De Dag van het Fantastische Boek komt er aan

Over een maand is het zover op 14 April worden de Harland Awards uitgereikt tijdens de Dag van het Fantastische Boek.

Het programma is vandaag bekend gemaakt. Zoek alvast uit welke workshops je wil volgen en welke sprekers je wil horen.

NCSF leden hebben een kortingscode per email gekregen. Dus als je nog geen kaarten had, heb je nu geen excuus meer 😉

Mocht je de mail gemist hebben, neem dan contact op met het bestuur.

 

 

De allereerste officiële contact-avond van het NCSF (1965)

Dit stukje geschiedenis van het NCSF is een mooie herinnering voor onze oudste leden en een leuke ontdekking voor nieuwe leden.

Ook van de tweede contact-avond hebben we nog het verslag.

Uit dezelfde letterlijke ouwe doos en een paar andere bronnen hebben we veel mooi materiaal van de beginjaren van het NCSF teruggevonden, binnenkort meer dus! Alvast een foto van onze oprichters ter afsluiting:

De oprichters van het NCSF, van links naar rechts: Leo Kindt, P. Hans Frankfurther en Albert Taal. Hier op het NCSF congres van 1966, hierover meer in het volgende geschiedenis bericht.

Lebowski Publishers lanceert online Grounded SF magazine 2.3.74

Het mag dan wel Engelstalig zijn, maar toch is 2.3.74 ongetwijfeld een mooi nieuw middel om SF verhalen van Nederlandse en Vlaamse auteurs te ontdekken. Dit gratis digitale tijdschrift zal tweejaarlijks verschijnen, aldus Lebowski Publishers. Veel leesplezier met het eerste nummer!

Een meer dan prettige hernieuwde kennismaking

Magnus Ridolph

Jack Vance – Magnus Ridolph (SF) – 248p.
Spatterlight, Amstelveen (2017) € 16.05
Het Verzameld Werk van Jack Vance 2
Vertaling: Jaime Martijn & Pon Ruiter
Omslag ontwerp: Howard Kistler
Omslagillustratie: C. Michael Taylor
(Verkrijgbaar via Amazon.de)

Hoogstwaarschijnlijk hoef ik u niet meer te vertellen dat ik een grote Vance fan (lees fanaat) ben. Al zijn tot nu toe verschenen verhalen heb ik inmiddels (meestal) meerdere keren gelezen en van de boeken als De Duivelsprinsen, Tschai, Durdane, De Cadwall Kronieken en ga zo maar door, kan ik geen genoeg krijgen. Elk jaar op vakantie gaat er minimaal een boek mee in de koffer en geniet ik met beetjes van alles wat de meester geschreven heeft. Toen Jack Vance in 2013, op zesennegentig jarige leeftijd, overleed, was ik in diepe rouw gedompeld, want ik besefte dat er nooit meer een nieuwe ‘Vance’ zou komen. Ik was ontroostbaar. Natuurlijk… er zijn schrijvers zat waar ik van houd en er komen er steeds nieuwe bij die ik geweldig vind, maar eentje als Jack Vance… die komt er nooit meer. Natuurlijk heeft hij ook mindere verhalen en boeken op zijn naam staan. Vooral de twee laatste zijn niet heel erg sterk. Maar dat mag. Als je over de tachtig bent, blind en je moet je boek dicteren, dan mag het van mij best wat minder zijn.
Ik wist dat er verhalen en boeken onvertaald waren gebleven en had ook niet verwacht dat die nog ooit vertaald zouden gaan worden en had de hoop al opgegeven dat ik die nog ooit zou kunnen lezen. Tot… ik het grote nieuws vernam dat Koen Vijvermans samen met de zoon van Jack Vance: John, alle verhalen van Jack Vance in het Nederlands zou laten verschijnen, inclusief diegenen die nog niet in vertaling verschenen waren.
Mijn hart liep over van vreugde. Ik interviewde Koen voor het NCSF, wat uiteindelijk resulteerde in mijn eigen Vance bundel, Wereldbedenkers, met verhalen van Nederlandstalige schrijvers die in de geest van Vance schreven. Deze bundel verscheen afgelopen december en was een van de leukste dingen die ik ooit gedaan had.
De reeks van Het Verzameld Werk van Jack Vance is inmiddels aardig op stoom gekomen. Voor zover ik weet zijn er inmiddels al 23 boeken verschenen en in principe komt er elke maand minimaal weer eentje bij. In totaal moeten het er 62 worden.
Eigenlijk zou ik alle uitgaven van Jack Vance wel willen recenseren, maar dat ik helaas onmogelijk. Er zijn meer boeken te recenseren en ik wil me ook niet overvoeren met Vance en daarna weer in een diep gat te vallen. Dus… heb ik ervoor gekozen om alles te recenseren wat nog nooit in het Nederlands verschenen is en de eerste daarvan waren de twee verhalen van Magnus Ridolph. In 1976 verschenen zes Magnus Ridolph verhalen gebundeld bij Scala en in 1984 verscheen een Magnus Ridolph bundel met acht verhalen bij Meulenhoff. Nu dus zijn alle tien verhalen vertaald. ‘Diepgewortelde wrevel’ en ‘Sanatoris, kort door de bocht’, waren de verhalen die tot nu toe onvertaald waren gebleven en ik heb me proberen te bedenken waarom dat zo was. Nu was de eerste wel wat zwakker, maar de tweede was een Magnus Ridolph verhaal zoals het hoorde te zijn. Het enige dat ik kon verzinnen was dat het chronologisch de eerste twee verhalen van de reeks waren en daarom te oud.
Hoe dan ook… uiteraard heb ik me niet gehouden aan mijn eigen regel dat ik alleen de onvertaalde verhalen zou lezen. Na de eerste twee verhalen had ik de smaak opnieuw te pakken en las ze allemaal. Wat me nu opviel (ik denk dat ik ze dertig jaar geleden voor het laatst las) is dat de verhalen, ondanks het feit dat ze rond de zeventig jaar oud zijn, nog steeds zo fris overkwamen. Op het gebruik van checks na zijn de verhalen nog steeds heel erg goed lees- en genietbaar. ‘De spectaculaire sardines’ en ‘De gillende springers’ zijn duidelijk mijn favorieten, maar de rest was absoluut niet te versmaden. Nog geen enkele ervaring met Jack Vance? Begin dan eens met de complete Magnus Ridolph, je zult er geen spijt van krijgen.

