Contrapunt van antieke spiegelbeelden – Jaap Boekestein & Tais Teng

Teng.png

Contrapunt van antieke spiegelbeelden – Jaap Boekestein & Tais Teng (SF)
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep (2021) Snuffel-reeks, deel 8
65 pagina’s; prijs 8,95
Omslag: Tais Teng/Ingrid Heit

Normaal gesproken maak ik de volgorde van de auteurs gelijk aan dat wat er op de titelpagina vermeldt staat. In dit geval echter een keertje niet en gebruik ik de volgorde zoals die op de omslag vermeldt staat. De reden hiervoor dat oorspronkelijk Sergio Wilhelm Wang-von Luhfthoven en Yulene Korlander, hoofdrolspelers in dit verhaal, feitelijk hoofdrolspelers van Jaap van Boekestein zijn. Ze deden voor het eerst (voor zover ik weet) hun intrede in het verhaal ‘Regatta van Duizend Glinsterende Kathedralen’ welke de vierde plaats behaalde bij de Harland Awards 2020. Het werd ook geplaatst in de Edge Zero uitgave van 2020. Dus… vandaar!

Dat Jaap Boekestein zijn Vanciaanse galactische speurder én, niet te vergeten, schelm, deelt met Tais Teng, wil uiteraard wel wat zeggen over de goede relatie tussen de twee. Mooi om te zien en mee te maken, én dat belooft uiteraard nog meer moois voor de toekomst! Er was al sprake van een nieuwe bundel met grotendeels uit het Engels vertaalde en niet eerder gepubliceerde verhalen van beide heren. Kanniet wachten!!!

Maar goed… laten we niet op de zaken vooruitlopen, al is dat wel SF eigen natuurlijk. Maar toch… alles op zijn eigen tijd. En nu is het tijd geworden om aandacht te besteden aan ‘Contrapunt van antieke spiegelbeelden’. Het geheel is meer dan de som der delen zegt men wel eens, maar in dit geval is dat zeker meer dan waar. Als je Jaap Boekestein en Tais Teng beide als fantastische (in beide betekenissen) schrijvers beschouwd, dan is de som van hen meer dan fantastisch te noemen. Beide schrijvers vullen elkaar aan en dagen elkaar uit in het bereiken van grote hoogten inzake originaliteit en prachtige vondsten, Daar doen wij absoluut ons voordeel mee. Om eens een voorbeeld te noemen. Lees mee op pagina 16: “Sergio liet de massieve koperen deurklopper neerkomen. Het had de vorm van een mannelijk humanoïde geslachtsdeel, met twee guitige vedervleugetjes aan weerzijden”. Leuk of niet? Nou… ik vind het schitterend. Of Jaap of Tais daarvoor verantwoordelijk is… ik weet het niet. Het kan me niet schelen ook. Nog eentje doen? Voor de lol? Ach weet je wat… ik doe het toch niet. Moet je allemaal maar zelf lezen en genieten. In de context is het allemaal nog veel leuker, dan dat ik er stukjes uit voorlees. Dus vooral doen!!!

Het is in ieder geval het verhaal van Sergio Wilhelm Wang-von Luhfthoven, die ontwaakt in een kweekkuip van een wrak van een ruimteschip in een verre sterrenzwerm. Een kunstmatige intelligentie, Banaclas genaamd, verwelkomd hem. Sergio weet niets, maar ook de kunstmatige intelligentie weet niet heel erg veel meer. Maar op de vraag waarom Banaclas hem gewekt heeft, antwoord deze dat de komeet waarin het wrak verborgen is, binnen dertig uur in de zon zal vallen.

Het is begin van een weergaloos en megalomaan verhaal dat miljoenen jaren beslaat en de oneindige ruimte als toneel. Zoals al eerder vermeld… vol met originele vondsten en wat mijzelve betreft wil ik nog heel veel meer zien van Sergio Wilhelm Wang-von Luhfthoven en Yulene Korlander. Buiten dit alles… is het ook nog een prachtige uitgave in de Snuffelreeks van Stichting Fantastische Vertellingen. Gebonden én met leeslint. Wie wil dat nou niet?

Jos Lexmond

Billy Summers – Stephen King

Billy-Summers.jpg

Billy Summers – Stephen King (SP)
Oorspr.: Billy Summers (Scribner Book Company, New York City, New York) – 2021)
Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam (2021)
509 pagina’s, € 24,99
Vertaling: Annemarie Lodewijk
Omslag: Will Staehle/Unusual Corporation & DPS Design & Prepress Studio, Amsterdam

‘Billy Summers’ werd me ongevraagd toegezonden. Dat gebeurt niet al te vaak meer, want bij gelegenheden waar dat gebeurde, meldde ik steevast aan de uitgeverijen, dat het boek mij ongevraagd was toegestuurd en ik geen ruimte had om het te recenseren. Buiten die reden was er meestal nog een andere en dat was dat ik helemaal geen zin had om dat specifieke boek te lezen, want anders had ik het wel aangevraagd. Ik heb het vast vaker verteld… ik heb een chronische achterstand in het lezen van recensieboeken, want mijn ogen en wensen zijn altijd groter dan de fysieke leessnelheid, die toch vrij hoog ligt. Dus moet ik me helaas, en tot mijn regelmatige verdriet, noodgedwongen beperken tot ik wel aankan. Kon ik maar tijd creëren, of niet meer slapen, of niet meer… wel, vul het maar in. Maar in dat alles is amper of niet te voldoen, dus moet ik het maar doen met wat ik heb en er niet verder over zeuren.

Hoe dan ook… het kwam erop neer dat ik geen tijd had voor ‘Billy Summers’, maar ik maak voor Stephen King toch graag een uitzondering. Vooral ook omdat ik eerder ergens gelezen dat ‘Billy Summers’ Fantastiek was, maar ergens anders toch ook weer dat ‘Billy Summers’ mainstream was. Ik kon van de nood een deugd maken en twee vliegen in een klap slaan. Ik zou een honderd pagina’s lezen en dan zou ik weten of het Fantastiek was en meteen weten of het ik zou recenseren of niet. Voordat ik honderd pagina’s gelezen had, kon ik het al niet meer uit handen leggen. Ik wist nog steeds niet of het Fantastiek was of niet, maar ik was verkocht en verslingerd aan ‘Billy Summers’. Prachtig verhaal, wat prachtig verteld wordt. Dat kan je natuurlijk wel aan Stephen King overlaten, maar toch. Uiteindelijk vind ik ‘Billy Summers’ eigenlijk geen Fantastiek, echter… vond ik een klein stukje alwaar Billy Summers zijn memoires schrijft in een afgelegen hut in de bergen, waar het volgens de omgeving zou spoken, al waar hij tegen een schilderijtje aankijkt wat hem niet bevalt en dat hem afleidt. Hij haalt het van de muur en zet het achterstevoren op de grond tegen de muur. Als hij het huisje verlaat, brengt hij alles weer in de oude staat, zoals hij het aantrof. Hij hangt het schilderijtje weer op, maar de afbeelding is veranderd. Dat is het enige en het speelt zich af tussen pagina 355 en pagina 364. ISFDB is het met me eens. De opmerking aldaar luidt: 1 minor SFF reference. En dat is natuurlijk dát stukje. Ik vind het eigenlijk te weinig om de aanduiding ‘Spookverhaal’ aan dit verhaal te hangen, maar ga het toch opnemen in FANDATA. Bent u het niet met me eens… laat het me weten, okay?

