Vlucht – Blake Crouch

Vlucht.jpg

Vlucht – Blake Crouch (SF)
Karakter Uitgevers, Uithoorn (2018)
303 pagina’s; prijs 19,99
Oorspr.: Run (CreateSpace Independent Publishing Platform – 2011)
Vertaling: Ireen Niessen
Omslag: Mark Hesseling Design

Blake Crouch leerde ik kennen door uiteraard de ‘Wayward Pines’ trilogie en ‘Dark Matter’ te lezen, allen verschenen bij Karakter en allen horror met een meer of mindere vleug Science Fiction. Een combinatie die me wel ligt en Blake Crouch is dan ook een schrijver die me ligt. Zijn verhalen zijn niet literair hoogdravend, maar wel lekker spannend en af en toe ook een beetje eng. Prima voor tussendoor of op vakantie, of als je maar een beetje ontspanning door spanning nodig hebt.
Ik was daarom weer bijzonder geïnteresseerd in ‘Vlucht’ en ging er eens goed, in de handen wrijvend van voorpret, voor zitten. Ik werd niet teleurgesteld. Aktie volop. Enge momenten ook volop aanwezig en een goed verhaal dat je constant onder spanning hield. Zelfs op de rustige momenten.
Het gaat over Jack en zijn gezin. Jack Colclough en Dee, zijn vrouw en de kinderen Naomi en Cole zijn op de vlucht. Waarvoor weten ze eigenlijk niet, maar wat Jack wel weet is dat ze achter hem aankomen. Dat staat vast. Ze komen op hem jagen om hem en zijn familie uit te schakelen. Een golf van bizarre moorden trekt door het land. Een agent richt een bloedbad aan, er zijn schietincidenten op scholen, hevige opstanden breken uit in gevangenissen. Het land wordt overspoeld door onbegrijpelijke, agressieve
uitspattingen. Dat is alles nog maar vijf dagen geleden. Gisteren viel de elektriciteit uit en nog maar een paar dagen geleden riep de president het volk op tot kalmte. Vandaag hoort Jack zijn naam op de radio en iedereen die genoemd wordt, moet worden gedood. Ze moeten weg. Ze slaan op de vlucht.
Het verhaal begint zenuwachtig en je zit er meteen goed in. Je weet, net als Jack en zijn gezin, niet wat er aan de hand is, maar je voelt de dreiging en je krijgt zelf ook de neiging je boeltje te pakken , voldoende eten en drinken, en weg.
Daarna wordt het allemaal wat voorspelbaar. Als het gezin op weg is en de bush bush ingereden is, raakt de benzine, het eten en water op. Maar het lot is hen gunstig gezind. Ze vinden een verlaten hut in de middle of nowhere, waar voldoende eten en drinken aanwezig is zodat ze zich veertien dagen kunnen redden. Vlakbij een beek met voldoende vis en een paar dagen later weet Jack een eland neer te schieten en, verrassing… hij weet voldoende van slachten af om het beest in mootjes in de diepvriezer te krijgen. Held van de familie natuurlijk. Als je erover nadenkt is dat misschien wel een beetje kort door de bocht. Ook de oorzaak van de moorddadige bendes is misschien wel lichtelijk ver gezocht en als die oorzaak ineens weg is… (hoezo en waarom). dan is het boek uit.
Maar goed, ze kunnen niet lang in de hut blijven. De veilig geachte haven moet verlaten worden als ze ontdekt worden door een bende niets ontziende religieuze fanaten met motorzagen. Ze weten te ontsnappen en hun vlucht gaat verder. Er komen nog heel wat gruwelijkheden op hun pad, waar ik zelf af en toe best mijn tenen voor bij elkaar kneep, al ben ik best wel wat gewend inmiddels.
Zoals gezegd… soms wat simpel, maar uiterst effectief. Ik hield regelmatig mijn adem in en leefde behoorlijk mee met de familie op de vlucht. Dit soort verhalen mogen ze me altijd wel onder de neus schuiven. Dit is een wat ouder boek van Couch. Het origineel stamt uit 2011. Ik denk bij gebrek aan modernere verhalen. Er zijn er nog voldoende onvertaald, waarvan er zeker nog wel een paar fantastisch zijn, dus ik zou zeggen: Vertalen maar!

