ALV 12 juni 2021

Beste NCSF-leden,

Inmiddels zou iedereen samen met  de eerste HSF van dit jaar de convocatie moeten hebben ontvangen. We hebben een locatie gevonden waar het verantwoord is om de ALV te laten plaatsvinden. Daarbij zullen de coronamaatregelen in acht worden genomen.

Zaterdag 12 Juni 2021, 13.30 uur
De Rijper Eilanden, Zuiddijk 2a, 1483 MA De Rijp

Vergaderstukken zullen aanwezig zijn maar kunnen ook op verzoek vooraf toegestuurd worden per email.

Mochten er leden met het OV willen komen is het mogelijk om coronaproef opgepikt te worden door een van de bestuursleden met de auto op een nabijgelegen station. Geef het even aan en we vinden wel een oplossing.

Aanmelden voor de ALV kan tot 7 juni bij het bestuur via bestuur@ncsf.nl

In memoriam: Ad Oosterling


Ad Oosterling, op 27 februari 1963 geboren, is op 7 april 2021 overleden. Hij werd op 28 maart 1999 lid van het NCSF en is, leert het archief, in hetzelfde jaar al tot secretaris benoemd. Ad was eenentwintig jaar lang medebeheerder van de NCSF boekenclub samen met Jim Held.

Jim Held:
Ongeveer 20 jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met Ad toen Henk Ottema besloot om te stoppen met de boekenclub. Het probleem was toen (trouwens nu ook): waar laten we de boeken. Op dat moment kwam Ad op de proppen. Hij had wel ruimte. Hij was op dat moment bezig met een huis in Dongen en zag daar wel ruimte genoeg om de boeken op te bergen. Op zolder!
De verhuizing werd gedaan door een aantal vrijwilligers van het NCSF op de dag dat Nederland werd getroffen door een aantal ijzelbuien die van zuid tot noord over het land trokken. We werden door het thuisfront keurig op de hoogte gehouden wanneer en waar het glad was.
Tevens vatten we het plan op om op verzamelaars- en boekenmarkten reclame te gaan maken voor het NCSF. Folders uitdelen. Liep voor geen meter. Hadden een grote tafel met wat foldertjes. Magic Galaxy’s vroeg of ze bij ons wat dozen met boeken konden stallen en uiteraard verkopen. Liep als een trein. Dus wat zij konden, konden wij ook en de eerstvolgende keer stonden we daar met eigen boeken. Voornamelijk Nederlands, want we vertegenwoordigden het NCSF. Verkocht niet denderend, maar we hadden de kraamkosten er in elk geval uit. Engels verkopen deed het veel beter. Dus uitbreiding naar Engelse boeken.
Via de website van het NCSF gingen we de boekenvoorraad online aanbieden en begonnen we verzoeken te krijgen voor bepaalde boeken. Ook werden we benaderd door mensen met te grote verzamelingen en te kleine woningruimte. Of we wat konden overnemen? Met of zonder bijkomende kosten. Ook nalatenschappen kwamen soms onze kant uit.
Inmiddels had de familie Oosterling een huis laten bouwen in Stroe. Gelukkig werd de boekenvoorraad dit keer door een professioneel verhuisbedrijf overgebracht van Dongen naar Stroe, waar de boeken in de kelder belanden!
Inmiddels was de voorraad gegroeid naar zo’n 18.000 boeken, tijdschriften, naslagwerken, strips, kranten. Ad en ik gingen nu regelmatig ook naar boekenmarkten, evenementen en Comiccon’s in België. In België gingen we na afloop vaak nog een hapje eten.
Op deze markten ging Ad er regelmatig op uit om zijn eigen stripverzameling aan te vullen. Die verzameling was enorm. Ik vroeg hem ooit of hij ze allemaal gelezen had. Dat zou hij later doen, als hij met pensioen ging. We maakten er nog grappen over en zeiden dat hij dan de volgende dag beter kon stoppen met werken anders zou hij de stripverhalen nooit allemaal kunnen lezen. Gelukkig wisten we toen nog niet hoe alles zou gaan lopen.
Naast zijn werk als boekenclubbeheerder was Ad ook secretaris van het NCSF en organiseerde hij spellendagen en nieuwjaarsborrels. Ook is hij nog een poosje secretaris geweest bij de vereniging SF Terra.
Na het overlijden van Ad’s zijn moeder leek het of er iets in Ad veranderde. Hij kwam niet zo vaak meer opdagen op de marken en begon met zijn gezondheid te sukkelen. Kreeg hartklachten en langzamerhand ging de spirit er uit. Ik denk dat de corona-toestanden er ook geen goed aan hebben gedaan.

