‘De Wereldbedenker’ in 1945 publiceerde. Hij was toen al 29 en op de foto oogt hij een jaar of twintig, hooguit. Maar goed… een kniesoor die daarop let.
Buiten de drie onvertaalde verhalen bevat deze bundel nog twaalf andere verhalen die grotendeels stammen uit de eerste twaalf jaren van zijn carrière en oorspronkelijk verschenen in Engelstalige pulpmagazines als: Thrilling Wonder Stories, Astounding, Startling stories, enzovoort. Ze verschenen voornamelijk in vertaling in bundels en anthologieën bij Meulenhoff en niet direct in chronologische volgorde. Voor de liefhebber die de bundel nog niet aangeschaft heeft omdat hij/zij de verhalen toch al gelezen heeft volgt dan even een inhoudsopgave van de verhalen verluchtigd met een losse kreet die mijns inziens de essentie van het verhaal raakt.
‘De Wereldbedenker’: Zelfs de goden… ‘Ik bouw uw droomkasteel’: If you cannot beat them… join them. ‘De Tien Boeken’: Waar een wil is… ‘De tempel van Han’: Zelfs de Goden… ‘Telek’: If you cannot beat them… ‘Geluid’: The sound of silence. ‘De zeven uitgangen van Bocz’: Boontje komt om zijn loontje. ‘Ontheemd’: Wat een verassend up to date verhaal. ‘De verstrooide professor’ (geen SF): L’histoire se repete. ‘De duivel op de Verlossingsrots’: Laat de tijd los. ‘De onzichtbare melkman’: Opgeruimd staat netjes… ‘Waar Hesperus valt’: Waar een wil is… ‘Gids voor Praktische Mensen’: Echte Vance, dus dolle pret. ‘De Baas in Huis’: Vreemd verhaal. ‘Het geheim’: De weg naar het einde.
Misschien heb je wat aan deze cryptische omschrijvingen en zo niet… gewoon aanschaffen en zelf iets verzinnen. Ik heb me in ieder geval prima vermaakt met deze bundel en… volgens mij komen er nog meer bundels met nog heel veel meer moois.

Jos Lexmond

NK Terraforming Mars 6 april 2019

Op 6 april 2019 vindt Nederlands eerste NK Terraforming Mars plaats.

Wat: NK Terraforming Mars, voor de geoefende speler, geen kennismakingstoernooi.
Waar: Sporthal Lunetten, Utrecht
Wanneer: Zaterdag 6 april 2019
Kosten: € 10,- per persoon.
Aanmelden of overige vragen?
Stuur dan een e-mail naar: nkterraformingmars@gmail.com

Extra informatie is op hun website en op Facebook te vinden.

Nieuwe Nederlandse SF-reeks

‘De Zwijgende Aarde’ is een reeks van vijf sciencefictionromans die elk door een andere auteur is geschreven, maar die zich in hetzelfde universum afspelen. Elk boek is los te lezen, maar als je ze allemaal leest krijg je een breder beeld van de gebeurtenissen.

In maart wordt de spits afgebeten door ‘Revolte’ van Jorrit de Klerk.  Raik Minnema’s droom komt uit als hij de promotie krijgt waar hij zijn hele leven hard voor heeft gewerkt. Morgenochtend om 6.00 GMT zal hij toetreden tot het management van de Vestakolonie in de asteroïdengordel. Helaas spat die droom uiteen als alle communicatie met de machtige aarde wegvalt en er een opstand uitbreekt onder de achtergestelde werknemers van de kolonie. Nu zit Raik gevangen binnen in een uitgeholde asteroïde. De enige persoon die hem kan helpen ontsnappen is een vrijgevochten piloot die een grondige hekel aan hem heeft. Terwijl Raik er alles aan doet om terug te keren naar zijn oude leven, begint de twijfel over de wereld waarin hij leeft en de droom die hij najaagt. De cover is gemaakt door Loek Weijts.