Jos Lexmond

Toekomstdenken – Tirade 468 en Edge Zero 2016 door onze leden

Literaire schrijvers die toekomstdenken in hun werk gebruiken en SF-schrijvers die literaire trekjes vertonen: wat denken wij er van? In het SF-themanummer van literair tijdschrift Tirade (nr. 468) verschenen een aantal SF-verhalen van literaire schrijvers, in de EdgeZero editie van Wonderwaan verschenen een aantal bijzondere genreverhalen van afgelopen jaar.
Maya Shamir van SLAA betoogt dat literaire auteurs hun schrijfstijl graag ‘dicht bij zichzelf’ houden. Is dat echt zo? Uit zich dat ook in hun toekomstdenken? En wat spreekt de lezers aan? NCSF – Nederlands Contactcentrum voor Science Fiction en de Stichting Fantastisch Genre vroegen lezers van beide bundels of ze wilden schrijven over de overeenkomsten en verschillen.

Hier lees je de mening van NCSF-lid Peter Kaptein.

Hier lees je de mening van NCSF-lid Jack Schlimazlnik.

Hier lees je de mening van NCSF-lid Marcel van der Rijst.

Voor elke boekenkast

Wereldbedenkers

Wereldbedenkers; samensteller Jos Lexmond; uitg. Spatterlight; 2017;
415 blz.; € 21,95; omslagillustratie Tais Teng

