Zilverbloed – Mariëtte Aerts

Zilverbloed.jpg

Zilverbloed – Mariëtte Aerts (YFA)
De Kronieken van de Zeven Eilanden 5 (en slot)
De Vier Windstreken , Rijswijk (2019)
436 pagina’s; prijs 17,95
Omslag & kaart: JeRoen Murré

Aan alle goede dingen komt een end. De Fransen (Edmond Haraucourt om specifiek te zijn) weten het mooi te zeggen in hun gezegde: Partir c’est mourir un peu. Een waarheid als een koe, maar daarom niet minder treurig. Het is natuurlijk niet zo dat ik een beetje sterf bij het afscheid van deze reeks, maar jammer vind ik het wel. Meer dan eens heb ik gezegd dat deze reeks een internationale allure heeft en helemaal niet zou misstaan in het Engelse taalgebied. Maar tot nu toe heb ik niets van pogingen tot vertalen gehoord en ik denk dan ook niet dat het er ooit van komt. Dat is jammer. Voor de Engelstaligen dan uiteraard. Wat me opviel is dat je de boeken van Mariëlle Aerts nooit tweedehands tegenkomt. Zeker de delen van ‘Het Huis Elfae’ en ‘De Kronieken van de Zeven Eilanden’ ben ik nooit ergens tegengekomen. En dat wil wat zeggen. Ik struin geregeld Kringloopcentra, tweedehands boekwinkeltjes, boeken- en vlooienmarkten in de buurt af en heb nog nooit iets gezien van voornoemde reeksen. Ik denk dat mensen ze vasthouden om er later nog eens van te genieten. Geef ze eens ongelijk. Dat doe ik zelf ook.
Ook een groot voordeel is dat er subtiel nog eens de belangrijkste gebeurtenissen van het vorige deel summier behandeld worden zodat je ongemerkt weer in het verhaal komt. Heel erg prettig vind ik dat. Ik hoef mijn geheugen niet te pijnigen met bedenken wat er ook al weer tot nu toe gebeurde.

In de zes jaar waarin Mariëlle Aerts het verhaal van Raben Teller en Calli Zoutbaardsdochter vertelde, zijn die twee uitgegroeid tot jong volwassenen die hun verantwoordelijkheden hebben én nemen. Ofschoon ze hun jeugdige streken nooit verloren zijn (Calli is en blijft tenslotte de dochter van de piraat Zuran Zoutbaard) gaan ze alle goedwillende personen voor in de laatste strijd tegen het kwaad. En dat die er komt moge duidelijk zijn. Nog een maal trekt Mariëtte Aerts alle registers open voor een apocalyptisch einde. Dwingers, Stormzingers, Vogelheksen, Pernen, mengwezens ontworpen door de krankzinnige monnik Himmondar, De Drie Geleerden uit de parallelle wereld Orbis, zeerovers, elben, draken, De Zwarte Horde en meer, veel meer vreemde wezens uit alle eerdere delen, maken hun opwachting voor de grote finale. Maar ondanks al deze monsters, tovenaars en heksen wordt het verhaal nergens ongeloofwaardig of te gek voor woorden. Alle details vallen prachtig op hun plaats en nergens heb ik kunnen ontdekken dat Mariëtte steekjes heeft laten vallen. Knap gedaan om een dergelijk omvangrijke wereld te laten werken. In bijna tweeduizend pagina’s ontwierp ze een complete wereld tot en met de namen van de maanden van het jaar en de dagen van de maand aan toe. In één woord: Prachtig!

Hoe een en ander afloopt… dat moet je zelf maar lezen en als je nog nooit een boek uit de serie gelezen hebt… geen probleem. Het is nooit te laat om er aan te beginnen. ‘De heersers van Kir’ is het eerste. Ook wil ik nog wat zeggen over de omslagtekeningen en kaarten van JeRoen Murré. De eersten zijn heel erg mooi en de laatste heb ik meermalen gebruikt om te kijken waar het verhaal zich afspeelde. Welhaast onmisbaar mag ik wel zeggen. Wel… ik zal de wereld van ‘De Kronieken van de Zeven Eilanden’ missen, maar de avonturen van Raben en Calli houden hier en nu niet op natuurlijk. Misschien komt Mariëlle er nog eens aan toe die ook op te schrijven. Daar hopen we dan maar op. Want als er iets ophoudt, dan is er ook weer ruimte voor wat nieuws en wie weet is dat nieuws ook weer heel erg mooi. Wie zal het zeggen. In gespannen afwachting…

Jos Lexmond

Rob Hart – Cloud. Boeiende thema’s teleurstellend uitgewerkt?

Cloud.jpg

Cloud; Rob Hart; Karakter Uitgevers B.V.; 2019; oorspronkelijke titel The Warehouse; 421blz.; € 21,99; vertaling: Henk Moerdijk; opmaak binnenwerk: Michiel Niesen, ZetProducties; omslagontwerp: Select interface; omslagbeeld: Getty Images

Boeiende thema’s teleurstellend uitgewerkt?

Cloud Inc. (of gewoon “Cloud”, zoals het op de titelpagina wordt getiteld, of “The Warehouse”, zoals het tussen haakjes ook nog heet) laat afwisselend drie personages aan het woord: via zijn blog is er Gibson Wells, die het bedrijf Cloud Inc. heeft opgericht en groot gemaakt, een beetje als Steve Jobbs maar ook weer anders; en daar tegenover zijn er Paxton en Zinnia, werknemers van het bedrijf. Het verhaal begint wanneer Gibson Wells – met een vermogen van 304,9 miljard dollar de op drie na rijkste man ter wereld – via een blog bekend maakt dat hij ongeneeslijk ziek is en nog maar een beperkte tijd te leven heeft. Dat is ook het moment dat Paxton en Zinnia zich aanmelden om in dienst te treden bij Cloud en beide met succes de testen doorstaan. Paxton wordt aangenomen als beveiliger, Zinnia als productiemedewerker.

