Toekomstdenken – Peter Kaptein

Literaire schrijvers die toekomstdenken in hun werk gebruiken en SF-schrijvers die literaire trekjes vertonen: wat denken wij er van?

In het SF-themanummer van literair tijdschrift Tirade (nr. 468) verschenen een aantal SF-verhalen van literaire schrijvers, in de EdgeZero editie van Wonderwaan verschenen een aantal bijzondere genreverhalen van afgelopen jaar.

NCSF en SFG vroegen lezers van beide bundels of ze erover wilden schrijven.

Hieronder de mening van NCSF-lid Peter Kaptein.

Tirade versus Edge.Zero

 

Eerst de simpele feiten.

Tirade 468, een lijmgebonden literair tijdschrift, iets groter dan een A5, telt 108 bladzijden en is vorig jaar augustus verschenen. Het bevat 9 korte SF-verhalen.

De tweede Edge.Zero bevat 20 korte verhalen en dekt een breder kader dan alleen SF; waaronder SF én Fantasy én Horror. Ik heb de boekversie gepakt. Deze telt 352 bladzijden en is eind 2017 van de pers gerold.

 

Aangezien dit een vergelijking is heb ik de verhalen in beide bundels langs twee maatlatten gelegd.

Literair: gaat een verhaal dieper dan een anekdote? Is er een daadwerkelijk dilemma van enige betekenis? Biedt de schrijver iets van (genadeloze) reflectie, een (genadeloze) ontmaskering of een (genadeloze) deconstructie van de huidige werkelijkheid; verpakt in verhaalvorm; gezien door de ogen van een literair schrijver? En zijn de verhalen van enig niveau?

SF-specifiek: dompelt de schrijver zich daadwerkelijk in zijn of haar verhaalwereld en kan ik (in overdrachtelijke zin) voelen en ruiken waar ik ben? Worden de consequenties van de SF-ideeën goed doorgetrokken in het verhaal, of is het meer van: “ik plak overal een andere/rare naam op en nu is het een SF-verhaal”? Komen de ideeën in dat SF-verhaal samen in een afgerond einde?

 

De verhalen die me om verschillende redenen het meest aanspraken, zijn de volgende:

 

Tirade

“Woud” van Wytske Versteeg lijkt als kernthema menselijk geweld te hebben. En dan specifiek tegen zwakkere leden van de bevolking. Zowel in de mishandeling (en moord) van personen in de spelwerkelijkheid van een VR, als in het vroegere werk van de hoofdpersoon (het scannen van beeldmateriaal met excessief geweld als één van de ‘wachters van het internet’).

“De draagster” van Fiep van Bodegom schetst een dystopische toekomst waarin de mensheid over meerdere / vele planeten is verspreid, raciale vraagstukken een kernonderdeel zijn van de centrale regering, vrouwen als wandelende en reizende broedkamers worden gebruikt en bevolkingen die teveel van het raciale ideaal afwijken als vernietigbare objecten worden beschouwd. Het toont in die zin een directe terugval naar de absurde en extreme denkbeelden van (in ieder geval) het Europa en Amerika en Zuid Afrika van de vorige eeuw, waarin onzinnige rassentheorieën de deur opende voor grootschalige onderdrukking en vernietiging van niet-blanken. Een tijd, verder, waarin de waarde van vrouwen voornamelijk werd bepaald door hun vermogen babies te krijgen.

“Vooruitzicht” van Martijn Lindeboom raakt o.a. drie aspecten van een mogelijke toekomst: de optie jezelf te digitaliseren, de mogelijkheid om een ‘piggyback ride’ te maken in het hoofd van iemand anders (onder andere als een soort co-piloot) en de verwoesting van de Aarde. Verder raakt dit verhaal het thema van verlies en (in het slot) vervreemding.

“De Boerderij” van Jori Stam pakt onder andere het idee van ‘babies op bestelling’ en geeft een lugubere kijk op hoe de geïnsemineerde eicellen voor elk kind op de ‘boerderij’ van de titel tot groei kunnen komen.

 

Edge.Zero

“Een schuur vol vermogen” van Anaid Haan. Dit verhaal gaat over verlies, de dood, nostalgie, en rebellie tegen (onzinnige) bureaucratie.

