Speculatief: magazine voor vertaalde fictie

Op 1 mei 2022 brengt Goran Lowie de eerste uitgave uit van Speculatief Magazine, een gratis online magazine van speculatieve fictie in vertaling. Dit zijn Hugo, Nebula, Locus etc. genomineerde of bekroonde werken die eindelijk een vertaling zien in het Nederlands. Allemaal gratis te lezen via zijn website of te beluisteren via Spotify.
Leuk initiatief!

Uitslag van de enquête ‘Noden van het SFFH-genre’

Isabelle Plomteux  kwam eerder dit jaar met een zeer uitgebreide vragenlijst naar het NCSF en vele andere Nederlandstalige belanghebbende organisaties. Het doel: het vaststellen van de behoeftes in het genre.

Hieronder de resultaten en begeleidende nota door Isabelle Plomteux & Sigrid Lensink-Damen.

In HSF 2022/1 nummer 277, verschijnt ook een interview met Isabelle.

“Op 16 februari stuurde ik drie vragenlijsten uit naar net geen 300 mogelijke respondenten, met de vraag om de lijst die op hen van toepassing was voor 2 maart in te vullen. Hier is met veel enthousiasme op gereageerd. In totaal namen 170 mensen deel: 125 schrijvers, 18 uitgevers en 27 andere belanghebbenden.

Met de hulp van Sigrid Lensink-Damen heb ik in deze nota een aantal resultaten bijeengebracht in globale overzichtstabellen. De antwoorden op alle andere vragen vind je terug in bijgevoegde rapporten, een per doelgroep. Samen bevatten ze meer dan 100 pagina’s aan informatie. Gedeeltelijke antwoorden zijn meegenomen indien Qualtrics (het enquêteprogramma waarmee de vragenlijsten waren opgesteld) aangaf dat meer dan de helft van de vragen was beantwoord. Vragenlijsten die voor een lager percentage waren ingevuld, werden verwijderd.

Allereerst, het antwoord op de vraag die de aanleiding was om de vragenlijsten op te stellen:

‘Heeft het SFFH-genre baat bij een nieuw overkoepelend initiatief?’

Klein woordje uitleg bij bovenstaande tabel: ijverige rekenaars zullen merken dat de aantallen overeenstemmen met de aantallen in de bijgevoegde rapporten, de percentages niet. Dit komt omdat Sigrid en ik er bij deze vraag der vragen voor gekozen hebben om de percentages te berekenen op het totaal aantal respondenten en niet op het aantal respondenten dat de vraag heeft beantwoord, zoals het programma heeft gedaan.

Over naar de meerkeuzevragen. Hierin onderzocht ik hoe zo’n nieuw iets zou moeten worden georganiseerd en wat het zou moeten gaan doen. Op een schaal van 1 tot 7 kon de respondent aangeven hoe belangrijk hij of zij de betreffende stelling vond.

Zowel voor schrijvers, uitgevers als andere belanghebbenden, kwam onder meer het volgende als belangrijk of heel belangrijk naar voren (de percentages zijn overgenomen uit de rapporten en samengeteld) :

Percentage dat de stelling aangaf als belangrijk of heel belangrijk  Bij de schrijvers Bij de uitgevers Bij de andere belanghebbenden
Het Nederlandstalige SFFH-aanbod onder de aandacht brengen van boekhandels, bibliotheken etc. 83,48%  80% 83,34%
Onderzoeken hoe we het aanbod in boekhandels en bibliotheken kunnen vergroten 86,08% 90% 61,11%
Het bredere Nederlandstalige lezerspubliek zo veel mogelijk laten kennismaken met het genre 83,48% 70% 77,78%

Ook de volgende stellingen scoorden hoog, zij het niet altijd bij de drie groepen:

Percentage dat de stelling aangaf als belangrijk of heel belangrijk Bij de schrijvers Bij de uitgevers Bij de andere belanghebbenden
Mij met SFFH-lezers in contact brengen 77,55% 66.67% 57,90%
Samenwerkingsverbanden binnen de Nederlandstalige SFFH stimuleren en helpen organiseren 58,26% 60% 83,33%
Verbindingen leggen met iedereen die actief is binnen de Nederlandstalige SFFH 57.39% 50% 94,44%

Deze stellingen hadden minder voorstanders, al zijn er ook hier verschillen tussen de drie groepen:

Percentage dat de stelling aangaf als belangrijk of heel belangrijk Bij de schrijvers Bij de uitgevers Bij de andere belanghebbenden
Verbindingen leggen met andere genres binnen de Nederlandstalige literatuur 32,17% 40% 61,11%
Samenwerkingsverbanden met andere genres binnen de Nederlandstalige literatuur stimuleren en helpen organiseren 31,31% 30% 50%
Verbindingen leggen met anderstalige SFFH 39,13% 40% 38,89%

Daarnaast kenden ook de open vragen succes. Er werden enthousiaste ideeën neergepend. Promotie, verbinding en samenwerking werden vaak genoemd en behoorlijk wat bevraagden vermeldden dat de kwaliteit van het huidige aanbod omhoog moet.

Ook waren er (gelukkig maar!) gefundeerde twijfels en bezwaren. Wat gaat het nieuwe initiatief precies doen? Die opmerking kwam regelmatig terug. Sommigen zijn dan weer huiverig bij het idee van een nieuw initiatief en zien het liefste continuïteit in de bestaande initiatieven. Er wordt ook gewaarschuwd voor gate-keeping, een bezorgdheid die Sigrid en ik zeker delen.

Hoe nu verder?

De komende weken zal ik samen met Sigrid en een aantal anderen op de achtergrond de antwoorden op de vragenlijsten verder inventariseren. Aan de hand daarvan zullen we een eerste richting uitzetten voor het nieuwe initiatief: wat kan het eventueel gaan doen en, niet onbelangrijk, in welke volgorde? Ook moeten we onderzoeken bij welke structuur en financiering het project het meest gebaat is.

De ruim 40 respondenten die hebben aangegeven te willen meedenken over de vervolgstappen in de oprichting van het nieuwe iets, zullen zo snel mogelijk bij dit proces betrokken worden. Daarover krijgen zij binnen afzienbare tijd via mail bericht.

Dankzij het gebruik van Qualtrics kunnen er ook verdere analyses en filters op de verzamelde data losgelaten worden. Is er bijvoorbeeld een verschil in resultaten tussen een uitgever die één tot vijf boeken uitgeeft en eentje die er meer dan tien uitgeeft? Tussen Vlamingen en Nederlanders? Tussen selfpubbers en schrijvers die bij een uitgeverij worden uitgegeven? Vinden zij andere dingen belangrijk of net niet?

Wie hier interesse in heeft, mag ons altijd contacteren. Het aanleveren en delen van die informatie lijkt ons een goede eerste taak voor het nieuwe ‘iets’ in wording. Voorlopig zijn we te bereiken via isabelleplomteux.schrijfster@outlook.com.

Nogmaals hartelijk dank aan alle respondenten voor hun antwoorden en reacties! Ze worden zeer gewaardeerd en we nemen alle stemmen mee in de volgende stappen. In de bijlagen kun je het hele onderzoek nalezen, inclusief alle antwoorden op de open vragen.

Hierover nog kort dit: sommige respondenten lieten hun e-mailadres of andere contactgegevens achter in hun antwoord op deze vragen. Omwille van privacy-redenen hebben we deze gegevens verwijderd. Ook waren er respondenten van wie naar onze mening de identiteit uit hun antwoorden kon worden afgeleid. Zij werden gecontacteerd met de vraag of hun antwoorden mochten worden gedeeld. Dit was bij iedereen het geval.”

