Algemene ledenvergadering NCSF 21 mei 2022

Beste Leden,

De convocatie ontvangen jullie met de HSF, maar hier alvast digitaal:

Namens het bestuur nodig ik u graag uit voor de algemene ledenvergadering van het NCSF:

op zaterdag 21 mei 2022

in Zalencentrum ‘De Ontmoeting’
Achter ’t Veer 20
4191 AD Geldermalsen

deontmoetinggeldermalsen.nl/bereikbaarheid

Aan- of afmelden voor deze vergadering is geen voorwaarde maar wordt wel op prijs gesteld via bestuur@ncsf.nl

De zaal is beschikbaar vanaf 13.00 tot 17.00 uur. De eventueel dan geldende coronamaatregelen worden in acht genomen. De vergadering start om 13.30 uur en heeft de volgende agenda:

– Opening
– Goedkeuring agenda
– Mededelingen en ingekomen stukken
– Notulen algemene ledenvergadering 11 december 2021
– Financieel jaarverslag
– Kascontrolecommissie
– Statuten en Huishoudelijk reglement
Tijdens deze vergadering worden de herziene statuten en het huishoudelijk reglement (uitsluitend) in stemming gebracht.
– Website
– HSF
– Boekenclub
– Activiteiten voor en door leden met ondersteuning van het bestuur
– Samenwerking
– Conventies en evenementen
– Rondvraag
– Sluiting

Na afloop is er gelegenheid tot gezamenlijk eten op eigen kosten, graag hiervoor aanmelden voor 15 mei.

We zien jullie graag op HSFCon (14-15 mei) en op de ALV (21 mei).

Speculatief: magazine voor vertaalde fictie

Op 1 mei 2022 brengt Goran Lowie de eerste uitgave uit van Speculatief Magazine, een gratis online magazine van speculatieve fictie in vertaling. Dit zijn Hugo, Nebula, Locus etc. genomineerde of bekroonde werken die eindelijk een vertaling zien in het Nederlands. Allemaal gratis te lezen via zijn website of te beluisteren via Spotify.
Leuk initiatief!

Uitslag van de enquête ‘Noden van het SFFH-genre’

Isabelle Plomteux  kwam eerder dit jaar met een zeer uitgebreide vragenlijst naar het NCSF en vele andere Nederlandstalige belanghebbende organisaties. Het doel: het vaststellen van de behoeftes in het genre.

Hieronder de resultaten en begeleidende nota door Isabelle Plomteux & Sigrid Lensink-Damen.

In HSF 2022/1 nummer 277, verschijnt ook een interview met Isabelle.

“Op 16 februari stuurde ik drie vragenlijsten uit naar net geen 300 mogelijke respondenten, met de vraag om de lijst die op hen van toepassing was voor 2 maart in te vullen. Hier is met veel enthousiasme op gereageerd. In totaal namen 170 mensen deel: 125 schrijvers, 18 uitgevers en 27 andere belanghebbenden.

Met de hulp van Sigrid Lensink-Damen heb ik in deze nota een aantal resultaten bijeengebracht in globale overzichtstabellen. De antwoorden op alle andere vragen vind je terug in bijgevoegde rapporten, een per doelgroep. Samen bevatten ze meer dan 100 pagina’s aan informatie. Gedeeltelijke antwoorden zijn meegenomen indien Qualtrics (het enquêteprogramma waarmee de vragenlijsten waren opgesteld) aangaf dat meer dan de helft van de vragen was beantwoord. Vragenlijsten die voor een lager percentage waren ingevuld, werden verwijderd.

Allereerst, het antwoord op de vraag die de aanleiding was om de vragenlijsten op te stellen:

‘Heeft het SFFH-genre baat bij een nieuw overkoepelend initiatief?’

Klein woordje uitleg bij bovenstaande tabel: ijverige rekenaars zullen merken dat de aantallen overeenstemmen met de aantallen in de bijgevoegde rapporten, de percentages niet. Dit komt omdat Sigrid en ik er bij deze vraag der vragen voor gekozen hebben om de percentages te berekenen op het totaal aantal respondenten en niet op het aantal respondenten dat de vraag heeft beantwoord, zoals het programma heeft gedaan.

Over naar de meerkeuzevragen. Hierin onderzocht ik hoe zo’n nieuw iets zou moeten worden georganiseerd en wat het zou moeten gaan doen. Op een schaal van 1 tot 7 kon de respondent aangeven hoe belangrijk hij of zij de betreffende stelling vond.

Zowel voor schrijvers, uitgevers als andere belanghebbenden, kwam onder meer het volgende als belangrijk of heel belangrijk naar voren (de percentages zijn overgenomen uit de rapporten en samengeteld) :

Percentage dat de stelling aangaf als belangrijk of heel belangrijk  Bij de schrijvers Bij de uitgevers Bij de andere belanghebbenden
Het Nederlandstalige SFFH-aanbod onder de aandacht brengen van boekhandels, bibliotheken etc. 83,48%  80% 83,34%
Onderzoeken hoe we het aanbod in boekhandels en bibliotheken kunnen vergroten 86,08% 90% 61,11%
Het bredere Nederlandstalige lezerspubliek zo veel mogelijk laten kennismaken met het genre 83,48% 70% 77,78%

Ook de volgende stellingen scoorden hoog, zij het niet altijd bij de drie groepen:

Percentage dat de stelling aangaf als belangrijk of heel belangrijk Bij de schrijvers Bij de uitgevers Bij de andere belanghebbenden
Mij met SFFH-lezers in contact brengen 77,55% 66.67% 57,90%
Samenwerkingsverbanden binnen de Nederlandstalige SFFH stimuleren en helpen organiseren 58,26% 60% 83,33%
Verbindingen leggen met iedereen die actief is binnen de Nederlandstalige SFFH 57.39% 50% 94,44%

Deze stellingen hadden minder voorstanders, al zijn er ook hier verschillen tussen de drie groepen:

Percentage dat de stelling aangaf als belangrijk of heel belangrijk Bij de schrijvers Bij de uitgevers Bij de andere belanghebbenden
Verbindingen leggen met andere genres binnen de Nederlandstalige literatuur 32,17% 40% 61,11%
Samenwerkingsverbanden met andere genres binnen de Nederlandstalige literatuur stimuleren en helpen organiseren 31,31% 30% 50%
Verbindingen leggen met anderstalige SFFH 39,13% 40% 38,89%

Daarnaast kenden ook de open vragen succes. Er werden enthousiaste ideeën neergepend. Promotie, verbinding en samenwerking werden vaak genoemd en behoorlijk wat bevraagden vermeldden dat de kwaliteit van het huidige aanbod omhoog moet.

