Quarantaine – Interview met Erik Betten

Erik Betten, schrijver van Quarantaine:

“Ik heb bewust geprobeerd niet te veel van mezelf in één specifiek karakter te leggen”

Fotograaf: Ineke Oostveen

Eerder dit jaar verscheen ‘Quarantaine’, de eerste roman van Erik Betten, bij Luitingh-Sijthoff. Naar aanleiding van zijn korte verhaal ‘Na de vloed’ waarmee hij de Harland Awards NCSF-premie won, hadden we in 2016 al een interview bij hem afgenomen (hier te lezen) maar het was nu natuurlijk weer tijd om hem vragen te stellen over zijn succesvolle debuutroman.

Quarantaine is het spannende debuut van Erik Betten. Een actuele thriller over een dodelijke bacterie – en een overheid die ondenkbare maatregelen neemt. Groningen, oktober. Een oeroude bacterie vindt via een gaswinningspunt haar weg naar de oppervlakte. In luttele dagen zwermen de halfdode, besmette slachtoffers wezenloos uit over Noord-Nederland. Bang voor verdere verspreiding besluit de overheid de provincies af te sluiten. Het Gronings-Friese Kamerlid Homme Olivier, die zich jarenlang heeft ingezet voor de lokale bevolking en haar problemen met de gaswinning, wordt naar voren geschoven als woordvoerder. Aan hem de taak om de kalmte te bewaren terwijl er naar een oplossing wordt gezocht. Maar als de overheid vervolgens het leger inzet om de vluchtelingen uit het gebied tegen te houden, lijkt Homme juist als zondebok te worden gebruikt. Als hij kort daarna een berichtje ontvangt dat zijn vrouw in het gebied blijft om te helpen, besluit Homme zijn taken in Den Haag achter te laten om haar te gaan zoeken. Met gevaar voor eigen leven trotseert hij het door de bacterie geteisterde noorden, op zoek naar iets wat misschien niet meer te redden valt…

Heb je persoonlijke ervaring met het leger?

“Nee, geen enkele. Wel heb ik wat militairen in mijn kennissenkring en eentje heeft het verhaal vooraf doorgelezen en tips gegeven. Daar was ik erg blij mee. Hij kon zich gelukkig best wat voorstellen bij de moeilijke keuzes die de militairen in mijn boek moeten maken.”

Waar komt je inspiratie vandaan?

“De inspiratie voor Quarantaine kwam uit een merkwaardig nieuwsbericht uit de VS over mensen bij een meer die bang waren voor de bacteriën die daar door fracking in terechtkwamen. De link met Groningen was zo gelegd en alles wat er verder in het boek gebeurt, raakt aan maatschappelijke kwesties die me bezighouden. Zo gaat het meestal, trouwens. Hoe bizar het verhaal ook wordt, het is bij mij uiteindelijk toch altijd een reflectie op onze huidige samenleving.”

Welk karakter ligt het dichtst bij jezelf en welke vond je juist moeilijk om overtuigend te schrijven?

“Ik heb bewust geprobeerd niet te veel van mezelf in één specifiek karakter te leggen. Ik deel natuurlijk wel veel met de hoofdpersoon Homme Olivier. Dat is ook een blanke man van in de veertig uit Noord-Nederland. En we zijn allebei nog met een verpleegkundige getrouwd ook. Maar er zijn ook karaktertrekken van Homme waarvan ik hoop dat ze bij mij niet zo sterk aanwezig zijn. Ik denk dat Homme me juist daarom ook het meeste moeite heeft gekost. Ik wilde er geen ijdele, opportunistische politicus van maken, maar ook geen held die in elke situatie zou doen wat ik persoonlijk de beste keuze zou vinden.”

In welke delen van de wereldbouw (politiek, medisch, media, militair, dorps) heb je je moeten verdiepen voor dit verhaal en welke komen rechtstreeks uit persoonlijke ervaring?

“Bij het meeste kon ik gelukkig putten uit eigen ervaring of waarneming. Dat leek me, zeker bij een debuut, ook het verstandigste. Write what you know. Ik ben jaren politiek verslaggever geweest dus dat hielp me wel bij het politieke deel. En veel van wat er in Hilversum gebeurt is een uitvergroting van wat ik in mijn jaren bij de NOS heb meegemaakt. Voor het specifiek bacteriologische deel heb ik me wel laten bijpraten en rondleiden door een microbioloog in het UMCG in Groningen. Als noorderling hoefde ik voor het uitzoeken van het decor van de actie in Friesland en Groningen verder niet heel veel extra moeite te doen.”