Marlies Scholte Hoeksema:
Ad ontmoette ik voor het eerst tijdens Utopia in Scheveningen. Ik was zo groen als gras en Ad stond daar, waarschijnlijk samen met Jim maar dat weet ik niet zeker, met een grote tafel vol boeken. Ik was, en ben, een boekenwurm en ben zeker een half uur door hem beziggehouden. Ik kreeg ook een flyer van het NCSF en als ik toen der tijd geen armlastige student was geweest was ik meteen lid geworden.
Jaren vlogen voorbij. Ad, de boekenclub en het NCSF ben ik op andere evenementen nog wel eens tegengekomen en met Ad maakte ik dan altijd een praatje. En toen was er opeens een probleem, er waren bestuursleden nodig om de vereniging een toekomst te geven. Ik was niet op de ALV waar dat besproken werd, want ik was geen lid en ik hou eigenlijk niet van vergaderen. Ik ben toen live via Facebook gevraagd of ik wilde helpen en natuurlijk was mijn antwoord daarop ja. De eerste waar ik vervolgens een mailtje, en een telefoontje, van kreeg was Ad.
Ik zal de eerste keer dat ik bij hem in Stroe kwam nooit vergeten. Er was een overvolle lunchtafel en zijn moeder zat op haar stoel op haar vaste plek en ik mocht vooral niet te weinig beleg op mijn bolletjes doen. Ad liet mij vol trots zijn omvangrijke collecties zien. Ik had uren kunnen verdwalen tussen zijn boeken. Ik ben blij dat ik zijn moeder nog gekend heb, ook al was het maar kort. Het overlijden van zijn moeder viel Ad zwaar. Iedereen die hem kent weet dat hij een diep emotioneel mens is, maar dat hij ook moeite had om over diezelfde emoties te praten. Hij miste zijn moeder, hij miste zijn halfbroer en waar hij geluk gevonden dacht te hebben bracht dat uiteindelijk meer ellende dan vreugde.
Ad was de laatste maanden ziek. Ik, en anderen, hebben hem daar zo goed als mogelijk in bijgestaan. Er leken lichtpuntjes aan het einde van de tunnel en zijn overlijden kwam dan ook echt onverwacht. We gaan hem missen, als mens, als boekenclubman, als bestuurslid en als vriend.

We are all stardust.

Harde sciencefiction: de jaren zestig versus de jaren twintig – HSF (2020/3)

Ergens in de tweede helft van de jaren zestig begon ik met het lezen van ‘volwassen’ SF. De keuze was groot met reeksen als Zwarte Beertjes, Prisma, de Bruna Maraboe, de witte Meulenhoffs. Luilekkerland voor de SF-liefhebber. Eind jaren tachtig droogde de bron van vertaalde SF weer op. Wat is er gebeurd en hoe is de situatie nu?

In de jaren zestig begon elke zichzelf respecterende uitgeverij een SF-reeks. De meeste vertalingen waren uit het Engels met daarnaast wat uit het Frans en Duits. Vertalers hadden de tijd van hun leven. Vanaf eind jaren tachtig werd er steeds minder vertaalde SF uitgegeven en eind jaren negentig was het zo goed als over. Ik stapte over op Engelstalige boeken en dan vooral de niet vertaalde vervolgdelen van trilogieën en andere reeksen. Bijvoorbeeld ‘Blue Mars’ van Kim Stanley Robinson en de ‘Night’s dawn’-boeken van Peter F. Hamilton, ‘Homecoming’ en ‘Ender’ van Orson Scott Card, ‘Iron Council’ van China Miéville, de resterende ‘Revelation Space’ van Alastair Reynolds en alle andere boeken in de Academy-reeks van Jack McDevitt.