Wel het fantastische verhaal an sich… Billy Summers is een huurmoordenaar. Hij is de beste die er is, maar hij is er een die zich aan een strakke restrictie houdt. Hij vermoordt alleen maar slechte mensen. Billy heeft er genoeg van en wil een laatste, meer dan goedbetaalde, opdracht doen voordat hij er mee stopt. Daar hij een van de beste sluipschutters ter wereld is, lukt deze en hij verschuilt zich in een safe-house om te wachten dat de meeste commotie voorbij is om zich daarna in de anonimiteit te hullen en met pensioen te gaan. Voor de deur van zijn safe-house, wordt een meisje uit een auto gegooid. Ze is verkracht. Billy Summers neemt haar onder zijn hoede en langzaam maar zeker geneest ze van haar fysieke en psychische wonden. Billy neemt wraak op haar verkrachters en samen gaan ze achter Billy’s miljoenen aan, dat maar niet overgemaakt wordt. Prachtig en integer verteld. In een roadmovie-achtig verhaal, bloeit een (platonische) liefde op en groeien Billy en zijn protegé steeds verder naar elkaar toe. Het einde is onverwacht en komt als een schok wil ik wel verklappen. Stephen King… ik ben een fan. Ongevraagde recensie-exemplaren waar zijn naam op staat… altijd welkom. Ik maak tijd!!!

Jos Lexmond

Welkom, mijn Prooi en andere verhalen van de Cirkelzee – Tais Teng

Welkom-mijn-Prooi.jpg

Welkom, mijn Prooi en andere verhalen van de Cirkelzee – Tais Teng (FA)
Uitgeverij Macc, Rijen (2021)
273 pagina’s; prijs 18,95
Omslag: Tais Teng

Eigenlijk heeft Tais Teng geen enkele recensie nodig. Je kunt met een gerust hart al zijn werk gewoon aanschaffen, want alles wat hij schrijft, afbeeld of beitelt is RETEGOED. Jawel, met hoofdletters. Voor diegenen die RETEGOED niet netjes, of zelfs onbetamelijk, vinden… lees dan maar BEREGOED! Tais Teng is onze eigen nationale onbetwiste ideeënmeester.

Ondanks dat was het niet eenvoudig ‘Welkom, mijn Prooi’ samen te lezen met een andere roman. De bundel liet het niet toe! Normaal gesproken, als ik een verhalenbundel of anthologie te recenseren heb, lees ik één verhaal op een avond en ga dan daarna weer door met de roman die ik op dat moment onderhanden heb. Normaal gesproken… geen enkel probleem, maar nu dus niet. Niet samen met ‘Het einde van de dood’ van Cixin Liu en niet samen met ‘Sterrenzicht’ van Brandon Sanderson. Waarom niet? Al sla je me dood!!! Afijn… daar had ik dus wel een probleem. Ik wil ook niet meer dan één verhaal per avond, want dan heb ik het idee dat ik de bundel afraffel. Ik denk ook niet dat ik er meer dan een van Tais Teng aan kan, want het taalgebruik, de overvloed van ideeën en vondsten zijn soms overweldigend en daarom wil ik graag dat ik het verhaal voor verhaal consumeer en verwerk, want dat zijn ze stuk voor stuk waard. Maar goed… uiteindelijk toch een roman gevonden waarmee het samenlezen wel ging. ‘Billy Summers’ van Stephen King, waarmee ‘Welkom, mijn Prooi’ wel accordeerde. Misschien wel logisch. Het behoeft een grootmeester om een grootmeester te herkennen. Hoe dan ook… vanaf nu ging het lezen van beide boeken als een speer. En dan ga ik nu eindelijk door met de eigenlijke recensie, ofschoon die eigenlijk niet nodig is. RETEGOED! (Weet u het nog?)

Tais Teng creëert universa alsof hij God zelve is. Daar… het moest maar eens gezegd worden. Namen heeft hij slechts twee (voor zover wij weten), waarvan er een (waarmee hij zijn werelden schept) kort en krachtig is. De andere is net lang en poëtisch als de meeste titels van zijn verhalen zijn. Met ‘Welkom, mijn Prooi’ heeft hij een aantal verhalen gesitueerd rond een fictieve Cirkelzee in het Midden-Oosten. Volgens eigen zeggen in het voorwoord is hij gek op alternatieve werelden. De Cirkelzee alhier op onze eigen aarde (maar dan anders), is ontstaan door een houw met het vlammende zwaard van de Aartsengel Michael door koning Salomo. De daardoor ontstane Cirkelzee beslaat half Arabië. De verhalen in deze bundel zijn overgoten met een 1001 nacht sausje en zijn vol tover en doortrokken van magie. Hieronder doe ik een poging om iets zinnigs, dan wel onzinnigs per verhaal op te merken. U kunt het ook overslaan en… indien uw oog u ergert, trekt het uit, en werpt het van u!

De bundel opent met:
-Michaels Vlammende zwaard en de wijde Cirkelzee
Inleiding en half verhaal over het ontstaan van de Cirkelzee. Verhaal of niet, probeer ik dan als bibliograaf te bedenken. Acht wat dondert het ook. Vol gas dus door naar…
-Zielenzijde
Verhaal over ware liefde en Ghûls, Zielenzijde en koperen munten als wapens en love lost. Zoete wraak… er is geen betere.
-Alle landen van de Cirkelzee
Het verhaal van Nasira. Een Djinn verandert haar op haar wens in een man, maar voor haar familie is ze nog steeds een meisje, maar voor ieder ander heeft ze nu het knappe gezicht van de djinn. Met haar sloep met de getemde windgeest begint ze aan zeven reizen in het gewisse en ongewisse. Een schelmenverhaal met vrouwelijke trekjes. Heel erg leuk!!!
-De zegelsnaaiers van Jorsaleem
Mensen zijn wandelend water. Briljante conclusie. Ben er jaloers op, simpel maar effectief. Het verhaal is een overvloed van prachtige taal geweven van bombast. Met mate genieten. Maar genieten… dat wel!!!
-Een ketting van ghûlklauwen
‘Ik weet hoe beroerd een kano vaart met een derde peddel’, een waar citaat. Een verhaal van aantrekking en afstoting, of een lief waar je tevreden mee bent.
-Vrijduiken naar leviathandril
Bewonderd worden door je wapen is het hoogste goed en een doel waarvan je niet wist dat het een doel was.
-Het verhaal van de sluipmoordenaar
Oorzaak en gevolg. Een cursus Slecht zijn. Inderdaad met een hoofdletter. Slinks grinniken gegarandeerd. Waarbij het ‘beest met de acht poten’ spelen, precies is wat het is en aldus des mensen grootste geneugte.
-Wandelen in de maanschaduw
Tweemaal kapitein Sem. Eenmaal een meisje, eenmaal een jongen, maar allebei de piraat Sem. Waar is zij, denkt hij!!!
-Het smeden van demonenzwaarden, een handleiding
Vriendinnen voor het leven. Eén scherp als een zwaard, de ander een smid. Een onvermoede combinatie, maar wel uit liefde gesmeed.
-De eierschaalhouwer en de Rukh
Een Khan en een arme eierschilhouwer in een gezamenlijke queeste. De Khan op zoek naar het eeuwige leven, de eierschaalhouwer naar rijkdom. Wie van hen zal het beoogde doel bereiken. Een verhaal dat Cugel niet zou misstaan.
-Schelpenwoorden, zeewiertaal
De zee, eindeloos rollend, stuurt boodschappen leesbaar voor een schelpenschouwer. Kom er maar eens op! Maar de Zee, oh… de Zee.
-Ver voorbij de brug des oordeels
Een stedenbezweerder is een van de figuren die dit verhaal bewonen. Een verhaal over grafrovers en engelen. Aardsengel, welteverstaan.
-En boetseer Irems koperen muren eens te meer uit het geduldige zand
Onvermoede ontwikkelingen waarvan je mannelijkheid zou verschrompelen. Droomwerelden. Hoe wreed kunnen gebeurtenissen voor je uitpakken. Vervloekt diegene die je kent en (nog) niet kent.
-Welkom, mijn prooi
Als een condoom van varkensblaas niet zo lekproef is als geadverteerd. Je werd verkwanseld, waar je bij stond. Blij met je dochter?
-Leugens geschreven in profetenbloed
Mocht het eens zo zijn dat alle wereldreligies samengaan als één… men neme de bijverschijnselen op de koop toe.