Isabelle Plomteux & Sigrid Lensink-Damen

Download hieronder de uitgebreide resultaten (drie bestanden):

Resultaten schrijversResultaten uitgevers –  Resultaten andere belanghebbenden

Boeken voor kinderen? – Jonger is niet makkelijker – HSF (2021/3)

Waren de verhalen die Roald Dahl schreef voor volwassenen beter dan zijn kinderboeken? Zijn de boeken voor volwassenen die C.S. Lewis schreef meer waard dan zijn kronieken van Narnia? Is ‘Alice in Wonderland’ geen literatuur? Hoefde Madeleine L’Engle niet serieus te worden genomen als schrijver omdat ‘A Wrinkle in Time’ een kinderboek is en geldt J.K. Rowling pas als echte auteur nu ze ook boeken voor volwassenen schrijft?

Het valt me op dat de leeftijdscategorie van boeken soms wordt gezien als een kwaliteitsaanduiding. Kinderboeken zijn makkelijk, zeggen schrijvers wel eens, en hebben weinig diepgang. Ze schrijven is een trucje dat je na twee keer wel door hebt. Je poept ze er zo uit. Als je alleen maar voor kinderen schrijft, loop je het risico zelf kinds te worden. Wat nog wel leuk is, is te kijken of je er ook knipoogjes voor de volwassenen in kunt stoppen, die het eigenlijke publiek niet hoeft te snappen.

Young Adult-boeken kunnen volgens deze schrijvers al wat beter zijn. Een auteur kan daar nog genoeg diepgang in kwijt om het voor zichzelf de moeite waard te maken. Maar echt hoogstaand is het niet. Daarom zijn er schrijvers die besluiten eerst YA-boeken te schrijven en als ze zichzelf vervolgens goed genoeg vinden, stappen ze over op volwassen literatuur.

Volgens mij is dit een oneigenlijke manier om bezig te zijn met verhalen voor een jonger publiek. Er is namelijk geen sprake van een schaal. De kwaliteit van een kinderboek is afhankelijk van heel andere factoren dan de kwaliteit van een YA-roman. En een boek moet aan andere eisen voldoen om te slagen als een YA-roman dan om succes te hebben als boek voor volwassenen. Kwaliteit kun je vergelijken binnen een categorie en niet over de categorieën heen. Daarom moet een schrijver die voor een bepaalde leeftijd wil schrijven, zich verdiepen in de aspecten die voor die categorie belangrijk zijn en dan proberen op die punten ook uit te blinken. Dit is een net zo grote uitdaging als het schrijven van een boek voor volwassenen. Je moet het juiste register beheersen, de beelden gebruiken die de lezer begrijpt en een verhaal vertellen waarin hij of zij zich kan herkennen. Het schrijven van een kinderboek is net zozeer een kunst als het schrijven van een boek voor volwassenen. De werkelijk goede kinderboeken zijn dan ook, net als de beste YA-literatuur, boeken waar ook volwassenen de kwaliteit van inzien.

Wanneer je meent wel even een kinderboek te kunnen produceren omdat het relatief makkelijk zou zijn, zul je nooit een goede kinderboekenschrijver worden. Houd het dan bij het schrijven voor volwassenen, want dat is waar je hart ligt. Ikzelf heb in elk geval net zoveel werk gestopt in het schrijven van mijn YA-roman ‘Het denkende woud’ als in mijn eerdere boeken voor volwassenen en als ik ooit een kinderboek zou schrijven, zou ik daar net zo trots op zijn als op mijn andere werken. Ik vind namelijk dat ook boeken in die categorieën mijn respect verdienen.

Dit artikel, door Johan Klein Haneveld, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

johankleinhaneveld.blogspot.com/

In gesprek met Roderick Leeuwenhart, beginnend veelschrijver – HSF (2021/3)

“Hoe overbrug je de kloof tussen harde SF en de autobiografie van een voetbalheld”

Deventer liefhebber van het fantastische verhaal Roderick Leeuwenhart heeft een missie. Hij doordrenkt zichzelf én de wereld met sciencefiction. Hij leest niet minder dan een SF-boek per week. Met zijn korte verhalen die in de afgelopen jaren verschenen, heeft hij SF-liefhebbers al flink warm laten draaien voor zijn werk. Dat mondde dit jaar uit in het verschijnen van zijn SF-romandebuut De heren XVII én het verkopen van zijn roman Sterrenlichaam aan de grootste uitgever van sciencefiction in China, Science Fiction World (SFW). Dat is voorwaar uniek voor een Nederlandse SF-schrijver.

Roderick kan goed de weg vinden in het Chinese SF-landschap: “Er worden in China prima SF-boeken geschreven. Het is niet voor niets dat Chinese SF ons en de rest van de wereld bereikt, zoals Liu Cixins populaire romans. De belangstelling voor SF in China is dan ook groot en niet te vergelijken met hoe beperkt dat in Nederland is.” Hij ziet wel wegen om daar de komende tien jaar in Nederland aan te werken, zodat er in algemene media ook aandacht komt voor Nederlandstalige SF-schrijvers en dat het aantal lezers hopelijk groter wordt. “Want nu is daar vaak een hele omweg voor nodig. Neem Thomas Olde Heuvelt, van wie zijn boek eerst in Amerika succesvol moest worden, voordat kranten en uitgevers in Nederland wakker werden. Ik hoop dat mijn boek Sterrenlichaam een succes wordt in China, en vervolgens dan wel bij een grote Nederlandse uitgever terecht komt”, kijkt Roderick naar de toekomst.

 

Wolven

Naast de hoop dat het werk van SF- en fantasyschrijvers via die omweg vaker bij het Nederlandse publiek terechtkomt, denkt Roderick dat het aansluiten bij bestaande thema’s en actualiteit kan helpen. “Adriaan van Dis brengt klimaatfictie uit en er worden 30.000 exemplaren van het boek verkocht. Kennelijk is er dus wel een voedingsbodem voor het fantastische genre, mits er aan randvoorwaarden wordt voldaan. Mensen kopen in het voorbeeld dat ik noemde, het boek omdat een bekende naam is en niet omdat het SF is. De vraag is: hoe overbrug je de kloof tussen harde SF en de autobiografie van een voetbalheld. Ik denk door net als Adriaan van Dis thema’s te gebruiken die iedereen bezighoudt. Zoals coronavaccinaties. Of wolven op de Veluwe, hoe gaan we daarmee om. Iets van nu, een thema van ons: dan kunnen lezers er toch iets mee al speelt het zich bijvoorbeeld honderd jaar in de toekomst af.”

Roderick ziet door dat soort aanpassingen kansen voor een grotere verspreiding van SF in Nederland, maar blijft kritisch. “SF is het genre dat de meeste potentie heeft om je iets voor te schotelen dat je helemaal niet verwacht. Met het lezen van of kijken naar SF zoek je de verwondering op, vervreemding, je wil op een hele andere manier naar de wereld kijken, iets totaal nieuws voorgeschoteld krijgen. Als lezer zoek je daarbij een unieke leeservaring in plaats van elke keer hetzelfde. Star Wars was ooit iets nieuws, dat was perfect. Maar het is een complete vergissing om vervolgens als je ouder bent, te proberen dezelfde ervaring op te doen met vervolgen. Dat mislukt vaak omdat het niet nieuw is. Dat moet je helemaal niet doen. SF is normaal gesproken heel goed in het bieden van nieuwe (lees-)ervaringen, omdat het een vooruitstrevend genre is dat continu op zoek is naar iets nieuws. Het gevoel van iets totaal nieuws, dát maakt het magisch.”