Ofschoon ik redelijk onderlegd ben in de Engelse taal met dertig jaar ervaring als systeembeheerder bij een Amerikaans bedrijf, is voor mij communicatie in technisch Engels en via e-mail heel wat anders dan het lezen van SF in het Engels. Met sommige boeken ging het prima, al duurde het lezen twee keer zo lang dan in het Nederlands. Bij andere boeken ging het fout doordat ik iets verkeerd had geïnterpreteerd, of niet fatsoenlijk voor mezelf had kunnen vertalen. Bijvoorbeeld als de schrijver iets verzonnen had wat niet te vertalen was en de betekenis uit de context gehaald moest worden. Soms moest ik het na de eerste vijftig pagina’s gefrustreerd opgeven. Tot op de dag van vandaag houd ik het op Nederlands.

Toch vraag ik me af waarom er na de jaren tachtig/negentig zo weinig vertaald is, aangezien de belangstelling voor SF in het Nederlandse taalgebied bleef. Zo was en is er bij algemene verhalenwedstrijden regelmatig SF te vinden. Bijvoorbeeld in de verhalenbundel ‘Zonderlingen’ van Godijn Publishing, naar aanleiding van de gelijknamige verhalenwedstrijd, zijn van de vijfentwintig verhalen er dertien SF, acht fantasy en twee horror, met daarnaast een spookverhaal en een paranormaal verhaal. Ook in Verhalenvertellers 2 (van Uitgeverij Macc) was het merendeel SF. In de jaarlijkse bundel Ganymedes staan twintig verhalen en daarvan zijn er tien duidelijk SF. Hetzelfde in de uitgave EdgeZero. Bij uitgevers als Brave New Books, Mijn Bestseller en Gopher wordt ook veel Nederlandstalige SF uitgegeven. Verder zijn er nog de auteurs die zelf uitgeven, zoals Antoni Dol en Jeroen Syns.

Wat er vooral aan harde SF in vertaling verschijnt, zijn dystopische verhalen die zich twintig tot veertig jaar in de toekomst afspelen en waar het etiket thriller aan wordt gegeven. Niet slecht, maar echt harde SF kan ik het niet noemen. Verder timmeren kleinere uitgeverijen als Godijn Publishing (met het Boek 10-project) en Hamley Books, Uitgeverij MACC, Quasis en Fantastische Vertellingen behoorlijk aan de weg. Schrijvers als Johan Klein Haneveld en zeker ook Frank Roger, die hoge ogen in het verre buitenland gooit, manifesteren zich als nooit tevoren. Opvallend is dat meerdere Nederlandstalige schrijvers vooral in het Engels schrijven.

Is de situatie in 2020 aan het verbeteren als het gaat om vertalingen en Nederlandstalig oorspronkelijk werk? Het lijkt er wel op, want er komt heel wat aan. In oktober verschijnt het eerste deel van ‘Het Drielichamen probleem’ van Cixin Liu. De beide andere delen staan in 2021 gepland. Verder staat bij Clavis in december een deel in de serie Slaves van Mirjam Borgermans op stapel. De Boekerij komt in december met het 880 pagina’s dikke ‘Slapen in een zee van sterren’ van Christopher Paolini. Clavis komt in januari met het tweede deel in de Nomade-trilogie van Guido Eekhaut. De verhaalreeks zal in het zevende deel samensmelten met de Enigma-trilogie. Net als wat Isaac Asimov deed toen hij zijn Robotverhalen en de Foundationreeks aan elkaar schreef. Dan natuurlijk nog de onvermijdelijke herdruk (door het verschijnen van de film) van ‘Duin’ van Frank Herbert bij Volt.

Uitgeverij Iceberg Books uit Amsterdam komt in januari 2021 met niet minder dan zeven SF-uitgaven. De ‘Long Winter’ trilogie van A.G. Riddle, de eerste twee delen van de Young Adult ‘Skyworld’ reeks van Brandon Sanderson, alsmede twee standalone SF-thrillers: ‘Zonneschaduw’ en ‘Stelsel onbekend’ van Jasper T. Scott.