Ook waren er (gelukkig maar!) gefundeerde twijfels en bezwaren. Wat gaat het nieuwe initiatief precies doen? Die opmerking kwam regelmatig terug. Sommigen zijn dan weer huiverig bij het idee van een nieuw initiatief en zien het liefste continuïteit in de bestaande initiatieven. Er wordt ook gewaarschuwd voor gate-keeping, een bezorgdheid die Sigrid en ik zeker delen.

Hoe nu verder?

De komende weken zal ik samen met Sigrid en een aantal anderen op de achtergrond de antwoorden op de vragenlijsten verder inventariseren. Aan de hand daarvan zullen we een eerste richting uitzetten voor het nieuwe initiatief: wat kan het eventueel gaan doen en, niet onbelangrijk, in welke volgorde? Ook moeten we onderzoeken bij welke structuur en financiering het project het meest gebaat is.

De ruim 40 respondenten die hebben aangegeven te willen meedenken over de vervolgstappen in de oprichting van het nieuwe iets, zullen zo snel mogelijk bij dit proces betrokken worden. Daarover krijgen zij binnen afzienbare tijd via mail bericht.

Dankzij het gebruik van Qualtrics kunnen er ook verdere analyses en filters op de verzamelde data losgelaten worden. Is er bijvoorbeeld een verschil in resultaten tussen een uitgever die één tot vijf boeken uitgeeft en eentje die er meer dan tien uitgeeft? Tussen Vlamingen en Nederlanders? Tussen selfpubbers en schrijvers die bij een uitgeverij worden uitgegeven? Vinden zij andere dingen belangrijk of net niet?

Wie hier interesse in heeft, mag ons altijd contacteren. Het aanleveren en delen van die informatie lijkt ons een goede eerste taak voor het nieuwe ‘iets’ in wording. Voorlopig zijn we te bereiken via isabelleplomteux.schrijfster@outlook.com.

Nogmaals hartelijk dank aan alle respondenten voor hun antwoorden en reacties! Ze worden zeer gewaardeerd en we nemen alle stemmen mee in de volgende stappen. In de bijlagen kun je het hele onderzoek nalezen, inclusief alle antwoorden op de open vragen.

Hierover nog kort dit: sommige respondenten lieten hun e-mailadres of andere contactgegevens achter in hun antwoord op deze vragen. Omwille van privacy-redenen hebben we deze gegevens verwijderd. Ook waren er respondenten van wie naar onze mening de identiteit uit hun antwoorden kon worden afgeleid. Zij werden gecontacteerd met de vraag of hun antwoorden mochten worden gedeeld. Dit was bij iedereen het geval.”

Isabelle Plomteux & Sigrid Lensink-Damen

Download hieronder de uitgebreide resultaten (drie bestanden):

Resultaten schrijversResultaten uitgevers –  Resultaten andere belanghebbenden

HSFCon 14-15 Mei 2022

HSFCon 2022 vindt op zaterdag 14 en zondag 15 mei 2022 plaats in Van der Valk Hotel Sneek. HSFCon is er voor alle liefhebbers van Science Fiction, Fantasy en Horror.

Het wordt een weekend vol panels en lezingen over alles wat de genres ons te bieden hebben, met een flinke vleug wetenschap. Kijk je ogen uit en koop je beurs leeg bij onze standhouders, doe mee aan workshops en breng tijd door met andere fans.

We hadden het mooi voor elkaar: 2 en 3 april HSFCon doorgaan. Helaas, helaas, tijdens dat weekend is er in Friesland een grote militaire oefening waardoor zowat alle hotels in de wijde omgeving van Sneek hun volledige kamerbestand gereserveerd hebben voor de mensen in het Groen. Toen we de nieuwe datum afspraken met het hotel, zou die training eerder zijn en hadden we er helemaal geen last van. Maar hij is dus verzet naar ‘ons’ weekend. Na topberaad hebben we besloten dat een HSFCon zonder hotelovernachtingen helemaal geen hotelcon mag heten. Om iedereen de gelegenheid te bieden er een weekendje uit van te maken, moesten we de conventie opnieuw verzetten. Onze Ultieme Definitieve Absoluut Voor Zover Dat Kan Zekere Data zijn nu dus: 14 en 15 mei 2022 😉

Gekochte kaartjes blijven gewoon geldig en schuiven mee naar deze nieuwe data. Hotelkamers boeken is vanaf nu mogelijk op de website van het hotel. Als je gebruik wil maken van de lunch of het diner kun je dat van tevoren aangeven met een mailtje aan het hotel. Later vandaag worden de data op de website en onze social media aangepast. Heb je nog vragen, dan ontvangen we die graag op info@hsfcon.nl.

We hopen je dat weekend te zien op HSFCon!

Het programma wordt komende weken (opnieuw) aangekondigd, dus houd de website in de gaten! Ook vind je op onze website meer informatie over onze eregasten en gasten.

Hotel Van der Valk in Sneek biedt nette, betaalbare kamers, mooie ruime zalen voor een breed programma en een gezellige bar voor alle diepzinnige gesprekken met oude vrienden en nieuwe bekenden.

Is je interesse gewekt? Bezoek onze website of like HSFCon op Facebook!