 

Japan

Roderick zorgt met zijn romandebuut zeker voor die verwondering. De publicatie in China is een grote stap in zijn carrière, na de bekendheid die hij vanaf 2014 kreeg met jeugdboekenreeks Pindakaas en Sushi. “Sterrenlichaam was oorspronkelijk een kort verhaal, waarmee ik in 2017 de Harland Awards won. Ik heb het daarna uitgebouwd tot een roman, eerst in het Nederlands en daarna in het Engels.” Een terugkerend thema in Leeuwenharts werk is de relatie tussen Nederland en Japan / Oost-Azië. Deze fascinatie komt voort uit zijn journalistieke werk voor tijdschrift AniWay en zijn eigen enthousiasme over Japan. In Sterrenlichaam heeft Japan nieuwe werelden gekoloniseerd, terwijl Nederland is ondergelopen. Het boek gaat over een groep mijnwerkers in de ruimte, die geen erts delven maar het kadaver van een reusachtig buitenaards wezen. Na een ongeluk stort het lijk in en moeten de werkers zien te overleven. Wanhoop en achterdocht slaan toe en het duurt niet lang voor de eerste doden vallen.

 

De Heren XVII

Naar verwachting verschijnt Sterrenlichaam in de eerste helft van 2022 in China. Nederlandse lezers hebben daarin even het nakijken, maar kunnen zich wel laven aan het dit jaar verschenen De Heren XVII. Deels militaire SF, deels politieke thriller. In de roman wordt de vraag gesteld over wat er zou gebeuren als de VOC nooit was opgehouden te bestaan. Honderden jaren in de toekomst starten De Heren XVII een oorlog om hun verloren koloniën in ons zonnestelsel terug te winnen. En ook in dit boek ontbreekt Azië niet. “Het is een luchtiger verhaal dan dat van Sterrenlichaam met veel historische, ironische voorvallen. Juist een Indonesische prinses staat aan het hoofd van de ‘VOC’ met de naam VAHA. De Aarde heeft te maken gehad met een blackout van negen jaar waarin er geen contact was met de koloniën elders in de ruimte. De koloniën hebben zich onafhankelijk verklaard. De VAHA wil vervolgens de koloniën terugwinnen, met ruimteslagen tot gevolg.  Diepgang in het verhaal zit in de relaties tussen de personen, de machtsverhoudingen, en de spanningen. Een van de grote inspiraties was een soort frustratie over verhalen die ik las waarin een schurk heel slim werd voorgesteld, maar dan wel de ene na de andere fout maakte. Ik ben het verhaal gaan schrijven vanuit het oogpunt dat de schurk daadwerkelijk slim is. Vandaaruit ontstond deze politieke thriller, die toch militaire SF is.”

 

Future Fiction

En dan nog is de bevlogen schrijver niet klaar dit jaar. Future Fiction (https://www.futurefiction.org/) is een korteverhalenproject van een Italiaanse uitgever. De beste verhalen van de beste schrijvers uit inmiddels meer dan dertien landen worden digitaal of gedrukt gepubliceerd. Ze komen uit tal van disciplines en schrijven over de ambigue en symbiotische relatie tussen mens en technologie. Door de inspanningen van Roderick komen er ook Nederlandse bijdrages. “Ik ga proberen ze in een Italiaanse bundel te krijgen. Via oproepen op sociale media vraag ik mensen om voor februari volgend jaar een typisch Nederlands SF-verhaal te schrijven en naar mij te sturen via Facebook (https://www.facebook.com/groups/180891637286423). Het hoeven geen nieuwe verhalen te zijn maar wel verhalen die duidelijk loskomen van de Angelsaksische SF.”

Al die internationale contacten bevallen Roderick goed. “Sinds ik naar een WorldCon ben geweest, heb ik korte lijnen in de internationale SF-wereld. Dat is heel tof!”

Dit interview, door John van Duin, is eerder verschenen in HSF (2021/3).

Meer weten? Kijk op https://www.roderickleeuwenhart.nl/

Harland Awards 2021

Na ruim drie maanden is het zover: de winnaar van de Harland Awards is bekend! Tot 31 oktober 2021 konden verhalen in de genres fantasy, sciencefiction, horror en magisch realisme ingezonden worden. Uit de 190 inzendingen is, met dank aan het harde werk van de lezersjury, een shortlist van 15 samengesteld, waaruit een winnaar en vier runners-up zijn geselecteerd. 

De Harland Awards 2021-schrijfwedstrijd is gewonnen door:

1. Gerthein Boersma met het verhaal ‘Parterretrap’.

De vier runners-up zijn:

2. Jan van Gorkum met het verhaal ‘Spiegeltijd’
3. Marius van Bruggen met het verhaal ‘Tijd verandert alles’
4. Rene van Dijk met het verhaal ‘Daar ligt Dondergat’
5. Anouk Slaats met het verhaal ‘Opgejaagd’

Gefeliciteerd allemaal!

Deze vijf verhalen lezen? Dat kan met een Hebban account

De volledige lijst vind je op Hebban: de uitslag van de Harland Awards 2021!

Kalverblad: Interview met Floris Kleijne – HSF (2021/1)

Over Klaverblad, het boekendebuut van Floris Kleijne, zijn redactieleden Marlies en Alice erg te spreken. Het is iets heel anders dan de verhalen die we van Floris gewend zijn. Een goed moment om -helaas op afstand- Floris aan de tand te voelen over deze stap naar de thrillerwereld.

Klaverblad is je debuut als thrillerauteur. Wij kennen jou in onze wereld natuurlijk vooral als schrijver van speculatieve fictie. Waarom heb je gekozen voor thriller als genre voor je eerste roman? En denk je dat het makkelijker is om gepubliceerd te worden als schrijver van thrillers dan als schrijver van speculatieve fictie?
Eigenlijk ben ik altijd behoorlijk genre-promiscue geweest. Als je mijn vroegste verhalen naast elkaar legt, zie je alles: van SF en fantasy via horror naar spanning en zelfs mierzoete romantiek. Ik heb mezelf nooit willen vastpinnen op een genre, maar altijd het verhaal geschreven dat eruit wilde.
Sinds 2002-2003 schrijf ik wel primair speculatieve verhalen, deels zeker omdat ik dat echt leuke, interessante genres vind, maar deels ook omdat de eerste bescheiden successen (zoals mijn eerste prijs in de Writers of the Future Contest) zich in de speculatieve genres afspeelden. Maar het allereerste verhaal dat ik verkocht, Deep Red, is pure suspense, zonder enig speculatief element.
Dus toen ik vijf, wat zeg ik, inmiddels zes jaar geleden de keuze maakte om me serieus te wijden aan een boek, had ik de keuze uit een half dozijn verschillende ideeën in uiteenlopende genres (en zelfs verschillende talen). Epische fantasy, harde SF, een mainstream-verhaal in hedendaags Nederland, een weerwolf-whodunnit, een Michael Crichton-achtig verhaal over een pandemie… en dus dit idee. Alle ideeën waren me om verschillende redenen even dierbaar, alle vond ik even interessant om te gaan uitwerken.
De reden waarom ik uiteindelijk voor Klaverblad heb gekozen is meteen het antwoord op je vervolgvraag. Als ik hier serieus werk van wilde maken, zo redeneerde ik, wilde ik de randvoorwaarden zo laagdrempelig mogelijk maken. Klaverblad was nadrukkelijk een Nederlandstalig idee, wat betekende dat agenten en uitgevers veel makkelijker toegankelijk waren, domweg omdat ze zich in hetzelfde land bevinden. En thrillers worden veel meer uitgegeven en gelezen, zodat ik mijn eigen kansen volgens mij sterk vergrootte door voor dat genre te gaan.
Maar het begon er wel mee dat Zorah en haar verhaal me minstens zo na aan het hart lagen als de andere opties die ik heb overwogen.

