Orkaanhoeders en Dijkenfluisteraars – Tais Teng & Jaap Boekestein

Orkaanhoeders.jpg

Orkaanhoeders en Dijkenfluisteraars – Tais Teng & Jaap Boekestein (SF)
Uitgeverij Macc, Rijen (2018)
279 pagina’s; prijs 16.95
Omslag: Tais Teng

Dit soort bundels komen het best tot hun recht als je ze gedoseerd tot je neemt. Je moet de verhalen dus één voor één lezen. Nou ja… moeten… je mag het natuurlijk zelf uitmaken hoe je het doet. Als je er als een dolle doorheen wil rauzen, dan moet je dat natuurlijk lekker zelf weten. Laat ik het anders zeggen. IK… heb mezelf elke avond een verhaal toegestaan en er op die manier optimaal van genoten. Stiekem heb ik wel eens tegen mijn eigen regels gezondigd (want wetten zijn er tenslotte om overtreden te worden), en stiekem, als ik even niet keek, aan een tweede begonnen. En als je er eenmaal aan begonnen bent… dan is het natuurlijk zonde om er niet mee door te gaan.
Aan een verhaal per avond heb je natuurlijk niet heel erg veel, zeker als het een niet al te lang verhaal was, dus ik deed ‘Orkaanhoeders en Dijkenfluisteraars’ in combinatie met ‘Andromeda’ van Jef Schokkaert. Ik kan je wel vertellen dat een grotere tegenstelling welhaast niet bestaat. Maar daarover later meer in de bijbehorende recensie.
Tais Teng en Jaap Boekestein. Beiden zijn ze door de wol geverfde en gepokt en gemazelde schrijvers te noemen die hun sporen al dubbel en dwars verdiend hebben. Apart van elkaar hebben ze al een behoorlijke naam en faam opgebouwd, maar al samenwerkend zijn ze het zout in de pap van de Nederlandstalige Fantastische lectuur en literatuur geworden.
Ha… lang betoog om te komen waar ik wilde zijn. Tais en Jaap hebben samen een geheel nieuw subgenre toegevoegd aan de SF en wel: Ziltpunk. Daar hebben we al eerdere staaltjes van gezien, maar in deze bundel gaan beide heren volledig los.
Ze schiepen samen een viertal mogelijke toekomsten waarin Nederland, de Hollandse handelsgeest, VOC mentaliteit, vernuft en het (overtollige) water een belangrijke rol spelen. In deze vier toekomsten hebben ze een aantal verhalen (samen, maar ook solo) geschreven.
Toekomst 1: Buitendijks. Dijk Europa . Zestig meter hoog, beschermt het vasteland tegen het hoge water. Multinationals vechten om de macht en buitendijks dobberen de woonboten, ten prooi aan Tsunami’s en orkanen. Engeland is verscholen achter een energiegordijn en doet niet meer mee.
Toekomst 2. Tropisch Holland. Het grootste deel van Nederland ligt een meter of twintig onder water. Miljoenen mensen zitten opeen gepropt in ondergelopen provincies en houden der weersvoorspellingen van de Knaami in de gaten.
Toekomst 3. Orkaanhoeders. Toen het water steeg, werden de Hollanders steeds slimmer. Ze ontwikkelden technologie om Orkanen te temmen. De drijvende stadstaat Volendam, vangt orkanen af en leidt ze naar enorme windturbines waarmee stroom opgewekt wordt. De rekening voor bescherming én energie betalen de ontvangers. De Volendammers bulken van het geld.
Toekomst 4. Levende dijken. Nederland ligt alweer onder water, maar is groter dan ooit tevoren. Overal ter wereld scheppen Nederlanders nieuwe polders en van het nieuw geschapen land is tien procent van Nederland. Al die stukjes land bij elkaar geteld maakt Nederland letterlijk en figuurlijk groot.
Ik denk dat ik de laatste toekomst het leukst vond, maar het scheelt niet veel. Alle elf ziltpunk pareltjes zit boordevol vondsten. Om er eentje te noemen… de vondst in ‘In het schijnsel van de groene herfstmaan’, waarin ruimteliften en zogenaamde wervels, het overtollige water uit de oceanen naar de maan sturen waardoor de maan bewoonbaar wordt en daarmee de aarde droog gemalen wordt. Prachtig.
Als laatste in deze bundel nog een eyeopener in de vorm van een opsomming van alle verhalen die tot dit ziltpunk spektakel behoren. Verrassend was de vermelding van ‘Buitendijks in straten van licht’ van Tais Teng en Paul Harland welk al in 1993 voor het eerst verscheen. ‘Het Rotjeknor intermezzo’ van Jaap (nu dus door Jaap en Tais samen herschreven) komt al uit Manifesto Bravado 8 uit 1992. De verhalen waren er dus al, maar het genre is er nog maar net.
Hoe dan ook… deze bundel smaakt naar meer met een tik of tikje zilt. Naar héél veel meer. Dus… heren!

