Harde sciencefiction: de jaren zestig versus de jaren twintig – HSF (2020/3)

Ergens in de tweede helft van de jaren zestig begon ik met het lezen van ‘volwassen’ SF. De keuze was groot met reeksen als Zwarte Beertjes, Prisma, de Bruna Maraboe, de witte Meulenhoffs. Luilekkerland voor de SF-liefhebber. Eind jaren tachtig droogde de bron van vertaalde SF weer op. Wat is er gebeurd en hoe is de situatie nu?

In de jaren zestig begon elke zichzelf respecterende uitgeverij een SF-reeks. De meeste vertalingen waren uit het Engels met daarnaast wat uit het Frans en Duits. Vertalers hadden de tijd van hun leven. Vanaf eind jaren tachtig werd er steeds minder vertaalde SF uitgegeven en eind jaren negentig was het zo goed als over. Ik stapte over op Engelstalige boeken en dan vooral de niet vertaalde vervolgdelen van trilogieën en andere reeksen. Bijvoorbeeld ‘Blue Mars’ van Kim Stanley Robinson en de ‘Night’s dawn’-boeken van Peter F. Hamilton, ‘Homecoming’ en ‘Ender’ van Orson Scott Card, ‘Iron Council’ van China Miéville, de resterende ‘Revelation Space’ van Alastair Reynolds en alle andere boeken in de Academy-reeks van Jack McDevitt.

Ofschoon ik redelijk onderlegd ben in de Engelse taal met dertig jaar ervaring als systeembeheerder bij een Amerikaans bedrijf, is voor mij communicatie in technisch Engels en via e-mail heel wat anders dan het lezen van SF in het Engels. Met sommige boeken ging het prima, al duurde het lezen twee keer zo lang dan in het Nederlands. Bij andere boeken ging het fout doordat ik iets verkeerd had geïnterpreteerd, of niet fatsoenlijk voor mezelf had kunnen vertalen. Bijvoorbeeld als de schrijver iets verzonnen had wat niet te vertalen was en de betekenis uit de context gehaald moest worden. Soms moest ik het na de eerste vijftig pagina’s gefrustreerd opgeven. Tot op de dag van vandaag houd ik het op Nederlands.

Toch vraag ik me af waarom er na de jaren tachtig/negentig zo weinig vertaald is, aangezien de belangstelling voor SF in het Nederlandse taalgebied bleef. Zo was en is er bij algemene verhalenwedstrijden regelmatig SF te vinden. Bijvoorbeeld in de verhalenbundel ‘Zonderlingen’ van Godijn Publishing, naar aanleiding van de gelijknamige verhalenwedstrijd, zijn van de vijfentwintig verhalen er dertien SF, acht fantasy en twee horror, met daarnaast een spookverhaal en een paranormaal verhaal. Ook in Verhalenvertellers 2 (van Uitgeverij Macc) was het merendeel SF. In de jaarlijkse bundel Ganymedes staan twintig verhalen en daarvan zijn er tien duidelijk SF. Hetzelfde in de uitgave EdgeZero. Bij uitgevers als Brave New Books, Mijn Bestseller en Gopher wordt ook veel Nederlandstalige SF uitgegeven. Verder zijn er nog de auteurs die zelf uitgeven, zoals Antoni Dol en Jeroen Syns.

Wat er vooral aan harde SF in vertaling verschijnt, zijn dystopische verhalen die zich twintig tot veertig jaar in de toekomst afspelen en waar het etiket thriller aan wordt gegeven. Niet slecht, maar echt harde SF kan ik het niet noemen. Verder timmeren kleinere uitgeverijen als Godijn Publishing (met het Boek 10-project) en Hamley Books, Uitgeverij MACC, Quasis en Fantastische Vertellingen behoorlijk aan de weg. Schrijvers als Johan Klein Haneveld en zeker ook Frank Roger, die hoge ogen in het verre buitenland gooit, manifesteren zich als nooit tevoren. Opvallend is dat meerdere Nederlandstalige schrijvers vooral in het Engels schrijven.

Is de situatie in 2020 aan het verbeteren als het gaat om vertalingen en Nederlandstalig oorspronkelijk werk? Het lijkt er wel op, want er komt heel wat aan. In oktober verschijnt het eerste deel van ‘Het Drielichamen probleem’ van Cixin Liu. De beide andere delen staan in 2021 gepland. Verder staat bij Clavis in december een deel in de serie Slaves van Mirjam Borgermans op stapel. De Boekerij komt in december met het 880 pagina’s dikke ‘Slapen in een zee van sterren’ van Christopher Paolini. Clavis komt in januari met het tweede deel in de Nomade-trilogie van Guido Eekhaut. De verhaalreeks zal in het zevende deel samensmelten met de Enigma-trilogie. Net als wat Isaac Asimov deed toen hij zijn Robotverhalen en de Foundationreeks aan elkaar schreef. Dan natuurlijk nog de onvermijdelijke herdruk (door het verschijnen van de film) van ‘Duin’ van Frank Herbert bij Volt.

Uitgeverij Iceberg Books uit Amsterdam komt in januari 2021 met niet minder dan zeven SF-uitgaven. De ‘Long Winter’ trilogie van A.G. Riddle, de eerste twee delen van de Young Adult ‘Skyworld’ reeks van Brandon Sanderson, alsmede twee standalone SF-thrillers: ‘Zonneschaduw’ en ‘Stelsel onbekend’ van Jasper T. Scott.

Kortom, het gaat gelukkig weer de goede kant op met harde SF! Zie voor de meest volledige lijst van verwachte SF-boeken de site van het NCSF:

Recent verschenen boeken

Dit artikel, door Jos Lexmond, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

Final Fantasy VII: Remake – Fluisteringen van het lot – HSF (2020/3)

Het is iets waar weinig mensen over kunnen spreken: de druk van het aanpassen van een geliefd meesterwerk aan een ander medium en een nieuwe tijd. Er zijn aspecten van het origineel die niet te vertalen zijn naar dit nieuwe medium en aspecten die door een modern publiek niet meer geaccepteerd zullen worden. Je zal die keuzes maar moeten maken terwijl je weet dat fans van het origineel het er niet mee eens zullen zijn. Wat je ook doet, je krijgt de woede van bepaalde mensen over je heen. Peter Jackson weet er alles van dankzij zijn verfilmingen van Lord of the Rings en the Hobbit. Ook Denis Villeneuve zal dit met het verschijnen van zijn Dune-verfilming gaan ondervinden. Ook Motomu Toriyama kan hierover meepraten. Hij was namelijk ‘zo dom’ om de opdracht te accepteren om het computerspel Final Fantasy VII opnieuw tot leven te wekken.

Final Fantasy is een van de bekendste computerspelreeksen en een van de meest succesvolle fantasyseries in het moderne medialandschap. Final Fantasy VII is voor velen de onbetwiste klassieker van die reeks. Dit omdat het voor velen de eerste Final Fantasy was die ze speelden. Het spel kwam in 1997 uit op de eerste Playstation en bereikte daarmee een geheel nieuw publiek. Het was dan ook voor velen de eerste kennismaking met het genre van de Japanse RPGs. Dit geeft het spel voor velen een grote nostalgische waarde. Daarnaast was het de eerste Final Fantasy die expliciet sciencefiction-tropes gebruikte, namelijk  cyberpunkconcepten. Het is dan ook de eerste Final Fantasy waar ik echt interesse in had. Het is juist de eclectische menging van fantasy- en sciencefiction-elementen die mij zo aantrekt aan Japanse RPGs in het algemeen en Final Fantasy in het bijzonder. Toch moet ik toegeven dat ik het spel niet in zijn oorspronkelijke vorm gespeeld heb. Dit komt omdat ik, op dat moment in mijn leven, geen console-speler was. Tegen de tijd dat ik de kans had het spel te spelen was het spel te verouderd voor mij om erin te komen. Ik ben dus ook niet een van degenen die dit spel om nostalgische redenen heeft gespeeld.