De Futurist lanceert een nieuwe digitale magazine: essef

De Futurist lanceert een nieuwe digitale, literaire magazine: essef. Vier keer per jaar vier korte SF-verhalen van futuristische schrijvers. ‘The best essef can get.’

Het eerste nummer van dit gratis digitale tijdschrift staat al online op de website van De Futurist. Veel leesplezier!

Eerste NCSF barbecue

Zaterdag 1 september 2018 was de eerste  van de hopelijk jaarlijkse NCSF barbecue, gehouden aan de pittoreske werf aan de Oude Gracht in Utrecht. We troffen het met het weer, zoals te zien is op de foto’s. Onder het genot van lekker eten en drinken werd er lustig gekletst over sciencefiction in al haar verschijningsvormen, gekeken naar de voorbij varende boten en kritiek geleverd op de kunde van de vele kanoërs. Het was een geslaagde en gezellige middag en zeker voor herhaling vatbaar. Onze dank aan de aanwezige leden en gasten voor het tot een succes maken van de dag.

Quarantaine – Erik Betten

‘Kun je niet zwemmen?’

‘Niet in zoveel water.’

Zombies. Je wordt er nog net niet letterlijk mee doodgegooid. Ik heb zeker mijn deel op het vlak van de ondoden in verschillende vormen mijn brein laten doordringen. Van de hilarisch slechte B-films tot en met de zichzelf te serieus nemende tv-serie die nog steeds aan het voortstrompelen is (iemand had daar allang de hersens van in moeten slaan).

Waarschijnlijk dat ik er daarom erg lang tegenaan heb gehikt om aan de eerste thriller van stadsgenoot Erik Betten te beginnen.

Na een lange wandeltocht in de Noorse bergen heb ik het boek dan toch uit mijn koffer gehaald. Binnen een dag heb ik de bladzijden verslonden.

Er is niets nieuws in de dreigende schaduwen en met die verwachting ben ik dan ook niet begonnen met lezen.

Het verhaal deed mij enigszins denken aan ‘Als de dijken breken’ (Nederlands-Vlaamse dramaserie) en ‘Cordon’ (Vlaamse dramaserie), maar dan overgoten met een bloederige saus en besprenkeld met voldoende lichaamsdelen. Meeleven met de personages lukt mij niet echt en wat minder uitleg en nog meer actie zou geen kwaad kunnen.

De beschreven Hollandse kneuterigheid een fijn pluspunt.  De humor sprak mij aan, zou zelfs nog wel wat donkerder mogen, en ik zou het geen straf vinden als de dodelingen/smoorders terugkeren om zich buiten de noordelijke provincies te begeven.

Het boek is een aanrader voor de donker wordende dagen.

Jan Johannes Scholte

Bay en de Piraenauten – Yvette Hazebroek

Bay.jpg

Bay en de Piraenauten – Yvette Hazebroek (YSF)
Uitgeverij Macc, Rijen (2018)
257 pagina’s; prijs 16.95
Omslag: Maarten de Bruin

