Groene klauwen – Nico De Braeckeleer

Groene-klauwen.jpg

Groene klauwen – Nico De Braeckeleer (JFA)
Het kattenmeisje, deel 1
Baeckens Books, Mechelen (2020)
124 pagina’s; prijs 14,99
Omslag: Frieda Van Raevels

Nico De Braeckeleer heeft naar mijn bescheiden mening een uniek talent en wel het talent om als schrijver alle mogelijke leeftijden te kunnen bedienen met aantrekkelijke, spannende en leuke verhalen. Ik ken in ieder geval niet veel auteurs die dat kunnen. Verhalen van voor de allerkleinsten tot volwassenen. Voor volwassenen schrijft hij niet zo heel erg veel, maar de roman ‘Nachtblauw’ (in de stijl van Dean R. Koontz) kon me zeer wel bekoren. Hoe dan ook. Het zal niet altijd meevallen om het juiste, bij de leeftijd, behorende woordenschat te gebruiken. Ik denk dat moeilijke woorden er gemakkelijk insluipen. Ik moet zeggen… daar kan je alleen maar bewondering voor hebben. Het zou mijzelf beduidend meer moeite kosten. Ook mag je wel eens stilstaan bij de onuitputtelijke fantasie van Nico. Zijn palmares (om het eens in wielertermen uit te drukken) op het gebied van boeken, verhalen en scenario’s voor bv Ketnet, is ook grandioos te noemen. Om eens een indruk te krijgen, zou je eens op de Wikipedia pagina van Nico moeten bekijken. Meer dan indrukwekkend, en dat overzicht is dan nog niet eens helemaal compleet!

Hij weet ook geregeld iets nieuws te bedenken, zoals nu de nieuwe reeks ‘Het kattenmeisje’, waarvan zojuist het eerste deel is verschenen. Cato is de hoofdpersoon en ze heeft een fantastische gave. Ze kan zichzelf namelijk in een kat veranderen en in die hoedanigheid kan ze dan met andere dieren van gedachten wisselen, of beter, ze kan er mee praten. Wat heel erg handig is, zoals in het eerste deel ‘Groene klauwen’ te lezen is. Andere hoofdpersonen zijn bv Harko, de hond van Cato. Eigenlijk is hij een jongen van tien die in een hond kan veranderen. Hij woonde in een weeshuis, maar kon ontsnappen in de gedaante van een hond en besliste toen dat hij dat hij voor altijd een hond wilde blijven. Freya, een oude vrouw in het dorp waar Cato woont. De mensen noemen haar ‘de gekke kattenvrouw’ omdat ze zoveel katten in haar woning opvangt. Ze is de enige die weet dat Cato zich kan veranderen in een kat. Elize is Cato’s mama en dierenarts. In haar praktijk kan Cato luisteren naar de problemen van de dieren. Haar ouders zijn gescheiden en soms komt Patrick, haar vader, haar ophalen om bij hem in de stad te logeren. Hij heeft een goudvis, Orca genaamd, die van droge (!) humor houdt. Er zijn nog veel meer vrienden en (dieren) vriendjes en die staan allemaal voor in het boek vermeld.

In het eerste verhaal ‘Groene klauwen’ wordt er olie geloosd in de gracht in het bos en is Tjup, een van de eendjes die in de gracht leeft, er slecht aan toe. Cato gaat er erop uit met haar dierenvriendjes om onderzoek te doen. Ze willen ontdekken wie er achter steekt en het zo proberen te stoppen. Al gauw komt Cato op het spoor van het bedrijf dat de olie zomaar in de natuur loost. Maar dan, voordat ze de politie kan waarschuwen, wordt ze ontdekt…

Leuk verhaal voor achtjarigen, met fijne, frisse en (meestal) vrolijke illustraties van Frieda Van Raevels. Misschien iets meer bedoeld voor meisjes, maar jongens kunnen er natuurlijk ook veel plezier aan beleven. Het tweede deel van deze nieuwe reeks ‘De babypoesjes’ (te verschijnen in oktober) staat al aangekondigd.

Jos Lexmond

Jack Vance – De archipel des doods

De-archipel-des-doods.jpg

Jack Vance – De archipel des doods – 163p.
Spatterlight, Amstelveen (2020) € 14.71
Het Verzameld Werk van Jack Vance 24
(The Deadly Isles, Bobbs-Merrill, Indianapolis – 1969)
Vertaling: Karin Langeveld
Omslagontwerp & Illustratie: Howard Kistler
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Weer eens een niet fantastische Vance. Altijd leuk, althans dat vind ik zelf. Je mag je wel eens afvragen of ik dit ook zo leuk zou vinden als er geen Jack Vance op zou staan. Dat mag dan inderdaad wel gezien worden als een gewetensvraag en als ik daar helemaal eerlijk op zou moeten antwoorden, dan zou dat toch: “Nee”, zijn. Natuurlijk, als er helemaal niets anders meer te lezen zou zijn… dan natuurlijk wel, want de drang om te lezen is altijd en overal aanwezig. Ik zou het verschrikkelijk vinden als er niets meer te lezen zou zijn. Ik heb eenmaal meegemaakt tijdens een vakantie uit de hel. We verbleven meer dan een week in een verrot huisje hoog op een helling boven het Gardameer alwaar het die gehele week gestortregend heeft, zodat we het huisje amper konden verlaten. Daar reken je niet op met het meenemen van boeken. Het resultaat was dat ik ergens halverwege de week zonder leesvoer zat. Toen heb ik de boeken van de kinderen gelezen, de dokter Anne Maas tijdschriften van mijn vrouw en de achterkant van een pak macaroni. Kortom: paniek! Sindsdien ben ik nooit meer met minder dan tien (behoorlijke pillen) meer op vakantie gegaan. Die hel boven het Gardameer zou me nooit meer overkomen, dat wist ik zeker. Dus in een situatie hierboven beschreven, zou ik zeker ‘De archipel des doods’ ter hand genomen hebben, ook al stond er als schrijver Bas de Wit (of wie dan ook) op gestaan hebben en er waarschijnlijk net zoveel plezier als nu aan beleefd hebben. Maar normaal gesproken zijn er voldoende SF, Horror of Fantasy boeken in de buurt zodat het niet echt nodig is, iets niet fantastisch te lezen.