Nieuwe eisen

Dat het origineel al snel te verouderd was voor mij om ervan te genieten, geeft aan hoe snel het medium van computerspellen zich ontwikkeld heeft de afgelopen paar decennia. Dit is dan ook een reden voor mij om te beargumenteren dat we Final Fantasy VII moeten zien als een adaptatie en niet een opgepoetste versie van het origineel. Ten eerste is deze nieuwe versie deel van een ander genre van computerspellen: het is een real time action-RPG en geen turn-based RPG. Ten tweede is het medium van computerspellen in de 23 jaar sinds het verschijnen van het origineel, zoveel veranderd dat er complete nieuwe eisen worden gesteld aan hoe een verhaal in dat medium verteld wordt. Final Fantasy VII Remake is een beetje alsof ze een stille film opnieuw maken met geluid en kleur. Het medium is technisch gezien hetzelfde, maar in de praktijk zijn de regels voor het vertellen van verhalen in dat medium volledig veranderd.

Nog een reden om het als adaptatie te zien is dat Final Fantasy VII: Remake niet het volledige verhaal van het origineel dekt. Het vertelt een uitgebreide versie van ongeveer de eerste acht uur van het origineel. Die acht uur zijn uitgebreid tot zo’n veertig uur in de nieuwe versie. Het idee is om dit spel in episodes uit te geven, want Square Enix laat natuurlijk niet de kans liggen om meer geld uit hun fans te persen.

Gewaagde keuze

Dit alles was al genoeg geweest om een discussie te hebben over de relatie tussen origineel en adaptatie. Maar Toriyama maakte nog een zeer gewaagde keuze. Hij maakte het feit dat dit spel een adaptatie is van een klassieker een fundamenteel deel van zijn nieuwe vertelling.

Al vroeg in het spel, vanaf het moment dat Aerith en Cloud elkaar ontmoeten, spelen spookachtige verschijningen een rol in het spel. Ze helpen de protagonisten of werken ze tegen op specifieke punten. Pas later leren we dat deze verschijningen de fluisteringen van het lot zijn die de gebeurtenissen willen sturen in de richting waarin ze horen te gaan. Met andere woorden, deze Fluisteringen zijn de manifestaties van het oorspronkelijke verhaal die hun invloed uitoefenen op deze nieuwe versie. Uiteindelijk moeten de protagonisten het letterlijk opnemen tegen de avatars van het oorspronkelijke verhaal dus om zich vrij te vechten van hun lotsbestemming.

Wat Toriyama doet is de personages, en dus de spelers, medeplichtig maken aan het losbreken uit de restricties van het originele verhaal. De spelers weten niet wat er gaat gebeuren in de volgende delen van deze nieuwe versie van Final Fantasy VII. Wellicht zal Aerith het deze keer weten te overleven. Wellicht kan deze keer een van de meest iconische verleidingsscènes in de computerspelgeschiedenis ontweken worden. Wij, de spelers, weten het niet, en we hebben met onze acties deze stand van zaken weten te bewerkstelligen. Toriyama maakt hiermee, wat mij betreft, een ongekend statement over de aard van adaptaties: adaptaties kunnen per definitie niet hetzelfde zijn als het origineel dus waarom ons niet vrijmaken van het spook der verwachtingen?

Het prachtige is dat dit hele meta-tekstuele geneuzel ook nog eens thematisch aansluit bij het verhaal zelf. Final Fantasy VII speelt zich af in de stad Midgar die gecontroleerd wordt door de Shinra-coöperatie. De hoofdrolspeler, Cloud Strife, wordt ingehuurd door een groep ecoterroristen genaamd Avalanche om een van Shinra’s energiecentrales uit te schakelen. De explosie die ze veroorzaken blijkt veel groter dan verwacht. Dit komt omdat Shinra dit wilde. Ieder stap die Avalanche neemt, wordt door Shinra misbruikt om hun interpretatie van de gebeurtenissen kracht bij te zetten. Met als einddoel nieuwe oorlog met een rivaliserende staat. Dit plan wordt door Shinra letterlijk ‘the Narrative’ genoemd. Onze helden vechten dus ook op dit niveau van het verhaal tegen een verhaal dat hen wordt opgelegd.

Meeleven

Wat mij het meest verbaasde van het spel was hoezeer ik ging meeleven met de personages. Je zou niet verwachten dat een personage met de naam Cloud Strife enige empathie zou kunnen opwekken. Toch is het een genot om te zien hoe Aerith met hem flirt, niet omdat ze hem echt wil versieren maar omdat ze hem uit zijn schulp wil krijgen. Het moment dat Cloud dan voor het eerst uit zijn schulp kruipt en Aerith het niet merkt is subtiel neergezet en, in een spel vol epische gebeurtenissen, een van mijn favoriete verhaalmomenten van dit jaar.

Niet alleen wil ik graag weten hoe het deze personages verder vergaat, ik ben ook benieuwd waar het verhaal naar toe gaat. Want Toriyama’s gok heeft gewerkt: de spelers weten niet hoe het verhaal nu gaat verlopen. Hij zou voor de rest het verhaal van het oorspronkelijke spel volledig kunnen volgen en het zou nog een verrassing zijn. Ik hoop alleen dat hij de neiging tot verdere meta-tekstuele verwarring kan weerstaan. Er zijn in het spel al indicaties van alternatieve tijdlijnen en dergelijke complicerende factoren en gezien het feit dat Toriyama ook het meesterbrein is achter de meest onnodig complexe computerspelreeks, Kingdom Hearts, hou ik mijn hart vast. Maar gezien de basis die Final Fantasy VII: Remake biedt kan het eindresultaat iets prachtigs zijn.

Zoals Aerith zegt: “de toekomst is altijd een onbeschreven blad”, zelfs als het verhaal van die toekomst al een keer verteld is.

Deze recensie, door Eddie A. van Dijk, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

FINAL FANTASY VII Remake (square-enix-games.com)

Es wird wieder passieren: Tenet – HSF (2020/3)

Dat Christopher Nolan zich ooit zou wagen aan een film waarin tijdreizen een belangrijke rol speelt is geen verrassing. In deze film speelt het concept van inversie, het terugdraaien van de tijd, een hoofdrol. Heel vroeg in de film wordt dit uitgelegd aan de hand van kogels die door middel van inversie zijn bewerkt, als ze afgevuurd worden gaan ze vanaf de tafel waarop ze liggen terug de loop van het pistool in. Klinkt verwarrend? Dat is het ook best. Door inversie ontstaan twee tijdlijnen die naast elkaar lopen, één gaat vooruit en één gaat achteruit. Dit wordt in de film visueel duidelijk gemaakt door onder het gebruik van kleuren. De gewone tijd is rood en inversie is blauw.

Het verhaal van de film is dan eigenlijk weer redelijk eendimensionaal. De hoofdpersoon, waar we de naam niet eens van mogen weten, raakt betrokken bij een oorlog met de toekomst. Vanuit de toekomst wil men het verleden vernietigen. Waarom dit precies is wordt wat vaag gemotiveerd. Iets met het feit dat er in het verleden teveel grondstoffen gebruikt zijn of teveel vervuiling is ontstaan. Een vaag groen motief. Dat vind ik trouwens ook meteen het slechtste aan de film, want wanneer de toekomst het verleden succesvol zou uitroeien dan heeft de toekomst geen bestaansrecht meer. Want zonder verleden geen toekomst. Het concept laat echter wel schitterende choreografie in vechtscenes toe. Zo is er een scene in een gang waarbij je het gevecht twee keer ziet. De eerste keer vanuit de gewone tijdlijn en de tweede keer door middel van inversie. Uiteindelijk vecht de hoofdpersoon hierdoor met zichzelf.