Wil je op de beursvloer staan met je eigen boeken, illustraties of handgemaakte fan-items? Doe je graag mee aan het programma? Neem dan contact op via info@hsfcon.nl, of via Facebook Messenger.

Kaartverkoop is nu live op de website.

Boeken voor kinderen? – Jonger is niet makkelijker – HSF (2021/3)

Waren de verhalen die Roald Dahl schreef voor volwassenen beter dan zijn kinderboeken? Zijn de boeken voor volwassenen die C.S. Lewis schreef meer waard dan zijn kronieken van Narnia? Is ‘Alice in Wonderland’ geen literatuur? Hoefde Madeleine L’Engle niet serieus te worden genomen als schrijver omdat ‘A Wrinkle in Time’ een kinderboek is en geldt J.K. Rowling pas als echte auteur nu ze ook boeken voor volwassenen schrijft?

Het valt me op dat de leeftijdscategorie van boeken soms wordt gezien als een kwaliteitsaanduiding. Kinderboeken zijn makkelijk, zeggen schrijvers wel eens, en hebben weinig diepgang. Ze schrijven is een trucje dat je na twee keer wel door hebt. Je poept ze er zo uit. Als je alleen maar voor kinderen schrijft, loop je het risico zelf kinds te worden. Wat nog wel leuk is, is te kijken of je er ook knipoogjes voor de volwassenen in kunt stoppen, die het eigenlijke publiek niet hoeft te snappen.

Young Adult-boeken kunnen volgens deze schrijvers al wat beter zijn. Een auteur kan daar nog genoeg diepgang in kwijt om het voor zichzelf de moeite waard te maken. Maar echt hoogstaand is het niet. Daarom zijn er schrijvers die besluiten eerst YA-boeken te schrijven en als ze zichzelf vervolgens goed genoeg vinden, stappen ze over op volwassen literatuur.

Volgens mij is dit een oneigenlijke manier om bezig te zijn met verhalen voor een jonger publiek. Er is namelijk geen sprake van een schaal. De kwaliteit van een kinderboek is afhankelijk van heel andere factoren dan de kwaliteit van een YA-roman. En een boek moet aan andere eisen voldoen om te slagen als een YA-roman dan om succes te hebben als boek voor volwassenen. Kwaliteit kun je vergelijken binnen een categorie en niet over de categorieën heen. Daarom moet een schrijver die voor een bepaalde leeftijd wil schrijven, zich verdiepen in de aspecten die voor die categorie belangrijk zijn en dan proberen op die punten ook uit te blinken. Dit is een net zo grote uitdaging als het schrijven van een boek voor volwassenen. Je moet het juiste register beheersen, de beelden gebruiken die de lezer begrijpt en een verhaal vertellen waarin hij of zij zich kan herkennen. Het schrijven van een kinderboek is net zozeer een kunst als het schrijven van een boek voor volwassenen. De werkelijk goede kinderboeken zijn dan ook, net als de beste YA-literatuur, boeken waar ook volwassenen de kwaliteit van inzien.

Wanneer je meent wel even een kinderboek te kunnen produceren omdat het relatief makkelijk zou zijn, zul je nooit een goede kinderboekenschrijver worden. Houd het dan bij het schrijven voor volwassenen, want dat is waar je hart ligt. Ikzelf heb in elk geval net zoveel werk gestopt in het schrijven van mijn YA-roman ‘Het denkende woud’ als in mijn eerdere boeken voor volwassenen en als ik ooit een kinderboek zou schrijven, zou ik daar net zo trots op zijn als op mijn andere werken. Ik vind namelijk dat ook boeken in die categorieën mijn respect verdienen.

Dit artikel, door Johan Klein Haneveld, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

johankleinhaneveld.blogspot.com/

One Small Step – For All Mankind – HSF (2021/3)

Wat als Neil Armstrong niet de eerste man op de maan was?

Er zijn van die momenten in de geschiedenis waarbij iedereen die het meegemaakt heeft zich nog kan herinneren waar ze waren toen het gebeurde. 24 juli 1969 is zo’n datum. Ik was zelf nog lang niet geboren, maar mijn ouders weten nog waar ze waren toen Neil Armstrong zijn eerst stap op het oppervlak van de maan zette en de historische woorden ‘That’s one small step for man; One giant leap for mandkind’ uitsprak. Deze maanlanding was ook een bepalend moment in de ruimterace tussen de Amerikanen en de Sovjet Unie. Hoewel de Amerikanen tot dat punt alle belangrijke eerste keren in de ruimterace aan de Sovjets hadden moeten laten, en het ook echt niet zeker was dat ze als eerste op de maan zouden landen, was de grote prijs toch voor hen. En daarmee was de ruimterace voorbij. Het Apollo-programma duurde korter dan gepland en een aantal andere grote ideeën op het gebied van de ruimtevaart zijn voor langere tijd in de ijskast geplaatst. De Amerikanen hadden de ruimterace gewonnen. Maar wat nou als de eerste woorden van een mens op de maan als volgt hadden geklonken ‘Я делаю этот шаг ради своей страны, своего народа и марксистско-ленинского образа жизни, зная, что сегодня – всего лишь один маленький шаг в путешествии, которое приведет всех нас к звездам’. Het had in de eerste plaats even geduurd voordat het vertaald was en dan had het zo geklonken ‘I take this step for my country, for my people, and for the Marxist-Leninist way of life, knowing that today is but one small step on a journey that will take us all to the stars’. Het had verder ook betekend dat de ruimterace niet zou ophouden bij de eerste mens op de maan. En dat is precies waar de televisieserie “For All Mankind” van Apple over gaat.

