Autonoom. Je moet het in je eentje oplossen – Antoni Dol

Autonoom.jpg

Autonoom. Je moet het in je eentje oplossen – Antoni Dol (SF)
IO, Independent Publisher, Amsterdam – (2020)
215 pagina’s; prijs 19,95
Omslag: Antoni Dol/Escape Pod Alien door Cécile Lhuissier

Met buitengewoon veel plezier had ik de debuutbundel: ‘Het zwaartekrachtprobleem’ van Antoni Dol tot mij genomen (zie mijn recensie op de site van het NCSF) en was over verschillende verhalen nogal enthousiast geweest. Een ervan vergeleek ik zelfs met een Susan Calvin verhaal van Asimov en dat is nogal een compliment voor een debuterende schrijver, waar ik tot dan toe niet, of liever gezegd niets, van had gehoord. Daarom was ik dan ook meer dan benieuwd naar zijn debuutroman ‘Autonoom’. Helaas moest de roman een tijdje blijven liggen door allerlei oorzaken die ik zelf amper in de hand had en waardoor ik genoodzaakt was het recenseren tijdelijk op een wat lager pitje te zetten. Het gedoe is natuurlijk nog niet over, maar ik heb me absoluut voorgenomen een inhaalslag te plegen en zodoende weer een beetje bij te geraken.

Hoe dan ook: ‘Autonoom’ met de subtitel: ‘Je moet het in je eentje oplossen’. Die subtitel is duidelijk als je het verhaal leest, maar was mijns inziens niet echt noodzakelijk geweest. ‘Autonoom’ als titel was meer dan voldoende geweest. Maar goed… het is een keuze.

Het verhaal gaat over een talentvolle programmeur Tobias Tolvonen geheten, die op een gegeven moment op klaarlichte dag door de inzittenden van een zwart geblindeerd busje bij het World Forum in Den Haag van de straat wordt geplukt. In het busje allemaal mannen van Chinese afkomst. Hij wordt snel naar een rood bakstenen huis buiten Den Haag gebracht alwaar Tobias volgens de ontvoerders de kans van zijn leven krijgt. Ze willen dat hij software analyseert en krijgt daarbij een autonoom werkstation voorzien met de meest recente kunstmatige intelligentie. Hij zal in ruime mate financieel gecompenseerd worden als het hem lukt de software te duiden. Er is slechts een voorwaarde… hij zal de klus in zijn eentje moeten klaren. Het is een veiligheidskwestie en er is niet over te onderhandelen. Hij krijgt de keuze en moet nu beslissen. Als hij het niet doet, zetten ze hem weer af bij het World Forum en zowel… dan kan hij naar huis om zijn koffer te pakken. Tobias hoeft er niet heel erg lang over na te denken. Hij heeft zijn beslissing al genomen. Het aanbod is te mooi om waar te zijn en hij neemt het met beide handen aan.

Het verhaal dat volgt heeft twee delen naar mijn idee. Het eerste is geweldig, spannend en inventief. Tobias wordt in het geheim naar de Verenigde Staten gebracht en het stuk software dat geanalyseerd moet worden, blijkt geen Chinese software te zijn, iets wat hij in eerste instantie dacht, maar buitenaards te zijn. Het eerste deel van het verhaal is dus de worsteling van Tobias om de software te breken. Ik vind het op sommige momenten briljant en wil het vergelijken met het verhaal ‘Story of your Life’ van Ted Chiang, dat de winnaar van de Sturgeon Award in 1999, de Nebula Award in 2000 en de Seiun Award van 2002 werd. Het verhaal werd in 2016 briljant verfilmd als ‘Arrival’ door Dennis Villeneuve. Het is natuurlijk nogal wat om te zeggen, dat besef ik ook wel, maar zo voelt het echt. Helaas blijft het niet zo. Als Tobias in contact komt met een vertaalster en een hardwarespecialist, komen ze tot een oplossing en moeten ze op een gegeven moment de woestijn in vluchten. Op dat moment verandert het van een prima verhaal in een soortement van achtervolgingsklucht uit een spannend jongensboek. Ook leuk… daar niet van, maar het is dan, wat mij betreft, een beetje een afknapper geworden. Jammer, maar niets meer aan te doen. Toch heb ik wel genoten van ‘Autonoom’ en deze uitgave geeft hoop voor de toekomst en ik kijk zeker al weer uit naar het volgende project van Antoni. Hij kan alleen maar groeien in zijn schrijverschap en is aldus een beloofde voor de vaderlandse SF.

