Het einde van de dood – Cixin Liu

Einde-vd-dood.jpg

Het einde van de dood – Cixin Liu (SF)
Het drielichamenprobleem 3 (en slot)
Uitgeverij Prometheus, Amsterdam (2021)
744 pagina’s, € 25,00
Oorspronkelijk: 死神永生 – (Chongqing Media & Publishing Co., Ltd. – Nan’an District Chongqing – 2010)
Vertaling: Joel Martinson (naar het Engels)/Eisso Post & Richard Heufkens (naar het Nederlands)
Omslag: Stephan Martiniere

U zult wel bemerkt hebben dat ik al anderhalve week geen recensies geplaatst heb. Dit is zeer lang voor mijn doen. Buiten een aantal oorzaken waar ik verder niet over zal uitweiden, was ik met drie boeken tegelijk aan het lezen. Een verhalenbundel, een klein boekje van Fantastische Vertellingen én ‘Het einde van de dood’, met als resultaat dat het met de laatgenoemde maar niet wilde lukken. Ik las steeds slechts tien tot twintig bladzijden per dag, met als resultaat dat het niet opschoot en dat, omdat ik er niet inkwam door de afleiding van de andere boeken, ik geregeld terug moest bladeren omdat niet weer wist waar het over ging. Ik begon de zin om het te lezen te verliezen, terwijl ik genoten had van de beide eerdere delen. Dus moest er iets gebeuren. Ik zette beide andere boeken even in de koelkast (waarvan dus binnenkort de recensies) en gaf me helemaal over aan ‘Het einde van de dood’. Ik kwam er weer helemaal in en het enthousiasme keerde terug. Normaal gesproken gaat het wel, dat meerdere boeken tegelijk lezen, maar hier dus niet.

Maar… alles kwam dus goed en hier dus mijn bevindingen over het derde deel van ‘Het drielichamenprobleem’ en daarmee de conclusie. En wat voor een conclusie! Ik kan me niet veel andere Tijd en Heelal omvattende verhalen voorstellen dan misschien de Foundation reeks van Isaac Asimov (in ieder geval nadat hij de robottenverhalen en de Foundation trilogie aan elkaar schreef) en misschien ook de Queng Ho reeks van Vernor Vinge. Waarschijnlijk zijn er ook nog andere die vertaald zijn, maar die schieten me op dit moment niet te binnen.

Ik ga niet al te veel over de inhoud van dit laatste deel vertellen. Ik vind vooral dat jullie die maar zelf moeten genieten zonder verdere inbreng van mij, maar het bevat wel heftige gebeurtenissen voor de mensheid, zoals (zonder er verder op in te gaan) de gedwongen herhuisvesting van de gehele aardse bevolking naar Australië, of van de massale vluchtpoging na eenieder na een paniekreactie op een vermeende aanval die een vernietigende inslag op de zon ten gevolge zou hebben. Koude rillingen leverde dat op. Telkenmale wist Liu me te verassen met nieuwe weidse ideeën en ongedachte ontwikkelingen. De strijd van de mensheid om zo’n beetje alles wat er op haar af kwam te overleven… uitsterven was geen optie! Een grote ideeënrijkdom werd hier geëtaleerd en geen mogelijkheid genegeerd of onbenut gelaten. U merkt dat ik enigszins lyrisch aan het worden ben, maar het verhaal leeft! Geen twijfel mogelijk!

Van de fictie van het verhaal uitgaand is het visionaire gehalte wel heel erg hoog. Het geheel is absoluut voorstelbaar, als moet je af en toe wel je eigen voorstellingsvermogen behoorlijk uitbreiden. Is er dan niets over te klagen? Natuurlijk wel. Om nog even op dat oprekken van je voorstellingsvermogen terug te komen… dat had ik toch wel bij de ineenstorting van het driedimensionale zonnestelsel, dat uiteindelijk tweedimensionaal werd. Daar had ik het wel even moeilijk mee. Voor mij bleef de vraag of zoiets überhaupt wel mogelijk zou kunnen zijn. Maar het concept werd prachtig uitgewerkt en wiskundig (?) verklaard en uiteindelijk heb ik het als zodanig wel geaccepteerd.

Dit deel won verschillende prijzen, waaronder de Locus Award voor beste sciencefictionroman in 2017. Het eerste deel ‘Het drielichamenprobleem’ won in 2015 de Hugo Award, de hoogste onderscheiding in het fantastieke gebeuren. De hele trilogie wordt voor Netflix verfilmd door David Benioff en D.B. Weiss, de makers van de hitserie ‘Game of Thrones’. Ik houd mijn hart vast, ik weet niet of dit soort verhalen wel te verfilmen of verserieën is. Het is in ieder geval wel veel lastiger te verfilmen dan de ‘Game of Thrones’. Maar… je weet het maar nooit. Toevallig zag ik gisteravond het eerste deel van de ‘Foundation’ en was ervan onder de indruk, maar… dat was wel alleen nog maar het eerste deel. We gaan het zien.

Hoe dan ook… het werk van Cixin Liu is SF, met HOOFDLETTERS en daar zien wel veel te weinig van in Nederland, dus Prometheus… wat mij betreft mogen jullie op de ingeslagen weg doorgaan en verras ons met nog meer van dit soort schitterende toekomstvisies in de toekomst. Ik zit er al helemaal klaar voor!!!

Jos Lexmond

Is ontsnappen mogelijk? The Nonary Games – HSF (2021/1)

Er wordt mij wel eens gevraagd wat het beste sciencefiction verhaal is wat ik de laatste jaren heb gelezen. Ik vertel dan graag over The Expanse, A Memory Called Empire en Children of Time. Maar het eerlijke antwoord is dat het beste sciencefiction verhaal dat ik de afgelopen tien jaar heb gelezen, of eigenlijk heb gespeeld, de drie computerspellen zijn die samen The Nonary Games vormen. Kenmerkend voor deze spellen is dat het visual novels zijn met een spelelement in de vorm van escape room puzzels.

Het eerste deel in de serie is 999: 9 Hours, 9 Persons, 9 Doors. Het spel is in 2009 in Japan uitgebracht op de Nintendo DS en in 2010 is er een Engelstalige versie gekomen vooral gericht op de Amerikaanse markt. In 2017 is dit spel samen met het tweede deel opnieuw uitgegeven voor onder andere de Playstation 4 en inmiddels zijn ze ook via Steam te spelen op PC. De schrijver van dit spel, en de andere delen, is Kotaro Uchikoshi. In Japan is de markt voor alternatieve vertelvormen zoals visual novels altijd al groter geweest dan in Europa en de VS. Dit komt waarschijnlijk doordat handheld consoles daar ook veel meer door volwassenen gebruikt worden als zij van en naar het werk moeten reizen. En natuurlijk helpt het feit dat manga breed gelezen wordt ook. Uchikoshi onderzoekt in zijn visual novels hoe zijn hoofdpersonen tot keuzes komen en hoe deze keuzes de wereld kunnen beïnvloeden.