Prachtige bundels met schitterende verhalen, welke nog wel een paar maal genoten kunnen worden waarbij je telkens nieuwe dingen ontdekt. Een aanrader eerste klas, welke traag en in een gemoedelijke sfeer genoten dient te worden. Je zou eens iets missen. Verschrikkelijk!!! Ook nog complimenten en een veer op de hoed voor Uitgeverij Macc. Zulke bundels maken ze tegenwoordig niet meer. Macc, dus Theo Barkel wel!!!

Jos Lexmond

Sterrenzicht – Brandon Sanderson (YSF)

Sterrenzicht.jpg

Sterrenzicht – Brandon Sanderson (YSF)
Skyward, deel 2
Iceberg Books, Amsterdam (2021)
Oorspr.: Starsight (Delacorte Press, New York City, New York (2019))
410 pagina’s, € 24,99
Vertaling: Jeanette Kortenoeven & Erik Schreuder
Omslag: Charlie Bowater/Michael van Zijl
Kaarten en illustraties: Isaac Stewart & Ben McSweenney/Dragonsteel Entertainment LLC

Aangezien het eerste deel me meer dan beviel, begon ik monter in ‘Sterrenzicht’. Ik viel meteen in een hoop actie en voelde me het verhaal ingezogen worden. Ik moet zeggen dat er slechtere manieren zijn om een verhaal te beginnen.

Iceberg Books bestaat dus nog steeds. Dat vind ik geweldig, maar eerlijk sta ik daar toch van te kijken. “Tot nu toe valt het me niet mee hoe groot deze groep lezers blijkt te zijn, ik had er meer van verwacht”, verzucht Erik Schreuder (oprichter van Iceberg Books) op Facebook op 22 oktober. “Hoeveel SF lezers zijn er eigenlijk nog in Nederland en Vlaanderen?!” Zoals ik al memoreerde in de recensie van ‘Sterrenvlucht’ (het eerste deel van Skyward), dat de SF-community, om het maar eens in goed Nederlands te zeggen, nou niet zo heel erg groot is in het Nederlandse taalgebied en dat het dus voor een uitgeverij niet erg evident is je de dan te specialiseren in vertaalde SF. Nu staat de ‘Ontdekking van de Mens’ trilogie van de Nederlander Frank van Dongen ook op stapel, dus het is niet helemaal alleen een uitgeverij voor vertaalde SF. Maar Iceberg Books is wel een uitgeverij van alleen Fantastiek, zo zal ik het veiligheidshalve maar even noemen, en dat is en blijft een beetje eenzijdig. Begrijp me niet verkeerd! Ik ben een groot voorstander van Iceberg Books en haar concept en ik hoop van ganser harte dat het slaagt en tot in lengte van jaren prachtige boeken en verhalen uit zal geven, maar toch leeft er ook een gerede angst in mij. Uiteraard kunnen we met z’n allen, wij SF lezers en genieters, daar behoorlijk aan bijdragen en Iceberg Books steunen door haar uitgaven aan te schaffen en lezen.

Spensa heeft haar hele leven gedroomd om piloot te worden en te bewijzen dat ze een dochter van haar vader is. Op Detritus wonen de laatste afstammelingen van de mens en de Krell, een buitenaards ras, is er alles aan gelegen, deze laatste mensen uit te roeien. Toch houden de mensen het vol tegenover de machtige Krell. Op een inactief een eeuwenoud station dat om Detritus cirkelt, wordt in de laatste bestanden die werden opgeslagen en nu met succes vertaald zijn, een opname gevonden waarin duidelijk wordt dat er vanuit de verre galactische ruimte een delver onderweg is naar de Detritus. De delvers, ook wel de ogen genoemd, zijn oude, extra-dimensionale wezens die in het intergalactische niets leven. Ze kunnen af en toe in de fysieke ruimte verschijnen, waar ze een grote bedreiging vormen voor alle levende wezens. De aankomst van de delver houdt vrijwel zeker in dat Detritus vernietigd gaat worden. Een cytonische alien, genaamd Alanik stort neer op Detritus en implanteert cytonisch haar bestemming in Spensa’s geest. Spensa komt erachter dat Alanik vanuit haar eigen wereld op weg was naar een Superiority-ruimtestation genaamd Starsight om als gevechtspiloot te getrained te worden. Met behulp van de holografische technologie van M-Bot vermomt Spensa zichzelf als Alanik en teleporteert ze zichzelf, M-Bot en Doemslak naar Starsight met behulp van de coördinaten van Alanik. Spensa doet zich voor als Alanik om het pilootprogramma te infiltreren en een hyperdrive te stelen. Uiteraard staat dit gegeven garant voor spetterende actie en een spannend verhaal. Absoluut niet alleen voor Young Adults. Het hangt heel erg dicht tegen ´volwassen´ verhalen aan en ik heb me er dan ook prima mee vermaakt.

Het derde deel van de Skyward reeks gaat ´Cytonic´ heten en Iceberg Books heeft al een aankondiging of facebook gedaan dat deze vertaalde uitgave gepland staat voor begin 2022. Het vierde, en vrijwel zeker, laatste deel, heeft de voorlopig titel ´Defiant´ en staat in het Engelse taalgebied aangekondigd voor 2023. Dus dat duurt nog even. Jammer, maar niets aan te doen. Niets alles, zoals Iceberg Books al een paar keer eerder deed, kan in een keer aangeboden worden. Dat snappen we, maar kunnen toch maar moeilijk zo lang wachten. Maar er zit weinig anders op. Als Brandon nog niet klaar is met schrijven… kan het ook niet vertaald worden. Afwachten dus.

Jos Lexmond

Stelsel onbekend – Jasper T. Scott

Stelsel-onbekend.jpg

Stelsel onbekend – Jasper T. Scott (SF)
Scott Standalones 2
Iceberg Books, Amsterdam (2021)
Oorspr.: Into the Unknown (Anthem Press, New York (2019))
315 pagina’s, € 19,99
Vertaling: Sabrina Nasr, Paul Impens, Alexander Olbrechts en Erik Schreuder
Omslag: Michael van Zijl

Het is een onverdeeld genoegen eindelijk weer eens een uitgeverij te hebben die gespecialiseerd is in vertaalde SF. En… dat niet alleen. Aangekondigd is ook een trilogie, ‘De ontdekking van de mens’, van de Nederlander Frank van Dongen, welke ons in november zal gaan intrigeren. Dat is een ding dat welhaast zeker is. Maar laten we hier en nu nog niet op de zaken vooruitlopen (dat doen we straks een stukje verder nog wel). Wat er tot nu toe verschenen is bij Iceberg Books is al heel erg leuk te noemen met, wat voor mij het hoogtepunt was: ‘De lange winter’ trilogie van A.G. Riddle. Maar het eerste deel van de ‘Skyward’ (het tweede deel heb ik inmiddels ook binnen en daar ga ik heel binnenkort aan beginnen) van Brandon Sanderson, was ook meer dan prettig leesbaar.

Het mooie van Iceberg Books is, dat er een aantal nieuwe auteurs gepresenteerd worden, waarvan we anders waarschijnlijk helemaal niets te lezen zouden krijgen. Of dat auteurs zijn, die jij en ik zouden kiezen, als we de keuze hadden, daar kan je natuurlijk over discussiëren. Waarschijnlijk niet, maar zoveel mensen, zoveel keuzes en elke keuze is de juiste voor wel iemand. Ik krijg er in ieder geval wel weer een jaren zeventig en tachtig gevoel bij. Toen werden er ook aan de haverklap nieuwe buitenlandse auteurs geïntroduceerd. Sommige goed en blijvers en sommigen abominabel en soms ook blijvers. De kwaliteit daarvan lag natuurlijk ook aan met wat voor uitgeverij je te doen had.