Jos Lexmond

J. A. White – Alex M. en de Boeken van de Nacht (JFA)

Alex-M..jpg

J. A. White – Alex M. en de Boeken van de Nacht (JFA) – 308p.
(Nightbooks – Katherine Tegen Books, New York, New York – 2018)
Uitgeverij Lannoo nv, Tielt (2020) € 16,99
Vertaling: Mireille Vroege
Omslag: Studio Lannoo (Mieke Verloigne)/Daniel Burgess

Achtergeraakt door van alles en nog niks, heb ik me voorgenomen de komende weken een inhaalslag te plegen. Het is niet zozeer dat het lezen is achtergeraakt, dat gaat gewoon en gestaag door, maar het schrijven van de recensies zelf heeft een tijdje op een laag pitje gestaan. Het is niet echt te bepalen waardoor dat kwam maar is waarschijnlijk te wijten aan het teveel hooi op de vork nemen, waarbij bepaalde dingen dan in het gedrang vertraging oplopen. Het is maar goed dat ik tegenwoordig aantekeningen maak tijdens het lezen. Zo blijven de indrukken, die tijdens het lezen ontstonden, bestaan en komt het verhaal gemakkelijk in het geheugen terug. Mooier is natuurlijk om de recensie meteen na het lezen te schrijven, maar zo blijft het ook redelijk doenlijk. En… zogezegd, ben ik nu dus met de inhaalslag bezig en kom aldus steeds dichter bij het laatst gelezen boek. Het leed zal snel geleden zijn, hoop ik.

Welaan… dit gezegd hebbende, nu snel over naar mijn bevindingen inzake ‘Alex M. en de Boeken van de Nacht’.

Alex M. is een buitenbeentje op school. Hij schrijft griezelverhalen en noemt ze zijn ‘Boeken van de Nacht’. Op een kwade nacht besluit Alex zijn verhalen in de verwarmingketel, die hij de Ouwe Roker noemt, te verbranden. Deze ketel staat in de kelder van het flatgebouw, waar hij woont. De kelder vond hij de fijnste plek in het hele flatgebouw. Het was er griezelig en vreemd en het stond er tot aan het plafond volgestouwd met stapels spullen die door de vorige huurders waren achtergelaten, als een begraafplaats voor dingen die niemand meer wilde. Alex wil zijn verhalen verbranden omdat hij niet langer een weirdo, een freak of een loser, die gepest wordt, wil zijn, Op weg naar de kelder weigert de lift ineens dienst en strandt hij op de vierde verdieping. Als hij besluit om dan maar verder met de trap te gaan, hoort hij op de achtergrond enge muziek en stemmen. De stemmen komen uit een flat achter in de gang. Hij beseft dat het stemmen zijn uit zijn lievelingfilm: ‘The Night of the Living Dead’, die hij voor het eerst zag toen hij 4 jaar oud was. Als hij zijn oor tegen de deur drukt beseft hij dat het pas het begin van de film is. Hij klopt aan en een vrouw, die hem lijkt te verwachten, doet open. Ondanks dat Alex weet dat het vreemd is wat hij doet, stapt hij bij de vrouw naar binnen. Als hij als een mot naar het flikkerende televisiebeeld wordt getrokken, valt de deur in het slot en de vrouw zegt: ‘Hebbes!’.

Het verhaal dat volgt heeft behoorlijk wat weg van Sjeherazade en de Verhalen van 1001 nacht. Zolang Alex zijn verhalen uit de Boeken van de Nacht aan de heks, die hem gevangen nam, verteld, gebeurd er niets. Elke nacht een verhaal, maar op een gegeven moment raken de verhalen op.

Het verhaal van Alex M. heeft niet alleen een vrij hoog 1001 nacht gehalte, maar ook Hans en Grietje is er duidelijk in te herkennen. Toch vaart het boek ook zijn eigen koers en heeft een twist die, zoals vrijwel alle plot twists, héél sterk zijn eigen kenmerken heeft. Dus een prima, goedlopend en griezelig (maar niet al te griezelig) verhaal, boeiend verteld, waarvan ik het heel erg jammer vond dat het afgelopen was. Wat wil je nog meer? Niets… toch?

Jos Lexmond

Uitverkoren – Veronica Roth

Uitverkoren.jpg

Uitverkoren – Veronica Roth (FA)
Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam (2020)
428 pagina’s, € 20,00
Oorspr.: Chosen Ones (Houghton Mifflin Harcourt USA, Boston – 2020)
Vertaling: Anne-Marieke Buijs
Omslag: Jim Tierney/DPS Design & Prepress Studio

Uiteraard, zou ik haast zeggen, maak ik wel eens een keuze die achteraf gezien wel eens een niet al te beste blijkt te zijn. Shit happens, om het zo maar eens te zeggen. Normaal gesproken doe ik mijn keuzes voor recensieboeken aan de hand van de omschrijvingen die ik bij de boeken vind als ik voor mijn ‘Te Verwachten’ lijstje (zie: https://www.ncsf.nl/recent-verschenen-en-verwachte-boeken/) rondkijk van wat er allemaal voor moois te verwachten staat in de nabije toekomst. Meestal kan je op verschillende sites wel een maand of drie a vier vooruitkijken. Aan de hand van de aldus samengestelde ‘Te Verwachten’ lijst, maak ik dan een extractie van wat ik wel graag zou willen lezen. Of dat nu Young Adult, jeugd of boeken voor volwassenen zijn, maakt me dan niet zo heel erg veel uit. Wat leuk is, is leuk en ik ben en blijf jong van hart, dus mijn keuze is reuze. Meestal dan. Van Veronica Roth had ik haar ‘Divergent’ boeken gelezen en daar was ik best wel van gecharmeerd. Als ik nu mijn recensies van destijds nog eens doorlas, vond ik dat er wel het een en ander aan mankeerde, maar dat dit niet in de weg stond om de reeks toch behoorlijk leuk te vinden. Toen kwam ‘Carve the Mark’ en toen kwam er de klad in. Ik vind het niets en dat deed me toen ook besluiten het tweede deel maar niet meer aan te vragen. Had ik die recensie nog maar eens teruggelezen toen ik overwoog om ‘Uitverkoren’ aan te vragen, dan had ik het waarschijnlijk gelaten.