Maar Jack Vance… ik vind het leuk dat (bijna) alles wat hij geschreven heeft nu in ‘Het Verzameld werk van Jack Vance’ van Spatterlight heruitgegeven en uitgegeven wordt. Sommige van zijn niet fantastische verhalen zijn net zo leuk, schelmachtig en humorvol als zijn fantastische verhalen. ‘De archipel des doods’ is zo’n boek waarin de intriges over elkaar heen buitelen en wat weer Vanciaans als vanouds in elkaar zit.

Brady Royce, beheerder van het onmetelijke familiefortuin van de Royces, trouwt met de mooie, maar veel jongere Lia Winterson. Voor hun huwelijksreis vertrekt het stel, omgeven door naaste familie en enkele goede vrienden, aan boord van Royce’s zeiljacht de Dorado IV op een idyllische cruise langs de romantische eilanden en atollen van de Stille Zuidzee: Tahiti, de Tuamotus en Markiezeneilanden. Maar zoveel geld en weelde wekken als vanzelf afgunst en begeerte op en dan wordt moord misschien nog wel eens lonend te noemen. Luke Royce, een neef van Brady en uit een minder gegoede tak van de familie, werkt in een huisje in inheemse stijl aan de westkant van Tahiti. In de vijftien maanden dat Luke daar verbleef, heeft hij duizenden vissen gevangen. Hij voorzag ze van roestvrijstalen merkjes en gooide ze dan weer terug in de zee. Luke ontving een brief van neef Brady met het verzoek zich bij hen te voegen op de Dorado IV. Toen hij op zijn scooter naar Papeete reed, viel hem een onbekende man op, die hem in de gaten leek te houden. Het is het begin van…

Leuk verhaal wat je langs Bounty eilanden met witte zandstranden in de Stille Zuidzee voert en dat je zin in vakantie behoorlijk toe doet nemen, maar ook een intrigerend stukje leeswerk!

Jos Lexmond

De Andromeda Evolutie – Michael Crichton en Daniel H. Wilson

Andromeda-Evolutie.jpg

De Andromeda Evolutie – Michael Crichton & Daniel H. Wilson (SF)
De Andromeda Crisis 2
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2020)
373 pagina’s; prijs 19,99
Oorspr.: The Andromeda Evolution (CrightonSun LLC – 2019)
Vertaling: Lia Belt
Omslag: DPS

Soms doet een uitgave van een boek je wel heel erg met je neus op de feiten, ofwel je leeftijd, drukken. Zo ook de uitgave (4edruk) van Michael Crichton’s ‘De Andromeda Crisis’, die ik tot mijn verrassing aantrof in de plaatselijke bibliotheek. Die verrassing, daar kom ik ietsje verder nog even op terug. Op de omslag staat “50 jaar The Andromeda Strain”. Rond die tijd moet ik hem dus al gelezen hebben, of… natuurlijk de film gezien hebben (die een jaar later uitkwam). Wat eerder door mijn ogen gegleden is, het boek of de film… ik weet het niet meer, maar vaststond dat ik onder de indruk was. Hoe dan ook… ik nam deze 4edruk mee naar huis om de data in onze database te verwerken. Tot mijn nog grotere verbazing zag ik achterin het boek de aankondiging van de verschijning van ‘De Andromeda Evolutie’, het vervolg op ‘De Andromeda Crisis’. Nu is het tijd om dieper op de eerste, dan wel de tweede, verbazing in te gaan. Al jaren houd ik voor het NCSF bij wat er aan nieuwe fantastisch boeken verschijnt en wat er de komende maanden te verwachten staat (zie https://www.ncsf.nl/recent-verschenen-en-verwachte-boeken/). Uiteraard mis ik wel eens iets, maar dat ik deze twee uitgaven in februari van dit jaar op de een of andere manier gemist heb… daar ben ik nog steeds flabbergasted van.

Maar goed… over naar de orde van de dag. Uiteraard heb ik ‘De Andromeda Crisis’ nogmaals gelezen, ware het niet uit nostalgische gevoelens, dan wel weer even goed op mijn netvlies krijgen waar het allemaal ook al weer over ging. Uiteraard ga ik hem niet nog eens recenseren, dat is voldoende gedaan de laatste vijftig jaar. Het enige wat ik er nog over kwijt wil is dat het me verbaasde hoeveel wetenschappelijke verhandelingen er ook al weer in voorkwam. Het maakte het welhaast, als je die verhandelingen tenminste allemaal las, onleesbaar. Nu al helemaal natuurlijk, want hoewel het verhaal destijds zijn tijd ver vooruit was, kan je nu niet anders dan constateren dat een en ander behoorlijk achterhaald is. Maar goed… uit nostalgische overwegingen was het toch de moeite wel waard.