Apple heeft, in navolging van Netflix, Amazon, Disney en HBO, op 1 november 2019 zijn eigen streamingplatform Apple TV+ gelanceerd. Voor dit platform werd een aantal dure producties aangekondigd waaronder For All Mankind, een nieuwe serie van Ronald D. Moore, schrijver en producent van Star Trek TNG, Star Trek DS9, Star Trek First Contact, Battlestar Galactica en Outlander. Ik behoor niet tot de Apple fanclub, maar deze serie was absoluut reden om een abonnement te willen. Dat kostte meer moeite dan je zou verwachten, maar na de nodige frustraties, gemopper en met hulp van Reddit lukte het toch om Apple geld te geven om hun series te mogen zien. En vervolgens heb ik twee seizoen van For All Mankind in iets meer dan een weekend gezien. De laatste keer dat ik het gevoel heb gehad dat ik zo graag door wilde kijken was met de Netflixserie Dark (in een vorig nummer al eens uitgebreid besproken). For All Mankind neemt het genre alternatieve geschiedenis erg serieus. Wat ervoor zorgt dat er heel veel aandacht besteed is aan historische details. Zo is de set van NASA Mission Control in Houston een bijna exacte kopie van het origineel. Ook aan kleding, haarstijlen, voertuigen, huizen en verdere omgeving is veel aandacht besteed. Er is goed te zien dat er groot budget was en dat geld is goed uitgegeven. Een van de mooie dingen vind ik hoe bijvoorbeeld de toespraak die Richard Nixon had voorbereid als de Amerikanen niet als eerste op de maan zouden landen gebruikt is. Als historicus met een specialisatie in Amerikaanse politieke geschiedenis, en nog specifieker de carrière van Richard Nixon, werd ik hier heel blij van. Maar ik vond het nog mooier dat Nixon in 1972 de verkiezingen verliest van Ted Kennedy.

Doordat de serie gaat over wat er zou zijn gebeurd als de Amerikanen niet al eerste op de maan zijn geland ontstaan er al snel verschillen met onze tijdlijn. Die verschillen zijn groot en klein. De kijker wordt hierin meegenomen doordat we aantal karakters volgen en goed leren kennen. Wat meteen, naast aandacht voor details, de andere reden is waarom ik deze serie zo goed vind. Ik ben als kijker echt om de karakters gaan geven en de serie is op een dusdanige manier geschreven dat je ook nooit weet of een karakter het einde van een aflevering, of het seizoen, gaat halen. Een deel van de karakters is gebaseerd op mensen die echt onderdeel waren van NASA en verschillende Amerikaanse overheidsdiensten. De grootste focus ligt natuurlijk op de astronauten en hun familie. We volgen Ed Baldwin, Gordo Stevens en zijn vrouw Tracey, Ellen Waverly, Danielle Poole en Molly Cobb. Naast de astronauten ligt de focus op alles wat er rond Mission Control gebeurt. Het belangrijkste karakter dat we hierbij volgen is Margo Madison. En ja het valt meteen op dat er veel vrouwen gevolgd worden. Dat komt doordat de Sovjets niet alleen de eerste man, maar kort daarna ook de eerste vrouw, op de maan weten te laten landen. Dit zorgt ervoor dat Nixon niet wil achterblijven en de Mercury Seven opeens weer interessant worden. Ook Gordo Stevens’ vrouw Tracey wordt gevraagd om te gaan trainen om astronaut te worden. Maar de focus van de serie is, wat mij betreft gelukkig, breder dan alleen maar het feit dat vrouwen nu eerder volwaardig onderdeel van het ruimtevaartprogramma zijn. Ook andere sociale thema’s komen aan bod waaronder de civil rights movement, maar ook wat het betekent om niet volledig jezelf te kunnen zijn omdat je seksuele geaardheid het niet toe laat dat je een astronaut bent. En dit alles wordt op een zo integer mogelijke manier behandeld waarbij er zo min mogelijk met een verwijtend vingertje gewezen wordt. Ook is het niet zo dat doordat de geschiedenis in deze serie anders verloopt alle maatschappelijke problemen daardoor opeens opgelost zijn of worden.

De serie volgt de karakters over een langere tijd terwijl de spanningen met de Sovjets in de ruimte, en op aarde, langzaam toenemen op de achtergrond. Het eerste seizoen gaat over de bouw van de eerste permanent bewoonde basis op de maan Jamestown, het tweede seizoen gaat over het uitbreiden van deze basis en over de voorbereidingen voor een reis naar Mars. In het tweede seizoen zijn we inmiddels aanbeland in de jaren ’80 en komt ook onze eigen Wubbo Ockels nog voor. Hij heeft de maan ook gehaald en mag daar een tijd leven en werken. Het voordeel van karakters over een langere tijd volgen is dat de serie ook de tijd neemt om te laten zien wat de gevolgen zijn van bepaalde gebeurtenissen en acties. Zo komt de zoon van Ed Baldwin en zijn vrouw Karen te overlijden terwijl Ed door omstandigheden op dat moment alleen op de maan is en niet naar huis kan komen. De serie neemt de tijd om te laten zien wat dit voor gevolgen heeft op korte termijn. Karen moet alles zelf regelen, ze heeft geen echtgenoot om op terug te vallen of om haar verdriet mee te delen en moet zelfs in eerste instantie tegen hem liegen over wat er gaande is, en op lange termijn, Ed verwerkt het verlies zijn zoon heel anders dan zijn vrouw en daardoor groeien ze langzaam uit elkaar. Eenzelfde soort langdurige verhaallijn is te zien tussen Gordo en Tracey Stevens. Gordo heeft aan het begin van de serie erg veel last van het feit dat hij tijdens de vlucht van Apollo 10 niet de orders vanuit Houston genegeerd heeft en alsnog op de Maan zou zijn geland. In dat geval zouden de Amerikanen wel als eerste op de maan zijn geweest. Maar de orders waren nu eenmaal anders, ook al had het best gekund. Deze psychische last draag Gordo met zich mee. Ondertussen moet hij er mee leren leven dat zijn vrouw ook astronaut gaat worden en later is. Hun relatie is hoe dan ook turbulent te noemen. Tracey weet dat hij vreemd is gegaan en als ze de kans krijgt laat ze dit ook aan hem weten. Bovendien trekt zij veel media aandacht door wie ze is, iets wat Gordo niet makkelijk vindt. Als hij dan ook nog tijdens een missie dingen gaat zien die er niet zijn en eerder terug naar huis gehaald moet worden zoekt hij een psycholoog op. Tracey kan ondertussen steeds moeilijker met hem samen leven en ze scheiden dan ook van elkaar. Dit betekent niet dat ze gelukkiger worden zonder elkaar. Een deel van het tweede seizoen gaat over hun relatie na de scheiding en hoe ze elkaar, als ze samen op Jamestown verblijven, toch weer terugvinden. En dan gebeurt, ook daarvoor moet je gewoon zelf maar gaan kijken.

