Jaap Boekestein – De Dodenleefster

Dodenleefster.jpg

Jaap Boekestein – De Dodenleefster (HO)
Uitgeverij Macc, Rijen (2021) Vampieren & Demonen
224 pagina’s; prijs 18,95
Omslag: Maarten de Bruin

Eerst even beginnen met een vraagje. Heeft iemand op de Maccazine facebook pagina van Uitgeverij Macc de collage (compilatie) van alle omslagen van de boeken die deze uitgeverij tot nu toe uitgegeven heeft (althans dat denk ik) al gezien? Nee? Kijk dan even hier: https://www.facebook.com/photo.php?fbid=4497109357000282&set=p.4497109357000282&type=3 . Indrukwekkend nietwaar? Als ik wel geteld heb, dan kom ik tot zestig uitgaven. Dan kan je toch niet zeggen dat Uitgeverij MACC tot de kleine uitgeverijen behoord. Er is ook nog een wedstrijdje aan verbonden. Als je kunt zeggen hoeveel omslagen door Tais Teng gemaakt zijn, dan kan je een gesigneerde eerste druk van de schrijver winnen. Dat moet niet zo heel erg moeilijk zijn. Zijn omslagen herken je tussen duizenden, laat staan zestig. Meedoen allemaal dus!!! Antwoorden ovv Prijsvraag Tais Teng naar info@uitgeverijmacc.nl.

Dit gezegd hebbende gaan we snel over naar de orde van de dag en wel naar ‘De Dodenleefster’ van Jaap Boekestein. De solo boeken van Jaap zijn, als je het Vlaamse Filmpje en de Splinter van Quasis meetelt, nog op twee handen te tellen. Om zijn verhalen tellen, heb je wel wat meer handjes nodig, namelijk bijna achtendertig (voor zover ik het weet). Dit dan wel de verhalen die hij alleen, dan wel samen met anderen in het Nederlands schreef. Ook al behoorlijk indrukwekkend en als ik (en FANDATA) het wel hebben, verschenen zijn verhalen al in 1989 in druk. Hij timmert dus al een behoorlijk tijd aan de weg en tegenwoordig weet hij ook in het Engelstalige taalgebied zijn weg te vinden. Buiten dat, maakt hij ook nog eens verdienstelijke en meer dan fraaie foto’s. Een man die alles kan!

‘De Dodenleefster’, is een gothic roman die zich afspeelt in het spookachtige, 19e-eeuwse New Orleans. Die stad staat natuurlijk bekend om zijn spoken en vampiers. Er zijn speciale nachtelijke tochten door New Orleans waarin je de spookhuizen en vampierverblijven kunt bezoeken en bezichtigen. Het Lafayette Cemetery staat bekend als één van de meest spookachtige in de Verenigde Staten. Anne Rice heeft de begraafplaats gebruikt als decor voor verschillende van haar romans, zoals bijvoorbeeld: ‘Interview with the Vampire’. Het is dus niet zo’n vreemde plek om een dergelijk horror verhaal zich af te laten spelen.

Nathalie Owen wordt geboren in de bliksem. Ze komt tot leven in een graftombe (misschien zelfs wel op het Lafayette Cemetery) in een sarcofaag, omringd door stapels doodkisten in nissen. Ze was Nathalie Owen in haar geest, maar het lichaam dat ze nu bewoonde, was niet het hare, maar André Fantone, haar vroegere minnaar, dacht van wel. Hij bevrijdt haar uit de tombe, neemt haar mee naar huis en samen beleven ze een nacht als geliefden die ze eens, en onverwacht weer waren.

De volgende morgen, André sliep nog, veranderd Nathalie in een lijk, erger dan een lijk. Haar huid smerig en verdorven. Klauwachtige handen een grijnzende schedel bedekt met rottend vlees, geen neus, geen oren en geen lippen. Nathalie is een Dodenleefster geworden. Ze heeft het vermogen om voor één nacht de gedaante en het lichaam van iedere gestorven vrouw aan te nemen. Een nacht om onafgemaakte zaken af te sluiten. Haar André Fantone, de albino dandy, die levend als hij is, al een verdorven bestaan leidt, werpt zich op als haar beschermer en brengt haar gave te gelde.

Een héél ander verhaal dan dat we van Jaap Boekestein gewend zijn. Echt heel wat anders dan bijvoorbeeld de ziltpunk verhalen, die hij samen met Tais Teng schrijft, maar daarom zeker niet minder boeiend. Het heeft een broeierige sfeer. Sensueel en erotische getint natuurlijk, maar ook soms heel erg eng, smerig en op zekere momenten behoorlijk onsmakelijk. Zoals ik al zei: boeiend, en… het smaakt naar meer. Dus Jaap… wat let je? Ik zit er klaar voor!!!

Jos Lexmond

Johan Klein Haneveld – De mens een sprinkhaan

De-mens-een-sprinkhaan.jpg

Johan Klein Haneveld – *De mens een sprinkhaan (SF)
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep (2021)
Rare Boekjes-reeks 56
57 pagina’s; prijs € 3,95
Omslag: Ingrid Heit/Gert-Jan van den Bemd
Verkrijgbaar op: https://shop.pr1ma.nl/