Dat de naam van Michael Crichton, zowel als de naam van Daniel H. Wilson (schrijver van ‘Robopocalyps’), samen op de omslag voorkwam bevreemde me behoorlijk, dus ging ik op zoek naar meer info. Het kon natuurlijk zo zijn dat Michael Crichton nog een, niet afgemaakt, manuscript had liggen en dat Wilson dat afgemaakt heeft. Dus niet! Het schijnt (correct me if I’m wrong) dat de weduwe van Michael deze Daniel H. Wilson verzocht heeft een vervolg te schrijven op ‘De Andromeda Crisis’. Dus waarom Michael op de voorkant prijkt? Geen idee, hoewel Wilson toch redelijk vaak teruggrijpt op het boek.

Goed… dat was dan dat. Nu dan nog even over ‘De Andromeda Evolutie’. Het verhaal begint als een drone van Israelische makelij, al vliegend over de Amazone jungle een bizarre buitenaardse materie ontdekt. Het blijkt een micro-organisme dat lijkt te groeien en zelfs te evolueren. Een Wildfire team, bestaand uit vooraanstaande wetenschappers, AI-ingenieurs en astronauten, zal de quarantainezone moeten bereiken en proberen uit te vinden wat het is en hoe het eventueel te stoppen. De materie lijkt niet te stoppen te zijn qua groei.

Zoals ik al zei, grijpt Daniel H. Wilson geregeld terug naar ‘De Andromeda Crisis’. Of dat noodzakelijk was, of meer een (terecht) eerbetoon aan Michael Crichton, dat laat ik in het midden. Ik vond ‘De Andromeda Evolutie’ meer dan de moeite waard en dit keer was het toch meer een techno-thriller, zonder allerlei wetenschappelijke artikelen tussendoor. Het las wel een stuk beter door, dat moet gezegd. Al met al dus wel een aanrader, maar als je het me echt vraagt… was deze uitgave een noodzaak? Dan had ik toch: ‘Nee!’ geantwoord. Sommige titels moeten eigenlijk gewoon een standalone verhaal blijven, hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn.

Jos Lexmond

De moedercode – Carole R. Stivers

Moedercode.jpg

De moedercode – Carole R. Stivers (SF)
Karakter Uitgevers B.V. Uithoorn (2020)
333 pagina’s; prijs 21,50
Oorspronkelijk: The Mother Code (Berkley Books – 2020)
Vertaling: Joost Zwart
Omslag: Mark Hesseling, Wageningen

In tegenstelling tot andere thrillers die dystopische invloeden hebben is ‘De moedercode’, mijns inziens, duidelijk wel ‘echte’ Science Fiction te noemen. Uiteraard klasseer ik die thrillers die zich een jaar of twintig of dertig in de toekomst afspelen ook als SF, maar die spelen zich alleen maar in de toekomst af met een aantal logische technische ontwikkelingen. Ik weet het… de grens is heel erg dun en is ook meer op persoonlijke leest geschoeid dan als op harde en vastliggende feiten, dus zou ik het maar een flinke schep zout (in plaats van de normaal geijkte korrels) nemen. Het maakt ook niet echt uit. Wat mij betreft heeft het toch het labeltje SF gekregen en als je er een speciale uitdrukking aan zou willen geven, dan zou je er een hele rits van subgenre parameters aan kunnen hangen. Een behoorlijk aantal jaren geleden zijn wij (van FANDATA) eens bij Eddy C. Bertin op bezoek geweest om zijn specificaties van genres en subgenres eens te bekijken en bespreken. Zijn systeem was briljant, anders kunnen we het niet noemen, maar voor onze doeleinden was het haast niet bruikbaar. Het betekende dat elke verhaal, tot welhaast in het oneindige zou moeten worden ontleed om alle subgenres (en daar dan weer de subgenres van) te benoemen. Dat zou dan weer in kunnen houden dat elk verhaal in behoorlijke aantallen subgenres moest komen hangen. De remedie zou erger zijn dan de kwaal. Het zou inhouden dat er nog heel erg veel meer tijd in FANDATA gestoken zou moeten worden als dat we nu al doen. Ofschoon we zeer gecharmeerd en onder de indruk waren van het uitermate doordachte systeem van Eddy Bertin, kozen we er, vanwege de tijdsdruk, dus niet voor. Aldus gingen we, weliswaar met pijn in het hart, op de door ons ingeslagen weg verder.

Maar goed… bovenstaand relaas neemt de eerdere stelling niet weg dat ‘De moedercode’ echtere SF is dan de ‘normale’ dystopische thrillers. Waar zit ‘m dat in? Welaan niet in de tijd. Het is namelijk 2049 en dat is het wel vaker in tegenwoordige thrillers. Maar een team van wetenschappers moet er voor gaan zorgen dat de mensheid overleefd in de toekomst op een steeds vijandiger wordende aarde. Als dan een biologisch wapen ingezet wordt tegen vijandige strijders in Afghanistan, ontploft dat biologische wapen welhaast in het gezicht van de mensheid en is er haast geboden om het voortbestaan van de mensheid te garanderen. Een robotmoeder wordt geconstrueerd die in staat is autonoom een embryo op te laten groeien in haar binnenste en uiteindelijk de baby geboren te laten worden. De embryo’s moeten dan wel immuun gemaakt zijn voor het biologische wapen. Zes jaar nadat de ramp plaatsvond wordt Kai geboren in een woestijnlandschap. Hij leeft alleen in het gezelschap van zijn robotmoeder die alle kennis en het instinct van een menselijk moeder heeft. Ze voedt Kai op, beschermt hem en leert hem overleven.