Sluit Quarantaine aan bij jouw verwachting van hoe Nederland zou omgaan met een crisis of zijn er elementen die je in je werk bewust genegeerd hebt?

“Het blijft een roman, dus het bedenken van een zo aantrekkelijk mogelijk plot heeft voorop gestaan. Maar ik denk dat een plot pas echt pakkend wordt als je erin kunt geloven, dus het heeft toch ook iets van een gedachte-experiment voor zo’n extreme situatie. Ik hoop wel dat we als gemeenschap tot een betere respons zouden kunnen komen dan ik heb beschreven in het boek. Maar ik durf daar niet op te rekenen.”

Ben je tevreden over je einde?

“Ik hoop maar dat je doelt op het slot van de roman en ja, volgens mij komen daar de verschillende verhaallijnen wel op een prettige, logische en toch verrassende manier samen.”

Was je schrijfproces voor dit boek anders dan voor je korte verhalen?

“Absoluut. Een kort verhaal heeft weliswaar een structuur, maar je kunt het je veroorloven om een eerste versie zonder plan te schrijven en het resultaat als een soort grondstof voor je uiteindelijke verhaal te gebruiken. Als je dat bij een roman doet, ben je wel erg met je krachten aan het smijten. Dus voordat ik de eerste versie van Quarantaine schreef, had ik een planning op hoofdstukniveau uitgewerkt. Daar ben ik wel wat van afgeweken als het verhaal erom vroeg, maar ik denk dat tachtig tot negentig procent van het boek nog te herkennen is in die eerste planning.”

Over welke hoofdstuk ben je het meest tevreden?

“Dat is lastig om te zeggen. Sommige hoofdstukken zijn me bijgebleven omdat ze relatief makkelijk tot stand kwamen, compleet met passende beeldspraak en dialogen. Daar zijn passages bij die ik met enige verwondering kan teruglezen, bijna alsof ze door een ander zijn geschreven. Bijvoorbeeld het hoofdstuk waarin de journaliste Karin Werkman met de nieuwe premier botst. Maar er zijn ook hoofdstukken die ik zo intensief heb geredigeerd, net zolang tot ik ze goed vond, dat ik daar juist een soort ambachtelijke tevredenheid bij voel. De actiescenes in het eerste deel van het boek horen daarbij.”

Je gebruikt voor de ‘zombies’ de omschrijving dodelingen, smoorders en mantelmensen. De eerste is duidelijk en de laatste uitgelegd. Hoe kom je bij smoorders?

“Typerend voor deze besmette gevallen is dat ze nog onbesmette mensen in een soort omarming vastklemmen, tot ze niet meer kunnen ademen. Vandaar.”

Wat heb je met blauwe overalls?

“Haha, geen idee. Ik ben me er niet van bewust dat ik zoveel blauwe overalls in mijn boek heb opgevoerd, maar blijkbaar zijn dat er meer dan gemiddeld.”

Wat vind je van het actuele Nederlandstalige aanbod aan fantastische boeken?

“Voor een echte liefhebber is er nooit genoeg, natuurlijk. Ik zou het geweldig vinden als er in Nederland of Vlaanderen een N.K. Jemisin opstaat om het genre op te schudden. Engelstalige schrijvers lees ik zelf in het Engels, maar ik krijg wel mee dat het hier steeds lastiger wordt om vertalingen van echt grote auteurs op een commerciële basis uit te blijven geven. Dat is een negatieve ontwikkeling, want je leert ook schrijven door veel te lezen. En daar heb je de beste voorbeelden bij nodig.”

Zien we de karakters in een volgend verhaal terug? Waar ben je momenteel mee bezig?

“De roman waar ik nu aan werk, is een thriller die zich afspeelt in het parallelle Nederland dat ook in Quarantaine voorkomt, maar dan iets eerder in de tijd. De hoofdpersonen zijn nieuw, maar ik sluit een cameo van bepaalde figuren uit Quarantaine niet uit.”

We kijken er naar uit!

Alice Jouanno, met medewerking van Luitingh-Sijthoff.

Everlife – Interview met Gena Showalter

De Nederlandse vertaling van Everlife (Eeuwige Leven), slotboek van een trilogie, verscheen eerder dit jaar bij HarperCollins Young Adult. We kregen de gelegenheid auteur Gena Showalter een aantal vragen te sturen. Hieronder ons mail-interview, in het oorspronkelijke Engels.