Daarnaast laat de serie zien wat er met de technologische ontwikkeling gebeurd had kunnen zijn als de ruimterace wel doorgegaan was. Het mooie hieraan is dat in de wereld die neergezet wordt de karakters hier heel vanzelfsprekend mee om gaan. Dus als Margo de stekker lostrekt van haar elektrische auto begin seizoen 2 wordt hier verder niet de nadruk op gelegd. Hetzelfde geldt voor andere veranderingen. Maar dit betekent ook dat de technologie die voor militaire doeleinden gebruikt kan worden sneller gaat. Dit roept vragen op, waaronder of er wapens op de maan zouden moeten zijn. En als die wapens er zijn, wanneer gebruik je die dan? Het tweede seizoen gaat voor een deel om de vraag: wie schiet waarom als eerste op de ander? De spanning wordt opgedreven vooral doordat wij als kijkers net zo weinig over de Sovjets weten als de Amerikanen doen. Dus ook wij kunnen moeilijk inschatten wat de echte agenda nou is. Hierdoor snap je beslissingen die genomen worden, ook als deze beslissingen achteraf precies de gevolgen hebben die er eigenlijk mee voorkomen hadden moeten worden. Ik kijk erg uit naar het 3e seizoen dat er zeker komt. Gezien de hint aan het einde van het tweede seizoen lijkt het er op dat dit in de jaren ’90 speelt. Ik ben benieuwd wie er nog zijn, wiens kinderen we gaan zien en welke nieuwe karakters er zullen zijn. Maar vooral ook naar de vraag: Wie was er als eerste op Mars en wat is er gezegd?

Deze recensie, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

For All Mankind | Apple TV+

In gesprek met Roderick Leeuwenhart, beginnend veelschrijver – HSF (2021/3)

“Hoe overbrug je de kloof tussen harde SF en de autobiografie van een voetbalheld”

Deventer liefhebber van het fantastische verhaal Roderick Leeuwenhart heeft een missie. Hij doordrenkt zichzelf én de wereld met sciencefiction. Hij leest niet minder dan een SF-boek per week. Met zijn korte verhalen die in de afgelopen jaren verschenen, heeft hij SF-liefhebbers al flink warm laten draaien voor zijn werk. Dat mondde dit jaar uit in het verschijnen van zijn SF-romandebuut De heren XVII én het verkopen van zijn roman Sterrenlichaam aan de grootste uitgever van sciencefiction in China, Science Fiction World (SFW). Dat is voorwaar uniek voor een Nederlandse SF-schrijver.

Roderick kan goed de weg vinden in het Chinese SF-landschap: “Er worden in China prima SF-boeken geschreven. Het is niet voor niets dat Chinese SF ons en de rest van de wereld bereikt, zoals Liu Cixins populaire romans. De belangstelling voor SF in China is dan ook groot en niet te vergelijken met hoe beperkt dat in Nederland is.” Hij ziet wel wegen om daar de komende tien jaar in Nederland aan te werken, zodat er in algemene media ook aandacht komt voor Nederlandstalige SF-schrijvers en dat het aantal lezers hopelijk groter wordt. “Want nu is daar vaak een hele omweg voor nodig. Neem Thomas Olde Heuvelt, van wie zijn boek eerst in Amerika succesvol moest worden, voordat kranten en uitgevers in Nederland wakker werden. Ik hoop dat mijn boek Sterrenlichaam een succes wordt in China, en vervolgens dan wel bij een grote Nederlandse uitgever terecht komt”, kijkt Roderick naar de toekomst.

 

Wolven

Naast de hoop dat het werk van SF- en fantasyschrijvers via die omweg vaker bij het Nederlandse publiek terechtkomt, denkt Roderick dat het aansluiten bij bestaande thema’s en actualiteit kan helpen. “Adriaan van Dis brengt klimaatfictie uit en er worden 30.000 exemplaren van het boek verkocht. Kennelijk is er dus wel een voedingsbodem voor het fantastische genre, mits er aan randvoorwaarden wordt voldaan. Mensen kopen in het voorbeeld dat ik noemde, het boek omdat een bekende naam is en niet omdat het SF is. De vraag is: hoe overbrug je de kloof tussen harde SF en de autobiografie van een voetbalheld. Ik denk door net als Adriaan van Dis thema’s te gebruiken die iedereen bezighoudt. Zoals coronavaccinaties. Of wolven op de Veluwe, hoe gaan we daarmee om. Iets van nu, een thema van ons: dan kunnen lezers er toch iets mee al speelt het zich bijvoorbeeld honderd jaar in de toekomst af.”

Roderick ziet door dat soort aanpassingen kansen voor een grotere verspreiding van SF in Nederland, maar blijft kritisch. “SF is het genre dat de meeste potentie heeft om je iets voor te schotelen dat je helemaal niet verwacht. Met het lezen van of kijken naar SF zoek je de verwondering op, vervreemding, je wil op een hele andere manier naar de wereld kijken, iets totaal nieuws voorgeschoteld krijgen. Als lezer zoek je daarbij een unieke leeservaring in plaats van elke keer hetzelfde. Star Wars was ooit iets nieuws, dat was perfect. Maar het is een complete vergissing om vervolgens als je ouder bent, te proberen dezelfde ervaring op te doen met vervolgen. Dat mislukt vaak omdat het niet nieuw is. Dat moet je helemaal niet doen. SF is normaal gesproken heel goed in het bieden van nieuwe (lees-)ervaringen, omdat het een vooruitstrevend genre is dat continu op zoek is naar iets nieuws. Het gevoel van iets totaal nieuws, dát maakt het magisch.”