Kortom, het gaat gelukkig weer de goede kant op met harde SF! Zie voor de meest volledige lijst van verwachte SF-boeken de site van het NCSF:

Recent verschenen boeken

Dit artikel, door Jos Lexmond, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

Worldcon 2020: Conzealand – HSF (2020/3)

Voorafgaand aan de Worldcon van 2020 heb ik twee Worldcons bezocht: Helsinki in 2017 en Dublin in 2019. Dat waren bijzondere Worldcons maar ik durf wel te beweren dat de Worldcon in Nieuw-Zeeland van dit jaar de vreemdste is tot nu toe. Dit omdat ik niet in Nieuw-Zeeland was, maar bij mijn vriend in Enschede. Door COVID speelde de conventie zich volledig online af.

Had ik de hele conventie mee willen maken, dan had ik om 14.00 uur naar bed gemoeten en om 22.00 uur weer op moeten staan. Aangezien ik vakantie had, had ik daar geen zin in en bleef ik in plaats daarvan op tot drie uur ’s nachts en sliep ik uit, zodat ik in ieder geval nog een aardig stuk van het begin mee kon krijgen.

Panels

Bij vorige Worldcons heb ik fanatiek de panels gevolgd, en dat was dus ook mijn aanpak bij deze Worldcon. En ik kan zeggen: de mensen van de conventie hebben hun uiterste best gedaan om alles zo goed mogelijk te laten verlopen. De panels verliepen via Zoom, waarbij er altijd iemand van de conventie aanwezig was om technische problemen op te lossen. Na afloop kon je napraten in een ander programma, de Discordserver. Dat was geweldig geregeld. Ook kwalitatief weken de panels naar mijn smaak eigenlijk niet af van andere Worldcons.

Niet alle panels waren geweldig. Er zaten er een paar tussen waar ik voortijdig ben vertrokken, maar dat heb ik bij alle conventies wel gehad. In een online Worldcon is voortijdig vertrekken overigens een stuk makkelijker. Je hoeft niet weg te lopen terwijl je het gevoel hebt dat iedereen je nastaart. Ik heb zeker veel goeds te melden over technische panels zoals hoe je een social media-aanwezigheid opbouwt, alsook panels waar ik voor de lol heen ben gegaan. Zoals panels over welke minder bekende fantasy- en SF-shows er momenteel uitgezonden worden en die je echt moet kijken. Ik ben daar weggegaan met een hele lijst.

Het is bijna surreëel om met het ene oog een panel te volgen en met het andere oog te kijken naar hoe mijn vriend Super Mario Odyssey speelt (hij was niet ingeschreven voor de conventie). De charmes van een online conventie is dat hij overal in de wereld gevolgd kan worden. Wat ik daarbij jammer vond,  is dat de tijden Nieuw-Zeelands bleven. Er waren geen ‘Europese panels’. Ik begrijp dat een 24-uurse conventie heel moeilijk is om te organiseren, maar desondanks vond ik het jammer om sommige best leuke panels te moeten missen omdat ik ook gewoon moest slapen.

Nieuw-Zeeland

De conventie vond natuurlijk officieel plaats in Nieuw-Zeeland, en ik had dan ook graag veel van het land gezien als ik er daadwerkelijk was geweest. Helaas had de conventie niet echt een Nieuw-Zeelands tintje qua opzet. Elke dag waren er wel panels over Nieuw-Zeeland en wat SF en fantasy daar betekent, maar dat was het. Ter vergelijking: de Finse Worldcon legde er grote nadruk op dat het in Finland plaatsvond, er waren allerlei Finse eregasten, in de conventietas kreeg ik een boekje mee over ‘Finnish Weird’, enzovoort. Het enige, zoals eerder gezegd, dat typisch Nieuw-Zeelands was aan deze conventie was het rooster.

Ik vind het daarom ook jammer dat ik achteraf te horen kreeg dat ik ook in een lokale wedstrijd een stem kon uitbrengen als Worldconlid. Die lokale wedstrijd was voor mij een gelegenheid geweest om me in de Nieuw-Zeelandse fictie te verdiepen. Deze optie was echter nooit doorgegeven aan de conventiegangers zelf.

Contact

Uiteindelijk is voor mij dé reden om naar Worldcon te gaan, om contact te hebben met mensen die ik ken. Ik heb een heel netwerk opgebouwd in de Amerikaanse schrijfwereld en ik vind het dan ook altijd leuk om hen weer te zien. Ja, het is wat het is, en dit is geen verrassing – maar dat heb ik erg gemist dit jaar. Ik heb met één auteur die ik persoonlijk ken een uurtje mogen kletsen, en dat was heel gezellig, maar voor de rest heb ik nauwelijks contact gehad met mensen en ik hoop dat dit volgende jaren weer meer mogelijk kan zijn.