Het einde van de film is wat mij betreft verwarrend. Uiteindelijk lijkt Nolan de boodschap over te willen brengen dat de hoofdpersoon geen keuze heeft in wat hij doet en waar hij uit moet komen. Als hij anders zou kiezen zou dit het einde van zijn tijd en daarmee de wereld betekenen. De hoofdpersoon heeft hierdoor geen eigen wil en hij lijkt dit vrij makkelijk te accepteren. Of beter, er is eigenlijk helemaal geen aandacht voor de vraag wat de hoofdpersoon hier nou zelf van vindt. Op het einde lijkt er ook nog een ander motief voor het vernietigen van het verleden naar voren te komen. De grote slechterik van de film, Volkov, gunt niemand een toekomst, omdat hij zelf geen toekomst heeft. Maar het wordt nooit helemaal duidelijk of hij dan ook de persoon is die in de toekomst alles georganiseerd heeft of dat hij niet meer dan een radartje is dat zijn taak moet vervullen en daar uiteindelijk met dank aan de hoofdpersoon in faalt.

Nolan is de meester van films met ingewikkelde plotlijnen. Inception is een van mijn favoriete films en hetzelfde geldt voor Memento. Ik durf niet te zeggen of deze film uiteindelijk ook aan dit rijtje toegevoegd gaat worden. Ik heb de film nu een keer gezien en voordat ik een definitieve conclusie wil geven zal ik zeker nog een keer of twee willen kijken. En dat is al anders dan bij de eerder genoemde films, van die films wist ik meteen dat ik ze echt geweldig vond. En het ligt wat mij betreft niet aan het feit dat de puzzel in Tenet te complex zou zijn. Ik denk dat mijn probleem eerder is dat ik uiteindelijk de menselijke emotie en motivatie mis. Ik leef niet echt met de hoofdpersoon mee en daarmee zit ik naar een technisch goed in elkaar gebouwde film te kijken, maar doet het mij ook niet meer dan dat.

Deze recensie, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

TENET (tenetfilm.com)

Es wird wieder passieren: Dark – HSF (2020/3)

„Es gibt keinen Zufall. Jeder Weg ist vorherbestimmt. Alles passiert, wann es passieren muss. Zur richtigen Zeit, am richtigen Ort. Als wäre der Teppich der Welt ein Geflecht von unendlichen Fäden. Jeder an seinem Platz. Aber die wenigsten von uns wissen, wohin ihre Reise geht.“

Dark gaat over de inwoners van het Duitse plaatsje Winden. Winden is vooral bekend vanwege de kerncentrale die er staat en voor de rest lijkt er op het eerste gezicht niet zo heel veel te gebeuren. Maar niets is wat het lijkt. De serie begint met een zelfmoord en de vermissing van een jongen met rood haar. Dit roept in de gemeenschap nare herinneringen op aan een niet opgeloste vermissing 33 jaar eerder. In de eerste aflevering gaan een aantal kinderen naar de ingang van een grot, maar ze schrikken en bij het wegrennen verliezen ze één van hen uit het oog. Dit is Mikkel Nielsen en hij komt niet meer thuis. Tenminste, niet in het heden wat in dit geval 2019 is.

Dit is het begin van een verhaal waarin vier families letterlijk met elkaar verbonden worden door heden, verleden en toekomst. De ene hoofdpersoon is Jonas Kahnwald, hij is de zoon van Mikkel die hij alleen kent als Michael en hem verwekt heeft in het verleden bij Hannah. De andere hoofdpersoon is Martha Nielsen die feitelijk het nichtje van Jonas is omdat Mikkel haar broer is. Duizelt het al? Dark is een serie die, om het idee te krijgen dat je er echt iets van snapt, meer dan een keer bekeken moet worden. Maar dat is wat mij betreft geen straf, ondanks het soms bijna onnavolgbare verhaal. De kracht van Dark ligt in het feit dat alle karakters ondanks de absurde situatie “echt” aanvoelen. Je kan, de soms heel donkere, motivaties van de karakters volgen. Hannah die eigenlijk helemaal niet met Michael had willen zijn, maar het liefst met Ulrich was geweest. Voor Ulrich heeft ze veel over: in 1986 liegt ze over het feit dat zijn vriendin Katharina aangerand zou zijn door hem en in 2019 gaat Hannah vreemd met hem wat ze koste wat kost ook wil laten merken aan zijn vrouw Katharina. En dit is maar een voorbeeld.

Alles is met elkaar verbonden. In de eerst twee seizoenen komt dit vooral naar voren door het steeds verder uitwerken van wat de gevolgen van tijdreizen voor de inwoners van Winden zijn. Ze zijn letterlijk aan elkaar verbonden, doordat het heden het verleden beïnvloed heeft en het verleden weer invloed heeft op de toekomst. Het tijdreizen in Dark werkt in eerste instantie in cycli van 33 jaar. Het wordt mogelijk gemaakt door een ongeluk dat met de kerncentrale gaat gebeuren. Onder de tijdreizigers zijn twee kampen. Het kamp van Adam dat niets anders wil dan een einde aan het tijdreizen maken en daarmee hebben zij dus ook het einde van Winden voor ogen. En dan is er het kamp van Eva, zij willen dat alles blijft zoals het is en ze doen dan ook hun uiterste best om de complete geschiedenis in stand te houden. En tot slot is er Claudia, zij wil vooral haar dochter Regina redden die gaat overlijden aan kanker.

In seizoen 3 blijkt Adam een oudere versie van Jonas te zijn en blijkt Eva een oudere versie van Martha te zijn. Maar ook dan is nog steeds niets wat het lijkt, want er blijken ook nog eens 3 realiteiten te zijn die aan elkaar verbonden zijn. In deze realiteiten leven de inwoners van Winden maar gaat alles net even anders. Dit wordt heel mooi in beeld gebracht door het gebruik van onder andere verschillende kleuren. In de ene realiteit heeft de school bijvoorbeeld gele deuren, terwijl deze in de andere realiteit rood zijn. Uiteindelijk kan er maar een realiteit blijven bestaan, en dat is de realiteit waarin alles zijn oorsprong gevonden heeft. Jonas en Martha moeten kiezen of ze door willen gaan in een oneindige cyclus zonder begin of eind. En als ze dat niet willen, wat is dan het alternatief en wat voor gevolgen heeft het kiezen daarvoor?

Dark verweeft in een complex verhaal veel wetenschappelijke, filosofische en literaire motieven. Denk hierbij aan directe verwijzingen naar Tesla en Schrödingers kat, maar ook aan H.G. Wells en het Griekse mythe van Ariadne. Er zijn duidelijke paralellen tussen deze legende en het verhaal van Dark door de 3 seizoenen heen. Lukt het Jonas en Martha om uit het labyrint te ontsnappen? Het afronden van een dergelijk complex verhaal is moeilijk en niet iedereen vindt dat het bij Dark goed gelukt is. Ik kan zelf goed met het einde leven en ik vind het ontzettend knap hoe het gelukt is om alle verschillende verhaallijnen tot een einde, of juist begin, te brengen. Maar het gaat in de laatste afleveringen wel erg snel, misschien soms wel te snel. En zou liefde uiteindelijk de ultieme keuze kunnen verantwoorden? Of past dat juist niet in een donker verhaal als dat van Dark wat juist vaak de slechte kanten van mensen wil laten zien?