In het eerste deel zijn 9, op het eerste gezicht willekeurig gekozen, personen samen op een schip opgesloten dat binnen 9 uur zal zinken. Het doel is simpel, ontsnappen. Het verhaal begint als de hoofdpersoon, Jumpei, wakker wordt in zijn cabine zonder te weten waarom hij daar is en wat er aan de hand is. Hij heeft een horloge om waarop alleen het cijfer “5” zichtbaar is. Nadat de eerste puzzel opgelost is kom je de andere 8 karakters tegen en wordt uitgelegd wat de bedoeling is. Je bent op dit schip terecht gekomen door Zero en je bent onvrijwillig deelnemer aan zijn spel “The Nonary Game”. Een spel dat gaat over leven en dood en over het maken van keuzes. En Zero heeft er voor gezorgd dat je wel mee moet doen, er is namelijk een bom in je maag die ontploft als je dat niet doet. Wat meteen aan het begin ook duidelijk gemaakt wordt doordat een van de karakters zich niet aan de regels houdt en dus opgeblazen wordt. Nee, het is geen spel, of verhaal, voor kinderen.

Vervolgens moet je keuzes maken, je moet kiezen met wie je onderzoek gaat doen op het schip en wie je wel en niet vertrouwd. In het spel moet je ook echt kiezen, en de keuzes die je maakt hebben ook echt gevolgen. Of Jumpei blijft leven, of dat hij het einde niet haalt en hoe gruwelijk zijn einde dan is (waarbij verdrinken niet de ergste optie is). Deze keuzes werken via het model van prisoner dilemma’s en een aantal lijken geen goede uitkomst te hebben, alleen maar een minder slechte. Het mooie is dat nadat je het, meestal dodelijke, resultaat van je keuzes hebt gezien je het verhaal weer op kan pakken op het moment van je keuze en dus een andere optie kan kiezen. Hierdoor krijg je een steeds groter wordende boom met verhaalvertakkingen. Mooi visueel weergegeven zodat je kan zien waar je bent en welke takken je wel en niet al hebt doorlopen. Natuurlijk is er maar een route uit het doolhof en om die te vinden moet je alle takken doorlopen hebben.

En nou is de vraag natuurlijk, waarom is dit sciencefiction? Want als je het voorgaande leest denk je eerder aan horror, waar zeker ook elementen van te vinden zijn. Sterker nog, ondanks het feit dat er in alle drie de delen geen enkel bewegend beeld zit zijn er twee sterfscenes die lang zijn blijven hangen. Iets wat ik bij horrorfilms nooit heb. Het sciencefiction-element komt op het einde van het eerste deel naar voren, maar nog veel sterker in het tweede deel, Zero Escape: Virtue’s last Reward en het laatste deel Zero: Time Dilemma. The Nonary Game blijkt een experiment te zijn om door het maken van keuzes onder extreme druk en stress, wat alleen maar kan ontstaan als de keuzes om leven en dood gaan, het reizen van de geest door de tijd mogelijk te maken. Het doel is om ervoor te zorgen dat op deze manier de jonge geest van de hoofdpersoon in de toekomst uitkomt – dit is de sprong die van deel 1 naar deel 2 gemaakt wordt – om de met informatie volgepropte geest aan het einde van deel 2 terug in de tijd te laten gaan om in deel 3 het einde van de wereld te voorkomen. Duizelt het al? Nou dat is mooi, want beter dan dit is het niet uit te leggen zonder dat je zelf het spel speelt.

Uchikoshi is erg open en eerlijk over de invloeden van andere schrijvers en wetenschappers op zijn verhalen. Hij gelooft dat negentig procent van een nieuw verhaal bestaat uit ideeën en invloeden uit boeken en verhalen die hij heeft gelezen. De overige tien procent is zijn eigen creativiteit waarmee hij alles bij elkaar brengt en er zo een nieuw verhaal ontstaat. Voor The Nonary Games noemt hij Kurt Vonnegut en Isaac Asimov als schrijvers wiens werk het idee hebben helpen vormen. Aan de kant van de wetenschap maakt hij veel gebruik van de theorieën en ideeën van Rupert Sheldrake en Erwin Schrödinger. Hij houdt een website bij, helaas niet in het Engels, waarop hij zijn schrijfproces toelicht en laat zien hoe hij de verschillende inspiratiebronnen bij elkaar brengt en daar een verhaal van maakt.

Blijft natuurlijk de vraag van het begin nog over, waarom vind ik juist het verhaal van deze visual novels zo ontzettend goed als de schrijver zelf al aangeeft dat het misschien niet het meest vernieuwende is wat ooit is geschreven? Het komt vooral door de manier waarop ik meegenomen word de wereld in. Vanaf het eerste moment is het spannend, maar ondertussen zijn de karakters wel volledig gevormd met hun eigen motieven, persoonlijkheid en ethiek. En daarna is er heel veel ruimte om mij als speler, lezer, mee te nemen in een wereld vol moeilijke filosofische, wetenschappelijke en psychologische vraagstukken en ideeën. Het spel, verhaal, neemt ook meer dan voldoende ruimte om de meest “outlandische” ideeën ook echt uit te leggen zonder dat het belerend wordt. Zo neemt het spel je mee in de, soms bizarre, wereld van Rupert Sheldrake door het verschijnsel van morfische velden uit te leggen, maar bijvoorbeeld ook in het onderzoek dat gedaan is naar het gedrag van dieren. Hoe weet een hond of kat bijvoorbeeld wanneer de baas thuiskomt, ook als dit niet op een vaste tijd is. Maar het mooiste is dat het spel ook de kritiek die er op Sheldrakes werk is geleverd meeneemt. Want wetenschappelijk is er van zijn ideeën weinig bewezen. En tot slot gaat het spel op een hele mooie manier om met de vraag “moet het einde van de wereld eigenlijk wel voorkomen worden?”

Ik snap dat visual novels niet voor iedereen toegankelijk zijn, maar als je de kans hebt speel, lees, The Nonary Games dan. Als je maar tijd hebt om er eentje door te spelen, lezen, kies dan voor deel 2.