Klaverblad kan gezien worden als een corporate thriller waarin ik als lezer invloeden van Charles den Tex meen te zien. In hoeverre heb jij je door zijn werk laten inspireren? En zijn er nog andere auteurs waar we invloeden van terug zouden kunnen vinden in je boek?
Goed gezien! Ik ben liefhebber van het werk van Charles den Tex en dat heeft me inderdaad geholpen om tot Klaverblad te komen. Niet eens zozeer inspiratie in letterlijke zin, maar meer nog dat zijn boeken me hebben laten zien dat een verhaal met sterke wortels in de bedrijfswereld en de technologie levensvatbaar en succesvol kan zijn. Eerder geruststelling en aanmoediging dus dan inspiratie.
Verder durf ik niet te zeggen of er van mijn favoriete thrillerauteurs invloeden terug te vinden zijn. Dat mag de lezer beoordelen. Maar ik kan wel een paar auteurs noemen die ik erg graag lees, en ook bewonder.
Om te beginnen het thrillerwerk van Iain Banks, die mét middelste initiaal M. zoveel briljante SF heeft geschreven. Ik ben dol op de manier waarop hij de menselijkheid van zijn hoofdpersonen toont terwijl hij tegelijk op meesterlijke wijze zijn complexe plots weeft.
Elizabeth George is de koningin van de literaire, psychologische thriller, en ik bewonder haar om hoe ze de tijd neemt om plot, omgeving en personages liefdevol uit te werken.
En deze opsomming is veel te kort, maar zeker incompleet zonder de naam Nicci French. The Memory Game blijft een van mijn favoriete thrillers ooit, en de manier waarop ze in de Frieda Klein-reeks in acht boeken een heel ecosysteem van karakters opvoeren, daar kan ik alleen maar vol bewondering -en een beetje afgunst- naar kijken.

De wereld waar Klaverblad is die van het grote bedrijfsleven met daarbij horende grote opdrachten met soms schimmige contracten. Je geeft in het nawoord aan dat onder andere de Klimopzaak een voorbeeld is van hoe zoiets in de echte wereld gaat. Veel lezers zullen geen idee hebben van de omvang van dit soort kwesties, is educatie daarover ook een deel van de motivatie om dit boek te schrijven?
Laat ik daar maar meteen onomwonden ‘Nee’ op zeggen. Een verhaal dat de expliciete intentie heeft om te onderwijzen, loopt volgens mij al gauw het risico om didactisch en pedant te gaan klinken. Wel geloof ik dat het voor iedereen zowel waardevol als boeiend kan zijn om kennis te nemen van die waargebeurde zaken. Vooral daarom noem ik achter in die boeken en die Zembla-aflevering die aan de basis stonden van het idee. Maar een lezer kan het verhaal ook prima nemen zoals het is, zonder zich in het minst te interesseren in de werkelijke feiten die de plot hebben geïnspireerd.

Een van de hoofdpersonen van je boek is Zorah. Zorah is een vrouw met een groot trauma in haar vroege jeugd. Haar moeder is in haar bijzijn vermoord. Hoe heb je onderzoek gedaan om zo zwaar en gevoelig onderwerp op een zo authentiek mogelijk in je verhaal verwerkt te krijgen?
Het eerlijke antwoord? Helemaal niet, in elk geval niet expliciet en gericht. Ik heb Zorah verzonnen, ik heb me in haar ingeleefd, en opgeschreven hoe ik me voorstelde dat het voor haar zou zijn.
Ik heb daarbij dankbaar gebruik gemaakt van het mechanisme dat ik SF-schrijver Tobias Buckell in een panel eens veel beter heb horen beschrijven dan ik het kan. Iedereen, zo zei Buckell, heeft in zijn hoofd een karaktersimulator, een soort supergeavanceerde The Sims, waarin we volcontinu modellen runnen van mensen die we kennen. Deels om die mensen te begrijpen, deels om te proberen ze te voorspellen. Dankzij dat simulatiesysteem in ons hoofd kan het lijken of mensen helemaal niet zijn veranderd als je ze na een jaar weer ziet: de karaktersimulator is met ze meegegroeid en mee veranderd en heeft een redelijk betrouwbare voorspelling gedaan over hoe die persoon is veranderd in de tussenliggende tijd. Hoe meer mensen je kent, hoe beter je op ze let, hoe beter de simulator is geprogrammeerd.
Schrijvers gebruiken (misbruiken?) deze simulator om hetzelfde kunstje te doen met fictieve karakters. Dat is wat schrijvers bedoelen als ze zeggen dat ze verrast zijn door een karakter, of dat ze alleen maar hebben opgeschreven wat het karakter zei of deed. Die simulator is een black box, dus het resultaat kan de schrijver verrassen.
In Zorahs geval heb ik dus een karakter verzonnen op hoofdlijnen, veel over haar nagedacht en in mijn hoofd met haar gespeeld, toen de omstandigheden uit het verhaal op haar losgelaten, en de simulator laten ontdekken wat ze in die omstandigheden zou doen en zeggen, hoe ze zou reageren.
Het is dus niet zozeer een gemiddelde, wetenschappelijk goed onderbouwde manier van omgaan met trauma, maar Zorahs manier.

De ontknoping van het verhaal van Zorah vonden we goed uitgevoerd, maar we vroegen ons af of je ook andere opties hebt overwogen? En als dat het geval is, waarom heb je dan toch uiteindelijk voor deze ontknoping gekozen?
De slotscène in de regen (meer zeg ik niet, om spoilers te vermijden) heb ik vanaf het begin in beeld gehad. Die ontknoping moest de culminatie zijn van het hele verhaal. In die zin heb ik geen enkele andere optie overwogen. Ook wat er daarna nog gebeurt wist ik op hoofdlijnen van tevoren. Op detailniveau, bijvoorbeeld wat betreft de inhoud van de epiloog, heb ik heel weinig van tevoren nagedacht; dat deel wist ik pas toen ik het schreef, ik wist alleen wat de emotionele lading zou moeten zijn.
En toen het einde naderde, en ik besefte dat ik de lezer nog duidelijk moest maken hoe de vork nu precies in de steel zit, had ik werkelijk geen flauw benul hoe ik dat zou aanpakken. Ik wilde het duidelijk maken, maar zonder de goedkope uitweg van directe expositie; als ik dan toch moest uitleggen hoe het zat, dan wilde ik dat deel van de tekst dubbel werk laten doen.
Van die scene waarin uiteindelijk de toedracht uit de doeken wordt gedaan, dacht ik eerst dat het een korte, functionele scene zou zijn. Maar naarmate ik verder schreef, besefte ik dat ik het ideale, natuurlijke moment had bereikt om de toedracht te verklappen. En dat ik voor dat doel ook in het hoofd van de juiste persoon zat. Dus die scene is uiteindelijk zeker vier keer zo lang geworden als voorzien.

Heb je ook nog extra onderzoek gedaan naar hoe Zorah als vrouw anders reageert dan jij als man zou doen?
Deze vraag krijg ik vaker, en hij verbaast me altijd. Zorah is niet ‘een vrouw’, Zorah is Zorah. Ik ben ervan overtuigd dat de individuele ver-schillen tussen mensen veel groter -en veel interessanter- zijn dan de zogenaamde verschillen tussen man en vrouw. Dus ik heb Zorah als Zorah geschreven, Roelant als Roelant, en alle andere karakters als de persoon die ze zijn, niet als hun gender.
Om dat concreet te maken: Zorah is een streberige carrièrejager die miljoenendeals najaagt, een karaktertrek die als traditioneel ‘mannelijk’ zou kunnen worden beschouwd. En Zorah houdt van kleding, is daar in haar hoofd regelmatig bewust mee bezig, en kleedt zich voor elke gelegenheid om, wat als ‘vrouwelijk’ gedrag zou worden bestempeld. Maar Zorah is niet met kleding bezig omdat ze een vrouw is, net zomin als ze ambitieus is omdat ze een man is. Ze heeft die eigenschappen omdat ze Zorah is.
Om het nóg concreter te maken: Zorah verwijst ergens in het begin naar haar werkkleding als een ‘jurkje’. Een vrouwelijke proeflezer was er stellig van overtuigd dat dat moest veranderen, want geen vrouw zou de jurk die ze op haar werk draagt een ‘jurkje’ noemen. Mogelijk is dat voor de gemiddelde vrouw zelfs waar. Maar Zorah is geen gemiddelde vrouw, Zorah is Zorah. (En ik heb dit punt meteen bij andere vrouwen gecheckt, waarbij sommigen het met die proeflezer eens waren, en anderen er geen enkel probleem in zagen.) Gemiddeldes definiëren niet wie ze is, zoals gemiddeldes niemand definiëren; wie ze is wordt gedefinieerd door hoe ze is.
Ik kan natuurlijk niet goed beoordelen of Zorah als vrouw overtuigt. Maar dat was mijn intentie ook niet. Zorah moet als Zorah geloofwaardig zijn. En het boek is aangekocht door mijn uitgever Hajnalka Bata, een vrouw, en ik heb het geredigeerd met mijn redacteur Roselinde Bouman, ook een vrouw. Dus ergens moet ik iets goed hebben gedaan met Zorah, denk ik dan.