Q: Everlife is the third and last book in the eponymous trilogy. Are you done with Troika and Myriad now or can we expect to see more of this universe in future works?

GS:  For now, I must say goodbye to the Everlife world.  With Ten and Killian on the road to happily ever after, it’s time to turn my attention to a new series.  The Forest of Good and Evil is a mix of fantasy and paranormal romance.  The first book—THE EVIL QUEEN—is a modern retelling of Little Snow White, told from the viewpoint of a teenage evil queen.  We see her life unfold as she morphs into Snow White’s greatest enemy…and crushes on Prince Charming.  This book is fast becoming one of my favorites.  There’s a creepy forest filled with all kinds of odd and fantastical things, magic, myths, prophecies, laughs, tragedies, and love.  I am loving it!

Q: How was writing the closing book of the trilogy different from writing the first two?

GS:  For Firstlife—book one—I focused on building the Everlife world as a whole.  For Lifeblood—book two—I focused on building one of the realms (Troika).  For Everlife—book three—I turned my focus to building Myriad, and tying up all the loose ends.

Q: What did you eventually leave out of the final product or drastically change during the writing process?

GS:  From the time I had the first kernel of an idea (two afterlife realms warring for souls) to the final book, the Everlife series went through a lot of changes.  Originally, I considered making the afterlife realms secret from mortals, the fight for souls a mystery.  I also considered having Ten choose Myriad, and taking the realm to trial.  I still wonder about what could have been, if I’d gone a different way.

Q: Did you wish you could go back and change parts of the earlier books when writing the conclusion?

GS:  If I could, I would tinker with my stories forever.

Q: What character did you have the most difficulty writing and why?

GS: In the beginning, I struggled with Ten and her indecision.  In the end, I struggled with Killian, and his betrayal.  If I could go back, I’d probably make Ten pick a realm much earlier, and I would add scenes from Killian’s point of view, to show readers the struggle he battled on a daily basis.

Q: Do the characters from your different series influence each other when you are writing? Are there secret crossovers?

GS:  I love secret crossovers!  In my upcoming adult paranormal/fantasy romance series—Gods of War—the heroine is from a fictional town I made up for a completely different series of books (Original Heartbreakers.).  I also love to sneak in mentions of other authors.

Q: Which of your works would you recommend next to those who read this series first and loved it?

GS:  If you read and loved the Everlife series, I would suggest you pick up The White Rabbit Chronicles next.  Both series are paranormal romances with a sassy, kick-butt heroine and the bad boy hero she brings to his knees.

Alice Jouanno, met medewerking van HarperCollins Holland.

Space Sushi – Interview met Roderick Leeuwenhart – HSF (2018/X)

Hij kwam vijf minuten te laat voor onze afspraak met de geweldige introductie “Sorry dat ik iets later ben, maar ik heb een hele goeie reden. Ik was namelijk een potje Civilization aan het spelen en mijn wonder was bijna klaar.” Daar hadden we alle begrip voor. Dat heb je soms. Hij bestelde een warme chocomel met slagroom, wij een latte, en we waren klaar voor pindakaas, sushi en nog wat meer.

Roderick Leeuwenhart is een Nederlandse SF-schrijver en uitgever, bekend van de Pindakaas en Sushi-trilogie, een YA-boekenreeks over Nederlandse animeconventies en de avonturen en moeilijkheden van de zestienjarige Marle die het Japanse festival voor het eerst bezoekt. Roderick heeft het idee dat er de laatste jaren meer belangstelling is voor SF in Nederland. “Op Dutch Comic Con heb ik een aantal lezingen gehouden met Jasper Polane en Sophia Drenth en met veel andere auteurs gesproken, waaronder Johan Klein Haneveld. Ik hoor overal dat mensen met projecten bezig zijn. Onder schrijvers borrelt het algemeen groeiende gevoel dat SF weer op de kaart kan worden gezet en wij denken dat het publiek daar ook op zit te wachten. Voorwaarde is wel dat er eerst meer nieuwe boeken en verhalen van goede kwaliteit worden geschreven.”

Roderick wil zelf ook graag bijdragen aan de opleving van SF in Nederland. “Ik hoop samen met vele anderen voor een kleine renaissance te zorgen. We moeten opnieuw bekijken hoe SF en Fantasy zich als genres kunnen onderscheiden in Nederland.”

