Thomas en de veer van de griffioen – Cornelia Funke

Funke

Thomas en de veer van de griffioen – Cornelia Funke (JFA)

Thomas 2

Em. Querido’s Kinderboeken Uitgeverij, Amsterdam-Antwerpen  (2017)

376 pagina’s; prijs 19,99

Oorspr.: Die Feder eines Greifs  (Cecile Dressler Verlag, Hamburg – 2016)

Vertaling: Esther Ottens

Omslag: Marry van Baar/Martijn van der Linden

Illustraties: Cornelia Funke

 

Ik werd verliefd op Cornelia Funke, nou ja… op haar verhalen dan natuurlijk, door ‘Thomas en de laatste draken’, uit 1997 alweer (in vertaling uit 2004). Dat is toch al 20 jaar geleden. Dat het zo lang moest duren voordat er een vervolg kwam. Waar zou dat aan liggen? Waarschijnlijk was er meer dan genoeg te doen in de tussentijd. De wilde kippenclub reeks, De Inkthart trilogie, De Reckless reeks, De Spokenjagers, om zo maar eens wat in willekeurige volgorde te noemen. Ik hoef niet alles van haar te lezen. De wilde kippen club, dat spreekt me niet echt aan. Daarentegen zal ik me misschien best nog wel eens bezig gaan houden met De Spokenjagers en de rest heb ik wel zo’n beetje gelezen en meestal genoten. Vooral dat laatste.

‘Thomas en de laatste draken’ was, zoals gezegd, het eerste boek dat ik van haar las. Ik moet eerlijk zeggen dat waar het precies over ging in de grijze mist van de tijd en de vele boeken daarna zijn verdwenen, maar het gevoel dat het een fijn verhaal was is dus wel een jaar of dertien blijven hangen.

Dus ik greep mijn kans toen ik zag dat ‘Thomas en de veer van de griffioen’ zou gaan verschijnen en bestelde het meteen als recensie exemplaar. De vreugde was groot toen het op de mat viel en heb het vrijwel meteen ter hand genomen toen mijn vorige boek uit was.

In eerste instantie werd ik teleurgesteld. Je hoopt dat het gevoel uit ‘Thomas en de laatste draken’, dat je dertien jaar geleden koesterde, meteen terug zou keren. Niet dus. Er deden heel veel nieuwe figuren in mee en ik kon in eerste instantie er niet aan wennen, Ik was geregeld de weg kwijt van wie, wie ook al weer was. Maar al redelijk snel was dat over en al snel raakte ik weer in het verhaal en begon me opnieuw thuis te voelen in de wereld van Thomas en leerde zijn nieuwe vrienden kennen.

Thomas woont in onze wereld, maar op een afgelegen plekje. Op die afgelegen plekjes blijken nog steeds mythische wezens wonen. Kabouters, trollen, draken, Odinsdwergen, Egelmannetjes en noem ze maar op. Allemaal leven ze nog in onze wereld, maar vinden doe je ze niet. Thomas Wezenwijs, een wees, was liefdevol opgenomen door Barnabas en Vita Wezenwijs. Thomas had nu zelfs een zus, Jennifer. De familie Wezenwijs waren beschermers van fabelwezens en Thomas nu dus ook.

Om te voorkomen dat de gevleugelde paarden uit zullen sterven gaat Thomas, samen met zijn vrienden op zoek naar de zonneveer van een griffioen. Alleen daarmee kunnen ze de laatste drie pegasus-eieren op aarde uit laten komen. Maar griffioenen zijn zeldzaam en niet te vergeten… boosaardig. Thomas en zijn vrienden hebben slechts tien dagen de tijd om een zonneveer te bemachtigen voordat de pegasus-eieren te klein worden voor de veulens. Haast is geboden.

Cornelia Funke heeft me opnieuw verliefd laten worden. Thomas zelf was fysiek niet veel ouder geworden, maar had wel een evolutie van twintig jaar doorgemaakt. Van mij hoeft Funke niet weer 20 jaar te wachten met een nieuw verhaal van Thomas. Ik ben er al klaar voor. Maar ze is blijkbaar nog even druk met het vierde deel van Reckless en ook met een vierde deel in de Inkt reeks, waarvan ik dacht dat dat een afgesloten trilogie was. Cornelia blijft me verrassen. En… haar illustraties… die mogen er ook zijn.

Jos Lexmond

De Twaalf Koningen van Sharakhai – Bradley P. Beaulieu

9789024575039

De Twaalf Koningen van Sharakhai – Bradley P. Beaulieu (FA)

Het Lied van het Gebroken Zand, eerste boek

Uitgeverij Luitingh-Sijthoff  B.V., Amsterdam (2017)

607 pagina’s; prijs 24,99

Oorspr.: Twelve Kings in Sharakhai (2015)

Vertaling: Richard Heufkens

Omslag: DPS/Davy van der Elsken/Marc Simonetti

Hoofdstukillustraties/Kaarten: Adam Paquette/Maxime Plasse

 

Dit boek kwam met een sticker erop. Nou heb ik een gruwelijke hekel aan stickers en het eerste wat ik altijd doe is het ding eraf pulleken. Als je dan van die stickers hebt die zich er gemakkelijk af laten halen, dan heb ik nog zoiets van: nou ja… vooruit, maar er zijn er ook bij, vooral als ze er wat langer op zitten, die er dan in stukjes en beetjes afgaan en waarbij lijmresten achterblijven. Daar word ik hels van. Dan kan je weer met stickerreiniger in de weer en daar wordt je boek over het algemeen ook niet beter van.