Deze recensie, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

Dark op Netflix

Denemarken is hét HSF-land! – HSF (2020/3)

Als ik op vakantie ga, neem ik uiteraard veel HSF mee (horror, sciencefiction en fantasy). Net voordat de grens dichtging, was ik samen met mijn vrouw het land ingereden voor twee weken Denemarken. Mijn tablet was dit keer vooral gevuld met SF. Mijn vrouw vroeg geregeld waarom ik zo hard moest lachen. Dat was als ik naar The Boys op Prime aan het kijken was, een echte aanrader als je superhelden niet zo serieus wil nemen. En eigenlijk is die serie HSF ineen. Normaliter is het tijdens vakantie verder weinig HSF wat de klok slaat, maar wel bezoekjes aan wilde paarden, leuke dorpjes en vooral eilanden. Dat laatste is uiteraard vanzelfsprekend in Denemarken.

Maar! Tijdens de roadtrips door het zuiden van Denemarken, bleek als snel dat -oh vreugd- het land stikt van de HSF! Bijna teveel om op te noemen. Laat ik beginnen met de H. In Odense is het Museum Obscurum. Pure horror! Het verhaal wil dat in een geheime kamer van het pand waar het museum is gehuisvest, een enorme schat aan rariteiten van over de hele wereld is gevonden. Op ware grootte zie je vampiers, faunen, weerwolven. Zelfs mijn geliefde godheid C’thulhu is er te vinden inclusief foto van een onderzoeksteam dat lang geleden op zoek ging naar het gevaarlijke monster. Een skelet van een draakje, prachtig bewerkte echte mensenschedels maar ook posters van horrorfilms, bebloede voorwerpen uit films en nog veel meer maken het af. Ik bedoel…

Dan is Odense natuurlijk ook de stad van de fantasy, nou ja de sprookjes dan. Sprookjes in de originele vorm zijn vaak ook horror te noemen toch. H.C. Andersen leefde en werkte in die stad. Je kunt een hele route volgen, van geboortehuis tot museum. Maar echt de moeite waard is het niet. Je kunt beter zijn werk lezen.

De Dodekalitten? Fantasy met computermuziek. Hoge beelden met markant uitgehouwen koppen in een cirkel midden in de Deense natuur. Een kustwerk bestaande uit het fantasyverhaal achter de beelden, de beelden zelf en continu hoorbare muziek die door een componist is begonnen en nog steeds door een computer wordt afgemaakt op basis van onder meer bewegingen van de aarde.

In een winkel in een leuk dorp vonden we wijnen met namen, geïnspireerd door HSF. Wat denk je van Ghost in ze bottle met dezelfde opmaak als Ghost in the Shell. Verder kwamen we veel Vikinghistorie tegen. Historie zeker, maar zeker gelardeerd met veel fantasy. De volgende dag gingen we naar Skaro. Jawel, de geboorteplaneet van de Daleks zoals we allemaal weten. Als je dit Deense eilandje opzoekt op Google, moet je eerst door een hele rij resultaten over Doctor Who. We hielden het veilig door te genieten van het beroemde ijs van Skaro. Deed toch denken aan de eveneens ijskoude Daleks.

Maar niet alleen de Daleks komen uit Denemarken. Eigenlijk is het een heel gevaarlijk land! En niet vanwege de corona, want het is best rustig zolang je zoveel mogelijk op het platteland blijft. Maar overal zie je die andere mechanische lui genoemd: de Borg! Hun oorsprong moet wel in Denemarken liggen. Een gebouw met Borg Sound, overal grote kastelen met Borg in de naam. Ik vind het maar verdacht. En die plek aan de kust van het waddeneiland met waarschuwingsborden dat je niet je verrekijker mocht gebruiken, vanwege risico op oogbeschadiging door laserstralen? Hmmm.

Dit artikel, door John van Duin, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

Coronaperikelen – HSF (2020/3)

De coronacrisis raakt iedereen en dus ook de schrijver van Nederlandstalige sciencefiction en fantasy. Niet alleen omdat de verhaalideeën over virusuitbraken allemaal de prullenbak in konden, maar vanwege de regelgeving om het virus in te dammen, werden alle Comic Cons, SF-cons en fantasy festivals afgelast. Ook HSFcon gaat niet door! Wanneer ze weer georganiseerd worden, is onduidelijk. Zelfs als de regelgeving volgend jaar wordt versoepeld, blijft het de vraag of de organisatoren achter de festivals dan nog bestaan.

Voor veel Nederlandstalige genre-auteurs zijn de Comic Cons en fantasy festivals echter de belangrijkste afzetmarkt. Boeken van de kleinere uitgevers komen namelijk niet in de boekwinkels te liggen. Om lezers te bereiken moeten schrijvers ze dus in eigen persoon opzoeken. Sommige auteurs waren zelfs heel succesvol in het verkopen van hun boeken op deze evenementen. Was het omdat ze zo goed waren in het afsteken van hun verkooppraatje? Kwamen ze sympathiek over? Sloten hun boeken gewoon goed aan bij het publiek dat op zulke dagen langs de kramen liep? Als ze vertelden dat ze op een dag tien of zelfs meer boeken verkocht hadden, was dat in elk geval geen uitzondering. Zij missen nu een flink deel van hun omzet.

Ik geef eerlijk toe dat ik wel eens jaloers op ze was. Voor mij was een festival dag al een groot succes als ik drie of vier boeken wist te slijten. Om dat te bereiken, moest ik vaak ver reizen met het openbaar vervoer en dan uren achter een kraam staan zonder dat ik zelf kon lezen of schrijven. Na een weekend op pad te zijn geweest, had ik steevast pijnlijke voeten en kon ik niets anders dan op de bank ploffen. Dat de evenementen zijn afgeblazen, ervaar ik daarom persoonlijk niet als een grote ramp. Wat het me kostte, woog toch al nauwelijks op tegen de opbrengst. Toch zal ik in de toekomst weer acte de présence geven op de festivals, want er zijn altijd lezers die graag een gesigneerd boek kopen en met andere auteurs praten is altijd inspirerend. Bovendien liggen ook mijn boeken niet in de boekwinkel en dus zijn deze festivals de enige plek waar nieuwe lezers ze eventueel kunnen ontdekken.

In de tussentijd zoek ik naar andere manieren om mijn lezerspubliek te vergroten. Ik denk dat het nogal kwetsbaar is wanneer je als schrijver afhankelijk bent van evenementen die door anderen worden georganiseerd – dat blijkt maar weer in deze crisis. Mijn uitgevers zien dit gelukkig ook in. Zij hielden dit voorjaar online festivals, waar ik ook aan kon meewerken. Verder publiceerde ik altijd al verhalen in bundels en tijdschriften, schreef ik essays en recensies, en tekende ik een stripverhaal ‘Schrijversperikelen’. Daarnaast experimenteer ik deze maanden met advertentiecampagnes op Facebook. Hoe succesvol die zijn, weet ik op dit moment nog niet.

Zo proberen we als Nederlandstalige genre-auteurs in deze moeilijke tijden onze boeken te slijten. Helaas hebben we geen enorme marketingbudgetten en worden we niet gesteund door bekende reclamebureaus. Dus lopen we het gevaar van het netvlies van onze lezers te verdwijnen. Uit het oog wordt dan uit het hart. Wil jij ons helpen dat lot te ontkomen? Wacht dan niet op het volgende festival of con, maar bestel onze boeken bij de boekwinkel of bij de uitgever – je kunt ze altijd later meenemen om te laten signeren. En laat op Hebban of Goodreads een recensie of een beoordeling achter. Deel eens een bericht dat we op sociale media plaatsen. Als we weten dat de lezers ons niet zijn vergeten, krijgen wij weer meer enthousiasme om door te schrijven. En daar is het ons, schrijvers en lezers, natuurlijk om te doen.