Wat volgt is een fascinerende blik in een mogelijke toekomst met technische, maar ook menselijke ontwikkelingen, op een manier waarop ik het nog nooit eerder gelezen heb. Ik ben dus zo vrij dit een behoorlijk origineel verhaal te noemen, dat absoluut genietbaar is. Je mag het niet alleen dystopisch noemen, maar misschien zelfs ook wel utopisch en het is knap dat zo iets negatiefs om te buigen is iets dat je welhaast positief kan noemen. De kreten op de omslagen zijn meestal voor velerlei interpretaties vastbaar, maar dit keer zijn de kreten: “Meeslepende actie, intrigerend en origineel”, absoluut waar. In mijn ogen, dus zeker en vast een regelrechte aanrader!

Jos Lexmond

De nachtmerriewinkel en het akelige jeukpoeder – Magdalena Hai

De-nachtmerriewinkel-en-het-akelige-jeukpoeder.jpg

De nachtmerriewinkel en het akelige jeukpoeder – Magdalena Hai (JSP)
De nachtmerriewinkel, deel 1
(Painajaispuoti ja kamala kutituspulveri – WSOY, Helsinki (2018))
De Vier Windstreken , Rijswijk (2020)
61 pagina’s; prijs 10,95
Vertaling: Petri Hoogendijk
Omslag & Illustraties: Teemu Juhani

Het was wel even lachen toen het pakje moeiteloos door de brievenbus gleed en met een bescheiden klapje op de mat van de voordeur viel. Ik dacht in eerste instantie dat het om een tijdschrift (zoals Fantastische Vertellingen) ging, maar bij het uitpakken bleek het om een boek te gaan dat ik inderdaad aangevraagd had als recensie exemplaar. Bij het samenstellen van mijn wensenlijstje had ik de indruk dat het ging om een boek voor de oudere jeugd en ook dat het wat volumineuzer zou zijn dan de 61 pagina’s die nu voor me lag. Maar goed… het is niet anders en een recensieboek is een recensieboek, en daar is altijd wel iets over te vertellen. Bijvoorbeeld of het leuk is, of niet, voor de doelgroep, waarbij ik dan denk aan kinderen uit groep 4 en 5 (7/8 jaar). En daar kan ik meteen bevestigend op antwoorden. Ik heb zelf kleinkinderen in die leeftijdgroep en kan, denk ik, redelijk inschatten of ze dit leuk zouden vinden. Ik denk dus van wel!

Waar gaat het over? Nina, een meisje van negen, heeft een geldprobleem, want ze wil heel erg graag een nieuwe fiets. Maar die kosten het een en ander. Er zit niets anders op dan een baantje te zoeken, maar wie neemt nu een negenjarig kind aan? Nina koopt van haar laatste geld een superhoorn met drie bolletjes ijs en besluit aan de ijsverkoper, Irma Vanilia, of ze hulp nodig heeft. Nee dus! Maar dan ziet een briefje op de winkelruit van: De nachtmerriewinkel’: Hulp gevraagd! Nina gaat naar binnen en vind de verkoper van De Nachtmerriewinkel op de grond, spartelend met zijn benen en gierend van de lach. Hij kan niet ophouden met lachen en kan ook niets zeggen. Nina weet niet wat ze moet doen, tot er plotseling: “Ahum”, achter haar klinkt. Het is Pieter de winkelgeest. Hij is tien jaar oud en stierf lang geleden plotseling bij een ongeluk, veroorzaakt door een scheetgrapje en een paar vissticks. Meneer Spoek, de eigenaar van de winkel, heeft jeukpoeder over zich heen gekregen en Nina gaat, samen met Pieter, op zoek naar een middel tegen de jeuk en… naar diegene die het op zijn geweten heeft. Het is het begin van allerlei avonturen in De nachtmerriewinkel.

Leuk verhaaltje dat opgesierd is met misschien nog wel leukere illustraties. Blijkbaar is dit het eerste deel van een reeks en dat komt goed uit, want ik wil er best nog wat meer van zien! Overigens is Magdalena Hai geen onbekende in Finland als het om volwassen SF gaat. In 2012 schreef ze de eerste Finse Steampunk roman.

Jos Lexmond’

Het huwelijk van tijd en ijs – Guido Eekhaut

Huwelijk-van-tijd-en-ijs.jpg

Het huwelijk van tijd en ijs – Guido Eekhaut (SF)
Uitgeverij Vrijdag, Antwerpen (2020)
320 pagina’s; prijs 22,50
Omslag: Mulder van Meurs, Amsterdam

Toen ‘Het huwelijk van tijd en ijs’ net verschenen was, plaatste Guido Eekhaut een oproep op facebook aan recensenten die zin hadden om het boek te recenseren. Nou ben ik daar nooit heel erg vies van, dus ik had meteen van: Waarom niet! Toch eerst maar even contact met Guido gezocht met de vraag of er wel fantastisch elementen in voorkwamen. Er stond tenslotte luid en duidelijk: Thriller op de omslag en bij het NCSF willen ze toch wel graag recensies van verhalen met, meer of minder, fantastische elementen en daar houd ik mij toch wel aan. (nou ja… voor de niet fantastische verhalen van Jack Vance die bij Spatterlight verschijnen, maak ik wel een uitzondering). Nu staat er natuurlijk zowat op elk boek triller, dus dat wil niet zo heel erg veel meer zeggen, maar toch. Per omgaande kwam een bevestiging van Guido dat dat inderdaad het geval was, dus stond niet meer in de weg een recensie exemplaar aan te vragen. Dat prompt gehonoreerd werd, waar ik heel erg blij mee was. Helaas moest het nog even blijven liggen, omdat er nog een paar andere recensieboeken eerder binnen gekomen waren (alsmede een hoop ander gedoe, waar ik nu niet verder over uit zal weiden).
Dan was het eindelijk zo ver. Ik was inmiddels meer dan benieuwd.