‘Bay en de Piraenauten’. Het is het debuut van Yvette Hazenbroek dat ik met veel plezier gelezen heb. Als het debuut al zo goed is en ze heeft goesting om door te schrijven, dan kunnen we nog heel wat van haar verwachten. Yvette (1989) schrijft al vanaf jonge leeftijd. Tijdens de middelbare school schreef ze voor de plaatselijke jongerenkrant en won de aanmoedigingsprijs van een Flevolandse schrijfwerdstrijd. Na een studie journalistiek en stages bij verschillende regionale dagbladen vertrok ze voor vijf maanden naar New York voor een master Media & Arts. Bij thuiskomst schreef ze voor verschillende muziektijdschriften. Voorwaar een prima basis om te schrijven, zou ik zeggen. Maar dan moet je het ook maar doen.
‘Bay en de Piraenauten’ is wat je noemt een Steampunk roman. De steampunktijd in Nederland heeft niet heel erg lang geduurd. Een paar jaar slechts met als waarschijnlijk hoogtepunt de uitgave van ‘De Stoomvlinder’ (The Difference Engine) van William Gibson en Bruce Sterling bij Meulenhoff in 1992. Een van de eerste uitgaven, en hoogtepunten, in dit subgenre was ongetwijfeld ‘De Tijdmachine’ van H.G. Wells. Op dit moment is het eerste deel van ‘Mortal Engines’ van Philip Reeve verfilmd door Peter Jackson (The Lord of the Rings) en die film gaat 13 december in Nederland in première. Het ziet er waanzinnig uit en misschien is het wel de revival van de Steampunk.
Hoe dan ook… ‘Bay en de Pireanauten’ gaat over Bay (voluit: Bayenne). Ze woont bij de familie Veskan in Venida, een luchtstad in het Zevende Luchtruim. Bay is niet zomaar het eerste het beste meisje. Ze leeft een vrij leven. Ze smokkelt queriosa en ze is net als haar broertje Plum een luchtkind. Luchtkinderen kunnen dingen die normale kinderen niet kunnen en lopen daarom constant gevaar te worden ontvoerd door Piraenauten uit het Tiende Luchtruim. Haar pleegbroertje Plum wordt gestolen en Bay wordt door de familie Veskan min of meer verbannen omdat ze bang zijn dat zowel Bay als hun echte dochter Meriska ook ontvoerd zullen worden. Bay zweert dat ze Plum terug zal vinden en naar zijn ouders terug zal brengen. Ze trotseert schrootzoekers en superstormen, de Inquisteur van Staalheuvel. ontmoet luchtsigeuners en moet zich door verschillende Luchtruimen heen vechten om haar doel te bereiken.
‘Bay en de Piraenauten’ is een fris en een rollercoaster avontuur dat geen moment verveeld en waarvan je het jammer vindt dat het alweer uit en over is, als je het boek dichtslaat. Is er dan niets
mis mee? Jawel, toch wel. Yvette maakt toch wel wat beginnersfouten. Waarom noem je luchtsigeuners niet gewoon luchtzigeuners. Zo’n wijziging voegt niets toe aan het verhaal. Luchtzigeuners zegt precies wat het zijn: zigeuners in de lucht. Of queriosa bijvoorbeeld. Wat is er mis met curiosa? Als je het queriosa noemt wordt het ineens niet iets anders. Niet meer doen dus. Wat er wel gedaan moet worden is wat meer uitleg over de wereld. Om een voorbeeld te noemen: Als de ballon van Bay naar beneden valt is er duidelijk zwaartekracht. Waar komt dat vandaan? Is er een aarde onder alle luchtruimen? Waar komen grondstoffen vandaan? Hoe zweven de luchtsteden? Hoe werken de Luchtruimen? Dit zijn allemaal dingen die ik mezelf afvraag tijdens het lezen en die leiden me af. Het verhaal is prima, maar aan Worldbuilding schort er nog wel het een en ander.
Bovenstaande vragen nemen niet weg dat ik Bay graag nog eens terug zou zien in een nieuw avontuur, weliswaar met wat meer achtergrond informatie, maar toch…

Jos Lexmond

Heren van Twist – Jasper Polane

Heren van Twist.jpg

Heren van Twist; Jasper Polane; Quasis Uitgevers; 2018; 410 blz.; € 18,95; omslagillustratie Januz Miralles