Voor elke boekenkast

Wereldbedenkers is een verhalenbundel die in de boekenkast van elke lezer aanwezig hoort te zijn, ook bij lezers die geen affiniteit hebben met sciencefiction, fantasy of horror. Niet omdat het een hommage is aan Jack Vance en ook niet omdat het een goede bundel is, met variatie en kwaliteit, maar omdat het een aantal verhalen bevat die ik tot de klassiekers van de Nederlandstalige sciencefictionverhalen reken en die ik nu voor de derde, vierde, vijfde keer nog steeds met genoegen las: Orchard Road van Paul Harland, Scharlakens droom van Jan J.B. Kuipers, Spreken in tongen van Jos Lexmond, Menthenkennith van Gerben Graddesz Hellinga en Een verheven plaats op Pandira’s planeet van Eddy C. Bertin. Deze verhalen horen thuis bij de canon, de inburgeringscursus en verder alle vormen van onderwijs. Ook bij de andere verhalen zit veel kwaliteit, maar dit vijftal springt er bovenuit, dat is SF, zoals sciencefiction ooit werd aangeduid.
Natuurlijk zit er ook wat bij dat niet bevalt, dat is altijd het geval en dus ook in deze bundel van 18 verhalen plus 1 verhalenbundel. Want ook al probeert Mark J. Ruyffelaert aan het einde er een pointe aan te draaien, zijn Pas op, hier komt de Dood (64 lessen in duisternis) – en dat is echt de titel! – bieden 64 losse verhaaltjes, een verhalenbundel op zich. Ik ben bij het 20ste verhaal gestopt en alleen nog even gekeken wat verhaal 64 te bieden had. Maar zelfs dit ‘verhaal’, dat mij dus niet beviel, toont kwaliteit in de verwoording.
Een uitstekende bundel dus, die ook pedagogisch en educatief verantwoord is, want het roept een aantal vragen op waar je als lezer eens rustig over kunt filosoferen en waar je als docent Nederlands een paar lessen mee kunt vullen, maar die ook tot actie aanzet, namelijk het (opnieuw) ter hand nemen van enkele van de vele boeken van Jack Vance. Deze bundel activeerde een diffuus beeld van wat het werk van Vance was, namelijk SF zoals dat in de jaren zestig werd geschreven en in de jaren zeventig met veel succes in het Nederlands werd vertaald. Het grote werk van Vance stamt allemaal uit die periode: De Duivelsprinsen 1964 tot 1967 (veel later vervolgd), Tschai 1968 tot 1971, Durdane 1971 tot 1973, De stervende Aarde begon zelfs in 1950, werd beroemd in 1966/1969 en pas later vervolgd, de Allastor-reeks 1973 tot 1978. Andere titels die ik me van Vance herinner en die medeverantwoordelijk zijn dat ik een SF-lezer werd: De huizen van Iszm (1954), De Drakenruiters (1962), Blauwe wereld (1966), Het laatse kasteel (1966), Emphyrio (1969). Een paar andere titels – De Wilde Vaart (1998) en De lokkende Verte (2004) bijvoorbeeld – ben ik sinds de publicatie al aan het verdringen, dus daar ga ik het niet over hebben. Nee, die eerdere werken, dat was SF en die vormden het beeld, het kader waarmee ik deze bundel óók las. Het gaf een extra aspect, een verdieping van de leeservaring. De hiervoor genoemde klassiekers passen in dat SF-beeld, maar de andere verhalen deden dat niet altijd. Ik zal het subjectief, dus kort en ongenuanceerd opsommen, waarbij ik mezelf en de klasiekers oversla. De werven van Eridani van Mike Jansen; ja, prachtig, dit is de SF van Vance. De heerser van Peter Schaap; nee, dit is fantasy en dat bestond toen niet eens. Een dolk, gedoopt in Pelgranenbloed van Tais Teng; nee, ook al fantasy en dat heeft niets met Jack Vance = SF te maken. Zeven etappes in een queeste van Marcel Orie; mmmm, dit weet ik eigenlijk niet – schreef Vance wel zo goed? Trilling van water van Marcel Ozymanta; mmmikdenkhetniet, teveel maatschappelijk herkenbaar? Pas op, hier komt de dood (64 lessen in duisternis) van Mark J. Ruyfellaert; nee, veel te literair. De vrouwen van de keizer van Jaap Boekestein; mmmmnee, teveel fantasy, geen technische gadgets. Maagd zijn is moeilijk van Gerben Graddesz Hellinga; mmmnee, ook weer teveel fantasy en geen technische gadgets, en bovendien neigend naar het irritant puberale… Ja, dat had Vance in zijn laatste, zo irriterende werken, maar had hij dat in zijn hoogtijdagen ook? Viel het me toen niet op omdat ik toen zelf een irritante puber was? De Gouden Draken van Dholstoi van Eddy C. Bertin; hetzelfde als het voorgaande verhaal. Het bezoek van de tovenaar van Johan Klein Haneveld; mmmmja, ook al heeft het een tovenaar in de titel, het is echte SF. Pandit Shahar; ja, echte SF, maar van toon iets anders dan ik mij van Vance herinner. Een glimp van goud van Frank Roger; mmmm, wel SF, maar iets te maatschappelijk. Lirander van Windmare, een Stervende Aarde verhaal van Tais Teng; te poëtische titel.. ik weet het niet.
En dat is misschien wel de eindconclusie: ik weet het wel, maar toch ook weer niet, niet helemaal zeker. Ik moet De Duivelsprinsen, Tschai, Durdane en De stervende Aarde opnieuw gaan lezen om te kijken of mijn beeld wel klopt. En dat zal ook gelden voor al die andere Vancekenners. En zij die geen verleden met Vance hebben, zullen in het werk van Vance op zoek gaan naar nog meer van die SF-klassiekers.
De titel van de bundel is ontleend aan de titel van het debuut van Vance uit 1945, The World Thinker, vertaald als De wereldbedenker. Dat bedenken van een overtuigende andere wereld is een van de beelden die nog altijd van de sciencefiction wordt gegeven. Er zijn zelfs workshops voor, speciale boeken. En toch vraag ik mij na 50 jaar sciencefiction lezen af of wij mensen daar wel toe in staat zij, iets bedenken wat anders is; of het niet meer is dan het wat anders rangschikken van bekende feitjes, het mechanisch extrapoleren van wat al aan het gebeuren is. Ook daar moet ik het werk van Vance eens op nalezen, al is dat wel moeilijk omdat je dan elk idee terug in de tijd moet plaatsen. Wellicht op zichzelf al een vorm van SF.
(Paul van Leeuwenkamp)

Wintercode – Pen Stewart

Pen

Wintercode – Pen Stewart (FA)
Wintercode 1
Quasis Uitgevers (2017)
437 pagina’s; prijs 19,95
Omslag & Illustraties: Pen Stewart

Er was eens, lang geleden, een jongetje dat las en las en las. Op een gegeven moment dacht het jongetje tussen het lezen door: Dat moet ik ook kunnen, en hij zette zijn eerste wankele passen op het smalle en kronkelige schrijverspad dat geplaveid is met goede bedoelingen en vol zit met bobbels, gaten en valkuilen. Het is omzoomd met doornenstruiken met venijnige stekels en heeft vele afslagen die naar Gouden Bergen en vooral naar Nergens leiden. Het jongetje dartelde over het pad, struikelde over de bobbels en de gaten, viel in de valkuilen, haalde zijn huid open aan de stekels als hij weer eens een bocht te krap, of te ruim, nam en verdwaalde op de wegen naar Nergens. Maar op zijn pad trof hij goede herders die iets zagen in de schrijfsels van het jochie en fluisterden hem goede raad in, zoals: Kill your darlings, jongen. Of: schrijf volgens het KISS (Keep It Simple, Stupid) principe. Als je maar naar hen luisterde, dan hielpen ze je overeind, haalden ze je uit de kuil, maakten je los uit de doornen en zetten je terug op het juiste pad.
Ik denk dat eenieder van ons schrijvers goede herders gehad hebben. Pen Stewart ook, want zij heeft haar boek opgedragen aan Wim Stolk, die ook een van de goede herders van bovenstaand jochie was.
Toch heeft ze zich niet volledig aan zijn goede lessen gehouden in Wintercode. Niet alle darlings gekild en niet volgens het KISS principe geschreven. Het zijn maar kleine dingetjes, maar irritant. Zoals bijvoorbeeld de tijdsaanduidingen. Als die niets anders aangeven dan het verstrijken van tijd, noem het dan gewoon jaar, maand, dag, uur enzovoort. Je maakt het niet alleen jezelf moeilijk door consequent te moeten zijn (wat je wel bent), maar ook voor de lezer die telkens moet kijken van wat was een dagdeel of een tijdseenheid ook al weer. Ik heb een lijstje aangelegd. Wat is een lagaejaar? Als heeft het 60 maanden met 12 dagen per maand en 30 uur per dag heeft en verder niets anders dan het verschuiven van tijd aangeeft, noem het dan gewoon een jaar. Het scheelt ook in het letters typen en het voegt niets toe. Of metalium? Wat is dat? Als het geen metaal is met geheugeneigenschappen, om maar eens iets te noemen, noem het dan gewoon: ijzer, koper, staal of desnoods metaal. Dat is meer dan voldoende en een speengrondwroeter? Kom op!
Dat zijn nog dingetjes waar aan gewerkt moet worden, maar verder kan ik alleen maar lovend zijn over ‘Wintercode’. De wereld is solide ontworpen, de personen die zich erin begeven zijn echte personen met pijn, angsten, liefde en verdriet. Er zit een flinke vleug SF in de Fantasy en daarom staat er natuurlijk vrij prominent: Verbeeldingsroman op de omslag. Dat mag van mij, maar ik heb het zelf voorlopig het predicaat: Fantasy meegegeven. Maar misschien veranderd dat nog in de loop van de twee komende romans van deze trilogie.
Ik ga er verder niets over vertellen, daar heb ik nog voldoende tijd voor, want ik wil graag de gehele trilogie tot mij nemen. Je moet het zelf maar lezen en genieten. Ik heb me er prima mee vermaakt en ben benieuwd waar het allemaal toe zal leiden.
De prachtige illustraties van Pen zelf, voegen iets extras toe. Altijd mooi. Ik geef nooit cijfers of sterren, maar op ‘Wintercode’ zou ik een dikke 8 of 4 sterren durven plakken, als ik dat zou doen. Lof.