Jos Lexmond

De val van Scribopolis – boek 2 – Peter Van Olmen

Scribopolis-2.jpg

De val van Scribopolis – boek 2 – Peter Van Olmen (JFA)
De Kleine Odessa 3-2 (en slot)
Van Halewyck, Kalmthout (2018)
427 pagina’s; prijs 19,99
Vormgeving: Erwin van Wanrooij
Illustraties: Erwin van Wanrooij/Ronald Heuninck

Voordat ik dit laatste deel van ‘De Kleine Odessa’ zou lezen, was ik van plan geweest de delen een (Het Levende Boek) en twee (Het Geheim van Lode A.) van de trilogie te lezen. Uiteraard, zou ik haast zeggen, kwam daar niets van. Er kwam van alles tussen, teveel om op te noemen, maar voornamelijk waren dat andere boeken. Recenseren lijkt leuk te zijn, maar je gaat jezelf te veel opleggen. Steeds komen er nieuwe boeken binnen die eigenlijk meteen aan de beurt zijn, maar de leestijd is beperkt. Eigenlijk zou ik nog wel eens wat ‘ouds’ willen herlezen, wat me smekend vanuit de kast aankijkt, maar daartoe laat ik me alleen in vakanties verleiden. Eigenlijk is recenseren gewoon een vorm van werk, maar wel werk dat je heel erg graag doet, dat te veel hooi op de vork nemen, welhaast niet mogelijk is, maar wel soms een wrange werkelijkheid. Ik probeer me te beperken in mijn keuzes, maar dat maken de uitgeverijen me wel heel erg moeilijk. Men blijft maar mooie boeken uitgeven die ik graag zo willen lezen en die me dus telkens weer voor dilemma’s stellen.
Ik zou me van deze recensie gemakkelijk af kunnen maken, want eigenlijk heb ik niets toe te voegen aan de recensie van ‘De val Scribopolis – boek 1’. Natuurlijk… ik weet nu dat Peter Van Olmen een Belgische auteur is (niet dat dat iets uitmaakt), dat ik nog steeds de twee eerste delen wil lezen en verder dat ik het geweldig vond. Ik snap ook dat, omdat het verhaal verteld moest worden zoals het verteld moest worden, dat het laatste deel van de trilogie in twee delen gesplitst moest worden, omdat je anders wel een hele dikke pil zou krijgen. Geen problemen mee, maar dat houdt ook in dat ik mijn zegje er al over gedaan heb. Want… het verhaal verteld in Boek 1, wordt heel logisch verder verteld en blijft hogelijk boeien en verrassen. Wat je allemaal voor mogelijkheden hebt als je kunt putten uit de Wereldliteratuur. Als je niet alleen over personages uit alle boeken die er geschreven zijn kunt beschikken, maar ook over hun schrijvers en de werelden die ze geschapen hebben. Als je kunt beschikken uit alle mogelijke speciale gaven van alles en iedereen uit alles wat er ooit op papier gezet is. De mogelijkheden zijn legio en onuitputtelijk. Peter van Olmen heeft dit alles op een briljante manier gebruikt en gevormd naar zijn wil. Van nature ben ik primair een SF liefhebber en mijn gedachten fladderden af en toe weg naar de werelden van Jack Vance, de wereld van Robin Hobb of de werelden van Ursula LeGuin. Wat zou je daar briljante dingen mee kunnen doen! Maar goed… het zou dan niet speciaal en origineel meer zijn. Maar wel leuk om over te dagdromen.
Hoe dan ook… ik ga zeker toch nog eens (weet alleen niet wanneer, want nieuwe boeken blijven roepen) ‘Het levende boek’ en ‘Het Geheim van Lode A.’ lezen en kan alleen maar roepen dat de reeks een aanrader is.
Wat ik me wel afvraag is of Peter Van Olmen nu in een zwart gat gevallen is nadat de trilogie beëindigd is, of is hij blij dat hij ervan af is en welgemoed aan iets nieuws begonnen is? Maar dat zal ik wel; nooit te weten komen. (denk ik).
Het verhaal zelf? Daar ga ik niets over zeggen. Het zou de pret alleen maar kunnen verpesten. Gewoon zelf aanschaffen en er eens goed voor gaan zitten. Je zult er geen spijt van krijgen.