Eerlijk gezegd ben ik niet vanaf het begin af aan aangetrokken door de Stichting Fantastische Vertellingen, maar wel door de Rare Boekjes reeks. Ik kocht ‘De val van Nieuw Versailles’ van Paul Harland, het eerste nummer in de ‘Rare Boekjes’ reeks in 1983 op de een of andere Con en ook van meer boekjes in de reeks weet ik zeker dat ik ze aangeschaft heb, maar welke… dat weet ik niet precies meer en de meeste zitten (helaas) nog ergens in een doos. Maar ook een hele tijd heb ik de Rare Boekjes niet meer aangeschaft. Ondanks de kleine prijzen, was gebrek aan geld wel een van de belangrijkste redenen, maar ook de beschikbaarheid van SF in de reguliere reeksen in die tijd, was een duidelijke reden. Ook was ik in die tijd duidelijk meer geïnteresseerd in de buitenlandse vertaalde SF. Ik volgde wel wat er uitkwam in Nederland, maar alweer eerlijk gezegd, kwamen er bij de Rare Boekjes reeks veel titels van schrijvers, waarvan een aantal mijns inziens niet tot de fantastiek behoorden. Als ik in FANDATA kijk hebben wij momenteel vierendertig Rare Boekjes opgenomen, waarvan er nog een paar herdrukken zijn. Zonder die herdrukken hebben we dus een dertigtal opgenomen. Het zestigste Rare Boekje kondigt zich al aan en Ik heb zo het vermoeden dat wij het een en ander nog gemist hebben in de reeks. Iets om te onderzoeken en goed te maken de komende jaren. Ware het niet dat er zooooooooo ontzettend veel te onderzoeken en goed te maken was, dan was het allang gebeurd!

Met ‘De mens een sprinkhaan’ van Johan Klein Haneveld is het zesenvijftigste Rare Boekje een feit. Een mini Raar Boekje deze keer met een tweetal verhalen erin opgenomen. Johan Klein Haneveld heeft me al een aantal keren verrast met zijn verhalen, maar slaagt er in dit toch alweer te doen met ‘De mens een sprinkhaan’. Johan weet als geen ander werelden die totaal onbegrijpelijk zijn, neer te zetten als volkomen normaal en alledaags. Hij doet dit in het geval van de verhalen in ‘De mens een sprinkhaan’ door de mens in een SF setting in een insecten omgeving te plaatsen die aldaar een menselijke inbreng te hebben. In ‘De soldaat die koningin werd’ wordt Thomas, een mens, die omgevormd wordt tot een mier. Tijdens die omvorming is blijkbaar een defect opgetreden, maar daar de fysieke parameters lijken te voldoen en Thomas wordt goedgekeurd, al weet hij zelf niet waarom en met welk doel hij daar is. Ook waarom hij als enige zijn naam weet en wat hem betreft, hij geen nummer is. In het dystopische verhaal ‘De sprinkhanen’ strijd de mensheid tegen de sprinkhanen en lijkt de strijd te verliezen. De mensen kunnen zich slechts in een pantser gehuld, buiten de bunkers komen om te patrouilleren. Is een droom van het paradijs, ook werkelijk de weg naar het paradijs?

Prachtige verhalen, met stemmige illustraties van Gert-Jan van de Bemd, waardoor ik alleen maar kan zeggen: blijf ons verrassen, Johan, met je verhalen en Remco… blijft ons verrassen met je uitgaven. Ik volg ze nu zeker wel!!!

Jos Lexmond

Tjonge-17. Sjezus!

tjonge-17-ondoelmatig-nauwelijks-periodiek.gif

Tjonge-17. Sjezus!
Stichting Fantastische Vertellingen, Nieuw-Vennep
59 pagina’s; prijs € 0,25 (Gratis bij een jaarabonnement van Fantastische Vertellingen)
Samenstelling: Remco Meisner
Omslagillustratie: Gerd-Jan van der Bemd
Illustraties: Oxana Langbeen
Verkrijgbaar op: http://shop.pr1ma.nl/

Het kleinste tijdschrift van Nederland, maar zeker niet het dunste. Twintig pagina’s maar liefst meer dan Tjonge-16. Het kan niet op én… hoe kan dat voor die prijs?

Altijd als Fantastische Vertellingen op de mat valt, kijk ik meteen of er het nieuwe nummer van Tjonge bij zit en als dat niet zo is, dan ben ik toch een beetje teleurgesteld. Als ie er wel bij zit, dan spring ik erop als een bok op een haverkist. A: omdat ik bang ben dat het ergens onder komt of achter valt, want dan kan je het mooi niet meer terugvinden. B: omdat ik het leuk vind. Ik moet trouwens wel uitkijken met de recensie dat ik qua woorden het aantal woorden in Tjonge-17 niet overschrijd. Het zou een beetje pedant zijn ten opzichte van Tjonge, nietwaar.

Dus… de recensie zelf dan maar. Het voorwoord van Remco Meisner zelve, heeft de titel: ‘U bent gewaarschuwd!’ meegekregen. Dan denk ik meteen: Waarom in Sjezus naam? De enige manier om erachter te komen is het dan maar meteen te lezen, wat ik dan ook maar deed. En dan blijkt de titel ineens een waar woord te zijn en het voorwoord ook ineens een hyper actueel gehalte te bezitten, waar geen speld tussen te krijgen is. Verbluft zak ik achterover in mijn stoel, met het risico Tjonge-17 los te laten en het daarna nooit meer terug te vinden, maar ik moet even de adem hervinden en de emoties tot bedaren te laten komen, voordat ik verder kan gaan.

Een wijle later, nog enigszins natrillend, kan ik me dan met het verhaal van Roos van der Velden bezig gaan houden. Roos debuteerde in Fantastische Vertellingen 58 en mag dan nu in Tjonge schitteren. ‘Ik had het je nog zo gezegd’ is een kalm gruwelverhaal, dat subtiel in je kruipt en daar gaat zitten etteren. Zelf krijg ik de kriebels van dit soort verhalen. Ze doen me omkijken!

Welaan… Tjonge zit er weer op. Het is lijdzaam afwachten op de volgende. Kort of lang… het is altijd te lang! Nog even checken of ik in mijn recensie niet meer woorden gebruikte, dan er totaal in Tjonge staan… …. …. nee! Nou dan kan ie wel geplaatst worden.