Hetzelfde heb ik trouwens met stempels. Die vind ik ook een boekverminkend effect hebben. Sommige uitgeverijen hebben het zich op hun fatsoen getrokken na de scherpe (en voor mij hilarische) recensie over de stempels (van Paul van Leeuwenkamp) en deden eerst geen stempels meer, maar nu zijn de stempels weer terug, maar dan subtiel op de onderkant en/of op de titelpagina (net als bij dit boek). Daar heb ik nog niet zoveel moeite mee.

Maar goed… ik had het over stickers. Deze kwam er gemakkelijk af. Gelukkig maar. Op de sticker stond een tekstje dat me intrigeerde: Adembenemend. Robin Hobb. Over dat soort kreten begin ik meteen na te denken. Irritant! Zou Robin Hobb dit boek gelezen hebben? Zou ze überhaupt wel boeken van andere schrijvers lezen? Zou ze daar wel zin in hebben, of tijd voor hebben? En… zou ze, als ze het zou lezen, het dan ‘Adembenemend’ vinden? Allemaal vragen waar je niets aan hebt, omdat je er toch geen antwoord krijgt. Of toch? Als je op Fantastic Fiction bij de aanbevolen boeken van Robin Hobb kijkt, staat er dat ze een verhalenbundel aanprijst die zojuist in het Engels verschenen is en die zich afspeelt in de wereld van ‘Het lied van het Gebroken Zand’. Verdomd… nu dus eens geen loze kreet. Verrassend!

En meer nog… Robin Hobb heeft ten dele gelijk. Dit eerste boek is niet direct adembenemend, maar wel boeiend. Nu maar hopen dat dit boeiende zich voortzet en niet verzand (letterlijk en figuurlijk) in een oneindige reeks. Er zijn tenslotte twaalf koningen. In 2018 komt in het Engelse taalgebied het derde (en laatste?) deel in de reeks uit. Je mag toch wel zeggen dat het verhaal traag verteld wordt. Het taalgebruik is wel mooi, daar niet van, maar ietsie minder mooi taalgebruik en wat meer actie zou het verhaal wel ten goede komen. Zo te zien is er meer mooie taal op komst. Er zijn al een verhalenbundel en al drie novelles in het Engels verschenen, dus Beaulieu voelt zich blijkbaar thuis in deze wereld. We zullen zien waarheen we zullen (zand)varen.

Waar gaat het over? Çeda (haar volledige voornaam is Çedamihn) is een kuilvechtster en woont in de sloppenwijken van de woestijnstad Sharakhai. Sharakhai is het middelpunt van de handel en cultuur dat al eeuwenlang geregeerd wordt door twaalf koningen. Çeda is welhaast onverslaanbaar in de kuilen en haar enige drijfveer is wraak op de koningen van Sharakhai voor de moord op haar moeder.

Sharakhai kan je wel een stad uit Duizend en één Nacht te noemen. Exotisch, Arabisch aandoend, haven van zandschepen.

Met een lichte twijfel in de stem kan ik wel zeggen dat ‘De Twaalf Koningin van Sharakhai’ zeer genietbaar was. Ondanks dat het verhaal niet echt veel vaart had, boeide het wel en ik ben toch benieuwd naar het volgende deel.

Jos Lexmond

Het NCSF geeft waar voor je geld

wowa-front-2016editie-ez-768x1010

Edge Zero wordt fysiek in twee edities uitgegeven; als paperback en als speciale editie WonderWaan, het verhalentijdschrift van het Nederlands Contactcentrum voor Science Fiction. Als lid van het NCSF krijg je een boek ter waarde van 13,90 er gratis bij. Dat sluit aan bij de aard van zowel het NCSF als het Edge Zero-initiatief, dat de beste sciencefiction-, fantasy- en horrorverhalen uit een jaar bundelt en ze een zo groot mogelijke verspreiding te geven.

Keek de sciencefictionspecial van het literaire tijdschrift Tirade vanuit de grote literaire wereld naar de mogelijkheden van sciencefiction, Edge Zero kijkt vanuit de incrowd, de kleine wereld van fans, schrijvers, en gespecialiseerde tijdschriften en uitgevers van de fantastische genres naar de grote buitenwereld. Door de beste genreverhalen van een jaar te bundelen probeert men zich voor liefhebber en buitenstaander te presenteren als een interessant genre dat het lezen waard is. Alle Nederlandstalige genreverhalen die in een bepaald jaar zijn gepubliceerd of zijn ingezonden voor een van de verhalenwedstrijden, kunnen worden ingezonden.

Edge Zero wortelt in het genre en probeert het draagvlak daarin zo groot mogelijk te maken, niet alleen door de samenwerking met WonderWaan. Er is een brede jury van lezers, schrijvers en uitgevers die de ingezonden verhalen beoordelen. De editie van 2016 vermeldt waar het geselecteerde verhaal oorspronkelijk werd gepubliceerd of voor werd ingezonden, waarmee het niet alleen de selectie transparant wordt, maar ook een stimulerende wisselwerking tot stand wordt gebracht. Ook wordt er gestimuleerd door de auteurs wat voor hun werk te betalen. De uiteindelijke (WonderWaan)uitgave is kleurrijk ingepakt door grafisch kunstenaar Tais Teng, en het bevat informatieve reklame’s voor eerder werk van de opgenomen auteurs, voor de gespecialiseerde tijdschriften en uitgeverijen. En na de publicatie kunnen de lezers ook nog voor hun top drie stemmen.

Edge Zero is dus een geweldig initiatief.