Cloud is de allesomvattende totale webshop, met een aantal magazijnen van waaruit de bestellingen met drones in een mum van tijd worden geleverd. Die magazijnen zijn steden op zichzelf; een soort van campussen waar de productiemedewerkers vanuit management-oogpunt optimaal op hun werk worden gericht. Optimaal houdt in: zo winstgevend mogelijk. Dus met zo weinig mogelijk kosten (kleine woonruimtes, minimale gezondheidszorg etc.) en al het verdiende geld besteden aan het bedrijf. Want de producten van deze webshop zijn voornamelijk van Cloud zelf, zoals Albert Heijn in alle productsoorten zijn eigen ‘huismerk’ heeft. En omdat al die productiemedewerkers zo kostenefficiënt bij elkaar wonen, zijn er allerlei andere disciplines nodig, van facilitaire dienst, beveiliging, research & development tot chauffeurs en koks. Een complexe, bijna geheel van de buitenwereld afgesloten gemeenschap als resultaat van een allesbepalende marktwerking. Want Gibson Wells, die van mening is dat hij de wereld alleen maar goeds heeft gebracht, heeft zeker drie presidenten van zijn gelijk weten te overtuigen.
De hedendaagse American Way of Life verder doorgevoerd, ofwel de Amerikaanse bedrijfsvoering die ook in Nederland steeds breder ingang vindt, waarin uiteindelijk alles voor de aandeelhouder is, waarin we geen “personeelszaken” meer hebben maar “HRM”, humans are resources management. Alleen het voordeel van een klein groepje rijken, voor de rest is niets belangrijk, ook niet het milieu, de samenleving of wat dan ook.

Rob Hart toont ons deze wereld via zijn drie personages, vooral via Paxton en Zinnia, die een relatie met elkaar krijgen en aan het eind met Gibson Wells geconfronteerd worden. In een vlot leesbare stijl vertelt hij hoe deze wereld in elkaar zit, hoe die zijn werknemers opzuigt.
Paxton had na zijn loopbaan als gevangenisbewaarder een eigen bedrijf, dat door Cloud kapot werd gemaakt via de allesbepalende marktwerking maar vooral door het voordeel van meer geld. Hij beschouwt zich als een uitvinder en denkt vanuit een stabiele situatie van een inkomen weer nieuwe uitvindingen te kunnen bedenken. En hij hoopt bij gelegenheid Gibson Wells eens te kunnen vragen waarom die zijn bedrijf kapot heeft gemaakt, waarom Cloud zo nodig dat dingetje wat hij had bedacht ook moest gaan maken en daarbij de patenten
Van Zinnia is vanaf het begin duidelijk dat ze daar met een opdracht is; spionage of sabotage, maar van wie die opdracht komt en wat ze precies moet doen, wordt niet duidelijk. De achtergrond van Zinnia blijft onbenoemd; wie is ze, waar komt ze vandaan, heeft ze familie, relaties? Het blijft allemaal buiten beschouwing, net zoals bij Paxton het verleden eigenlijk ook nauwelijks wordt uitgediept.
De personages krijgen niet echt diepte, ze blijven wat vaag. Hart richt zich vooral op hun doen en laten, en dat doet hij op een dusdanige wijze dat je accepteert dat je ze eigenlijk alleen van de buitenkant ziet, net zoals je collega’s, buren, clubgenoten toch vooral van de buitenkant leert kennen.

De spanningsbogen in het verhaal zijn duidelijk. Zinnia die iets wil uitspoken krijgt een relatie met beveiliger Paxton. Ze bewegen in een wereld waarin iedereen voortdurend in de gaten wordt gehouden en gestuurd via verplicht te dragen polsbanden, zoals Google Maps via onze smartphones ook voortdurend weet waar wij zijn, maar er is toch ook een gat in die beveiliging, want er is een drug en er is een vermoeden dat sommigen de controle van de polsband kunnen ontwijken. En je weet dat er een confrontatie gaat komen met de grote rijke eigenaar. Er is ook een verschroeiend buiten, waar het niet goed leven is en dat dan ook vooral wordt genegeerd, de focus nog meer op de afgesloten wereld van Cloud richtend. En dan komt het verhaal door de acties van Zinnia in een stroomversnelling, ontdekt ze nog een aantal geheimen en eindigt het met een anticlimax, met een einde dat wat mij betreft te vaag blijft. Alleen de deprimerende situatie waarin Paxton terecht komt vind ik heel sterk beschreven.

De achterflap meldt dat Publishers Weekly het “een intelligente Orwelliaanse roman” noemde en concludeerde dat de wereld die Hart schetst het “waarschuwende verhaal memorabel en sterk” maakt. Het verhaal dringt de vergelijking met dystopisch werk als van Orwell en Huxley ook nadrukkelijk op door het expliciet te hebben over de verkoop van deze boeken. De aannames en conclusies daarover zal ik niet verklappen, want ze weerspiegelen de clue van de hele roman. En ja, de beoordeling van Publishers Weekly is terecht. Cloud Inc is een intelligente Orwelliaanse roman. En het verhaal is waarschuwend en memorabel. En het is vaardig geschreven en het leest vlot. De teloorgang van het milieu bijna geheel buitten het verhaal te houden, en het toch zo duidelijk aanwezig te laten zijn, dat vind ik sterk. De afwikkeling van de grote dystopische romans en het in het verlengde daarvan plaatsen van de situatie waarin Paxton uiteindelijk terecht komt, ook dat vind ik sterk.
En toch…
Het mist intensiteit. Sommige dingen blijven teveel in de lucht hangen, zoals de verzetsbewegingen buiten en binnen de Cloud-gemeenschap. De ontdekkingen van Zinnia wanneer ze op weg gaat om haar sabotagedaden te plegen, komen iets teveel uit de lucht vallen en dragen niet echt bij aan het thema van het verhaal. Misschien is het gewoon iets te Amerikaans, maar dan wel van een Amerikaan met het hart op de juiste plaats en een schrijfvaardige hand.