Jos Lexmond

De verdwenen kolonie – A.G. Riddle

Verdwenen-kolonie.jpg

De verdwenen kolonie – A.G. Riddle (SF)
Lange Winter-trilogie, deel 3 (en slot)
Iceberg Books, Amsterdam (2021)
Oorspr.: The Lost Colony (Legion Books, Raleigh, North Carolina (2019))
366 pagina’s, € 22,99
Vertaling: Erik Schreuder en Sonja Renaud
Omslag: Head of Zeus, Londen/Michael van Zijl

De conclusie van ‘De Lange Winter-trilogie’ en wat voor een. Het is altijd jammer als je de laatste pagina van het boek, waar je helemaal in hebt gezeten, gelezen hebt en dichtslaat. Je zou, althans dat heb ik dan, er nooit meer uitwillen. De wereld is interessant en je hebt het idee dat er meer, veel meer, verhalen in en over te vertellen zijn. Maar goed… er zijn andere verhalen te lezen, dus heel erg lang duren die gedachten nooit. Er liggen nieuwe boeken, nieuwe verhalen, met nieuw te ontdekken werelden klaar, om genoten en verslonden te worden. En… we kunnen altijd nog eens terugkeren in het verhaal van de ‘Lange Winter’. Die luxe hebben we altijd, alleen… zal het er voor mij nog ooit van komen? De stapel ‘Te Herlezen’ groeit met de dag, maar de ‘Te Lezen’ groeit net zo gestaag en er komt te veel interessant nieuws om hier lang bij stil te staan. Afgelopen week viel van Iceberg Books niet alleen al het tweede (en laatste) deel van de Young Adult serie van Brandon Sanderson: ‘Skyward’: ‘Sterrenzicht’ geheten, op de mat, maar daar ook nog boven op ‘Stelsel onbekend’ van Jasper T. Scott. De laatste is nog een onvertaalde schrijver in ons land, maar dat mag de pret niet drukken. Uiteraard sta ik altijd open voor nieuwe auteurs. Binnen niet al te lange tijd leest u ook de recensie van deze twee boeken op de site van het NCSF.

‘De verdwenen kolonie’, een mens zou haast vergeten dat het er hier en nu over zou gaan, maar men wordt gemakkelijk enthousiast. Een zijpaadje is snel ingeslagen. Maar goed… ik ga trouwens toch niet al te veel vertellen over de inhoud van dit laatste deel, die moet u zelf maar ontdekken. Het gaat in ieder geval over de bemanning van het andere schip, de Carthago, dat veel eerder bij Eos aankwam. Zij hadden als een nederzetting gebouwd, maar toen de bemanning van de Jericho op onderzoek uit gingen vonden ze de nederzetting verlaten. Haar inwoners waren als van de Eos bodem verdwenen. ‘De verdwenen kolonie’ verhaalt van de zoektocht naar de verdwenen mensen en de problemen waar ze mee te maken krijgen tijdens die zoektocht. Daarnaast is er ook altijd nog het raadsel en de geheimen van het Raster die nog opgelost moeten worden. Het is zeker meer dan voldoende om je in spanning te houden, dat kan ik je wel verzekeren.

Helemaal als je, net zoals ik, een cruciaal zinnetje heb gemist in de tekst. Geen idee wat er gebeurde. Tot dan, net zoals in de andere twee delen, werden de hoofdstukken afwisselend door Emma en dan weer door James verteld. Ergens halverwege het boek, werden een groot aantal hoofdstukken alleen door James verteld. Dat viel me wel op, maar doorlezend raakte ik steeds meer in verwarring. Waar gaat dit over, begon ik me wanhopig af te vragen. Ik kreeg hetzelfde gevoel als toen ik nog boeken in het Engels las en bij meer ingewikkelde zaken ineens de draad kwijt was. De lol was er dan snel van af. Maar bij de boeken van Riddle had ik tot nu toe lekker door kunnen lezen. Maar hoe verder ik kwam, hoe minder ik ervan snapte. Er zat niets anders op dan terug te gaan naar het punt waar ik geen problemen had gehad. Ik had het snel gevonden. Het zinnetje: ‘Dan dringt het tot me door: dit zijn niet mijn herinneringen.’, deed het. Of liever: deed het niet! Hoe ik het heb kunnen missen weet ik niet. Misschien was het de laatste zin die ik las voordat ik naar bed toe ging, of ik heb er overheen gelezen, of het beklijfde niet, of wat dan ook. Het was frappant dat ik nou net dat belangrijke zinnetje mistte. Maar goed… daar opnieuw begonnen en toen vielen alle puzzelstukjes op zijn plaats.

Hoe dan ook… prachtige trilogie van A.G. Riddle. Een dikke aanrader. Nog meer verhalen van Riddle? Nou, graag!!!

Jos Lexmond

De nieuwe wildernis – Diane Cook

Nieuwe-wildernis.jpg

De nieuwe wildernis – Diane Cook (SF)
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, Amsterdam (2021)
361 pagina’s, € 22,99
Oorspr.: The New Wilderniss – (HarperCollins Books, New York – 2020)
Vertaling: Ineke Lenting
Omslag: Fritz Metsch/Studio Jan de Boer