Dit artikel, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

The Nonary Games

Zero Time Dilemma

Ad Vitam: Ambitieuze Franse SF – HSF (2021/1)

Ik schreef een tijd geleden over Franse SF en het feit dat dat, zoals overigens voor de meeste landen het geval is, een genre apart is. Het ging toen voornamelijk over boeken. Nu wil ik het hebben over Franse SF-series. Er zijn momenteel meerdere goede op Netflix te zien, maar ik wil het hier maar over eentje hebben, omdat deze het meest representatief is in mijn ogen. Als je deze serie goed vindt, vind je de anderen ook goed. Ad Vitam is een in 2018 door Arte geproduceerde miniserie van 6 afleveringen, sinds 2019 op Netflix te zien. Ad Vitam kan beschouwd worden als transhumanistische sciencefiction. Het gaat hoofdzakelijk over de consequenties van eeuwig leven. Ongeveer de huidige westerse samenleving maar dan met “regeneratie”: lichamen zijn houdbaar geworden, ook ernstige ziektes zijn op deze manier uitgebannen, oud word je alleen nog maar in je hoofd. Tenzij je niet compatibel met het proces bent. Hiermee ontstaat er een soort nieuwe klassenstrijd zou je zeggen, wat toch overschaduwd wordt door een ideologische strijd. Of je wel of niet compatibel bent, moet je het wel willen, eeuwig leven?

Het verhaal is in basis een klassiek politieonderzoek: Er worden jongeren dood op een strand aangetroffen. De 119-jarige Darius Asram leidt het onderzoek en roept hierbij de hulp in van de 24-jarige Christa Novak. Darius nadert het einde van zijn derde 33-jarige dienst bij de politie, een limiet voor de roeping. Daarna is ‘omscholing’ verplicht. In Ad Vitam is een persoon minderjarig tot 30 jaar oud, de beginleeftijd voor regeneratie (indien compatibel). Christa woont dan ook in een instelling voor minderjarigen sinds haar betrokkenheid bij een soortgelijke zaak 10 jaar eerder. Samen gaan ze een pro-zelfmoordgroep achteraan om de zaak op te lossen.

De titel verklapt eigenlijk al waar de serie echt over gaat: “Ad Vitam” met de niet benoemde ”Eternam” erachter. Dat is de vraag waar het om draait, de strijd tussen leven en eeuwig leven. Of het nog wel leven is als het eeuwig is, en over waar wanhoop de mens toe beweegt. En, heel Frans, dit alles door te vertellen wat het niet is, soms letterlijk. Darius houdt op een gegeven moment een hele monoloog over waar hij denkt dat Christa vandaan komt om haar hem af te laten kappen met ja dat zeggen alle psychologen ook jullie snappen er niks van. Ad Vitam laat de nefaste gevolgen van tunnelvisie in een onderzoek van welk aard dan ook goed zien. Niemands verhaal is ooit zo simpel als je denkt.

Moraal en ethische kwesties over onder andere procreatie en euthanasie komen aan de orde, maar worden niet opgelost. Ik vind dit persoonlijk niet storend, de echte wereld is immers ook zo. Veel meningen, maar in basis verandert er juist daarom zelden iets: net als in Ad Vitam, uiteindelijk bepaalt de meerderheid altijd. Maar als minderjarigen permanent in de minderheid zijn, verliezen ze hun vermogen om gezien en gehoord te worden. Zo niet een last, zijn ze voor de geregenereerde een onhoudbare herinnering aan een leven waar ze zelf niet meer over beschikken. Ze worden dan ook tegelijkertijd vrijgelaten (geniet ervan), en weggestopt als wachtkamerjeugd (straks hoor je erbij, je bent er bijna). In feite dus een uitvergroting van de eeuwige generatiekloof in onze samenleving.
De begrafenisscene die in de serie voorkomt, zal voor de meeste Nederlanders wat verder van hun eigen ervaring staan dan voor Fransen. In Frankrijk gaat ook heden ten dage een begrafenis namelijk helemaal niet over de dode maar over jezelf, hoe jij verder moet met de sterfelijkheid van de ander, nu een feit, en dat van jou, in de toekomst. Ad Vitam is dan ook geen makkelijk vermaak. Het zet je aan het denken over wat ons als mens definieert en wat er gebeurt als dat wordt afgenomen. Wat is de jeugd zonder de dood? Wat wordt de dood als die niet meer verplicht is? Als de dood in het verleden ligt, wat ligt er dan in de toekomst?

Hoewel veel mensen dit zullen vergelijken met Altered Carbon en Blade Runner qua wereldbouw, is dit een tammere versie van die werelden, nog veel geloofwaardiger dicht bij onze werkelijkheid, wat het alleen maar indrukwekkender maakt en nogmaals bewijst wat veel sciencefictionfans al weten: als je echt iets te vertellen hebt, heb je geen speciale effecten nodig. Wel ondersteunen de bewuste ontwerpkeuzes het thema. De wereld van Ad Vitam hangt esthetisch indrukwekkend samen met het verhaal, met een constante tegenstelling tussen oude gebouwen en hip design, water en licht, levend en dood, eeuwig en oud, nanotech en papier. Alles is doordacht, alles is symbolisch. Onder de vele subtiele en minder subtiele consequenties van de regeneratie samenleving, leidt de zeldzaamheid van sterfgevallen tot het beroep van ‘’rouwer’’, gevormd om mensen te helpen begrijpen dat een geliefde niet terugkomt. Conceptueel sterker dan de uitvoering, maar je kan ook niet alles uitdiepen in 6 keer 55 minuten.

De meeste niet Franse reviewers vinden ongeveer hetzelfde: “vaag”, “probeert diep te klinken maar zegt uiteindelijk niks”, “te veel onafgemaakte verhaallijnen”, “traag”, “doelloos”, “pretentieus”. Ik zou het eerder opvatten als “heel erg Frans”. Hierbij een kleine disclaimer: Ik heb de serie in het Frans gezien met Duitse ondertiteling en het zou heel goed kunnen dat er in de Nederlandse en/of Engelse vertaling veel verloren gaat. Oftewel, zoals voor elk medium geldt, als je de luxe hebt om voor de originele taal te kunnen kiezen, doe dat. Ruimte overlaten voor eigen interpretatie is de norm in Franse media, zeker wanneer het pretendeert een filosofisch onderwerp te behandelen. De conclusies worden je niet aangereikt, alleen antwoorden op de vragen die duidelijk gesteld zijn, maar niet op alles wat niet gezegd is, en dat is veel. ”Hoe denk jij dat het verder gaat?” is dan ook een standaard vraag in literatuur- en media- analyse op de Franse middelbare scholen.