“En de kwallen glanzend als parels in het maanlicht” van Tais Teng is onder andere een verhaal over klasseverschillen. Het speelt in een toekomst waarin de zee extreem hoog gestegen is, een mooie greep gemaakt wordt uit huidige technologische ontwikkeling op het vlak van bio-engineering en nieuwe materialen en waarin de have-nots van het voormalige Nederland in drijvende sloppenwijken leven.

“Algorythm’n’blues” van Jack Schlimazlnik draait rond twee concepten: de uitwissing van digitaal materiaal en de gelijktijdige erosie van het menselijk geheugen. Net als “Het geheugen van…” is het kernidee ‘vergeten van het verleden’, maar deze keer lijkt het meer om het herwinnen van persoonlijke vrijheid te gaan, is het vrijlaten van de algoritmes die tot ‘bitrot’ leiden veel meer een daad van verzet tegen de steeds groter groeiende databestanden van individuen dan een opgelegd ding vanuit een (centrale) regering.

“Zieleroerselen” van Tom Schoonbaert wordt elders omschreven als een verhaal waarin reïncarnatie op een interessante manier wordt uitgewerkt.

 

Ik kan verder “Hoop” van mijzelf niet weglaten. Sprak het me aan? Verkeerde vraag. Heeft het literaire kwaliteiten? Dat is wel de bedoeling.

“Hoop” kijkt naar ‘de volgende stap’ van een xenofobisch regime en haakt in op — onder andere — de situatie in Syrie en Turkije en de opkomst van het angstvoedende populisme in Europa. De kernvraag in het verhaal is de volgende: ‘Wat doe je als al je oude vijanden zijn opgeruimd en alleen je bondgenoten nog over zijn? Stopt dan de haat?’

 

De vergelijkingen

Hoe verhouden de verhalen (en die anderen die ik hier beneden weergeef) zich ten opzichte van elkaar? Is er een duidelijk verschil in literaire kwaliteiten tussen het werk in Tirade en dat in Edge.Zero?

De korte versie: nee.

Is de SF beter in Edge.Zero? Ook niet specifiek.

 

Beide bundels zijn oké. De verhalen zijn goed leesbaar.

In beide bundels blijft het merendeel van de gelezen verhalen voor mij echter steken bij: ‘leuk uitgewerkte ideetjes, maar laat niet echt een indruk bij me achter’. Ik vond (mede daardoor) zowel in Tirade als in Edge.Zero over het geheel te weinig diepgang, te weinig echt inspirerende, grensverleggende of gedachtenprikkelende ontwikkelingen of personages; nauwelijks tot geen (genadeloze) reflectie van het zelf en (uitzonderingen daargelaten) weinig reflectie op deze wereld of op de wereld van het verhaal.

Ik ga hier later iets dieper op in.

 

Wie wint?

Wat mij betreft Edge.Zero. Zowel verhaaltechnisch (wat mij betreft evenwichtiger en beter afgerond) als op ‘literair’vlak.

De SF-verhalen in Edge.Zero zijn veel meer vanuit dragende, of stuwende personages geschreven. Edge.Zero scoort in mijn optiek ook beter op de breedte en de uitwerking van de gekozen thema’s en de verhaaltechnische verwerking daarvan. En in elk van de door mij gekozen verhalen uit Edge.Zero hebben de verhaalpersonages te maken met een duidelijk en wereld-gerelateerd dilemma, dat weer goed in het verhaal wordt verwerkt.

 

Lag het aan de SF?

Nee.

Tirade faalt door het gebrekkige literaire niveau van de verhalen.

Kort: een verhaal is een verhaal. En dat verhaal wordt onder andere gedragen en voortgestuwd door de interacties die voortkomen uit thema’s, conflicten, personages, dilemma’s en drijfveren. Ik verwacht in een literair werk tenminste focus, reflectie, solide schrijfwerk. En zeker bij literatuur: iets dat confronterend is, me een ongemakkelijk gevoel geeft en (mij enigszins) laat zien dat de schrijver van het hier en nu snapt en voelt wat er wringt en wat gaande is. Het werk in Tirade haalt in mijn optiek helaas niet of niet voldoende die basis.