Voor mij was het grootste gevoel van contact met dat sociale netwerk toen ik de stream van de Hugo Awards keek en tegelijkertijd de hashtag op Twitter in de gaten hield.

Hugo Awards

De Hugo Awards zijn awards die elk jaar bij Worldcon worden uitgereikt aan de beste sciencefiction en fantasy van het jaar. Dat kan van alles zijn, van een aflevering van een serie tot een heel seizoen, een film, wie de beste strips heeft geschreven, zelfs in enkele jaren een muziekalbum. Maar uiteraard gaat het voornamelijk om de beste nieuwe boeken, novelles en korte verhalen.

Sinds 2017 lees en kijk ik in zes categorieën de genomineerden, wat voor mij altijd flink wat lezen en kijken inhoudt, maar ik doe het altijd graag. Dus nam ik met veel genoegen plaats voor de livestream waar alle awards werden uitgereikt.

Alle winnaars dit jaar waren absoluut geweldig en goed leesvoer voor iedereen die nog wat te lezen zoekt. A Memory Called Empire van Arkady Martine won de award voor het beste boek, de beste novelle was This Is How You Lose The Time War van Max Gladstone en Amal El-Mohtar, de beste novelette Emergency Skin van N.K. Jemisin (wat ik persoonlijk het beste vond dat ik dit jaar voor de Hugo’s heb mogen lezen, dus deze raad ik extra aan), het beste korte verhaal As The Last I May Know van S.L. Huang. Te veel om op te noemen gezien het grote aantal categorieën bij de Hugo’s.

Ook de toespraken van de winnaars waren geweldig en een genot om naar te luisteren. Vooral R.F. Kuang, die een award heeft gewonnen omdat ze de beste nieuwe schrijfster was, was direct en confronterend over hoe moeilijk het kan zijn om als Aziatische in deze markt door te breken. De speech van Neil Gaiman, die met Good Omens de beste Dramatic Presentation Long Form won, was emotioneel en heel mooi.

Het enige aan de ceremonie waar ik daadwerkelijk moeite mee had was de host George R.R. Martin. Zijn anekdotes tussen de awards door gingen vooral over hem zelf, zonder de genomineerden of winnaars in het zonnetje te zetten, en sommigen duurden erg lang. Ik heb gedurende het eerste kwartier geprobeerd aandachtig te luisteren. Daarna ben ik tegelijkertijd maar een game erbij gaan halen zodat ik wakker bleef. De ceremonie duurde volgens het programma tot 3.30 ’s ochtends, maar ik lag pas om 4.30 in bed. Zoals al eerder gezegd heb ik Twitter gedurende die tijd in de gaten gehouden – en dat loog er ook niet om, ik was niet de enige die geen fan was van de presentatiestijl. Eerlijk gezegd hoop ik dan ook dat volgend jaar iemand anders presenteert. Wellicht heeft het voor sommigen gewerkt, maar helaas niet voor mij.

Conclusie

Het heeft veel energie gekost voor iedereen op deze conventie om het een online karakter te geven, en wat het stuk betreft dat ik heb gevolgd was het de best mogelijke optie. Uiteraard was ik veel liever in Nieuw-Zeeland geweest, maar het is niet anders. De mankementen zijn dan ook voor een groot deel te verklaren doordat de vrijwilligers maar een beperkte tijd hadden om alles op te zetten, en ik heb groot respect voor wat ze in de tussentijd hebben klaargespeeld. Ik hoop dat de conventies van later dit jaar en wellicht nog volgend jaar leren van de mankementen.

Maar, uiteraard hoop ik nog meer dat COVID zo snel mogelijk verdwijnt zodat ik dit soort dingen weer in levenden lijve mee kan maken. Wat mij betreft mag het morgen gebeuren!

Dit artikel, door Alexander Verbeek, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

CoNZealand – The 78th World Science Fiction Convention

 

In memoriam: Leo Kindt

Leo Kindt, medeoprichter van het NCSF, is overleden.