Jos Lexmond

Cel 7 – Kerry Drewery

Cel 7

Cel 7 – Kerry Drewery (YSF)
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff B.V., Amsterdam (2017)
382 pagina’s; prijs 16,99
Oorspr.: Cell 7 – (Hot Key Books, Londen– 2016)
Vertaling: Selma Soester
Omslag: Wil Immink Design/iStock

Commerciële televisie is tegenwoordig niet meer weg te denken uit onze samenleving en dat is heel erg jammer. Je kunt het natuurlijk negeren zoals ik normaal gesproken doe, maar met huisgenoten die er wel naar kijken, wordt je er toch nogal eens mee geconfronteerd. Stupide programma’s telkenmale onderbroken door even stupide reclame boodschappen. Ik weet niet waar ik een grotere hekel aan heb. De stupiditeit van de grootste gemene deler reality shows of de onderbrekingen door de reclame. De meest gehoorde verdediging voor deze kijkerstroep is dat er anders geen televisie gemaakt kan worden. Nou… zeg ik dan altijd maar weer, dan hoeft er van mij helemaal geen televisie gemaakt te worden. En ons leven gaat gewoon door. De commerciële televisie gaan gewoon door met rotzooi produceren en ik, ik vermoei me er zo min mogelijk mee en vermaak me verder met mijn boeken.
Is er een reden voor het spuien van mijn frustraties over deze kijkdrek? Jawel, het komt prima uit in deze recensie. Fijn om mijn hart zo eens met een aanleiding te kunnen luchten!
In Cel 7 heeft Kerry Drewery een wereld geschapen waarin de rechterlijke macht opgedoekt is en de rechtspraak over gelaten wordt aan de menigte buiten in een wervelende (?) realityshow. Ha… daar zat ik op te wachten. Leven en dood is afhankelijk geworden van de luim van de grote massa, waarin vooroordelen een grote rol spelen en je niet of nauwelijks kunt spreken van een rechtvaardige en eerlijke rechtsgang.
De geliefde multimiljonair en beroemdheid Jackson Paige wordt op koelbloedige wijze vermoord en de 16-jarige Martha Honeydew is de vermoedelijke dader. Ze wordt bij het lijk aangetroffen met een pistool in de hand waarbij ze zelf roept het gedaan te hebben. Volgens de Wet zeven dagen van Gerechtigheid wordt ze in Cel 1 van de dodencellen geplaatst en begint een mediacircus. Martha Honeydew is het eerste tienermeisje dat te dood veroordeeld zal worden. Haar leven in de opvolgende cellen 1 tot en met 7 zal de gehele dag gefilmd worden en bekeken kunnen worden door het gepeupel. Ondertussen wordt heel haar leven ondersteboven gekeerd om uit te zoeken waardoor ze tot haar daad heeft kunnen komen. Elke dag, en op elk uur van de dag, is het programma ‘Dood door Gerechtigheid’ te volgen waarin de mensen die in de dodencel zitten gevolgd kunnen worden en voor de kijkers van de immens populaire realityshow is het vanaf dag 1 al een uitgemaakte zaak dat Martha schuldig is en dus dood moet. Maar is dat wel zo?
Voor mij is de wereld van Cel 7 een irritante toekomst en ik hoop maar dat die wereld nooit werkelijkheid zal of kan worden. Ik zou me er absoluut niet in thuis voelen, maar als ik eerlijk ben, dan moet ik toegeven dat het die kant wel eens uit zou kunnen gaan. Hopelijk niet wat de rechterlijke macht betreft dan, maar daar ben ik dan weer niet zo bang voor.
Al met al moet ik zeggen dat ondanks de setting van het verhaal het me niet tegengevallen is en ik zou soms ook nog spannend kunnen noemen en ik ben dan ook wel benieuwd waar het allemaal nog meer toe leidt. Want we zijn er nog niet, want in het Engelse taalgebied zijn inmiddels ‘Day 7’ en ‘Final 7’ verschenen. Misschien dat we die delen hier ook nog te zien en te lezen krijgen.

Jos Lexmond