Deze keuze van Iceberg Books: Jasper T. Scott, van hem had ik in ieder geval nog nooit gehoord. Op de omslag stond: “Miljoenen bestsellerauteur”. Ik heb normaal gesproken mijn bedenkingen bij dit soort kreten, maar als je eens wat over het net surft, dan zou die kreet best een juist kunnen zijn. Jasper T. Scott is een van oorsprong Canadese auteur, die inmiddels al heel wat verhalen (lees: boeken) op zijn naam heeft staan. Snel geteld op Fantastic Fiction, zijn dat er al vierendertig. Voorwaar geen misselijk aantal en daarom geloof ik dat: “Miljoenen bestsellerauteur” wel.

Het wordt tijd om ons eens bezig te houden met het boek zelve. Ik heb er geen idee van of tegenwoordig de term: “Space Opera’ nog steeds gebezigd wordt, jij wel? Maar of dan nu zo is of niet, ik zou ‘Stelsel onbekend’ als zodanig classificeren, denk ik. Gigantische ruimteschepen, wormholes, melkwegstelsels, zonder tijd te verliezen, bereikbaar via die wormholes, menselijke robots, foute half-doorzichtige en moordzuchtige aliens en actie, heel erg veel actie. Als de dat allemaal bij elkaar telt, dan heb je wat mij betreft een wel heel erg duidelijke Space Opera en als het dan goede Space Opera is, dan is het wat mij betreft helemaal leuk. Niet dat het mijn meest geliefde onderdeel van de Science Fiction literatuur is, maar als tussendoortje is zulks niet te versmaden.

In ‘Stelsel onbekend’ scoort advocaat Liam Price een last minute deal voor een, meer dan, luxe suite aan boord van de Starlit Dream, een gigantisch ruimte cruiseschip, als cadeau voor de veertigste verjaardag voor zijn vrouw. Hij kan zijn geluk niet op en gaat met zijn vrouw, zevenjarige dochter Payton en puberzoon Nikolai met een shuttle naar een lanceertoren via een ruimtelift aan boord van het schip dat hoog boven de dampkring een baan om de aarde draait. Het cruiseschip zal de exotische wereld Aquaria in het Kepler-22 systeem aandoen. Maar als ze nog maar net vertrokken zijn, blijkt dat ze niet bij de goede uitgang van de springpoort van het wormgat terecht gekomen zijn. Ze zijn in een ander melkwegstelsel opgedoken, maar daar is ook een springpoort, dus er moet er al eerder een schip van de Unie geweest zijn. Als dan half doorzichtige een moordzuchtige aliens aan boord verschijnen tuimelen bemanning en passagiers van het cruiseschip over elkaar heen om te ontsnappen. Kan Liam het met zijn gezin overleven en komen ze ooit nog thuis. Wat volgt is een gigantische rollercoaster van avonturen, wat soms haast niet bij te houden is van de actie.

Kortom weer een geslaagde uitgave van Iceberg Books. Met wat er in de toekomst nog op stapel staat zoals de eerdergenoemde trilogie van de Frans van Dongen, het Bobiverse kwartet van Dennis E. Taylor, nog een standalone van Jasper T. Scott, alsmede nog twee delen in de ‘Skyward’ reeks, kunnen we voorlopig prima vooruit!

Jos Lexmond

Ganymedes-21

Ganymedes-21.jpg

Ganymedes-21
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep (2021)
Rare Boekjes-reeks 58
378 pagina’s; prijs 9,95
Samenstelling: Remco Meisner & Paul van Leeuwenkamp
Omslag: Ingrid Heit/Vincent van der Linden (Emigration of a Tortoise)
Verkrijgbaar op: https://shop.pr1ma.nl/ganymedes-21.html

Tot de fijnste jaarlijks terugkerende activiteiten in de boekenwereld, horen (wat mij betreft) natuurlijk het verschijnen van een viertal verhalenbundels. In willekeurige volgorde noem ik dan Edge Zero, wat een keuze is van de beste fantastische verhalen van het afgelopen jaar, de bundel met de beste verhalen van de Godijn verhalenwedstrijd, alsmede Verhalen Vertellers van Uitgeverij MACC. De laatste is geen wedstrijd, maar gewoon een mooie anthologie. Maar het fijnst van de vier moet ik bekennen, vind ik wel de jaarlijkse Ganymedes bundel. Volgens eigen zeggen: Een evenwichtige staalkaart van de Nederlandse fantastische literatuur. Een aantal definities van staalkaart zijn onder andere: Aantal monsters, Bonte verzameling, Bonte mengeling of Veelzijdige verzameling. Moet ik nog meer zeggen?

Dit is alweer de 21ste editie van Ganymedes. Begonnen in 1976 als Bruna SF-Jaarboek en verzameld door Vincent van der Linden, die daarna nog negen delen samenstelde voor Bruna en daarna nog een, welke bij Diram (België) verscheen. Daarna was de beurt aan Stichting Fantastische Vertellingen die het stokje overnam en het nu toch alweer tien jaar stevig in de knuisten houdt. Ze zijn zeker en vast niet van plan het ook maar een moment uit handen te geven. Sterker nog! Volgend jaar bij het verschijnen van Ganymedes-22, gaat men er een goed feest van te maken. Dan is de Ganymedes stand Vincent van der Linden/Remco Meisner & Paul van Leeuwenkamp: 11-11 en dan begint de hegemonie van Remco en Paul in deze, want ik, en jij natuurlijk met mij, mag er vrijwel zeker van zijn dat beide heren de toorts frank en vrij verder dragen tot het einde der tijden. Overigens is deze gelijke stand niet geheel en al terecht. Als je het aantal pagina´s van alle Ganymedi (Ganymedessen?) opgeteld bekijkt, dan is de stand Vincent van der Linden/Remco Meisner & Paul van Leeuwenkamp nu al: 2911-3281 en dan hebben we Ganymedes-22 er nog niet eens bijgeteld. Maar goed, hoe dan ook… de gelijke stand in bundels gaat groots gevierd worden tijdens Fantasticon-III, dat op zaterdag 17 september 2022 tussen 10:00 en 17:00 uur gehouden wordt. Ook op diezelfde zaterdag, wordt niet alleen Ganymedes-22 ten doop gehouden worden, zijn vele andere activiteiten gepland, maar onder andere zal ook de een nieuwe Bemoste Beeld-prijs worden uitgereikt. Veel voormalige winnaars van de prijs, zullen daarbij aanwezig zijn. Ga dat zien, GA DAT ZIEN!!!
Nog even dit… mocht je dan ook nog interesse hebben in een impressie van de Terdoopbestelling van Ganymedes-21 die op zaterdag 28 augustus 2021 plaatsvond? Kijk dan even hiernaar: https://www.youtube.com/watch?v=0AJgpThXsEg

Welaan… laten we dan nu maar snel over gaan naar het bespreken van de verhalen in deze meesterlijke anthologie, want anders wordt deze recensie een boekwerk (lees: tijdschrift) an sich. Ik wil graag over elke opname wel wat zeggen, maar ik denk niet dat ik me ga wagen aan te oordelen over de opgenomen gedichten. Ik heb er helaas weinig mee en dus geen verstand van en laat wijze woorden erover graag aan een ander over.