Klimaatfictie… een nieuwe duiding voor iets wat al heel erg oud is. Oude wijn in nieuwe zakken dus. Je mag als het oudste klimaatfictieverhaal waarschijnlijk wel het verhaal van de zondvloed uit de bijbel noemen. De mens had daar direct geen bemoeienis mee, maar indirect natuurlijk zeer zeker wel. Ook in de Fantastiek hebben we daar wel een behoorlijk ervaring mee natuurlijk. Kim Stanley Robinson met zijn ‘Science in the Capital’ reeks, mag natuurlijk als zodanig beschouwd worden. En ook ‘New York 2140’ natuurlijk. ‘Lucifers Hammer’ van Larry Niven & Jerry Pournelle, toch ook, nietwaar? ‘De verdronken aarde’ van J.G. Ballard en nog een paar meer. Uiteraard niet te vergeten onze eigen Ziltpunk verhalen van Tais Teng en Jaap Boekestein (en soms ook Roderick Leeuwenhart). En dan mag natuurlijk het door Johan Klein Haneveld samengestelde ‘Voorbij de Horizon’ niet onvermeld blijven. 25 verhalen van Nederlandstalige auteurs, verschenen bij Uitgeverij Macc, welke allemaal als thema klimaatverandering hadden. Onlangs verscheen ‘KliFi’ van Adriaan van Dis, ook alweer met hetzelfde thema. Klimaatfictie… wen er maar aan. We gaan nog heel erg veel boeken en verhalen met dat thema zien.

Zelf heb ik daar heel erg weinig bezwaar tegen. Hoewel ik er wel bang voor ben, omdat we er middenin lijken te zitten, fascineert het me ook en lees het graag. Maar ik blijf het gewoon SF noemen. Klimaatfictie is er hooguit een sub genre van.

Diane Cook heeft met ‘De nieuwe wildernis’ een wereld geschapen dat zijdelings met het fenomeen klimaatfictie te maken heeft. Als je de vage verwijzingen naar de rest van de wereld weglaat, zou je ook kunnen zeggen dat je met een stenen tijdperk verhaal te maken hebt. De tijd is onbestemd, maar duidelijk wel in de toekomst. De stad waar de hoofdpersonen, Bea met haar dochter Agnes, vandaan komen, is duidelijk zwaar vervuild en de smog verwoesten Agnes haar longen, zodat Bea niets anders kan dan de stad te verlaten en die te verruilen voor de nieuwe wildernis. De nieuwe wildernis is een ongerept natuurgebied waar de mens zich nooit in heeft mogen bewegen. Bea en Agnes voegen zich bij achttien andere vrijwilligers voor een radicaal experiment. Ze moeten leren te overleven in de wildernis zonder zich te vestigen of sporen na te laten. Verder moeten Rangers ervoor zorgen dat de groep mensen in beweging blijft en van station naar station, die in de uithoeken van de nieuwe wildernis gevestigd zijn. Daar kan de groep haar afval kwijt en dan weer verder trekken. Telkens als de groep zich een tijdje vestigt bij bijvoorbeeld een waterplaats, duiken niet lang daarna de Rangers op en worden ze weer op pad gestuurd. Verder, immer weer verder, zoals de jagers/verzamelaars in vroeger tijden deden. Wat het experiment uiteindelijk zou moeten brengen, dat blijft een raadsel. Maar daar gaat het verhaal helemaal niet om. Het gaat meer om de interactie tussen moeder en dochter en daarnaast ook om de interactie in de groep onderling.

Hoewel veel de toekomstige wereld voor de lezer verborgen blijft (en wat ik wel wat irritant vind, omdat ik graag het grote plaatje ken), is het verhaal meer dan fascinerend. Het leven in het ‘stenen tijdperk’ is prachtig beschreven. Als ‘De nieuwe wildernis’ model kan staan voor de klimaatfictie die er nog aan staat te komen, dan teken ik er blind voor. Ziltpunk is prachtig, leuk en geweldig origineel, maar dit is zonder meer mooi!

Jos Lexmond

Avram Davidson – Rork!

Rork.jpg

Avram Davidson – Rork! – 194p.
Spatterlight, Amstelveen (2021) € 13,98
(Rork!, Berkley-Medallion, New York – 1965)
Vertaling: Pon Ruiter (herzien door: Pon Ruiter)
Omslagontwerp: Howard Kistler
Omslagillustratie: Menno van der Leden
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Nu de ‘Het verzameld Werk van Jack Vance’ reeks bij Spatterlight zijn vervolmaking begint te naderen (nog maar 5 delen te gaan), vroeg ik me al een tijdje af wat Spatterlight in het tijdperk na Vance zou gaan doen. Ik kon me niet echt voorstellen dat ze zichzelf op zouden heffen, dat zou ook wel heel erg zonde zijn. Ik was dus heel erg benieuwd, maar nu weet ik het. Nou ja… voorlopig dan. Allereerst gaan ze drie boeken van Avram Davidson in vertaling uitgeven. Het eerste, ‘Rork’, heb ik nu in handen. Er komt nog een die al eerder verschenen is. Dat zou dan ‘Het eiland onder de aarde’ of ‘Veldslag der Vrouwen’, beiden eerder verschenen bij Born (1970 en 1971), of ‘Wachters van het web’, eerder verschenen bij Meulenhoff (1967), kunnen zijn. Verder zijn er een vijftal verhalen van Avram Davidson in het Nederlands verschenen en dat was het dan. Uiteraard heeft Davidson nog veel meer geschreven, maar (misschien voorlopig) gaat Spatterlight er een onbekende van vertalen. Ik ben zeer benieuwd. Een tweede lijn is het starten van een nieuwe reeks (voorlopig helaas alleen in het Engels, maar misschien dat flink zeuren helpt!) en wel ‘Paladins of Vance’. Deze reeks gaat titels bevatten die zich in het Vance universum afspelen. Een deel is ‘Barbarians of the Beyond’ van Matthew Hughes, welke zich in het Duivelsprinsenuniversum afspeelt. Ik heb het in handen en ga kijken of het voor mij voldoende leesbaar is (u weet, ik ben niet zo’n held in het lezen van Engels, het duurt me te lang en ik hou van opschieten in een verhaal) en zal er dan zeker een recensie aan wijden. Iemand anders die al in de deze ‘Paladins of Vance’ reeks is opgenomen, is onze eigen Tais Teng die een (Engelstalig) deel aan de Alastor reeks toevoegde: Phaedra. Alastor 824. Michael Shea is ook al een Paladin, die met ‘A Quest for Simbilis’ een nieuw Cugel verhaal aandroeg. Wat mij betreft… allemaal vertalen graag!!!