Paul van Leeuwenkamp

Het zwaartekrachtprobleem. Zeven sciencefictionverhalen – Antoni Dol

Zwaartekrachtprobleem.png

Het zwaartekrachtprobleem. Zeven sciencefictionverhalen – Antoni Dol (SF)
IO, Independent Publisher, Amsterdam – (2019)
180 pagina’s; prijs 14,95
Omslag: Antoni Dol (Showroom van Syd Mead voor USSteel (1978))

Toen Antoni me benaderde met de vraag of ik zijn bundel zou willen recenseren voor het NCSF, heb ik daar toch even over na moeten denken. Ik checkte het even in FANDATA, maar ik had gelijk. Nog nooit van Antoni Dol gehoord, dus automatisch ga ik dan in de afwijsstand. Ik heb meer verzoeken gehad van mensen die een briljant boek, of bundel verhalen, hebben geschreven wat na lezing (of liever: tijdens lezing) een verschrikking bleek te zijn en waar je dan een vervelende, maar toch positief ingestelde, recensie voor moet schrijven waarin je de aanstormende bestsellende auteur zwaar moet teleurstellen. Meermalen heb ik mensen erop gewezen om eerst eens aan verhalenwedstrijden mee te doen, dan de juryrapporten goed te bestuderen van de eigen verhalen, de winnende verhalen en eventueel ook van alle andere verhalen, daarvan te leren en het geleerde toe te passen in volgende verhalen. Of verhalen opsturen aan tijdschriften en dan maar hopen dat je goede feedback krijgt van goedwillende redacteuren. Zo ging het ook met mijzelf. Aan de tips van Annemarie Kindt heb ik heel erg veel gehad. Maar goed… ik stak mijn licht ook nog maar eens op bij de sites van Floris Kleijne en Mike Jansen en kwam daar Antoni Dol wel tegen. Hij was wel degelijk begonnen zijn verhalen op te sturen naar verhalenwedstrijden waarbij ‘De Graveyard Orbit’ (ook in deze bundel) bij Waterloper 2019 de achtste plaats behaalde. Toen ik dat zag was ik om en schreef Antoni terug dat ik met plezier zijn bundel zou recenseren, waarna ik het na een paar dagen netjes thuisgestuurd kreeg. Op het eerste gezicht een prima, professioneel aandoende uitstraling. Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Als je rommel netjes inpakt, krijg je nog steeds geen wereldcadeau. Maar ook dat viel alleszins mee. Ik heb de verhalen, omdat ik nog druk doende was in een roman, stuk voor stuk gelezen. Elke avond een, voordat ik de roman weer oppakte. Het eerste verhaal ‘De nieuwe keten’ (27ste bij de Harland Award Verhalenwedstrijd van 2017 was meteen heel erg goed te genieten. Het was een verhaal over de veranderde logistiek in de nabije toekomst. Iets was me meer dan logisch leek. Het werd gevolgd door ‘Onzichtbare vrienden’. Als ik Antoni was geweest, dan zou ik dit verhaal buiten de bundel gehouden hebben. Het komt nogal simpel over. Maar goed… niet alle verhalen kunnen van topniveau zijn. Verreweg het beste verhaal vond ik zelf ‘Unboxing Helena’, dat vreemd genoeg de honderdste plaats behaalde bij de Harland Award Verhalenwedstrijd van 2017. Maar volgens het dankwoord achterin deze bundel blijkt dat er sindsdien nog behoorlijk aan gesleuteld is. En met resultaat mag ik zeggen. ‘Unboxing Helena’ vond ik een verrassend verhaal dat me zeer boeide en een beetje aan een vroeg Susan Calvin verhaal van Isaac Asimov deed denken. Ook de verhalen ‘De Graveyard Orbit’ en ‘Ontwijk een astroïde’ vond ik bovengemiddeld goed. Al met al heb ik behoorlijk wat plezier aan de verhalen beleeft. En als ik zie welke stappen Antoni al gemaakt heeft, dan heb ik meer dan vertrouwen in de toekomst. Ik zie graag meer verhalen van zijn hand verschijnen en denk dat hij een goede toekomst voor zich heeft als hij op de ingeslagen weg door blijft gaan. Ik zou hem wel willen aanraden iets te doen aan zijn naamsbekendheid. Publiceer eens een verhaal in een tijdschrift of doe eens mee aan de verhalenwedstrijden van Godijn Publishing, die na die verhalenwedstrijden hoog gekwalificeerde anthologieën uitgeeft. Als je wat meer naamsbekendheid krijgt, verkoopt een bundel als deze zichzelf. Ik ben meer dan benieuwd naar je toekomstige publicaties!