Jonge plantjes moet je verzorgen en beschutten, zodat ze kunnen uitgroeien tot die prachtige struik of die indrukwekkende boom. Je moet er niet meteen eisen dat hij schaduw geeft, ofwel, je moet niet doen alsof het géén jong plantje is, alsof het al die hoge boom is, die van ver de aandacht trekt. Zo is het ook met Edge Zero 2016. Dat besef begon toen ik bij het lezen van de verhalen een paar keer vooruit ging bladeren om te kijken hoe lang het nog door ging. Je verwacht toch dat de beste verhalen je weten te boeien, maar dat blijkt niet altijd het geval. En dan kijk en denk je verder. Een kwestie van smaak? Nee, niet in eerste instantie. Als het een goed geschreven verhaal is, is mijn smaak breed genoeg om het te waarderen, ben ik zelfs in staat om over de grenzen van mijn eigen smaak heen te stappen.

Formuleren is moeilijk, vooral als het wervend kort en krachtig moet zijn. Maar je mag toch wel wat verwachten van de presentatie van de beste verhalen… Eh? De voorkant belooft: “De beste Nederlandse genreverhalen uit 2016”. Maar de achterflap stelt dat dat niet waar is. Het zijn niet de beste verhalen, zelfs niet de beste Nederlandse verhalen, het zijn “twintig fanstastische verhalen uit 2016 van de beste Nederlandse en Vlaamse Science-Fiction-, Fantasy- Horrorschrijvers…” Beste verhalen of beste schrijvers? En Thomas Olde Heuvelt, Martijn Adelmund, Jürgen Snoeren, Adrian Stone, Anthonie Holslag, die behoren dus blijkbaar niet tot onze beste schrijvers…

De beste verhalen? Ik hoop dat het niet zo is, want anders wordt mijn vooruitbladeren wel erg pijnlijk. Gelukkig ondersteunen de cijfers mijn hoop. Zo zijn van de Harland Awards 2016 de verhalen opgenomen die op de 27ste, 36ste en 44ste plaats zijn geëindigd. Natuurlijk wil zo’n uitslag niet alles zeggen, maar dat van de eerste 45 verhalen alleen deze drie tot het beste in het Nederlandse taalgebied hoorden en de andere 42 niet, dat geloof ik niet. De andere twee verhalenwedstrijden, Fantastels en Trek Sagae, bieden met respectievelijk een 2de en een 1ste plaats een iets positiever beeld, maar ook daar ontbreken nogal wat verhalen uit de toptien.

Ik zie de reacties op deze bespreking al voor me: is die Van Leeuwenkamp weer aan het zeiken over onbelangrijke details, zo help je het genre niet vooruit, laat hem eens wat positiever zijn! Maar Edge Zero presenteert zich als het beste wat het genre te bieden heeft, en ik denk dat, als we willen dat dit plantje uitgroeit tot die indrukwekkende boom, we daar iets voorzichtiger en iets zorgvuldiger mee om moeten gaan.

En om positief juichend af te sluiten: ik vind dat iedereen, op z’n minst de liefhebbers van het genre, een exemplaar moet aanschaffen, de verhalen moet lezen en op z’n top drie moeten stemmen, want tien van de twintig verhalen zouden wel eens tot de beste genreverhalen uit 2016 kunnen horen en het is nog best moeilijk om een topdrie te bepalen. Ook daar zal het plantje van groeien.

(Paul van Leeuwenkamp)

Dat gebeurt hier niet – Sinclair Lewis

Dat gebeurt hier niet – Sinclair Lewis
Lebowski Publishers, 2017
Oorspronkelijke titel: It Can’t Happen Here, 1935
446 pagina’s; prijs 24,99 euro
Vertaling: Irene Paridaans, Joost Pollmann en Jan Willem Reitsma
Omslagontwerp: Bart Heideman
Typografie: Crius Group, Hulshout

Toekomstverhaal van een Nobelprijswinnaar

In 1930, vijf jaar voor hij Dat gebeurt hier niet publiceerde, kreeg Lewis als eerste Amerikaan de Nobelprijs voor de literatuur. Lewis zou je kunnen bestempelen als een utopisch socialist, net zoals de organisatie Helicon House Colony waarvoor hij ging werken toen hij in 1908 met zijn studie stopte. Een satiricus die veel opzichten van de Amerikaanse maatschappij hekelde en van wie een aantal boeken aanvankelijk verboden werd. Een kritische denker die net als andere kritische denkers in die periode als Karel Capek en H.G. Wells in de sciencefiction een middel zagen om bepaalde ontwikkelingen in de maatschappij aan de orde stellen. Lewis gebruikt hierbij niet de technische, maar de sociale variant van het toekomstverhaal, zoals Aldous Huxley en George Orwell dat later zouden doen.
Lebowski Publishers heeft het afgelopen jaar de prijzenswaardige moed om vaak al vergeten klassiekers uit het grensgebied van literatuur en sciencefiction, literaire sciencefiction, in vertaling te brengen. De ronkende teksten waarmee ze de aandacht trekken, zijn niet altijd feitelijk waar, maar de uitgaven verdienen die aandacht wel. Bij Dat gebeurt hier niet lijkt mij de aanduiding op de cover, “Een dystopische fantasie uit de jaren ’30 die vandaag de dag leest als een analogie voor Trumps Amerika”, niet helemaal juist, al is het een citaat uit The New York Times. De tekst van Lebowski zelf, uit de flyer bij het boek, vind ik juister: “Dat gebeurt hier niet is een roman uit 1935 over een Trump-achtig personage (gebaseerd op de toenmalige – en vermoorde – politicus Huey Long) en wordt door de huidige situatie in Amerika herontdekt als profetische roman…” Maar dat is het natuurlijk niet, een profetische roman.
Dat gebeurt hier niet is op de eerste plaats een historische roman. Een roman uit de jaren dertig van de vorige eeuw over de opkomst van Hitler en Mussolini, en de angst dat hetzelfde proces zich ook in de VS zal voltrekken; een onderzoek hoe dt in de toenmalige wereld zou kunnen gaan en zou worden ervaren. Het heeft alle kenmerken van de romans uit die tijd; de rust en de degelijkheiud waarmee het verhaal wordt verteld, de sociale en technische wereld van die tijd.
Toekomstverhalen worden altijd door de werkelijkheid achterhaald en wanneer dat verhaal teveel leunt op het idee, de specifieke ontwikkeling, dan is het vaak niet meer echt leesbaar. Het betere werk, waartoe Dat gebeurt hier niet behoort, hebben dat euvel niet, omdat de personages echt en herkenbaar blijven en hun lotgevallen de lezer nog steeds aanspreken.
Dit is geen boek over Trump of Poetin of Wilders, geen boek over onze huidige wereld. De vraag die het oproept – kan de opkomst van het populisme worden vergeleken met de opkomst van het fascisme en kan zoiets ook nu weer gebeuren? – wordt alleen geraakt door de hedendaagse lezer, die zelf zijn vragen en antwoorden zal moeten bedenken. Het is wel een boek dat het verdient opnieuw uitgebracht te worden, omdat het nog steeds leesbaar is, en omdat het toont dat het toekomstverhaal op alle literaire niveaus bruikbaar is.
(Paul van Leeuwenkamp)

Ras – Johan Leys

Ras  – Johan Leys (SF)

Beefcake Publishing (2016)

375 pagina’s; prijs 14,99

Omslag: Rina Rubens

Heeft u al eens van Johan Leys gehoord? Nee…? Voordat ik ‘Ras’ las, ik ook niet. En dat is toch wel zonde, want Johan Leys heeft potentie. En hij heeft al eerder een boek gepubliceerd, iets wat totaal aan mijn aandacht ontsnapt is. ‘Enkeling’ verscheen al in 2011 (dong  mee naar de Debuutprijs) en als je de beschrijving leest is ‘Enkeling’ zowel een prequel als een sequel van ‘Ras’. Ik moet zeggen dat ik dat knap vind. Hoewel ik wel een beetje een idee heb (na het lezen van ‘Ras’) hoe dat zou kunnen, ben ik toch meer dan benieuwd hoe dat dan in elkaar zit en hoe Johan dat dan vormgegeven heeft. Ik denk dat ik maar eens op zoek ga naar ‘Enkeling’, want deze Johan Leys heeft me wel weten te boeien.

Johan Leys is een Vlaming afkomstig uit Maaseik. Hij is momenteel 38 en studeerde moraalwetenschappen en vergelijkende cultuurwetenschap aan de Universiteit van Gent.

Ik mag wel zeggen dat ik ‘Enkeling’ niet gemist heb. Dat is misschien wel het voordeel van een boek dat zowel een prequel als een sequel is. Voordat ik met ‘Ras’ begon wist ik niets van een voorganger en las het boek onbekommerd en onbevooroordeeld. Iets wat wel prettig is. Als je van tevoren al weet dat een boek een vervolg is dat je niet gelezen hebt, staat het me bij voorbaat tegen en wil ik eigenlijk toch eerst het eerste deel lezen. Maar dat had ik hier dus niet en dat was wel zo prettig.

Het gegeven in ‘Ras’ is op zich niet ontzettend origineel. Er zijn meer boeken en verhalen die over de volgende stappen in de evolutie van de mensheid verhalen. Lees er ‘Eerste en Laatste Mensen’ van Olaf Stapledon (geweldig boek) er bijvoorbeeld maar eens op na. Er zijn er meer, maar vandaag willen die me niet te binnen schieten. De geschiedenis van ‘Ras’ begint in 2035 als de doden het internet over nemen. In de dagen daarna gaat de wereld ten onder aan een totale vernietigingsoorlog. De elite van de Westelijke wordt in veiligheid gebracht in een ondergrondse stad, waar topfunctionarissen en wetenschappers een maatschappij beginnen te vormen naar een eugenetisch ideaal. Vijf eeuwen later luistert Paulien Holmwood een gesprek af tussen twee bedrijfsfunctionarissen. Haar maatschappij blijkt te zijn gebaseerd op leugens, manipulatie en propaganda. Waarom worden de ouderen en zieken gedood? Wie is de selecte groep die aan de touwtjes trekt en de dans lijkt te ontspringen. Paulien bijt zich erin vast en is vastbesloten het mysterie te ontsluieren en de doden te wreken. Daarnaast maakt de mensheid zich op om zich in de ruimte verspreiden en het heelal te koloniseren.

Zoals gezegd was het gegeven niet bijzonder origineel, maar het was met verve uitgewerkt en het las als een trein. Het was bij tijde moeilijk het boek weg te leggen en naar bed te gaan, zodat ik meerdere malen tot in de kleine uurtjes bezig was. Een enkele keer ben ik op de bank in slaap gevallen. Niet omdat het niet boeiend was, maar omdat gewoonweg mijn ogen dichtvielen.

Is er dan niets mis? Jawel… er was wel wat mis. Johan heeft moeite met zijn darlings te killen. Een aantal malen komen Belgische biertjes voorbij. Niet dat daar iets mis mee is, maar je kunt je afvragen of die er over 500 jaar nog zullen zijn. Westmalle tripel bijvoorbeeld… of Sint Bernadus… zal dat er nog zijn in het jaar 2500? Bovendien gebruikt hij her en der nogal moeilijke woorden, waardoor je eigenlijk gedwongen bent ze op te zoeken, wat ik gedaan heb met ‘emaneerde’ (zie pagina 160). Je had ook ‘uitvloeide’ kunnen gebruiken, dan had ik het niet op hoeven zoeken. En dan de onderbroekenlol… ook niet meer doen. Het schaadt het verhaal meer dan je denkt. Maar verder… gewoon lezen en daarna ‘Enkeling’ eens doornemen. Of die laatste eerst en de eerste laatst. Wat je maar wilt. Ik ben al benieuwd naar nieuw werk van Johan Leys.

Jos Lexmond

Bibliotheek der Zielen – Ransom Riggs

Bibliotheek der Zielen – Ransom Riggs (YSF)

De bijzondere kinderen van Mevrouw Peregrine 3 (en slot)

Clavis Uitgeverij, Hasselt – Amsterdam – New York (2015)

509 pagina’s; prijs 21.95

Oorspr.: Library of Souls (Quirk books – 2014)

Vertaling: Tine Poesen

Omslag: Doogie Horner/Studio Clavis

Met een zucht las ik de laatste letters, sloeg de laatste pagina om en klapte het boek dicht. Het was weer voorbij. Het ‘De bijzondere kinderen van Mevrouw Peregrine’ voerde me weer terug naar mijn jeugd en God wat is dat alweer lang geleden, maar de jaren vielen van me af als dode vliegen. Deze trilogie heeft alles wat je maar wensen wil en het kost geen enkele moeite in je in Jacob te verplaatsen en met hem een van de grootste avonturen te beleven die je je maar voor kunt stellen. Ik heb al ontzettend veel gelezen en dit kan zich gemakkelijk handhaven in wat ik me mijn persoonlijke top honderd noem. Wat er in nog meer instaat? Nou zeker ‘Emphyrio’ van Jack Vance en nog wat Vances meer, maar ook ‘Erfgoed’ van Greg Bear. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Daar gaat het nu niet over, misschien eens.

Nu gaat het dus over ‘Bibliotheek der zielen’, het afsluitende deel van ‘De bijzonderen kinderen van Mevrouw Peregrine’. Misschien heeft u de andere twee delen gelezen, of misschien niet en dan kan ik u de hele reeks van harte aanbevelen.

Ik las ergens, een tijdje terug weliswaar, dat Ransom Riggs de foto’s voor het eerste deel opgedaan had in een jarenlange zoektocht op beurzen, markten en antiquariaten. Die waren zeer verrassend en de personen op de foto’s vormden de hoofdpersonen, de kinderen van Mevrouw Peregrine. Kijk het eerste deel er nog maar eens op na. Het meisje met haar voeten een centimeter of vijf a tien boven de grond, of de jongen die bijna vol zit met bijen, of het meisje met het gat in haar buik waardoor je dwars door haar heen kon kijken. Allemaal rare foto’s die haast gezichtsbedriegend werkten. Soms moet je wel twee keer (of meer keer) kijken om te ontdekken wat er zo vreemd was aan de foto’s. Is er trucage aan te pas gekomen? Misschien is er iets fout gegaan tijdens het ontwikkelen of afdrukken, de techniek stond nog duidelijk in de kinderschoenen. Dat kan je je nu vandaag de dag niet meer voorstellen met al die fotograferende telefoons , of telefonerende fotocamera’s of wat dan ook. Duidelijk is wel dat dit soort foto’s moeilijk te vinden zijn. De foto’s uit ‘Bibliotheek der zielen’ komen dan ook zonder uitzondering uit privé collecties. Ze zijn nog steeds vervreemdend. Je vraagt je wel af  in wat voor situaties die foto’s gemaakt zijn. Wat voor mij wel duidelijk is, is het proces van dit boek maken. Ransom hoefde maar de foto’s op volgorde te leggen en het boek schreef zich haast vanzelf. Alleen de leegte tussen de foto’s hoefde gevuld en het moment van de foto hoefde maar vastgelegd te worden en dan weer de leegte naar de volgende foto en zo voort. Ik doe het nu misschien als te simpel af, maar zoiets moet het geweest zijn. En als het niet zo is en anders dan ik het voor mijn geestesoog zag, dan is en blijft het een schitterend en fantasievol verhaal.

Ik kan er verder amper iets aan toevoegen. Volg het verhaal van Jacob en Emma en kijk af en toe eens op of je zelf niet in de een of andere tijdlus beland bent. Lezen en genieten en nog eens lezen en genieten en nog eens en nog eens. Dat ga ik wel doen in ieder geval. Dit soort verhalen zou iedereen moeten lezen in plaats zijn of haar tijd te verdoen met Pokémon en (a)sociale media. De fantasie van de jeugd prikkelen is heel belangrijk, met fantasie, daar kom je ver mee in de wereld.

Gelukkig hoeven we het niet te lang zonder Mevrouw Peregrine te doen. In september van dit jaar verschijnt in het Engelse taalgebied de verhalenbundel: ‘Tales of the Peculiar’ en hopelijk komt de vertaling snel. Ik ben heel erg benieuwd.

Kijk ook eens op de website van Ransom Riggs met volop andere foto’s en… alvast een trailer van de film. Want… jawel het boek wordt verfilmd door Tim Burton en het schijnt eind september al in de bioscopen te draaien. Ik heb alvast een kaartje besteld.