Wel… eerst maar eens kijken naar: ‘Rork’. Het verscheen voor het eerst in 1977 bij Scala in vertaling. Ik wist van de uitgave, maar de inhoud van het verhaal is in het zwarte gat, dat mijn geheugen is, verdwenen. Maar daar maak ik me niet zoveel zorgen over. Vierenveertig jaar en duizenden andere boeken en verhalen zijn erover heen gegaan, dus is het niet zo vreemd dat het niet is blijven hangen. Bovendien was Scala nou niet de top van de SF-uitgevers destijds, dus dat helpt ook al niet. Ofschoon ‘Rork!’ zich niet in een bekend Vance universum afspeelt, zou je toch kunnen zeggen dat het wel in de ‘Paladins of Vance’ reeks zou passen, want het is zeer Vanciaans van opzet. ‘Rork!’ verhaalt van de gebeurtenissen op Pia 2. Een wereld die zeer afgelegen in de ruimte ligt en nog contact met de rest van de mensheid heeft omdat een Q-schip van het Gilde van de Tweede Academie, eens in de vijf jaar langskomt om het Gildestation te bevoorraden en de roodvleugeloogst op te halen. Roodvleugel groeit alleen maar op Pia 2 en is een belangrijk ingrediënt voor de farmaceutische industrie. Als de productie van roodvleugel drastisch afneemt wordt Edran Lomar als gezant van het Gilde naar Pia 2 gestuurd om te achterhalen wat er aan de hand is en het probleem op te lossen. Edran wordt geconfronteerd met een stelletje ongeregeld dat het Gilde op Pia 2 voorstelt en elk van de leden van dat Gilde kan zo uit een Vance verhaal komen. Ongeïnteresseerd, te lam (of te dom) om iets te doen, te gedegenereerd en ga zo maar door. En… geen van hen zit te wachten op de bemoeienissen van Edran. Ga daar maar eens aanstaan.

Pracht verhaal dat me verschillende keren deed grinniken en was aldus een aangename verrassing waarvan het herlezen (of eigenlijk gewoon lezen) helemaal geen straf was. Het deed me wel met weemoed terugverlangen naar de jaren zeventig en tachtig, waarin we helemaal doodgegooid werden met SF. Niet alleen maar goede, maar natuurlijk ook veel slechte SF. Hoe dan ook… ik ben heel erg benieuwd naar de andere twee boeken van Avram Davidson!

Jos Lexmond

De Strijd om de Zon – A.G. Riddle

Strijd-om-de-zon.jpg

De Strijd om de Zon – A.G. Riddle (SF)
Lange Winter-trilogie, deel 2
Iceberg Books, Amsterdam (2021)
Oorspr.: The Solar War (Legion Books, Raleigh, North Carolina (2019))
434 pagina’s, € 23,99
Vertaling: Erik Schreuder en Sonja Renaud
Omslag: Head of Zeus, Londen/Michael van Zijl

Het grote voordeel van de uitgave van een trilogie als de ‘Langer Winter-trilogie’ in een keer is natuurlijk dat als je lekker in het verhaal zit, je in een keer door alle drie de delen heen kan stormen. Je hoeft dan niet bang te zijn dat je na een half jaar, als het tweede (of derde) deel verschijnt, moet denken: “Waar gaat het ook alweer over?” Dat heb ik tegenwoordig geregeld, zeker bij een reeks als bijvoorbeeld: ‘De Spiegelpassante’ van Christelle Dabos. De tijd die tussen die delen ligt is ongeveer een jaar en eigenlijk zou je, voor het mooi en het begrip, de voorgaande delen telkens opnieuw moeten lezen voordat je aan het nieuwe deel begint. Ondoenlijk natuurlijk voor een recensent, die toch wel met geheugenproblemen kampt tegenwoordig. Dat kan aan twee dingen liggen natuurlijk. Of het heeft met de leeftijd te maken, of ik probeer er veel te veel in te proppen, waardoor er constant weer dingen uit gekieperd worden, omdat het er te vol wordt. Ik hou het maar op het laatste, maar misschien is dat vorm van je hoofd in het zand steken. Wie weet. Hoe dan ook… de beslissing van Iceberg Books om sommige trilogieën in een keer uit te geven kan ik alleen maar toe juichen. Helaas is het voor mij als recensent niet doenlijk mij in een dikke dertienhonderd pagina’s onder te dompelen. Gretig als ik ben, zit ik steeds tegen een achterstand aan te kijken wat de verwerking van recensieboeken betreft, dus ik moet me geregeld tussendoor met wat andere boeken bezighouden. Jammer, maar een noodzaak. Telkens als ik de ‘Lange Winter’ reeks even onderbreek voor wat andere boeken, kijk ik er wel heel erg naar uit om de reeks voort te kunnen zetten.