Roderick denkt dat het moeilijker is om SF te schrijven dan een goede fantasyverhaal. “Harde SF is het moeilijkste want dat moet wetenschappelijk goed doorwrocht zijn. Bij ‘softe’ SF draait het vaak om ideeën met vooral maatschappelijke thema’s. Goede Fantasy heeft een goed verhaal in een mooi uitgewerkte wereld. Bij SF gaat het vooral om concepten en ideeën en bij Fantasy meer om sfeer en setting. Vandaar dat fantasyboeken vaak lijvige pillen zijn en een goed SF-boek soms al voldoende heeft aan 200 pagina’s om je van je sokken te blazen. Zelf geef ik de voorkeur aan zo’n lekker dun goed boek met een goed idee.”

Via de NCSF-Boekenclub kreeg Roderick een paar jaar geleden een grote stapel tweedehands SF-boeken. “Daarmee kon ik me inlezen voor mijn korte verhaal Sterrenlichaam. Ik kwam een aantal pareltjes tegen, meesterlijke SF-verhalen. Een van mijn favorieten uit die stapel was Wolfsklauw van Kornbluth. Typisch zo’n kort en goed boek waar ik van hou. Tais Teng zag het boek liggen toen hij bij mij op de thee kwam en riep meteen dat dat zo’n goed boek is. Het is een verhaal vol ideeën die je aan het denken zetten. Als ik het niveau van Wolfsklauw ooit haal, zal ik erg blij zijn. Het is wel Golden Age dus het is absoluut niet modern meer, maar dat vind ik juist mooi.”

Harde SF is goed besteed aan Roderick. “Qua lezen ben ik een omnivoor dus heb ik niet echt een voorkeur. Er zijn weinig genres die ik niet lees, als het maar kwaliteit is. Als het gaat om films en series gaat mijn voorkeur uit naar harde SF, denk aan Gravity of Interstellar, en space opera’s natuurlijk. Van Star Trek Discovery vind ik zeker de tweede helft erg vermakelijk. Ik ben nu ook voor het eerst Star Trek The Next Generation aan het kijken, ik ben nu in seizoen vijf en vanaf seizoen drie wordt het echt goed. Religieuze ervaring van bepaalde afleveringen, dat is tv dat je niet meer zou kunnen maken. Bij elke moderne serie draait het altijd om dezelfde kwestie ‘do the ends justify the means’, en het antwoord is bijna altijd ja. Star Trek is een van de zeer weinige series die zegt nee dat mag niet. Dat is toch geweldig.

The Empire Strikes Back was mijn eerste SF-film, mijn wauw-moment, maar ik denk dat ik uiteindelijk door het SF-virus gegrepen werd door Star Trek Voyager. Begin middelbare school had ik een keer griep en lag ik op de bank herhalingen van Star Trek Voyager op tv te kijken. Ik werd erdoor gegrepen, wat al begon met de majestueuze openingsmuziek. Sindsdien wil ik altijd Star Trek kijken als ik ziek ben: dan voel ik me meteen beter. Voor mijn SF-beleving zijn series heel belangrijk geweest. Farscape, Firefly, Babylon 5: voor die tijd diepgaand met een gedegen opgezette verhaallijn. Zeer indrukwekkend.”

Uiteraard blijft Roderick een Japanfan. “Toevallig ben ik net een Japans SF-boek aan het lezen: Sisyphean van Dempow Torishima. Moderne SF. Ik ben gisteren begonnen en bij de eerste paragraaf schoot ik in de lach. Het was zo waanzinnig complex en juist daar geniet ik van. De schrijver daagt me uit met het verhaal: ‘als je het te moeilijk vindt, is dit niet voor jou bestemd’. Het is een bizar verhaal, je weet niet wat je leest.” Uitgever Haikasoru in de VS richt zich op oorspronkelijk Japanse SF. “Daar ben ik ontzettend blij mee. Dankzij hen komen boeken uit als Sisyphean maar ook klassieke Japanse SF met titels als Legend of the Galactic Heroes. Waanzinnige militaire SF zoals alleen Japanners durven te schrijven. In Japan kan veel omdat het groot genoeg is om SF te laten bloeien. Dit in tegenstelling tot het kleine Nederland, waar veel genreschrijvers het moeten hebben van zelfpublicatie.”

Zelfpublicatie kan niet zonder zelfpromotie. “Als ik op een conventie of waar dan ook sta, moet ik een knop omzetten om uit mijn introverte schrijversmodus te komen. Verder is het bij zelfpublicatie belangrijk om adviezen niet te negeren, je doet immers zelf de eindredactie. Ik heb dat een keer gedaan met een advies over een personage in mijn tweede boek, een oud vrouwtje in Japan. Zij spreekt veel oudhollands en ik kreeg als commentaar dat dat niet zo lekker leest. Dat heb ik genegeerd en daar kreeg ik na het drukken spijt van: het advies klopte. Voor de tweede druk heb ik dat taalgebruik helemaal veranderd, behoorlijk ingrijpend om te doen. Ik had het beter meteen kunnen doen.”