Jasper Polane

Een goed begin

De HSF presentatie, Beneluxcon en nieuwjaarsborrel zijn afgelopen weekend zeer geslaagd! Met dank aan Erik Betten, Pen Stewart, Bo Balder, Paul Bouman, Johan Klein Haneveld, Roderick Leeuwenhart, Heidi van der Vloet, Paul van Oven, Alice Jouanno, Marlies Scholte Hoeksema, Eddie van Dijk, John van Duin, Jan Johannes Scholte en alle anderen gezellige aanwezigen. Voor wie er niet bij was: je vindt je HSF van de week in de brievenbus!

NCSF-lid Marjo Heijkoop schreef en uitgebreid verslag van de Beneluxcon, te lezen op de website van Johanna Lime.

Heb je ook een verslag geschreven? Laat het ons weten!

Er zit wel een schrijver in Van Kalken

Parallellum.jpg

Parallellum; Henk van Kalken; Uitgeverij EigenZinnig; 2018; 258 blz.; € 18,95; omslagontwerp Ernst Jan Smit

Er zit wel een schrijver in Van Kalken

Parallellum, het eerste deel van een tweeluik, is al het vierde boek van Henk van Kalken, alle gepubliceerd bij Uitgeverij EigenZinnig.
Henk van wie? Uitgeverij Eigen wat?
Tegenwoordig duiken van buiten het bekende gebied van grachtengordels of fantasyfandom allerlei nieuwe schrijvers en nieuwe uitgevers op. Zo ook Henk van Kalken met zijn boeken bij Uitgeverij EigenZinnig.

Henk van Kalken werd in 1945 in Amsterdam geboren. Na een problematische jeugd met mishandeling werd hij maatschappelijk werker. Hij komt in het uiterste noorden van Friesland terecht, in Wierum. Na zijn pensioen verhuist hij naar het Groningse Roderwolde, waar hij als de fijne vrijetijdsbesteding van zoveel gepensioneerden lekker boeken gaat schrijven.
Ja, dat is misschien wel waar, maar het is ook te kort door de bocht. Van Kalken wilde altijd al schrijven, want in plaats van maatschappelijk werker was hij liever journalist geworden. Hij schreef eerder ook al stukjes voor de Leeuwarder Courant en de Heerenveense Courant. In zijn jeugd komt hij op negenjarige leeftijd in een opvanghuis voor jongens in Amersfoort terecht. Zijn verhaal is opgenomen in het rapport van de Commissie De Winter, het Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg. Van Kalken komt in de programma’s Brandpunt en Vinger aan de pols, waar hij wordt gestimuleerd een boek over zijn ervaringen te schrijven. Hij begint daar ook mee, maar het beland in de kast. Tot hij er de tijd voor krijgt, dan is dit het eerste wat hij oppakt. Het schrijven bevalt hem zo goed, dat hij er mee door gaat. Een lokale krant meldt dan ook: “Het auteur zijn gaat Henk goed af. Sinds hij in Roderwolde kwam wonen [] volgen de boeken elkaar in rap tempo op.” En zelf stelt hij: “Ik ben een beetje een kruising tussen Jan Cremer en Ciske” [de Rat].