17 juli 1944 – 25 maart 2021

Leo Kindt, pater noster van het Nederlandse SF Fandom

De laatste keer dat ik Leo Kindt zag, was toen hij de laatste eer bewees
aan zijn ex-vrouw Annemarie van Ewijck, voorheen Annemarie Kindt. Hij zag er broos uit, maar toonde zoals altijd een enorme wilskracht. Dat
heeft Leo vanaf de eerste dag dat ik kennis met hem maakte, gekenmerkt.
Hij stond samen met Hans P. Frankfurter, Albert Taal en al snel ook Paul
van Oven aan de wieg van het NCSF, had ook samen met Annemarie veel oog
en tijd voor en geduld met nieuwe jonge fans. Zonder Leo Kindt en zijn
kompanen zou er geen NCSF zijn geweest. Hierover heeft Leo zelf in zijn
privé-blog uitgebreid verslag gedaan. (Lees ook over Het ontstaan van het NCSF in de woorden van Leo Kindt). Ze trokken alles en iedereen met
zich mee, o.a. naar de 28ste wereld-sciencefiction-conventie in
Heidelberg. En ook naar de kleine bijeenkomsten en conventies in
Nederland en vooral ook in België en niet te vergeten de Eurocons, zoals
in Trieste in Italië.

Samen met zijn vrienden Peter “Chash” Coene en Willebald te Poel was hij
op de achtergrond jarenlang de motor, die er voor zorgde dat in Huize
Kindt de Holland SF werd geproduceerd. Dankzij de tomeloze inzet van Jo
Thomas en Johan Martijn Flaton met hun JoJo Intersection was het
verenigingsblad een parel voor sciencefictionliefhebbers en een genot om
te lezen.

Leo was een man die meestal op de achtergrond bleef, maar heel goed zijn
stempel op de SF-vereniging wist te drukken. In 1990 nam hij tijdens
ConFiction in Den Haag gedurende de HUGO ceremonie de rol van Vadertje
Tijd op zich om tijdens de presentatie van de begeerde onderscheidingen
de show aan elkaar te praten en te presenteren. Daarna werd het wat
stiller rondom Leo; hij vond een nieuwe liefde nadat Annemarie haar
eigen weg had gekozen. De vereniging en ook het verenigingsblad Holland
SF waren in goede handen bij hun opvolgers en Leo concentreerde zich in
zijn laatste jaren vooral op zijn partner en zijn hobby’s.

Met zijn heengaan verliest het Nederlandse Fandom een van haar
hoekstenen, die wij als achterblijvers hopelijk ook nog heel lang zullen
gedenken…

Kees van Toorn
April 2021

Algemene ledenvergadering uitgesteld

Door de aanhoudende coronamaatregelen is de algemene ledenvergadering (ALV) die zaterdag 7 november zou plaatsvinden, wederom worden uitgesteld. Dat betekent dat er dit jaar naar alle waarschijnlijkheid geen ALV zal plaatsvinden. Kan en mag dat zomaar?

Wettelijk is het verplicht om de ALV te laten plaatsvinden. Dat mag ook online. Echter, dan moeten de statuten dat wel toelaten en dat is bij de NCSF niet het geval. Er liggen inmiddels conceptstatuten die het bestuur in december gereed zal maken voor de eerste ALV van 2021. Daarnaast zou een online ALV voor een deel van de leden en van het bestuur om diverse, persoonlijke redenen niet te doen zijn.

Echter: in de loop van het jaar is een noodwet aangenomen over de ALV. Het bestuur doet daarom een beroep op artikel 8 lid 2 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek. Hierin wordt het mogelijk gemaakt dat krachtens de wet, gewoonte, statuten, reglementen of besluiten geldende regel niet van toepassing is als de omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. En dat is nu simpel: dergelijke bijeenkomsten zijn niet toegestaan binnen de coronamaatregelen.

Tevens kan het bestuur een beroep op deze wet doen als er noodzakelijke beslissingen moeten worden genomen, die normaliter in de ALV moeten plaatsvinden. Dat kunnen zijn besluiten over benoeming en ontslag, een grote investering of een fusie. Nu is van die laatste twee op dit moment geen sprake, wel benoeming en ontslag.