Juist ook ter promotie deed Roderick mee aan de Harland Awards verhalenwedstrijd. “Ik wist dat dit een van de beste manieren is om in het SF-wereldje naam te maken. Ik weet nog niet of ik nog een keer mee zal doen.

Dat heeft alleen zin als ik een echt goed verhaal heb maar ik ben eigenlijk geen schrijver van korte verhalen. Sterrenlichaam is een moderne versie van klassieke golden age-achtige SF. Voordat ik de Harland Award won met mijn korte verhaal, wist ik al dat ik het verder móest uitwerken. Ik wil vertellen hoe die wereld in elkaar zit en wat nu eigenlijk de clou is van het Sterrenlichaam. Ik ben nu een jaar bezig met het herschrijven van Sterrenlichaam naar een roman.”

Het uitwerken van een kort verhaal naar een roman vindt Roderick een boeiend proces. Waar gaat Sterrenlichaam eigenlijk over? “Het gaat over een groep mijnwerkers in een ruimtelijk wezen. Ze zitten in de slokdarmen en aderen om daar grondstoffen uit te winnen. De boel dreigt in elkaar te klappen en het verhaal gaat vervolgens in op een groep die wil ontsnappen, wat behoorlijk mis gaat door paranoia en achterdocht. Een buitenstaander, de intellectuele Joan, is gefascineerd door de smerige omgeving vol parasieten. Voor de roman heb ik een aantal hoofdpersonen verder uitgewerkt. Zo is daar Kev, ploegbaas van de mijnwerkers, en een Japanse ambtenaar met nare trekjes die zijn verstand kwijtraakt. Hij vindt het vreselijk om op dat sterrenlichaam te zijn. Waar Joan een fantastische biotoop ziet met wonderbaarlijke dingen, ziet hij een verschrikkelijk Cthulhu-achtig wezen dat hem probeert te verzwelgen.

Elke van de personages heeft zijn eigen hoofdstukken en ik schrijf vanuit een beperkt derdepersoonsperspectief, opvolgend in de tijd en wisselend op spannende momenten. Hartstikke leuk en uitdagend om zo met meerdere hoofdpersonen te jongleren.”

Roderick houdt van planmatig werken. “Ik werk de karakters en de grote lijnen van tevoren uit. Voor elk boek moet je een nieuwe aanpak bedenken. Sterrenlichaam is een metafoor voor seks en zwangerschap want het gaat over regenereren en sterven. Dus het hele verhaal heb ik van tevoren op die manier uitgewerkt.”

Roderick heeft grote plannen voor zijn nieuw roman: “Mijn ultieme doel is om Sterrenlichaam in de VS uit te geven, omdat daar uiteraard een enorme SF-markt is. Maar een ding. Als Sterrenlichaam wordt uitgegeven bij welke uitgever dan ook, moet er wel SF op staan. Daar doe ik geen concessies in.”

We kijken uit naar de terugkeer van Sterrenlichaam, dit keer als roman, en hopen in de toekomst op nog meer SF van Roderick Leeuwenhart!

Dit interview is op 4 april 2018 afgenomen door Alice Jouanno en Marlies Scholte Hoeksema. Foto: ©Uitgeverij Leeuwenhart, 2018.  Redactie door Alice Jouanno en John van Duin. Dit interview is eerder verschenen in het proefnummer van HSF (2018/X).

Interview met Erik Betten, winnaar NCSF premie

De NCSF premie wordt elk jaar door de Harland Award jury uitgereikt aan het science fiction verhaal dat als hoogste eindigt op de ranglijst. Dit jaar was Erik Betten de winnaar, met het post-apocalyptische verhaal “Na de vloed”. Erik is niet onbekend met de Harland Award want in 2010 won hij ook al de toenmalige Paul Harland Prijs voor “Echte Liefde”. In zijn dagelijkse werk is Erik ook schrijver, journalist en historicus met verschillende non-fictie boeken op zijn naam, zoals ‘De Fries. Op zoek naar de Friese identiteit’ (Wijdemeer, 2013) en ‘Het boek van de Ee’ (Wijdemeer, 2014).

“Interview met Erik Betten, winnaar NCSF premie” verder lezen