 Jos Lexmond

Een Frozen hart – Elizabeth Rudnick

Een Frozen hart – Elizabeth Rudnick (JFA)

Oorspronkelijke titel: A Frozen Heart (2015)

Vertaling: Henny van Gulik

Van Goor, 2016

253 pagina’s; prijs 15,00 euro

Omslagontwerp: Scott Piehl & Marieke Oele

Omslagbeeld: I Love Dust

Als er een prijs zou zijn voor de vertaling van titels, verdient deze uitgave de prijs voor de slechtste, meest belachelijk vertaling. Een titel van drie Engelse woorden en de vertaler was slechts bij machte om twee van de drie woorden te vertalen.

Ik weet dat we in Nederland bezig zijn met een geleidelijke ‘uitfasering’ van het Nederlands. Het onderwijs doen we in toenemende mate in het Engels, dat schijnt economisch meer verantwoord te zijn. Nederlandse sciencefiction- en fantasyschrijvers als Tais Teng en Jaap Boekestein gaan steeds meer in het Engels schrijven, en zelfs een zeer schrijfvaardige schrijfster als Natalie Koch gebruikt in titels al woorden als “spoilers”.

Ik weet ook dat woorden méér kunnen zijn dan woorden, dat ze een label kunnen vormen, een beeld of begrip, en dat zo’n beeld bij een Disney-productie als “Frozen” ook in vertaling gehandhaafd moet worden. Het boek is immers maar één van de vele afgeleide producten, veel minder belangrijk dan de spelletjes, kleurplaten, apps etc. Maar er zijn wel grenzen en met “Een Frozen Hart” als Nederlandstalige titel van een in het Nederlands vertaald boek wordt die grens ruim overschreden. Totaal onnodig ook, want het door Disney wellicht geëiste ‘embleem’ is op de omslag al prominent aanwezig.

De Disney-animatiefilm Frozen, in de verte gebaseerd op het sprookje De sneeuwkoningin van Hans Christian Andersen, schijnt de meest succesvolle animatiefilm ooit te zijn. Het is logisch dat dat succes op alle mogelijke manieren wordt uitgebaat. En dus wordt ook de Disney-huisschrijfster Elizabeth Rudnick van stal gehaald om er een boekje van de maken. Daar is niets mis mee. Dat het een heel mager verhaaltje is, dat de personages plat zijn, dat om aan een beetje boek te komen alles behoorlijk moet worden uitgeschreven en het daardoor allemaal erg traag en voorspelbaar wordt, ach, ook dat is eigenlijk niet erg, want er zijn vele doelgroepen en wanneer een animatiefilm mensen er toe brengt een boek te gaan lezen, is dat alleen maar mooi.

Maar wanneer er dan het embleem “YA” op wordt gestempeld, wordt er alweer een grens overschreden. De aanduiding “YA” staat voor “Young Adult”, en behalve over de verschuiving naar het Engels geeft het te denken over de ontwikkeling in onze maatschappij. Had je ooit de grens tussen jeugd- of kinderboeken en de boeken voor volwassenen, nu is die grens verbreed tot een hele leeftijdsgroep, die van de jongvolwassene. Googelen leidt tot het inzicht dat deze groep de leeftijd 14 tot 21 zou beslaan, maar wel voor boeken die volwassenen ook leuk vinden. Een voortzetting of uitbreiding van wat ooit ‘de adolescentenroman’ werd genoemd. Een presentatie van de Universiteit van Gent geeft voor Young Adult: “volwassenenliteratuur die jongeren aanspreekt, én adolescentenliteratuur waar die jongeren zich nog niet te oud voor voelen en die ook volwassenen aanspreekt”.  Het vlakke en oppervlakkige verhaal dat Een Frozen Hart in tweehonderdvijftig bladzijden vertelt, staat zo ver van volwassenheid vandaan, dat het geheel buiten de gedefinieerde category valt.

Zouden we steeds meer naar het Engels overgaan om de betekenis van woorden te ontwijken? Zou de aanduiding “Young Adult” zo populair zijn omdat we dan het begrip ‘volwassen’ kunnen ontwijken? Door Een Frozen Hart zou je het haast gaan geloven.

Paul van Leeuwenkamp

De stad van de alchemist – Natalie Koch

De stad van de alchemist – Natalie Koch (FA)

De verborgen universiteit 3 (en slot)

Uitgeverij Q, 2016

698 pagina’s; prijs 24,95 euro

Hardcover

Omslag: Marlies Visser

Foto auteur: Leo van der Noort

Voor de lezer zijn vervolgen vaak moeilijk. Wat was er ook alweer allemaal gebeurd? Wie was dat ook alweer? Soms proberen schrijvers hun lezers te helpen er weer in te komen door kort, en vaak droog, op te sommen wat er eerder is gebeurd. Dat doet Natalie Koch bij dit derde deel van De verborgen universiteit onder de titel “Wat voorafging” ook. En tegelijkertijd doet ze het niet, want aan deze titel voegt ze in goed hedendaags Nederlands toe: “(bevat spoilers)”. En dan ga je het natuurlijk niet lezen, want je wilt je leesplezier natuurlijk niet laten bederven. Je begint dus gewoon met hoofdstuk 1 om te merken dat zo’n voorafgaande geheugenopfrisser helemaal niet nodig is, mits de schrijver goed kan schrijven. En dat kan Natalie Koch. Ze zet het begin van dit derde deel zo overtuigend neer, met zoveel realistische intensiteit, dat je meteen weer in het leven van Alexa stapt. Dit had ook het begin van de trilogie kunnen zijn, dan anders gestructureerd natuurlijk, maar wat betreft de overtuiging en levensechtheid is het een volwaardig instappunt voor een goed verhaal, zelfs wanneer het een derde deel is, want wat je niet meer scherp op het netvlies had, komt vanzelf terug, net als in het echte leven.