 

Japan

Roderick zorgt met zijn romandebuut zeker voor die verwondering. De publicatie in China is een grote stap in zijn carrière, na de bekendheid die hij vanaf 2014 kreeg met jeugdboekenreeks Pindakaas en Sushi. “Sterrenlichaam was oorspronkelijk een kort verhaal, waarmee ik in 2017 de Harland Awards won. Ik heb het daarna uitgebouwd tot een roman, eerst in het Nederlands en daarna in het Engels.” Een terugkerend thema in Leeuwenharts werk is de relatie tussen Nederland en Japan / Oost-Azië. Deze fascinatie komt voort uit zijn journalistieke werk voor tijdschrift AniWay en zijn eigen enthousiasme over Japan. In Sterrenlichaam heeft Japan nieuwe werelden gekoloniseerd, terwijl Nederland is ondergelopen. Het boek gaat over een groep mijnwerkers in de ruimte, die geen erts delven maar het kadaver van een reusachtig buitenaards wezen. Na een ongeluk stort het lijk in en moeten de werkers zien te overleven. Wanhoop en achterdocht slaan toe en het duurt niet lang voor de eerste doden vallen.

 

De Heren XVII

Naar verwachting verschijnt Sterrenlichaam in de eerste helft van 2022 in China. Nederlandse lezers hebben daarin even het nakijken, maar kunnen zich wel laven aan het dit jaar verschenen De Heren XVII. Deels militaire SF, deels politieke thriller. In de roman wordt de vraag gesteld over wat er zou gebeuren als de VOC nooit was opgehouden te bestaan. Honderden jaren in de toekomst starten De Heren XVII een oorlog om hun verloren koloniën in ons zonnestelsel terug te winnen. En ook in dit boek ontbreekt Azië niet. “Het is een luchtiger verhaal dan dat van Sterrenlichaam met veel historische, ironische voorvallen. Juist een Indonesische prinses staat aan het hoofd van de ‘VOC’ met de naam VAHA. De Aarde heeft te maken gehad met een blackout van negen jaar waarin er geen contact was met de koloniën elders in de ruimte. De koloniën hebben zich onafhankelijk verklaard. De VAHA wil vervolgens de koloniën terugwinnen, met ruimteslagen tot gevolg.  Diepgang in het verhaal zit in de relaties tussen de personen, de machtsverhoudingen, en de spanningen. Een van de grote inspiraties was een soort frustratie over verhalen die ik las waarin een schurk heel slim werd voorgesteld, maar dan wel de ene na de andere fout maakte. Ik ben het verhaal gaan schrijven vanuit het oogpunt dat de schurk daadwerkelijk slim is. Vandaaruit ontstond deze politieke thriller, die toch militaire SF is.”

 

Future Fiction

En dan nog is de bevlogen schrijver niet klaar dit jaar. Future Fiction (https://www.futurefiction.org/) is een korteverhalenproject van een Italiaanse uitgever. De beste verhalen van de beste schrijvers uit inmiddels meer dan dertien landen worden digitaal of gedrukt gepubliceerd. Ze komen uit tal van disciplines en schrijven over de ambigue en symbiotische relatie tussen mens en technologie. Door de inspanningen van Roderick komen er ook Nederlandse bijdrages. “Ik ga proberen ze in een Italiaanse bundel te krijgen. Via oproepen op sociale media vraag ik mensen om voor februari volgend jaar een typisch Nederlands SF-verhaal te schrijven en naar mij te sturen via Facebook (https://www.facebook.com/groups/180891637286423). Het hoeven geen nieuwe verhalen te zijn maar wel verhalen die duidelijk loskomen van de Angelsaksische SF.”

Al die internationale contacten bevallen Roderick goed. “Sinds ik naar een WorldCon ben geweest, heb ik korte lijnen in de internationale SF-wereld. Dat is heel tof!”

Dit interview, door John van Duin, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

Meer weten? Kijk op https://www.roderickleeuwenhart.nl/

Tale of Arise – De kracht van niemendalletjes – HSF (2021/3)

De afgelopen jaren heb ik een aantal keer geschreven over Japanse computerrollenspellen (jRPGs) en dan met name over de Final Fantasy reeks. Toch is dat niet mijn favoriete reeks. Ook Persona, hoe fantastisch die spellen ook zijn, noch de Dragon Quest spellen met hun gemoedelijke fantasy-vermaak, zijn niet mijn favoriet. Mijn favoriete reeks is en blijft de “Tales of…” reeks. Nu er, sinds het verschijnen van Tales of Berseria in 2017, eindelijk weer een nieuw Tales spel uit is, Tales of Arise, geeft dat mij een mooi excuus om het eens over deze serie te hebben.

Mijn introductie was Tales of Vesperia uit 2009. Het was eigenlijk een noodgreep gezien het een van de zeldzame jRPGs was die op de Xbox 360 uitkwam. Het spel was een aangename verrassing. Het meer actie-georiënteerde gevechtssysteem, dat onder anderen inspiratie trekt uit spellen als Street Fighter en Double Dragon, was genoeg voor mij om me in het spel te krijgen. De personages, verdiept door de karakteristieke “skits” (optionele dialogen tussen de personages) en het sterk op anime geïnspireerde drama maakte mij een fan tegen de tijd dat ik het spel uit had. Dus toen ik de kans kreeg heb ik meer spellen uit de reeks opgezocht en het overgrote deel met veel plezier gespeeld.

Niet dat de Tales spellen zulke goede verhalen vertellen, of zulke prachtige wereldbouw hebben. De Tales spellen zijn mijn fantasy-niemendalletjes, die ik opstart op het moment dat ik mij wil verliezen in flauw melodrama. Ik vind het heerlijke spellen, geanimeerde introfilmpjes met flauwe J-Pop-muziek, anime-pracht en praal en al.