Maar… (Zit er niet altijd een maar aan?), alles is niet altijd wat het lijkt en als je maar doorzet, wordt je meestal wel beloond. Wartaal? Lees nog even door en het wordt je allemaal duidelijk.

Eigenlijk werd ik getriggerd doordat volgende opmerking op de achterflap stond: ‘Uitverkoren’ is haar eerste boek voor volwassenen. Daar werd ik dermate nieuwsgierig van dat ik het niet kon laten het aan te vragen. Zeker toen ik de rest van der achterflap had gelezen. Zie hieronder.

Ergens vlak bij Chicago drong op een duistere dag het kwaad de wereld binnen en bracht chaos en verwoesting. Vijf schijnbaar doodgewone tieners – Sloane, Matt, Ines, Albie en Esther – werden opgeroepen zich te melden. Een van hen zou de Uitverkorene zijn, de enige die de wereld kon redden. En waar of niet, het werkte: het kwaad werd verslagen en de aarde was veilig. Tot nu.

Het zag er nog heel erg uit als Young Adult, maar dat is het dus niet, want het verhaal speelt zich tien jaar na het gebeurde af. Dan zijn de tieners wel zo’n beetje volwassen, denk ik zo. Maar goed… maar dan? De eerste honderdentwintig bladzijden kon het verhaal me absoluut niet pakken en bekoren. Als ik het zelf gekocht had, dan had ik het allang aan de kant gegooid. Er lag nog een hele stapel andere boeken op me te wachten, waar vast nog wel heel erg leuke dingen tussen zaten. Maar dit is dan weer het nadeel van recensieboeken. Je moet ze uitlezen om er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Welaan… doorgeploeterd dus. De volgende honderdtwintig pagina’s waren enigszins te genieten, maar het laatste deel was prima te genieten! Maar als je me nu vraagt of dat voldoende was om die eerste 240 pagina’s goed te maken? Nou nee, helaas niet. Jammer, want voor hetzelfde geld was het hele boek boeiend geweest.

Jos Lexmond

Jack Vance – Throy

Throy.jpg

Jack Vance – Throy (SF) – 258p.
(Throy, Underwood-Miller, Lancaster (1992))
De Kronieken van Cadwal, boek 3 (en slot)
Spatterlight, Amstelveen (2020) € 15,99
Het Verzameld Werk van Jack Vance 57
Vertaling: Annemarie van Ewyck
Omslag ontwerp & Illustratie: Howard Kistler/Luc Desmarchelier
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

… en van ‘De Oude Aarde’ vier ik mijn thuisvakantie verder door snel in ‘Throy’ te duiken. Als eerder gezegd was ik toch liever op Texel, maar thuis beviel het ook prima. Fietsen kan je natuurlijk hier in de buurt ook en afgelopen zaterdag had ik voor het eerst weer eens een kringloopcentrum bezocht waar ik al meer dan een half jaar niet geweest was. Ik durfde niet goed, maar nu ging ik eens kijken of het wel kon. Het bleek er goed geregeld te zijn. Deze kringloop was in een oude schoolgebouw gevestigd en voor bij de kassa stonden een twintigtal mandjes. De resterende hoeveelheid mandjes bepaalde het aantal mensen dat naar binnen mocht. Twintig dus in totaal en méér niet! Ik hoefde maar even te wachten tot er weer een, netjes schoongemaakt mandje, beschikbaar was en op de boekenafdeling was geen sterveling. Behalve ik dan. Ik vermaakte me kostelijk en ging met een leuke buit van twintig boeken, waaronder een paar hele leuke oude kinderboeken (uiteraard fantastiek) weer naar buiten. Fijne buit en een leuke dag met een heerlijke fietstocht. Thuisgekomen heerlijk gegeten en dan, laat in de avond, als geweldige afsluiting van de een perfecte dag, weer heerlijk in het laatste deel van ‘De Kronieken van Cadwal’ verder te gaan. Om te genieten van een thuisvakantiedag heb je niet heel erg veel meer nodig, wel?

