Squid Game – HSF (2021/3)

Het is maar een kinderspelletje hoor

Netflix heeft een mooie traditie opgebouwd in het subgenre horror-spel-series uit niet Engelstalige landen. Bijvoorbeeld 3%, een Braziliaanse serie waarbij inwoners uit de sloppenwijken moeten strijden om een paspoort om naar “Maralto” te kunnen gaan waar de rijken wonen, en Alice In Borderland, een Japanse serie waarin de hoofdpersoon morbide psychologische spelletjes moet spelen om terug te kregen naar haar eigen wereld. Natuurlijk is dit genre al ouder dan deze series, denk aan films als Battle Royale, Grotesque, Ichi the Killer en Suicide Club en natuurlijk de literaire klassieker Lord of the Flies van William Golding.

Squid Game is een Zuid Koreaanse serie die ook binnen dit specifieke subgenre valt. De serie is momenteel erg populair. Het verhaal gaat over een wat zielige man, Gi-hun, die schulden heeft en nog bij zijn moeder woont. Hij heeft een ex die met hun dochter naar Amerika wil vertrekken. Dat is een probleem, want hij heeft dan geen geld om haar nog te bezoeken. En dus laat hij zich verleiden om aan een spel mee te doen waarbij hij de kans heeft om in een keer van al zijn schulden af te komen. Natuurlijk is niks wat het lijkt en blijkt het spel nogal wreed te zijn. Wat leert de kijker hier dan van? Bel nooit met een telefoonnummer op een businesskaartje dat je van een vreemde in de metro krijgt. Dat telefoonnummer bleek trouwens daadwerkelijk te bestaan en de eigenaar werd gek van alle mensen die hem berichten stuurden en opbelden naar aanleiding van de serie.

De spelletjes in deze serie zijn Koreaanse kinderspelletjes. Bij het eerste spel mogen de deelnemers bijvoorbeeld alleen lopen als er niet naar ze gekeken wordt. Als er wel naar ze gekeken wordt moeten ze volledig stil staan en ze mogen dus zelfs niet de kleinste beweging maken. Bewegen ze wel? Dan worden ze neergeschoten. Komen ze niet op tijd aan de overkant? Dan worden ze neergeschoten. En dus eindigt de eerste aflevering al in een groot bloedbad. Mijn grootste probleem is dat ik niet zo heel veel sympathie voor de hoofdpersoon kan opbrengen. Ik zit er dus niet mee dat hij in levensgevaar is en er zijn momenten geweest dat ik zelf dacht ‘nou als je nu het loodje legt kunnen we misschien eindelijk iemand volgen die wel sympathiek is’. Het verhaal is niet de kracht van deze serie, want erg voorspelbaar juist omdat er zo ontzettend veel mensen op een nare manier aan hun einde komen. Daar staat tegenover dat vooral het ontwerp van de sets en de kostuums schitterend is. Het onschuldige van kinderspelletjes wordt in de keuze van kleuren extra benadrukt. Hierdoor is het bloederige einde van veel van de karakters extra absurd. Dus als je van dit type horrorserie houdt dan is dit zeker een aanrader.

Deze recensie, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

Squid Game | Officiële Netflix-website

In gesprek met Roderick Leeuwenhart, beginnend veelschrijver – HSF (2021/3)

“Hoe overbrug je de kloof tussen harde SF en de autobiografie van een voetbalheld”

Deventer liefhebber van het fantastische verhaal Roderick Leeuwenhart heeft een missie. Hij doordrenkt zichzelf én de wereld met sciencefiction. Hij leest niet minder dan een SF-boek per week. Met zijn korte verhalen die in de afgelopen jaren verschenen, heeft hij SF-liefhebbers al flink warm laten draaien voor zijn werk. Dat mondde dit jaar uit in het verschijnen van zijn SF-romandebuut De heren XVII én het verkopen van zijn roman Sterrenlichaam aan de grootste uitgever van sciencefiction in China, Science Fiction World (SFW). Dat is voorwaar uniek voor een Nederlandse SF-schrijver.

Roderick kan goed de weg vinden in het Chinese SF-landschap: “Er worden in China prima SF-boeken geschreven. Het is niet voor niets dat Chinese SF ons en de rest van de wereld bereikt, zoals Liu Cixins populaire romans. De belangstelling voor SF in China is dan ook groot en niet te vergelijken met hoe beperkt dat in Nederland is.” Hij ziet wel wegen om daar de komende tien jaar in Nederland aan te werken, zodat er in algemene media ook aandacht komt voor Nederlandstalige SF-schrijvers en dat het aantal lezers hopelijk groter wordt. “Want nu is daar vaak een hele omweg voor nodig. Neem Thomas Olde Heuvelt, van wie zijn boek eerst in Amerika succesvol moest worden, voordat kranten en uitgevers in Nederland wakker werden. Ik hoop dat mijn boek Sterrenlichaam een succes wordt in China, en vervolgens dan wel bij een grote Nederlandse uitgever terecht komt”, kijkt Roderick naar de toekomst.

 

Wolven

Naast de hoop dat het werk van SF- en fantasyschrijvers via die omweg vaker bij het Nederlandse publiek terechtkomt, denkt Roderick dat het aansluiten bij bestaande thema’s en actualiteit kan helpen. “Adriaan van Dis brengt klimaatfictie uit en er worden 30.000 exemplaren van het boek verkocht. Kennelijk is er dus wel een voedingsbodem voor het fantastische genre, mits er aan randvoorwaarden wordt voldaan. Mensen kopen in het voorbeeld dat ik noemde, het boek omdat een bekende naam is en niet omdat het SF is. De vraag is: hoe overbrug je de kloof tussen harde SF en de autobiografie van een voetbalheld. Ik denk door net als Adriaan van Dis thema’s te gebruiken die iedereen bezighoudt. Zoals coronavaccinaties. Of wolven op de Veluwe, hoe gaan we daarmee om. Iets van nu, een thema van ons: dan kunnen lezers er toch iets mee al speelt het zich bijvoorbeeld honderd jaar in de toekomst af.”

Roderick ziet door dat soort aanpassingen kansen voor een grotere verspreiding van SF in Nederland, maar blijft kritisch. “SF is het genre dat de meeste potentie heeft om je iets voor te schotelen dat je helemaal niet verwacht. Met het lezen van of kijken naar SF zoek je de verwondering op, vervreemding, je wil op een hele andere manier naar de wereld kijken, iets totaal nieuws voorgeschoteld krijgen. Als lezer zoek je daarbij een unieke leeservaring in plaats van elke keer hetzelfde. Star Wars was ooit iets nieuws, dat was perfect. Maar het is een complete vergissing om vervolgens als je ouder bent, te proberen dezelfde ervaring op te doen met vervolgen. Dat mislukt vaak omdat het niet nieuw is. Dat moet je helemaal niet doen. SF is normaal gesproken heel goed in het bieden van nieuwe (lees-)ervaringen, omdat het een vooruitstrevend genre is dat continu op zoek is naar iets nieuws. Het gevoel van iets totaal nieuws, dát maakt het magisch.”

 

Japan

Roderick zorgt met zijn romandebuut zeker voor die verwondering. De publicatie in China is een grote stap in zijn carrière, na de bekendheid die hij vanaf 2014 kreeg met jeugdboekenreeks Pindakaas en Sushi. “Sterrenlichaam was oorspronkelijk een kort verhaal, waarmee ik in 2017 de Harland Awards won. Ik heb het daarna uitgebouwd tot een roman, eerst in het Nederlands en daarna in het Engels.” Een terugkerend thema in Leeuwenharts werk is de relatie tussen Nederland en Japan / Oost-Azië. Deze fascinatie komt voort uit zijn journalistieke werk voor tijdschrift AniWay en zijn eigen enthousiasme over Japan. In Sterrenlichaam heeft Japan nieuwe werelden gekoloniseerd, terwijl Nederland is ondergelopen. Het boek gaat over een groep mijnwerkers in de ruimte, die geen erts delven maar het kadaver van een reusachtig buitenaards wezen. Na een ongeluk stort het lijk in en moeten de werkers zien te overleven. Wanhoop en achterdocht slaan toe en het duurt niet lang voor de eerste doden vallen.

 

De Heren XVII

Naar verwachting verschijnt Sterrenlichaam in de eerste helft van 2022 in China. Nederlandse lezers hebben daarin even het nakijken, maar kunnen zich wel laven aan het dit jaar verschenen De Heren XVII. Deels militaire SF, deels politieke thriller. In de roman wordt de vraag gesteld over wat er zou gebeuren als de VOC nooit was opgehouden te bestaan. Honderden jaren in de toekomst starten De Heren XVII een oorlog om hun verloren koloniën in ons zonnestelsel terug te winnen. En ook in dit boek ontbreekt Azië niet. “Het is een luchtiger verhaal dan dat van Sterrenlichaam met veel historische, ironische voorvallen. Juist een Indonesische prinses staat aan het hoofd van de ‘VOC’ met de naam VAHA. De Aarde heeft te maken gehad met een blackout van negen jaar waarin er geen contact was met de koloniën elders in de ruimte. De koloniën hebben zich onafhankelijk verklaard. De VAHA wil vervolgens de koloniën terugwinnen, met ruimteslagen tot gevolg.  Diepgang in het verhaal zit in de relaties tussen de personen, de machtsverhoudingen, en de spanningen. Een van de grote inspiraties was een soort frustratie over verhalen die ik las waarin een schurk heel slim werd voorgesteld, maar dan wel de ene na de andere fout maakte. Ik ben het verhaal gaan schrijven vanuit het oogpunt dat de schurk daadwerkelijk slim is. Vandaaruit ontstond deze politieke thriller, die toch militaire SF is.”

 

Future Fiction

En dan nog is de bevlogen schrijver niet klaar dit jaar. Future Fiction (https://www.futurefiction.org/) is een korteverhalenproject van een Italiaanse uitgever. De beste verhalen van de beste schrijvers uit inmiddels meer dan dertien landen worden digitaal of gedrukt gepubliceerd. Ze komen uit tal van disciplines en schrijven over de ambigue en symbiotische relatie tussen mens en technologie. Door de inspanningen van Roderick komen er ook Nederlandse bijdrages. “Ik ga proberen ze in een Italiaanse bundel te krijgen. Via oproepen op sociale media vraag ik mensen om voor februari volgend jaar een typisch Nederlands SF-verhaal te schrijven en naar mij te sturen via Facebook (https://www.facebook.com/groups/180891637286423). Het hoeven geen nieuwe verhalen te zijn maar wel verhalen die duidelijk loskomen van de Angelsaksische SF.”

Al die internationale contacten bevallen Roderick goed. “Sinds ik naar een WorldCon ben geweest, heb ik korte lijnen in de internationale SF-wereld. Dat is heel tof!”

Dit interview, door John van Duin, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

Meer weten? Kijk op https://www.roderickleeuwenhart.nl/

Tale of Arise – De kracht van niemendalletjes – HSF (2021/3)

De afgelopen jaren heb ik een aantal keer geschreven over Japanse computerrollenspellen (jRPGs) en dan met name over de Final Fantasy reeks. Toch is dat niet mijn favoriete reeks. Ook Persona, hoe fantastisch die spellen ook zijn, noch de Dragon Quest spellen met hun gemoedelijke fantasy-vermaak, zijn niet mijn favoriet. Mijn favoriete reeks is en blijft de “Tales of…” reeks. Nu er, sinds het verschijnen van Tales of Berseria in 2017, eindelijk weer een nieuw Tales spel uit is, Tales of Arise, geeft dat mij een mooi excuus om het eens over deze serie te hebben.

Mijn introductie was Tales of Vesperia uit 2009. Het was eigenlijk een noodgreep gezien het een van de zeldzame jRPGs was die op de Xbox 360 uitkwam. Het spel was een aangename verrassing. Het meer actie-georiënteerde gevechtssysteem, dat onder anderen inspiratie trekt uit spellen als Street Fighter en Double Dragon, was genoeg voor mij om me in het spel te krijgen. De personages, verdiept door de karakteristieke “skits” (optionele dialogen tussen de personages) en het sterk op anime geïnspireerde drama maakte mij een fan tegen de tijd dat ik het spel uit had. Dus toen ik de kans kreeg heb ik meer spellen uit de reeks opgezocht en het overgrote deel met veel plezier gespeeld.

Niet dat de Tales spellen zulke goede verhalen vertellen, of zulke prachtige wereldbouw hebben. De Tales spellen zijn mijn fantasy-niemendalletjes, die ik opstart op het moment dat ik mij wil verliezen in flauw melodrama. Ik vind het heerlijke spellen, geanimeerde introfilmpjes met flauwe J-Pop-muziek, anime-pracht en praal en al.

En toch is er iets in de verhalen van de reeks dat me telkens terug doet komen. Net als Final Fantasy speelt ieder spel in de Tales serie (afgezien van een paar uitzonderingen) zich af in een compleet nieuwe wereld, met nieuwe personages. Wat de spellen verbindt is een aantal terugkerende thema’s en concepten. Zo zal ieder spel iets doen met de vier elementen en zal er regelmatig een beruchte piraat genaamd Aifread een kleine rol hebben. Wat mij iedere keer terug doet komen naar deze serie is een specifiek concept: het idee dat, om de wereld te redden de protagonisten hun wereld op een wezenlijke (meestal op fysieke en metafysische) manier moeten veranderen. Dit concept is niet uniek in jRPGs en niet ieder Tales spel maakt er even sterk gebruik van (zoals Tales of Zesteria), maar geen andere serie maakt er zo consequent gebruik van.

Wat dit betekent is dat, als ik een Tales-spel opstart, ik weet dat de kans groot is dat ik een Fantasy verhaal kan beleven dat, hoe flauw dit ook is, haaks staat op het overgrote deel van de westerse fantasy. Westerse fantasy gaat in verreweg de meeste gevallen over het herstellen van de status-quo. De status-quo wordt verstoord door een dreiging van buitenaf en onze helden zetten alles op alles om de status-quo te herstellen. In veel Tales spellen, en zeker in de spellen die ik als de beste van de serie beschouw, is de status quo juist het probleem dat opgelost moet worden.

Tales of Arise zet hoog in op dit concept door op de voor Tales-spellen kenmerkende lompe manier het thema van kolonialisme bij de horens te vatten.

300 jaar geleden viel de geavanceerde beschaving van de planeet Rena zusterplaneet Dahna binnen. Sindsdien wordt de inheemse bevolking van Dahna gedwongen tot slavenarbeid. Niet vanwege grondstoffen, maar om magische levenskracht van de bevolking in te winnen.

Iedere 10 jaar vindt er een “Crown Contest” plaats waarbij de gouverneurs van de vijf provincies op Dahna proberen om zo veel mogelijk magische energie te vergaren. Degene die de meeste energie weet te verzamelen wordt benoemd tot heerser van heel Rena.

Op het moment dat de huidige Crown Contest zijn hoogtepunt bereikt ontmoet Alphen, een slaaf met geheugenverlies, een onvermogen om pijn te voelen en een ijzeren masker dat hij niet af kan zetten, een jonge Rena vrouw genaamd Shionne wier kleinste aanraking overweldigende pijn veroorzaakt. Samen sluiten ze zich aan bij het Dehnaanse verzet en gaan ze op een queeste om Dahna te bevrijden van de Renaanse overheersing.

Het is allemaal nou niet bepaald subtiel, maar je moet ook geen subtiliteit verwachten van een Tales-spel. Dit is een serie waarin, bijvoorbeeld, in Tales of Vesperia de effecten van antropogene klimaatsverandering in verbeeld werden als Lovecraftiaans monster.

Uiteraard blijkt de wereld niet zo te werken als dat de hoofdpersonen dachten dat die werkte en blijkt er meer te zitten achter de invasie van de Renanen. Het ten val brengen van de Renaanse overheersing is dan ook slechts het einde van een akte. Een dergelijke “het einde dat je verwacht is slechts een stap op de reis” aspect eerder is gedaan in de serie. Denk bijvoorbeeld aan Tales of Xillia waarbij het verslaan van “God” slechts het moment bleek te zijn dat de bredere wereld onthuld werd. Tales of Arise is wel het eerste spel dat gaat zo ver als dat moment een eigen intro-animatie en titellied te geven.

De twist van de ware aard van de wereld kan je een beetje aan zien komen als je weet dat deze serie bij tijd en wijle sciencefiction-elementen aanvoert als laag bovenop op schijnbare fantasy werelden (Tales of Symphonia, Graces en Xillia). Er is immers een bekend sciencefiction-concept dat al sinds War of the Worlds van H.G. Wells als analogie voor kolonialisme wordt gebruikt. In deze wereld is iedereen gebonden in een vorm van slavernij, van de laagste Dahnaanse slaaf tot de buitenaardse machten die de Renaanse koloniale machthebbers manipuleren. Zelfs de bovennatuurlijke macht die uiteindelijk achter alles blijkt te zitten kan gezien worden als een slaaf van zijn instinct.

Dit alles vertroebelt de analogie voor kolonialisme natuurlijk wel en er is zeker kritiek te leveren op hoe dit spel omgaat met het gekozen thema. Toch doet dit spel iets wat ik niet vaak heb gezien in genre-verhalen over kolonialisme. We worden er als spelers herhaaldelijk aan herinnerd dat, zelfs als de Renanen zelf ook gemanipuleerd zijn, ze nog steeds medeplichtig zijn aan driehonderd jaar aan gruwelijkheden. Dit is niet goed te maken door excuses aan te bieden, of door reparaties te maken. Het personage Dohalim, een voormalige gouverneur die zich bij de protagonisten voegt nadat hij ziet dat zelfs zijn genadige aanpak nog veel te wensen overlaat, blijft hier het hele verhaal mee worstelen.

Het einde van het spel gaat, uiteraard, over hoe de helden de beslissing nemen om hun wereld fysiek en metafysisch te veranderen. Het is hier minder sterk dan in bijvoorbeeld Tales of Vesperia waarin de helden het laatste gevecht in gaan met een duidelijk beeld van hoe ze de wereld willen veranderen en waarom. In Tales of Arise is het een laatste wanhoopsdaad omdat Alphen de consequentie van de voor de hand liggende oplossing, de dood van Shionne, niet kan accepteren. Dit is logisch, gezien het verhaal van Tales of Arise in eerste plaats een liefdesverhaal is. Het verhaal begint immers met een boy-meets-girl scenario.

Wat Tales of Arise levert, dus, is een prima aanvulling op de Tales spellen. Het verhaal levert de elementen en thema’s die je verwacht van een Tales-spel, met een flinke dosis humor, innemende personages en meer dan genoeg Anime-melodrama. Wat ik ook erg kon waarderen is dat koken en voedsel, altijd al een belangrijk element in de Tales spellen, meer dan ooit gebruikt worden om personages met elkaar te verbinden. De in jRPGs vrijwel verplichte mini-game om te vissen is ook nog eens best vermakelijk. Het spel ziet er prachtig uit dankzij de ondertussen zeer nodige overstap naar de Unreal engine. Deze iteratie van het gevechtssysteem is een van mijn favoriete uit de serie, met voldoende tactische opties tussen alle flitsende actie door.

Het is niet mijn favoriete Tales spel. Die eer valt nog steeds toe aan Tales of Berseria. Alhoewel het gevechtssysteem in dat spel een stuk minder is, weet het een “Graaf van Monte-Cristo”-achtig scenario mooi te mengen met een cynische kijk op de Uitverkorene/De Duistere Macht trope. Dit tilt het verhaal wat mij betreft naar een hoger niveau. Ook Tales of Vesperia moet ik boven Tales of Arise plaatsen, ondanks dat het zeker behoort tot een oudere fase van de Tales serie qua gameplay, omdat de personages iets beter uit de verf komen en het einde strakker in elkaar steekt.

Hoe dan ook, is Tales of Arise een aanrader voor fans en een prachtig instappunt voor mensen die nog niet bekend zijn met de serie. Ik zal, in afwachting van het volgende spel in de reeks, dit spel vast nog een keer tevoorschijn halen als ik behoefte heb aan een fantasy-niemendalletje en er aan herinnert moet worden dat de status-quo ook in Fantasy-verhalen best wel eens het probleem kan zijn dat bestreden moet worden.

Deze recensie, door Eddie A. van Dijk, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

TALES OF ARISE | Official Website (EN) (bandainamcoent.eu)

Foundation – HSF (2021/3)

2021 is het jaar van de verfilming, of verserieïng (nee dat is geen woord, maar zou het misschien wel moeten zijn) van grote genre klassiekers. Van Isaac Asimovs Foundation werd lang gevonden dat het eigenlijk niet mogelijk is om het over te zetten naar een beeldverhaal. Het zijn boeken waar het veel meer om de ideeën gaat dan om de actie. En tja, nu er zelfs in talkshows niet meer te veel gepraat mag worden en er regelmatig een muziekje te horen moet zijn, een filmpje te zien moet zijn of er iets geks moet gebeuren, lijkt het niet echt de juiste tijd voor een serie waarin bijna niets gebeurt. Dus hoe breng je zoiets aan toch naar het televisiescherm en is dat dan succesvol?

Op dit moment zijn nog niet alle afleveringen van het eerste seizoen uitgezonden, maar het is al wel zeker dat er een tweede seizoen komt. Ook deze serie is te zien bij Apple TV+. Ik heb zelf de eerste twee afleveringen gezien op het moment van schrijven. En mijn oordeel is op dit moment neutraal. Ik zie genoeg potentie waardoor ik zeker nog door wil kijken, maar een succesvolle adaptatie van het boek wil ik het niet noemen. Mooi is het echter wel! Er is te zien dat er meer dan voldoende budget was en de special effects, kostuums, ruimteschepen en de sets zijn echt schitterend. Maar het verhaal is nu nog erger Gibbons ‘History of the Decline and Fall of the Roman Empire’ dan het boek al is, maar dan met meer actie. Is dat erg? Nee, maar ik vind dat in de eerste afleveringen alles en iedereen wel heel erg heel serieus genomen wil worden. Ik mis de echte connectie met de karakters. En als er dan heel veel mensen om het leven komen doet mij dat eigenlijk helemaal niks.

Een andere zorg die ik heb na het kijken van de eerste afleveringen is dat deze serie eigenlijk niks nieuws te vertellen heeft. In de reclamecampagne voor het begin van de serie werd ook regelmatig gesteld ‘het verhaal dat deels gebruikt is als inspiratie voor Star Wars’. Ja dat is waar, maar we hebben Star Wars toch ook al? Waar Lord of the Rings in ieder geval nog een tijdloos fantasyverhaal is, kan dat van Foundation niet gezegd worden. De boeken zijn natuurlijk ook niet meer jongste en een deel van de ideeën voelt tegenwoordig wel erg ouderwets aan. Deze serie helpt genretelevisie dus niet verder vooruit wat mij betreft. Iets wat The Expanse bijvoorbeeld wel doet. Is het erg dat we dit allemaal al eens gezien hebben? Dat durf ik nu nog niet te zeggen.

Deze recensie, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

Foundation – Apple TV+ Press

 

 

Harland Awards 2021

Na ruim drie maanden is het zover: de winnaar van de Harland Awards is bekend! Tot 31 oktober 2021 konden verhalen in de genres fantasy, sciencefiction, horror en magisch realisme ingezonden worden. Uit de 190 inzendingen is, met dank aan het harde werk van de lezersjury, een shortlist van 15 samengesteld, waaruit een winnaar en vier runners-up zijn geselecteerd. 

De Harland Awards 2021-schrijfwedstrijd is gewonnen door:

1. Gerthein Boersma met het verhaal ‘Parterretrap’.

De vier runners-up zijn:

2. Jan van Gorkum met het verhaal ‘Spiegeltijd’
3. Marius van Bruggen met het verhaal ‘Tijd verandert alles’
4. Rene van Dijk met het verhaal ‘Daar ligt Dondergat’
5. Anouk Slaats met het verhaal ‘Opgejaagd’

Gefeliciteerd allemaal!

Deze vijf verhalen lezen? Dat kan met een Hebban account

De volledige lijst vind je op Hebban: de uitslag van de Harland Awards 2021!

ALV 11 December 2021

Beste NCSF-leden,

De convocatie hebben jullie met HSF2021/3 ontvangen, maar hierbij de herinnering. De ALV vindt plaats op 11 december in Geldermarsen. Daar kunnen we de ALV op een verantwoorde manier laten plaatsvinden. Daarbij zullen de coronamaatregelen in acht worden genomen.
We kunnen dus helaas niet na afloop gezamenlijk eten.

De zaal is beschikbaar vanaf 13:00 tot 17:00.
De vergadering begint om 13:30.

Zalencentrum ‘De Ontmoeting’
Achter ’t Veer 20
4191 AD Geldermalsen

Tot dan!

HSFCon 20-21 November: De nieuwe jaarlijkse Science Fiction, Fantasy en Horror conventie

HSFCon 2021 vindt op zaterdag 20 en zondag 21 november 2021 plaats in Van der Valk Hotel Sneek. HSFCon is er voor alle liefhebbers van Science Fiction, Fantasy en Horror.

Het wordt een weekend vol panels en lezingen over alles wat de genres ons te bieden hebben, met een flinke vleug wetenschap. Kijk je ogen uit en koop je beurs leeg bij onze standhouders, doe mee aan workshops en breng tijd door met andere fans.

De afgelopen maanden hebben wij onze eregasten en gasten aangekondigd: Rochita Loenen-Ruiz, Peter Schaap, Saskia Appel, Erik Betten, Sector 31, Jorrit de Klerk, Johan Klein Haneveld, Marjo Heijkoop, Joachim Heijndermans, Sonja Boschman, Edwin Mathlener en Erwin van Ballegoij.

Het programma wordt komende dagen aangekondigd, dus houd de website in de gaten! Ook vind je op onze website meer informatie over onze eregasten en gasten.

Hotel Van der Valk in Sneek biedt nette, betaalbare kamers, mooie ruime zalen voor een breed programma en een gezellige bar voor alle diepzinnige gesprekken met oude vrienden en nieuwe bekenden.

Is je interesse gewekt? Bezoek onze website, like HSFCon op Facebook en schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Wil je op de beursvloer staan met je eigen boeken, illustraties of handgemaakte fan-items? Doe je graag mee aan het programma? Neem dan contact op via info@hsfcon.nl, of via Facebook Messenger.

Kaartverkoop is nu live op de website.

Een overzicht van de geschiedenis van de Nederlandstalige SF en fantasy in 25 titels – HSF (2021/1)

De aankondiging van een ‘Canon van de Nederlandstalige Misdaadliteratuur’ van website Hebban was voor mij aanleiding om in de geschiedenis van het fantastische genre in het Nederlandse taalgebied te duiken. Want ook al lijkt de literaire wereld de verbeeldingsliteratuur weinig plek te geven en zou je kunnen denken dat de massamedia de genre-auteurs van Nederlandse en Vlaamse bodem grotendeels negeert, er zijn heel wat schrijvers die het desondanks niet kunnen laten ‘de fantastiek te bedrijven’. En niet alleen nu, in een tijd van fantasyfestivals en comiccons, maar al honderden jaren.

Ik had zelf al enkele ideeën voor namen die op een lijst van invloedrijke werken zouden moeten verschijnen. Maar toen ik op internet om ‘input’ vroeg kreeg ik er nog een hele waslijst bij. De discussie kwam al snel opzetten: moesten er wel jeugdboeken op de lijst verschijnen? Moesten fantasy, horror en SF niet worden uitgesplitst? Is het samenstellen van een canon wel een goed idee of leg je daarmee teveel vast wat wel en niet meetelt? Is een historisch overzicht van het genre niet beter? Ben ik omdat ik zelf schrijver ben niet te bevooroordeeld om hieraan mee te werken?

Ik zou het leuk vinden als ik (en wellicht ook anderen) een beter idee ontwikkel van de traditie waarin ik sta als schrijver in het fantastische genre. Daarom is dit een lijst met 25 volgens mij invloedrijke werken uit de Nederlandse literatuur, op persoonlijke titel samengesteld met ideeën aangereikt door collega-lezers en -schrijvers. Dit heeft zeker niet de pretentie een Canon te vormen, maar wil vooral laten zien hoe diep de wortels zijn waaruit de verbeeldingsverhalen van nu groeien. Ik heb in elk geval zelf ontdekt dat er nog heel wat boeken zijn die ik moet lezen om me een volledig beeld te vormen. Daar ga ik dus maar snel aan beginnen.

1⁃ ‘Holland in het jaar 2440’ Betje Wolff (1777). – Een utopie, waarin de bewoners van Nederland gelukkig leven volgens verlichte beginselen. Dit boek kan worden gezien als de eerste Nederlandse sciencefiction.

2-‘Kort verhaal van eene aanmerkelijke luchtreis en nieuwe planeetontdekking’ Willem Bilderdijk (1813). – Een planetaire ontdekkingsreis, onder andere genoemd in ‘The history of sciencefiction’ van Adam Roberts, die betreurt dat het boek destijds niet vertaald is waardoor het internationaal geen invloed had.

3-‘De kleine Johannes’ Frederik van Eeden (1887). – Johannes wordt door het elfje Windekind meegenomen naar een wonderlijke fantasiewereld. Een sprookje waarin de ontwikkeling van kind tot volwassene en de worsteling met verschillende levensraadsels centraal staan.

4-‘De stille kracht’ Louis Couperus (1900). – Couperus situeert zijn psychologische verhaal in Nederlands-Indië waar de geestenwereld werkelijk invloed heeft. Zo wordt iemand op mysterieuze wijze bespuwd met iets dat op bloed lijkt. Zijn ‘Psyche’ uit 1898 is bewerking van de mythe van Amor en Psyche.

5-‘Het verstoorde mierennest’ Kees van Bruggen (1916). – Vroege Nederlandse postapocalyptische roman: mijnwerker blijkt enige overlevende van het gif in de staart van een passerende komeet. Dit boek werd een ware bestseller in het interbellum en bereikte in 1933 een elfde druk.

6-‘Blokken’ Ferdinand Bordewijk (1931). – Een Nederlandse dystopie over een technologisch vergevorderde totalitaire heilstaat die de menselijkheid van haar bewoners te gronde richt. Bekend om de kille stijl en harteloosheid waarmee de toestand van de mensen wordt beschreven.

7-‘Het grote gebeuren’ Belcampo (1943). – De eindtijd breekt aan in het Overijsselse stadje Rijssen waar demonen en engelen afdalen om mensen of naar de hemel, of nar de hel af te voeren. Belcampo’s absurde verhalen met vaak een beklemmend randje hebben de tand des tijds doorstaan en zijn zelfs verfilmd.

8-‘Tom Poes en de Bommellegende’ Marten Toonder (1960). – Is Toonder een kinderboekenschrijver? Zijn met veel details tot leven gebrachte wereld kent in ons taalgebied zijn gelijke niet. En zijn taalvondsten en maatschappelijke commentaren waren vooral voor volwassenen bedoeld, als je begrijpt wat ik bedoel.

9-‘De komst van Joachim Stiller’ Hubert Lampo (1960). – Magisch realisme van Vlaamse auteur. De mysterieuze Joachim Stiller wordt een obsessie voor schrijver-journalist Freek Groenevelt. Dit boek geldt als een van de grootste naoorlogse klassiekers in de Nederlandse letteren.

10-‘Het planetarium van Otze Otzinga’ Rein Blijstra (1962). – Eerste Nederlandstalige SF-bundel. Bevat tien korte verhalen. Onder andere een verhaal over een planeet waar alle bewoners uit kubussen en kegels bestaan.

11-‘Torenhoog en Mijlenbreed’ Tonke Dragt (1969). – Planeetonderzoeker Edu Jansen verlangt naar de natuur, maar op Aarde zijn geen bossen meer te vinden. Op Venus wel, maar die zijn dodelijk. Geliefd kinderboek met een boodschap over de manier waarop we met het milieu omgaan.

12-‘De ring’ Gust van Brussel (1969). – Een groots opgezette SF-roman, waarin aarde, ruimte en taal belangrijke motieven vormen. Het eerste Nederlandstalige werk dat in een andere taal vertaald werd (in het frans, als ‘L’anneau’).

13-‘Werelden onder de horizon’ Carl Lans (1970). – Met elkaar samenhangende verhalen die beginnen in het heden en doorgaan tot een extreem verre toekomst. De eerste bundel oorspronkelijke Nederlandse SF-verhalen in een reeks van een uitgeverij (SF Tijgerpockets van Luitingh).

14-‘De dreigende zon’ Felix Thijssen (1971). – Eerste deel van een achtdelige serie over Ruimteverkenner Mark Stevens, die op zoek moet naar planeten waar de mensheid zou kunnen overleven, want de Aarde blijkt zo vervuild dat hij niet meer te redden is. Thijssen staat bekend als de eerste Nederlandse schrijver die in ons taalgebied echt succes had met dit genre.

15⁃ ‘Kruistocht in spijkerbroek ’ Thea Beckman (1973). – Dit boek zou gezien kunnen worden als voorloper van het Young Adult-genre. Dolf Wega komt bij een experiment met een tijdmachine terecht in de middeleeuwen en sluit zich aan bij de kinderkruistocht. Zijn twintigste eeuwse mentaliteit botst met die van de middeleeuwen. Werd in 2006 verfilmd.

16-‘Ganymedes 1’ red. Vincent Van der Linden (1976). – Schrijvers konden hun eigen verhaal insturen naar Bruna om opgenomen te worden in de jaarlijks terugkerende bundel. Deze eerste bundel bevatte verhalen van Ef Leonard, Eddy C. Bertin, Wim Burkunk, Bob van Laerhoven en anderen. De voor het genre belangrijke Ganymedes-reeks werd in 2013 herstart en is nu aangekomen bij Ganymedes 20.

17-‘Euro 5 Antwoordt niet’ Bert Benson (1976).-  Veel SF-lezers van mijn leeftijd (40-50) hebben SF leren waarderen door deze serie, waarin Europa verenigd is en beschikt over een ruimteschip met een internationale bemanning. De eerste reeks liep van 1976 tot 1986. Daarna volgde ‘De nieuwe Euro-5’ van 1987 tot 1991.

18-‘Eenzame bloedvogel’ Eddy C. Bertin (1976).- Deze veelzijdige schrijver is vooral bekend geworden van zijn horrorverhalen en zijn ‘membraancyclus’ van SF-verhalen, waarin de toekomst van de mens wordt verteld, die wordt bepaald door de ontdekking van de zogenoemde membranen. Hij was secretaris van het Griezelgenootschap en gaf onder andere het SF-tijdschrift ‘SF-Gids’ uit.

19-‘Nieuwe maan’ Anton Koolhaas (1978). – Koolhaas schreef veel verhalen vanuit het perspectief van het dier. Waaronder ook niet bestaande dieren die serieus werden behandeld. Dit boek bevat een knap staaltje speculatieve biologie gekoppeld aan psychologische diepgang waarbij de hoofdpersoon onder zijn nieuwe huis een gangenstelsel ontdekt vol vreemde levensvormen.

20-‘De schrijvenaar van Thyll’ Peter Schaap (1987). – Een van de eerste door een reguliere uitgever (J.M. Meulenhoff) uitgegeven fantasyboeken van een Nederlandse schrijver. Dit boek was nog duidelijk geïnspireerd op de verhalen van Jack Vance. ‘De Wolver’ uit 1989 is het begin van een heuse fantasytrilogie, zoals die in het buitenland ook veel verschenen. In deze periode begon Wim Gijsen ook fantasy te publiceren. Schaap publiceert nog steeds SF- en fantasyromans.

21-‘Het eerste zwaard: Sperling’ W.J. Marysson (1995).– Eerste deel van de zesdelige reeks ‘Meestermagiër’. Een groep van negen begint aan een queeste naar de Vijf Aartszwaarden en het Boek van Kennis. W.J. Marysson was het pseudoniem van Wim Stolk. Hij was een stimulans voor en van invloed op veel Nederlandse fantasyschrijvers die begin 21e eeuw opkwamen.

22-‘De wintertuin’ Paul Harland (2008). – Harland begon al in 1979 met het publiceren van verhalen. Dit is het eerste deel van zijn verzamelde verhalen. Harland maakte zich sterk voor het verbeteren van de kwaliteit van de Nederlandse genrefictie. De Harland-awards zijn naar hem genoemd.

23-‘Hex’ Thomas Oldeheuvelt (2013). – Oldeheuvelt beleefde een internationale doorbraak nadat Stephen King ‘Hex’ beschreef als ‘Briljant en volstrekt origineel’. Voor de Amerikaanse uitgave werd het verhaal van het dorpje Beek in Nederland verplaatst naar de Verenigde Staten. Na de doorbraak in de V.S. kwam het boek ook in Nederland weer in de belangstelling. Voor veel genreschrijvers is Oldeheuvelt een inspirerend voorbeeld.

24-‘Slaap zacht, Johnny Idaho’ Auke Hulst (2015). – Met dit boek waarin een tiener, een terminale bankier en een wetenschapper, op zoek naar de sleutel tot het eeuwige leven op een eilandstaat in de Stille Oceaan terechtkomen, won de auteur in 2016 de eerste Harland Award voor het beste boek. Het volgende jaar won hij opnieuw. Hij representeert de toenemende aanwezigheid van genre-elementen in literaire werken van jonge Nederlandse auteurs.

25-‘Orkaanhoeders en Dijkenfluisteraars’ Tais Teng en Jaap Boekestein (2018). – Tais Teng mag in dit lijstje niet ontbreken, met zijn ongeëvenaarde verbeelding. Samen met Jaap Boekestein startte een heel nieuw subgenre met Nederlandse roots: ‘Ziltpunk’ – hierbij treden Nederlanders de gevolgen van klimaatverandering hoopvol tegemoet met grootse technologie en handelszin. Verder is dit boek relevant, omdat het is uitgegeven door een van de kleine uitgevers die hun boeken vooral presenteren op fantasyfestivals en comiccons.

Dit artikel, door Johan Klein Haneveld, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

johankleinhaneveld.blogspot.com/

Herinnering: ALV 12 Juni

Aanmelden voor de ALV kan tot 7 juni bij het bestuur via bestuur@ncsf.nl

Zaterdag 12 Juni 2021, 13.30 uur
De Rijper Eilanden, Zuiddijk 2a, 1483 MA De Rijp

Vergaderstukken zullen aanwezig zijn maar kunnen ook op verzoek vooraf toegestuurd worden per email.

Mocht vervoer een probleem zijn, geef het ook even aan zodat we samen naar een oplossing kunnen zoeken.

Aanmelden voor de ALV kan tot 7 juni bij het bestuur via bestuur@ncsf.nl

ALV 12 juni 2021

Beste NCSF-leden,

Inmiddels zou iedereen samen met  de eerste HSF van dit jaar de convocatie moeten hebben ontvangen. We hebben een locatie gevonden waar het verantwoord is om de ALV te laten plaatsvinden. Daarbij zullen de coronamaatregelen in acht worden genomen.

Zaterdag 12 Juni 2021, 13.30 uur
De Rijper Eilanden, Zuiddijk 2a, 1483 MA De Rijp

Vergaderstukken zullen aanwezig zijn maar kunnen ook op verzoek vooraf toegestuurd worden per email.

Mochten er leden met het OV willen komen is het mogelijk om coronaproef opgepikt te worden door een van de bestuursleden met de auto op een nabijgelegen station. Geef het even aan en we vinden wel een oplossing.

Aanmelden voor de ALV kan tot 7 juni bij het bestuur via bestuur@ncsf.nl