Er wordt in Ad Vitam weinig uitgelegd en meer gesuggereerd dan ooit in zelfs zes seizoenen behandeld kan worden. Waar Amerikaanse series de neiging hebben om vooral actie te zijn, zijn Franse series (in alle genres) meestal het tegenovergestelde, het gaat niet om wat er gebeurt, het gaat om wat het met mensen doet. Je hebt het niet over dingen, je laat ze zien. Zoals in Ad Vitam mooi klinkt : “Seuls les actes parlent”, wat verder gaat dan “actions are louder than words”. Af en toe de ruimte geven om het verhaal te laten bezinken en zelf in te kleuren door “saaie stukken” is voor mij dan ook de kracht van het Franse model wat deze serie laat zien. Er zijn momenten, zeker over filosofische concepten, waarbij het uitleggen inderdaad af doet aan wat je wilt laten zien en voelen. Ik vind het vertellen juist geslaagd door de langdradigheid ervan. Misschien niet hoe je iets het beste aanbeveelt, maar het is hoe dan ook een ervaring die ik iedereen aanraad. Als je tegen heel erg Frans Frankrijk en open eindes kan tenminste.
En als je Ad Vitam uit hebt en meer Franse SF wilt: Osmosis is een iets toegankelijkere serie, maar ook heel Frans. Beide series komen min of meer vanuit tegenovergestelde hoeken naar dezelfde conclusies: maatschappelijk vragen verdwijnen niet door technologische vooruitgang. Tegen gevoelens kan geen wetenschap op. Je kunt jezelf niet vermijden. Alles is eindig.

Dit artikel, door Alice Jouanno, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

Ad Vitam – Netflix

Jump Drive: Speed race for the galaxy – HSF (2021/1)

Er zijn middagen waarop je geen zin hebt in het doornemen en opnemen van pagina na pagina aan nieuwe regels. Er zijn avonden waarop je niet uren aan hetzelfde spel wilt besteden en zeker niet als de opbouw van het spel minstens zoveel tijd in beslag neemt. Af en toe, al kan ik mij daar weinig bij voorstellen, is het tijd voor een in speelduur snel spel en dan bij voorkeur ook nog eens met een beperkte hoeveelheid regels. Wees blij, want zulke spellen bestaan. Jump Drive is zo’n spel.

Jump Drive is de snelle versie van haar oudere zus Race for the Galaxy. Race for the Galaxy, ook zeker een aanrader, bestaat uit een basisspel, een flink aantal uitbreidingen en de nodige regels opgenomen in een bescheiden boekje. Voor nieuwe spelers kan het een uitdaging zijn om alles op te nemen. Gelukkig is Jump Drive dan een goede introductie.

Het spel staat op zichzelf en heeft geen uitbreidingen. Een kaartspel met een snel tempo en een A4 aan regels (weliswaar aan beide kanten bedrukt, maar inclusief een aantal voorbeelden en de colofon). De twee tot maximaal vier spelers bouwen met behulp van de kaarten hun ruimterijk op en proberen als eerste 50 of meer punten te behalen in meestal zes tot zeven ronden. In de ronden voeren de spelers tegelijkertijd verschillende handelingen uit. Het gedekt spelen van de kaarten om deze daarna te onthullen en te spelen. Met elke stap zal het ruimterijk, als het goed gaat, groeien en per ronde voor meer punten zorgen. De kaarten bestaan uit ontwikkelingen of werelden. Ontwikkelingen die je eerdere of volgende kaarten een voordeel op kunnen leveren of een voordeel aan je tegenstanders. De werelden zijn te ontdekken of te veroveren. Kies je strategie en hoop dat je de juiste kaarten krijgt.

De kaarten zijn mooi geïllustreerd, soms wat aan de donkere kant maar dat zal aan het gebrek aan licht in het heelal liggen. De regels zijn duidelijk en na een snelle opbouw kan er worden begonnen aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en de opbouw van je eigen ruimterijk. En als het naar meer smaakt, dan kan je je speellust bevredigen door met Jump Drives oudere zus te gaan spelen. Als onze wereld het weer doet dan speel ik het spel graag een keer met je op een NCSF spellendag of een HSFCon.

Deze recensie, door Jan Johannes Scholte, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

Jump Drive – Rio Grande Games

Fantastische Vertellingen 59

FV59.jpg

Fantastische Vertellingen 59
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep (September 2021)
148 pagina’s; prijs € 7,95 (jaarabonnement (4 nummers + Tjonge) € 29,95)
Samenstelling: Remco Meisner
Omslag: Ingrid Heit/Fred Hemmes
Verkrijgbaar op: https://shop.pr1ma.nl/

Sinds 2013 verschijnt het tijdschrift Fantastische Vertellingen van de gelijknamige stichting, met de regelmaat van de klok, en dan mag je best wel zeggen dat de klok ook geregeld voor loopt, omdat het tijdschrift geregeld eerder op de mat ligt dan de voorspelde datum. Een voorwaar niet geringe prestatie voor iemand, die daarnaast ook nog zijn gewone baan heeft, alsmede de bevlogen uitgever is van de Rare Boekjes reeks, de Snuffelreeks en wat dies meer zij. Uiteraard is hij daarvoor eens (in 2017) verrast met zijn eigen Bemoste Beeld-prijs, maar uiteraard kan hij niet genoeg gehuldigd worden voor zijn nimmer aflatende activiteiten, waarbij de hoop uitgesproken wordt dat hij daar tot in veelvoud van jaren in goede gezondheid, mee door zal gaan. Het mag uiteraard niet onvermeld blijven dat Remco ondersteund wordt door trouwe en welhaast net zo fanatieke medewerkers en vrijwilligers, doch zonder Remco zou er geen Stichting Fantastische vertellingen zijn. Maar… we zijn er nog niet. Het is nu ook nog duidelijk dat de Fantasticon-III op zaterdag 17 september 2021 tussen 10:00 en 17:00 uur plaats gaat vinden in het buurtcentrum Linquenda, Oostmoor 52 in Nieuw Vennep. Vrijwel alle winnaars van de Bemoste Beeld-prijs zullen als eregasten aanwezig zijn. Er zal tijdens de con natuurlijk de Terdoopbestelling van Ganymedes-22 plaatsgrijpen, plus ook weer een verse Bemoste Beeld-prijsuitreiking. En er zijn verscheidene stichtingen, verenigingen, auteurs, kunstenaars en uitgevers die daar hun spullen komen tonen. En er zijn workshops en zogenoemde Koffieklets-bijeenkomsten (een 1:1 gesprek tussen een bezoeker en een eregast) voorzien. Vers van de pers… er is net een website gelanceerd en wel: https://www.fantasticon.nl. En al dit al doet hij er ook nog even, zonder blikken of blozen, bij. Ben je dan onvermoeibaar, of niet?