Ondanks het feit dat ik deze trilogie (waarschijnlijk) voor de vierde keer las, had ik toch weer het idee toen ik ‘De Oude Aarde’ dichtsloeg, dat het verhaal klaar was en verwonderde me dat er toch nog een derde deel was. Maar natuurlijk was het verhaal nog niet klaar en afgerond, want ondanks dat Glawen Clattuc en Wayness Tamm erin geslaagd zijn om de plannen van hun tegenstanders te dwarsbomen, wil niet zeggen dat het gevaar voor Cadwal geweken is. De LVV’ers onder leiding van Julian Bohost en Dame Clytie Vergence willen zich nog steeds een deel van het reservaat toe-eigenen om er zich als landadel met Yipse bedienden te vestigen. Smonny Clattuc, bijgestaan door haar minnaar Namour, wil niets anders dan Station Araminta als wraak vernietigen voor het haar aangedane leed.

Kortom meer dan genoeg verwikkelingen gaande en mijn bewondering voor Jack Vance was met meer dan heel erg veel toegenomen na de mededeling van Spatterlight dat Jack in de tussentijd blind was geworden. Ik zou er zelf niet aan moeten denken om blind te worden. Liever, als er een keuze was natuurlijk, zou ik mijn gehoor of allebei mijn benen (of desnoods beiden) inleveren, dan mijn zicht. Maar goed, alle verwikkelingen, en dat waren er nogal wat, moesten in dit laatste deel op een nette en aanvaardbare manier opgelost worden. Ga er maar aanstaan als je niets meer terug kunt lezen. Het hele verhaal in je hoofd houden en er proberen iets zinnigs van te maken… ik ben nog steeds flabbergasted!

Wat mij betreft is het Jack Vance prima en met lof gelukt om dit huzarenstukje te volbrengen. Ik heb wederom van ‘De Cadwal Kronieken’ genoten en zal dat in de toekomst nog wel eens (of meerdere keren) doen. Een ding nog. De omslagen van de Vance boeken van Spatterlight vind ik niet altijd even mooi, maar de omslagen van ‘De Kronieken van Cadwal’ (van Luc Desmarchelier) zijn schitterend te noemen. Als het niet om het verhaal was, dan is dit misschien toch nog een reden om tot aanschaf over te gaan.

Jos Lexmond

Jack Vance – De Oude Aarde

De-Oude-Aarde.jpg

Jack Vance – De Oude Aarde (SF) – 433p.
(Ecce and Old Earth, Underwood-Miller, Lancaster (1991))
De Kronieken van Cadwal, boek 2
Spatterlight, Amstelveen (2020) € 37,01
Het Verzameld Werk van Jack Vance 56
Vertaling: Annemarie van Ewyck
Omslag ontwerp & Illustratie: Howard Kistler/Luc Desmarchelier
Verkrijgbaar via Amazon.nl

… en zo verglijden we langzaam, maar beslist, tijdens de thuisvakantie van ‘Station Araminta’ naar ‘De Oude Aarde’ en genieten mateloos verder van een van de meest doordachte werken van Jack Vance.

Bij de recensie van ‘Station Araminta’ verwonderde ik me over het zo ver uit elkaar liggen van het aantal pagina’s van de delen in deze trilogie. Terwijl Jack Vance in eerdere trilogieën (of reeksen) het aantal pagina’s altijd ongeveer hetzelfde hield. Er is een simpele en logische verklaring voor, zo deed Koen Vyverman van Spatterlight mij uit de doeken. Ik plaats zijn antwoord hierbij volledig.

Koen Vyverman: “Wat betreft je verbazing over de alsmaar dunner wordende delen in deze trilogie, dat is niet echt een raadsel. Jack schreef de Cadwal trilogie in opdracht van Tor Books. Die hadden in het najaar van 1984 een bestelling bij hem geplaatst voor een dikke sciencefiction trilogie. In het contract van zo’n besteld werk wordt onder andere gestipuleerd wanneer de auteur de diverse boekdelen moet inleveren bij de uitgever. Deadlines dus, anders is er sprake van contractbreuk. Maar in de tweede helft van de jaren tachtig ging het onverwacht heel erg mis met Jacks gezichtsvermogen. Ten gevolge van een mislukte staaroperatie werd hij in rap tempo blind, en werd schrijven navenant vermoeiender. Zelfs met behulp van speciale spraaksoftware — heel rudimentair in die tijd! — en een voor hem aangepast toetsenbord waarmee hij op het gevoel kon typen, schoot het allemaal niet echt meer op. Nadat Station Araminta (Cadwal 1) en Madouc (Lyonesse 3) waren verschenen, in die volgorde trouwens, nam Jack’s schrijftempo dan ook snel af, evenredig met zijn zicht. Maar het tweede en derde deel van de Cadwal trilogie moesten wel worden opgeleverd volgens de contractuele verplichtingen met Tor. En daardoor is dat tweede deel dunner uitgevallen dan het eerste, en het derde nog dunner dan het tweede.”

Na dit antwoord moest ik meteen denken aan het feit wat een geweldige schrijver Jack Vance toch eigenlijk was. Als hij blind was en dan toch al die verhalenlijnen, gebeurtenissen, intriges en wat dies meer zij, in zijn hoofd kon houden en er een goed einde aan kon breien, dan kan je daar alleen maar bewondering voor hebben. Ik had er helemaal niets van gemerkt en ‘De Cadwal kronieken’ zijn nou niet direct simpel en rechtlijnig te noemen. Petje af, dat moet gezegd worden. Mijn bewondering is alleen maar toegenomen.