‘Het huwelijk van tijd en ijs’, speelt zich min op een tweetal plekken af en wel in Marseille en op de Zuidpool. De Zuidpool… daar ga ik niet al te veel van zeggen. Gewoon maar tot u nemen! De wijk in Marseille, waar het verhaal zich voornamelijk afspeelt, heet La Valentine. Uiteraard (na het boek gelezen te hebben) heb ik even gecheckt of die wijk bestond en niet uit de duim van Guido kwam. Tot mijn verbazing bestond die wijk wel degelijk en de foto’s daarvan, herkende ik vrijwel meteen uit de omschrijving die Guido in zijn boek gaf. Al lezend zag je de omgeving welhaast door de kieren van de woorden sijpelen. Ik ken er eigenlijk maar een die deze gave van woorden tot een kunst verhief: Jack Vance. Als je zijn verhalen las, zag je het landschap voor je en kon je het beschreven voedsel bijna ruiken en proeven. Deze manier van schrijven vind ik zeer aantrekkelijk. Guido Eekhaut heeft dat dus ook.

Hoe dan ook… detective Emanuel Selavy (C’est la vie (Zo is het leven)?) zwerft door de gore straten van La Valentine, op zoek naar sporen van de misdadiger Lönnroth. Hij wordt aan zijn lot over gelaten door zijn chefs en mag zo ongeveer doen en laten wat hij wil. Theodora Steiner is een onderzoeksrechter, die de opdracht krijgt om de prefectuur van Marseille door te lichten. Het Parijse rijkeluiszoontje Raymond Roussel is daarentegen op zoek naar kicks en de gitzwarte kant van de samenleving. Ze kennen elkaar niet, maar door samenloop van omstandigheden komen ze met elkaar in contact en raken verbonden door de jacht op slechts één persoon: Lönnroth! De ontvoeringen en spoorloze verdwijningen van jonge meisjes wordt op zijn conto geschreven. Hij is ongrijpbaar. De drie speurders ontdekken gaandeweg dat er nog een andere band is die hen bind. Hun vaders kenden elkaar. Zij waren lid van een vijftal, dat in de jaren twintig van de vorige eeuw de Republiek van Antartica stichtte. Een jonge geleerde, Lönnroth genaamd, was een van hen. Hij voerde wel heel erg bizarre experimenten uit.

Verder vertel ik natuurlijk niets over verhaal, maar ik kan wel kort en bondig zijn over hoe ik het vond: Prachtig! Inderdaad met een hoofdletter P. Guido had ook niets teveel gezegd. De fantastische elementen waren ook in voldoende mate aanwezig, waardoor ik het verhaal als SF kon classificeren. Ik wil ook nog wel even memoreren dat Guido Eekhaut mooie woorden gebruikt. Een tweetal voorbeelden, zoals: ‘spaarzaam en opaak’ en ‘nubiele nimfen’. Mijn vocabulaire is best aanzienlijk, maar deze twee had ik nog nooit gezien en dan bedoel natuurlijk ik niet: ‘Spaarzaam’ en ‘nimfen’. Ik heb ze op moeten zoeken. Wat mij betreft is ‘Het huwelijk tussen tijd en ijs’ een dikke aanrader. Doe mij nog maar zo’n Thriller!

Jos Lexmond

Als het bloedt – Stephen King

King-Als-het-bloedt.jpg

Als het bloedt – Stephen King (DIV)
Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam (2020)
409 pagina’s, € 24,99
Oorspr.: If It Bleeds (Hodder & Stoughton) – 2020)
Vertaling: Annemarie Lodewijk
Omslag: Will Staehle / Unusual Corporation (Bewerkt door DPS Design & Prepress Studio)/Valik/Shutterstock