Er zit dus wel een schrijver in Van Kalken, maar Parallellum, toch al zijn vierde boek, toont teveel beginnersfouten om een lezerspubliek te trekken. Contemporary fantasy waarbij personages uit onze wereld via een poort toegang krijgen tot een andere, inderdaad, de titel zegt het al, parallelle wereld. Dat kennen we natuurlijk al heel lang, in tal van varianten. Dat is niet erg als de schrijver een eigen persoonlijke wereld overtuigend weet neer te zetten, maar ook al leest het redelijk makkelijk weg en zijn de personages niet onsympathiek, Parallellum heeft te weinig van het unieke eigene.
Een van de belangrijkste mancementen is het té beschrijvende. De belangrijkste regel voor een snel, spannend verhaal is: show don’t tell. In Parallellum ligt de balans teveel naar het vertellen. En tegelijkertijd vertelt Van Kalkum te weinig; dingen waar hij misschien goed over heeft nagedacht, maar die hij verzuimd duidelijk te maken aan de lezer. Dat begint al meteen in het begin, met het Monument waar een familiereünie wordt gehouden en de vreemde artefacten die in het bezit van de familie zijn. Waarom bij dat Monument? Wat heeft de familie daarmee? En het is toch erg onaannemelijk dat een totaal onbekende, onslijtbare materie zomaar ergens in het bos ligt, zonder dat er echt onderzoek naar wordt gedaan? Mees, Lotta en Theo gaan heen en weer tussen de parallelle werelden zonder er door te worden veranderd, maar Peter verliest zijn geheugen en wordt een soort van Superman?
Het einde van het verhaal verspeelt de goodwill die het eerste deel toch heeft opgeroepen. Niet eens omdat de ontwikkeling naar het Boeddhisme het vaag maakt; dat is vaker het geval bij de magie in de fantasy, en zeker bij religieuze fantasy. Bezwaarlijker is dat er allerlei dingen in het verhaal worden gegooid om het dynamisch en spannend en vol vaart te houden, maar het gemak en de abruptheid waarmee dat wordt gedaan, verspeelt alle geloofwaardigheid. Er is opeens een androgyn, de “Bodisattva van liefde en mededogen”, die eerst een goed gesprek heeft met de hoofdpersoon en dan in het heetst van de strijd opduikt om de zaak te redden. Ja, want strijd moet er zijn. Gelukkig kunnen ze niet vechten, behalve opeens op het einde, dan is er een die het heel erg goed kan. En er is opeens een Vertaler, waardoor de mensen uit onze wereld opeens met de mensen uit de parallelle wereld kunnen praten. En ja, superman Peter doet ook nog wat van zijn kunstjes.

De vraag die Henk van Kalken zich moet stellen, is: waar zitten mijn lezers? Kan ik het bij ontknopingen wel zo makkelijk maken door maar alles te bedenken? Ook bij fantastische literatuur moet de fantastie leiden tot een gestructureerde en consistente wereld. Hij moet zich afvragen hoe hij zijn verhaal meer eigen kleur kan gegeven, al is het maar door Groningen of Friesland nadrukkelijker als decor te gebruiken. En als hij in het domein van de fantastische literatuur aanwezig wil zijn, binnen de sciencefiction, fantasy en horror, moet hij zich de vraag stellen: hoe ga ik de concurrentie aan met schrijvers als Tais Teng, Jaap Boekestein, Johan Klein Haneveld, Jasper Polane, Mike Jansen, Pen Stewart, Tom Thys, Jan J.B. Kuipers, Anthonie Holslag, Sophia Denth, Thomas Olde Heuvelt etcetera etcetera.

De in Tolbert gevestigde Uitgeverij EigenZinnig van Maaike Maring meldt op de website: “In 2012 ben ik gestart met Uitgeverij EigenZinnig. Daarvoor heb ik Frans gestudeerd in Groningen, [] Na een aantal jaren voor de klas te hebben gestaan op middelbare scholen in zowel Engeland als Nederland ben ik zo’n vijftien jaar fulltime moeder geweest. In 2012 heb ik hierover een zeer persoonlijk boek Nieuwe schoenen en ander gedoe geschreven en uitgebracht onder mijn meisjesnaam Maaike Feenstra. [] Dit uitgeefavontuur beviel me goed en daarom besloot ik hiermee door te gaan. Sindsdien heb [] honderden manuscripten onder ogen gekregen en meer dan honderd boeken uitgebracht. In kleine oplages misschien, maar stuk voor stuk mooie, bijzondere boeken.”
Blijkbaar geldt voor EigenZinnig hetzelfde als voor de schrijver Henk van Kalken; toen er tijd kwam richtte Maaike Maring op wat ze echt leuk vond.
Parallellum toont dat ze boeken heel netjes uitgeeft en dat ze op haar boeken de aandacht weet te vestigen door ze op de belangrijkste boekensites te plaatsen. Ik kan het fonds van de uitgeverij niet beoordelen, maar ook Maaike Maring moet zich afvragen of ze in het domein van de fantastische genres de concurrentie wil aangaan.
(Paul van Leeuwenkamp)