 

De verhalen

Ik weet niet of het komt door een mogelijke onwennigheid bij de schrijvers, of dat er andere factoren spelen, maar het eerste dat me opviel bij het lezen van Tirade is hoe onderontwikkeld de personages zijn en hoe weinig schrijvers de confrontatie opzoeken met zichzelf, de lezer of de wereld rondom ons. We zien bijna niets van de persoonlijke achtergronden van de personages, bijna niets van hun intieme gedachten (“De boerderij” is een uitzondering). En als er voor die personages al een dilemma aanwezig is, is deze in mijn optiek onderbelicht of ronduit te zwak.

Verder ontbrak vaak focus in het verhaal (‘Wat wil je als schrijver nu eigenlijk vertellen?’); was de verhaalopbouw te vaak te zwak; zag ik te weinig reflectie op het hier en nu (‘Waarom is dit verhaal relevant ten aanzien wat er op dit moment in de wereld gebeurt?’) en waren de verhaalthema’s te vaak niet tot nauwelijks uitgewerkt (‘Waar gaat het nu eigenlijk echt over?’)

We zien bijvoorbeeld in “We blijven zwemmen” een moeder die te maken heeft met een zwaar verlies en in VR gaat om dat verlies een beetje te verzachten. En dat is het dan ongeveer wel. Voldoende om een literair verhaal, of een SF-verhaal te dragen? Wat mij betreft niet. Waar wordt die kapotte wereld relevant? Hoe ervaart de hoofdpersoon de veranderingen in de intermenselijke verhoudingen na de ramp? En welke zijn dat? Is verdriet het enige dat dit personage ervaren heeft?

“Willem” heeft een hoofdpersoon die gedurende het verhaal een paar van zijn eigen ruiten insmijt, niet lijkt te begrijpen dat zijn eigen daden nu en later gevolgen kunnen hebben en die vervolgens door de schrijver in een slachtofferrol wordt gemanoeuvreerd. Iets dat ik voornamelijk tegenkom in het werk van beginnende schrijvers. Wat voegt dit toe? Wat leert het mij over (het overleven in) een mogelijke ge-Disneyficeerde toekomst? Weinig.

“Aan de achterkant” draait om een ontmoeting met mensen die zich om wat voor reden dan ook hebben afgekeerd van de rest van de wereld. Voor de hoofdpersoon is dit voornamelijk curieus. Meer niet. Waarom heeft ze er geen diepere mening over? Waar blijft de impact van wat er ook speelt op haar eigen leven? Welke inzichten geeft en gaf haar dat over haarzelf en haar naasten?

“De vaders en zonen van Virgo” had interessant kunnen zijn, vanwege het thema, maar ook dit verhaal bevat problemen die ik voornamelijk zie in het werk van beginnend schrijvers. Wat is de boodschap? Wat wordt hier aan de kaak gesteld? Waarom is deze situatie relevant of interessant? Hoe staat de reporter in dit alles? Basale zaken die grotendeels onderbelicht blijven.

“Woud” is het eerste verhaal waarin ik het begin vind van een fatsoenlijk vormgegeven hoofdpersoon. Maar ook “Woud” mist die genadeloze reflectie op– etcetera. En ook “Woud” mist een duidelijke kern. We benoemen geweld tegen zwakkeren. Goed. Maar waar gaat dit verhaal nu exact over? Wat is de centrale boodschap, de focus, het centrale dilemma dat weer teruggrijpt naar onze werkelijkheid? Wat leggen we hier bloot over onszelf en de (veranderende) maatschappij?

“De draagster” lijkt qua stijl een stream of conciousness-verhaal te zijn. En ja: het verhaal is coherent, maar de manier waarop het verhaal, bijna per zin, schijnbaar lukraak van het ene onderwerp naar het andere springt, doet me afvragen wat bij de keuze van deze (inmiddels oude) stijlvorm de bedoeling was. Is dit de stem en het gedachtenproces van de hoofdpersoon? Puur een vorm-ding? Ook hier: wat is de bedoeling van het verhaal? Uiteindelijk lijkt dit verhaal niet meer dan een opsomming van veelgebruikte elementen waaraan geen nieuwe of persoonlijke inzichten worden verbonden. En de stream of conciousness in dit verhaal? Had best wat meer lyriek en stuwkracht mogen bevatten. Nu voelt het vooral dof en onnatuurlijk aan, alsof dit verhaal door een algoritme is samengesteld uit allerlei losse zinnen uit drie verschillende bronnen.