Jos Lexmond

Jack Vance – Maske: Thaery

Maske.jpg

Jack Vance – Maske: Thaery (SF) – 207p.
Spatterlight, Amstelveen (2019) € 14.99
Het Verzameld Werk van Jack Vance 51
(Maske: Thaery – (Putnam, New York (1976))
Vertaling: Ivain Rodriguez de Léon
Omslagontwerp: Howard Kistler
Omslagillustratie: Marcel Laverdet
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Vrijwel alle hoofdpersonen uit de boeken van Jack Vance zijn zoekende. Of ze nu een schurk, schelm, planeetonderzoeker of detective zijn… allen zijn ze op zoek naar iets. Soms slechts gedreven door wanderlust, soms door noodzaak of soms door het streven naar een vorm van rechtvaardigheid om de snoodaard, die hen een groot onrecht heeft aangedaan, op te sporen en te berechten, ofwel hun verdiende loon te laten ontvangen. Zo ook de hoofdrolspeler in ‘Maske: Thaery’: Jubal Droad. Huize Droad, is gelegen op de Noordwestpunt van Glentlin, tussen Kaap Junction en de Haksnawheuvels en volgens de starre overdrachtswetten van Thaery, zou de oudste zoon Trewe op den duur alle bezittingen van de Droads erven. Voor Jubal had de toekomst slechts weinig te bieden op Huize Droad. Daarom begon Jubal ongeduldig en gedeprimeerd aan zijn Yallow. Na allerlei activiteiten, waarbij hij zich dienstbaar maakte aan de gemeenschap, zwierf hij steigers reparerend, zand zevend, aangespoeld drijfhout en zeewier verbrandend, heggen snoeiend en hariahkruid uit de weilanden trekkend door de dertien gouwen van Thaery. Op zijn tocht stuitte hij op een pad op de zuidhelling van de Cardoon dat drie kilometer ten westen van de Ivo was weggevaagd door een rotsverschuiving. Jubal regelde drie werkers, gereedschap en toog aan het werk om het pad weer begaanbaar te maken. Zeventien dagen later, reed een Thariot (die verwoedde pogingen deed zijn gezicht onherkenbaar te houden) op een erfiets, gevolgd door een colonne van tweeëndertig Perruptors, over het pad waar nog volop aan gewerkt werd. De trillingen van hun stampende voeten deden het pad, waar Jubal zo hard aan gewerkt had weer instorten, waarbij Jubal onder de instorting van de muur langs het pad bedolven en meegevoerd werd. Nadat de colonne Perruptors en de Thariot, zich niet bekommerend om de schade die ze aanrichten, al een uur verdwenen waren, wist Jubal met een gebroken arm, gebroken ribben en gebroken sleutelbeen, bloedend terug te klimmen naar het pad.
Dit is het begin van de zoektocht naar de dader, waar bij Jubal geen enkel middel schuwde om de dader, die hem voor dood achterliet op de helling van de Cardoon, op te sporen en te berechten. Echter… er spelen grotere belangen mee en een en ander is niet zo gemakkelijk als het er in eerste instantie uit ziet.

Prachtig verhaal weer en ook al weer zo rijk aan details. Alleen de setting al, is een juweeltje. ‘Aan de rand van het Gaiaanse Bereik hangt middenin de desolate regio van het Grote Gat, de eenzame ster Moira waaromheen de dubbelplaneten Maske en Skay hun complete banen walsen.’
Ook de conversaties tussen verschillende personen zijn hilarisch en zeker het meer dan absurde, maar toch geloofwaardige, gesprek tussen de functionarissen van de Betrouwbare Vergeldingsmaatschappij die Jubal Droad een bestraffing moeten geven, hebben mij zo doen schaterlachen dat zelfs de hond mij verbaasd aankeek. Ook het einde is prachtig staaltje van Vance’s humor, maar daar zal ik verder niet over uitwijdden. Zelf lezen en genieten is hier het devies. Dit soort verhalen zijn tijdloos en kan je er, mijns inziens, over vijftig jaar nog steeds van genieten. Ik kijk alweer uit naar de volgende: ‘Nachtlamp’. De setting van een eenzame planeet om een eenzame zon in een sterrenleegte, past goed in de sfeer van Maske: Thaery. Ik heb hem al in huis en ik kan haast niet wachten om eraan te beginnen. Helaas zitten er, qua volgorde van binnenkomst, nog een paar andere boeken tussen.

Jos Lexmond

Het Schaduwjaar – Kim Liggett

Schaduwjaar.jpg

Het Schaduwjaar – Kim Liggett (YFA)
Van Goor | Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum bv (2019) Best of YA
395 pagina’s; prijs 18,99
Oorspr.: The Grace Year (St. Martin’s Publishing Group, New York (2019))
Vertaling: Merel Leene
Omslag: Kerri Resnick & Marieke Oele

Young Adult is bedoeld om het gat op te vullen wat er was tussen de boeken voor de wat oudere jeugd en voor volwassenen. Het is iets van de laatste jaren en ik zou gewild hebben dat het er ook in mijn tijd al was geweest. Zoals ik al eens verteld heb, was ik rond mijn twaalfde jaar klaar met de jeugdbibliotheek. Ik had alles was ik wilde lezen (en inmiddels ook wat ik niet wilde lezen) door mijn ogen gehaald en was toe aan nieuwe uitdagingen. Ik kreeg speciale dispensatie om naar de volwassenenafdeling over te stappen en dat heb ik geweten. In mijn onschuld, en enthousiasme, nam ik willekeurige boeken, waarop de sticker met het bolletjeslogo dat aanduidde dat het SF was, mee. Soms pakte dat goed uit, maar ook nogal eens verkeerd. Als je als twaalfjarige Philip K. Dick, James Ballard of Kurt Vonnegut voor je kiezen krijgt, dan zou je het lezen er wel eens helemaal aan kunnen geven. Ik snapte er niets van. Waar waren de vrolijke onbezorgde SF verhalen gebleven? Gelukkig nam ik ook geregeld een Jack Vance, Robert Sheckley, Eric Frank Russell en Harry Harrison mee naar huis en gelukkig wortelden die wel in de vruchtbare grond van mijn leeshonger. Trouwens… met Dick en de anderen is het uiteindelijk ook wel goed gekomen, maar dat heeft toch nog wel een paar jaar geduurd.
Young Adult als tussenstation was dus zeer welkom geweest. Niet de YA vampierromans van moeder en dochter Smith, of de boeken van Julie Kagawa of die van Holly Black en Cassandra Clare, daar heb ik allemaal niet heel erg veel zin in. Maar boeken als ‘Het Schaduwjaar’ van Kim Liggett, daar lust ik wel pap van.