De andere hoofdpersoon is Roelant. Toen we hem voor het eerst in het boek tegenkwamen vonden we het een vrij standaard thriller privédetective en waren we daardoor wat teleurgesteld. Zeker toen Zorah en hij ook nog vrij vlot seksuele spanning ontwikkelden. Zonder spoilers te geven vinden we dit aan het einde van het boek niet meer. Vond je het lastig om dat karakter meer diepgang te geven?
Als je het boek nog een keer zou lezen, zou je mogelijk de hints en details herkennen die het voorwerk doen voor de omslag die je wat betreft Roelant hebt gemaakt. Ik ben blij dat het heeft gewerkt: dat je aan het begin een standaard detective ziet en aan het eind tot ander inzicht bent gekomen, is geen toeval. En opvallend genoeg heb ik die opmerking over de snelheid waarmee ze seksuele spanning ontwikkelen ook vaker gehad. Volgens mij is dat de essentie van aantrekkingskracht: die ontstaat meestal onverklaarbaar en vaak ook razendsnel. Biologen zouden misschien over feromonen praten; ik geloof eerder dat Zorah en Roelant iets in elkaar herkennen, iets waar ze beiden naar snakken.

De spanningsbogen in de verhaallijnen van Zorah en Roelant lopen niet gelijk. Daarnaast heb je ook de intermezzo’s nog aan het verhaal toegevoegd die weer een eigen spanningsboog hebben. De karakters beleven niet hetzelfde, hebben niet dezelfde doelen, motieven en angsten, welke schrijftechnieken heb je gebruikt om dit voor elkaar te krijgen? En wat heb je daarbij gehad aan het redactieproces?
Het uitgangspunt was de twee hoofdpersonen Zorah en Roelant, en het was voor mij vanaf het begin zonneklaar dat zij parallelle verhaallijnen zouden krijgen. Inhoudelijk wist ik natuurlijk wat er in die verhaallijnen zou gebeuren; om ze goed van elkaar te onderscheiden, ook voor de lezer, heb ik meteen de bewuste keuze gemaakt om Zorah in de eerste persoon, en Roelant in de derde te vertellen.
Maar de keuze voor die twee perspectieven betekende wel dat er van alles verborgen bleef voor de lezer, wat die wel moest weten. Bovendien had het verhaal voor mijn gevoel nog wat extra spanningsopbouw nodig. Daarom heb ik de intermezzo’s toegevoegd, om de lezer een kijkje te geven in de andere kant van het verhaal (en om hier en daar een rode haring uit te zetten). En daarbij leek het me een leuke stijlvorm om die intermezzo’s volledig in de vorm van (telefonische) dialoog te schrijven, ook omdat dat mij een extra uitdaging bood om het in die vorm helder te houden en de betrokken karakters duidelijk te blijven onderscheiden.
Maar op een gegeven moment werd het wel een grote uitdaging om de parallelle verhaal- en tijdlijnen uit elkaar te houden. Ik schrijf in Scrivener; toen ik voelde dat ik hulp nodig had om de structuur te bewaren heb ik Aeon Timeline ernaast gezet en aan het Scrivener- project gekoppeld, en ben ik in detail gaan uitwerken wie, op welk moment, waar, wat aan het doen is. Vanaf dat moment wist ik van alles wat er op de pagina én buiten beeld gebeurt tot op de minuut nauwkeurig wanneer het gebeurt en hoelang het duurt.
In het redactieproces hebben we hier vooral nog aan fijngeslepen. Grotendeels is die hele opbouw en structuur intact gebleven vanaf de versie die ik heb ingezonden.

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen de eerste en definitieve versie van Klaverblad?
Daar moest ik even over nadenken, want het redactieproces is een jaar geleden al afgerond. Twee belangrijke dingen schieten me te binnen.
Ten eerste heeft mijn redacteur terecht voorgesteld om het hele Deel 1 om te gooien. Het was oorspronkelijk een lange reeks hoofdstukken vanuit Zorahs perspectief, gevolgd door een even lange reeks hoofdstukken van Roelant. Roselinde zag scherp dat het interessanter en spannender zou zijn om die twee af te wisselen. De huidige, sterk verbeterde opbouw van Deel 1 is volledig haar verdienste.
En de tweede grote ingreep komt ook op haar conto. We hebben de rolverdeling tussen Roelant en Zorah evenwichtiger gemaakt, door een flink deel van de benodigde kennis en inzicht over te hevelen van Roelant op Zorah. Daardoor zijn ze, in elk geval voor mijn gevoel, veel meer gelijkwaardige partners geworden in het onderzoek.

We hebben tijdens het lezen van het boek wat moeite gehad met de proloog. In eerste instantie vonden we dat deze te vroeg eigenlijk al te veel van het verhaal weggaf. Uiteindelijk hebben we het gevoel dat de hele proloog overbodig is. Wat wil je met de proloog bereiken bij lezers en heb je andere opties overwogen?
Je moet natuurlijk nooit tegen een schrijver zeggen dat een deel van zijn boek overbodig is. Gelukkig ben ik het er ook helemaal niet mee eens. Uiteraard, zou ik zeggen, want de proloog heeft het definitieve boek gehaald; wat betekent dat mijn redacteur ook inzag dat de proloog een onlosmakelijk onderdeel is van het boek.
Om te beginnen is de proloog het eerste ankerpunt van Zorahs emotionele karakterboog. De gebeurtenis in de proloog definieert wie ze is en wat haar drijft, en vooral ook waarom het sms’je, waar de externe plot om draait, haar zo raakt.
Maar daarnaast is de proloog in zekere zin sowieso het werkelijke begin van het verhaal. Anders bekeken: het verhaal draait feitelijk om twee gebeurtenissen: de proloog en hoofdstuk 1. Beide gebeurtenissen zijn zo belangrijk voor het verhaal dat ze allebei op de pagina moeten gebeuren, zichtbaar voor de lezer. En de proloog is zo lang geleden dat hij proloog moet zijn en geen eerste hoofdstuk.
Dus nee, ik heb geen moment overwogen om dat anders te doen. Sterker nog, de proloog is het oudste deel van het boek, zowel conceptueel (het eerste onderdeel waarvan ik wist dat het in het boek thuishoorde) als feitelijk (verreweg het eerste deel wat ik heb geschreven). En ik hou zelf erg van boeken met proloog. Dat helpt ook.