Het uitgangspunt is dat  er gedurende deze periode tot aan de eerstvolgende ALV wanneer deze weer mogelijk is, geen besluiten worden genomen over grote zaken die niet het belang van de vereniging in de weg staan. Het bestuur zal zich daaraan houden en waar dat wel nodig is, daarover goed communiceren met de leden via e-mail en eventueel de website.

Zodra het weer kan, gaan we uiteraard weer een ALV organiseren. Dat zal in mei of juni 2021 zijn. Als je vragen hebt, aarzel dan niet contact op te nemen via bestuur@ncsf.nl.

The Mandalorian : This is the Way, echte Star Wars maar dan met baby Yoda – HSF (2020/1)

Ohoh daar ga je al met zo’n titel. Meteen driekwart van de lezers kwijt. Verder geen echte spoilers hier, alleen een blije kijkervaring. Met zestien jaar tussen de originele trilogie en de tweede, tien jaar en een Disney-overname tussen de tweede en de derde trilogie, zijn fans het lang wachten en de erbij behorend telleurstelling wel gewend. Gelukkig zijn alle tussenliggende jaren toch goed gevuld met games, geanimeerde series en ‘extended universe’-boeken. Maar dat is toch niet hetzelfde. Star Wars heeft om die reden ook nooit echt consistente verhaallijnen kunnen volbrengen. Televisieseries hebben daar intrinsiek minder last van. Zal de eerste Star Wars live action serie aan de verwachtingen voldoen? Als tiener in Frankrijk was ik geen Star Trek-fan. Daar gaat het laatste kwart van de lezers, maar het was gewoon niet op de Franse TV dus ik kon er ook niks aan doen. Daarom was ik Star Wars-fan tot op het bot. Op school keek ik de hele uit naar mijn avonduurtje computeren. Ik kwam dan samen met andere Star Wars fans op AOL Instant Messenger. Daar daagden we elkaar uit met de meest obscure vragen over het Star Wars-universum om elkaar van Padawan tot Jedi-master te promoveren over feitjes. Toen kon je nerd feiten niet zo snel opzoeken dus moest je zo veel mogelijk uit je hoofd weten, en de rest op jaren 90 websites met slechte resolutie plaatjes vinden. Zo heb ik het type nummer van de Millenium Falcon (YT 1300), en veel meer wat ik gelukkig wel grotendeels vergeten ben, geleerd. Star Wars is een genre op zich, omdat het een wereld is wat permanent tot de verbeelding spreekt, waardoor het niet uitmaakt of iets wel kan of logisch is, als het maar leuk is. This is the way. Sommige fans hebben meer verwachtingen dan anderen, maar er is wel de gemeenschap- pelijke kern voor iedereen die iets met Star Wars heeft: pew pew, zoof zoof, mooi licht, goeie muziek, aandoenlijke robots en aliens. Daar gaan we voor! Een beetje als de pang pang, nyoom nyoom, mooie vrouwen, belachelijke stunts en onzinnige gadgets in James Bond zeg maar. The Mandalorian voldoet uitstekend aan deze eisen, vanaf de eerste aflevering. En dan is het ook nog goed. Dat is de echte verrassing die het afmaakt. Geheel tegen mijn verwachtingen in verveelt het nooit. Het verhaal is boeiend, de karakters gelaagd en de setting is helemaal Star Wars. Als ik nog iets mis, is het nog meer baby Yoda. Meer baby Yodaaaa! En dat komt ook goed want het nieuwe seizoen is bevestigd. Meer baby Yoda. Want alle baby Yoda is goeie baby Yoda. Gewoon kijken mensen. Die acht afleveringen maken de 7 euro voor een maand Disney+ meer dan waard. Het internet is rijk aan speculatie over seizoen twee, en weer is er maar een ding waar alle fans en mindere fans het over eens zijn: als het wachten maar niet lang duurt.

Dit artikel, door Alice Jouanno, is eerder verschenen in HSF (2020/1).

disneyplus.com/starwars/themandalorian
starwars.com/series/the-mandalorian

Tweedeling – HSF (2020/1)

Er zijn twee soorten lezers. Natuurlijk zijn er veel meer onderverdelingen mogelijk, maar ik heb voor deze column slechts een paar honderd woorden en moet me dus beperken. Twee soorten lezers dus. En daarmee samenhangend zijn er twee soorten schrijvers.