En toch is er iets in de verhalen van de reeks dat me telkens terug doet komen. Net als Final Fantasy speelt ieder spel in de Tales serie (afgezien van een paar uitzonderingen) zich af in een compleet nieuwe wereld, met nieuwe personages. Wat de spellen verbindt is een aantal terugkerende thema’s en concepten. Zo zal ieder spel iets doen met de vier elementen en zal er regelmatig een beruchte piraat genaamd Aifread een kleine rol hebben. Wat mij iedere keer terug doet komen naar deze serie is een specifiek concept: het idee dat, om de wereld te redden de protagonisten hun wereld op een wezenlijke (meestal op fysieke en metafysische) manier moeten veranderen. Dit concept is niet uniek in jRPGs en niet ieder Tales spel maakt er even sterk gebruik van (zoals Tales of Zesteria), maar geen andere serie maakt er zo consequent gebruik van.

Wat dit betekent is dat, als ik een Tales-spel opstart, ik weet dat de kans groot is dat ik een Fantasy verhaal kan beleven dat, hoe flauw dit ook is, haaks staat op het overgrote deel van de westerse fantasy. Westerse fantasy gaat in verreweg de meeste gevallen over het herstellen van de status-quo. De status-quo wordt verstoord door een dreiging van buitenaf en onze helden zetten alles op alles om de status-quo te herstellen. In veel Tales spellen, en zeker in de spellen die ik als de beste van de serie beschouw, is de status quo juist het probleem dat opgelost moet worden.

Tales of Arise zet hoog in op dit concept door op de voor Tales-spellen kenmerkende lompe manier het thema van kolonialisme bij de horens te vatten.

300 jaar geleden viel de geavanceerde beschaving van de planeet Rena zusterplaneet Dahna binnen. Sindsdien wordt de inheemse bevolking van Dahna gedwongen tot slavenarbeid. Niet vanwege grondstoffen, maar om magische levenskracht van de bevolking in te winnen.

Iedere 10 jaar vindt er een “Crown Contest” plaats waarbij de gouverneurs van de vijf provincies op Dahna proberen om zo veel mogelijk magische energie te vergaren. Degene die de meeste energie weet te verzamelen wordt benoemd tot heerser van heel Rena.

Op het moment dat de huidige Crown Contest zijn hoogtepunt bereikt ontmoet Alphen, een slaaf met geheugenverlies, een onvermogen om pijn te voelen en een ijzeren masker dat hij niet af kan zetten, een jonge Rena vrouw genaamd Shionne wier kleinste aanraking overweldigende pijn veroorzaakt. Samen sluiten ze zich aan bij het Dehnaanse verzet en gaan ze op een queeste om Dahna te bevrijden van de Renaanse overheersing.

Het is allemaal nou niet bepaald subtiel, maar je moet ook geen subtiliteit verwachten van een Tales-spel. Dit is een serie waarin, bijvoorbeeld, in Tales of Vesperia de effecten van antropogene klimaatsverandering in verbeeld werden als Lovecraftiaans monster.

Uiteraard blijkt de wereld niet zo te werken als dat de hoofdpersonen dachten dat die werkte en blijkt er meer te zitten achter de invasie van de Renanen. Het ten val brengen van de Renaanse overheersing is dan ook slechts het einde van een akte. Een dergelijke “het einde dat je verwacht is slechts een stap op de reis” aspect eerder is gedaan in de serie. Denk bijvoorbeeld aan Tales of Xillia waarbij het verslaan van “God” slechts het moment bleek te zijn dat de bredere wereld onthuld werd. Tales of Arise is wel het eerste spel dat gaat zo ver als dat moment een eigen intro-animatie en titellied te geven.

De twist van de ware aard van de wereld kan je een beetje aan zien komen als je weet dat deze serie bij tijd en wijle sciencefiction-elementen aanvoert als laag bovenop op schijnbare fantasy werelden (Tales of Symphonia, Graces en Xillia). Er is immers een bekend sciencefiction-concept dat al sinds War of the Worlds van H.G. Wells als analogie voor kolonialisme wordt gebruikt. In deze wereld is iedereen gebonden in een vorm van slavernij, van de laagste Dahnaanse slaaf tot de buitenaardse machten die de Renaanse koloniale machthebbers manipuleren. Zelfs de bovennatuurlijke macht die uiteindelijk achter alles blijkt te zitten kan gezien worden als een slaaf van zijn instinct.

Dit alles vertroebelt de analogie voor kolonialisme natuurlijk wel en er is zeker kritiek te leveren op hoe dit spel omgaat met het gekozen thema. Toch doet dit spel iets wat ik niet vaak heb gezien in genre-verhalen over kolonialisme. We worden er als spelers herhaaldelijk aan herinnerd dat, zelfs als de Renanen zelf ook gemanipuleerd zijn, ze nog steeds medeplichtig zijn aan driehonderd jaar aan gruwelijkheden. Dit is niet goed te maken door excuses aan te bieden, of door reparaties te maken. Het personage Dohalim, een voormalige gouverneur die zich bij de protagonisten voegt nadat hij ziet dat zelfs zijn genadige aanpak nog veel te wensen overlaat, blijft hier het hele verhaal mee worstelen.

Het einde van het spel gaat, uiteraard, over hoe de helden de beslissing nemen om hun wereld fysiek en metafysisch te veranderen. Het is hier minder sterk dan in bijvoorbeeld Tales of Vesperia waarin de helden het laatste gevecht in gaan met een duidelijk beeld van hoe ze de wereld willen veranderen en waarom. In Tales of Arise is het een laatste wanhoopsdaad omdat Alphen de consequentie van de voor de hand liggende oplossing, de dood van Shionne, niet kan accepteren. Dit is logisch, gezien het verhaal van Tales of Arise in eerste plaats een liefdesverhaal is. Het verhaal begint immers met een boy-meets-girl scenario.