Na de voorgeleiding door beide samenstellers, openen we en vervolgen met:

Jorrit de Klerk – De nieuwe. (RFA) Ieder terug op zijn eigen plek. Leuk verhaal over waarden en tradities.
Guido Eekhaut – Afglijden naar Omega (FA) Ook wel met een religieus tintje, maar toch vooral een verhaal van ontmoeting, samenzijn en einddoel. Van zonde en uiteindelijk zoeken. Een verhaal van vervolmaking. Prachtig!!!
Oxana Langbeen – Commissaris Omer en het lijk zonder hoofd (SF) Een detective die niet echt een detective is. Waarin een moord opgelost moet worden, dat achteraf geen moord is. Maar wel heel erg leuk!
Paul van Leeuwenkamp (Voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar) – Gesynchroniseerde bezieling (SF) Waarin Thomas Olde Heuvelt… (nee, lees dat zelf maar), waarin jong en oud een geheel nieuwe betekenis krijgen en waarin een geheel nieuw systeem geïntroduceerd werd, zonder oog voor de consequentie. Fascinerend goed!
Jan J.B. Kuipers – De man die Eekhoornstad nooit zag (FA) Een stortvloed met van magie doordrenkte woorden overspoelt ons, bedelft ons en omvat ons. “Waar is de Wanneer”, kreit een roepende tegen de stroom in. Hadden we maar… . Een werkelijk onwerkelijk verhaal, dat ons de nachtrust kost. Hoe dit ooit te duiden, snikkend.
Joke Adam – Broed (FA) Een drakenverhaal over bestaan en voortbestaan, over vrouwelijk en mannelijk, maar vooral over nakomelingen die niet aan de norm voldoen. Wat gaan we daar mee doen?
Mike Jansen (Bemoste Beeld-prijswinnaar) – De imperfecte oplossing (SF) De oplossing voor een van de grootste problemen van deze tijd. Actueel dus. Een ernstige aanklacht tegen geknutsel en snel geld. Een cursus ‘Hoe help ik de aarde naar de gallemiezen’ in slechts één les! Eng!!!
Jan Roosen – De prijs van schaduw (SF) Een verhaal waarin je schaduw belangrijker is dan jij wordt. De zon is de dader. Het begint vrij logisch, maar wordt dan absurdistisch, maar dan ook goed absurdistisch. De oplossing ligt in het verleden. Vreemd, maar wel leuk.
Max Moragie (Voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar) – Sterven nieuwe stijl (SF) Verschuivende landschappen in verschillende vervoersmiddelen. Geheugenverlies en nieuwe, maar toch bekende ontmoetingen. Fascinerend verhaal van toekomst en verleden. Welke keuzes moet je maken als je ineens tijd te over hebt?
Isabelle Plomteux – Amenophis Steketee (FA) Interessant! Ook steeds weer nieuwe debutanten (althans voor mij) aan te treffen in vrijwel elke Ganymedes. Waar komen zij toch vandaan met hun hoogstaande schrijfsels. Plop… en zij zijn er om nooit meer weg te gaan.
Reinder Veelinx – Acteur gezocht m/v (SF) Praten met een dode, een nieuwe trend in de uitvaartbranche. Wat zeg je als potentiële dode tegen rouwende mensen? Huiveringwekkend hilarisch kortverhaal.

Break met gedichten van Jan J.B. Kuipers (Ik had mijn oude Batmanpak aangetrokken), Annette Akkerman (Een ei op het strand) en (Het zwarte gat), Pascal de Hoop (Kloppend hart) en (Laatste mens op deze planeet), Bart de Wolf (Het gele drankje) en (De tandenfee) en (Wij horen samen).

Marcel Ozymantra – De Aureliaanse banden (SF) Buitenaardse bezetting. Alsof je gered wordt. Get a life!!!
Tais Teng (Gedeeld voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar (samen met Paul Harland) – Zonnezeilen in de avondhemel (SF) Tais Teng is onze onbetwiste ideeënmeester, die ook internationaal een zeer goed figuur slaat. Als zichzelf schrijvens, als Jack Vance, Clark Ashton Smith en weet ik wie verder allemaal. ‘Zonnezeilen in de avondhemel’, heeft zijn oorsprong waarschijnlijk in de Ziltpunk. Verhaal over een meisje dat Zonnezeiler wil worden en een AI die een upgrade wil. Heel mooi!
Reinold Widemann – Een blauwe engel op het kerkhof (SP) Humor en spookverhaal gaat uitstekend samen. Het is evenwel niet gierend lachen, maar meer besmuikt grinniken om de ontstane situatie, namelijk een oude locomotief, een blauwe engel, die ’s middags out of the blue op de begraafplaats van Winterswijk terecht is gekomen. Hoe moet ie weer weg? Lezen en lachen!
Johan Klein Haneveld – Onder de zee (HO) Hoe iets kleins zo groot kan zijn. Beklemmend en claustrofobisch onderwater verhaal, dat ook boven water zijn weerslag heeft. Ooit is het voor eenieder meer dan genoeg!!!
Ruben van Luijk – De fuchsia’s (HO) Weer een horrorverhaal, maar dan een van een geheel andere orde. Vervreemdend, maar ook weer niet en hoe het allemaal komt? Nog maar eens diep over nadenken. We kennen al twee eerdere verhalen van hem, dus geen debuut.
Charles van Wettum – Datazee (SF) Alweer een zeer verrassend verhaal van deze bijna-debutant. Eén eerder publicatie verscheen in FV 50. Een wel zeer huiveringwekkend toekomstbeeld, maar wat weet ik er nu helemaal van?
Remco Meisner (Voormalig Bemoste Beeld-prijswinnaar) – De môggeloze (SF) Geen dystopie, maar een tragedie, of een allegorie. Nou ik weethetnie, maar wel een heel erg enge en vervreemdende visie over een toekomst die wel zou kunnen zijn, maar heel erg niet gewenst is. Dat zeg ik dan. Schiet je hier niets mee op? Lezen dan en zelf een gedegen oordeel vellen. Succes!
Steven Standaert – Milde hand. Verhaal over koffie. Slechte koffie. Analyse brengt een vreemde uitkomst. Geen Fantastiek wat mij betreft, maar misschien begrijp ik het wel niet. Dat kan.
Rob Geukes – Upload (SF) Fascinered… veel meer hoeft er niet over gezegd te worden. Toch wel? Ok! Ontzettend fascinerend!!!

Alweer geen slechte verhalen te melden. Hooguit is er het feit, dat je de een wat leuker vindt dan een andere. Mijn hooggespannen verwachtingen voor Ganymedes-21, zijn weer ruimschoots uitgekomen. Moe maar tevreden sla ik het boek dicht. Jammer dat het uit is, de verhalen gelezen zijn, maar gelukkig is er volgend jaar weer een nieuwe, waar ik dan nu alweer hooggespannen verwachtingen voor heb en vrijwel zeker een nieuwe recensie over mag schrijven. Ik ben een bofbips. Echt waar!

En op de valreep kwam zojuist nog een mogelijkheid binnen om de uitreiking van de Bemoste Beeld-prijs 2021 mee te maken. Kijk hiervoor op: https://www.youtube.com/watch?v=yNJxj3diS8M

Jos Lexmond

De ontsnapping uit Aurora– Jamie Littler

IJshart-2.jpg

De ontsnapping uit Aurora– Jamie Littler (JFA)
IJshart, deel 2
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2021)
471 pagina’s; prijs 18,99
Oorspr.: Frostheart – Escape from Aurora (Penguin Random House UK, Londen – 2020)
Vertaling: Carolien Metaal
Omslag: Penguin Random House/Suzanne Bakkum

Bij het verschijnen van het eerste deel en dat gelezen hebbende, schreef ik in mijn recensie: ‘Alweer een verrukkelijk avontuur waarvan ik in mijn eigen jeugd meer dan genoten zou hebben’. Welaan… als ik het heel erg gemakkelijk zou willen doen, dan schreef ik dat gewoon nog een keer. Sterker nog… ik zou gewoon grote delen uit die recensie nog eens kunnen kopiëren, want ik denk er nog steeds zo over. Zeker na het lezen van ‘De ontsnapping van Aurora’, waarin het verhaal, dat begon in ‘IJshart’, gewoon verder gaat. Je kunt gewoon merken dat de schrijver én illustrator, Jamie Littler, zich bijzonder thuis voelt in zijn wereld en meer dan van zijn karakters houdt. Het spat er aan alle kanten af en het zorgt er zeker voor dat die liefde overgebracht wordt op zijn lezers. Bij mij in ieder geval wel. Zeker Ash kan bij mij wel een potje breken inmiddels, maar ook alle andere ‘goede’ vrienden van hem, hebben mijn hart gestolen. Je blijft zo, al heb ik de kindertijd reeds lang achter me gelaten, nog wel heel erg gemakkelijk kind met de kinderen. Gelukkig is het allemaal nog niet voorbij en hebben we nog een deel van de trilogie tegoed. Als het goed is, is de Engelse uitgave: ‘Rise of the World Eater’ al in september verschenen en als ik het juist interpreteer (of het is natuurlijk wishful thinking), maak ik uit de beschrijving op, dat het wel eens niet bij een trilogie zou kunnen blijven.
Ah wel… we gaan het zien. In ieder geval, maar dat had je waarschijnlijk al lang door, kan ik ‘De ontsnapping van Aurora’ alvast van harte aanbevelen.