Dit artikel, door Johan Klein Haneveld, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

johankleinhaneveld.blogspot.com/

Worldcon 2020: Conzealand – HSF (2020/3)

Voorafgaand aan de Worldcon van 2020 heb ik twee Worldcons bezocht: Helsinki in 2017 en Dublin in 2019. Dat waren bijzondere Worldcons maar ik durf wel te beweren dat de Worldcon in Nieuw-Zeeland van dit jaar de vreemdste is tot nu toe. Dit omdat ik niet in Nieuw-Zeeland was, maar bij mijn vriend in Enschede. Door COVID speelde de conventie zich volledig online af.

Had ik de hele conventie mee willen maken, dan had ik om 14.00 uur naar bed gemoeten en om 22.00 uur weer op moeten staan. Aangezien ik vakantie had, had ik daar geen zin in en bleef ik in plaats daarvan op tot drie uur ’s nachts en sliep ik uit, zodat ik in ieder geval nog een aardig stuk van het begin mee kon krijgen.

Panels

Bij vorige Worldcons heb ik fanatiek de panels gevolgd, en dat was dus ook mijn aanpak bij deze Worldcon. En ik kan zeggen: de mensen van de conventie hebben hun uiterste best gedaan om alles zo goed mogelijk te laten verlopen. De panels verliepen via Zoom, waarbij er altijd iemand van de conventie aanwezig was om technische problemen op te lossen. Na afloop kon je napraten in een ander programma, de Discordserver. Dat was geweldig geregeld. Ook kwalitatief weken de panels naar mijn smaak eigenlijk niet af van andere Worldcons.

Niet alle panels waren geweldig. Er zaten er een paar tussen waar ik voortijdig ben vertrokken, maar dat heb ik bij alle conventies wel gehad. In een online Worldcon is voortijdig vertrekken overigens een stuk makkelijker. Je hoeft niet weg te lopen terwijl je het gevoel hebt dat iedereen je nastaart. Ik heb zeker veel goeds te melden over technische panels zoals hoe je een social media-aanwezigheid opbouwt, alsook panels waar ik voor de lol heen ben gegaan. Zoals panels over welke minder bekende fantasy- en SF-shows er momenteel uitgezonden worden en die je echt moet kijken. Ik ben daar weggegaan met een hele lijst.

Het is bijna surreëel om met het ene oog een panel te volgen en met het andere oog te kijken naar hoe mijn vriend Super Mario Odyssey speelt (hij was niet ingeschreven voor de conventie). De charmes van een online conventie is dat hij overal in de wereld gevolgd kan worden. Wat ik daarbij jammer vond,  is dat de tijden Nieuw-Zeelands bleven. Er waren geen ‘Europese panels’. Ik begrijp dat een 24-uurse conventie heel moeilijk is om te organiseren, maar desondanks vond ik het jammer om sommige best leuke panels te moeten missen omdat ik ook gewoon moest slapen.

Nieuw-Zeeland

De conventie vond natuurlijk officieel plaats in Nieuw-Zeeland, en ik had dan ook graag veel van het land gezien als ik er daadwerkelijk was geweest. Helaas had de conventie niet echt een Nieuw-Zeelands tintje qua opzet. Elke dag waren er wel panels over Nieuw-Zeeland en wat SF en fantasy daar betekent, maar dat was het. Ter vergelijking: de Finse Worldcon legde er grote nadruk op dat het in Finland plaatsvond, er waren allerlei Finse eregasten, in de conventietas kreeg ik een boekje mee over ‘Finnish Weird’, enzovoort. Het enige, zoals eerder gezegd, dat typisch Nieuw-Zeelands was aan deze conventie was het rooster.

Ik vind het daarom ook jammer dat ik achteraf te horen kreeg dat ik ook in een lokale wedstrijd een stem kon uitbrengen als Worldconlid. Die lokale wedstrijd was voor mij een gelegenheid geweest om me in de Nieuw-Zeelandse fictie te verdiepen. Deze optie was echter nooit doorgegeven aan de conventiegangers zelf.

Contact

Uiteindelijk is voor mij dé reden om naar Worldcon te gaan, om contact te hebben met mensen die ik ken. Ik heb een heel netwerk opgebouwd in de Amerikaanse schrijfwereld en ik vind het dan ook altijd leuk om hen weer te zien. Ja, het is wat het is, en dit is geen verrassing – maar dat heb ik erg gemist dit jaar. Ik heb met één auteur die ik persoonlijk ken een uurtje mogen kletsen, en dat was heel gezellig, maar voor de rest heb ik nauwelijks contact gehad met mensen en ik hoop dat dit volgende jaren weer meer mogelijk kan zijn.

Voor mij was het grootste gevoel van contact met dat sociale netwerk toen ik de stream van de Hugo Awards keek en tegelijkertijd de hashtag op Twitter in de gaten hield.

Hugo Awards

De Hugo Awards zijn awards die elk jaar bij Worldcon worden uitgereikt aan de beste sciencefiction en fantasy van het jaar. Dat kan van alles zijn, van een aflevering van een serie tot een heel seizoen, een film, wie de beste strips heeft geschreven, zelfs in enkele jaren een muziekalbum. Maar uiteraard gaat het voornamelijk om de beste nieuwe boeken, novelles en korte verhalen.

Sinds 2017 lees en kijk ik in zes categorieën de genomineerden, wat voor mij altijd flink wat lezen en kijken inhoudt, maar ik doe het altijd graag. Dus nam ik met veel genoegen plaats voor de livestream waar alle awards werden uitgereikt.

Alle winnaars dit jaar waren absoluut geweldig en goed leesvoer voor iedereen die nog wat te lezen zoekt. A Memory Called Empire van Arkady Martine won de award voor het beste boek, de beste novelle was This Is How You Lose The Time War van Max Gladstone en Amal El-Mohtar, de beste novelette Emergency Skin van N.K. Jemisin (wat ik persoonlijk het beste vond dat ik dit jaar voor de Hugo’s heb mogen lezen, dus deze raad ik extra aan), het beste korte verhaal As The Last I May Know van S.L. Huang. Te veel om op te noemen gezien het grote aantal categorieën bij de Hugo’s.

Ook de toespraken van de winnaars waren geweldig en een genot om naar te luisteren. Vooral R.F. Kuang, die een award heeft gewonnen omdat ze de beste nieuwe schrijfster was, was direct en confronterend over hoe moeilijk het kan zijn om als Aziatische in deze markt door te breken. De speech van Neil Gaiman, die met Good Omens de beste Dramatic Presentation Long Form won, was emotioneel en heel mooi.

Het enige aan de ceremonie waar ik daadwerkelijk moeite mee had was de host George R.R. Martin. Zijn anekdotes tussen de awards door gingen vooral over hem zelf, zonder de genomineerden of winnaars in het zonnetje te zetten, en sommigen duurden erg lang. Ik heb gedurende het eerste kwartier geprobeerd aandachtig te luisteren. Daarna ben ik tegelijkertijd maar een game erbij gaan halen zodat ik wakker bleef. De ceremonie duurde volgens het programma tot 3.30 ’s ochtends, maar ik lag pas om 4.30 in bed. Zoals al eerder gezegd heb ik Twitter gedurende die tijd in de gaten gehouden – en dat loog er ook niet om, ik was niet de enige die geen fan was van de presentatiestijl. Eerlijk gezegd hoop ik dan ook dat volgend jaar iemand anders presenteert. Wellicht heeft het voor sommigen gewerkt, maar helaas niet voor mij.