Eenieder, of het nu vrienden of vijanden van de schrijver zijn, zal moeten toegeven dat Stephen King bij leven al een legende is. Echt een vijand van hem zijn… dat kan ik me welhaast ook niet voorstellen. Hij heeft inmiddels dermate veel titels in alle mogelijke genres op zijn naam staan, dat er altijd wel iets tussen zou moeten zitten wat wel je smaak is. Persoonlijk heb ik wel een zwak voor King, ofschoon ik ook niet alles even mooi vind. Voor mijzelf springt er bijvoorbeeld ’22-11-1963’ als roman er heel erg uit en een van zijn mooiste korte (nou ja… kort) verhalen vind ik wel: ‘The Things They Left Behind’, een verhaal over de naweeën van 09-11. Dat vond ik een heel erg ontroerend verhaal. Ik heb echt ook niet alles van Stephen King gelezen. De verhalen die verfilmd waren en waarvan vrijwel meteen een filmische versie te aanschouwen was, heb ik als boek overgeslagen en ook een paar van zijn laatste boeken zoals ‘Het Instituut’ en ‘De Buitenstaander, staan beiden wel op mijn ‘To-Do’ lijstje, maar heb ik niet aangevraagd als recensie exemplaar. Ze waren te volumineus. Beiden tellen een kleine zeshonderd pagina’s en dat betekent in mijn normale leestempo dat ik er een kleine twee weken voor uit zou moet trekken. Dat is met mijn normale leesachterstaand van recensieboeken geen optie. Dus… hoe jammer ook… toch maar op mijn schier oneindige To-Do lijst gezet.
Ik was dus heel erg blij toen ‘Als het bloedt’ aangekondigd werd en dat ik hem, na aanvraag, ook toegewezen kreeg. Meestal zijn de leesexemplaren van Stephen King snel vergeven. Waarom was ik er blij mee? Wel… omdat het maar een dikke vierhonderd pagina’s dik was en dat het bestond uit een viertal novelles. Dat was te doen. Eigenlijk kan ik kort zijn over ‘Als het bloedt’. Het is een prachtige bundel met een gevarieerd aanbod van verhalen. Dit zou meer dan beschrijving genoeg zijn, ware het niet dat ik er zelf toch ook nog wel wat meer over zou willen vertellen.
Het eerste verhaal ‘De telefoon van meneer Harrigan’ vond ik meteen (zelfs zonder de andere drie gelezen te hebben (en erna ook nog)) het beste. Het sprak me meteen aan. Criag doet in zijn jeugd hand-en spandiensten voor de rijke (miljardair) meneer Harrigan. Elk jaar, met Valentijn, met zijn verjaardag, met Thanksgiving en met kerstmis, kreeg hij een kaart van zijn werkgever met een kraslot van één dollar. Als hij eens met zijn lot drieduizend dollar wint, hoeft Craig geen tweemaal na te denken en koopt hij een mobiele telefoon voor meneer Harrigan die, ondanks zijn vele geld, er niet over peinst zelf een dergelijk apparaat aan te schaffen. Uiteindelijk ziet hij er het voordeel van in (sneller kunnen reageren op stijging en daling van de beurskoersen) en begint het apparaat te gebruiken. Als meneer Harrigan onverwacht overlijd stort de wereld voor Craig in en bij zijn begrafenis steekt hij de mobiele telefoon in de binnenzak van het jasje van meneer Harrigan. Zoekend naar troost blijft hij hem bellen en zijn voicemail inspreken. Op een dag vertelt Craig hem dat hij op school wordt gepest en dan… pracht verhaal dat ik kan blijven lezen en herlezen.
Het tweede verhaal ‘Het leven van Chuck’ vind ik persoonlijk het minste verhaal uit deze bundel, hoewel ik aan het einde van het verhaal verrast werd door de twist die ik absoluut niet aan zag komen.
Het derde verhaal is het titelverhaal ‘Als het bloedt’. Je zou het zomaar een korte roman kunnen noemen. Holly Gibney is van oorsprong een bijfiguur uit de Bill Hodges trilogie (Mr. Mercedes etc.) en later ook in ‘De outsider’. Nu dus in ‘Als het bloedt’ is ze de hoofdpersoon die de aanslag op een basisschool probeert te doorgronden. Het verhaal is licht futuristisch en begint in december 2020.
Het laatste verhaal ‘Rat’ gaat over een schrijver die zich afsluit van zijn gezin en de buitenwereld om een nieuw dat hij in zijn hoofd heeft, te kunnen schrijven. Terwijl hij in de afgelegen hut van zijn vader werkt verschijnt er een mysterieuze rat die, tegen een prijs, aanbiedt om de schrijver te helpen met zijn verhaal.

Alle verhalen zijn juweeltjes. Het lijkt Stephen King geen enkele moeite meer te kosten een verhaal te schrijven. Maar wat wil je… als je er al zoveel op je naam hebt! Ik kan niet anders zeggen dan: Aanschaffen en lezen!!!

Jos Lexmond

Theo Barkel – De wraak van Naírghan

Wraak-van-Nairghan.jpg

Theo Barkel – De wraak van Naírghan (FA)
Het Chagrijnige Slagzwaard, deel II
Uitgeverij Macc, Rijen (2020)
220 pagina’s; prijs 16.95
Omslag: Maarten de Bruin

Als je het nuchter bekijkt, dan is Theo Barkel misschien wel vijf jaar bezig geweest om het vervolg op ‘Het Chagrijnige Slagzwaard’ te schrijven. Dit vervolg werd in ieder geval al min of meer aangekondigd in dat eerste deel. Nou kan het niet anders zijn, dan dat Theo zich met zoveel dingen doende was dat hij zich maar met mondjesmaat met ‘De wraak van Naírghan’ bezig kon houden. Als je alleen al naar de boeken kijkt die bij Uitgeverij Macc verschenen de laatste vijf jaar, dan kan je niet anders doen dan dat beamen. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het nog knap is dat hij ‘De wraak van Naírghan überhaupt heeft kunnen schrijven en produceren.

Het verhaal dan! Dat begint waar ‘Het Chagrijnige Slagzwaard’ ophield, of… je mag natuurlijk ook zeggen dat het daarna doorgaat.

Naírghan, de broer van Miurghan de Magiër en dus uiteraard ook de zoon van de Woudheks, is ontsnapt uit zijn gevangenis in de Onbeschreven Zuilen in het hart van Conrithar, het buurland van Potanesië. Waarom Naírghan daar precies was opgesloten is niet vermeld (jammer, vind ik dat wel), daar komen we misschien later nog eens achter, maar het was noodzakelijk geweest om Naírghan vast te zetten in ketens die Miurghan en Myhre samen gesmeed hadden. Nu is hij dus ontsnapt en verscheen op de huwelijksplechtigheid van Hiram en Lavina in een geluidloze explosie van licht. Met een grijns naar Miurghan en zijn moeder griste hij de broer van het Chagrijnige Slagzwaard uit het zand en verdween na een overdreven buiging weer in het niets, Miurghan en zijn moeder geschokt achterlatend. Om de confrontatie met Naírghan in Conrinthar aan te gaan, vertrekt Hiram, samen met Miurghan, Myrhe, Kamar en Sira voor hun queeste. Uiteraard, zou ik haast zeggen, is dat niet de enige verhaallijn. Er is nog een mysterieuze vreemdeling in Potanesië, die zijn eigen plan volgt, er duiken oude vijanden op. Chaos en burgeroorlog lijken imminent en onafwendbaar en dan verschijnt ook nog eens Cromag Non, de barbaar, op het toneel.