Toen ik me dit voor het eerst realiseerde, ervoer ik een grote opluchting. Ik kwam namelijk bij de kramen van Nederlandse uitgevers op fantasyfestivals en ComicCons weinig boeken tegen die me aanspraken. Van de meeste zag ik meteen dat het ging om standaard fantasyverhalen. Was het niet vanwege de covers, dan door de titels met woorden als ‘draak’, ‘demon’ of ‘strijd’ erin. Als ik dan de achterflap las of door het boek bladerde, werd die indruk meestal bevestigd.

Het waren verhalen die in de jaren zeventig en tachtig hadden kunnen verschijnen, toen het gehele fantasygenre werd gedefinieerd door de erfenis van Tolkien. Internationaal is echter binnen de fantasy wel het een en ander veranderd. Schrijvers als China Mieville en Jeff Vandermeer lieten zien dat verbeelding echt grenzeloos is met hun ‘new weird’ terwijl auteurs als Glen Cook en Steven Erikson moreel grijze karakters in een gewelddadige wereld plaatsten in ‘grimdark fantasy’. N.K. Jemisin demonstreerde dat fantasy inspiratie kan putten uit wetenschap en intens persoonlijke verhalen kan overdragen in haar Hugo-winnende trilogie. En zo kan ik doorgaan. In het Nederlandse taalgebied heb ik de afgelopen jaren echter slechts een handjevol schrijvers gevonden die ook uitdagende boeken produceren, die spelen met de grenzen van het genre en iets aan het al bestaande toevoegen.

Ik realiseer me nu echter dat ik niet representatief ben voor alle lezers. Ik zie namelijk op de festivals en ComicCons genoeg klanten bij de betreffende kraampjes staan en internationale auteurs als Robert Jordan, Terry Brooks en Terry Goodkind vinden nog steeds een publiek met hun lange series (waarvan er een zelfs door een ander moest worden afgemaakt). Een grote groep lezers is namelijk niet op zoek naar uitdaging of vernieuwing, maar verlangt juist naar verhalen die bekend aanvoelen. Als in een warm bad willen ze zich onderdompelen in een vertrouwde fantasywereld. Even uit de ingewikkelde situatie van alledag ontsnappen naar een omgeving waar de eenvoudige boerenzoon koning kan worden en problemen kunnen worden opgelost met een toverzwaard. Dat is een belangrijke reden om te lezen. Altijd zo geweest ook. J.R.R. Tolkien zelf vond escapisme helemaal geen vies woord.

Ikzelf behoor echter tot die andere categorie lezers, die verrast wil worden door nieuwe vergezichten. Gelukkig voor mij zijn er -net zoals er twee soorten lezers zijn- twee soorten schrijvers. Schrijvers die geïnspireerd worden door het uitdiepen en verbreden van al bestaande paden en schrijvers die in hun boeken juist nog onbekend terrein in kaart willen brengen. Naar de schrijvers van die tweede categorie is het soms iets langer zoeken. Dat heb ik er echter wel voor over.

Dit artikel, door Johan Klein Haneveld, is eerder verschenen in HSF (2020/1).

johankleinhaneveld.blogspot.com/

Locus Awards 2020

De Locus Awards 2020 zijn uitgereikt. De Locus Award of Locus Poll Award is een literatuurprijs die sinds 1971 jaarlijks wordt uitgereikt door het Amerikaanse tijdschrift Locus voor sciencefiction-, fantasy en horrorwerken. De Locus Award geldt naast de Hugo Award en de Nebula Award als een van de belangrijkste prijzen in de SF- en fantasyliteratuur.

De prijs is bedoeld om aanbevelingen te genereren voor de stemmers op de Hugo Award. De Locus Awards worden vastgesteld door middel van een stemming onder de lezers van het blad.

Beste SF-boek: The City in the Middle of the Night, Charlie Jane Anders
Beste fantasy-boek: Middlegame, Seanan McGuire
Beste horrorboek: Black Leopard, Red Wolf, Marlon James

Beste YA boek: Dragon Pearl, Yoon Ha Lee
Beste debuut: Gideon the Ninth, Tamsyn Muir
Beste novelle:  This Is How You Lose the Time War, Amal El-Mohtar & Max Gladstone

De complete lijst is hier te vinden.