Jos Lexmond

De schaduwen van Radovar – Marloes Morshuis

Radovar.jpg

De schaduwen van Radovar – Marloes Morshuis (YSF)
Lemniscaat, Rotterdam (2018)
300 pagina’s; prijs 15,95
Omslag: Marc Suvaal

Marloes Morshuis stond al opgenomen in mijn (onze) fantastische database, dus dat hield in dat ze al eerder iets fantastisch gepubliceerd had. En… inderdaad. Ze debuteerde in 2015 met ‘Koken voor de keizer’. Een verhaal over de elfjarige Mick, die moet koken alsof zijn leven ervan afhangt. Daarna verscheen ‘Borealis’, een ecothriller, die ik niet gelezen heb, maar die dus niet opgenomen is en misschien, achteraf gezien, toch wel fantastische elementen in zich heeft. Nog maar eens lezen en dan nog maar eens op zijn merites bekijken en dan misschien alsnog opnemen.
Nou heb ik ergens gelezen (kan het natuurlijk nu niet meer terugvinden), dat Marloes Morshuis vergeleken werd met Jan Terlouw, qua schrijven en betrokkenheid. Dat is, naar mijn bescheiden mening, een van de grootste complimenten die je kunt krijgen.
Dus… was ik extra gemotiveerd om ‘De schaduwen van Radovar’ te lezen en kreeg het dan ook prompt toegestuurd.
Nu dan… het verhaal is zeker en vast fantastisch te noemen. Het is absoluut een dystopie. Marloes heeft een wereld geschapen, waarin ik zelf niet heel erg graag zou willen leven. Ik moet zeggen dat het verhaal me deed denken aan High Rise (vertaald als ‘De torenflat’ uit 1977) van James G. Ballard. Hij schreef al een dystopie, toen het woord nog niet eens uitgevonden was. Het bezorgde mij destijds in ieder geval de koude kriebels.
Zo erg als toen, waren de koude kriebels niet bij het lezen van ‘De schaduwen van Radovar’. Waarschijnlijk ben ik sindsdien wel wat gewend geraakt, maar het is zeker dat je de vrijheid wel ietsje meer waardeert als je erover nadenkt.
Welaan… het verhaal zelf dan. Jona woont met haar familie in Sterrenlicht, een van de enorme flats in de stad Radovar. Je hoefde haast nergens voor de flats te verlaten. Vrijwelde enige reden is om naar je werk te gaan. School, sporten, gamen en naar de film gaan… alles kan in Sterrenlicht. Waarom zou je ook ergens anders naar toe willen. De ene flat is zowat gelijk aan de andere. Niets anders te zien of te beleven in Radovar. Iedereen in Sterrenlicht is in de greep van de familiescore. Ieder lid van de familie kan namelijk punten verdienen als je goed presteert en als je voldoende punten hebt gescoord, kan je weer naar een paar verdiepingen hoger verhuizen, waar de kamers net weer iets luxer en ruimer zijn en het prestige natuurlijk ook veel hoger is. Maar net zo gemakkelijk kan je ook punten verliezen en dan zak je etages. Soms zoveel dat je door de 0 heen zakt en op de negatieve etages, dus onder de grond, uitkomt. Geen daglicht. Dat wil iedereen graag zien te voorkomen. Jona heeft een vriend: Zalman. Hij woont op -11 en heeft geen ambitie om hogerop te komen. Hij doet wat klusjes in de flat en heeft een rat als huisdier. Dat laatste alleen al is onaangepast gedrag en reden voor minpunten. Als Jona haar oma wil helpen, die verzorgd zou moeten gaan wonen in het Plus gebouw omdat ze verder geen nut meer heeft voor de samenleving, komt ze de geheimzinnige Kilian tegen en dan beginnen de moeilijkheden pas echt voor Jona en haar familie.
‘De schaduw van Radovar’ is een prima verhaal en ik heb ervan genoten. Het kan de jeugd van nu, na het lezen ervan inderdaad aan het denken zetten en helpen het gevoel van vrijheid dat we nu hebben, ook te behouden. Er zijn plekken op de wereld waar vrijheid, zoals wij die kennen, geen gegeven is. Ik ga in ieder geval Borealis nog eens lezen en wacht in spanning af tot er weer een nieuw boek van Marloes Morshuis te verkrijgen is.

Jos Lexmond

Leicon (1985)

‘Kleinschalig, fannish, luchtig SF-gebeuren’ luidt de advertentie, en aan de foto’s te zien maakte de twaalfde Beneluxcon dat meer dan waar, kijk maar:

Linkerkolom: Foto 2: Roelof Goudriaan, Annemarie van Ewyck, Ken Slater.

Rechterkolom: Foto 2: Johan Martijn Flaton, Annemarie van Ewyck, Zweitse Klous. Foto 3: advertentie voor Leicon in HollandSF.