Als ‘Station Araminta’ het deel was waarin Glawen Clattuc opgroeide en zijn plaats in de Clattuc familie proberen te behouden en te voorkomen collateraal te worden, dan is ‘De Oude Aarde, meer het deel van Waynes Tamm geworden. Natuurlijk is Glawen niet uit het verhaal verdwenen. Hij houdt zich in dit deel voornamelijk bezig met de speurtocht naar zijn verdwenen vader, die na een patrouille vlucht niet terugkeerde. ‘De Oude Aarde’ staat voornamelijk in het teken van de speurtocht en de belevenissen van Wayness Tamm op Aarde, waar ze haar oom, Pirie Tamm, opzoekt. Hij is de secretaris van het genootschap van Natuurkenners. Twee zeer belangrijke documenten blijken al jaren spoorloos en wel de Akte van Eigendom van Cadwal alsmede het originele Handvest van Natuurbehoud, dat de hele planeet Cadwal de status van natuurreservaat geeft. Ikzelf heb er weer van genoten!

Jos Lexmond

Jack Vance – Station Araminta

Station-Araminta.jpg

Jack Vance – Station Araminta (SF) – 610p.
(Araminta Station, Underwood-Miller, Columbia (1987))
De Kronieken van Cadwal, boek 1
Spatterlight, Amstelveen (2020) € 19,61
Het Verzameld Werk van Jack Vance 55
Vertaling: Annemarie van Ewyck
Omslag ontwerp & Illustratie: Howard Kistler/Luc Desmarchelier
Verkrijgbaar via Amazon.nl

Sinds jaar en dag is het een goede gewoonte van mezelf om wat ‘Vances’ mee te nemen als ik op vakantie ga. Ik kan natuurlijk ook andere boeken meenemen, zoals recensieboeken, maar dat voelt dan net alsof ik nog aan het werk ben. Met boeken van Jack Vance heb ik dat niet. Het is heerlijk leesvoer dat je prima ontspannen kunt lezen en genieten. Helaas schoot de vakantie er dit jaar om diverse redenen bij in. In het voorjaar gaan we altijd een weekje naar Texel, maar dat ging dus niet door vanwege de eerste coronagolf. Voor de rest van het jaar was het om allerlei redenen ook al niet mogelijk. Het verschijnen van de Cadwal-trilogie was dus een prima aanleiding om een vakantie thuis te houden en toch maar weer eens heerlijk in de drie boeken te duiken en de boel de boel te laten. Het voelde haast aan als vakantie, al miste ik wel tussen het lezen door de zee en de fietstochten door bos en duin. Hopelijk volgend jaar weer wel. Ik kijk er nu al naar uit.

In ieder geval weer genoten van ‘Station Araminta’ het eerste deel van de Cadwal Kronieken. Maar een ding heb ik altijd vreemd gevonden. De snelle afname van het aantal pagina’s tussen deel 1 en deel 3. Station Araminta had dan 610 pagina’s, ‘De Oude Aarde’ 433 en ‘Throy’ nog maar 251. Als je andere reeksen, zoals Tschai en Durdane, van hem bekijkt tellen die allemaal ongeveer hetzelfde aantal pagina’s. Het is net of Jack Vance verwachte dat hij het karwei niet af zou kunnen maken. Hij was tenslotte al 76 toen ‘Throy’ gepubliceerd werd. Maar toch zou hij 96 jaar oud worden. Natuurlijk kon hij dat niet weten. Hoe dan ook, ik heb altijd al willen weten waarom dat grote verschil in het aantal pagina’s er was. Maar ik zal het, denk ik, nooit te weten komen.

Al sinds de adembenemend mooie wereld Cadwal ontdekt is, is de planeet eigendom van het Aards Genootschap van Natuurkenners en behoedt het Handvest van het Genootschap de natuurlijke rijkdommen van Cadwal voor de exploitatie door de mens. Om toe te zien op de naleving van het Handvest werd Station Araminta gesticht. Een kleine enclave met een streng gereguleerd inwonersaantal, van waaruit de zes grote Huizen met aan hun hoofd de Conservator van het Genootschap, dat nu al negenhonderd jaar Cadwal beheren en beschermen.

Station Araminta is het verhaal van de jonge Glawen Clattuc van het Huis Clattuc die opgroeit op een schitterende planeet en die al jong geconfronteerd wordt met intriges, stiekeme achterkamertjespolitiek, achterklap en bondgenootschappen met als doel financieel gewin uit Cadwal te verkrijgen en daarbij wordt geen mogelijkheid onbenut gelaten. Het verhaal wordt lekker rustig verteld en de lezer kan zich laven aan de prachtige volzinnen die Vance hem/haar voorschotelt. Ook kan er besmuikt gegrinnikt worden om de vele streken die uitgehaald worden. Daarbij loopt er nog een detective-draad door het verhaal heen. Sessily Veder is verdwenen en dat gegeven blijft als een open wond door het verhaal heen etteren. Kortom: genoeg te genieten in Station Araminta.