De wereld, waarin dit verhaal zich afspeelt, kan je ongeveer voorstellen als de wereld van de Amish in de negentiende eeuw in de Verenigde Staten van Amerika. De mannen maken de dienst uit en de vrouwen worden in alle gevallen onderdrukt. Er heerst een bijgeloof dat vrouwen in hun jonge jaren over een magische kracht beschikken om mannen te verleiden en andere vrouwen gek van jaloezie te maken. De meisjes worden op hun zestiende jaar de wildernis in gestuurd om hun Genadejaar door te brengen in een ommuurde verblijfplaats. Wat er daarbinnen gebeurd weet niemand. Niemand praat erover, want dat is verboden. Maar de verblijfplaats van de meisjes wordt wel omsingeld door stropers, die hun uiterste best doen de meisjes te vangen. Wat ze met die gevangen meisjes doen… dat zal ik hier in het midden laten en verder niet op in gaan. Dat moet je zelf maar lezen. Maar dat het gruwelijk is… dat mag je absoluut van me aannemen. Na het Genadejaar, dan kunnen de meisjes, die het overleefd hebben. weer terugkeren naar de gemeenschap en mogen ze trouwen, kinderen krijgen en dienstbaar zijn aan de gemeenschap. Hun magie is dan verdwenen.

Tierney James is zo’n meisje. Ze is vrij en ongebonden en fladdert door het leven. Maar dat fladderen is zo afgelopen als haar Genadejaar begint. Het wordt voor Tierney een gevecht op leven en dood, maar ze vindt ook de liefde van haar leven. Ze moet zich opnieuw uitvinden om zichzelf en een aantal anderen te redden en te zo proberen om te overleven.

Ik was zeer onder de indruk van dit verhaal. Het heeft veel meer diepgang dan de romantische en coming of age verhalen die ‘normale’ YA boeken hebben. Ik las dat ‘Het schaduwjaar’ verfilmd gaat worden. Ik ben meer dan benieuwd. Hij staat al op mijn ‘To Watch’ lijstje.

Jos Lexmond

IJshart – Jamie Littler

IJshart.jpg

IJshart – Jamie Littler (JFA)
IJshart, deel 1
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2019)
444 pagina’s; prijs 17,99
Oorspr.: Frostheart – (Penguin Random House UK, Londen – 2019)
Vertaling: Carolien Metaal
Omslag: Penguin Random House/Suzanne Bakkum

Alweer een verrukkelijk avontuur waarvan ik in mijn eigen jeugd meer dan genoten zou hebben. Jamie Littler, van huis uit een illustrator én een schrijver, heeft in zijn debuut een wereld ontworpen waarvan ik denk (wishfull thinking?) dat die zich ver in onze eigen toekomst bevindt. Een wereld waarin de techniek uit mondjesmaat, in oude nederzettingen, gevonden en gerecyclede spullen bestaat. Maar het kan natuurlijk ook zijn het allemaal een stuk simpeler is en is deze wereld gewoon in de fantasie van de Jamie Littler onstaan. Wie zal het zeggen. Misschien komen we er in de nog komende twee delen nog achter. Het is een bevroren wereld waarin het verhaal van dit eerste deel zich afspeelt, maar hoe het er verder op de wereld uitziet blijft ongewis en onbesproken. Misschien komt ook dat in latere delen aan bod. In ieder geval is er (weer) magie in de wereld en vreemde wezens als yeti’s, leviathans en Kapitein Nuk van de IJshart, een ijszeilende handelsslee, spelen volop hoofdrollen in dit ijzige avontuur.

Ash wacht ver weg van de bewoonde wereld, in het Noordelijke deel van de Sneeuwzee vol monsters, op de terugkeer van zijn ouders. Zijn ouders zijn Baanbrekers, onbevreesde handelaars en tevens de laatste hoop van de menselijken, die een laatste poging doen om de verspreide vestingen te verbinden tot een soort verenigde beschaving. Niet lang na de geboorte van Ash waren zijn ouders vertrokken aan boord van hun slee de Pionier. Het was de laatste keer dat de Firanen hen zagen en vanaf die tijd werd Ash verzorgd door de vesting. Eerst woonde hij bij Sjar en haar gezin, maar toen Ash begon te zingen (hij was een Liedwever) waren de Firanen bang van hem geworden. Ze moesten niets van Liedwevers hebben en al zong hij maar een slaapliedje dat zijn ouders voor hem zongen voordat ze vertrokken, waren ze bang. De Firanen wilden niet meer voor hem te zorgen en brachten hem onder bij Tobu, een humeurige yeti, die niet bang was voor zijn magische gave. Ash woont met Tobu samen in een wachttoren vlak buiten de nederzetting. Hij voelt zich ongelukkig en heeft weinig zin in de trainingen en lessen die Tobu hem geeft. Het enige dat hij wil is dat zijn ouders terugkeren en weer voor hem zorgen. Als op een dag een enorme Baanbrekerslee vlak bij hun nederzetting aangevallen wordt door Krenkers kan Ash het Liedweven niet binnenhouden en weeft zijn lied door het lied van de Krenkers heen en voegt ‘Vrede, Rustig, Vrienden en Verdwijn’ dwars door het ‘Terugduwen, Vechten en Versperren’ van de Krenkers. Na verloop van tijd weet hij de Krenkers te kalmeren en weg te sturen. De IJshart, want zo heet de Baanbrekerslee, is gered en Ash besluit aan te monsteren om met hen op zoek te gaan naar zijn ouders. Het is het begin van een weergaloos avontuur.

Een heel erg leuk verhaal! Goed vertelt en heel mooi verlucht met tekeningen van de schrijver zelf. Dat zal zeker zijn invloed hebben op de populariteit. In het Engels staat het tweede deel: ‘Escape from Aurora’ aangekondigd voor oktober 2020. Misschien dat wij de vertaling ook dit jaar nog tegemoet kunnen zien. Wat mij betreft mag dat. Ik ben meer dan benieuwd hoe het verder gaat!