K’zou haast nog vergeten, na al deze lyriek, dat het doel van dit schrijven het recenseren van Fantastische Vertellingen 59 was. Laren we er maar snel mee beginnen. Wat pagina’s tellende en zo meer, mag je welhaast concluderen dat deze FV 59 een Guido Eekhaut special geworden is. En… dit ook al meer dan terecht. Guido Eekhaut is een nijvere Vlaamse bij, die al jaren behoorlijk aan de weg timmert. Hij schrijft ook niet alleen voor volwassen, maar is doende met een Young Adult SF (dat nogal wat Vanciaanse invloeden heeft) en heeft onlangs (via zijn alter ego Nellie Mandel) een boekcontract bij Hamley Books getekend voor een (of meer?) jeugdboeken. Maar goed wel dwalen weer af. Later meer over Guido Eekhaut.

Het Meyvistisch Meldodrama, waar deze FV 59 mee opent, is voorwaar een verhaal an sich. Zal ik het opnemen in Fandata, of toch maar niet? Meteen al een dilemma.

Alvin Reniers – De respondent
Alvin Reniers publiceerde in de jaren ’90 regelmatig verhalen, maar de laatste vijftien jaar niets meer van het gezien. Hij komt nu terug met een sterke en circulaire horror!

Onder de indruk (Recensies)
Paul van Leeuwenkamp recenseert ‘De Heren XVII’ van Roderick Leeuwenhart. Bij vergelijkt (net als ik) Milan Zhou met Ender. Prima recensie. Daarna komt er, onderbroken door enkele andere recensies, een zestien pagina’s lange recensie door Paul van Leeuwenkamp, waarin hij meerdere verhalen van Guido Eekhaut onder de loep neemt. Voorwaar geen geringe prestatie, van beiden niet. Men mag toch wel constateren dat het pensionado worden van Paul van Leeuwenkamp hier wel debet aan zal zijn. Maar toch! Een in het zonnetje zetten van Guido Eekhaut. Verdiend en zonder weerga. Dan de recensie van FV 58 van ondergetekende. Ik laat het oordeel aan U. De recensie van ‘Reclame en de kunst van het hacken’, het eerste deel van ‘De Superrealiteit’ van Antoni Dol, wordt hier verzorgd door Johan Klein Haneveld en is mi gedegen materiaal, zoals je uiteraard van Johan mag verwachten.

Frank Roger – Stormvloed
Naar mijn idee een van de langste verhalen die Frank ooit schreef. Normaal gesproken is hij de meester van het korte werk. Maar lang of kort… ‘Stormvloed’ is weer origineel en kan zo maar toegevoegd worden als Ziltpunk verhaal. Met een drijvend Amsterdam, maar dan in de lucht.

Het Weivretni door Max Moragie met Guido Eekhaut. Acht pagina’s waarin de schrijver een inkijkje in zijn leven, interesses en meningen geeft. Gelardeerd met een aantal boekomslagen. Interessant!

Gerold H. Kort – Je leeft maar twee keer
FV komt soms verrassend uit de hoek. Hier een debuterend verhaal van de Surinaamse Nederlander Gerold H. Kort, wat directe banden met het Volksverhaal heeft. In dit geval, het Surinaamse Volksverhaal natuurlijk. Sterk met veel (bij)geloof in bovennatuurlijke krachten toegeschreven aan natuurgoden, maar dan die van de irritante, enge en vasthoudende soort. Oma’s brengen als immer uitkomst.

Emanuel Claessens – Ontbijt in het Panopticum
Diep, heel diep heb ik er over nagedacht en kwam tot de conclusie dat ik het een Absurdistische Dystopie wilde noemen. Te gek vervreemdend wat er allemaal tijdens een storm kan gebeuren. O ja, en ook daarna natuurlijk. Mooi dat Kelloggs zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.

Oxana Langbeen – Oxana’s Oxymoron
Een soortement van Lieve Lita met een vraag van ene zekere Elon (uiteraard: Musk) dat zijn intelligente huis het hem moeilijk maakt. Oxana geeft goede tips. Als Elon zich daaraan houdt, zal er met zijn intelligente huis wel te huizen zijn!

Guido Eekhaut – Een toepasselijke apocalyps
Een toepasselijk einde aan deze Eekhaut Special. Zijn verhaal begint als een klimaat fictie, het herontdekte SF Sub-genre. Maar al gauw wordt het meer en erger. Een drama dat je bij de keel grijpt en je dan onmiskenbaar naar het onvermijdelijke voert. Huiveringwekkend!

Peter Erhardt – De papierbak
Een strip van twee pagina’s met monster glasafval- en papierbakken. Leuk gedaan!

Robert Smets – Een filosofische analyse
Roberts Smets mag intussen wel de nestor van de Fantastiek genoemd worden. Hij publiceert nog onregelmatig in FV en in 2018 verscheen nog zijn bundel ‘Apocriefe verhalen’. In deze FV een briljant verhaal over Sigmund Freud, vertelt door de neef van een leerling van hem. Of het nu fantastiek is… dat denk ik te kunnen betwijfelen, maar leuk is het wel.

Paul van Leeuwenkamp – De coronisten van Catan bij de overburen
Duidelijk een Vuijeton! aan het worden. Mag ik het leuk noemen, terwijl het eigenlijk maar een triest verhaal is? Dit deel van het Vuijenton kan ik geen fantastiek noemen, of toch wel? In de vorige uitgave wel fantastiek en dit deel speelt zich in hetzelfde universum af. Zie daar maar eens uit te komen. Alweer een slapeloze nacht!

Verlucht met illustraties ditmaal van: Gert-Jan van den Bemd, Peter Edhardt, Ingrid Heit, Fred Hemmes, Bauke Muntz en Marcel Ozymantra.

Nog een paar pagina’s ‘Over de Gepubliceerden, waarbij de foto van Remco Meisner hilarisch is. Ik moet toegeven dat het een oude foto van hem is, maar ik zie weinig tot geen gelijkenis! Tot Fantastische Vertellingen 60!!! Ik kijk er alweer naar uit!