Stormbrekers – Mariëtte Aerts

Stormbrekers.jpg

Stormbrekers – Mariëtte Aerts (YFA)
De Kronieken van de Zeven Eilanden 4
De Vier Windstreken , Rijswijk (2018)
365 pagina’s; prijs 17,95
Omslag & kaart: JeRoen Murré

Het was alweer anderhalf jaar geleden dat ‘Drakensteen’, het derde deel van ‘De Kronieken van de Zeven Eilanden verscheen en inderdaad: de tijd vliegt, maar niet als je zit te wachten op het vervolg van een reeks dat inmiddels toch wel tot een van mijn favorieten gerekend mag worden. Na ontvangst moest ik me nog even inhouden… er stonden nog een paar andere recensieboeken die eerst aan de beurt waren. Ik heb er niet zoveel moeite mee om een favoriet boek voor te laten schieten, maar de voorjaarsvakantie zat er aan te komen en dit boek (samen met ‘Drakenruiters’ van Jack Vance en ‘De val van Scribopolis, boek twee’ van Peter van Olmen) zou een mooi pakket vormen om mee te nemen en kleur te geven aan de vakantie. Zover kwam het helaas niet. Na slechts één genoten vakantiedag op het immer schone Texel, konden we alweer terugkeren naar huis. Ik zal u verder niet vervelen en lastig vallen met de reden, maar het was balen. Het weer was schitterend (voor mij dan), de locatie prima (we komen er tenslotte al meer dan dertig jaar elk voorjaar), lekker fietsen, fijne terrasjes (waar onder andere het strandpaviljoen bij paal 17), prachtige boeken. Kortom, wat mij betreft kon het niet meer stuk. Dus wel… nou ja misschien in september nog maar eens terug.
Hoe dan ook… aan ‘Stormbrekers’ was ik dus nog niet aan toegekomen. Dan maar thuis eraan begonnen. Maar thuis, thuis heb je altijd iets te doen en dan lees je niet zo snel en veel als dat je lekker ontspannen op een bankje zit onder zacht krakende dennen, met zingende vogeltjes en ruisende wind, aan de voet van de duinen.
Maar thuis zittend op de bank, heb ik toch ook wel genoten van de belevenissen van Raben en Calli, die de Vale Oceaan waren overgestoken naar de oostelijke landen en daar voor een familie van Stormzingers aan het werk gingen op hun Stormboot: de Cheron. Calli kan haar gave als elementaliste gebruiken om, samen met leden van de Elfde familie, de Cheron de lucht in te zingen en vooruit te laten bewegen. Raben fungeert als stormboothand en genezer. Calli kan het niet zo goed vinden met de Elfde familie en als ze op een gegeven moment overvallen worden door Stormbrekens (luchtpiraten) neemt Calli de gelegenheid te baat om met haar gaven een van piratenschepen te laten crashen en die dan over te nemen. Ze nemen de beide stormzingers, Yazine en Alfus, aan boord van de Draemon, zoals het schip heet, gevangen. Samen met hen en vrienden die ze opgedaan hebben op de Cheron: Eldith en Rossni, zoeken ze hun eigen weg.
Ze beleven het ene na het andere avontuur en hun reizen brengen ze van het ene naar het andere spectaculaire gebeuren. Ik ga er niets over vertellen, behalve dan dat ik het bezoek aan de Kraaienburcht, de plek waar ooit machtige elementalisten gewoond hebben, geweldig vond. Dat hoofdstuk, met de ritselende botfragmentjes, vond ik ronduit creepy en een prachtige vondst. Of… de Vale Oceaan die ze nogmaals oversteken terug naar de Zeven Eilanden), vond ik wel heel erg op onze, weliswaar zeer uitvergrootte, Wadden lijken. Heel mooi beschreven.
Tijdens het lezen drong een ding zich wel aan me op. De reizen van Calli en Raben en hun gezelschap lijken heel erg op een vakantietrip van Calli, waarbij zij uitmaakt waar ze naartoe gaan. Ondanks dat het verhaal zich logisch ontwikkelt, lijkt de willekeur van Calli welhaast doelloos en gaat ze waar de wind haar heenvoert (geholpen door een beetje stormzingen). De machtige Zagramogul, in de vorm van Igra, die ontwaakt is en de Orbis (een andere dimensie) verlaten heeft, lijkt anderzijds precies te weten wat ze wil op de Zeven Eilanden.
Ik heb er weer van genoten en het kan haast niet anders dan dat er een vijfde deel komt. Het wordt waarschijnlijk weer eindeloos wachten en daar ben ik heel erg slecht in.

Jos Lexmond

Een jaar later – William R. Forstchen

jaarlater.jpg

Een jaar later – William R. Forstchen (SF)
EMP-serie 2
Karakter Uitgevers B.V., Uithoorn (2017)
302 pagina’s; prijs 19,99
Oorspr.: One year after (Forge Books – 2015)
Vertaling: Robert Neugarten
Omslag: Studio Jan de Boer