Jos Lexmond

De kleuren van schaduw

Schaduw.jpg

De kleuren van schaduw – Victoria E. Schwab (FA)
Schemering Trilogie 2
Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam (2019)
550 pagina’s, € 24,99
Oorspr.: A Gathering of Shadows (2016)
Vertaling: Inge Pieters
Omslag: Julia Lloyd, Titan/Baqup – Dreamtime/ Funny Little Fish

Hier en nu wilde ik graag een lans breken voor het aloude: ‘Beknopt overzicht van voorafgaande gebeurtenissen’ ofwel: ‘Resumé van eerder plaatsgevonden avonturen’ of misschien wel gewoon: ‘Wat er tot nu toe gebeurde in het eerste deel’. Wat mij betreft worden die (in ieder geval een van hen) node gemist bij vervolgdelen van tweeluiken en andere ‘logieën’. Ik weet niet hoe het met jullie is gesteld, maar mijn geheugen heeft danig te lijden. Al meerdere maken heb ik geheugentests ondergaan waaruit steeds weer blijkt dat er niet veel mis mee is, maar toch wist ik, voordat ik met het tweede deel van de ‘Schemering‘ trilogie begon, amper wat er ook al weer in het eerste deel gebeurde. Nou moet ik zeggen dat ik tussen ‘De kleuren van magie’ en ‘De kleuren van schaduw’, zevenenvijftig andere recensieboeken gelezen heb, dat ik in 2019 een dikke vijfduizend nieuwe titels in FANDATA heb ingevoerd (die ik ook gelezen of minimaal gescand moet hebben of dat ze onder de noemer fantastiek vielen) en uiteraard nog veel meer verhalen gelezen of gescand heb die geen fantastiek waren, door een dikke drieduizend Donald Ducks gebladerd heb op zoek naar fantastische verhalen, om maar niet te spreken van de additionele Okki’s, Taptoe’s, Jippo’s, Arends en dergelijke die ik doorgenomen heb. Vind je het dan gek dat mijn hoofd compleet vol zit met verhalen en ik van voren niet meer weet wat ik van achteren gelezen heb? Dus… dames en heren uitgevers, zou ik het voortaan zeer appreciëren als er even verteld wordt waar het ook al weer over gaat, want ik denk ook niet dat ik de enige ben die daar problemen mee heeft. Bij voorbaat dank.

Dan het verhaal. Zoals ik eerder memoreerde, miste ik een soortement van inleiding wel degelijk. Gelukkig had ik wel mijn recensie van ‘De kleuren van magie’, het eerste deel van deze trilogie, want anders had ik compleet in het duister getast. Hoewel deze informatie nogal summier was (ik schrijf liever niet over de inhoud van een verhaal om geen spoilers weg te geven en het aldus te verpesten voor de would be lezer), kwam ik er op den duur wel weer in. Maar het kostte wel wat kruim en doorzettingsvermogen. Als ik niet heel erg snel door heb waar het over gaat, ben ik al heel snel geneigd het boek naast me neer te leggen en met een volgend te beginnen. Alleen… vind ik dan weer niet dat zoiets kan met recensieboeken. Dat vraagt toch van jou als recensent een wederprestatie.

Afijn… waar het eerste deel voornamelijk over Kell de bloedmagiër gaat, die zonder hulpmiddelen tussen de vier verschillende Londens in de vier verschillende dimensies heen en weer kan reizen, gaat dit deel voornamelijk over Lila, ofwel Delilah Bard. Zij is net als Kell een magiër die ook schijnbaar moeiteloos naar de verschillende Londens over kan stappen. In deel een werd zij een medestander van Kell. Zij is een zakkenroller en dievegge, die zeer ruime opvattingen heeft over mijn en dijn en zowat alles beschouwd als mijn. Lila komt in het begin van het verhaal door allerlei toestanden aan boord van de Nachtspits, het kaperschip van kapitein Alucard Emery. Hij is een kaper in dienst van het rijk. Lila kan behoorlijk goed opschieten met de kapitein en samen bereiden ze zich voor op de Elementspelen die in Rood Londen gehouden gaan worden.
Prima Fantasy waar letterlijk en figuurlijk niets mis mee is. Het gegeven van de vier verschillende Londens is origineel te noemen en aldus kijk ik alweer uit naar het derde en laatste deel, dat deze maand al op het programma staat.
Een ding vind ik verwarrend. In de plaatselijke bibliotheek staat Schwab bij de Young Adults ingedeeld, terwijl ik eigenlijk wel vind dat het bij de volwassenen thuishoort. Ook Fantastic Fiction is die mening toegedaan, dus wie er bij de bibliotheken tot die conclusie is gekomen… het is me een raadsel. Nouja… niets van aantrekken en gewoon lekker lezen of je nu een Young Adult bent of niet!

Jos Lexmond

The Captain is dead – HSF (2019/3)

Attention Crew
The Captain is dead! Our Jump Core is offline. There is a hostile alien ship off our port side. We need to repair the Jump Core so we can get out of here. You have trained for this. You know what needs to be done. Go do it!

Dankzij 1.734 supporters is in november 2014 het kickstarterproject The Captain Is Dead uitgebracht. Een coöperatief science fiction bordspel waarin maximaal zeven spelers een ruimteschip van de ondergang moeten zien te redden. En net als in je favoriete TV serie waar men vreemde nieuwe werelden onderzoekt, in ieder geval één van mijn favoriete TV series, zijn er voldoende on- en verwachte gebeurtenissen die het jou en je medespelers moeilijk maken om het einddoel te behalen.