Zo was het ook voordat ik met ´De Strijd om de Zon´. Niet dat ik slechte boeken en tijdschrift had, wat ertussen zat, maar ´Winterwereld` was me dermate goed bevallen, zodat ik alleen maar door wilde. ´De Strijd om de Zon´ sluit zich ook naadloos aan op ´Winterwereld´. Eigenlijk durf ik nu te wel zeggen dat de hele trilogie een doorlopend verhaal is, verteld vanuit het perspectief van James en Emma. Wat ook voor mij een fascinerende manier van vertellen is. James en Emma worden, gedwongen door hun functies, veel van hun activiteiten alleen te ondernemen en op deze manier mis je eigenlijk niets van wat er zich ook afspeelt en hoe het verloop van de strijd tegen het Raster zich ontwikkelt. Een strijd die epische vormen aanneemt en waarbij de mensheid welhaast gedoemd is tot uitroeiing. Veel wil ik niet kwijt van het verhaal. Ik wil u de vreugd van zelfontdekking en ervaring absoluut niet ontnemen, maar als de mensheid nog maar uit enkele duizenden personen bestaat, dan wordt de kans van overleven wel heel erg klein. Echter er is en blijft natuurlijk één optie open, maar zijn de resterende mensen bereid die stap te nemen, of grijpen ze terug naar wat altijd een oplossing van de problemen leek te zijn.

Ik heb me meer dan prima vermaakt met ´De Strijd om de Zon´ en kon de neiging meteen door te pakken in het derde deel maar ternauwernood onderdrukken. De plicht riep, maar moet je altijd luisteren? Tuurlijk wel. Maar inmiddels ben ik, na weer een korte pauze, aan ‘De verdwenen kolonie’ begonnen. Gaat ook gewoon lekker door waar deel twee eindigde en dus binnen niet al te lange tijd, ook die recensie.

Iceberg Books lijkt met haar aankondigingen voor de toekomst (onder andere Frank van Dongen en een, voor mij, onbekende Dennis E. Taylor met de Bobiversum trilogie (al zijn er al vier delen inmiddels)) haar belofte als nieuwe SF uitgever meer dan waar te maken. Ik moet zeggen dat ik er een beetje een hard hoofd in had, een nieuwe professionele SF uitgeverij in Nederland, kan dat wel in deze tijd? Wel… blijkbaar wel. Ik duim gewoon door, maar begin te hopen dat het goed komt en we een hele mooie toekomst tegemoet gaan. Er is nog zooooooooveel moois om te ontdekken. To boldly go where no one has gone before is het devies!!!

Jos Lexmond

HSF 274, Jaargang 52, 2021/2. Verhalen

HSF-20212-001-2.jpg

NCSF – Nederlands Contactcentrum voor Scienvefiction (Augustus 2021)
43 pagina’s (jaarabonnement (4 nummers) € 30,00)
Samenstelling: NCSF
Omslag: Alice Jouanno
Illustraties: Pixabay
Verkrijgbaar op: penningmeester@ncsf.nl

Zoals ik al schreef bij een recensie van Fantastische Vertellingen, wil ik voortaan ook tijdschriften recenseren. De tijdschriften van tegenwoordig zijn halve, of soms zelfs, hele verhalenbundels en het zo zonde zijn om er geen kond van te doen en zodoende te proberen meer leden voor die tijdschriften te werven. Die tijdschriften zijn namelijk meer dan de moeite waard om gezien en gelezen te worden. Om de bladen te kunnen recenseren moeten ze uiteraard wel voorzien zijn van verhalen, waardoor niet alle nummers van HSF (De vroegere Holland-SF) besproken zullen gaan worden. De nummers met alleen maar artikelen (ook heel erg interessant) zullen zich alleen moeten redden, wat zeker geen probleem zal zijn. Eerlijk heb ik geen idee hoeveel van de vier jaarlijkse uitgaven verhalen versies zijn, maar één is het er in ieder geval.

Deze tweede uitgave van 2021 is weer een fraai vormgegeven blad met een schitterende omslag. Weliswaar niet SF te noemen, maar wel heel erg mooi én verrassend. Het zal ook niet altijd meevallen om iets relevants te kiezen, maar als het zo mooi als dit is, dan heb ik daar allang vrede mee. Dit keer bevat HSF een zestal verhalen, waarvan er een de winnaar was van de Harland Awards Schrijfwedstrijd 2020. Geweldig natuurlijk dat dit verhaal op deze manier tot ons komt, maar dan komt meteen de vraag bij me op: Waarom geen Harland Awards bundel meer? Ik weet zeker dat minimaal de eerste, pak ‘m beet, twintig verhalen (er waren 178 inzendingen) zeer de moeite waard waren. Okay, er is een e-book uitgave met de eerste vijf verhalen. Dat is iets, maar dik onvoldoende. Persoonlijk heb ik een hekel aan e-boeken. Ik kijk de hele dag al op een scherm, dus een papieren versie is voor mij meer dan gewenst. Volgens mij zijn er mogelijkheden te over om dit te doen. Misschien eens een licht op te steken bij Uitgeverij Macc, bij Godijn Publishing, of Fantastische Vertellingen om eens te zien wat de mogelijkheden zijn en wie weet zijn er nog wel meer gegadigden. Ik denk zeker niet dat de markt dood is voor dit soort kwalitatieve anthologieën.

Maar goed… de inhoud van deze bundel, eh… tijdschrift! In volgorde van opname:

Ria van Montfoort – ‘Onderaards’
Fris en genre overstijgend. SF, Horror, Fantasy… het kan allemaal. Zeer de moeite waard voor een debuut (althans… dat denk ik) en het geeft een heel andere kijk op planten en hun stekjes. Het had mi wel een beetje weg van ‘Invasion of the Bodysnatchers’ naar het verhaal van Jack Finney.

Jeroen de Leeuw – ‘Meestal weet ik het meteen’
Dit verhaal is de winnaar van de Harland Award Schrijfwedstrijd 2020. Is het echt het beste verhaal? Ik weet het niet en kan er ook niet over oordelen. Als een van de voorselecteurs heb ik 25 van de 178 verhalen gelezen en één ding weet ik zeker. Dit verhaal was zeker beter dan die 25 die ik wel gelezen heb. Maar liever had ik de eerste twintig gelezen om een goed oordeel te kunnen vormen. ‘Meestal weet ik het beter’ is in ieder geval origineel en ik vond het geweldig! Volgens mij trouwens ook al een debuut. Dan is het helemaal sterk dat je dan meteen de Harland Awards wint.