Het is natuurlijk niet nodig om hier te vertellen wat er in dit derde deel allemaal gebeurt. Dat zou alleen maar dingen onnodig verklappen. Laat ik mij beperken tot één aspect, waarmee ik wel iets verklap, maar hopelijk niet teveel, namelijk de strijd die uiteindelijk plaats vindt tussen de goeden (Alexa en haar opa, Sander, Jamie, Nick) en de slechten (Crowley, Lester). Dat er zo’n strijd zal volgen is natuurlijk onvermijdelijk. De eerdere delen werken daar al naar toe, en het is eigen aan het genre; fantasy leidt tot een grootse strijd tussen Goed en Kwaad, waarbij het Goede natuurlijk overwint. Dat zie je in In de ban van de Ring, in reeksen als bijvoorbeeld die van Raymond Feist en onze Nederlandse W.J. Maryson. Het wordt dan vaak een strijd in een metafysische wereld, waarin de magiër de Boze met allerlei vuurwerk te lijf gaat, en dat vaak breed uitgesponnen. Mijn vrees was dat Natalie Koch ook zo’n voor mij als niet-magiër geheel onaannemelijke, niet in te leven ontknoping zou presenteren, maar natuurlijk had ik beter moeten weten.

Natalie Koch slaagt er in het patroon van de fantasy te volgen, maar het dan op een, ja, eigenlijk gewoon realistische en dus overtuigende manier neer te zetten. Dat heeft ze natuurlijk in de hele trilogie al gedaan, door het Goed en het Kwaad van hun hoofdletters te ontdoen en ze menselijk en overtuigend te maken. En dat geldt ook voor de ‘final battle’, gewoon een realistische strijd in het hedendaagse, werkelijke Londen, kleurrijk, dynamisch, spannend, en vooral: overtuigend.

Een overtuigende, prachtige afsluiting van deze overtuigende, prachtige trilogie. Fantasy ja, maar ook een realistisch verhaal over de magie van het onbekende, de magie van nieuwe mogelijkheden, over een levensgevoel.

Paul van Leeuwenkamp

Stranders – Iris Stobbelaar

Stranders – Iris Stobbelaar (JFA)

Uitgeverij Ploegsma bv, Amsterdam (2015) Kinder & Jeugdboeken

445 pagina’s; prijs 17,99

Vormgeving: Nanja Toebak & Nancy Koot

Illustraties: Maaike Putman

Wees voorzichtig als je iemand verwenst, want het zo zomaar kunnen dat de persoon die je verwenst hebt, ook zomaar ver weg gewenst hebt. Dat is zo’n beetje de strekking van het schrijversdebuut van Iris Stobbelaar. Ik had nog nooit van haar gehoord, maar dat wil niet heel veel zeggen. Er zijn megaveel mensen waar ik nog nooit van gehoord heb en die de meest waanzinnige  (positief, dan wel negatief ) dingen doen. Laten we het bij het positieve houden. Iris Stobbelaar is dus een kinderboekenschrijfster, maar daarnaast ook een regisseuse en actrice. Als actrice zou je haar misschien kunnen kennen. Ze speelde Eva in de serie SamSam, die van 1994 tot en met 2003, op commerciële kanalen in Nederland werd uitgezonden. Inmiddels is ze getrouwd met regisseur Roel Reiné en heeft een zoon en een dochter en wonen ze sinds 2003 in Los Angeles. Zover maar weer over Iris persoonlijk. Laten we het eens over ‘Stranders’ hebben.

Job is het meer dan zat om op zijn kleine zusje Kaatje te passen. Zijn ouders hebben het altijd druk. Zijn moeder heeft een nagelboetiek, waar ze het heel artistiek druk mee heeft, en Jobs vader is een beleggingsadviseur. Het enige wat hij nodig heeft is een mobiele telefoon. Daar doet hij alles mee. Afspraken maken, de krant erop lezen, de beurzen en e-mails checken. Hij belt er zelfs soms wel eens mee. Het heeft zo zijn voordelen dat zijn ouders het zo druk hebben. Ze houden hem niet echt in de gaten, zodat hij (meestal) kan doen wat hij wil. Als Job enigst kind was geweest… dan had hij een leven als een luis op een zeer hoofd gehad. Maar hij was niet alleen… er was altijd een klein irritant zusje. Als hij dan zelfs op een zaterdag op haar moet passen omdat zijn ouders naar oma moeten, die net geopereerd is, en hij zodoende een belangrijke voetbal wedstrijd moet missen…, is dat de bekende druppel. Hij probeert die zaterdagmorgen al heel vroeg het huis uit te glippen , zodat zijn ouders een andere oplossing voor Kaatje moeten verzinnen, maar zijn plannetje gaat niet door. Kaatje is ook wakker en wil kost wat het kost met hem mee. Job is boos, heel erg boos en zijn hoofd vult zich met zwarte gedachten, zijn vuisten balden zich en hij denkt: Ik wou dat je je eigen nachtmerrie was, in plaats van die van mij. Op een plek waar ik nooit meer last van je had. Als hij zijn ogen open doet ziet hij Kaatje niet meer en hij maakt dat hij wegkomt. Als hij na een fijne sportieve dag thuiskomt, is zijn moeder er, maar Kaatje is in geen velden of wegen te zien. Hij rent in paniek naar buiten om haar te gaan zoeken. Tevergeefs. Hij wil net terug naar huis gaan om zijn ouders de waarheid te vertellen als een duistere figuur, geleund tegen een lantaarnpaal hem vraagt of hij zijn zusje zoekt. Als hij die vraag bevestigend beantwoord… loopt de figuur weg en Job volgt hem. In no time is het asfalt weg, de huizen van de buren en zelfs de lantaarnpaal is weg. De duistere figuur en hij zijn in een andere wereld. Het is het begin van de zoektocht naar Kaatje. Sterker nog… Kaatje vinden is de enige mogelijkheid om weer naar huis terug te keren. In een vreemde wereld die bevolkt wordt door monsters en waar je zelfs het landschap niet kunt vertrouwen, is dit geen gemakkelijke opgave. Vooral als blijkt dat hij niet de enige is die Kaatje zoekt.