Een jaar later. Wel de titel, maar dat is het niet precies. Dit vervolgverhaal begint op dag 730 nadat er drie EMP wapens boven Amerika tot ontploffing gebracht werden. Ook was er eentje voor de Japanse kust ontploft en een andere boven Oost Europa (waarvan verwacht werd dat het een afzwaaier was). Als je een beetje kan rekenen is dat dus precies 2 jaar na de fatale dag en niet één jaar. Goed… het is misschien spijkers op laag water zoeken, maar het moet wel kloppen. Het verhaal speelt zich dus af tussen dag 730 en dag 776 na de ramp.
Het is dus twee jaar na de fatale Electro Magnetische Puls die Amerika op de knieën dwong en in die twee jaar (Zie het eerste deel: Een seconde later) zijn de overlevenden van Black Mountain onder de bezielende leiding van John Matherson hard aan het werk om hun leven weer op te bouwen en weer iets van beschaving te realiseren.
Nu, twee jaar later dus, is het nog steeds onduidelijk wie de aanval pleegde, maar algemeen werd er aangenomen dat hij werd uitgevoerd door vanuit Iran gesteunde terroristen en Noord Korea. China wordt in de nasleep gezien als de nieuwe supermacht en bezet onder het mom van humanitaire hulp de westkust van de Verenigde Staten en Japan. India en Pakistan namen de gelegenheid te baat om hun conflict op een beperkte nucleaire schaal proberen op te lossen en nog steeds voeren ze hevige gevechten. West-Europa is de dans min of meer ontsprongen, maar voelt vooral de economische malaise die ontstaan is door de wereldwijde chaos. Het Verenigd Koninkrijk doet zoveel mogelijk om Europa en de Verenigde Staten te helpen en te steunen.
De Amerikaanse troepen die zich op het moment van de EMP elders in de wereld bevonden zijn naar huis teruggeroepen en zijn nu aan de westelijke en zuidelijke buitengrenzen gestationeerd om verdere expansie van buitenlandse mogendheden te stoppen en ontmoedigen. Op dat moment wil de voorlopige regering van de Verenigde Staten, dat zetelt in Bluemont, Virginia, een miljoen mannen en vrouwen mobiliseren om zodoende het Leger van Nationaal Herstel te vormen om de Verenigde Staten te beschermen en bevrijden. Maar die mannen en vrouwen zijn hard nodig bij de wederopbouw van het land.
John Matherson heeft na een jaar van dictator spelen, om het leven weer op de rails te krijgen, zijn macht overgedragen aan de gemeenteraad van Black Mountain, maar moet nu weer in actie komen. In eerste instantie denk je dat hij het wel kan vinden met de nieuwe overheid en een tijdje lijkt het er op dat het verhaal een beetje aan het doodbloeden is. Er gebeurd niet zo heel erg veel en alles lijkt koek en ei tussen de nieuwe regering van de Verenigde Staten en John Matherson. Eigenlijk kwam ik dicht bij het punt dat ik het verhaal niet echt boeiend meer vond. Maar dat veranderde van het ene op het andere moment. Er brak een heuse burgeroorlog uit en ineens was de rampenroman weer een rampenroman en kon ik weer schaamteloos genieten. Ik ga verder niet vertellen hoe het afloopt in dit tweede deel, maar ik kijk in ieder geval weer met vertrouwen uit naar het derde en laatste deel wat ‘De laatste dag’ is getiteld en wat in juni zal gaan verschijnen. Laat maar komen wat mij betreft.

Jos Lexmond

Fedcon 2018 – Jan J. Scholte


Maandagavond komen wij moe en meer dan voldaan thuis. Onze poes is blij dat ik terug ben. Vier dagen Duitsland. Het was, zo is achteraf geconstateerd, mijn elfde keer (verwacht hieronder geen objectieve mening van mij.) Het virus heeft mij gegrepen. Welk virus? Het FedCon virus.

De FedCon (kort voor Federation Convention) is, sinds een bescheiden begin in 1992, uitgegroeid tot de grootste sciencefictionconventie van Europa. En naar mijn idee behoort het tot de beste waar ik ooit ben geweest.

Het festijn vond de afgelopen twee jaar plaats in Bonn. Daarvoor in Düsseldorf en nog verder terug in de tijd ook in Fulda, München en Augsburg. Constante factor is de locatie: het Maritim Hotel. Het ‘we zijn er weer’ gevoel grijpt mij bij de aanblik van het hotel en de wapperende FedCon-vlaggen.

De allereerste conventie had één gast, namelijk Walter Koenig (Pavel Chekov – Star Trek). Inmiddels is het aantal bezoekers en gasten toegenomen. In vier volgepakte dagen komen een paar duizend fans bij elkaar om panels en workshops bij te wonen, kostuum-, film- en modelwedstrijden te zien, foto’s en selfies te maken van elkaar en met gasten, handtekeningen te verkrijgen, tentoonstellingen te bekijken, de dealersruimte leeg te kopen en om, als er nog energie over is, feest te vieren.

De 27ste FedCon, van 18 mei tot en met 21 mei, had meer dan 30 gasten (acteurs, schrijvers, wetenschappers, een beeldhouwer, een astronaut en een aantal mensen van ESA). Acteurs uit verschillende series en films, onder andere: Star Trek: The Next Generation, Star Trek: Voyager, Star Trek: Discovery, Battlestar Galactica, Stargate, Spaceballs, en Gremlins. Persoonlijke hoogte punten op het gebied van panels waren de ontbijtshow van Jonathan Frakes (William T. Riker – Star Trek: The Next Generation) en Brent Spiner (Data – Star Trek: The Next Generation) waar smakelijk kon worden gelachen, Jason Isaacs (Captein Lorca – Star Trek: Discovery) is een goede entertainer en Daphne Zuniga (Prinses Vespa – Spaceballs) heeft interessante verhalen over haar carrière, Brian Muir (beeldhouwer onder andere voor Star Wars) een schat aan informatie over zijn artistieke projecten voor diverse films en series.

Trouwens, als je je afvraagt of de voertaal op de conventie Duits is: nee, het merendeel van de gasten, vooral de acteurs, spreken tijdens de panels Engels. Ook de Nieuw-Zeelandse mistress of ceremonies Lori Dungey (Mrs. Bracegirdle – The Lord of the Rings) praat de panels met vakkundige humor aan elkaar.

Er lopen veel, en dan bedoel ik veel, mensen rond in kostuums. Cosplay in alle soorten en maten. Van de Star Trek uniformen tot levensgrote Transformers, die zeer indrukwekkend zijn.
Twee grote zalen gevuld met verkopers van prullaria, T-shirts, boeken, speelgoed, tot zelfgemaakte beelden van metalen onderdelen. Het geld verdwijnt altijd sneller dan het erbij komt.
In het hotel zijn enkele restaurants en een aantal standjes met voedsel. Minpunt is dat hier jaar op jaar weinig variatie in is. Al blijft het ijs altijd lekker. Gelukkig zijn er in de omgeving op loopafstand ook restaurants te vinden en is het maar een korte reis naar Bonn waar meer dan voldoende gelegenheden zijn voor een afwisselende maaltijd.

Zoals het voor zoveel zaken geldt zijn degenen met wie je ergens bent toch wel enigszins van invloed op de sfeer en de beleving. In mijn eentje vermaakte ik mij prima, maar inmiddels is de groep uitgegroeid tot acht en vermaak ik mij nog meer. Samen reizen, samen eten en voor de rest kennen wij elkaar goed genoeg om iedereen zijn eigen gang te laten gaan. In de handtekeningenrijen en fotorijen is er altijd wel tijd voor een praatje met wachtenden voor of achter mij. Ook goed voor oefening van de Duitse taalvaardigheid.

Een feest van herkenning als tijdens de openingsceremonie de gasten het podium opkomen onder aanhoudend en aanzwellend applaus van het publiek. Ook zo bij de sluitingsceremonie. De laatste minuten om de helden van het witte doek te zien en horen. Als de muziek start, Raise Your Glass van Pink, is het einde echt aangekomen. Als de laatste gast van het podium is verdwenen stromen ook de bezoekers de grote zaal uit.

De eerste vraag als ik terug ben op mijn werk is tot nu toe ieder jaar: ‘En was jij ook verkleed?’ Het antwoord is nee, maar dat sluit niet uit dat het in de toekomst kan veranderen.

Verslag van Jan Johannes Scholte.

Meer informatie: www.fedcon.de/en
Een impressie: https://youtu.be/g6qbkI-g6-U

 

Jack Vance – De Drakenruiters en andere verhalen

Drakenruiters.jpg

Jack Vance – De Drakenruiters en andere verhalen (SF) – 263p.
Spatterlight, Amstelveen (2018) € 17,11
Het Verzameld Werk van Jack Vance 12
Vertaling: Jaime Martijn, Mark Carpentier Alting & Warner Flamen
Omslag ontwerp: Howard Kistler
Omslagillustratie: Marcel Laverdet
Kaart: Christopher Wood
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Besluiteloos had ik al een paar keer voor de planken met ‘Vances’ gestaan. Het heerlijke en welhaast onvermijdelijke voorjaarweekje op Texel was nakend en ik heb het al waarschijnlijk meermalen verteld, maar elke vakantie gaat er minimaal een ‘Vance’ mee om van te genieten. Dit ter verhoging van de vakantievreugde en dat lukt telkenmale weer. Zoals gezegd… ik kon niet kiezen wat op het stapeltje boeken te leggen. De Spatterlight nieuwsbrief bracht uitkomst. De mededeling dat ‘De Drakenruiters en andere verhalen’ zou verschijnen hakte voor mij de knoop door. Eigenlijk had ik er nooit bij stilgestaan om novelles mee te nemen. Het werd bijna altijd een samengestelde dikke pil zoals ‘Tschai’, ‘Durdane’ of ‘De Duivelsprinsen’. Korte verhalen kunnen heel erg leuk zijn, maar op vakantie wil ik gewoonweg door kunnen lezen. Nu dus had Spatterlight een briljante bundel samengesteld met twee prijswinnende novelettes en eentje die genomineerd was voor een Hugo Award en alle verhalen hebben een overeenkomstig thema, iets waar Jack Vance geweldig mee uit de voeten kon, namelijk: de misverstanden, conflicten en onbegrip (of liever: het volledig ontbreken van gemeenschappelijke gronden) tussen aardbewoners en buitenaardsen. De grijns is waarschijnlijk geen moment van mijn lippen geweken.
‘De Drakenruiters’ was allang een van mijn favorieten. Dat was trouwens mijn eerste kennismaking met Jack Vance in de vorm van de Bruna Maraboe uitgave ‘Steek er de draak maar mee!’. Ik moet toen een jaar of veertien zijn geweest en het was een van de eerste boeken uit de volwassenen bibliotheek die ik met speciale dispensatie mocht lenen. Ik was meteen verkocht. Waarschijnlijk snapte ik destijds niet alle finesses van het verhaal, maar het sloeg in als een bom. Wat wil je ook… ik was net de boeken van Rik Robberts (W.J. Verbeeten) en Tonke Dragt ontgroeid! Hoe dan ook: daar is mijn liefde voor Jack Vance mee begonnen. Het verhaal is briljant uitgewerkt. Aerlith, een afgelegen wereld wordt bewoond door mensen, die op regelmatige basis overvallen worden door de buitenaardse Grefs. Bij die aanvallen worden Grefs gevangen genomen door mensen en mensen door Grefs en beiden fokken er met de gevangenen op los. Met genetische technieken kweken de mensen draken van Grefs (grondvormen) en de Grefs op hun beurt kweken menselijke reuzen en dergelijke, die ze beiden bij volgende overvallen inzetten. Joaz Banbeck heeft een conflict met Ervis Carcolo van de Gelukkige Vallei en beiden vechten hun vete uit met de draken. Beiden gaan haast ten onder aan het conflict als de Grefs een nieuwe inval doen. Prachtverhaal wat terecht een Hugo Award won in 1963. Voor de liefhebbers… nu met een kaart van Aerlith, iets wat het verhaal nog inzichtelijker maakt.
‘Het laatste kasteel’ heb ik wat minder gelezen. Het is het verhaal van de aarde in een verre toekomst waarin aristocraten terugkeerden uit de ruimte en zich in negen Kastelen weer op aarde vestigden. Ze leven in luxe en laten zich bedienen door een half intelligent mensachtig ras: De Meks, die zijn oorsprong op Etamin hebben. De aristocraten zijn echte aristocraten die, als de Meks in opstand komen, geen benul hebben van het leven zonder bedienden. Als ze alles zelf moeten doen. Het ene na het andere Kasteel valt onder de belegeringen van de Meks en uiteindelijk is alleen Kasteel Hagedorn over. ‘Het laatste kasteel’ won in 1966 een Nebula Award en in 1967 een Hugo Award.
‘De wonderbaarlijke verrichtingen van Sam Salazar’verhaalt over een groep afstammelingen van menselijke kolonisten die al 1600 aardse technieken en erfenissen aan het vergeten zijn en zich bezig houden met toverij. Het wankele evenwicht met ‘De Eersten’, de oorspronkelijke bewoners van Pangborn, wordt verstoord door de veldtocht van Lord Faide tegen het naburige Fort Ballant en ‘De Eersten’ zijn nu vastbesloten om de mens uit te roeien. Dit verhaal kreeg een nominatie voor de Hugo Award.
Dit is alweer een staaltje van onbegrip tussen twee rassen en zoals gezegd… waarschijnlijk is de brede grijns niet van mijn lippen geweken. Doe mij maar meer, veel meer, van dit soort werk. Heel erg leuk deze combinatie van verhalen in één bundel.

Jos Lexmond

In memoriam: Eddy C. Bertin

Belgische schrijver Eddy C. Bertin is afgelopen weekend plots overleden. Hij was 73 jaar. Bertin was met zijn familie op vakantie op Kreta waar hij een hartaanval kreeg.

Eddy C. Bertin was als schrijver vooral bekend in het buitenland. In 1969 verschenen zijn eerste sciencefiction- en horrorverhalen voor volwassenen. Hij stelde ook verhalenbundels samen. Voor zijn verhalen kreeg hij diverse prijzen. Pas in 1984 verscheen zijn eerste kinderboek. Van 1994 tot 2003 was Eddy C. Bertin de secretaris van het Griezelgenootschap, acht schrijvers van griezelverhalen, die bij uitgeverij Elzenga jaarlijks een bundel naar een specifiek jaarthema samenstelden. Verder was hij lange tijd erg actief in allerlei tijdschriften. Hij gaf er zelf enkele uit, waarvan het bekendste de SF-Gids is.

In 1976 verscheen het verhaal ‘Als een eenzame bloedvogel’, het begin van zijn membraancyclus. De membraancyclus is een aantal teksten (verhalen, fictieve contracten, documentairestukken, spreuken, fictieve reclameteksten) die met elkaar de toekomst van de mens vertellen. Die toekomst wordt bepaald door de ontdekking van de membranen, waarmee de mens in ruimte en tijd kan reizen. De verhalen zijn nooit in een definitieve bundeling samengebracht. Drie bundels worden beschouwd als de kern van de teksten: ‘Eenzame bloedvogel’, ‘De sluimerende stranden van de geest’ en ‘Het blinde, doofstomme beest op de kale berg’.

Wij wensen zijn familie, vrienden en fans veel sterkte toe om dit verlies te dragen.

Trek Sagae 2017

Maandagnacht 22 mei 2018 werd de verhalenwedstrijd Trek Sagae 2017, met de toezending aan de deelnemers van het volledige juryrapport in pdf, van circa 285 pagina’s, afgesloten.

Trek Sagae is een wedstrijd voor verhalen in de genres science fiction, fantasy en horror en werd voor het zevende jaar gehouden.

De wedstrijd wordt gesteund door de Star Trek vereniging The Flying Dutch, die onder meer de financiële kant van de wedstrijd heeft gefaciliteerd.

De verhalen telden tussen de tweeduizend en vierduizend woorden. In totaal waren er 59 inzendingen, waarvan één verhaal werd gediskwalificeerd. De eindronde van de wedstrijd telde zes verhalen.

De jury van Trek Sagae 2017 bestond uit Anne Witberg, Barbara Starink, Brenda Hingstman, Edith Eri Louw, Fred Rabouw, Hay van den Munckhof, Inanna van den Berg, Iris Versluis, Jeroen van Luiken-Bakker, Johan van de Velde, Oli Veijn, Pen Stewart, Terrence Lauerhohn, en Wendy Torenvliet.

De wedstrijd is gewonnen door de bekende science fiction schrijfster Anaïd Haen. Haar winnende verhaal “Oma in de wielen gereden” gaat over een oude vrouw die erg is gesteld op haar ouderwetse auto, haar Hummel, waar ze gedwongen afstand van moet doen.

Anaïd Haen is woonachtig te Krimpen aan de Lek. Ze won eerder meerdere andere verhalenwedstrijden, waaronder in 2010 de Unleash Award.
Het jurylid Hay van den Munckhof, auteur van het boek “Alya”, zei over het winnende verhaal: “Het verhaalidee is zonder meer leuk, het perspectief is overal duidelijk en ook de plot klopt. … Een verhaal als dit drijft nu eenmaal in de eerste plaats op humor en karaktertekening en moet het niet van de zinderende spanning of een daverende ontknoping hebben. In zijn soort vind ik het verhaal dan ook heel geslaagd en mooi uitgewerkt”.

En de schrijfster Edith Eri Louw zei erover: “Een ontroerend en vlot geschreven verhaal met een mooie climax en prima slot. De karakters zijn erg levendig en herkenbaar, oma is een prachtig uitgebalanceerd type. Je ziet haar onmiddellijk voor je. Ook Jonas is zo’n figuur waar je meteen een beeld bij hebt, iemand die bij je in de straat zou kunnen wonen. Het gegeven en het plot zijn eigenlijk vrij simpel, maar dit verhaal bewijst dat je ook met weinig spektakel een zuiver verhaal neer kunt zetten”.

Over het verhaal “Europa en de Stier” van Arnout Brokking, over de reis van een eenzame astronaut naar de Jupitermaan Europa, dat de tweede plaats behaalde, zegt Edith Eri Louw: “Een spannend en bijna mystiek verhaal waarin het noodlot van de ik-figuur steeds een stukje meer aan de oppervlakte komt. Als lezer ga je hier helemaal in mee en blijft het tot het einde – en daarna – spannend of hij dit gaat overleven.
Mooi ook hoe je een oude Griekse mythe en de moderne bijna mythische reis van Amelia Earhart door het verhaal heen weeft, op een subtiele manier, die niet storend is wanneer je de achterliggende verwijzingen niet oppikt”.

1. Anaïd Haen: Oma in de wielen gereden – € 225,00

2. Arnout Brokking: Europa en de Stier – € 150,00

3. Anaïd Haen: De vrouw van een halve eeuw – € 75,00

4. Wouter van Gorp: De Con-Artist – € 56,00

5. Django Mathijsen: De epische, interstellaire queeste van een sleutelhanger… en zijn sleutel – de een klein beetje ingekorte versie met de iets langere titel – € 51,00

6. Anaïd Haen: Van verdwijningen, waarnemingen en andere brandende kwesties – € 46,00

7. Django Mathijsen: Zwoldorp bijna ontspoord – € 41,00

In totaal wordt er € 644,00 aan prijzengeld uitbetaald.