Conclusie

Het heeft veel energie gekost voor iedereen op deze conventie om het een online karakter te geven, en wat het stuk betreft dat ik heb gevolgd was het de best mogelijke optie. Uiteraard was ik veel liever in Nieuw-Zeeland geweest, maar het is niet anders. De mankementen zijn dan ook voor een groot deel te verklaren doordat de vrijwilligers maar een beperkte tijd hadden om alles op te zetten, en ik heb groot respect voor wat ze in de tussentijd hebben klaargespeeld. Ik hoop dat de conventies van later dit jaar en wellicht nog volgend jaar leren van de mankementen.

Maar, uiteraard hoop ik nog meer dat COVID zo snel mogelijk verdwijnt zodat ik dit soort dingen weer in levenden lijve mee kan maken. Wat mij betreft mag het morgen gebeuren!

Dit artikel, door Alexander Verbeek, is eerder verschenen in HSF (2020/3).

CoNZealand – The 78th World Science Fiction Convention

 

The Mandalorian : This is the Way, echte Star Wars maar dan met baby Yoda – HSF (2020/1)

Ohoh daar ga je al met zo’n titel. Meteen driekwart van de lezers kwijt. Verder geen echte spoilers hier, alleen een blije kijkervaring. Met zestien jaar tussen de originele trilogie en de tweede, tien jaar en een Disney-overname tussen de tweede en de derde trilogie, zijn fans het lang wachten en de erbij behorend telleurstelling wel gewend. Gelukkig zijn alle tussenliggende jaren toch goed gevuld met games, geanimeerde series en ‘extended universe’-boeken. Maar dat is toch niet hetzelfde. Star Wars heeft om die reden ook nooit echt consistente verhaallijnen kunnen volbrengen. Televisieseries hebben daar intrinsiek minder last van. Zal de eerste Star Wars live action serie aan de verwachtingen voldoen? Als tiener in Frankrijk was ik geen Star Trek-fan. Daar gaat het laatste kwart van de lezers, maar het was gewoon niet op de Franse TV dus ik kon er ook niks aan doen. Daarom was ik Star Wars-fan tot op het bot. Op school keek ik de hele uit naar mijn avonduurtje computeren. Ik kwam dan samen met andere Star Wars fans op AOL Instant Messenger. Daar daagden we elkaar uit met de meest obscure vragen over het Star Wars-universum om elkaar van Padawan tot Jedi-master te promoveren over feitjes. Toen kon je nerd feiten niet zo snel opzoeken dus moest je zo veel mogelijk uit je hoofd weten, en de rest op jaren 90 websites met slechte resolutie plaatjes vinden. Zo heb ik het type nummer van de Millenium Falcon (YT 1300), en veel meer wat ik gelukkig wel grotendeels vergeten ben, geleerd. Star Wars is een genre op zich, omdat het een wereld is wat permanent tot de verbeelding spreekt, waardoor het niet uitmaakt of iets wel kan of logisch is, als het maar leuk is. This is the way. Sommige fans hebben meer verwachtingen dan anderen, maar er is wel de gemeenschap- pelijke kern voor iedereen die iets met Star Wars heeft: pew pew, zoof zoof, mooi licht, goeie muziek, aandoenlijke robots en aliens. Daar gaan we voor! Een beetje als de pang pang, nyoom nyoom, mooie vrouwen, belachelijke stunts en onzinnige gadgets in James Bond zeg maar. The Mandalorian voldoet uitstekend aan deze eisen, vanaf de eerste aflevering. En dan is het ook nog goed. Dat is de echte verrassing die het afmaakt. Geheel tegen mijn verwachtingen in verveelt het nooit. Het verhaal is boeiend, de karakters gelaagd en de setting is helemaal Star Wars. Als ik nog iets mis, is het nog meer baby Yoda. Meer baby Yodaaaa! En dat komt ook goed want het nieuwe seizoen is bevestigd. Meer baby Yoda. Want alle baby Yoda is goeie baby Yoda. Gewoon kijken mensen. Die acht afleveringen maken de 7 euro voor een maand Disney+ meer dan waard. Het internet is rijk aan speculatie over seizoen twee, en weer is er maar een ding waar alle fans en mindere fans het over eens zijn: als het wachten maar niet lang duurt.

Dit artikel, door Alice Jouanno, is eerder verschenen in HSF (2020/1).

disneyplus.com/starwars/themandalorian
starwars.com/series/the-mandalorian

Star Trek: Picard – Not Everybody’s Cup of Tea – HSF (2020/1)

Onderstaande artikel bevat spoilers voor de serie en is daarnaast een reflectie van wat ik ervaren heb tijdens het kijken naar Star Trek: Picard. Verder lezen is dus volledig op eigen risico.

Op 4 augustus 2018 werd de achtste Star Trek-serie door Patrick Stewart en Alex Kurtzman aangekondigd tijdens Star Trek Las Vegas (de officiële Star Trek-conventie). Ik volg het nieuws dat vanuit Las Vegas komt altijd, maar dit was een totaal onverwachte aankondiging. Er waren natuurlijk wel de nodige geruchten, maar Stewart had zo vaak aangegeven absoluut geen interesse te hebben in het opnieuw spelen van Picard dat ik er niet zo in geloofde. Wat Stewart betreft was alles wat er te vertellen was over het karakter in zeven seizoenen TNG en vier films, ook daadwerkelijk vertelt. Bovendien had hij ook absoluut geen zin om weer een uniform aan te trekken. Dus toen hij daar stond en vertelde dat de nieuwe serie ‘Star Trek: Picard’ zou worden was het een magisch moment. Voor hemzelf waarschijnlijk ook.

Ik weet nog precies welke Star Trek-aflevering ik als eerste heb gezien. Of eigenlijk, half heb gezien. Het was in de zomer na mijn eerste, niet al te succesvolle, jaar op de middelbare school. Het was de zaterdag voordat we op vakantie naar Luxemburg zouden vertrekken. Ik deed die bewuste middag de TV aan omdat ik waarschijnlijk een videoband met daarop opgenomen afleveringen Thunderbirds aan wilde zetten. Ik viel midden in de aflevering Cause and Effect. In deze aflevering is de Enterprise verzeild geraakt in een tijdlus waarbij het schip iedere keer opgeblazen wordt. Dat wist ik niet toen ik het laatste stuk van de aflevering zag. Wat ik na afloop wel wist, was dat ik wilde weten hoe het verder zou gaan met het schip dat uit het verleden naar de toekomst gekomen was. De hele vakantie in Luxemburg heb ik ’s avonds als ik in mijn bed lag, nagedacht hoe dit verhaal verder kon gaan. Ik moet zeggen dat het een grote teleurstelling was toen ik later ontdekte dat er helemaal geen vervolg op deze aflevering bestaat. Dat is hoe ik fanfictie ben gaan schrijven, maar dat is een heel ander verhaal. Na de vakantie heb ik geen aflevering meer gemist.

Dat juist ik helemaal onder de indruk zou raken van een sciencefictionserie op televisie, was niet zo vanzelfsprekend. Van huis uit heb ik een grote liefde voor boeken en fantasiewerelden meegekregen, maar sciencefiction was amper terug te vinden. Televisie keken we thuis toch een stuk minder en wat we keken was vooral gericht op kinderen en jongeren. En het nieuws natuurlijk. Ik heb met mijn ouders dan ook in eerste instantie niet veel gedeeld over mijn nieuwe ontdekking. Natuurlijk is het ze wel opgevallen dat ik het nodige aan het opnemen was, maar het terugkijken deed ik vooral als ik aan het oppassen was. Ook begon ik meer lege videobanden te kopen en ging mijn Engels met sprongen vooruit. Dat laatste moet misschien wel het meest opgevallen zijn. Ik zal het eens aan ze vragen.