Een deel van het verhaal speelt zich af in Shanghai. Ben je zelf wel eens in Shanghai geweest en zo ja, heb je nog tips?
Niet alleen ben ik in Shanghai geweest, ik ben daar met vrijwel dezelfde vlucht naartoe gevlogen als Zorah, en ben op alle plekken geweest waar Zorah komt. Ik heb in dat hotel gelogeerd en de thermostaat doet het echt niet in die kamers. En ja, ik ben ook in de Mac geweest, en mijn houding jegens dat voedsel ligt veel dichter bij die van Huang dan die van Zorah.
Mijn tip voor een bezoek: neem meer tijd dan ik had. Ik ben op zondag ingevlogen om maandag een training te geven, en vervolgens op dinsdag weer naar huis gevlogen (in tegenstelling tot Zorah gelukkig wel een directe vlucht). Voor zover Shanghai de moeite waard is, heb ik daar niets van meegekregen.

En tot slot willen we graag weten of we een vervolg tegemoet kunnen zien?
Voor het antwoord op die vraag ben ik overgeleverd aan de genade van de Boekerij. Maar er zitten al jaren een aantal vervolgverhalen in mijn hoofd, en een daarvan heb ik al onderhanden. In dat boek komen allerlei personen uit Klaverblad weer terug, inclusief uiteraard Zorah en Roelant. Gelukkig is mijn redacteur net zo dol op die twee als ikzelf…

Klaverblad is bestelbaar bij de (online) boekhandel of gesigneerd bij floriskleijne.nl

Wij hebben Klaverblad met veel plezier gelezen. De opbouw van het verhaal is in het begin traag, maar niet op een vervelende manier. Je leert de karakters echt kennen en hun motieven begrijpen. De wisselingen van perspectief zijn fijn, en duidelijk aangegeven. Hierdoor weet je als lezer op sommige momenten meer dan de personages, wat op een goede manier spanning toevoegt aan het verhaal. Je onderbuik roept zo nu en dan “doe het niet, doe het nou niet (of soms – doe het juist wel).”
Floris heeft een fijne vlotte stijl van schrijven. 
Hij gebruikt niet meer woorden dan nodig, maar weet ook stilistisch heel goed de spanning op te voeren. Dat voelt niet als een trucje zoals dat vooral bij Amerikaanse thrillers wel eens het geval is.
De locaties in het verhaal komen tot leven en met een extra speciale vermelding voor Amsterdam. Het lukt Floris op een goede manier om de lezer mee te nemen naar het Amsterdam van het grote geld en dubieuze deals. Het Amsterdam waar je in de auto langsrijdt en waarvan je vooral de kantoorverlichting bijblijft die aan is op tijdstippen dat normale mensen allang thuis bij hun gezin zijn. Floris zet deze wereld op een manier neer die vergelijkbaar, maar anders genoeg is, van hoe Charles den Tex schrijft.
Waar we na dit boek vooral op hopen is dat er heel misschien in de toekomst ook nog eens een echt sciencefiction boek van zijn hand zal verschijnen. Of natuurlijk gewoon nog zo’n goede thriller.

Dit interview, door Alice Jouanno en Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

 

In memoriam: Ad Oosterling


Ad Oosterling, op 27 februari 1963 geboren, is op 7 april 2021 overleden. Hij werd op 28 maart 1999 lid van het NCSF en is, leert het archief, in hetzelfde jaar al tot secretaris benoemd. Ad was eenentwintig jaar lang medebeheerder van de NCSF boekenclub samen met Jim Held.

Jim Held:
Ongeveer 20 jaar geleden maakte ik voor het eerst kennis met Ad toen Henk Ottema besloot om te stoppen met de boekenclub. Het probleem was toen (trouwens nu ook): waar laten we de boeken. Op dat moment kwam Ad op de proppen. Hij had wel ruimte. Hij was op dat moment bezig met een huis in Dongen en zag daar wel ruimte genoeg om de boeken op te bergen. Op zolder!
De verhuizing werd gedaan door een aantal vrijwilligers van het NCSF op de dag dat Nederland werd getroffen door een aantal ijzelbuien die van zuid tot noord over het land trokken. We werden door het thuisfront keurig op de hoogte gehouden wanneer en waar het glad was.
Tevens vatten we het plan op om op verzamelaars- en boekenmarkten reclame te gaan maken voor het NCSF. Folders uitdelen. Liep voor geen meter. Hadden een grote tafel met wat foldertjes. Magic Galaxy’s vroeg of ze bij ons wat dozen met boeken konden stallen en uiteraard verkopen. Liep als een trein. Dus wat zij konden, konden wij ook en de eerstvolgende keer stonden we daar met eigen boeken. Voornamelijk Nederlands, want we vertegenwoordigden het NCSF. Verkocht niet denderend, maar we hadden de kraamkosten er in elk geval uit. Engels verkopen deed het veel beter. Dus uitbreiding naar Engelse boeken.
Via de website van het NCSF gingen we de boekenvoorraad online aanbieden en begonnen we verzoeken te krijgen voor bepaalde boeken. Ook werden we benaderd door mensen met te grote verzamelingen en te kleine woningruimte. Of we wat konden overnemen? Met of zonder bijkomende kosten. Ook nalatenschappen kwamen soms onze kant uit.
Inmiddels had de familie Oosterling een huis laten bouwen in Stroe. Gelukkig werd de boekenvoorraad dit keer door een professioneel verhuisbedrijf overgebracht van Dongen naar Stroe, waar de boeken in de kelder belanden!
Inmiddels was de voorraad gegroeid naar zo’n 18.000 boeken, tijdschriften, naslagwerken, strips, kranten. Ad en ik gingen nu regelmatig ook naar boekenmarkten, evenementen en Comiccon’s in België. In België gingen we na afloop vaak nog een hapje eten.
Op deze markten ging Ad er regelmatig op uit om zijn eigen stripverzameling aan te vullen. Die verzameling was enorm. Ik vroeg hem ooit of hij ze allemaal gelezen had. Dat zou hij later doen, als hij met pensioen ging. We maakten er nog grappen over en zeiden dat hij dan de volgende dag beter kon stoppen met werken anders zou hij de stripverhalen nooit allemaal kunnen lezen. Gelukkig wisten we toen nog niet hoe alles zou gaan lopen.
Naast zijn werk als boekenclubbeheerder was Ad ook secretaris van het NCSF en organiseerde hij spellendagen en nieuwjaarsborrels. Ook is hij nog een poosje secretaris geweest bij de vereniging SF Terra.
Na het overlijden van Ad’s zijn moeder leek het of er iets in Ad veranderde. Hij kwam niet zo vaak meer opdagen op de marken en begon met zijn gezondheid te sukkelen. Kreeg hartklachten en langzamerhand ging de spirit er uit. Ik denk dat de corona-toestanden er ook geen goed aan hebben gedaan.

Marlies Scholte Hoeksema:
Ad ontmoette ik voor het eerst tijdens Utopia in Scheveningen. Ik was zo groen als gras en Ad stond daar, waarschijnlijk samen met Jim maar dat weet ik niet zeker, met een grote tafel vol boeken. Ik was, en ben, een boekenwurm en ben zeker een half uur door hem beziggehouden. Ik kreeg ook een flyer van het NCSF en als ik toen der tijd geen armlastige student was geweest was ik meteen lid geworden.
Jaren vlogen voorbij. Ad, de boekenclub en het NCSF ben ik op andere evenementen nog wel eens tegengekomen en met Ad maakte ik dan altijd een praatje. En toen was er opeens een probleem, er waren bestuursleden nodig om de vereniging een toekomst te geven. Ik was niet op de ALV waar dat besproken werd, want ik was geen lid en ik hou eigenlijk niet van vergaderen. Ik ben toen live via Facebook gevraagd of ik wilde helpen en natuurlijk was mijn antwoord daarop ja. De eerste waar ik vervolgens een mailtje, en een telefoontje, van kreeg was Ad.
Ik zal de eerste keer dat ik bij hem in Stroe kwam nooit vergeten. Er was een overvolle lunchtafel en zijn moeder zat op haar stoel op haar vaste plek en ik mocht vooral niet te weinig beleg op mijn bolletjes doen. Ad liet mij vol trots zijn omvangrijke collecties zien. Ik had uren kunnen verdwalen tussen zijn boeken. Ik ben blij dat ik zijn moeder nog gekend heb, ook al was het maar kort. Het overlijden van zijn moeder viel Ad zwaar. Iedereen die hem kent weet dat hij een diep emotioneel mens is, maar dat hij ook moeite had om over diezelfde emoties te praten. Hij miste zijn moeder, hij miste zijn halfbroer en waar hij geluk gevonden dacht te hebben bracht dat uiteindelijk meer ellende dan vreugde.
Ad was de laatste maanden ziek. Ik, en anderen, hebben hem daar zo goed als mogelijk in bijgestaan. Er leken lichtpuntjes aan het einde van de tunnel en zijn overlijden kwam dan ook echt onverwacht. We gaan hem missen, als mens, als boekenclubman, als bestuurslid en als vriend.