Jos Lexmond

Jaap Boekestein – De Dodenleefster

Dodenleefster.jpg

Jaap Boekestein – De Dodenleefster (HO)
Uitgeverij Macc, Rijen (2021) Vampieren & Demonen
224 pagina’s; prijs 18,95
Omslag: Maarten de Bruin

Eerst even beginnen met een vraagje. Heeft iemand op de Maccazine facebook pagina van Uitgeverij Macc de collage (compilatie) van alle omslagen van de boeken die deze uitgeverij tot nu toe uitgegeven heeft (althans dat denk ik) al gezien? Nee? Kijk dan even hier: https://www.facebook.com/photo.php?fbid=4497109357000282&set=p.4497109357000282&type=3 . Indrukwekkend nietwaar? Als ik wel geteld heb, dan kom ik tot zestig uitgaven. Dan kan je toch niet zeggen dat Uitgeverij MACC tot de kleine uitgeverijen behoord. Er is ook nog een wedstrijdje aan verbonden. Als je kunt zeggen hoeveel omslagen door Tais Teng gemaakt zijn, dan kan je een gesigneerde eerste druk van de schrijver winnen. Dat moet niet zo heel erg moeilijk zijn. Zijn omslagen herken je tussen duizenden, laat staan zestig. Meedoen allemaal dus!!! Antwoorden ovv Prijsvraag Tais Teng naar info@uitgeverijmacc.nl.

Dit gezegd hebbende gaan we snel over naar de orde van de dag en wel naar ‘De Dodenleefster’ van Jaap Boekestein. De solo boeken van Jaap zijn, als je het Vlaamse Filmpje en de Splinter van Quasis meetelt, nog op twee handen te tellen. Om zijn verhalen tellen, heb je wel wat meer handjes nodig, namelijk bijna achtendertig (voor zover ik het weet). Dit dan wel de verhalen die hij alleen, dan wel samen met anderen in het Nederlands schreef. Ook al behoorlijk indrukwekkend en als ik (en FANDATA) het wel hebben, verschenen zijn verhalen al in 1989 in druk. Hij timmert dus al een behoorlijk tijd aan de weg en tegenwoordig weet hij ook in het Engelstalige taalgebied zijn weg te vinden. Buiten dat, maakt hij ook nog eens verdienstelijke en meer dan fraaie foto’s. Een man die alles kan!

‘De Dodenleefster’, is een gothic roman die zich afspeelt in het spookachtige, 19e-eeuwse New Orleans. Die stad staat natuurlijk bekend om zijn spoken en vampiers. Er zijn speciale nachtelijke tochten door New Orleans waarin je de spookhuizen en vampierverblijven kunt bezoeken en bezichtigen. Het Lafayette Cemetery staat bekend als één van de meest spookachtige in de Verenigde Staten. Anne Rice heeft de begraafplaats gebruikt als decor voor verschillende van haar romans, zoals bijvoorbeeld: ‘Interview with the Vampire’. Het is dus niet zo’n vreemde plek om een dergelijk horror verhaal zich af te laten spelen.

Nathalie Owen wordt geboren in de bliksem. Ze komt tot leven in een graftombe (misschien zelfs wel op het Lafayette Cemetery) in een sarcofaag, omringd door stapels doodkisten in nissen. Ze was Nathalie Owen in haar geest, maar het lichaam dat ze nu bewoonde, was niet het hare, maar André Fantone, haar vroegere minnaar, dacht van wel. Hij bevrijdt haar uit de tombe, neemt haar mee naar huis en samen beleven ze een nacht als geliefden die ze eens, en onverwacht weer waren.

De volgende morgen, André sliep nog, veranderd Nathalie in een lijk, erger dan een lijk. Haar huid smerig en verdorven. Klauwachtige handen een grijnzende schedel bedekt met rottend vlees, geen neus, geen oren en geen lippen. Nathalie is een Dodenleefster geworden. Ze heeft het vermogen om voor één nacht de gedaante en het lichaam van iedere gestorven vrouw aan te nemen. Een nacht om onafgemaakte zaken af te sluiten. Haar André Fantone, de albino dandy, die levend als hij is, al een verdorven bestaan leidt, werpt zich op als haar beschermer en brengt haar gave te gelde.

Een héél ander verhaal dan dat we van Jaap Boekestein gewend zijn. Echt heel wat anders dan bijvoorbeeld de ziltpunk verhalen, die hij samen met Tais Teng schrijft, maar daarom zeker niet minder boeiend. Het heeft een broeierige sfeer. Sensueel en erotische getint natuurlijk, maar ook soms heel erg eng, smerig en op zekere momenten behoorlijk onsmakelijk. Zoals ik al zei: boeiend, en… het smaakt naar meer. Dus Jaap… wat let je? Ik zit er klaar voor!!!

Jos Lexmond

Johan Klein Haneveld – De mens een sprinkhaan

De-mens-een-sprinkhaan.jpg

Johan Klein Haneveld – *De mens een sprinkhaan (SF)
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep (2021)
Rare Boekjes-reeks 56
57 pagina’s; prijs € 3,95
Omslag: Ingrid Heit/Gert-Jan van den Bemd
Verkrijgbaar op: https://shop.pr1ma.nl/

Eerlijk gezegd ben ik niet vanaf het begin af aan aangetrokken door de Stichting Fantastische Vertellingen, maar wel door de Rare Boekjes reeks. Ik kocht ‘De val van Nieuw Versailles’ van Paul Harland, het eerste nummer in de ‘Rare Boekjes’ reeks in 1983 op de een of andere Con en ook van meer boekjes in de reeks weet ik zeker dat ik ze aangeschaft heb, maar welke… dat weet ik niet precies meer en de meeste zitten (helaas) nog ergens in een doos. Maar ook een hele tijd heb ik de Rare Boekjes niet meer aangeschaft. Ondanks de kleine prijzen, was gebrek aan geld wel een van de belangrijkste redenen, maar ook de beschikbaarheid van SF in de reguliere reeksen in die tijd, was een duidelijke reden. Ook was ik in die tijd duidelijk meer geïnteresseerd in de buitenlandse vertaalde SF. Ik volgde wel wat er uitkwam in Nederland, maar alweer eerlijk gezegd, kwamen er bij de Rare Boekjes reeks veel titels van schrijvers, waarvan een aantal mijns inziens niet tot de fantastiek behoorden. Als ik in FANDATA kijk hebben wij momenteel vierendertig Rare Boekjes opgenomen, waarvan er nog een paar herdrukken zijn. Zonder die herdrukken hebben we dus een dertigtal opgenomen. Het zestigste Rare Boekje kondigt zich al aan en Ik heb zo het vermoeden dat wij het een en ander nog gemist hebben in de reeks. Iets om te onderzoeken en goed te maken de komende jaren. Ware het niet dat er zooooooooo ontzettend veel te onderzoeken en goed te maken was, dan was het allang gebeurd!