Het spel speelt als een aflevering en heeft ook ongeveer de duur van een aflevering. Oké, afhankelijk van je medespelers, het ligt natuurlijk nooit aan jezelf, duurt het mogelijk even lang als een dubbelaflevering. Maar zie dat in geen geval als een minpunt.
Dankzij de verschillende rollen, waaruit je als speler kan kiezen, zijn er veel opties die hun invloed op het verloop van het spel hebben. Van soldaat tot admiraal en van hologram tot conciërge. Elke rol heeft zo zijn voordelen en nadelen. Echter als een goed op elkaar ingespeelde bemanning kun je met elke rol, zelfs als conciërge, een waardevolle bijdrage leveren of zelfs voor de uiteindelijke reparatie van de Jump Core zorgen (en daarmee de overwinning). Al is het ook meerdere keren gebeurd dat ons ruimteschip naar de intergalactische schroothoop kon worden afgevoerd. Gelukkig is er dan altijd de grote rode resetknop om de aflevering opnieuw te laten beginnen.

Het speelbord, de kaarten en andere speelstukken zijn van een goede kwaliteit en ook na meerdere keren spelen is alles nog in een goede staat. Het speelbord is een weergave van de ruimten in het schip waar de spelers hun acties kunnen uitvoeren. Aan elke ruimte zijn één of meerdere systemen verbonden die weer een voordeel aan de spelers geven. Mits de systemen het doen. De systemen gaan stuk door de Alerts die aan het begin van het spel en na elke speelbeurt moeten worden gespeeld. De spelers kunnen door middel van verschillende acties de systemen repareren, bewegen, buitenaardse wezens uitschakelen, andere spelers dragen en zaken uitwisselen. Het spelverloop kan niet buiten onderling overleg over de uit te voeren acties.

Een persoonlijk nadeel bij de eerste uitgave: stickers (bah, bah, bah). Zelfs stickers op pionnen plakken is en blijft voor mij een onplezierige bezigheid. Dit is gelukkig opgelost bij de heruitgave. Er is in de heruitgave nog een aantal aanpassingen doorgevoerd en dan met name in de spelregels. Deze aanpassingen zorgen voor een duidelijkere regeluitleg en door enkele veranderingen van de spelregels is er een betere speelbalans.

Deze eerste aflevering verveelt ook na meerdere keren spelen niet, omdat elke herhaling anders is ten opzichte van de eerdere keren. En wie meer wil: er zijn nieuwe afleveringen uitgebracht. Toe nu toe: Episode 2: Adrift, Episode III: Lockdown en Dangerous Planet. Meer dan genoeg kijkplezier speelplezier.

thegamecrafter.com/games/the-captain-is-dead

Deze recensie, door Jan Johannes Scholte, is eerder verschenen in HSF (2019/3).

18 Verloren Zielen

18-verloren-zielen.jpg

18 Verloren Zielen (DIV)
Godijn Publishing, Hoorn (2019)
281 pagina’s; prijs 16,99
Omslag: Jen Minkman/Stef van Maelsacke

De eerste recensie van 2020! Hopelijk volgen er nog velen. In principe ga ik proberen het aantal van drieënzestig recensies in 2019 te verbeteren, maar dat zal niet meevallen. Drieënzestig is grofweg gemiddeld één boek in de zes dagen. Soms is dat gemakkelijk te doen, omdat het zo lekker wegleest, maar soms stribbelt een boek tegen, of heeft heel erg veel pagina’s en/of kleine lettertjes en dan gaat het allemaal wat langer duren. Anthologieën zoals ’18 Verloren Zielen’ vind ik prettig. Meestal doe ik zo’n bundel samen met een roman en dan lees ik één verhaal op een avond en ga daarna weer door met de roman. Het maakt het lekker afwisselend. Meer dan één verhaal op een avond doe ik niet, want dan ga je ze maar door elkaar halen en dan doe je de verhalen geen eer aan. Want dat is nodig: De verhalen eer aandoen. Waar Godijn al deze vrij nieuwe tot ultra nieuwe schrijvers vandaan haalt, is me telkens weer een raadsel. Verschillende auteurs kende ik van naam, of van bijdragen aan eerdere verzamelbundels (zoals bijvoorbeeld ‘Achterblijvers’), maar van de meesten had ik (alweer) nog nooit gehoord, laat staan wat van gelezen. Nu moet ik wel zeggen dat zes verhalen in ’18 Verloren Zielen’ niet fantastisch waren. Dit in de zin dat ze geen bovennatuurlijke inslag hadden natuurlijk. Fantastisch om te lezen waren ze meestal wel met zelfs een dikke pluim voor het laatste verhaal: ‘De ongerechtigheid van de vaderen’ van Annette Rijsdam, dat ik hartverscheurend mooi vond. Maar eigenlijk mogen alle verhalen in deze verzamelbundel het predicaat ‘Goed’ dragen. Er is er geen die er echt aan de onderkant uitsteekt. Aan de bovenkant steken er wel een paar uit die ik met een gerust hart ‘juweeltjes’ durf te noemen. Ik zal er in willekeurige volgorde een paar noemen. Esmeralda van Belle (mooie naam trouwens) schiep met ‘De legende van Grimau’ een hele mooie Fantasy. Ofschoon ik niet zozeer een Fantasy fan ben, moet ik de Ordo Entia reeks misschien binnenkort toch maar eens ter hand nemen. Jeroen Kraakman bracht met ‘Maan’ een duistere horror, die van het kijken naar de maan een niet een heel erg onschuldige bezigheid maakt. Ook Silvia van Gimst kon me met ‘Achterblijvers’ behoorlijk bekoren. Bjorn ter Horst wist met ‘De aanslag’ een nieuw idee te brengen voor een terroristische aanslag. Laten we hopen dat dit nooit gebeurd. ‘Holle weg’ van Sam Jacobs vond ik behoorlijk eng en… dus leuk. Je gaat toch anders nadenken over de hond uitlaten. Het verhaal ‘De mazenspeler’ van Jan Sebrechts is een fascinerend SF verhaal dat in de volgende versie van Edge Zero niet zou misstaan. Dan last but not least: Johan Klein Haneveld die me verraste met een regelrechte horror. Die man is van alle markten thuis, mag je onderhand wel zeggen. Ik weet dat hij met een horrorroman bezig is, maar wist niet dat hij zich op dat gebied zo thuis voelde. Nouja… waarom zou hij zich daar niet thuis voelen? Hij voelt zich volgend mij in elk genre thuis. Van degenen die ik eerder niet noemde wil, zoals ik al eerder zei, ik niet zeggen dat de verhalen slecht waren… integendeel! Maar degenen die ik wel noemde staken wat mij betreft toch behoorlijk boven het maaiveld uit.