We are all stardust.

Harde sciencefiction: de jaren zestig versus de jaren twintig – HSF (2020/3)

Ergens in de tweede helft van de jaren zestig begon ik met het lezen van ‘volwassen’ SF. De keuze was groot met reeksen als Zwarte Beertjes, Prisma, de Bruna Maraboe, de witte Meulenhoffs. Luilekkerland voor de SF-liefhebber. Eind jaren tachtig droogde de bron van vertaalde SF weer op. Wat is er gebeurd en hoe is de situatie nu?

In de jaren zestig begon elke zichzelf respecterende uitgeverij een SF-reeks. De meeste vertalingen waren uit het Engels met daarnaast wat uit het Frans en Duits. Vertalers hadden de tijd van hun leven. Vanaf eind jaren tachtig werd er steeds minder vertaalde SF uitgegeven en eind jaren negentig was het zo goed als over. Ik stapte over op Engelstalige boeken en dan vooral de niet vertaalde vervolgdelen van trilogieën en andere reeksen. Bijvoorbeeld ‘Blue Mars’ van Kim Stanley Robinson en de ‘Night’s dawn’-boeken van Peter F. Hamilton, ‘Homecoming’ en ‘Ender’ van Orson Scott Card, ‘Iron Council’ van China Miéville, de resterende ‘Revelation Space’ van Alastair Reynolds en alle andere boeken in de Academy-reeks van Jack McDevitt.

Ofschoon ik redelijk onderlegd ben in de Engelse taal met dertig jaar ervaring als systeembeheerder bij een Amerikaans bedrijf, is voor mij communicatie in technisch Engels en via e-mail heel wat anders dan het lezen van SF in het Engels. Met sommige boeken ging het prima, al duurde het lezen twee keer zo lang dan in het Nederlands. Bij andere boeken ging het fout doordat ik iets verkeerd had geïnterpreteerd, of niet fatsoenlijk voor mezelf had kunnen vertalen. Bijvoorbeeld als de schrijver iets verzonnen had wat niet te vertalen was en de betekenis uit de context gehaald moest worden. Soms moest ik het na de eerste vijftig pagina’s gefrustreerd opgeven. Tot op de dag van vandaag houd ik het op Nederlands.

Toch vraag ik me af waarom er na de jaren tachtig/negentig zo weinig vertaald is, aangezien de belangstelling voor SF in het Nederlandse taalgebied bleef. Zo was en is er bij algemene verhalenwedstrijden regelmatig SF te vinden. Bijvoorbeeld in de verhalenbundel ‘Zonderlingen’ van Godijn Publishing, naar aanleiding van de gelijknamige verhalenwedstrijd, zijn van de vijfentwintig verhalen er dertien SF, acht fantasy en twee horror, met daarnaast een spookverhaal en een paranormaal verhaal. Ook in Verhalenvertellers 2 (van Uitgeverij Macc) was het merendeel SF. In de jaarlijkse bundel Ganymedes staan twintig verhalen en daarvan zijn er tien duidelijk SF. Hetzelfde in de uitgave EdgeZero. Bij uitgevers als Brave New Books, Mijn Bestseller en Gopher wordt ook veel Nederlandstalige SF uitgegeven. Verder zijn er nog de auteurs die zelf uitgeven, zoals Antoni Dol en Jeroen Syns.

Wat er vooral aan harde SF in vertaling verschijnt, zijn dystopische verhalen die zich twintig tot veertig jaar in de toekomst afspelen en waar het etiket thriller aan wordt gegeven. Niet slecht, maar echt harde SF kan ik het niet noemen. Verder timmeren kleinere uitgeverijen als Godijn Publishing (met het Boek 10-project) en Hamley Books, Uitgeverij MACC, Quasis en Fantastische Vertellingen behoorlijk aan de weg. Schrijvers als Johan Klein Haneveld en zeker ook Frank Roger, die hoge ogen in het verre buitenland gooit, manifesteren zich als nooit tevoren. Opvallend is dat meerdere Nederlandstalige schrijvers vooral in het Engels schrijven.

Is de situatie in 2020 aan het verbeteren als het gaat om vertalingen en Nederlandstalig oorspronkelijk werk? Het lijkt er wel op, want er komt heel wat aan. In oktober verschijnt het eerste deel van ‘Het Drielichamen probleem’ van Cixin Liu. De beide andere delen staan in 2021 gepland. Verder staat bij Clavis in december een deel in de serie Slaves van Mirjam Borgermans op stapel. De Boekerij komt in december met het 880 pagina’s dikke ‘Slapen in een zee van sterren’ van Christopher Paolini. Clavis komt in januari met het tweede deel in de Nomade-trilogie van Guido Eekhaut. De verhaalreeks zal in het zevende deel samensmelten met de Enigma-trilogie. Net als wat Isaac Asimov deed toen hij zijn Robotverhalen en de Foundationreeks aan elkaar schreef. Dan natuurlijk nog de onvermijdelijke herdruk (door het verschijnen van de film) van ‘Duin’ van Frank Herbert bij Volt.

Uitgeverij Iceberg Books uit Amsterdam komt in januari 2021 met niet minder dan zeven SF-uitgaven. De ‘Long Winter’ trilogie van A.G. Riddle, de eerste twee delen van de Young Adult ‘Skyworld’ reeks van Brandon Sanderson, alsmede twee standalone SF-thrillers: ‘Zonneschaduw’ en ‘Stelsel onbekend’ van Jasper T. Scott.

Kortom, het gaat gelukkig weer de goede kant op met harde SF! Zie voor de meest volledige lijst van verwachte SF-boeken de site van het NCSF:

Recent verschenen boeken

Dit artikel, door Jos Lexmond, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

De Zwijgende Aarde – HSF (2019/3)

Nadat de VS is ingestort, is de EU de grootste wereldmacht geworden. Nederland heeft een voortrekkersrol daarin. In deze wereld kunnen mensen zich verbeteren door cybernetische en genetische modificaties, maar er wordt neergekeken op dit soort ‘klusjes’. ‘Puur blijven’ is het grootste goed.

De aarde regeert over de koloniën in het zonnestelsel, vooral dankzij de ruimteschepen van de VAHA (Verenigde Aardse Handels Alliantie, vergelijkbaar met de VOC.) Maar dan gebeurt er iets waardoor communicatie van en naar de aarde wegvalt en de schepen van de VAHA niet meer kunnen uitvliegen. De koloniën zijn op zichzelf aangewezen.

De boeken over De Zwijgende Aarde vertellen wat er dan gebeurt.

 

Zes auteurs, vijf boeken, één universum

In het buitenland bestaat het idee van een ‘shared universe’, waarin verhalen van meerdere auteurs dezelfde verhaalwereld delen, al heel lang. Denk aan filmuniversum van Marvel, de boeken die zich in Dungeons & Dragons-werelden afspelen, of het Arrowverse van DC-superhelden.