Met ‘De mens een sprinkhaan’ van Johan Klein Haneveld is het zesenvijftigste Rare Boekje een feit. Een mini Raar Boekje deze keer met een tweetal verhalen erin opgenomen. Johan Klein Haneveld heeft me al een aantal keren verrast met zijn verhalen, maar slaagt er in dit toch alweer te doen met ‘De mens een sprinkhaan’. Johan weet als geen ander werelden die totaal onbegrijpelijk zijn, neer te zetten als volkomen normaal en alledaags. Hij doet dit in het geval van de verhalen in ‘De mens een sprinkhaan’ door de mens in een SF setting in een insecten omgeving te plaatsen die aldaar een menselijke inbreng te hebben. In ‘De soldaat die koningin werd’ wordt Thomas, een mens, die omgevormd wordt tot een mier. Tijdens die omvorming is blijkbaar een defect opgetreden, maar daar de fysieke parameters lijken te voldoen en Thomas wordt goedgekeurd, al weet hij zelf niet waarom en met welk doel hij daar is. Ook waarom hij als enige zijn naam weet en wat hem betreft, hij geen nummer is. In het dystopische verhaal ‘De sprinkhanen’ strijd de mensheid tegen de sprinkhanen en lijkt de strijd te verliezen. De mensen kunnen zich slechts in een pantser gehuld, buiten de bunkers komen om te patrouilleren. Is een droom van het paradijs, ook werkelijk de weg naar het paradijs?

Prachtige verhalen, met stemmige illustraties van Gert-Jan van de Bemd, waardoor ik alleen maar kan zeggen: blijf ons verrassen, Johan, met je verhalen en Remco… blijft ons verrassen met je uitgaven. Ik volg ze nu zeker wel!!!

Jos Lexmond

Tjonge-17. Sjezus!

tjonge-17-ondoelmatig-nauwelijks-periodiek.gif

Tjonge-17. Sjezus!
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep
59 pagina’s; prijs € 0,25 (Gratis bij een jaarabonnement van Fantastische Vertellingen)
Samenstelling: Remco Meisner
Omslagillustratie: Gerd-Jan van der Bemd
Illustraties: Oxana Langbeen
Verkrijgbaar op: http://shop.pr1ma.nl/

Het kleinste tijdschrift van Nederland, maar zeker niet het dunste. Twintig pagina’s maar liefst meer dan Tjonge-16. Het kan niet op én… hoe kan dat voor die prijs?

Altijd als Fantastische Vertellingen op de mat valt, kijk ik meteen of er het nieuwe nummer van Tjonge bij zit en als dat niet zo is, dan ben ik toch een beetje teleurgesteld. Als ie er wel bij zit, dan spring ik erop als een bok op een haverkist. A: omdat ik bang ben dat het ergens onder komt of achter valt, want dan kan je het mooi niet meer terugvinden. B: omdat ik het leuk vind. Ik moet trouwens wel uitkijken met de recensie dat ik qua woorden het aantal woorden in Tjonge-17 niet overschrijd. Het zou een beetje pedant zijn ten opzichte van Tjonge, nietwaar.

Dus… de recensie zelf dan maar. Het voorwoord van Remco Meisner zelve, heeft de titel: ‘U bent gewaarschuwd!’ meegekregen. Dan denk ik meteen: Waarom in Sjezus naam? De enige manier om erachter te komen is het dan maar meteen te lezen, wat ik dan ook maar deed. En dan blijkt de titel ineens een waar woord te zijn en het voorwoord ook ineens een hyper actueel gehalte te bezitten, waar geen speld tussen te krijgen is. Verbluft zak ik achterover in mijn stoel, met het risico Tjonge-17 los te laten en het daarna nooit meer terug te vinden, maar ik moet even de adem hervinden en de emoties tot bedaren te laten komen, voordat ik verder kan gaan.

Een wijle later, nog enigszins natrillend, kan ik me dan met het verhaal van Roos van der Velden bezig gaan houden. Roos debuteerde in Fantastische Vertellingen 58 en mag dan nu in Tjonge schitteren. ‘Ik had het je nog zo gezegd’ is een kalm gruwelverhaal, dat subtiel in je kruipt en daar gaat zitten etteren. Zelf krijg ik de kriebels van dit soort verhalen. Ze doen me omkijken!

Welaan… Tjonge zit er weer op. Het is lijdzaam afwachten op de volgende. Kort of lang… het is altijd te lang! Nog even checken of ik in mijn recensie niet meer woorden gebruikte, dan er totaal in Tjonge staan… …. …. nee! Nou dan kan ie wel geplaatst worden.

Jos Lexmond

De verdwenen kolonie – A.G. Riddle

Verdwenen-kolonie.jpg

De verdwenen kolonie – A.G. Riddle (SF)
Lange Winter-trilogie, deel 3 (en slot)
Iceberg Books, Amsterdam (2021)
Oorspr.: The Lost Colony (Legion Books, Raleigh, North Carolina (2019))
366 pagina’s, € 22,99
Vertaling: Erik Schreuder en Sonja Renaud
Omslag: Head of Zeus, Londen/Michael van Zijl

De conclusie van ‘De Lange Winter-trilogie’ en wat voor een. Het is altijd jammer als je de laatste pagina van het boek, waar je helemaal in hebt gezeten, gelezen hebt en dichtslaat. Je zou, althans dat heb ik dan, er nooit meer uitwillen. De wereld is interessant en je hebt het idee dat er meer, veel meer, verhalen in en over te vertellen zijn. Maar goed… er zijn andere verhalen te lezen, dus heel erg lang duren die gedachten nooit. Er liggen nieuwe boeken, nieuwe verhalen, met nieuw te ontdekken werelden klaar, om genoten en verslonden te worden. En… we kunnen altijd nog eens terugkeren in het verhaal van de ‘Lange Winter’. Die luxe hebben we altijd, alleen… zal het er voor mij nog ooit van komen? De stapel ‘Te Herlezen’ groeit met de dag, maar de ‘Te Lezen’ groeit net zo gestaag en er komt te veel interessant nieuws om hier lang bij stil te staan. Afgelopen week viel van Iceberg Books niet alleen al het tweede (en laatste) deel van de Young Adult serie van Brandon Sanderson: ‘Skyward’: ‘Sterrenzicht’ geheten, op de mat, maar daar ook nog boven op ‘Stelsel onbekend’ van Jasper T. Scott. De laatste is nog een onvertaalde schrijver in ons land, maar dat mag de pret niet drukken. Uiteraard sta ik altijd open voor nieuwe auteurs. Binnen niet al te lange tijd leest u ook de recensie van deze twee boeken op de site van het NCSF.