Heldere afsluiting van De Onzichtbare Maalstroom

Met Heren van Twist, het vierde deel, besluit Jasper Polane zijn eerste fantasyreeks De Onzichtbare Maalstroom. Science fantasy.
Een gezelschap van inmiddels bekende personages gaan met een zeppelin de Maalstroom in om de gevangenis waaruit de Heren van Twist dreigen te ontsnappen te herstellen en de kwade machten weer effectief te ketenen. Edison, inmiddels moeder van Runa, wordt van buiten de Maalstroom bij deze strijd betrokken. Aan het eind komen alle draden samen en natuurlijk loopt het allemaal goed af, in dit geval met een weemoedige ondertoon, omdat voor het goede blijkbaar ook iets moet worden ingeleverd.
Uieraard is dit heel erg kort door de bocht, want het verhaal heeft zoveel verwikkelingen en spanningsbogen dat er 400 bladzijden voor nodig zijn om het te vertellen. Je moet het gewoon zelf lezen. Wanneer je de eerdere drie delen hebt gelezen, zul je dat ook wel doen, en anders moet je gewoon bij het begin beginnen, want enige kennis van het voorgaande is vereist, zij het niet in die mate als je bij zo’n complex verhaal zou verwachten. Dat komt ook omdat Polane helder en vlot leesbaar schrijft, met veel fantasie en gedrevenheid, maar ook omdat de ontknoping in zekere mate op zichzelf staat.

Het boek opent met een “Wat vooraf ging” dat in teveel details teveel probeert te vertellen. Het toonde mij dat ik toch alweer een heleboel was vergeten en ik vroeg mij af of ik de eerste drie delen eerst opnieuw moest lezen voor ik aan Heren van Twist kon beginnen. Dat viel dus mee. Polane plaatst het verhaal in dezelfde wereld, in het verlengde van de voorgaande delen, maar geeft het ook een zekere zelfstandigheid. Wat je vergeten was, komt al lezende voldoende terug, zoals dat met het echte leven ook gaat.

Bij het eerste deel, Lege Steden, constateerde ik dat in de karaktertekening te lezen was dat Polane eerder met jeugdboeken en cartoons bezig was geweest, omdat het soms een beetje te cartoonesk was. In dit opzicht is hij gedurende de reeks als auteur gegroeid, al gaat ook Heren van Twist door de leeftijd van de personages nog steeds wat in de richting van Young Adult.
Opvallend is dat het merendeel van de personages vrouwelijk zijn. Cassi, Rufeine, Rika voorheen Heike, Lisa, Odette, Edison, Deira, Lin… Daar staat eigenlijk maar één man echte tegenover, de dief en magiër Rune; de andere mannelijke personages zitten in het hoofd – want Joern is toch teveel een stem en Luuk een gedachte.

De Onzichtbare Maalstroom is een kleurrijk, vlot leesbaar epos, vol met leuke ideeën en intrigerende personages. Maar het beste voor mij is dat het de indruk geeft dat Jasper Polane een schrijver is die nog volop in ontwikkeling is en dat het beste nog zal komen, in nieuwe romans, in nieuwe reeksen.
Ik ben benieuwd.

(Paul van Leeuwenkamp)

Het Vijfde Seizoen – Nora K. Jemisin

Vijfde Seizoen.jpg

Het Vijfde Seizoen – Nora K. Jemisin (SF)
De Gebroken Aarde 1
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2018)
414 pagina’s; prijs 24,99
Oorspr.: The Fifth Season – The Broken Earth 1 (Orbit – 2015)
Vertaling: Lia Belt
Omslag: Lauren Panepinto/DPS/Arcangel Images