Kortom… ik heb me weer prima vermaakt met ’18 Verloren Zielen’. Wat mij betreft mag Godijn zo doorgaan op het ingeslagen pad. Volgens mij zijn ze al weer met de volgende Fantasy/SF schrijfwedstrijd ‘Zonderlingen’ bezig. De longlist is al bekend en er zitten interessante namen tussen al ken ik (ook alweer) de meeste weer niet. De uitslag staat voor maart gepland. Ook is er een schrijfwedstrijd ‘De dansende olifanten op het ijs’ waarbij er waarschijnlijk ook wel fantastisch verhalen tevoorschijn zullen komen. De uitslag hiervan is al eind januari. Voor ‘Zonderlingen’ houd ik me bij voorbaat al aanbevolen!

Jos Lexmond

De Verdwenen Zeekrijgers – Catherine Doyle

Stormwachter-2_De-verdwenen-zeekrijgers_cover-512x801.jpg

De Verdwenen Zeekrijgers – Catherine Doyle (JFA)
Stormwachter 2
Uitgeverij Fantoom (2019)
296 pagina’s; prijs 17,99
Oorspr.: The Lost Tide Warriors (Bloomsbury Publishing Plc., Londen – 2019)
Vertaling: Maria Postema
Omslag: Manuel Šumberac

Het moet nu maar eens zachtjesaan gaan gebeuren, vind ik. In gedachten zie ik een aantal wenkbrauwen van de lezers dezes vragend omhoog krullen. Nou… mijn tweede jeugd, die mag onderhand wel eens beginnen. Een aantal mensen zeggen dat er geen tweede jeugd is en dat je het met de eerste gewoon moet doen en als die voorbij is… dan is ie voorbij. Nou… daar ben ik het niet echt mee eens. Zoals ik al eerder memoreerde in de recensie van het eerste deel van de Stormwachter: De Kaarsenmaker van Arranmore, voel ik me in mijn geest nog steeds jong genoeg (ondanks dat ik oud genoeg ben om een opa voor mijn kleinkinderen te zijn) om van jeugdboeken te kunnen genieten. En zeker boeken als deze. Het is geweldig om te zien hoeveel goede kinderboeken er weer in 2019 verschenen zijn en waarvan ik er al een aardig aantal heb mogen lezen. Het is onvoorstelbaar dat kinderen van tegenwoordig boeken lezen saai vinden en liever op die stomme telefoons zitten te pielen. Het is niet voor niets dat de leesvaardigheid van de jeugd ver onder de maat blijft en dat we in Nederland zelfs het laagst scoren van zevenenzeventig landen. Van een kwart van de vijftienjarigen is de leesvaardigheid zo slecht dat ze niet als mondige burgers kunnen functioneren. Schrijnend en verbazingwekkend. Ik weet zeker als ik zelf deze leeftijd zou hebben, dat ik weer voor boeken zou kiezen. Laatst las ik een opmerking van Guido Eekhaut dat men boeken lezen maar moest gaan verbieden, dan zouden mensen wel weer aan het lezen slaan. Want alles wat verboden is… dat wordt weer aantrekkelijk. Prima opgemerkt!Nienke de Jong verwoordde het als volgt in haar Column in het AD: “Lezen is geen gore soep achterover klokken omdat je vijf minuten pauze hebt. Lezen is een vorstelijk vijf gangendiner waarbij je steeds andere smaken proeft. Ik gun iedereen de levensvreugde die ik uit lezen haal. Hoe het mijn leven verbetert en verrijkt”. En zo is het maar net!

Zo… even wat frustratie gespuid. Lekker. Maar goed… weer over tot de orde van de dag. ‘De Verdwenen Zeekrijgers’ dus. Fionn Boyle werd Stormwachter van Arranmore in het eerste boek van deze reeks. Het is net een half jaar na de gebeurtenissen, als Arranmore overspoeld wordt door duizenden angstaanjagende Zielsluipers. Fionn staat machteloos tegenover dit leger. Hij is de magie van de Stormwachter kwijt en nu het geheugen van zijn opa, de vorige Stormwachter, steeds slechter wordt, staat hij er samen, met zijn vrienden Sam en Shelby, verder alleen voor. De eilanders vertrouwen er niet meer op dat Fionn erin slaagt om de legers van Dagda, de Merrows, op te roepen. Het is een heel gedoe om Golvenlokker op te sporen in handen te krijgen en in handen te houden. Maar Fionn kan niet eens op de Golvenlokker blazen om zo de Merrows op te roepen. Hij is niet uitverkoren, maar wie is dat dan wel? Intussen komen er steeds meer Zielsluipers op Arranmore en de eilandbewoners maken zich op om zich staande te houden tegen de invasie van de monsters.

Spannend tot de laatste pagina en ook, op een gegeven moment, zeer ontroerend. Al zal ik niet zeggen wat er dan zo ontroerend was. Dat moeten jullie zelf maar lezen. Ik heb er in ieder geval van genoten. Als ik het goed geïnterpreteerd heb, dan zal Stormwachter totaal uit vier delen gaan bestaan, we zijn dus op de helft. Het derde deel, ‘The Lightning Tree’, wordt in het Engelse taalgebied in juli 2020 verwacht. Het is dus maar weer geduld hebben.

Jos Lexmond