“Vooruitzicht” voldoet het meest aan wat ik verwacht van een solide geschreven verhaal. Mooi en evenwichtig en goed afgesloten. Maar vanuit literair oogpunt mis ik de (genadeloze) reflectie / deconstructie op/van het zelf van de personages, of de omgeving. Waar is ook hier bijvoorbeeld de confrontatie met de werkelijkheid rondom ons? Waar worden (bijvoorbeeld) de morele en andere grenzen afgetast, bevraagd en verlegd?

“De boerderij” is, na “Vooruitzicht” het tweede verhaal dat mij verhaaltechnisch enig plezier deed. Het is direct en duidelijk en prikkelt met zijn immorele hoofdpersoon en het dilemma dat naar de lezer wordt verplaatst (‘mogen we de baarmoeders in de lichamen van naamloze en statusloze personen gebruiken als broedkamers?’). Maar ook dit verhaal zou ik helaas geen literair werk kunnen noemen. Waar is de echte confrontatie? Met wat dan ook?

 

Dan Edge.Zero.

Edge.Zero heeft niet de intentie of pretentie literair te zijn.

Edge.Zero geeft een redelijke doorsnede van wat er per jaar aan beter werk wordt ingezonden naar wedstrijden en magazines. Voornamelijk vanwege de schrijvers zitten daartussen ook verhalen die (enige) literaire kwaliteiten hebben.

De bundel zelf zal op literair vlak geen prijzen gaan winnen, maar er wordt niet lukraak wat rondgezweefd in zelfverzonnen SF-werelden. Sterker nog, in zeven van de acht (voor deze recensie) gelezen SF verhalen wordt op evenwichtige wijze een explicite en kritische reflectie gegeven op de wereld van nu. Dat is meer dan ik in Tirade tegenkwam.

Helaas worden de SF-elementen in de verhalen in Edge.Zero in de meeste gevallen niet veel beter uitgewerkt dan in Tirade het geval is. Ja: je ziet bij elk van de gekozen schrijvers routine in het hanteren van al die verschillende elementen, maar ook in Edge.Zero blijft het in veel gevallen redelijk oppervlakkig en soms ronduit kitscherig, slordig, irrelevant of achterhaald.

In “Verstilde liefde” worden zwarte gaten bijvoorbeeld als gevangenissen gebruikt. Maar welk probleem gaat dat werkelijk oplossen? Kosten? Ruimte? Snappen de schrijvers hoe onpraktisch dit is? En dat een zwart gat echt een behoorlijk kloterige, nare omgeving is voor materie in de vorm van mensen en ruimteschepen?

“Een schuur vol vermogen” is mooi en menselijk geschreven, reflecteert onder andere  de absurditeit van bureaucratische besluiten én de mogelijke consequenties van robots op de arbeidsmarkt, maar de robots en de SF-sfeer past wat mij betreft meer in 1951 dan nu. Waarom niet even wat meer moeite doen, te kijken wat er nu gaande is, inplaats terug te vallen op inmiddels achterhaald werk van schrijvers als Asimov?

“En de kwallen…” sluit wel weer perfect aan bij het nu, is actueel als het gaat om de omschreven klassenverschillen, maar ontspoort naar mijn smaak (zelfs voor Teng’s doen) in teveel kitschelementen. Een drankje met een mini-duikboot? Als we vanuit literair oogpunt kijken, is dit verhaal, ondanks alle interessante thema’s aan het einde niet heel veel meer dan een datingverhaal in de wereld van Buitendijks. Er is geen echte catch, geen diepere reflectie.

Dan “Algorythm’n’blues”. Mooi, goed en evenwichtig geschreven, maar het faalt wat mij betreft in de details. Natuurlijk kun je Bitrot in een algoritme vatten. Maar hoe haalbaar denkt de schrijver dat het is dit algoritme overal ter wereld actief te maken? We praten hier ongeveer over het verkrijgen van root-access op al de servers van o.a. Amazon, Microsoft en Google en hetzelfde op ongeveer elke server van ongeveer elke andere provider ter wereld. (Want dat is wat je tegenwoordig nodig hebt voor dit soort grappen.) En die chemicaliën die wereldwijd een soort kunstmatige Altzheimer veroorzaken? Verspreiding via chemtrails volgens het verhaal. Leuk idee voor de zaterdagmiddag. Maar heeft de schrijver bedacht hoe groot de spreiding is van die moleculen en hoeveel daarvan uiteindelijk niet in het lichaam van de wereldbevolking komt, maar gewoon met de regen in de aardbodem en de zee verdwijnt?