Zoals gezegd gaat het verhaal door waar het in het eerste deel ‘IJshart’ ophield. Ash is nog steeds op zoek naar zijn ouders. Samen met zijn vrienden, de dappere bemanning van de Baanbrekerslee IJshart, komt hij aan in Aurora.

De berg waar, in en op, Aurora, ligt was vroeger een megavulkaan en omdat er nog steeds hitte van beneden komt en water in vloeibare vorm voorkomt, is het een van de weinige plekken in de Sneeuwzee waar eten verbouwd kan worden en waar dus veel wezens wonen. De hele berg is hol en volgebouwd. Het is een immense vesting, een machtige gestapelde stad helemaal tot aan de duizelingwekkende hoge top van de slapende vulkaan, Schitterende gordijnen van licht vallen door grote openingen in de bergwand en verlichten grote groepen bewoners, die over imposante straten banjeren. Bruggen en aquaducten doorkruisen de uitgestrekte ruimte, kano’s en sleeën trekken over de grachten die zich een weg weven door de stad en die ook enorme waterraderen en andere vreemde houten mechanismen aan lijken te drijven.

Als je bovenstaande beschrijving van Aurora leest, kan dat zich, mijns inziens, absoluut meten met de meest fantastische werelden die in de Fantastiek aan ons voorgeschoteld zijn. Leuk, leuk, leuk!!! Mijn kinderhart is weer gevoed. Het verhaal van Ash en zijn kompanen is er een van een gevecht van het goede tegen het kwade, een zoektocht naar zijn ouders en is gevuld met heel veel vreemde wezens en schepselen, met de beste en slechtste bedoelingen, die in wezen niet veel anders zijn dan mensen. En… het einde is er een die je niet verwacht. Wat wil een mens nog meer. Dus… meer dan aan te bevelen voor je kinderen en waarom ook niet… stiekem natuurlijk ook voor jezelf!!!

Jos Lexmond

Het einde van de dood – Cixin Liu

Einde-vd-dood.jpg

Het einde van de dood – Cixin Liu (SF)
Het drielichamenprobleem 3 (en slot)
Uitgeverij Prometheus, Amsterdam (2021)
744 pagina’s, € 25,00
Oorspronkelijk: 死神永生 – (Chongqing Media & Publishing Co., Ltd. – Nan’an District Chongqing – 2010)
Vertaling: Joel Martinson (naar het Engels)/Eisso Post & Richard Heufkens (naar het Nederlands)
Omslag: Stephan Martiniere

U zult wel bemerkt hebben dat ik al anderhalve week geen recensies geplaatst heb. Dit is zeer lang voor mijn doen. Buiten een aantal oorzaken waar ik verder niet over zal uitweiden, was ik met drie boeken tegelijk aan het lezen. Een verhalenbundel, een klein boekje van Fantastische Vertellingen én ‘Het einde van de dood’, met als resultaat dat het met de laatgenoemde maar niet wilde lukken. Ik las steeds slechts tien tot twintig bladzijden per dag, met als resultaat dat het niet opschoot en dat, omdat ik er niet inkwam door de afleiding van de andere boeken, ik geregeld terug moest bladeren omdat niet weer wist waar het over ging. Ik begon de zin om het te lezen te verliezen, terwijl ik genoten had van de beide eerdere delen. Dus moest er iets gebeuren. Ik zette beide andere boeken even in de koelkast (waarvan dus binnenkort de recensies) en gaf me helemaal over aan ‘Het einde van de dood’. Ik kwam er weer helemaal in en het enthousiasme keerde terug. Normaal gesproken gaat het wel, dat meerdere boeken tegelijk lezen, maar hier dus niet.

Maar… alles kwam dus goed en hier dus mijn bevindingen over het derde deel van ‘Het drielichamenprobleem’ en daarmee de conclusie. En wat voor een conclusie! Ik kan me niet veel andere Tijd en Heelal omvattende verhalen voorstellen dan misschien de Foundation reeks van Isaac Asimov (in ieder geval nadat hij de robottenverhalen en de Foundation trilogie aan elkaar schreef) en misschien ook de Queng Ho reeks van Vernor Vinge. Waarschijnlijk zijn er ook nog andere die vertaald zijn, maar die schieten me op dit moment niet te binnen.

Ik ga niet al te veel over de inhoud van dit laatste deel vertellen. Ik vind vooral dat jullie die maar zelf moeten genieten zonder verdere inbreng van mij, maar het bevat wel heftige gebeurtenissen voor de mensheid, zoals (zonder er verder op in te gaan) de gedwongen herhuisvesting van de gehele aardse bevolking naar Australië, of van de massale vluchtpoging na eenieder na een paniekreactie op een vermeende aanval die een vernietigende inslag op de zon ten gevolge zou hebben. Koude rillingen leverde dat op. Telkenmale wist Liu me te verassen met nieuwe weidse ideeën en ongedachte ontwikkelingen. De strijd van de mensheid om zo’n beetje alles wat er op haar af kwam te overleven… uitsterven was geen optie! Een grote ideeënrijkdom werd hier geëtaleerd en geen mogelijkheid genegeerd of onbenut gelaten. U merkt dat ik enigszins lyrisch aan het worden ben, maar het verhaal leeft! Geen twijfel mogelijk!

Van de fictie van het verhaal uitgaand is het visionaire gehalte wel heel erg hoog. Het geheel is absoluut voorstelbaar, als moet je af en toe wel je eigen voorstellingsvermogen behoorlijk uitbreiden. Is er dan niets over te klagen? Natuurlijk wel. Om nog even op dat oprekken van je voorstellingsvermogen terug te komen… dat had ik toch wel bij de ineenstorting van het driedimensionale zonnestelsel, dat uiteindelijk tweedimensionaal werd. Daar had ik het wel even moeilijk mee. Voor mij bleef de vraag of zoiets überhaupt wel mogelijk zou kunnen zijn. Maar het concept werd prachtig uitgewerkt en wiskundig (?) verklaard en uiteindelijk heb ik het als zodanig wel geaccepteerd.

Dit deel won verschillende prijzen, waaronder de Locus Award voor beste sciencefictionroman in 2017. Het eerste deel ‘Het drielichamenprobleem’ won in 2015 de Hugo Award, de hoogste onderscheiding in het fantastieke gebeuren. De hele trilogie wordt voor Netflix verfilmd door David Benioff en D.B. Weiss, de makers van de hitserie ‘Game of Thrones’. Ik houd mijn hart vast, ik weet niet of dit soort verhalen wel te verfilmen of verserieën is. Het is in ieder geval wel veel lastiger te verfilmen dan de ‘Game of Thrones’. Maar… je weet het maar nooit. Toevallig zag ik gisteravond het eerste deel van de ‘Foundation’ en was ervan onder de indruk, maar… dat was wel alleen nog maar het eerste deel. We gaan het zien.

Hoe dan ook… het werk van Cixin Liu is SF, met HOOFDLETTERS en daar zien wel veel te weinig van in Nederland, dus Prometheus… wat mij betreft mogen jullie op de ingeslagen weg doorgaan en verras ons met nog meer van dit soort schitterende toekomstvisies in de toekomst. Ik zit er al helemaal klaar voor!!!

Jos Lexmond

Is ontsnappen mogelijk? The Nonary Games – HSF (2021/1)

Er wordt mij wel eens gevraagd wat het beste sciencefiction verhaal is wat ik de laatste jaren heb gelezen. Ik vertel dan graag over The Expanse, A Memory Called Empire en Children of Time. Maar het eerlijke antwoord is dat het beste sciencefiction verhaal dat ik de afgelopen tien jaar heb gelezen, of eigenlijk heb gespeeld, de drie computerspellen zijn die samen The Nonary Games vormen. Kenmerkend voor deze spellen is dat het visual novels zijn met een spelelement in de vorm van escape room puzzels.

Het eerste deel in de serie is 999: 9 Hours, 9 Persons, 9 Doors. Het spel is in 2009 in Japan uitgebracht op de Nintendo DS en in 2010 is er een Engelstalige versie gekomen vooral gericht op de Amerikaanse markt. In 2017 is dit spel samen met het tweede deel opnieuw uitgegeven voor onder andere de Playstation 4 en inmiddels zijn ze ook via Steam te spelen op PC. De schrijver van dit spel, en de andere delen, is Kotaro Uchikoshi. In Japan is de markt voor alternatieve vertelvormen zoals visual novels altijd al groter geweest dan in Europa en de VS. Dit komt waarschijnlijk doordat handheld consoles daar ook veel meer door volwassenen gebruikt worden als zij van en naar het werk moeten reizen. En natuurlijk helpt het feit dat manga breed gelezen wordt ook. Uchikoshi onderzoekt in zijn visual novels hoe zijn hoofdpersonen tot keuzes komen en hoe deze keuzes de wereld kunnen beïnvloeden.

In het eerste deel zijn 9, op het eerste gezicht willekeurig gekozen, personen samen op een schip opgesloten dat binnen 9 uur zal zinken. Het doel is simpel, ontsnappen. Het verhaal begint als de hoofdpersoon, Jumpei, wakker wordt in zijn cabine zonder te weten waarom hij daar is en wat er aan de hand is. Hij heeft een horloge om waarop alleen het cijfer “5” zichtbaar is. Nadat de eerste puzzel opgelost is kom je de andere 8 karakters tegen en wordt uitgelegd wat de bedoeling is. Je bent op dit schip terecht gekomen door Zero en je bent onvrijwillig deelnemer aan zijn spel “The Nonary Game”. Een spel dat gaat over leven en dood en over het maken van keuzes. En Zero heeft er voor gezorgd dat je wel mee moet doen, er is namelijk een bom in je maag die ontploft als je dat niet doet. Wat meteen aan het begin ook duidelijk gemaakt wordt doordat een van de karakters zich niet aan de regels houdt en dus opgeblazen wordt. Nee, het is geen spel, of verhaal, voor kinderen.

Vervolgens moet je keuzes maken, je moet kiezen met wie je onderzoek gaat doen op het schip en wie je wel en niet vertrouwd. In het spel moet je ook echt kiezen, en de keuzes die je maakt hebben ook echt gevolgen. Of Jumpei blijft leven, of dat hij het einde niet haalt en hoe gruwelijk zijn einde dan is (waarbij verdrinken niet de ergste optie is). Deze keuzes werken via het model van prisoner dilemma’s en een aantal lijken geen goede uitkomst te hebben, alleen maar een minder slechte. Het mooie is dat nadat je het, meestal dodelijke, resultaat van je keuzes hebt gezien je het verhaal weer op kan pakken op het moment van je keuze en dus een andere optie kan kiezen. Hierdoor krijg je een steeds groter wordende boom met verhaalvertakkingen. Mooi visueel weergegeven zodat je kan zien waar je bent en welke takken je wel en niet al hebt doorlopen. Natuurlijk is er maar een route uit het doolhof en om die te vinden moet je alle takken doorlopen hebben.

En nou is de vraag natuurlijk, waarom is dit sciencefiction? Want als je het voorgaande leest denk je eerder aan horror, waar zeker ook elementen van te vinden zijn. Sterker nog, ondanks het feit dat er in alle drie de delen geen enkel bewegend beeld zit zijn er twee sterfscenes die lang zijn blijven hangen. Iets wat ik bij horrorfilms nooit heb. Het sciencefiction-element komt op het einde van het eerste deel naar voren, maar nog veel sterker in het tweede deel, Zero Escape: Virtue’s last Reward en het laatste deel Zero: Time Dilemma. The Nonary Game blijkt een experiment te zijn om door het maken van keuzes onder extreme druk en stress, wat alleen maar kan ontstaan als de keuzes om leven en dood gaan, het reizen van de geest door de tijd mogelijk te maken. Het doel is om ervoor te zorgen dat op deze manier de jonge geest van de hoofdpersoon in de toekomst uitkomt – dit is de sprong die van deel 1 naar deel 2 gemaakt wordt – om de met informatie volgepropte geest aan het einde van deel 2 terug in de tijd te laten gaan om in deel 3 het einde van de wereld te voorkomen. Duizelt het al? Nou dat is mooi, want beter dan dit is het niet uit te leggen zonder dat je zelf het spel speelt.

Uchikoshi is erg open en eerlijk over de invloeden van andere schrijvers en wetenschappers op zijn verhalen. Hij gelooft dat negentig procent van een nieuw verhaal bestaat uit ideeën en invloeden uit boeken en verhalen die hij heeft gelezen. De overige tien procent is zijn eigen creativiteit waarmee hij alles bij elkaar brengt en er zo een nieuw verhaal ontstaat. Voor The Nonary Games noemt hij Kurt Vonnegut en Isaac Asimov als schrijvers wiens werk het idee hebben helpen vormen. Aan de kant van de wetenschap maakt hij veel gebruik van de theorieën en ideeën van Rupert Sheldrake en Erwin Schrödinger. Hij houdt een website bij, helaas niet in het Engels, waarop hij zijn schrijfproces toelicht en laat zien hoe hij de verschillende inspiratiebronnen bij elkaar brengt en daar een verhaal van maakt.

Blijft natuurlijk de vraag van het begin nog over, waarom vind ik juist het verhaal van deze visual novels zo ontzettend goed als de schrijver zelf al aangeeft dat het misschien niet het meest vernieuwende is wat ooit is geschreven? Het komt vooral door de manier waarop ik meegenomen word de wereld in. Vanaf het eerste moment is het spannend, maar ondertussen zijn de karakters wel volledig gevormd met hun eigen motieven, persoonlijkheid en ethiek. En daarna is er heel veel ruimte om mij als speler, lezer, mee te nemen in een wereld vol moeilijke filosofische, wetenschappelijke en psychologische vraagstukken en ideeën. Het spel, verhaal, neemt ook meer dan voldoende ruimte om de meest “outlandische” ideeën ook echt uit te leggen zonder dat het belerend wordt. Zo neemt het spel je mee in de, soms bizarre, wereld van Rupert Sheldrake door het verschijnsel van morfische velden uit te leggen, maar bijvoorbeeld ook in het onderzoek dat gedaan is naar het gedrag van dieren. Hoe weet een hond of kat bijvoorbeeld wanneer de baas thuiskomt, ook als dit niet op een vaste tijd is. Maar het mooiste is dat het spel ook de kritiek die er op Sheldrakes werk is geleverd meeneemt. Want wetenschappelijk is er van zijn ideeën weinig bewezen. En tot slot gaat het spel op een hele mooie manier om met de vraag “moet het einde van de wereld eigenlijk wel voorkomen worden?”

Ik snap dat visual novels niet voor iedereen toegankelijk zijn, maar als je de kans hebt speel, lees, The Nonary Games dan. Als je maar tijd hebt om er eentje door te spelen, lezen, kies dan voor deel 2.