Ik vond het een kostelijk boek en heb me er prima mee vermaakt. Ik weet niet of ze met een vervolg bezig is, of iets nieuws, maar als ze met een nieuw boek komt… dan houd ik me aanbevolen.

Jos Lexmond

Drakensteen – Mariëtte Aerts

Drakensteen – Mariëtte Aerts (YFA)

De Kronieken van de Zeven Eilanden 3

De Vier Windstreken , Rijswijk (2016)

437 pagina’s; prijs 15,95

Omslag & kaart: JeRoen Murré

Altijd als ik op vakantie ga, kies ik een paar speciale boeken die ik, of voor de gelegenheid bewaard heb, of die ik altijd nog eens zou willen lezen. Meestal is een van de laatste categorie er een van Jack Vance. Die blijf ik mooi vinden en kan ik aan het herlezen blijven. Maar niet dit jaar. Nee dit jaar had ik zo’n stapel recensieboeken liggen dat het me geen enkele moeite kostte er daar een aantal van me te nemen. ‘Drakensteen’ kwam net binnen voordat ik naar Wales vertrok binnen en dus was de keuze niet zo moeilijk: die moest sowieso mee. Verder pakte ik er nog een paar in waar ik ook wel mee door een deur kon. Ze volgen, of zijn al geweest, kortelings.

‘Drakensteen’, het derde deel alweer van ‘De kronieken van de Zeven Eilanden’. Er zijn haast geen superlatieven meer te verzinnen, dan diegenen die ik al gebruikt heb. Mariëtte Aerts gaat gewoon onverstoorbaar door met haar geweldige verkenning van de zeven eilanden en concentreert zich ditmaal hoofdzakelijk op het zuiden van Ing’Tassa. De wezens en volkeren, zoals de Guhulu en de Drakenrijders, die daar wonen en hun vreemde gewoonten etaleren, verrijken de toch al rijke scharkering van schepsels die ‘De Kronieken van de Zeven Eilanden’ bewonen en degenen die wel al kenden, zoals de Vogelheksen en Dwingers (of Zaghra-mongul), daar gaan we alleen maar meer van te weten komen. Je kunt haast niets vertellen over dit boek zonder wat weg te geven, dat is jammer. Maar het is niet jammer dat je het daarom zelf moet lezen en Genieten. Met inderdaad de hoofdletter G. Toch ga ik een poging wagen om wat van de inhoud te vertellen zonder al teveel te verklappen.

Raben en Calli vergezellen Nayari, de Guguvrouw met de gestreepte huid en gouden ogen, naar het dorp waar ze geboren is: Lahaz een dorpje aan de rand van de woestijnlanden van Guhulu woestijn, waar het wemelt van de draken. Nayari was ze door haar ouders vcrkocht aan een rijke koopman. Nadat ze had kunnen ontsnappen aan die koopman sloot ze zich aan bij de bende van Zoutbaard en werd een pirate. Ze was nimmermeer teruggekeerd en had nooit meer voet gezet op Zuid-Tassaanse bodem. Het blijkt dat tijdens haar afwezigheid er veel is gebeurd en veranderd. Er zijn wel geen Dwingers ofwel Zaghra-mongul in Lahaz, maar toch dwingt er iets. Wat is er met de olkana staf van Calli en wat wil Ilzani, de sjamaan ermee en met hen? Verder is Shintelle en de zelfbenoemde magiër Himondar nog steeds bezig het leger van mengwezens uit te breiden, maar er is iets met de menswezens aan de hand. Er lijken steeds meer mislukkingen uit de mengwezens voort te komen en ze lijken niet meer zo onoverwinnelijk als tevoren. Kan erfjonker Enzor zijn troon als heerser van Kir terugwinnen?

Het zijn allemaal vragen die ten dele beantwoord worden, maar ook die andere weer oproepen. Waar is bijvoorbeeld Zuran Zoutbaard gebleven? Hij probeerde de Vale Oceaan over te steken. Is dat hem gelukt? En zo ja… wat heeft hij daar aangetroffen?

Nu… heb ik teveel weggeven of ben je nu in verwarring? Er zit toch niets anders op dan ‘Drakensteen’ te gaan lezen. Het is een fijne dikke pil geworden met alweer een prachtige omslag van JeRoen Murré, dat mag ook wel eens gezegd worden.

Ik ben alweer benieuwd naar het vierde boek, waarvan Mariëtte Aerts aan het NCSF de titel al verklapt heeft: ‘Stormbrekers’. Als ik er maar niet te lang meer op moet wachten. Hoewel… anders herlees ik de eerste drie delen misschien nog maar een keer. Misschien is dat zelfs niet eens zo’n heel slecht idee. eer

Jos Lexmond