Ik wilde iets soortgelijks met een groep schrijvers proberen. Niet een serie met een verhaallijn die doorloopt, maar een wereld waarin meerdere verhalen verteld worden. Veel meer dan dit gegeven had ik in eerste instantie niet; of het een fantasywereld moest worden, of juist een SF-universum, wist ik nog niet. Toen ik auteurs ging zoeken werd vrij snel duidelijk dat iedereen een voorkeur voor sciencefiction had.

Ik heb auteurs gezocht wiens werk ik kende en goed vond. Ik wilde een diverse groep, met verschillende schrijfstijlen. Het was niet de bedoeling dat de samenwerking zou resulteren in een eenheidsworst, maar het ging me juist om de diversiteit waarmee de auteurs de verhaalwereld zouden benaderen.

We hebben de wereld samen gecreëerd en gebrainstormd over de thema’s van de serie, het verloop van de tijdlijn, en dergelijke. Verder hebben we elkaars synopsissen en verhalen gelezen, en geprobeerd verwijzingen en lijntjes naar elkaars romans te verwerken.

 

Verhalen van de Zwijging

De vijf romans in de serie spelen zich elk af op een andere plek in ons zonnestelsel. Elk boek is zelfstandig te lezen, maar wanneer je ze allemaal leest krijg je een beter beeld van het grote geheel.

Revolte van Jorrit de Klerk speelt zich af in de planetoïdegordel, waar veel cybernetisch gemodificeerde mijnwerkers leven. Raik, de hoofdpersoon, werkt voor de VAHA en staat op het punt gepromoveerd te worden wanneer er onrust uitbreekt. Het is een actierijk verhaal, een echte rollercoaster. Revolte is Jorrits romandebuut.

Roest, mijn eigen bijdrage, speelt zich af op Mars. Hoofdpersoon Sam is een magistraat in dienst van het Internationale Mars Akkoord. Ze reist tussen nederzettingen om de wet te handhaven en recht te spreken. Zes jaar geleden werd ze geïnfecteerd met een technovirus dat haar DNA heeft herschreven. Doodsbang om verder te muteren probeert ze haar werk zo goed en zo kwaad als het gaat uit te voeren. Het boek is een thrillerachtige zoektocht naar identiteit.

Na twee serieuze boeken voegt Mara van Ness met Titanium een lichtere ‘touch’ toe. De Saturnusmaan Titan is het Las Vegas van het zonnestelsel. In ‘kuuroorden’ wordt elke maas in de wet benut om je levensduur te rekken zonder je belastingvoordeel kwijt te raken. Wanneer het contact met de aarde verbroken wordt, strandt wetenschapster Emmelie hier. Ze stuit op een schandaal dat de manier van leven op Titan weleens op zijn kop zou kunnen zetten …

Tweeleed van Django Mathijsen en Anaïd Haen is een heuse familiekroniek. Het boek begint 37 jaar vóór de Zwijging en eindigt tien jaar erna. Geconfronteerd met de keus tussen puur blijven of laten modificeren, jong sterven of overleven, ziet Arno zich gedwongen een beslissing te nemen met vergaande gevolgen voor hemzelf en zijn kinderen.

Als je het hebt over Nederlandse sciencefiction, kun je bijna niet om Johan Klein Haneveld heen. IJsbrekers is zijn veertiende boek. Tien jaar zijn voorbijgegaan sinds de kolonies van het zonnestelsel het contact met de aarde verloren. De voortvluchtige wetenschapper Michelle Dijon is gestrand op Europa. Maar het einde van de Zwijging lijkt te zijn aangebroken. Van de aarde vertrekken de eerste schepen, vastbesloten de macht van de moederplaneet te herstellen …

De prachtige covers zijn geschilderd door Loek Weijts. Hij heeft precies het juiste evenwicht tussen klassiek en modern weten te treffen die ik voor deze boeken voor ogen had.

De Zwijgende Aarde is een mooie serie geworden, die onze verwachtingen overtreft. Ik hoop dat SF-liefhebbers net zo van de serie zullen genieten als wij bij het schrijven ervan.

Dit artikel, door Jasper Polane, is eerder verschenen in HSF (2019/3).

quasis.nl

Het Wapen van Sjeng: Interview met Pepijn Lanen – HSF (2019/3)

Pepijn Lanen is bekend als rapper Faberyayo in De Jeugd van Tegenwoordig en als zanger in popgroep Le Le, maar ook is hij schrijver. Na de verhalenbundel Sjeumig, de roman Naamloos en de graphic novel Hotel Dorado is in mei 2019 het boek Het wapen van Sjeng verschenen.

Het Wapen van Sjeng gaat over eersteklas flierefluiter Chef die op zoek is naar de Blauw Ridder, een mythisch figuur die naar eigen zeggen de wereld van HEN wil vernietigen. Samen met Anton, zijn gids, volgt hij geheimzinnige kaarten die hen dwars door de trans-Atlantische vlakte voeren. Naarmate hun reis op zeepaardjes vordert en ze de Verzonken Stad naderen, wordt duidelijk dat de relatie tussen Chef en de Blauwe Ridder complexer is dan in eerste instantie leek. En welke rol speelt HEN, de man-vrouwidentiteit die ooit zijn ouders is geweest, en die nu de wereld domineert?

Pepijn Lanen is enthousiast over het NCSF, dat horen wij natuurlijk graag, en van het aanbod om hem te interviewen hebben wij graag gebruik gemaakt.

Pepijn Lanen noemt zichzelf een urban scifi-novelist. Hij heeft zichzelf zo gekwalificeerd, omdat dit eigenlijk de caption van een instagram-post was en dit had vooral met zijn outfitkeuze te maken. Daarna heeft de uitgeverij besloten om dit over te nemen en te laten lijken alsof het over zijn literaire werk gaat. Pepijn Lanen vond dat prima.
In het Nederlandse taalgebied zijn veel schrijvers die zich niet willen identificeren met scifi of waarvan de uitgever niet wil dat een werk dit label krijgt. Pepijn Lanen schuwt dit label echter niet, omdat hij niet bang is om zichzelf te zijn.
Al vroeg in zijn jeugd is Pepijn Lanen met scifi in aanraking gekomen, omdat zijn vader, naast veel over de Tweede Wereld Oorlog en Japen en veel Nederlandse literatuur, ook veel scifi las, waaronder veel Jack Vance, Larry Niven en James Smitz. Zijn vader had de SF serie van Meulenhoff uit de jaren zestig helemaal compleet.
Het oeuvre van William Gibson, The Illuminatur Trilogy en A Clockwork Orange zijn de scifi boeken die Pepijn Lanen bij zijn gebleven en die hij anderen aan zou raden.

Over het laten terugkomen van scifi in zijn werk als rapper in De Jeugd van Tegenwoordig en in popgroep Le Le geeft Pepijn Lanen aan dat al zijn werk futuristisch is.
Pepijn Lanen bereikt veel jongeren en hij heeft het idee dat scifi in entertainment, zoals films, series en games, zeker bij jongeren leeft. Maar boeken leven, helaas, überhaupt not so much onder jongeren. (Werk aan de winkel voor de boekenclub?)

Inspiratie voor het schrijven van het boek Het wapen van Sjeng komt uit een passage in Fear and Loathing in Las Vegas, Spongebob, het naderende einde van de wereld en de hebberigheid van de mens in zijn/haar onmogelijkheid zich van het onafwendbare af te wenden.
In de karakters uit het boek zien wij flarden terug van Pepijn Lanen.
Voor de wereld onder water is gekozen vanwege de romantische setting. Een waar je je direct voorstellingen bij kan maken zonder dat je je er ooit in begeven hebt. En een die, zodra deze geaccepteerd is, een heel scala aan verhaalmogelijkheden en fantastische ontwikkelingen biedt.

Dit interview, door Jan Johannes Scholte, is eerder verschenen in HSF (2019/3).

amboanthos.nl/boek/het-wapen-van-sjeng/