Wat was het dan dat op mij meteen zo’n indruk gemaakt heeft? In de eerste plaats dat er een karakter was met een zichtbare visuele handicap die als volwaardig gezien werd. Ik was tot dat moment nog nooit een karakter op televisie tegengekomen waarin ik mijzelf herkende. Er werd aan Geordi LaForge nooit gevraagd of hij iets wel of niet kon. Hij was de Chief Engineer punt. Niet de Chief Engineer die het allemaal niet zo goed zag. Hoewel mijn ouders, en specifiek mijn vader, mij altijd geleerd hadden dat mijn visuele beperking niet bepaalde wie ik was, of zou kunnen zijn, was mijn eerste jaar op de middelbare school erg moeilijk geweest. Ik heb mij eigenlijk aldoor een buitenstaander, en alleen, gevoeld en ik ben verschrikkelijk gepest (totdat ik daar vrij fysiek zelf een einde aan gemaakt heb). Dat eerste jaar voelde daardoor meer als een strijd die ik niet kon winnen dan als iets waar ik nu met plezier aan terugdenk. En toen was daar opeens LaForge die ondanks alles wel gewoon als volwaardig gezien werd. Het was een letterlijke eyeopener.  Ofwel, Star Trek TNG kwam op het juiste moment bij toeval mijn leven binnen stralen.

Maar er was natuurlijk meer, om een karakter blijft een puber niet kijken. Meer was voor mij vooral Captain Jean Luc Picard. Een karakter waar ik meer van mijzelf in herkende dan ik lang heb willen toegeven. Vooral de manier waarop hij met de mensen die dichtbij hem stonden omging was, en is, eng bekend. Afstandelijk maar toch ook dichtbij, maar dan op zijn eigen manier. Hij zelf nooit zeggen ‘ik hou van jou’ of ‘dat heb je goed gedaan’. Zijn waardering blijkt indirect, vooral door absolute loyaliteit. Onder moeilijke omstandigheden koos hij bijna altijd voor de humanistische oplossing. Zolang er met praten ook maar een kleine kans was om geweld te voorkomen dan deed hij dat. Maar ondertussen was hij alleen, een keuze die hij zelf had gemaakt. Carrière ging voor familie. Ik heb van dat karakter zo ontzettend veel geleerd over hoe je ook naar de wereld kan kijken. Voor iedere puzzel kan een oplossing gevonden worden en dat is vaak niet de makkelijke route.

Later, toen ik mij ook meer ging interesseren in de filosofie achter Star Trek, heb ik natuurlijk ontdekt dat dit erg in de lijn is met de ideeën van Gene Roddenberry.  Infinite diversity in infinite combinations. Oneindige diversiteit in oneindig veel combinaties. Hier kunnen we ook in onze huidige tijd nog steeds veel van leren. In ieder geval werd Picard, en daarmee Roddenberry, een van mijn grote voorbeelden. En hoe gaat het dan met fans, je wil natuurlijk ook weten wie dat karakter speelt. Het waren ook de begindagen van het internet en informatie was makkelijker te vinden. Ik leerde veel over Patrick Stewart en in 2002 kwam hij naar de Space Expo in Noordwijk. Daar moest ik bij zijn. Ik was inmiddels onderdeel van een online Star Trek discussieforum en met een groep gingen wij daarheen. Daar heb ik Jan voor het eerst ontmoet, de rest is geschiedenis zoals er zo mooi gezegd wordt. Maar de conclusie is wel dat ik zonder Star Trek TNG nu zeker niet in Leeuwarden zou wonen. Met dank aan Stewart is ook mijn voorliefde voor theater ontstaan en ik ben nog steeds blij dat ik hem in 2016 in Londen heb mogen zien in No Man’s Land. Hijzelf heeft lang moeite gehad met het feit dat ‘fans’ naar het theater kwamen. Waarschijnlijk was het idee dat mensen daar niet voor het toneelstuk maar voor de acteur zaten, gecompliceerd. Ondertussen schijnt hij daarvan teruggekomen te zijn, wat maar goed is ook want ik weet zeker dat hij een hele generatie geïnspireerd heeft om meer over (klassiek) theater te leren en om er ook daadwerkelijk naar toe te gaan.

Vanaf het moment dat de nieuwe serie werd aangekondigd, heb ik al het nieuws erover op de voet gevolgd. De laatste keer dat ik zo naar iets uitgekeken heb was Doctor Who in de tijd van Matt Smith als de elfde Doctor. Natuurlijk heb ik mijzelf voorgehouden dat het ook tegen zou kunnen vallen, maar dan was het altijd in ieder geval nog meer Picard. De laatste TNG-film, Star Trek Nemesis, was nogal een tegenvaller en absoluut geen goede afronding van het verhaal. Data, de androïde die graag menselijk wilde zijn, had zich opgeofferd om Picard te redden. Maar ook weer niet, want vlak voordat hij dat offer bracht had hij een kopie van zie ‘positronic brain’ gemaakt om zo B4 (ja, ik ben nooit over het hoge Bassie-en-Adriaan-gehalte heen gekomen), een inferieure eerdere versie, te helpen. Dus aan het einde van de film was de vraag: Is hij nou wel of niet dood? Die vraag is natuurlijk wel beantwoord in de boeken die volgden, maar dat is toch niet hetzelfde.

Al snel bleek dat Michael Chabon de serie zou gaan schrijven. Ik had al zijn boeken al gelezen en ik werd er net zo blij van als toen Steven Moffat aankondigde dat Neil Gaiman een Doctor Who aflevering voor de 11e Doctor ging schrijven. Het is altijd fijn als je favoriete schrijvers je favoriete televisieseries even leuk blijken te vinden. Of zoals in het gaval Chabon, ook zo’n fan zijn van Stewart als jijzelf bent. Ik had er daardoor wel vertrouwen in.

En toen werd het tijd voor de eerste aflevering: Remembrance. Ik heb bewust besloten die aflevering de eerste keer alleen te kijken. Als het zou tegenvallen wilde ik de teleurstelling alleen ervaren. Maar het viel niet tegen. De serie begint met een droom van Picard. Hij droomt dat hij met Data aan het kaarten is en hij wil duidelijk niet wakker worden. De droom eindigt in een nachtmerrie als hij uit het raam van Ten Forward op de Enterprise D ziet hoe Mars aangevallen wordt. Picard wordt wakker in zijn huis op zijn familiewijngaard. De familiewijngaard waar hij in het verleden vandaan gevlucht is. De familiewijngaard waar zijn broer en neefje tijdens een brand om het leven zijn gekomen (hoe Frans). Niet de plek waar je hem zou verwachten. Hij blijkt een hond te hebben, Number One. En er zijn twee Romulans waar hij duidelijk bevriend mee is. Picard blijkt gedesillusioneerd Starfleet te hebben verlaten. Hij was verantwoordelijk voor de reddingsoperatie van een grote hoeveelheid Romulans omdat hun zon supernova zou gaan. Dit is een directe referentie naar de Star Trek-rebootfilm uit 2009. In eerste instantie wilde de Federation en Starfleet wel helpen, maar toen Mars aangevallen werd door hun eigen synthetische arbeidskrachten, hield de missie op. En er gebeurde nog meer. Synthetisch leven mocht niet meer gecreëerd worden en zover het nog bestond, moest het vernietigd worden. Voor Picard was dit extra onvoorstelbaar vanwege zijn lange relatie met Data en het feit dat Data zijn in principe oneindige leven voor hem had opgeofferd. De serie begint op het moment dat het 15 jaar geleden is dat de aanval op Mars heeft plaatsgevonden. Picard is inmiddels 94 jaar oud en ongeneeslijk ziek.