Mijn eigen “Hoop” dan. Een belangrijk deel van dat verhaal draait om de herontdekking van computers gedumpte in een Electropunk-verhaal. En er is een fascistische staat… Maar hoe is dat computer-element uiteindelijk echt SF? En wat is het nut van deze specifieke keuze, voor dit specifieke gimmick, voor het verhaal?

“Zieleroerselen” is fijn en intiem, maar gaat nauwelijks in op de aspecten van de reïncarnatie zelf. Hoe is die reïncarnatie mogelijk? Waarom gebeurt het? En de achterhaalde wereld waarin mensen terugkeren overtuigt me niet. Het zweeft daardoor. En vanuit verhaaltechnische criteria mis ik vooral focus. Hoe is het beschreven verlies voor mij als lezer uiteindelijk relevant? Wat zegt het?

 

Tot slot

Uiteindelijk overtuigde geen van de verhalen me.

 

Wat mij betreft spelen twee zaken een grote rol hierin. Allereerst de keuzes die de redacties maken en gemaakt hebben. Je kúnt verhalen weigeren vanwege een gebrek aan kwaliteit en je mág een schrijver vragen net nog even meer van dat verhaal te maken als het potentie heeft.

Ten tweede de schrijvers zelf. En dit is een verwijt. Waar wordt de lat gelegd? Was die hoog genoeg voor dit eigen werk? Of was dit naar eigen inzicht voldoende?

 

Als je SF schrijft, heb je, veel meer dan in andere genres, enorm veel mogelijkheden verder te reiken, nog hoger te gaan, nog dieper te graven dan wat en waar dan ook. Binnen dat genre staat letterlijk de hele menselijke geest; elke denkbare menselijke samenlevingsvormen; elke denkbare technologische ontwikkeling, van bio tot nano; macrostructuren die hele planeten, zonnen en zonnestelsels kunnen omspannen; het hele omniversum; het hele multiversum tot je beschikking, vanaf oerknal tot uiteindelijke implosie, als je zo ver durft te gaan.

Zo lang je het maar geloofwaardig kan houden.

Als het gaat om literaire kwaliteiten, spelen wat mij betreft voornamelijk de eerder benoemde zaken als focus, relevantie, reflectie, en uitdaging een rol. Heeft het verhaal duidelijke focus, of prutst het maar wat rond? Weerspiegelt het verhaal actuele en relevante gebeurtenissen of concepten of onderwerpen, of maakt het allemaal niet zo veel uit? Wordt ik als lezer uitgedaagd? Bijvoorbeeld om op een andere manier naar bepaalde dingen te kijken? Of is het allemaal wel prima?

 

Dan dat SF- versus literaire schrijvers-gedoe. Binnen sommige kringen van Nederlandstalige SF-schrijvers speelt het idee dat het oneerlijk is dat “wij” als SF-schrijvers niet serieus genomen worden door de literaire wereld.

Ik kan alleen maar zeggen dat dat niet zo vreemd is, als ik kijk naar de middelmatige kwaliteit van de verhalen in bundels als Edge.Zero. In elk genre, of dat nu literair werk is, of SF zal een buitenstaander altijd eerst vergeleken worden met de absolute toppers binnen dat genre. Tirade is daarin, in dit geval, geen maatlat. Hetzelfde geldt voor magazine2374 van uitgeverij Lebowski. Leuk initiatief, maar geen maatlat.

 

Moeten we van SF-schrijvers gaan verlangen dat ze meer literair gaan schrijven? Ik denk van niet. Maar: beter uitgewerkte verhalen die nog iets dieper graven in de werkelijkheid, nog iets kritischer worden, nog meer reflectie bieden naar onszelf en de wereld? Ja graag.

Zou het landschap verder verrijkt worden met meer SF van meer literaire schrijvers? Uiteraard. Zeker als die verhalen grondig geschreven zijn, beerputten opentrekken, heilige huisjes omschoppen, SF elementen serieus en goed uitwerken, én een stuk literaire schoonheid aan het landschap kunnen toevoegen.

 

Laten we sluiten met de positieve gedachte dat er aan alle kanten nog heel veel ruimte is voor beter.

Peter Kaptein.

 

 

Eén gedachte over “Toekomstdenken – Peter Kaptein”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *