De Zwijgende Aarde – HSF (2019/3)

Nadat de VS is ingestort, is de EU de grootste wereldmacht geworden. Nederland heeft een voortrekkersrol daarin. In deze wereld kunnen mensen zich verbeteren door cybernetische en genetische modificaties, maar er wordt neergekeken op dit soort ‘klusjes’. ‘Puur blijven’ is het grootste goed.

De aarde regeert over de koloniën in het zonnestelsel, vooral dankzij de ruimteschepen van de VAHA (Verenigde Aardse Handels Alliantie, vergelijkbaar met de VOC.) Maar dan gebeurt er iets waardoor communicatie van en naar de aarde wegvalt en de schepen van de VAHA niet meer kunnen uitvliegen. De koloniën zijn op zichzelf aangewezen.

De boeken over De Zwijgende Aarde vertellen wat er dan gebeurt.

 

Zes auteurs, vijf boeken, één universum

In het buitenland bestaat het idee van een ‘shared universe’, waarin verhalen van meerdere auteurs dezelfde verhaalwereld delen, al heel lang. Denk aan filmuniversum van Marvel, de boeken die zich in Dungeons & Dragons-werelden afspelen, of het Arrowverse van DC-superhelden.

Ik wilde iets soortgelijks met een groep schrijvers proberen. Niet een serie met een verhaallijn die doorloopt, maar een wereld waarin meerdere verhalen verteld worden. Veel meer dan dit gegeven had ik in eerste instantie niet; of het een fantasywereld moest worden, of juist een SF-universum, wist ik nog niet. Toen ik auteurs ging zoeken werd vrij snel duidelijk dat iedereen een voorkeur voor sciencefiction had.

Ik heb auteurs gezocht wiens werk ik kende en goed vond. Ik wilde een diverse groep, met verschillende schrijfstijlen. Het was niet de bedoeling dat de samenwerking zou resulteren in een eenheidsworst, maar het ging me juist om de diversiteit waarmee de auteurs de verhaalwereld zouden benaderen.

We hebben de wereld samen gecreëerd en gebrainstormd over de thema’s van de serie, het verloop van de tijdlijn, en dergelijke. Verder hebben we elkaars synopsissen en verhalen gelezen, en geprobeerd verwijzingen en lijntjes naar elkaars romans te verwerken.

 

Verhalen van de Zwijging

De vijf romans in de serie spelen zich elk af op een andere plek in ons zonnestelsel. Elk boek is zelfstandig te lezen, maar wanneer je ze allemaal leest krijg je een beter beeld van het grote geheel.

Revolte van Jorrit de Klerk speelt zich af in de planetoïdegordel, waar veel cybernetisch gemodificeerde mijnwerkers leven. Raik, de hoofdpersoon, werkt voor de VAHA en staat op het punt gepromoveerd te worden wanneer er onrust uitbreekt. Het is een actierijk verhaal, een echte rollercoaster. Revolte is Jorrits romandebuut.

Roest, mijn eigen bijdrage, speelt zich af op Mars. Hoofdpersoon Sam is een magistraat in dienst van het Internationale Mars Akkoord. Ze reist tussen nederzettingen om de wet te handhaven en recht te spreken. Zes jaar geleden werd ze geïnfecteerd met een technovirus dat haar DNA heeft herschreven. Doodsbang om verder te muteren probeert ze haar werk zo goed en zo kwaad als het gaat uit te voeren. Het boek is een thrillerachtige zoektocht naar identiteit.

Na twee serieuze boeken voegt Mara van Ness met Titanium een lichtere ‘touch’ toe. De Saturnusmaan Titan is het Las Vegas van het zonnestelsel. In ‘kuuroorden’ wordt elke maas in de wet benut om je levensduur te rekken zonder je belastingvoordeel kwijt te raken. Wanneer het contact met de aarde verbroken wordt, strandt wetenschapster Emmelie hier. Ze stuit op een schandaal dat de manier van leven op Titan weleens op zijn kop zou kunnen zetten …

Tweeleed van Django Mathijsen en Anaïd Haen is een heuse familiekroniek. Het boek begint 37 jaar vóór de Zwijging en eindigt tien jaar erna. Geconfronteerd met de keus tussen puur blijven of laten modificeren, jong sterven of overleven, ziet Arno zich gedwongen een beslissing te nemen met vergaande gevolgen voor hemzelf en zijn kinderen.

Als je het hebt over Nederlandse sciencefiction, kun je bijna niet om Johan Klein Haneveld heen. IJsbrekers is zijn veertiende boek. Tien jaar zijn voorbijgegaan sinds de kolonies van het zonnestelsel het contact met de aarde verloren. De voortvluchtige wetenschapper Michelle Dijon is gestrand op Europa. Maar het einde van de Zwijging lijkt te zijn aangebroken. Van de aarde vertrekken de eerste schepen, vastbesloten de macht van de moederplaneet te herstellen …

De prachtige covers zijn geschilderd door Loek Weijts. Hij heeft precies het juiste evenwicht tussen klassiek en modern weten te treffen die ik voor deze boeken voor ogen had.

De Zwijgende Aarde is een mooie serie geworden, die onze verwachtingen overtreft. Ik hoop dat SF-liefhebbers net zo van de serie zullen genieten als wij bij het schrijven ervan.

Dit artikel, door Jasper Polane, is eerder verschenen in HSF (2019/3).

quasis.nl

Het Wapen van Sjeng: Interview met Pepijn Lanen – HSF (2019/3)

Pepijn Lanen is bekend als rapper Faberyayo in De Jeugd van Tegenwoordig en als zanger in popgroep Le Le, maar ook is hij schrijver. Na de verhalenbundel Sjeumig, de roman Naamloos en de graphic novel Hotel Dorado is in mei 2019 het boek Het wapen van Sjeng verschenen.

Het Wapen van Sjeng gaat over eersteklas flierefluiter Chef die op zoek is naar de Blauw Ridder, een mythisch figuur die naar eigen zeggen de wereld van HEN wil vernietigen. Samen met Anton, zijn gids, volgt hij geheimzinnige kaarten die hen dwars door de trans-Atlantische vlakte voeren. Naarmate hun reis op zeepaardjes vordert en ze de Verzonken Stad naderen, wordt duidelijk dat de relatie tussen Chef en de Blauwe Ridder complexer is dan in eerste instantie leek. En welke rol speelt HEN, de man-vrouwidentiteit die ooit zijn ouders is geweest, en die nu de wereld domineert?

Pepijn Lanen is enthousiast over het NCSF, dat horen wij natuurlijk graag, en van het aanbod om hem te interviewen hebben wij graag gebruik gemaakt.

Pepijn Lanen noemt zichzelf een urban scifi-novelist. Hij heeft zichzelf zo gekwalificeerd, omdat dit eigenlijk de caption van een instagram-post was en dit had vooral met zijn outfitkeuze te maken. Daarna heeft de uitgeverij besloten om dit over te nemen en te laten lijken alsof het over zijn literaire werk gaat. Pepijn Lanen vond dat prima.
In het Nederlandse taalgebied zijn veel schrijvers die zich niet willen identificeren met scifi of waarvan de uitgever niet wil dat een werk dit label krijgt. Pepijn Lanen schuwt dit label echter niet, omdat hij niet bang is om zichzelf te zijn.
Al vroeg in zijn jeugd is Pepijn Lanen met scifi in aanraking gekomen, omdat zijn vader, naast veel over de Tweede Wereld Oorlog en Japen en veel Nederlandse literatuur, ook veel scifi las, waaronder veel Jack Vance, Larry Niven en James Smitz. Zijn vader had de SF serie van Meulenhoff uit de jaren zestig helemaal compleet.
Het oeuvre van William Gibson, The Illuminatur Trilogy en A Clockwork Orange zijn de scifi boeken die Pepijn Lanen bij zijn gebleven en die hij anderen aan zou raden.

Over het laten terugkomen van scifi in zijn werk als rapper in De Jeugd van Tegenwoordig en in popgroep Le Le geeft Pepijn Lanen aan dat al zijn werk futuristisch is.
Pepijn Lanen bereikt veel jongeren en hij heeft het idee dat scifi in entertainment, zoals films, series en games, zeker bij jongeren leeft. Maar boeken leven, helaas, überhaupt not so much onder jongeren. (Werk aan de winkel voor de boekenclub?)

Inspiratie voor het schrijven van het boek Het wapen van Sjeng komt uit een passage in Fear and Loathing in Las Vegas, Spongebob, het naderende einde van de wereld en de hebberigheid van de mens in zijn/haar onmogelijkheid zich van het onafwendbare af te wenden.
In de karakters uit het boek zien wij flarden terug van Pepijn Lanen.
Voor de wereld onder water is gekozen vanwege de romantische setting. Een waar je je direct voorstellingen bij kan maken zonder dat je je er ooit in begeven hebt. En een die, zodra deze geaccepteerd is, een heel scala aan verhaalmogelijkheden en fantastische ontwikkelingen biedt.

Dit interview, door Jan Johannes Scholte, is eerder verschenen in HSF (2019/3).

amboanthos.nl/boek/het-wapen-van-sjeng/

Promotiekansen voor auteurs op Dordtse Boekenmarkt

Op zondag 7 juli staan we met de boekenclub in Dordrecht voor de jaarlijkse Dordtse Boekenmarkt. Hier komen tienduizenden boekenliefhebbers op af!

We hebben als NCSF besloten een tweede tafel te huren naast de boekenclub. Hier bieden we zonder kosten een promotieplek voor genre auteurs. Bij voldoende belangstelling wordt dit een vaste mogelijkheid op volgende evenementen.

Interesse? Stuur gauw een mailtje naar het bestuur!

Fictie wordt feit bij Kuipers

Houten Trouw – Jan J.B. Kuipers

Verschijnsel, Mechelen (2018)

244 blz.; € 17.95

Omslagillustratie: Roelof Goudriaan

In Houten trouw verzamelde Jan J.B. Kuipers vijftien verhalen die eerder verspreid in WonderWaan en Ganymedes verschenen. Nu ze zo bij elkaar staan wordt nog zichtbaarder dat het werk van Kuipers een grote consistentie vertoont wat betreft thematiek en vormgeving of verwoording. Alleen de verhalen ‘De brug’ en ‘Paars waas’ wijken wat af; al is de kwaliteit en intensiteit dezelfde, ze hebben een wat andere toon, de eerste als een soort van symbolisme, de tweede als magisch realisme met autobiografische uitstraling. De andere verhalen zijn… Ja, wat is dan die consistentie?
Op de achterflap word ik geciteerd met een eerdere constatering: “De kern van zijn schrijverschap; de kracht van het woord.” En dat is één van de factoren die bijdragen aan die consistentie, want de stijl van Kuipers is altijd mooi en kleurrijk en zorgvuldig. Kuipers gebruikt woorden die al bijna vergeten zijn, zonder daarin te overdrijven. Ze dragen bij aan de kleur. Maar woorden staan nooit alleen, en Kuipers rangschikt ze zorgvuldig in soepele zinnen, leidend naar het uiteindelijke Woord; het verhaal.

Jan J.B. Kuipers is een ontwikkeld man, een historicus die talloze boeken en artikelen over onze geschiedenis heeft geschreven, van Karel de Grote, de VOC, Willem de Zwijger tot allerlei publicaties over de Zeeuwse wateren. Hij kent de mythen, legenden, sagen uit ons verleden en weet dat de werkelijkheid van ons heden het verhaal is dat ons vanuit het verleden wordt verteld, waarbij de zogenaamde feiten soms, in meer of mindere mate, fictie zijn. Uiteindelijk gaan ook al die historische verhalen over mensen, de werkelijkheid van die mensen.
Dit basisthema wordt in het eerste verhaal, ‘Afspraak voor de muren’, meteen op Kuipers’ eigen wijze neergezet; een verhaal dat dient als een statement en daarom kort is. Voor de muren van een belegerde Turkse stad in 1770 ontmoet de legerleider Buguraz, een personage dat we uit eerder werk kennen, de Baron von Münchhausen en vraag hem om hulp. Want bij de Baron, ‘de man van de sterke verhalen en mogelijke heldenfeiten’, is ‘alles mogelijk. Zodra het juiste idee is opgeborreld.’ Zijn ‘fantastisch-narratieve uitstraling zal ongetwijfeld voor een nog grotesker effect zorgen’. Om de stad in te nemen moeten ze feiten en fictie samenbrengen, waarbij zij zich alleen afvragen ‘of ons verlangen naar geboekstaafde daden – naar ons voortbestaan dus – opweegt tegen de berg van leed die wij zullen opwerpen…’

Als de fantastische histories van de Baron von Münchhausen, met het fantastisch-narratieve, zo maakt Kuipers zijn fictie tot feit; de feitelijkheid van het verhaal dat overtuigend wordt verteld. Hij doet dat met veel relativering en humor, met veel kleur, en geregeld bizar. Een opstand tegen een soort Victoriaanse kostschooljuffrouw (‘Gestalte op de heuvel’), de persoonlijke Kruistochten van Sebastiaan van Portugal halverwege de 16de eeuw (‘Sebastiaans oorlog’).
‘Kitesj’, gebaseerd op de legende uit de vroege Russische geschiedenis van de 10de tot 14de eeuw dat in de Edge Zero-bundeling van 2017 terechtkwam, begint prachtig met: ‘In andere versies is soms sprake van jammerend hoorngeloei op de achtergrond, van obsceen bekkengekletter. De zon schijn genadeloos; de vlakten zijn dor, in de verte hurken afgeknotte, okeren bergtoppen. In werkelijkheid was het maar een miezerige affaire, die daad van Fevronja, een onopvallende voltrekking ergens in een afgelegen woud. Het was doodgewone broedermoord. Maar sommigen menen dat de aanleiding toereikend was, en dat deze vuige daad gerechtvaardigd was omdat er veel was te winnen.’ Ja ja, in werkelijkheid!

Ik zou kunnen proberen de verhalen uit deze bundel te analyseren, te typeren, ze te plaatsen in de fantastische literatuur. Ik zou kunnen verduidelijken waarom het titelverhaal het titelverhaal wel moest zijn. Maar opnieuw bladerend in deze bundel realiseer ik me dat ik dat niet een twee drie kan. Ook omdat mijn oog steeds weer valt op passages die ik opnieuw ga lezen en die ik dan wil overtypen om ze met u te delen. Omdat het mooi is, of grappig, of triest. Maar dat is natuurlijk onzinnig, want het is allemaal al uitgetypt en u kunt het allemaal zelf lezen.

Jan J.B. Kuipers doet niet onder voor de Baron von Münchhausen, en geregeld trekt de auteur zichzelf en zijn personages aan de haren omhoog uit het moeras dat de mens steeds weer creëert. En ja, Kuipers is een ontwikkeld man, die al die historische kennis meeneemt bij het schrijven van zijn verhalen, maar het mooie is dat je als lezer al die kennis niet hoeft te hebben, dat het verhaal waar je in meegetrokken wordt, je alle kennis biedt die voor de werkelijkheid van het verhaal nodig is.

Paul van Leeuwenkamp

Een goed begin

De HSF presentatie, Beneluxcon en nieuwjaarsborrel zijn afgelopen weekend zeer geslaagd! Met dank aan Erik Betten, Pen Stewart, Bo Balder, Paul Bouman, Johan Klein Haneveld, Roderick Leeuwenhart, Heidi van der Vloet, Paul van Oven, Alice Jouanno, Marlies Scholte Hoeksema, Eddie van Dijk, John van Duin, Jan Johannes Scholte en alle anderen gezellige aanwezigen. Voor wie er niet bij was: je vindt je HSF van de week in de brievenbus!

NCSF-lid Marjo Heijkoop schreef en uitgebreid verslag van de Beneluxcon, te lezen op de website van Johanna Lime.

Heb je ook een verslag geschreven? Laat het ons weten!

Quarantaine – Interview met Erik Betten – HSF (2019/1)

Erik Betten, schrijver van Quarantaine:

“Ik heb bewust geprobeerd niet te veel van mezelf in één specifiek karakter te leggen”

Fotograaf: Ineke Oostveen

Eerder dit jaar verscheen ‘Quarantaine’, de eerste roman van Erik Betten, bij Luitingh-Sijthoff. Naar aanleiding van zijn korte verhaal ‘Na de vloed’ waarmee hij de Harland Awards NCSF-premie won, hadden we in 2016 al een interview bij hem afgenomen (hier te lezen) maar het was nu natuurlijk weer tijd om hem vragen te stellen over zijn succesvolle debuutroman.

Quarantaine is het spannende debuut van Erik Betten. Een actuele thriller over een dodelijke bacterie – en een overheid die ondenkbare maatregelen neemt. Groningen, oktober. Een oeroude bacterie vindt via een gaswinningspunt haar weg naar de oppervlakte. In luttele dagen zwermen de halfdode, besmette slachtoffers wezenloos uit over Noord-Nederland. Bang voor verdere verspreiding besluit de overheid de provincies af te sluiten. Het Gronings-Friese Kamerlid Homme Olivier, die zich jarenlang heeft ingezet voor de lokale bevolking en haar problemen met de gaswinning, wordt naar voren geschoven als woordvoerder. Aan hem de taak om de kalmte te bewaren terwijl er naar een oplossing wordt gezocht. Maar als de overheid vervolgens het leger inzet om de vluchtelingen uit het gebied tegen te houden, lijkt Homme juist als zondebok te worden gebruikt. Als hij kort daarna een berichtje ontvangt dat zijn vrouw in het gebied blijft om te helpen, besluit Homme zijn taken in Den Haag achter te laten om haar te gaan zoeken. Met gevaar voor eigen leven trotseert hij het door de bacterie geteisterde noorden, op zoek naar iets wat misschien niet meer te redden valt…

Heb je persoonlijke ervaring met het leger?

“Nee, geen enkele. Wel heb ik wat militairen in mijn kennissenkring en eentje heeft het verhaal vooraf doorgelezen en tips gegeven. Daar was ik erg blij mee. Hij kon zich gelukkig best wat voorstellen bij de moeilijke keuzes die de militairen in mijn boek moeten maken.”

Waar komt je inspiratie vandaan?

“De inspiratie voor Quarantaine kwam uit een merkwaardig nieuwsbericht uit de VS over mensen bij een meer die bang waren voor de bacteriën die daar door fracking in terechtkwamen. De link met Groningen was zo gelegd en alles wat er verder in het boek gebeurt, raakt aan maatschappelijke kwesties die me bezighouden. Zo gaat het meestal, trouwens. Hoe bizar het verhaal ook wordt, het is bij mij uiteindelijk toch altijd een reflectie op onze huidige samenleving.”

Welk karakter ligt het dichtst bij jezelf en welke vond je juist moeilijk om overtuigend te schrijven?

“Ik heb bewust geprobeerd niet te veel van mezelf in één specifiek karakter te leggen. Ik deel natuurlijk wel veel met de hoofdpersoon Homme Olivier. Dat is ook een blanke man van in de veertig uit Noord-Nederland. En we zijn allebei nog met een verpleegkundige getrouwd ook. Maar er zijn ook karaktertrekken van Homme waarvan ik hoop dat ze bij mij niet zo sterk aanwezig zijn. Ik denk dat Homme me juist daarom ook het meeste moeite heeft gekost. Ik wilde er geen ijdele, opportunistische politicus van maken, maar ook geen held die in elke situatie zou doen wat ik persoonlijk de beste keuze zou vinden.”

In welke delen van de wereldbouw (politiek, medisch, media, militair, dorps) heb je je moeten verdiepen voor dit verhaal en welke komen rechtstreeks uit persoonlijke ervaring?

“Bij het meeste kon ik gelukkig putten uit eigen ervaring of waarneming. Dat leek me, zeker bij een debuut, ook het verstandigste. Write what you know. Ik ben jaren politiek verslaggever geweest dus dat hielp me wel bij het politieke deel. En veel van wat er in Hilversum gebeurt is een uitvergroting van wat ik in mijn jaren bij de NOS heb meegemaakt. Voor het specifiek bacteriologische deel heb ik me wel laten bijpraten en rondleiden door een microbioloog in het UMCG in Groningen. Als noorderling hoefde ik voor het uitzoeken van het decor van de actie in Friesland en Groningen verder niet heel veel extra moeite te doen.”

Sluit Quarantaine aan bij jouw verwachting van hoe Nederland zou omgaan met een crisis of zijn er elementen die je in je werk bewust genegeerd hebt?

“Het blijft een roman, dus het bedenken van een zo aantrekkelijk mogelijk plot heeft voorop gestaan. Maar ik denk dat een plot pas echt pakkend wordt als je erin kunt geloven, dus het heeft toch ook iets van een gedachte-experiment voor zo’n extreme situatie. Ik hoop wel dat we als gemeenschap tot een betere respons zouden kunnen komen dan ik heb beschreven in het boek. Maar ik durf daar niet op te rekenen.”

Ben je tevreden over je einde?

“Ik hoop maar dat je doelt op het slot van de roman en ja, volgens mij komen daar de verschillende verhaallijnen wel op een prettige, logische en toch verrassende manier samen.”

Was je schrijfproces voor dit boek anders dan voor je korte verhalen?

“Absoluut. Een kort verhaal heeft weliswaar een structuur, maar je kunt het je veroorloven om een eerste versie zonder plan te schrijven en het resultaat als een soort grondstof voor je uiteindelijke verhaal te gebruiken. Als je dat bij een roman doet, ben je wel erg met je krachten aan het smijten. Dus voordat ik de eerste versie van Quarantaine schreef, had ik een planning op hoofdstukniveau uitgewerkt. Daar ben ik wel wat van afgeweken als het verhaal erom vroeg, maar ik denk dat tachtig tot negentig procent van het boek nog te herkennen is in die eerste planning.”

Over welke hoofdstuk ben je het meest tevreden?

“Dat is lastig om te zeggen. Sommige hoofdstukken zijn me bijgebleven omdat ze relatief makkelijk tot stand kwamen, compleet met passende beeldspraak en dialogen. Daar zijn passages bij die ik met enige verwondering kan teruglezen, bijna alsof ze door een ander zijn geschreven. Bijvoorbeeld het hoofdstuk waarin de journaliste Karin Werkman met de nieuwe premier botst. Maar er zijn ook hoofdstukken die ik zo intensief heb geredigeerd, net zolang tot ik ze goed vond, dat ik daar juist een soort ambachtelijke tevredenheid bij voel. De actiescenes in het eerste deel van het boek horen daarbij.”

Je gebruikt voor de ‘zombies’ de omschrijving dodelingen, smoorders en mantelmensen. De eerste is duidelijk en de laatste uitgelegd. Hoe kom je bij smoorders?

“Typerend voor deze besmette gevallen is dat ze nog onbesmette mensen in een soort omarming vastklemmen, tot ze niet meer kunnen ademen. Vandaar.”

Wat heb je met blauwe overalls?

“Haha, geen idee. Ik ben me er niet van bewust dat ik zoveel blauwe overalls in mijn boek heb opgevoerd, maar blijkbaar zijn dat er meer dan gemiddeld.”

Wat vind je van het actuele Nederlandstalige aanbod aan fantastische boeken?

“Voor een echte liefhebber is er nooit genoeg, natuurlijk. Ik zou het geweldig vinden als er in Nederland of Vlaanderen een N.K. Jemisin opstaat om het genre op te schudden. Engelstalige schrijvers lees ik zelf in het Engels, maar ik krijg wel mee dat het hier steeds lastiger wordt om vertalingen van echt grote auteurs op een commerciële basis uit te blijven geven. Dat is een negatieve ontwikkeling, want je leert ook schrijven door veel te lezen. En daar heb je de beste voorbeelden bij nodig.”

Zien we de karakters in een volgend verhaal terug? Waar ben je momenteel mee bezig?

“De roman waar ik nu aan werk, is een thriller die zich afspeelt in het parallelle Nederland dat ook in Quarantaine voorkomt, maar dan iets eerder in de tijd. De hoofdpersonen zijn nieuw, maar ik sluit een cameo van bepaalde figuren uit Quarantaine niet uit.”

We kijken er naar uit!

Alice Jouanno, met medewerking van Luitingh-Sijthoff.

De boekenclub (1977)

Al sinds de beginjaren van onze vereniging is de boekenclub een uitstekend promotiemiddel voor het NCSF en een genot voor alle snuffelaars. Hieronder een aantal foto’s van oude bekenden bij de boekenkraam.

Linkerkolom: Foto 1: Theo Hanou, Leo Kindt.  Foto 2: Hans van der Zee, Kees van Toorn. Foto 3: Hagacon snuffelaars, tweede van links: Annemarie van Ewyck.

Rechterkolom: Foto 1: Hagacon snuffelaars. Foto 2: Nellie Pardoel, Hans van der Zee. Foto 3: Hans van der Zee, Leo Kindt, Nellie Pardoel, Henk Kersbergen.

De boekenclub wordt momenteel beheerd door Jim Held en Ad Oosterling. Ze kunnen alle hulp goed gebruiken.

Boekenclubhulpen gezocht

De boekenclub is een van de promotiemiddelen die de vereniging heeft en gebruikt. De boekenclub bezoekt diverse evenementen en boekenmarkten. Jim Held en Ad Oosterling nemen voor dergelijke activiteiten een auto vol met bananendozen, gevuld met tweedehands SF mee. De boekenclub agenda laat zien waar we zoal naartoe gaan.

Het is heel leuk om te doen. Er is veel interactie met de bezoekers van de evenementen waar we staan. We wisselen van gedachten over welke schrijvers favoriet zijn, welk boek het meeste aanspreekt maar ook proberen we antwoord te geven op vragen als: “Ik heb een boek gelezen en dat ging over….. Ik ben de titel/auteur vergeten. Weten jullie die?”. Soms wordt ook advies gevraagd met welke werken het beste kan worden begonnen.

Dit jaar hebben we een overlap tussen 2 evenementen. Daarvoor zochten we hulp en die hebben we bij de algemene ledenvergadering gekregen. Toch willen we het aantal personen dat ons bij staat op de diverse evenementen wat vergroten.

Lijkt het je leuk om op een beurs te staan en interactie te hebben met andere liefhebbers van SF, Fantasy e.d., en wil je daarmee meehelpen aan de promotie van het NCSF, meld je dan aan als vrijwilliger boekenclub NCSF door een mail te sturen naar boekenclub@ncsf.nl

De vijfde druk – HSF (2018/X)

Verdwaald tussen sterren – Ad Oosterling

Het werk van menig meester-sciencefictionschrijver is wel een aantal keer herdrukt. Zo ook het boek ‘Verdwaald tussen sterren’ van Robert Heinlein. Wat heruitgaven naar mijn bescheiden mening extra bijzonder maakt, zijn onder meer de nieuwe omslagen die gebruikt worden. Uitgeverijen maken op dat moment ook melding welke druk deze uitvoering is. Dat gaat soms fout, zoals bij dit boek. In 1980 is er een hardcoveruitvoering verschenen in de reeks Meesters van de SF (in die reeks was dit het eerste boek) die als vijfde druk werd benoemd. Er is echter ook een softcover uitgave verschenen in 1984, die eveneens als vijfde druk aangeduid wordt. Dat is dus niet correct. Dit soort ‘foutjes’ kom je alleen tegen als je de verschillende uitvoeringen spaart. En corrigeer je dan de gemelde druk in het collectieoverzicht of niet? Ik heb de gegevens uit het boek overgenomen en een opmerking gemaakt. Bij anderen zie ik weer de correcte druk in de lijst staan. Toch is het lastig als uitgeverijen de tel kwijt zijn en incorrecte drukmeldingen maken. De vraag blijft of ze dit bij het uitgeven gezien hebben en een errata hebben toegevoegd of dat ze het hebben laten gaan. Kleine kans dat dit wordt opgemerkt, behalve door bibliotheken en Pietjes Precies.

Eerder verschenen in het proefnummer van HSF (2018/X).