‘De verdwenen kolonie’, een mens zou haast vergeten dat het er hier en nu over zou gaan, maar men wordt gemakkelijk enthousiast. Een zijpaadje is snel ingeslagen. Maar goed… ik ga trouwens toch niet al te veel vertellen over de inhoud van dit laatste deel, die moet u zelf maar ontdekken. Het gaat in ieder geval over de bemanning van het andere schip, de Carthago, dat veel eerder bij Eos aankwam. Zij hadden als een nederzetting gebouwd, maar toen de bemanning van de Jericho op onderzoek uit gingen vonden ze de nederzetting verlaten. Haar inwoners waren als van de Eos bodem verdwenen. ‘De verdwenen kolonie’ verhaalt van de zoektocht naar de verdwenen mensen en de problemen waar ze mee te maken krijgen tijdens die zoektocht. Daarnaast is er ook altijd nog het raadsel en de geheimen van het Raster die nog opgelost moeten worden. Het is zeker meer dan voldoende om je in spanning te houden, dat kan ik je wel verzekeren.

Helemaal als je, net zoals ik, een cruciaal zinnetje heb gemist in de tekst. Geen idee wat er gebeurde. Tot dan, net zoals in de andere twee delen, werden de hoofdstukken afwisselend door Emma en dan weer door James verteld. Ergens halverwege het boek, werden een groot aantal hoofdstukken alleen door James verteld. Dat viel me wel op, maar doorlezend raakte ik steeds meer in verwarring. Waar gaat dit over, begon ik me wanhopig af te vragen. Ik kreeg hetzelfde gevoel als toen ik nog boeken in het Engels las en bij meer ingewikkelde zaken ineens de draad kwijt was. De lol was er dan snel van af. Maar bij de boeken van Riddle had ik tot nu toe lekker door kunnen lezen. Maar hoe verder ik kwam, hoe minder ik ervan snapte. Er zat niets anders op dan terug te gaan naar het punt waar ik geen problemen had gehad. Ik had het snel gevonden. Het zinnetje: ‘Dan dringt het tot me door: dit zijn niet mijn herinneringen.’, deed het. Of liever: deed het niet! Hoe ik het heb kunnen missen weet ik niet. Misschien was het de laatste zin die ik las voordat ik naar bed toe ging, of ik heb er overheen gelezen, of het beklijfde niet, of wat dan ook. Het was frappant dat ik nou net dat belangrijke zinnetje mistte. Maar goed… daar opnieuw begonnen en toen vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats.

Hoe dan ook… prachtige trilogie van A.G. Riddle. Een dikke aanrader. Nog meer verhalen van Riddle? Nou, graag!!!

Jos Lexmond

De nieuwe wildernis – Diane Cook

Nieuwe-wildernis.jpg

De nieuwe wildernis – Diane Cook (SF)
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, Amsterdam (2021)
361 pagina’s, € 22,99
Oorspr.: The New Wilderniss – (HarperCollins Books, New York – 2020)
Vertaling: Ineke Lenting
Omslag: Fritz Metsch/Studio Jan de Boer

Klimaatfictie… een nieuwe duiding voor iets wat al heel erg oud is. Oude wijn in nieuwe zakken dus. Je mag als het oudste klimaatfictieverhaal waarschijnlijk wel het verhaal van de zondvloed uit de bijbel noemen. De mens had daar direct geen bemoeienis mee, maar indirect natuurlijk zeer zeker wel. Ook in de Fantastiek hebben we daar wel een behoorlijk ervaring mee natuurlijk. Kim Stanley Robinson met zijn ‘Science in the Capital’ reeks, mag natuurlijk als zodanig beschouwd worden. En ook ‘New York 2140’ natuurlijk. ‘Lucifers Hammer’ van Larry Niven & Jerry Pournelle, toch ook, nietwaar? ‘De verdronken aarde’ van J.G. Ballard en nog een paar meer. Uiteraard niet te vergeten onze eigen Ziltpunk verhalen van Tais Teng en Jaap Boekestein (en soms ook Roderick Leeuwenhart). En dan mag natuurlijk het door Johan Klein Haneveld samengestelde ‘Voorbij de Horizon’ niet onvermeld blijven. 25 verhalen van Nederlandstalige auteurs, verschenen bij Uitgeverij Macc, welke allemaal als thema klimaatverandering hadden. Onlangs verscheen ‘KliFi’ van Adriaan van Dis, ook alweer met hetzelfde thema. Klimaatfictie… wen er maar aan. We gaan nog heel erg veel boeken en verhalen met dat thema zien.

Zelf heb ik daar heel erg weinig bezwaar tegen. Hoewel ik er wel bang voor ben, omdat we er middenin lijken te zitten, fascineert het me ook en lees het graag. Maar ik blijf het gewoon SF noemen. Klimaatfictie is er hooguit een sub genre van.

Diane Cook heeft met ‘De nieuwe wildernis’ een wereld geschapen dat zijdelings met het fenomeen klimaatfictie te maken heeft. Als je de vage verwijzingen naar de rest van de wereld weglaat, zou je ook kunnen zeggen dat je met een stenen tijdperk verhaal te maken hebt. De tijd is onbestemd, maar duidelijk wel in de toekomst. De stad waar de hoofdpersonen, Bea met haar dochter Agnes, vandaan komen, is duidelijk zwaar vervuild en de smog verwoesten Agnes haar longen, zodat Bea niets anders kan dan de stad te verlaten en die te verruilen voor de nieuwe wildernis. De nieuwe wildernis is een ongerept natuurgebied waar de mens zich nooit in heeft mogen bewegen. Bea en Agnes voegen zich bij achttien andere vrijwilligers voor een radicaal experiment. Ze moeten leren te overleven in de wildernis zonder zich te vestigen of sporen na te laten. Verder moeten Rangers ervoor zorgen dat de groep mensen in beweging blijft en van station naar station, die in de uithoeken van de nieuwe wildernis gevestigd zijn. Daar kan de groep haar afval kwijt en dan weer verder trekken. Telkens als de groep zich een tijdje vestigt bij bijvoorbeeld een waterplaats, duiken niet lang daarna de Rangers op en worden ze weer op pad gestuurd. Verder, immer weer verder, zoals de jagers/verzamelaars in vroeger tijden deden. Wat het experiment uiteindelijk zou moeten brengen, dat blijft een raadsel. Maar daar gaat het verhaal helemaal niet om. Het gaat meer om de interactie tussen moeder en dochter en daarnaast ook om de interactie in de groep onderling.

Hoewel veel de toekomstige wereld voor de lezer verborgen blijft (en wat ik wel wat irritant vind, omdat ik graag het grote plaatje ken), is het verhaal meer dan fascinerend. Het leven in het ‘stenen tijdperk’ is prachtig beschreven. Als ‘De nieuwe wildernis’ model kan staan voor de klimaatfictie die er nog aan staat te komen, dan teken ik er blind voor. Ziltpunk is prachtig, leuk en geweldig origineel, maar dit is zonder meer mooi!

Jos Lexmond