Heeft u al eens de ervaring gehad dat een verhaal je van je sokken blies? Dat als je geen leuning op je stoel had, er finaal ondersteboven van afgedonderd was? Dat je zo verrast werd dat je even vergat adem te halen, of zo moest lachen dat de tranen je over de wangen liepen. Of dat je zo geroerd was dat, alweer, de tranen je over de wangen liepen. Ik hoop maar dat u dat is overkomen, want dat gun ik iedereen. Gelukkig is het mij verschillende keren overkomen. Ik herinner me heel erg sterk de emoties toen ik ‘Spreker voor de doden’ van Orson Scott Card las. De verrassing en de lol toen ik ‘De zeventien maagden’ en ‘Freitzke’s beurt’ van Jack Vance (en ‘Tschai’ en de ‘Duivelsprinsen’) tot mij nam en begreep wat er gebeurde. De wow factor toen ik besefte dat Isaac Asimov de Robotten reeks en de Foundation aan elkaar aan het schrijven was. Het medeleven toen ik ‘Het zingende schip’ van Ann McCaffrey las. Lachen om de schitterend humorvolle verhalen van Eric Frank Russell, waarbij ik toch wel ‘De kosmische bondgenoot’ moet vermelden. ‘Duin’ (de eerste paar delen dan) van Frank Herbert. Het desolate gevoel bij ‘De weg’ van Cormac McCarthy. De ‘Helliconia’ trilogie van Brian Aldiss. Larry Niven met ‘Ringwereld’. Ursula LeGuin. Vernor Vinge…
En zo zou ik nog wel even door kunnen gaan, maar dat ga ik niet doen. Ik weet niet of het u is opgevallen, maar veel van bovenstaande titels zijn prijswinnaars van bijvoorbeeld de Hugo Award en/of de Nebula Award, of wat voor Award dan ook. Het is dus niet vreemd dat ik van de sokken werd geblazen en velen anderen met mij.
Valt het u niet op dat dit allemaal best wel wat oudere titels zijn? Ah… dat dacht ik al. Als SF liefhebber worden we niet echt heel erg verwend de laatste jaren. Natuurlijk… we hebben de Radch trilogie van Ann Leckie gehad, maar ik moet zeggen dat ik deel een geweldig vond, maar de daarop volgende twee delen maar zozo. Dat heb je meer met tweede en derde delen. Het is net alsof er oorspronkelijk maar een verhaal gepland was, maar dat door het doorslaande succes er nog maar twee delen aangebreid waren, al werden deel 2 en 3 toch ook genomineerd voor de Hugo en de Nebula.
Waar wil ik met het bovenstaande verhaal naartoe? Natuurlijk om te zeggen dat ik in Jemisin een kandidaat vond die me weer eens van de sokken blies. Natuurlijk… ik moet afwachten wat deel twee van De Gebroken Aarde: ‘De poort van Obelisk’ wordt, maar daar ben ik niet heel erg bang voor. Ook voor dit deel heeft Nora K. Jemisin een Hugo Award op zak. En, nog maar pas bekend geworden, heeft ook het derde deel ‘The Stone Sky’ een Hugo én een Nebula Award gewonnen. Ik denk dat het wel iets zegt over de kwaliteit. Nog nooit eerder won een schrijver drie Hugo Awards voor alle delen van een trilogie.
Waar het over gaat? Ha… daar ga ik niet heel erg veel over zeggen. Eigenlijk ga ik er helemaal niets over zeggen, dan wel schrijven. Ik vind dat elke rechtgeaarde SF/Fantasy liefhebber in het Nederlandse taalgebied zich aan zichzelf verplicht is dit te lezen. You’re gonna love it!
Ik wil nog wel wat kwijt over het genre. Ik wil altijd alles maar graag in hokjes duwen. Ik heb tijdens het lezen een hele tijd gedacht dat het Fantasy was. Daar is natuurlijk niets mis mee. Als je de kaart voorin het boek bekijkt, herken je (althans ik niet) niets wat ook maar enigszins op een huidig continent lijkt. Maar allengs dat ik in het boek vorderde kwam het besef dat ik toch een SF roman aan het lezen was. Blijkbaar… nee, ik vertel het niet. Het fijnste is dat je, net als ik, ‘Het Vijfde Seizoen’, frank en vrij oppakt en ervan geniet zonder spoilers van mij. Laat je omverblazen en geniet ervan, zoals ik ook gedaan heb.
Zoals gezegd staat het tweede deel aangekondigd voor april 2019. Dat is nog wel lang. Veel te lang. Maar het is niet anders. We mogen allang blij zijn dat het tweede deel er komt.
Nog een dingetje dat me opviel en dat ik nogal vreemd acht. Als je op een aantal willekeurige Engelse sites kijkt is ‘The Fifth Season’ overal rond de vijfhonderd pagina’s in de Engelstalige uitvoering. De Nederlandse uitgave is maar 414 pagina’s. Ik heb altijd gedacht dat je voor de vertaling van Engels naar Nederlands méér woorden nodig hebt. Hier lijkt het zowat 20 procent minder te zijn. Hoe kan dit? Is er (behoorlijk) wat weggelaten tijdens de vertaling? Hoop maar van niet en dat er een logische verklaring voor is.

Jos Lexmond

Everlife – Interview met Gena Showalter

De Nederlandse vertaling van Everlife (Eeuwige Leven), slotboek van een trilogie, verscheen eerder dit jaar bij HarperCollins Young Adult. We kregen de gelegenheid auteur Gena Showalter een aantal vragen te sturen. Hieronder ons mail-interview, in het oorspronkelijke Engels.

Q: Everlife is the third and last book in the eponymous trilogy. Are you done with Troika and Myriad now or can we expect to see more of this universe in future works?

GS:  For now, I must say goodbye to the Everlife world.  With Ten and Killian on the road to happily ever after, it’s time to turn my attention to a new series.  The Forest of Good and Evil is a mix of fantasy and paranormal romance.  The first book—THE EVIL QUEEN—is a modern retelling of Little Snow White, told from the viewpoint of a teenage evil queen.  We see her life unfold as she morphs into Snow White’s greatest enemy…and crushes on Prince Charming.  This book is fast becoming one of my favorites.  There’s a creepy forest filled with all kinds of odd and fantastical things, magic, myths, prophecies, laughs, tragedies, and love.  I am loving it!

Q: How was writing the closing book of the trilogy different from writing the first two?

GS:  For Firstlife—book one—I focused on building the Everlife world as a whole.  For Lifeblood—book two—I focused on building one of the realms (Troika).  For Everlife—book three—I turned my focus to building Myriad, and tying up all the loose ends.

Q: What did you eventually leave out of the final product or drastically change during the writing process?

GS:  From the time I had the first kernel of an idea (two afterlife realms warring for souls) to the final book, the Everlife series went through a lot of changes.  Originally, I considered making the afterlife realms secret from mortals, the fight for souls a mystery.  I also considered having Ten choose Myriad, and taking the realm to trial.  I still wonder about what could have been, if I’d gone a different way.

Q: Did you wish you could go back and change parts of the earlier books when writing the conclusion?

GS:  If I could, I would tinker with my stories forever.

Q: What character did you have the most difficulty writing and why?

GS: In the beginning, I struggled with Ten and her indecision.  In the end, I struggled with Killian, and his betrayal.  If I could go back, I’d probably make Ten pick a realm much earlier, and I would add scenes from Killian’s point of view, to show readers the struggle he battled on a daily basis.

Q: Do the characters from your different series influence each other when you are writing? Are there secret crossovers?

GS:  I love secret crossovers!  In my upcoming adult paranormal/fantasy romance series—Gods of War—the heroine is from a fictional town I made up for a completely different series of books (Original Heartbreakers.).  I also love to sneak in mentions of other authors.

Q: Which of your works would you recommend next to those who read this series first and loved it?

GS:  If you read and loved the Everlife series, I would suggest you pick up The White Rabbit Chronicles next.  Both series are paranormal romances with a sassy, kick-butt heroine and the bad boy hero she brings to his knees.

Alice Jouanno, met medewerking van HarperCollins Holland.

Waterscheerling – Rascha Peper

Waterscheerling.jpg

Waterscheerling; Rascha Peper; illustraties Sylvia Weve; uitg. Em. Querido’s Uitgeverij BV, Amsterdam Antwerpen; 2017; hardcover; 78 blz.; € 15,00; omslag en binnenwerk Brigitte Slangen; omslagillustratie Sylvia Weve; Foto auteur Roeland Fosse

Mooie maar overbodige uitgave

De in 2013 overleden schrijfster Rascha Peper (Jenneke Strijland) liet een klein maar respectabel oeuvre van romans, verhalen en columns (NRC Handelsblad) na. De roman Rico’s vleugels haalde de shortlist van de AKO Literatuurprijs en Russisch blauw werd bekroond met de Multatuliprijs. Het in 2017 opnieuw uitbrengen van Waterscheerling, dat als zelfstandige uitgave in 2004 bij L.J. Veen verscheen en in 2014 werd opgenomen in Een Siciliaanse lekkernij (Querido), lijkt echter vooral bedoeld om de tekeningen van de zeer succesvolle, met Zilveren en Gouden Penselen bekroonde Sylvia Weve te presenteren. En dat zijn mooie, zeer passende illustraties. En ook met het verhaal is niets mis; kundig, vlot leesbaar. Het verhaal over Stella, misschien wel een wisselkind, en de waterput achter haar huis met de giftige waterscheerling. Haar verdwijnen en de speurtocht van haar vriend Pirre. “Geïnspireerd door het sprookje van Vrouw Holle en de mythe van Orpheus en Eurydice”, aldus de flaptekst. “Een ontroerend verhaal over de liefde en de dood”, maar bijna alle verhalen gaan over liefde en dood.

Dit fantastische verhaal, een sprookje voor jong en oud, lijkt me niet representatietief voor het werk van Rascha Peper. Liefhebbers van haar werk zullen dit verhaal al kennen, nieuwe lezers worden op het verkeerde been gezet. En voor de liefhebber van fantastische literatuur biedt het verhaal niets nieuws.
Misschien kan deze uitgave betekenis gegeven worden als een soort van stellingname, dat alleen het fantastische het wezenlijke in ons bestaan kan benaderen. Dat is dan inderdaad die liefde en dood waar zo het accent op wordt gelegd, maar voor een auteur als Peper is dat ook het schrijven op zich. En daar gaat dit verhaal ook over. Het is, met de vertraging van de onderwaterwereld, het zwijgen en het communiceren via de typemachine, op de eerste plaats een metafoor voor het schrijverschap.

Goed geschreven, mooi geïllustreerd, maar het is wat mager en er zijn teveel andere boeken die meer aandacht verdienen.

(Paul van Leeuwenkamp)

The Man Who Killed Don Quixote

Regie: Terry Gilliam – Speelduur: 132 minuten – Jaar: 2018

“…without intelligence, there can be no humour.”

― Miguel de Cervantes Saavedra, Don Quixote

Recent hebben wij de laatste film van Terry Gilliam (acteur, schrijver, regisseur van onder andere Monty Python, Jabberwocky, Brazil, Tideland en The Zero Theorem) mogen beleven.

De film is losjes geïnspireerd op de roman ‘El ingenioso hidalgo Don Quixote de la Mancha’ (‘Don Quichot van La Mancha’) van Miguel de Cervantes y Saavedra. Het eerste deel gepubliceerd in 1605 en het tweede deel in 1615. Een nog steeds aan te raden klassieker.

In de iets recentere geschiedenis, in 1989, begon Terry Gilliam aan het project. Het zal zijn persoonlijke gevecht tegen de windmolens zijn geweest. Door de jaren heen werd de productie onder andere opgehouden door een gebrek aan geld, een overstroming, wisselingen van acteurs en de nodige herschrijvingen van het verhaal. Na acht pogingen in 29 jaar ging de film uiteindelijk in première op het Cannes Film Festival in 2018.

Enkele maanden later, op een warme zomeravond, zochten wij de koele bioscoopzaal in het plaatselijke filmhuis op. Vanaf de eerste momenten werden wij meegenomen in een heerlijke film gevuld met avontuur, aanstekelijke humor en  alom aanwezig drama. Er werd op een subtiele en soms iets minder subtiele manier omgegaan met de overgang tussen werkelijkheid en fantasie.

In 2 uur en 12 minuten volgen wij Toby (Adam Driver – onder andere Kylo Ren in Star Wars VII, VIII en IX), een cynische regisseur die gevangen is in de waanwereld van een oude Spaanse schoenmaker die gelooft dat hij Don Quixote (Jonathan Pryce – onder andere High Sparrow in Game of Thrones) is. Hun avontuur wordt gaandeweg meer en meer surrealistisch. Toby wordt daarbij geconfronteerd met de gevolgen van het maken van een film, die hij als idealistische jongeling heeft gemaakt, en waarmee hij een Spaans dorp en haar inwoners permanent heeft veranderd.

Ik heb de film ervaren als een intelligente waardevolle toevoeging aan het fantastische genre en hoop de film binnen 29 jaar nog een flink aantal keren te mogen zien.

Jan Johannes Scholte