Bo Balder – ‘Everything but the moon’
Uiteraard las ik al verschillende verhalen van haar hand en was er zeer over te spreken. Ik vind het ook geweldig dat ze zo’n furore maakt in het Engels. Als je al in Analog e.a. gepubliceerd bent, dan ben je natuurlijk wel iemand. Maar toch vind ik dat een Engelstalig verhaal niet thuishoort in een Nederlands tijdschrift. Je publiceert hier, om maar eens een voorbeeld te noemen, ook geen verhaal van Frank Roger in het Chinees, Fins of Hongaars omdat hij daar behoorlijk bekend is. Dus voortaan gewoon Nederlandstalige verhalen graag. Maar… natuurlijk heb ik het verhaal wel gelezen. A Hell of an Idea, A Hell of a Dilemma. For Humanity… everything but the moon. I wouldn’t know.

Floris M. Kleijne – ‘De bekentenis van Bob Havers’
Prachtig taalgebruik in een mooi verteld Horror/Fantasy verhaal. Huiveringwekkend ook, als je er wat langer over nadenkt. Absoluut achter te houden voor het gebruik van paardenmeisjes (of genderneutraal: paardenkinderen)! Ook al val ik zelf niet in die categorie… ik moest toch zelf ook wel even slikken.

Johan Klein Haneveld – ‘De Strijd der Dryaden’
Ik mag ter plekke van kleur verschieten (ik durf niet te zeggen: ‘Ik mag ter plekke doodvallen’), als Johan de inspiratie voor dit verhaal niet te danken heeft aan Jaap Boekestein. Jaap heeft zich de laatste tijd zeer intensief beziggehouden met het beschilderen van elfen poppetjes met de meest afgrijselijke wapens en was zeer ruimhartig met het delen van afbeeldingen daarvan. Mooi SF verhaal met een onverwacht einde.

Frank Roger – ‘Nog een kus’
Alweer een origineel gegeven. Niet dat ik anders verwachtte van Frank. Of de legende ook ooit zo begonnen is? Hoe dan ook… moge hij zijn flow voor immer behouden!

Kortom, alweer een verhalenversie van HSF die toch weer zeer de moeite waard was. Wat mij betreft mag de volgende doorkomen.

Jos Lexmond

Het Heksenhotel – Anna van Praag

Heksenhotel.jpg

Het Heksenhotel – Anna van Praag (JFA)
Lemniscaat b.v., Rotterdam (2021)
171 pagina’s; prijs 15,99
Omslag & Illustraties: Marc Suvaal

Het ‘Heksenhotel’ heeft al een heel leven achter zich. Het verscheen voor het eerst al in 2008 bij Uitgeverij Leopold. Daarna heeft het blijkbaar jaren op (oude) leeslijst van de Canon van de Nederlandse Geschiedenis gestaan. Door dat soort opmerkingen word ik altijd getriggerd en ga ik op zoek naar de betekenis daarvan, maar helaas heb ik daar verder niets over kunnen vinden. Het lijkt in die Canon altijd en alleen maar over literaire meesterwerken van schrijvers van volwassenliteratuur te gaan. Het enige wat ik kon vinden is dat iemand zich afvroeg waarom ‘Het Heksenhotel’ daar dan op zou staan, want het verhaal speelt zich grotendeels in Ierland af. Dat was voor mij redelijk steekhoudend, al gaat het natuurlijk wel over een Nederlands (gebroken) gezin en al de perikelen die zich met gebroken zijn, als gezin, voordoen. Maar goed… tot zover over de canon.

Ik weet zeker dat ik de ‘klassieke’ uitgave in mijn bezit heb gehad, maar ik heb hem eigenlijk nooit eerder gelezen omdat er altijd andere boeken voorgingen. Waarom weet ik eigenlijk niet. Deze, door de auteur zelf, herziene uitgave leek mij een prima gelegenheid om dit verzuim te herstellen.

Waar gaat het over. Laura woont met haar zusje Elvie bij haar vader, omdat haar moeder, een wereldberoemde dokter voor haar werk steeds verder en langer van huis is. Vader en moeder besloten te gaan scheiden, omdat samenleven op deze manier vrijwel onmogelijk werd. Voordat haar moeder vertrok om een maand in Kaapstad te vertoeven gaf ze Laura op het vliegveld een dagboek met de woorden: “Misschien helpt dit een beetje, Laura”. Laura dacht van niet, maar begint toch aan haar dagboek. Mama mistte zelfs haar afscheidsmusical. Haar moeder had wel beloofd dat ze voor het einde van de vakantie weer thuis zou zijn en dan zouden ze samen nieuwe schoolspullen uit gaan zoeken omdat Laura na de vakantie naar het gymnasium zou gaan. Als haar moeder drie dagen weg is komt haar vader met de mededeling dat ze op vakantie gaan. Ze moeten ’s avonds bij de boot zijn. Laura dacht dat ze een cruise gingen maken en Elvie dacht aan Texel. Maar bij vader weet je het nooit. Bij al haar vrienden en vriendinnen weten ze al weken, zo niet maanden, van tevoren dat ze op vakantie gaan. Ze gingen naar Ierland. Wat moest een mens nu in Ierland. Ze eindigen in een suf en ook vreemd hotel zonder wifi. Ze kunnen alleen met mama in Kaapstad bellen via de telefoon in de lobby. Ze zijn niet alleen in het hotel, want er zijn ook allerlei mensen die er wonen. Wie woont er nu in een hotel. Het zijn vreemde mensen. Het blijken allemaal heksen te zijn die Midzomernacht aangrijpen om rituelen uit te voeren en rond en over kampvuren te springen. Laura voelt zich vreemd genoeg steeds meer thuis in het Heksenhotel en kan steeds beter met de bewoners overweg. Ze mag paardrijden en meedoen met het Vollemaansfeest en andere rituelen. Totdat…

Het begint vrij rustig en alles lijkt koek en ei in dat hotel in Ierland. Samen met Laura word je in slaap gesust, maar tegelijkertijd voel je dat er iets niet in de haak is, maar je kunt er geen vinger achter krijgen. Langzaam neemt de spanning toe.