Dan heb je alle elementen wel verzameld die weer leiden tot het even zo hilarische vervolg op ‘Het Chagrijnige Slagzwaard’, waarin weer van alles gebeurt wat je niet verwacht en die vervolgens alle verwachtingen weer waarmaakt. Sir Anrith Kommurgal, of Harry, of Cas (van Casanova) brengt, net zoals in deel een, als het Chagrijnige Slagzwaard weer leven in de brouwerij en maakt het lezen van ‘De wraak van Naírghan’ tot dolle pret.

Ik mag, nee… ik moet, alweer zeggen dat ik van dit tweede deel genoten heb en ik zou het geen straf vinden, om nog eens een derde deel (of vierde deel) onder ogen te krijgen. Ik geloof ook niet dat Theo er al helemaal klaar mee is. Ook als je het nawoord leest, krijg je absoluut die indruk niet. Hij zegt zelf: “Feit is dat het Slagzwaard in mijn hart is gegroeid en dat er behoorlijk veel van mezelf in zit. Nooit verwacht dat ik zoveel plezier zou beleven aan het schrijven van een Fantasyroman. Maar… wel zonder kaartje!”
Nou… een kaartje heb ik ook niet echt gemist. Nog even dit… ondanks dat het aantal pagina’s ongeveer hetzelfde is van deel een en deel twee, is de dikte van het boek met ongeveer de helft afgenomen. Dat is wat innovatie in vijf jaar tijd gedaan heeft. Ik kan de papierbesparing alleen maar toejuichen. Zo is er zeker, op dat gebied, ruimte voor een derde deel (wishfull thinking).

Jos Lexmond

Alle tijd van de wereld – Jeroen Syns

Alle-tijd-van-de-wereld.jpg

Alle tijd van de wereld – Jeroen Syns (SF)
Jon Sneyers (Eigen Beheer) – (2020)
369 pagina’s; prijs 20,00
Omslag: Els Dooghe – Wall Art Els

Normaal gesproken ben ik nogal huiverig voor een boek van een ‘Out of the Blue’ schrijver. Een aantal keren kreeg ik een partij bagger in mijn handen geduwd, waarvan ik eigenlijk niets wist te maken. Daar ik ook normaal gesproken alles toch wel positief wil benaderen en de producent van de bagger niet in de put wilde schoppen (gevolgd door de bagger), maar toch ook wil vertellen dat hij/zij beter op kon houden met schrijven en beter postzegels kon gaan verzamelen oid, zat ik dus telkens met een probleem. Hoe vertel je zoiets zonder dat je ervoor zorgt dat die persoon de allerhoogste tak in de allerhoogste boom op gaat zoeken. Gelukkig had ik dat probleem niet bij Jeroen Syns. Integendeel zou ik haast zeggen. ‘Alle tijd van de wereld’ is een boeiend verhaal dat goed verteld wordt. Ik denk ook dat er zomaar een nieuw subgenre geboren is. Dystoporno of misschien: Pornopunk. Natuurlijk is een zekere mate van erotiek niet vreemd in de fantastische lektuur. Ik denk daarbij meteen aan ‘Het menselijk monster’ van Julien C. Raasveld, of de beide ‘Herald Childe’ (‘De beeltenis van het beest’ en ‘De belustheid van het beest’, het laatste deel ‘Traitor to the Living’ is onvertaald gebleven) boeken van Fhilip Jose Farmer, of ‘Erotische sprookjes uit Rusland’ en ‘Erotische sprookjes uit Noorwegen’. Er zullen er ongetwijfeld meer zijn, maar deze springen meteen op in mijn hoofd.

Hoe dan ook… ‘Alle tijd van de wereld’ is het verhaal van Peisninoë’. Ze heeft een gave waarmee ze elke man kan doen klaarkomen in vijf seconden. Letterlijk. Als zij het wou, kreeg elke man in haar omgeving een oncontroleerbare zwelling in de broek. Zelfs als ze haar nog niet gezien hadden. Dat is natuurlijk heel erg gemakkelijk als je de omgeving wilt controleren en manipuleren. Zo hoeft een man maar te zeggen: “Kijk naar mij. Vergeet alles. Doe wat ik zeg. Wordt ultrageil. Kom klaar. Wordt verslaafd aan mij. Kom nog eens klaar. Laat je gaan. Nee, dit is geen droom. Geef al je aandacht aan mij. Doe wat ik zeg. Goed zo. Doe alles wat ik zeg. Brave jongen. Kom nog maar eens lekker klaar. Morgen misschien nog eens. Als je braaf bent.” Mannen waren als was in haar handen. In de liefde heeft Peisninoë minder gelukt. Als ze Jason leert kennen, sleept hij haar mee in een megalomaan plan om de toekomst van de mensheid te verzekeren.

Het verhaal wordt hoofdstuksgewijs vertelt vanuit het voortschrijdende heden van Peisninoë en vanuit de verre toekomst. Op de achterflap staat dat de roman het langverwachte bastaardkind is van Asimov en Nabokov’s Lolita. De analogie met Asimov kan ik wel zien. R. Daneel Olivaw en R. Giskard Reventlov reizen lineair door de tijd en geven de mensheid sturing en dergelijke om de mensheid uiteindelijk tot de Foundation te brengen. Peisninoë reist ook lineair door de tijd (door gebruikmaking van snelle invriestechnieken) om belangrijke mensen te beïnvloeden en aldus Jason’s megalomane rijk werkelijkheid te doen worden. Over Lolita kan ik amper tot niet oordelen.