Ofschoon de Spatterlight boeken heel erg prettig in de hand vind liggen tijdens het lezen, waren deze 610 pagina’s vasthouden niet erg prettig. Het was veel te zwaar en onhandig. Ik vrees dat ik de Meulenhoff-uitgave uit 1988 maar ter hand genomen heb, maar dat doet aan het verhaal verder niets af. Het is en blijft schitterend!

Jos Lexmond

Lockdown – Peter May

Lockdown.jpg

Lockdown – Peter May (SF)
Xander Uitgevers, Haarlem (2020)
335 pagina’s; prijs 21,99
Oorspr.: Lockdown (Riverrun, Londen – 2020)
Vertaling: Irene Goes, Anne Jongeling & Kees van Weele
Omslag: Head Design/Getty Images

Het begeleidende schrijven bij Lockdown meldde dat het boek al in 2005 geschreven is en dat de uitgever het destijds een nogal onrealistisch verhaal vond. Vandaar dat het boek in een la verdween. Ik vond dat vrij grappig. Wij sciencefiction-liefhebbers zijn nogal wat bizarre toestanden gewend, nietwaar? Wij hadden nou niet echt opgekeken van een paar miljoen doden als gevolg van een H5N1-besmetting, oftewel vogelgriep. Niet als je gewend bent aan bijvoorbeeld allesverwoestende meteoorinslagen, wereldwijde overstromingen, buitenaardse invasies, zombies en wat dies meer zij. In de ‘normale’ literatuur had men het misschien inderdaad wel als onrealistisch kunnen ervaren. In onze tijd en middenin de COVID-19-pandemie, moet iemand zich het boek van Peter May herinnerd hebben en het ijlings uit de la gehaald. Bij Xander zette men er ook de vaart in, want het zou je maar gebeuren dat de pandemie zomaar over zou zijn. Er werden er maar liefst drie vertalers tegenaan gegooid om de klus maar zo snel mogelijk te klaren. Het resultaat is er dan ook wel naar.

Goedbeschouwd is Lockdown geen SF-roman, maar door de dystopische setting heb ik er toch voor gekozen het onder te brengen in dat genre. Het is meer een misdaadroman die zich afspeelt tegen de achtergrond van een H5N1-uitbraak van Bijbelse proporties. Het verhaal speelt zich af in een Londen dat het middelpunt is van deze wereldwijde pandemie en dat in algehele lockdown is. In het gehele Verenigd Koninkrijk loopt het aantal dodelijke slachtoffers op tot vijf miljoen. Geweld en onrust vieren hoogtij en niemand is veilig. De ziekenhuizen liggen overvol, lijken worden in massagraven in parken begraven en hulpdiensten staan machteloos. Tegen deze achtergrond van angst, wanhoop en het verdriet speelt Lockdown zich af.

Lambeth is een district in Londen. Het postzegeltje groen dat al jaren getracht was te behouden voor de bewoners van Lambeth, was door een noodwet gedoemd te verdwijnen om plaats te maken voor een nieuw te bouwen geïmproviseerd noodziekenhuis waar de ter dood veroordeelde zieken een warme plek konden krijgen voordat ze in de koude grond begraven zouden worden. Op het bouwterrein waar naarstig gewerkt wordt om de zeer krappe deadline te halen, wordt een tas gevonden met de schone botten van een meisje van ongeveer tien jaar oud. Die tas lag er gisteren nog niet. Rechercheur Jack McNeil heeft ontslag genomen bij de politie, ligt in scheiding en maakt zich zorgen om zijn zoon, die het virus opgelopen lijkt te hebben. Op zijn laatste dag op het werk wordt hij erop uitgestuurd om de moord op het kind op te lossen. De dader doet er alles aan om McNeil tegen te werken en in een uitgestorven en desolaat Londen begint een race tegen de tijd.

Tijdens het lezen van dit verhaal hield ik regelmatig de adem in. Zeker tegen het eind kon ik het niet meer wegleggen voordat ik het met een zucht kon sluiten en ontspannen. Vooral het verhaal tegen de achtergrond van een allesverwoestend virus en de lege straten van Londen maakten het superrealistisch, zeker nu we een voorbeeld hebben hoe dat zou kunnen zijn. Zoals eerder gezegd is het niet echt SF, maar brengt de setting het tot een deelnemer van het fantastische genre. Wat mij betreft een regelrechte aanrader!