Onverwacht komt Dahj zijn leven binnen. Ze blijkt een androïde te zijn die waarschijnlijk gemaakt is vanuit een van B4/Data’s positronic neurons. Maar voordat Picard meer over haar kan leren, wordt ze vermoord door Romulan geheim agenten. Ze blijkt een tweelingzus te hebben en de serie gaat over de zoektocht naar haar en over waarom de Romulans zo bang zijn voor synthetisch leven. Onderweg komt er een aantal oude bekenden voorbij, waarbij Seven, Hugh, Riker en Troi de meeste indruk maken. Picard krijgt ook een nieuwe ‘crew’. Deze bestaat uit Agnes Jurati, een wetenschapper die gewerkt heeft aan synthetisch leven maar dat nu niet meer kan doen, Chris Rios, voormalige Starfleet officier, Raffi Musiker, voormalige Starfleet officier die door Picard zijn vertrek bij Starfleet ook haar ‘baan’ is kwijtgeraakt en Elnor, een Romulan Monk met zwaard die geloofd in de ‘the way of absolute candor’.

De intro van de serie geeft veel weg over het verhaal dat verteld wordt. Het verhaal gaat over gebroken mensen die ontdekken dat er toch een manier is om weer heel te worden. Ze moeten allemaal de stukken van de puzzel die ze heel gaat maken terugvinden en op de juiste manier neerleggen. Voor Picard betekent dit dat hij afscheid moet nemen van Data, dat hij zijn eigen sterfelijkheid moet accepteren, hij opnieuw moet leren wat liefde geven is en dat hij moet accepteren dat een halve oplossing altijd nog beter is dan geen oplossing. Voor Raffi, mijn favoriete nieuwe karakter, betekent het dat ze moet leren dat niet alle fouten uit het verleden ongedaan gemaakt kunnen worden en dat zelfmedelijden nog nooit iemand verder geholpen heeft. Voor Seven betekent het vooral accepteren wie ze is en dat wraak nemen misschien niet altijd de juiste oplossing is, maar soms wel de enige. Voor Soji, de tweelingzus van Dahj, betekent het accepteren dat niet iedereen het einde van al het synthetische leven wil en dat zij de enige is die de keuze heeft om de geschiedenis zichzelf niet te laten herhalen.

De serie houdt ons ook een spiegel voor over onze tijd. Dat is iets waar Star Trek altijd goed in is geweest en het is fijn om te zien dat dit ook weer voor Picard geldt. De serie leert ons dat het nooit een oplossing is om weg te lopen voor je verantwoordelijkheden en dat wanneer je dat wel doet, dit echte gevolgen heeft. Voor Picard wordt dit het meest zichtbaar als hij teruggaat naar een planeet waar hij Romulan vluchtelingen naar toe gebracht heeft. Hij is niet meer welkom, maar meer dan dat, de Romulans zijn zo aan hun lot overgelaten dat ze xenofoob zijn geworden en volledig in zichzelf gekeerd zijn geraakt. Dit is het moment dat Picard zich realiseert dat door zijn keuze om niet voor een halve oplossing te gaan Romulans (echte mensen!) in de problemen zijn gekomen. Geen hoop, geen toekomst. Kan er ons niet een duidelijkere spiegel voorgehouden worden voor de grote problemen in onze tijd? De oplossing hoeft niet perfect te zijn, zolang we maar aan een oplossing werken.

Het einde van de serie geeft Data het afscheid dat hij verdient. Door een samenloop van omstandigheden eindigen Picard en Data op dezelfde plek en is er toch nog een mogelijkheid dat de karakters elkaar nog een keer spreken. Dit geeft Picard de mogelijkheid om eindelijk te accepteren dat Data het offer om hem te redden, bewust heeft gebracht. En het geeft Data de mogelijkheid om Picard, en de kijker, nog een keer uit te leggen dat leven niets waard is zonder sterfelijkheid. Ofwel: “A butterfly that lives forever is really not a butterfly at all.” Dit vat de hele serie wat mij betreft ook goed samen. Uiteindelijk gaat het erom dat we allemaal de keuze hebben om zelf iets van ons leven te maken. En als we die keuze bewust maken maakt het niet uit waar je vandaan komt en hoe gebroken je bent.

Was het alleen maar goed? Nee natuurlijk niet. Zo is er een heel subplot met de Borg waarvan nu nog niet helemaal duidelijk is wat het punt ervan nu eigenlijk is. De Romulans blijken een Borg Cube te hebben en die Cube wordt uiteindelijk door Seven feitelijk gestolen en is nu gestrand op een planeet. Daarnaast heeft Starfleet schijnbaar nog maar een type ruimteschip en is een deel van het plot volgens bestuurlid NCSF Eddie een iets te directe kopie van het spel Mass Effect. Met dat laatste zat ik niet zo heel erg omdat Mass Effect het idee ook alleen maar van Asimov gejat heeft, maar ik snap Eddie zijn punt zeker. Ook wordt er weinig duidelijk gemaakt over hoe het nu eigenlijk verder met de Federation gaat. Gelukkig komt er in ieder geval nog een tweede seizoen waarin dit soort zaken opgepakt kunnen worden.

Dit artikel, door Marlies Scholte Hoeksema, is eerder verschenen in HSF (2020/1).

cbs.com/shows/star-trek-picard

Fluxx – bordspel – HSF (2020/1)

Fluxx is een simpel kaartspelletje. Door het uitspelen van kaarten moet je als eerste het doel zien te bereiken. Echter: het doel en de regels veranderen bijna elke spelbeurt gedurende het spel.

Elke speler begint met drie kaarten op hand. De overige kaarten worden geschud en als gedekte trekstapel neergelegd. Er zijn doelkaarten, regelkaarten, bewaarkaarten en actiekaarten. Dit zijn allemaal soorten kaarten die je op hand kan krijgen en uitspelen. Er is ook een grondregelkaart, maar die komt niet zo vaak meer in beeld na de eerste beurt. De regelkaart geeft aan hoeveel kaarten je moet trekken en spelen. Van oorsprong een en een, maar dit kan dus zomaar 3 en 5 worden of zelfs 5 en alles!

Wie het als eerste voor elkaar krijgt om de bewaarkaarten voor zich te hebben die op een van de in zijn beurt geldende doelkaarten staan, is de winnaar. Dat kan binnen twee minuten gebeuren, maar een potje kan ook een uur lang zijn (zelden langer, behalve als je met te veel mensen speelt).

Het basisspel Fluxx is in 1997 uitgebracht maar sindsdien zijn er talrijke andere versies bijgekomen, waaronder veel in SF- en fantasy-thema’s. De regels (lees: de verhouding aan soorten kaarten, en het beste aantal spelers) zijn zeker niet in alle versies gelijk, verre van, maar dat biedt ook nog meer variatie.

Er zijn zelfs versies die je samen kan voegen zoals de recente Star Trek Fluxxen, daar is zelfs een mini ‘meta’ uitbreiding voor, waardoor je bijvoorbeeld voor het verzamelen van Captain Picard én Captain Kirk, of Dr. McCoy én Dr. Crusher moet gaan.

Alle versies van Fluxx spelen fijn weg: geen moeilijke keuzes of diep denkwerk, gewoon de beste kaart spelen in elke zeer tijdelijke omstandigheden. Fluxx is een minder voorspelbaar en onvoorstelbaar leuk en chaotisch gelukspelletje, wat nog beter is in een van de vele Nerd-uitvoeringen.

Meer weten ? https://www.looneylabs.com/games/fluxx

Deze recensie, door Alice Jouanno, is eerder verschenen in HSF (2020/1).