Eigenlijk heb ik maar twee problemen met ‘Alle tijd van de wereld’. Ten eerste denk ik niet dat de Vlaamse termen, die veelvuldig gebruikt worden, tot veel begrip zullen leiden in Nederland. Zelf woon ik in Noord-Brabant en heb er niet zoveel moeite mee. Ik vind het soms bij tijd en wijle wel vermakelijk. Maar het aantal keren dat ik: ‘het verdiep’ las in plaats van: ‘de verdieping’ werd uiteindelijk steeds minder vermakelijk. Ik zou toch zeker kiezen voor ABN bij een volgend boek. Met “Dit meesterwerk van Jeroen Syns” op de achterflap, had ik beduidend meer moeite. Ik weet niet wie dit geschreven heeft, maar als het de schrijver zelf was, dan vind ik dat nogal aanmatigend. Of het een meesterwerk is of niet, maken wij lezers wel uit. Mocht het een quote van iemand anders zijn… zet het er dan bij wie het gezegd heeft, want anders slaat de verdenking van aanmatiging toch weer terug op de schrijver zelf!

Of dergelijke porno nou iets is waar ik op zat te wachten… ik weet het niet. Maar het stoorde me ook niet echt. Het verhaal zelf echter… boeide me wel. Ik had in eerste instantie een beetje moeite met wisseling van de hoofdstukken en kreeg pas later door hoe alles in elkaar zat qua heden en toekomst. Maar ook dat was niet echt storend. Ik vond dat ‘Alle tijd van de wereld’ knap geschreven voor een debuut en wil graag Jeroen Syns verder verkennen.

Jos Lexmond

Theo Barkel – Het Chagrijnige Slagzwaard

Chagrijnig-Slagzwaard.jpg

Theo Barkel – Het Chagrijnige Slagzwaard (FA)
Uitgeverij Macc, Rijen (2015)
211 pagina’s; prijs 15.95
Omslag: Bar Productions

Waarom ik destijds ‘Het Chagrijnige Slagzwaard’ niet ter recensie had aangevraagd… Joost mag het weten. Maar verwacht ook geen wonderen van Joost, hij zal het hoogstwaarschijnlijk ook niet weten. De meest plausibele verklaring is waarschijnlijk dat ik destijds, net zoals eigenlijk altijd wel, tegen een chronische achterstand van nog te lezen recensieboeken en nog te schrijven recensies aankeek en aangezien Fantasy mijn minst favoriete genre binnen de fantastische lectuur is, zal ik het dus aan me voorbij hebben laten gaan. En dat is natuurlijk mijn eigen gemis geweest. Nu heb ik dus de kans om het in te halen. Theo benaderde me of ik interesse had in zijn tweede deel en gelukkig had ik wat ademruimte (wat wilde zeggen dat de stapel nog te lezen recensie boeken redelijk afgenomen was) en heb ik meteen: “Ja” gezegd. Theo was zo vriendelijk om het eerste deel eraan toe te voegen zodat ik daar ook kennis van kon nemen en aldus niet onvoorbereid aan het tweede deel behoefde te beginnen. Waarvoor dank natuurlijk. En bij dezen dan mijn reactie in de vorm van een recensie. Alsnog, dus…

Miurghan de Magiër krijgt de opdracht van koning Sinda om een onoverwinnelijk magisch zwaard te creeëren. Hij twijfelt omdat zo’n soort zwaard het machtsevenwicht wat er is tussen Garma- Potanesië en Sinda-Potanesië dusdanig zou kunnen verstoren. Maar de zak met gouden munten en vooral niet koning Sinda tegen het harnas te willen jagen geven de doorslag en hij smeed het magische zwaard. Miurghan heeft een plannetje om de macht van het zwaard te beperken. Maar natuurlijk gaat er wat mis met de toverspreuk en het magische zwaard kan spreken en is niet blij met het feit dat hij door Miurghan gecreëerd is. Op zijn best kan je zeggen dat hij zeer chagrijnig overkomt. Op het moment dat Miurghan zijn fout wil proberen te herstellen, wordt de tovenaar ontdekt door een draak die hij zijn vuur heeft afgenomen en vervangen heeft door water, zodat de draak nu ijskoud water spuwt. Miurghan wordt gedwongen te vluchten en het zwaard achter te laten. De draak krijgt het aan de stok met het zwaard en gaat er uiteindelijk vandoor omdat hij het met woorden niet kan winnen van het magische zwaard en laat het zwaard vloekend en scheldend achter tot het in slaap valt.
Hiram een boerenknaap van amper zestien jaar oud, heeft de koe van zijn vader laten verdrinken in de sloot en wordt door zijn vader rigoureus de deur uitgezet. Hij kan pas terugkeren als hij de koe kan betalen, met rente. Hij besluit zijn geluk te zoeken aan het hof van de koning, niet wetende dat deze een toernooi heeft uitgeschreven, waarbij de hand van prinses Simané de hoofdprijs is. Op weg naar het paleis vindt hij het zwaard en dat is het begin van grootse en vooral grappige avonturen.

‘Het Chagrijnige Slagzwaard’ is met de nodige humor geschreven en vooral het zwaard zelf is soms hilarisch te noemen. Het verhaal zit vol vondsten en meer dan terecht wordt Theo Barkel door sommigen vergeleken met Terry Pratchett. Persoonlijk vind ik dat Theo Barkel toch meer een eigen unieke stijl heeft en eigenlijk met niemand anders vergeleken kan worden dan met zichzelf. Sommige vondsten in het verhaal zijn geweldig en laten je al lezend grinniken. Het enige dat je nog wilt na lezing van ‘Het Chagrijnige Slagzwaard’ is gewoon een net zo leuk vervolg. En die wens is reeds vervuld. ‘De wraak van Nairghan’ is het tweede deel en is via de webshop van Uitgeverij Macc te koop. Kortelings de recensie daarvan op deze site!

Jos Lexmond