Jos Lexmond

The Mandalorian : This is the Way, echte Star Wars maar dan met baby Yoda – HSF (2020/1)

Ohoh daar ga je al met zo’n titel. Meteen driekwart van de lezers kwijt. Verder geen echte spoilers hier, alleen een blije kijkervaring. Met zestien jaar tussen de originele trilogie en de tweede, tien jaar en een Disney-overname tussen de tweede en de derde trilogie, zijn fans het lang wachten en de erbij behorend telleurstelling wel gewend. Gelukkig zijn alle tussenliggende jaren toch goed gevuld met games, geanimeerde series en ‘extended universe’-boeken. Maar dat is toch niet hetzelfde. Star Wars heeft om die reden ook nooit echt consistente verhaallijnen kunnen volbrengen. Televisieseries hebben daar intrinsiek minder last van. Zal de eerste Star Wars live action serie aan de verwachtingen voldoen? Als tiener in Frankrijk was ik geen Star Trek-fan. Daar gaat het laatste kwart van de lezers, maar het was gewoon niet op de Franse TV dus ik kon er ook niks aan doen. Daarom was ik Star Wars-fan tot op het bot. Op school keek ik de hele uit naar mijn avonduurtje computeren. Ik kwam dan samen met andere Star Wars fans op AOL Instant Messenger. Daar daagden we elkaar uit met de meest obscure vragen over het Star Wars-universum om elkaar van Padawan tot Jedi-master te promoveren over feitjes. Toen kon je nerd feiten niet zo snel opzoeken dus moest je zo veel mogelijk uit je hoofd weten, en de rest op jaren 90 websites met slechte resolutie plaatjes vinden. Zo heb ik het type nummer van de Millenium Falcon (YT 1300), en veel meer wat ik gelukkig wel grotendeels vergeten ben, geleerd. Star Wars is een genre op zich, omdat het een wereld is wat permanent tot de verbeelding spreekt, waardoor het niet uitmaakt of iets wel kan of logisch is, als het maar leuk is. This is the way. Sommige fans hebben meer verwachtingen dan anderen, maar er is wel de gemeenschap- pelijke kern voor iedereen die iets met Star Wars heeft: pew pew, zoof zoof, mooi licht, goeie muziek, aandoenlijke robots en aliens. Daar gaan we voor! Een beetje als de pang pang, nyoom nyoom, mooie vrouwen, belachelijke stunts en onzinnige gadgets in James Bond zeg maar. The Mandalorian voldoet uitstekend aan deze eisen, vanaf de eerste aflevering. En dan is het ook nog goed. Dat is de echte verrassing die het afmaakt. Geheel tegen mijn verwachtingen in verveelt het nooit. Het verhaal is boeiend, de karakters gelaagd en de setting is helemaal Star Wars. Als ik nog iets mis, is het nog meer baby Yoda. Meer baby Yodaaaa! En dat komt ook goed want het nieuwe seizoen is bevestigd. Meer baby Yoda. Want alle baby Yoda is goeie baby Yoda. Gewoon kijken mensen. Die acht afleveringen maken de 7 euro voor een maand Disney+ meer dan waard. Het internet is rijk aan speculatie over seizoen twee, en weer is er maar een ding waar alle fans en mindere fans het over eens zijn: als het wachten maar niet lang duurt.

Dit artikel, door Alice Jouanno, is eerder verschenen in HSF (2020/1).

disneyplus.com/starwars/themandalorian
starwars.com/series/the-mandalorian

Het mes van de sluipmoordenaar – Sarah J. Maas

Mes-van-de-sluipmoordenaar.jpg

Het mes van de sluipmoordenaar – Sarah J. Maas (YFA/FA)
Novelles in de Glazen troon-serie
Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam (2020)
397 pagina’s, € 20,00
Oorspr.: The Assassin’s Blade: The Throne of Glass Novellas (Bloomsbury Publishing Inc., New York – 2014)
Vertaling: Valérie Janssen
Omslag: Baqup

Van alle fantastische hoofdgenres komen bij mij de fantasy-uitgaven op de laatste plaats. Nu wordt het wel eens tijd om dat te nuanceren, want er is wel degelijk fantasy dat mij kan bekoren. Dan denk ik meteen aan Robin Hobb (Megan Lindholm) waarbij ik de ‘Levende Schepen’-trilogie er huizenhoog boven uit vind steken. Maar ook haar andere drakenboeken en de boeken van de Nar, die natuurlijk allen in mindere of meerdere mate met elkaar verbonden zijn. Jammer dat zij haar pen te ruste heeft gelegd.

Op mijn speurtochten in onder andere bibliotheken, kijk ik uit naar alle fantastische boeken die nog niet opgenomen zijn in FANDATA. Vanuit die optiek heb ik meermalen boeken van Sarah J. Maas mee naar huis genomen om ze op te nemen. Ik ben dan niet zo’n gigantische eigenheimer dat ik niet zo her en der wat door de pagina’s blader. Met elk deel dat ik in mijn vingers kreeg had ik de indruk dat dit wel eens fantasy kon zijn die ik wel kon waarderen maar voordat ik dat door had, waren er al een deel of vier-vijf verschenen en het zag er nog niet naar uit dat er al een eind aan zou komen. Uiteindelijk kwamen er zeven delen met een totaal van vierduizend pagina’s. Gezien het aantal recensieboeken dat er nog op me lagen te wachten, zou het er waarschijnlijk nooit van komen.  Toen ‘Het mes van de sluipmoordenaar’ verscheen, leek me dat een goede gelegenheid toch eens nader kennis te maken. En dat beviel prima. Leuke frisse fantasy met originele elementen en een leuke spanningsopbouw.