Wat Tales of Arise levert, dus, is een prima aanvulling op de Tales spellen. Het verhaal levert de elementen en thema’s die je verwacht van een Tales-spel, met een flinke dosis humor, innemende personages en meer dan genoeg Anime-melodrama. Wat ik ook erg kon waarderen is dat koken en voedsel, altijd al een belangrijk element in de Tales spellen, meer dan ooit gebruikt worden om personages met elkaar te verbinden. De in jRPGs vrijwel verplichte mini-game om te vissen is ook nog eens best vermakelijk. Het spel ziet er prachtig uit dankzij de ondertussen zeer nodige overstap naar de Unreal engine. Deze iteratie van het gevechtssysteem is een van mijn favoriete uit de serie, met voldoende tactische opties tussen alle flitsende actie door.

Het is niet mijn favoriete Tales spel. Die eer valt nog steeds toe aan Tales of Berseria. Alhoewel het gevechtssysteem in dat spel een stuk minder is, weet het een “Graaf van Monte-Cristo”-achtig scenario mooi te mengen met een cynische kijk op de Uitverkorene/De Duistere Macht trope. Dit tilt het verhaal wat mij betreft naar een hoger niveau. Ook Tales of Vesperia moet ik boven Tales of Arise plaatsen, ondanks dat het zeker behoort tot een oudere fase van de Tales serie qua gameplay, omdat de personages iets beter uit de verf komen en het einde strakker in elkaar steekt.

Hoe dan ook, is Tales of Arise een aanrader voor fans en een prachtig instappunt voor mensen die nog niet bekend zijn met de serie. Ik zal, in afwachting van het volgende spel in de reeks, dit spel vast nog een keer tevoorschijn halen als ik behoefte heb aan een fantasy-niemendalletje en er aan herinnert moet worden dat de status-quo ook in Fantasy-verhalen best wel eens het probleem kan zijn dat bestreden moet worden.

Deze recensie, door Eddie A. van Dijk, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

TALES OF ARISE | Official Website (EN) (bandainamcoent.eu)

Foundation – HSF (2021/3)

2021 is het jaar van de verfilming, of verserieïng (nee dat is geen woord, maar zou het misschien wel moeten zijn) van grote genre klassiekers. Van Isaac Asimovs Foundation werd lang gevonden dat het eigenlijk niet mogelijk is om het over te zetten naar een beeldverhaal. Het zijn boeken waar het veel meer om de ideeën gaat dan om de actie. En tja, nu er zelfs in talkshows niet meer te veel gepraat mag worden en er regelmatig een muziekje te horen moet zijn, een filmpje te zien moet zijn of er iets geks moet gebeuren, lijkt het niet echt de juiste tijd voor een serie waarin bijna niets gebeurt. Dus hoe breng je zoiets aan toch naar het televisiescherm en is dat dan succesvol?

Op dit moment zijn nog niet alle afleveringen van het eerste seizoen uitgezonden, maar het is al wel zeker dat er een tweede seizoen komt. Ook deze serie is te zien bij Apple TV+. Ik heb zelf de eerste twee afleveringen gezien op het moment van schrijven. En mijn oordeel is op dit moment neutraal. Ik zie genoeg potentie waardoor ik zeker nog door wil kijken, maar een succesvolle adaptatie van het boek wil ik het niet noemen. Mooi is het echter wel! Er is te zien dat er meer dan voldoende budget was en de special effects, kostuums, ruimteschepen en de sets zijn echt schitterend. Maar het verhaal is nu nog erger Gibbons ‘History of the Decline and Fall of the Roman Empire’ dan het boek al is, maar dan met meer actie. Is dat erg? Nee, maar ik vind dat in de eerste afleveringen alles en iedereen wel heel erg heel serieus genomen wil worden. Ik mis de echte connectie met de karakters. En als er dan heel veel mensen om het leven komen doet mij dat eigenlijk helemaal niks.

Een andere zorg die ik heb na het kijken van de eerste afleveringen is dat deze serie eigenlijk niks nieuws te vertellen heeft. In de reclamecampagne voor het begin van de serie werd ook regelmatig gesteld ‘het verhaal dat deels gebruikt is als inspiratie voor Star Wars’. Ja dat is waar, maar we hebben Star Wars toch ook al? Waar Lord of the Rings in ieder geval nog een tijdloos fantasyverhaal is, kan dat van Foundation niet gezegd worden. De boeken zijn natuurlijk ook niet meer jongste en een deel van de ideeën voelt tegenwoordig wel erg ouderwets aan. Deze serie helpt genretelevisie dus niet verder vooruit wat mij betreft. Iets wat The Expanse bijvoorbeeld wel doet. Is het erg dat we dit allemaal al eens gezien hebben? Dat durf ik nu nog niet te zeggen.

Deze recensie, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

Foundation – Apple TV+ Press

 

 

Harland Awards 2021

Na ruim drie maanden is het zover: de winnaar van de Harland Awards is bekend! Tot 31 oktober 2021 konden verhalen in de genres fantasy, sciencefiction, horror en magisch realisme ingezonden worden. Uit de 190 inzendingen is, met dank aan het harde werk van de lezersjury, een shortlist van 15 samengesteld, waaruit een winnaar en vier runners-up zijn geselecteerd. 

De Harland Awards 2021-schrijfwedstrijd is gewonnen door:

1. Gerthein Boersma met het verhaal ‘Parterretrap’.

De vier runners-up zijn:

2. Jan van Gorkum met het verhaal ‘Spiegeltijd’
3. Marius van Bruggen met het verhaal ‘Tijd verandert alles’
4. Rene van Dijk met het verhaal ‘Daar ligt Dondergat’
5. Anouk Slaats met het verhaal ‘Opgejaagd’

Gefeliciteerd allemaal!

Deze vijf verhalen lezen? Dat kan met een Hebban account

De volledige lijst vind je op Hebban: de uitslag van de Harland Awards 2021!