In eerste instantie werd ik zelf ook in slaap gesust en kreeg het idee dat het verhaal een beetje doorkabbelde. Ik had me al voorbereid dat het als een nachtkaars uit zou gaan. Niets was minder waar. Blij dat ik het alsnog gelezen heb. Geen idee wat de aanpassingen en of dat het er beter is op geworden tussen 2009 en nu, maar eigenlijk hoef ik dat ook niet te weten. Het verhaal is, zo goed als, prima zo en zeker aan te raden. Er is maar een ding op aan te merken. Het verhaal is doorspekt met dagboekfragmenten, maar buiten die fragmenten lijkt het af en toe ook verder geschreven als een dagboek. Het is niet storend of zo, maar het viel me meermalen op.

Jos Lexmond

De Leerling-toveRaar – Audrey Alwett

ToveRaar.jpg

De Leerling-toveRaar – Audrey Alwett (JFA)
De Magische Wereld van Charlie 1
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2021)
348 pagina’s; prijs 18,99
Oorspr.: Magic Charly – L’apprenti (Éditions Galimard Jeunesse, Parijs – 2019)
Vertaling: Lidewij van den Berg & Sandra Verhulst
Omslag: Suzanne Bakkum/Stan Manoukian
Illustraties: Stan Manoukian

Wij Nederlanders zijn voor onze fantastiek, buiten onze eigen en Vlaamse schrijvers (niet te vergeten) heel erg gericht op de Angelsaksische landen als het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De rest hangt er maar een beetje los vast bij, ofschoon daar ook hele mooie verhalen geschreven worden. Van de week had ik nog een prachtig jeugdboek uit de bibliotheek dat ‘Een wonderlijke expeditie van robots’ heette. Prachtig vormgegeven, geïllustreerd, een mooi verhaal én vertaald uit het Tsjechisch. Het kan dus wel. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff heeft zich, na Christelle Dabos, verder op de Franse markt georiënteerd en heeft Audrey Alwett bij dezelfde uitgeverij als Christelle Dabos gevonden. Een lovenswaardig initiatief, mag ik wel zeggen. Vooral ook gezien de kwaliteit van beide dames. Heel erg veel vertaalde Franstalige fantastiek kan ik me ook niet voor de geest halen. De tijdschriftenreeks Apollo gaf wat Franse titels uit. De twintig uitgaven van Space Story waren allen Frans van oorsprong. Jules Verne en Paul d’Ivoi uiteraard niet te vergeten. Maar verder zou ik er zo een, twee, drie geen kunnen noemen. Er zullen er zeker nog veel meer zijn, maar die zijn in het zwarte gat, dat mijn geheugen heet, verdwenen.

Maar goed… over tot de orde van de dag. De auteur van ‘De leerling-toveRaar’, Audrey Alwett, geboren in 1982, woont in de buurt van Parijs. Ze heeft een master in Franse literatuur en is hoofdredacteur bij een uitgeverij. Eerder schreef ze de graphic novel-serie ‘Princess Sarah’ en het fantasy-boek ‘Les Poisons de Katharz’. Als je haar Franse Wikipedia pagina bekijkt dan lijkt ze in Frankrijk een stuk bekender te zijn dan bij ons. Maar je moet eens de eerste stap zetten naar bekendheid in ons land en dat is nu dus gebeurd.

‘De leerling-toveRaar’ is een leuk verhaal met leuke originele, en magische, vondsten als bijvoorbeeld een spreukenboek dat uit zichzelf beweegt en fladdert en naar je toekomt en hijgend op de tafel openvalt, waarzeggende chocolade beignets met fonkelsuiker en meer van dat soort dingen. In de eerste helft van het boek maken we kennis met Charlie en zijn oma, Vrouwe Melisse, die een groot magiër is. De proloog eindigt met voorspellende beignet met een briefje erin waar Charlie’s oma danig van onder de indruk is en vijf jaar later blijkt dat oma steeds meer van haar herinneringen kwijt raakt tot op het moment dat ze helemaal niets meer weet. Ook Charlie lijkt zich dan vrijwel niets van haar toverkunsten te herinneren, maar heeft zich wel voorgenomen een serieuze poging te wagen om de herinneringen van vrouwe Mellisse terug te halen, hoe hoog de prijs ook zijn moge. Maar eerst moet Charlie zelf leren toveren. Van spreuken heeft hij weinig kaas gegeten, maar intuïtief lijkt hij over grote magische krachten te bezitten.

De vergelijking met Harry Potter is natuurlijk zo gemaakt, maar daar doe je Audrey Alwett zeker te kort mee. Ze heeft een prachtig nieuw en origineel verhaal geschapen, Het eerste deel van het boek verloopt nog vrij rustig. Het is waarin de hoofdpersonen redelijk uitgebreid geïntroduceerd worden en de verhaallijnen gelegd en uitgelegd worden. Dan, na een bijzonder schokkende mededeling (die ik zelf ook niet aan zag komen), komt het verhaal flink op stoom en vond ik het zelf meer dan interessant worden. Het eindigt met een knappe cliffhanger, die je naar het tweede deel doet verlangen. Hopelijk gaat het verschijnen daarvan niet al te lang duren. Geduld oefenen en afwachten. Er ziet waarschijnlijk niets anders op.

Jos Lexmond