‘Het mes van de sluipmoordenaar’ bestaat uit vijf novelles die volgens mij eerst als losse verhalen fungeerden, maar later op een leuke manier aan elkaar geschreven zijn. Ik kan me natuurlijk vergissen. Een volgende aanname is dat deze vijf novelles zich allemaal afspelen voor de gebeurtenissen in de ‘Glazen Troon’-reeks. Een prequel dus, maar daarin kan ik me natuurlijk ook vergissen. Alhoewel het laatste hoofdstuk van ‘De sluipmoordenaar en het koninkrijk’ de titel draagt: ‘Het begin’ en dan neem ik maar gemakshalve aan dat dit het begin is van de ‘Glazen Troon’. Maar alweer, pin me er niet op vast. Ik moet eerlijk zeggen dat ze het niveau van Hobb niet haalt, maar dat hoeft ook niet. Als het maar lekker wegleest, een beetje inventief en origineel is en niet méér van hetzelfde is. En dat is het niet. ‘De Glazen Troon’ van Sarah J. Maas heb ik dan ook toch maar op mijn nog-te-lezen-lijst gezet. Ik heb me met ‘Het mes van de sluipmoordenaar’ en Celaena Sardothien als hoofdpersoon, behoorlijk goed vermaakt en ik teken dan toch maar vast voor meer van dit soort fantasy! Sarah J. Maas wordt vrijwel overal gezien als jongvolwassenen- auteur, maar ze kan wat mij betreft net zo goed in de fantasy voor volwassen ondergebracht worden, dus laat je niet weerhouden!

Jos Lexmond

Groene klauwen – Nico De Braeckeleer

Groene-klauwen.jpg

Groene klauwen – Nico De Braeckeleer (JFA)
Het kattenmeisje, deel 1
Baeckens Books, Mechelen (2020)
124 pagina’s; prijs 14,99
Omslag: Frieda Van Raevels

Nico De Braeckeleer heeft naar mijn bescheiden mening het unieke talent om als schrijver alle mogelijke leeftijden te kunnen bedienen met aantrekkelijke, spannende en leuke verhalen. Ik ken in ieder geval niet veel auteurs die dat kunnen. Verhalen voor de allerkleinsten tot volwassenen. Voor volwassenen schrijft hij niet zoveel, maar de roman ‘Nachtblauw’ (in de stijl van Dean R. Koontz) kon me zeer wel bekoren. Hoe dan ook. Het zal niet altijd meevallen om de juiste, bij de leeftijd behorende woordenschat te gebruiken. Ik denk dat moeilijke woorden er gemakkelijk insluipen. Ik moet zeggen: daar kun je alleen maar bewondering voor hebben. Het zou mijzelf beduidend meer moeite kosten. Nico heeft een onuitputtelijke fantasie. Zijn palmares (om het eens in wielertermen uit te drukken) op het gebied van boeken, verhalen en scenario’s voor bijvoorbeeld Ketnet, is ook grandioos te noemen.

Van de nieuwe reeks ‘Het kattenmeisje’ is het eerste deel verschenen. Cato is de hoofdpersoon en ze heeft een fantastische gave. Ze kan zichzelf namelijk in een kat veranderen en in die hoedanigheid kan ze dan met andere dieren van gedachten wisselen. Wat heel erg handig is, zoals in het eerste deel ‘Groene klauwen’ te lezen is. Harko is de hond van Cato. Eigenlijk is hij een jongen van tien die in een hond kan veranderen. Hij woonde in een weeshuis, maar kon ontsnappen in de gedaante van een hond en besliste toen dat hij voor altijd een hond wilde blijven. Freya is een oude vrouw in het dorp waar Cato woont. De mensen noemen haar ‘de gekke kattenvrouw’ omdat ze zoveel katten in haar woning opvangt. Ze is de enige die weet dat Cato zich kan veranderen in een kat. Elize is Cato’s mama en dierenarts. In haar praktijk kan Cato luisteren naar de problemen van de dieren. Haar ouders zijn gescheiden en soms komt Patrick, haar vader, haar ophalen om bij hem in de stad te logeren. Hij heeft een goudvis, Orca genaamd, die van droge (!) humor houdt.

In het eerste verhaal ‘Groene klauwen’ wordt er olie geloosd in het bos en is Tjup, een van de eendjes, er slecht aan toe. Cato gaat er erop uit met haar dierenvriendjes om onderzoek te doen. Ze willen ontdekken wie er achter steekt en het zo proberen te stoppen. Al gauw komt Cato op het spoor van het bedrijf dat de olie zomaar in de natuur loost. Maar dan wordt ze ontdekt, voordat ze de politie kan waarschuwen.

Leuk verhaal voor achtjarigen, met fijne, frisse en (meestal) vrolijke illustraties van Frieda Van Raevels. Misschien iets meer bedoeld voor meisjes, maar jongens kunnen er natuurlijk ook veel plezier aan beleven. Het tweede deel van deze nieuwe reeks is ‘De babypoesjes’.

Jos Lexmond