Dit artikel, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

The Nonary Games

Zero Time Dilemma

Ad Vitam: Ambitieuze Franse SF – HSF (2021/1)

Ik schreef een tijd geleden over Franse SF en het feit dat dat, zoals overigens voor de meeste landen het geval is, een genre apart is. Het ging toen voornamelijk over boeken. Nu wil ik het hebben over Franse SF-series. Er zijn momenteel meerdere goede op Netflix te zien, maar ik wil het hier maar over eentje hebben, omdat deze het meest representatief is in mijn ogen. Als je deze serie goed vindt, vind je de anderen ook goed. Ad Vitam is een in 2018 door Arte geproduceerde miniserie van 6 afleveringen, sinds 2019 op Netflix te zien. Ad Vitam kan beschouwd worden als transhumanistische sciencefiction. Het gaat hoofdzakelijk over de consequenties van eeuwig leven. Ongeveer de huidige westerse samenleving maar dan met “regeneratie”: lichamen zijn houdbaar geworden, ook ernstige ziektes zijn op deze manier uitgebannen, oud word je alleen nog maar in je hoofd. Tenzij je niet compatibel met het proces bent. Hiermee ontstaat er een soort nieuwe klassenstrijd zou je zeggen, wat toch overschaduwd wordt door een ideologische strijd. Of je wel of niet compatibel bent, moet je het wel willen, eeuwig leven?

Het verhaal is in basis een klassiek politieonderzoek: Er worden jongeren dood op een strand aangetroffen. De 119-jarige Darius Asram leidt het onderzoek en roept hierbij de hulp in van de 24-jarige Christa Novak. Darius nadert het einde van zijn derde 33-jarige dienst bij de politie, een limiet voor de roeping. Daarna is ‘omscholing’ verplicht. In Ad Vitam is een persoon minderjarig tot 30 jaar oud, de beginleeftijd voor regeneratie (indien compatibel). Christa woont dan ook in een instelling voor minderjarigen sinds haar betrokkenheid bij een soortgelijke zaak 10 jaar eerder. Samen gaan ze een pro-zelfmoordgroep achteraan om de zaak op te lossen.

De titel verklapt eigenlijk al waar de serie echt over gaat: “Ad Vitam” met de niet benoemde ”Eternam” erachter. Dat is de vraag waar het om draait, de strijd tussen leven en eeuwig leven. Of het nog wel leven is als het eeuwig is, en over waar wanhoop de mens toe beweegt. En, heel Frans, dit alles door te vertellen wat het niet is, soms letterlijk. Darius houdt op een gegeven moment een hele monoloog over waar hij denkt dat Christa vandaan komt om haar hem af te laten kappen met ja dat zeggen alle psychologen ook jullie snappen er niks van. Ad Vitam laat de nefaste gevolgen van tunnelvisie in een onderzoek van welk aard dan ook goed zien. Niemands verhaal is ooit zo simpel als je denkt.

Moraal en ethische kwesties over onder andere procreatie en euthanasie komen aan de orde, maar worden niet opgelost. Ik vind dit persoonlijk niet storend, de echte wereld is immers ook zo. Veel meningen, maar in basis verandert er juist daarom zelden iets: net als in Ad Vitam, uiteindelijk bepaalt de meerderheid altijd. Maar als minderjarigen permanent in de minderheid zijn, verliezen ze hun vermogen om gezien en gehoord te worden. Zo niet een last, zijn ze voor de geregenereerde een onhoudbare herinnering aan een leven waar ze zelf niet meer over beschikken. Ze worden dan ook tegelijkertijd vrijgelaten (geniet ervan), en weggestopt als wachtkamerjeugd (straks hoor je erbij, je bent er bijna). In feite dus een uitvergroting van de eeuwige generatiekloof in onze samenleving.
De begrafenisscene die in de serie voorkomt, zal voor de meeste Nederlanders wat verder van hun eigen ervaring staan dan voor Fransen. In Frankrijk gaat ook heden ten dage een begrafenis namelijk helemaal niet over de dode maar over jezelf, hoe jij verder moet met de sterfelijkheid van de ander, nu een feit, en dat van jou, in de toekomst. Ad Vitam is dan ook geen makkelijk vermaak. Het zet je aan het denken over wat ons als mens definieert en wat er gebeurt als dat wordt afgenomen. Wat is de jeugd zonder de dood? Wat wordt de dood als die niet meer verplicht is? Als de dood in het verleden ligt, wat ligt er dan in de toekomst?

Hoewel veel mensen dit zullen vergelijken met Altered Carbon en Blade Runner qua wereldbouw, is dit een tammere versie van die werelden, nog veel geloofwaardiger dicht bij onze werkelijkheid, wat het alleen maar indrukwekkender maakt en nogmaals bewijst wat veel sciencefictionfans al weten: als je echt iets te vertellen hebt, heb je geen speciale effecten nodig. Wel ondersteunen de bewuste ontwerpkeuzes het thema. De wereld van Ad Vitam hangt esthetisch indrukwekkend samen met het verhaal, met een constante tegenstelling tussen oude gebouwen en hip design, water en licht, levend en dood, eeuwig en oud, nanotech en papier. Alles is doordacht, alles is symbolisch. Onder de vele subtiele en minder subtiele consequenties van de regeneratie samenleving, leidt de zeldzaamheid van sterfgevallen tot het beroep van ‘’rouwer’’, gevormd om mensen te helpen begrijpen dat een geliefde niet terugkomt. Conceptueel sterker dan de uitvoering, maar je kan ook niet alles uitdiepen in 6 keer 55 minuten.

De meeste niet Franse reviewers vinden ongeveer hetzelfde: “vaag”, “probeert diep te klinken maar zegt uiteindelijk niks”, “te veel onafgemaakte verhaallijnen”, “traag”, “doelloos”, “pretentieus”. Ik zou het eerder opvatten als “heel erg Frans”. Hierbij een kleine disclaimer: Ik heb de serie in het Frans gezien met Duitse ondertiteling en het zou heel goed kunnen dat er in de Nederlandse en/of Engelse vertaling veel verloren gaat. Oftewel, zoals voor elk medium geldt, als je de luxe hebt om voor de originele taal te kunnen kiezen, doe dat. Ruimte overlaten voor eigen interpretatie is de norm in Franse media, zeker wanneer het pretendeert een filosofisch onderwerp te behandelen. De conclusies worden je niet aangereikt, alleen antwoorden op de vragen die duidelijk gesteld zijn, maar niet op alles wat niet gezegd is, en dat is veel. ”Hoe denk jij dat het verder gaat?” is dan ook een standaard vraag in literatuur- en media- analyse op de Franse middelbare scholen.

Er wordt in Ad Vitam weinig uitgelegd en meer gesuggereerd dan ooit in zelfs zes seizoenen behandeld kan worden. Waar Amerikaanse series de neiging hebben om vooral actie te zijn, zijn Franse series (in alle genres) meestal het tegenovergestelde, het gaat niet om wat er gebeurt, het gaat om wat het met mensen doet. Je hebt het niet over dingen, je laat ze zien. Zoals in Ad Vitam mooi klinkt : “Seuls les actes parlent”, wat verder gaat dan “actions are louder than words”. Af en toe de ruimte geven om het verhaal te laten bezinken en zelf in te kleuren door “saaie stukken” is voor mij dan ook de kracht van het Franse model wat deze serie laat zien. Er zijn momenten, zeker over filosofische concepten, waarbij het uitleggen inderdaad af doet aan wat je wilt laten zien en voelen. Ik vind het vertellen juist geslaagd door de langdradigheid ervan. Misschien niet hoe je iets het beste aanbeveelt, maar het is hoe dan ook een ervaring die ik iedereen aanraad. Als je tegen heel erg Frans Frankrijk en open eindes kan tenminste.
En als je Ad Vitam uit hebt en meer Franse SF wilt: Osmosis is een iets toegankelijkere serie, maar ook heel Frans. Beide series komen min of meer vanuit tegenovergestelde hoeken naar dezelfde conclusies: maatschappelijk vragen verdwijnen niet door technologische vooruitgang. Tegen gevoelens kan geen wetenschap op. Je kunt jezelf niet vermijden. Alles is eindig.

Dit artikel, door Alice Jouanno, is eerder verschenen in HSF (2021/1).

Ad Vitam – Netflix